Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

8. SALDIBALANS

8.1 Saldibalans Nationale Schuld IXA

Saldibalans per 31 december 2018 Nationale Schuld (bedragen x € 1.000)

Activa

 

Passiva

 

31-12-2018

31-12-2017

   

31-12-2018

31-12-2017

 

Intra-comptabele posten

       

Intra-comptabele posten

   

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

48.781.992

55.827.407

 

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

43.286.212

41.591.165

3)

Liquide middelen

0

0

         

4)

Rekening-courant RHB

3.744.518

(1.135.541)

         

6)

Vorderingen buiten

begrotingsverband

1.708.702

2.599.273

 

7)

Schulden buiten

begrotingsverband

22.660.927

27.318.977

8)

Kas-transverschillen

11.711.927

11.619.003

         
 

Subtotaal intra-comptabel

65.947.139

68.910.142

   

Subtotaal intra-comptabel

65.947.139

68.910.142

 

Extra-comptabele posten

       

Extra-comptabele posten

   

10)

Vorderingen

12.765.820

11.829.283

 

10a)

Tegenrekening vorderingen

12.765.820

11.829.283

11a)

Tegenrekening schulden

332.575.729

335.698.909

 

11)

Schulden

332.575.729

335.698.909

12)

Voorschotten

0

0

 

12a)

Tegenrekening voorschotten

0

0

 

Subtotaal extra-comptabel

345.341.549

347.528.192

   

Subtotaal extra-comptabel

345.341.549

347.528.192

 

Overall Totaal

411.288.688

416.438.334

   

Overall Totaal

411.288.688

416.438.334

Algemene toelichting

Alle bedragen zijn opgenomen tegen nominale waarden en vermeld in duizenden euro’s tenzij anders aangegeven. Relevante posten worden hieronder nader toegelicht. Hierbij is de nummering van de saldibalans aangehouden. Door afronding van bedragen kan het voorkomen dat totaaltellingen niet aansluiten bij de som der delen.

1. Uitgaven ten laste van de begroting

Deze post bevat de nog niet met het Ministerie van Financiën (Rijkshoofdboekhouding, RHB) verrekende begrotingsuitgaven 2018. Verrekening van de begrotingsuitgaven zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

2. Ontvangsten ten gunste van de begroting

Deze post betreft de nog niet met het Ministerie van Financiën (RHB) verrekende begrotingsontvangsten 2018. Verrekening van de begrotingsontvangsten zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

3. Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit de saldi op bankrekeningen en de bij de kasbeheerders aanwezige kasgelden.

4. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Deze post geeft de financiële verhouding met de RHB weer. Er zijn twee rekening-courant verhoudingen: het Agentschap (artikel 11) en het geïntegreerd middelen beheer (GMB, artikel 12). De bedragen zijn per 31 december 2018 in overeenstemming met de opgaven van de RHB.

6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Vorderingen buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2018

Ultimo 2017

Te ontvangen renteswaps

1.679.291

2.560.243

Vooruitbetaalde disconto

– 27.562

– 27.480

Te ontvangen rente vlottende schuld

9.950

11.584

CO2-veiling

0

0

Te ontvangen rente m.b.t. GMB

47.022

54.926

Totaal

1.708.702

2.599.273

Te ontvangen renteswaps

Deze post betreft de opgelopen rente die de Staat nog tegoed heeft van de tegenpartijen. Als gevolg van de huidige samenstelling van de swapportefeuille en de lage rentestanden ontvangt de Staat per saldo rente op de swapportefeuille.

7. Schulden buiten begrotingsverband

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Schulden buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2018

Ultimo 2017

Te realiseren agio

8.141.901

7.442.930

Te betalen rente onderhandse leningen

8.193

13.421

Te betalen rente openbare schuld

4.879.193

5.171.868

Te betalen renteswaps

955.690

1.713.219

Te betalen rente vlottende schuld

– 41.990

– 36.982

Derden van het Agentschap

8.711.180

13.007.770

Te betalen rente m.b.t. GMB

6.760

6.751

Totaal

22.660.927

27.318.977

Te realiseren agio

Het uitstaande saldo (€ 8,1 mld.) heeft betrekking op in het verleden gerealiseerde agio bij uitgifte vaste schuld. In 2018 lag bij het merendeel van de nieuwe uitgiftes het effectieve rendement onder de couponrente van leningen, waardoor de Staat agio heeft ontvangen en de post «Te realiseren agio» verder is opgelopen.

Te betalen renteswaps

De omvang van de totale hoeveelheid payerswaps is in 2018 afgenomen doordat van een deel van deze swaps de looptijd was verstreken en geen nieuwe payerswaps zijn afgesloten. Hierdoor hoeft minder rente betaald te worden op de resterende portefeuille.

Derden van het Agentschap

Het gestalde onderpand is in 2018 afgenomen doordat voor een aanzienlijk bedrag aan receiverswaps voortijdig is beëindigd. Daarnaast is het onderpand gedaald door de ontwikkeling van de marktwaarde van de resterende swapportefeuille als gevolg van renteontwikkelingen.

8. Kas-transverschillen

Op deze rekening zijn de bedragen opgenomen welke zijn verantwoord in de uitgaven en ontvangsten, maar nog niet daadwerkelijk in de kas zijn uitgegeven of ontvangen. Deze verschillen ontstaan doordat rentebaten en rentelasten worden verantwoord op transactiebasis. Hierdoor worden transacties administratief verwerkt op het moment dat ze zich voordoen. Bij het kasstelsel is het moment van betaling en ontvangst leidend. Het verschil dat ontstaat tussen beide verantwoordingsmethoden wordt op deze rekening opgenomen. Met de registratie van rente op transactiebasis wordt aangesloten bij Europese voorschriften van het ESR 2010. Sinds 2002 wordt deze werkwijze toegepast. Dit bedrag is het saldo van alle posten in de tabellen «Vorderingen buiten begrotingsverband» en «Schulden buiten begrotingsverband» van het voorgaande jaar, behalve het gestalde onderpand dat in de post Derden van het Agentschap is opgenomen. De onderpanden worden niet meegenomen in het kas-transverschil omdat voor deze post alle boekingen op kasbasis zijn waardoor geen kas-transverschillen ontstaan.

Kas-transverschillen (bedragen x € 1 mln.)

Vorderingen buiten begrotingsverband ultimo 2017

2.599

Te ontvangen renteswaps

2.560

Vooruitbetaalde disconto

– 27

Te ontvangen rente vlottende schuld

12

Te ontvangen rente m.b.t. GMB

55

Schulden buiten begrotingsverband ultimo 2017

14.311

Te realiseren agio

7.443

Te betalen rente onderhandse leningen

13

Te betalen rente openbare schuld

5.172

Te betalen renteswaps

1.713

Te betalen rente vlottende schuld

– 37

Te betalen rente m.b.t. GMB

7

Totaal kas-transverschillen 2018

11.712

10. Vorderingen

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Vorderingen (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2018

Ultimo 2017

Loans

800.000

800.000

GCP Basket

400.000

0

Deposit Lend

450.000

0

Verstrekte leningen Agentschappen

6.625.636

6.448.711

Verstrekte leningen RWT’s en derden

4.490.182

4.580.572

Overige

2

0

Totaal

12.765.820

11.829.283

De grootste vorderingen zijn verstrekte leningen aan Agentschappen, RWT’s en derden: instellingen die deelnemen aan het geïntegreerd middelenbeheer. De afgesloten leningen zijn vorderingen van de Staat op de deelnemers. De vorderingen bedragen ultimo 2018 € 11,1 mld. Aan de Agentschappen is € 6,6 mld. uitgeleend, een stijging van € 0,2 mld. ten opzichte van de stand ultimo 2017. Aan RWT’s en derden is € 4,5 mld. uitgeleend, een daling van € 0,1 mld. ten opzichte van 2017. De gewogen gemiddelde looptijd van de leningen bedraagt bij de Agentschappen circa 19,7 jaar en bij RWT’s circa 18,4 jaar. Daarnaast zijn er nog enkele kleinere vorderingen van in totaal € 1,7 mld. «Loans» betreft de vordering die de Nederlandse Staat nog op ABN AMRO heeft. GCP Basket en Deposit Lend zijn geldmarktinstrumenten – dit betreft vorderingen met een zeer korte looptijd die op 31 december 2018 nog op de geldmarkt uitstonden.

Opeisbaarheid van de vorderingen

Het volgend overzicht geeft inzicht in de mate van opeisbaarheid van de vorderingen.

Opeisbaarheid van de vorderingen (bedragen x € 1.000)

Opeisbaarheid

Bedrag

Direct opeisbare vorderingen

2

Op termijn opeisbare vorderingen

12.765.818

Totaal

12.765.820

11. Schulden

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Schulden (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2018

Ultimo 2017

Vaste schuld 1
   

Staatsschuld

297.912.447

313.818.764

Propertize MTN’s

600.000

600.000

     

Vlottende schuld

   

Dutch treasury certificates

19.650.000

16.950.000

Deposit borrow

950.000

1.320.000

Sell/Buy backtransacties

0

0

Cash Depo USD in EUR

418.728

0

CP foreign currency in EUR

2.241.575

0

RC Agentschappen

2.469.959

2.251.100

RC RWT’s en derden

7.921.523

5.883.930

RC decentrale overheden

7.748.689

8.455.112

RC sociale fondsen

– 8.514.666

– 14.791.587

     

Deposito’s

   

Deposito’s Agentschappen

0

10.000

Deposito’s RWT’s en derden

98.998

121.800

Deposito’s decentrale overheden

1.078.476

1.079.790

Totaal

332.575.729

335.698.909

Noot 1: De vaste schuld bestaat uit financiële transacties met een oorspronkelijke looptijd van > 1 jaar.

De schulden hebben betrekking op in het verleden binnen begrotingsverband geboekte ontvangsten, waarvan op termijn nog verrekening met derden zal plaatsvinden. Deze post betreft voornamelijk de vaste staatsschuld (€ 298,5 mld.) en vlottende staatsschuld (€ 23,3 mld.) en daarnaast bevatten de schulden ook de schulden die betrekking hebben op de verhoudingen tussen het Rijk en de deelnemers aan geïntegreerd middelenbeheer.

Deelnemers aan het geïntegreerd middelenbeheer houden middelen aan op hun rekening-courant bij de Schatkist (rekening-courant = RC in bovenstaande tabel). Deze tegoeden vallen onder de vlottende schuld omdat ze direct opvraagbaar zijn. Deelnemers kunnen echter ook deposito’s plaatsen. De uitstaande deposito’s zijn voor het overgrote deel kortlopend. De Agentschappen hielden eind 2018 € 2,5 mld. aan op hun rekeningen-courant, ze hadden geen deposito’s. RWT’s en derden hielden € 7,9 mld. aan in rekening-courant en € 0,1 mld. in deposito’s. Het rekening-courantsaldo van de decentrale overheden nam in 2018 af met € 0,7 mld. naar € 7,7 mld., maar het bedrag aan uitstaande deposito’s bleef grotendeels gelijk op € 1,1 mld. De gewogen gemiddelde looptijd van de eind 2018 uitstaande deposito’s was bij de RWT’s circa 3,7 jaar en bij decentrale overheden 11,4 jaar.

Sociale Fondsen

De saldi van de sociale fondsen lopen sterk uiteen hetgeen met name toe te schrijven is aan de mate van onderdekking en overdekking van de desbetreffende premies. Het saldo van UWV bedraagt € 1,6 mld. negatief, het saldo van SVB € 3,8 mld. positief en het saldo van Zorginstituut Nederland € 10,7 mld. negatief. Gecumuleerd levert dit het saldo van € 8,5 mld. negatief op. Het saldo eind 2018 is € 6,3 mld. minder negatief dan de stand eind 2017.

Voor een specificatie naar uitgiftejaar van de stand van de vaste schuld per 31 december 2018 wordt verwezen naar het onderstaande overzicht.

Specificatie van de vaste schuld naar jaar van uitgifte1Jaar van eerste uitgifte betekent dat ingeval van een heropening van een lening, het bedrag wordt opgenomen bij het oorspronkelijke jaar van eerste uitgifte van de (heropende) lening. per 31 december 2018 (bedragen x € 1 mln.)

Jaar van uitgifte

Openbaar

Onderhands

Totaal

Vóór 1999

22.847,52

191,9

23.039,4

1999 / t/m 2004

0

0

0

2005

15.723,4

0

15.723,4

2006

4.263,0

0

4.263,0

2007

0

0

0

2008

0

0

0

2009

13.974,4

0

13.974,4

2010

31.133,5

232,53

31.366,0

2011

16.494,0

0

16.494,0

2012

28.808,0

0

28.808,0

2013

30.752,2

0

30.752,2

2014

44.642,5

0

44.642,5

2015

15.220,2

0

15.220,2

2016

30.493,2

0

30.493,2

2017

30.759,2

0

30.759,2

2018

12.376,9

0

12.376,90

Totaal

297.488,0

424,4

297.912,4

Noot 2: GBK € 12,2 mln., DSL uitgifte 1993 € 9.806,5 mln., DSL uitgifte 1998 € 13.028,8 mln.

Noot 3: Verplichtingen uit hoofde van schuldtitels uitgegeven door het land Nederlandse Antillen en het eilandgebied Curaçao, overgenomen door de Nederlandse Staat per 10 oktober 2010.

Propertize Medium Term Notes (MTN’s)

Op 27 september 2016 heeft de Nederlandse Staat de uitstaande staatsgegarandeerde schuld van Propertize overgenomen. Een met de Tweede Kamer gecommuniceerde voorwaarde voor de verkoop van Propertize was dat het risico op de door de Staat afgegeven garantie op de financiering van Propertize af moest nemen of tenminste gelijk moest blijven. Om aan deze voorwaarde te voldoen heeft de Staat de gehele uitstaande schuld van Propertize ter waarde van € 2,35 mld. overgenomen. In 2017 is € 1,75 mld. afgelost en in 2018 heeft geen aflossing plaatsgevonden, waardoor de uitstaande schuld ultimo 2018 nog € 0,6 mld. bedraagt.

In de tabel hieronder wordt de resterende schuld als gevolg van de overname van Propertize gespecificeerd.

Specificatie MTN’s naar jaar van aflossing per 31 december 2018 (bedragen x € 1.000)

Instrument

Aflosdatum

Bedrag

MTN

18 februari 2019

600.000

Totaal

 

600.000

8.2 Saldibalans Ministerie van Financiën IXB

Saldibalans per 31 december 2018 Ministerie van Financiën (bedragen x € 1.000)

Activa

 

Passiva

 

31-12-2018

31-12-2017

   

31-12-2018

31-12-2017

 

Intra-comptabele posten

       

Intra-comptabele posten

   

1)

Uitgaven ten laste van

de begroting

7.736.486

6.724.378

 

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

149.861.722

148.037.644

3)

Liquide middelen

86.312

10.572

         

4)

Rekening-courant RHB

142.322.685

141.510.114

         

5)

Rekening-courant RHB

Begrotingsreserve

431.770

425.970

 

5a)

Begrotingsreserves

431.770

425.970

6)

Vorderingen buiten begrotingsverband

4.254

3.827

 

7)

Schulden buiten begrotingsverband

288.015

211.247

 

Subtotaal intra-comptabel

150.581.507

148.674.861

   

Subtotaal intra-comptabel

150.581.507

148.674.861

 

Extra-comptabele posten

       

Extra-comptabele posten

   

9)

Openstaande rechten

23.377.060

20.831.276

 

9a)

Tegenrekening openstaande

rechten

23.377.060

20.831.276

10)

Vorderingen

3.930.949

3.981.084

 

10a)

Tegenrekening vorderingen

3.930.949

3.981.084

11a)

Tegenrekening schulden

0

0

 

11)

Schulden

0

0

12)

Voorschotten

288.839

279.876

 

12a)

Tegenrekening voorschotten

288.839

279.876

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

164.747.811

170.020.180

 

13)

Garantieverplichtingen

164.747.811

170.020.180

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

3.635.402

4.220.529

 

14)

Andere verplichtingen

3.635.402

4.220.529

15)

Deelnemingen

39.446.168

39.040.019

 

15a)

Tegenrekening deelnemingen

39.446.168

39.040.019

 

Subtotaal extra-comptabel

235.426.229

238.372.964

   

Subtotaal extra-comptabel

235.426.229

238.372.964

 

Overall Totaal

386.007.736

387.047.825

   

Overall Totaal

386.007.736

387.047.825

Algemene toelichting

Alle bedragen zijn opgenomen tegen nominale waarden en vermeld in duizenden euro’s tenzij anders vermeld. Relevante posten worden hieronder nader toegelicht. Hierbij is de nummering van de saldibalans aangehouden. Door afronding van bedragen kan het voorkomen dat totaaltellingen niet aansluiten bij de som der delen.

1. Uitgaven ten laste van de begroting

Deze post bevat de nog niet met het Ministerie van Financiën (RHB) verrekende begrotingsuitgaven 2018. Verrekening van de begrotingsuitgaven zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

2. Ontvangsten ten gunste van de begroting

Deze post betreft de nog niet met het Ministerie van Financiën (RHB) verrekende begrotingsontvangsten 2018. Verrekening van de begrotingsontvangsten zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

3. Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit de saldi op bankrekeningen en de bij kasbeheerders aanwezige kasgelden.

4. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Deze post geeft de financiële verhouding met de RHB weer. Het bedrag is per 31 december 2018 in overeenstemming met de opgave van de RHB.

5. en 5a. Begrotingsreserves

In de praktijk worden dit ook wel interne begrotingsreserves oftewel risicovoorzieningen genoemd. Een begrotingsreserve is een meerjarige budgettaire voorziening die op een afzonderlijke rekening-courant wordt aangehouden. Het gaat om een interne budgettaire voorziening of reserve binnen de Rijksbegroting. De reserve blijft meerjarig beschikbaar voor het doen van uitgaven in latere jaren. Voor elke begrotingsreserve wordt in de administratie van de RHB een afzonderlijke rekening-courant aangehouden.

Begrotingsreserves (bedragen x € 1 mln.)

Naam begrotingsreserve

Saldo

1-1-2018

Toevoegingen 2018

Onttrekkingen 2018

Saldo

31-12-2018

Verwijzing naar begrotingsartikel

Garantie BES

1,0

1,0

0

2,0

2

Garantie TenneT

35,2

4,8

0

40,0

3

Ekv

389,7

0

0

389,7

5

NHT

0

0

0

0

2

Totaal

425,9

5,8

0

431,7

 

Garantie BES

In 2017 heeft de Staat een garantie voor het DGS voor de BES-eilanden ingesteld. Jaarlijks wordt voor deze garantie € 1 mln. toegevoegd aan de begrotingsreserve.

Garantie TenneT

In 2010 heeft TenneT de overname van het transportnet van E.ON (Transpower) definitief afgerond. Om deze overname te financieren heeft de Staat een garantie van € 300 mln. aan de Stichting Beheer Doelgelden afgegeven. De premie die voortvloeit uit de garantie wordt jaarlijks in de per 1 januari 2010 opgerichte begrotingsreserve afgestort. Eventuele betalingen vloeien eveneens voort uit deze reserve.

Ekv

In overeenstemming met het garantiekader voor risicoregelingen is er een risicovoorziening voor de Exportkredietverzekering opgericht. De risicovoorziening dient zowel voor het afdekken van «verwachte» als «onverwachte» verliezen van de ekv.

NHT

De Staat heft een jaarlijkse premie (€ 875.000) over het afgegeven garantiebedrag van € 50 mln. Deze middelen worden per 2019 gestort in een nieuw per 1 juni 2018 opgerichte begrotingsreserve.

6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Onder de vorderingen buiten begrotingsverband zijn posten opgenomen, die nog met derden moeten worden verrekend.

7. Schulden buiten begrotingsverband

Onder de schulden buiten begrotingsverband zijn de posten opgenomen, die nog aan derden moeten worden betaald. De stand ultimo 2018 van € 288 mln. heeft grotendeels betrekking op in december 2018 ontvangen provinciale opcenten die nog verrekend moeten worden met de provincies en de consignatiekas.

9. Openstaande rechten

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Openstaande rechten (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2018

Ultimo 2017

Belastingvorderingen

23.135.902

20.433.645

Vorderingen DRZ

127.162

233.822

Btw-compensatiefonds

4.078

9.201

Overige

109.918

154.608

Totaal

23.377.060

20.831.276

Belastingvorderingen

De belangrijkste posten van de ultimo 2018 openstaande belastingvorderingen zijn in onderstaande tabel opgenomen.

Belastingvorderingen uitgesplitst naar belastingsoort (bedragen € x 1 mld.)
 

Ultimo 2018

Ultimo 2017

Vpb

7,5

5,9

Inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen

5,2

5,0

Omzetbelasting

2,7

2,5

Loonbelasting/premies volksverzekeringen

1,7

1,6

Erf- en schenkbelasting

0,7

0,6

Douanerechten

0,6

0,5

Overig

4,7

4,3

Totaal

23,1

20,4

Het volgende overzicht geeft aan in welk jaar de nog openstaande belastingvorderingen zijn ontstaan.

Ouderdom van de Belastingvorderingen (verdeling in procenten)

Van het totale te vorderen bedrag zal uiteindelijk een aanzienlijk gedeelte niet inbaar zijn. Bij 81% van de openstaande belastingvorderingen is de uiterste betaaldatum verstreken. Van deze achterstandsposten is 40% aan te merken als betwist, bijvoorbeeld omdat een bezwaarschrift is ingediend. Ook van de niet-betwiste rechten met een betalingsachterstand zal een gedeelte niet of moeilijk inbaar zijn, bijvoorbeeld als gevolg van faillissementen.

Verloop van de belastingvorderingen (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2018

Ultimo 2017

Ultimo vorig jaar

20.433.645

20.123.659

Rechten Belastingdienst Caribisch Nederland (BCN) vorig jaar

– 31.610

– 40.724

Ontstane rechten

80.319.248

70.916.721

Vervallen rechten

– 77.624.212

– 70.597.621

Ontvangsten

– 2.975.052

– 2.402.258

Verleende verminderingen en negatieve aanslagen

– 72.364.024

– 66.042.089

Oninbaarlijdingen en kwijtscheldingen

– 2.285.136

– 2.153.274

Rechten BCN dit jaar

38.831

31.610

Totaal

23.135.902

20.433.645

Opeisbaarheid van de belastingvorderingen (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2018

Ultimo 2017

Reguliere belastingvorderingen

19.614.217

17.244.201

Rechten BCN

38.831

31.610

Conserverende aanslagen Inkomstenbelasting/Premies volksverzekeringen (IB/PVV)

3.431.934

3.058.120

Conserverende aanslagen Erf- en schenkbelasting

50.920

99.714

Totaal

23.135.902

20.433.645

Dit betreft het nominale bedrag van de in de debiteurenadministraties van de Belastingdienst geregistreerde openstaande invorderingsopdrachten, gecorrigeerd voor de betalingen die ultimo 2018 waren ontvangen maar nog niet waren verwerkt in de debiteurenadministraties. Van de € 23,1 mld. is € 3,5 mld. niet direct invorderbaar.

Vorderingen DRZ

De vorderingen (rechten) van € 127,2 mln. ultimo 2018 hebben betrekking op de periode tot en met 2026. De vorderingen van DRZ bestaan voor 99,53% uit verkopen van militair strategische roerende zaken. In 2018 is door DRZ € 117 mln. aan betalingen ontvangen voor militair strategische goederen van Defensie.

De ouderdom (jaar van herkomst) van de vorderingen DRZ is als volgt:

Ouderdom van de vorderingen DRZ (bedragen x € 1.000)

Ontstaan vóór 2015

126.354

Ontstaan in 2015

0

Ontstaan in 2016

0

Ontstaan in 2017

0

Ontstaan in 2018

808

Totaal

127.162

Overige

Financiën heeft nog een vordering van ruim € 100 mln. openstaan op dividenden staatsdeelnemingen. Het gaat hier met name om nog terug te ontvangen dividendbelasting over 2018.

10. Vorderingen

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Vorderingen (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2018

Ultimo 2017

Niet gerelateerd aan de kredietcrisis

   

Geconsolideerde vorderingen exportkredietverzekering

392.055

454.690

Overige vorderingen exportkredietverzekering

276.207

258.988

Overige

64.307

69.026

Subtotaal

732.569

782.704

Ontstaan als gevolg van de kredietcrisis

   

Lening Griekenland

3.198.380

3.198.380

Subtotaal

3.198.380

3.198.380

Totaal

3.930.949

3.981.084

Geconsolideerde vorderingen exportkredietverzekering

Verreweg het grootste deel van de geconsolideerde vorderingen (excl. consolidatierente) van € 0,39 mld. is opgenomen in consolidatie-overeenkomsten in het kader van de Club van Parijs. Vorderingen begrepen in consolidatie-overeenkomsten zijn door landen erkende schulden waar een betalingsregeling voor geldt en kunnen derhalve worden beschouwd als recuperabel.

Lening Griekenland

In 2010 had Griekenland als eerste land van de eurozone problemen om zichzelf te blijven financieren op de markt. Als gevolg besloten de lidstaten van de eurozone samen met het IMF tot het verlenen van financiële steun door het verstrekken van bilaterale leningen. Deze zogenaamde Greek Loan Facility (GLF) bestond oorspronkelijk uit € 80 mld. aan bilaterale leningen van de landen van de eurozone en € 30 mld. van het IMF. In juli 2011 is besloten om de nog niet uitgekeerde leningen uit de GLF over te hevelen naar het EFSF. Vanuit de bilaterale leningen in het GLF is € 52,9 mld. uitgekeerd aan Griekenland. Sinds 2012 zijn geen nieuwe leningen meer verstrekt aan Griekenland. Het Nederlandse aandeel in de GLF is in totaal € 3,2 mld. van de € 52,9 mld. Vanaf 2020 zal Griekenland starten met het terugbetalen van deze leningen.

Niet uit de balans blijkende vordering

Tot de voorwaardelijke vorderingen kan het saldo van de Maintenance Of Value posities (MOV) worden gerekend (betreft internationale instellingen). Het betreft een statutaire verplichting voor de aandeelhouders om onder bepaalde voorwaarden de waarde van hun originele ingelegde kapitaalinleg in nationale valuta constant te houden. De stand van de MOV-posities bedroeg € 47,2 mln. Het saldo van de MOV-posities kan afhankelijk van wisselkoersfluctuaties een vordering dan wel een verplichting voorstellen. Door de aandeelhouders van de internationale instellingen is echter besloten dat er geen uitkering van de MOV-verplichtingen zal plaatsvinden. Zodoende zullen er geen financiële transacties op basis van de MOV plaatsvinden, tenzij de aandeelhouders besluiten deze bevriezing op te heffen.

Onderdeel van de afspraken gemaakt in de Eurogroep is dat de inkomsten van de ECB en de nationale centrale banken op de Griekse staatsobligaties worden doorgegeven aan Griekenland. Dit betreffen de inkomsten uit de Securities Markets Programme (SMP) portefeuille en de Agreement on Net Financial Assets (ANFA) portefeuille. De terugbetaling van de inkomsten op deze staatsobligaties heeft al eerder in 2013 en 2014 plaatsgevonden. In de Eurogroep van juni 2018 is overeengekomen dat het terugbetalen van de SMP/ANFA inkomsten aan Griekenland weer kan worden hervat. In 2018 heeft de Nederlandse Staat daarop een bedrag van € 103,3 mln. overgemaakt aan de speciale rekening van het ESM en in de jaren daarna tot 2023 zal nog circa € 95 mln. worden uitgekeerd. De teruggave van SMP/ANFA inkomsten door het ESM aan Griekenland is onder de voorwaarden dat Griekenland afgesproken hervormingen implementeert en geen hervormingen terugdraait.

Ouderdomsoverzicht van de vorderingen

De ouderdom van de vorderingen exclusief de geconsolideerde en overige vorderingen exportkredietverzekeringen, is als volgt:

Ouderdom van de vorderingen (bedragen x € 1.000)

Ontstaan vóór 2015

3.221.075

Ontstaan in 2015

0

Ontstaan in 2016

22.598

Ontstaan in 2017

226

Ontstaan in 2018

18.788

Totaal

3.262.687

Opeisbaarheid van de vorderingen

Het volgend overzicht geeft inzicht in de mate van opeisbaarheid van de vorderingen.

Opeisbaarheid van de vorderingen (bedragen x € 1.000)

Opeisbaarheid

Bedrag

Direct opeisbare vorderingen

19.131

Op termijn opeisbare vorderingen

3.889.318

Geconditioneerde vorderingen

22.500

Totaal

3.930.949

11. Schulden

Onder schulden zijn posten opgenomen die zijn voortgekomen uit ontvangsten ten gunste van de begroting. De begroting IXB van het Ministerie van Financiën heeft geen schulden.

12. Voorschotten

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Voorschotten (bedragen x € 1.000)
 

Ultimo 2018

Ultimo 2017

Personeel en Materieel

33.689

25.381

Btw-compensatiefonds

133.737

134.910

Overige

121.413

119.585

Totaal

288.839

279.876

Personeel en Materieel

Deze post betreft diverse voorschotten aan personeel. Daarnaast hebben deze voorschotten betrekking op betalingen aan diverse crediteuren waarvan de goederen/diensten nog geleverd dienen te worden.

Btw-compensatiefonds

Dit zijn voorschotten die betrekking hebben op bijdragen aan gemeenten en regionale openbare lichamen.

Overige voorschotten

Voor € 121,4 mln. betreft het ambtshalve voorschotten uitbetaald op de evenredige bijdrage verdeling. Deze voorschotten zijn uitbetaald aan burgers bij wie meer dan het maximum aan inkomensafhankelijke bijdrage in het kader van de zorgverzekeringswet is ingehouden. Het gehele bedrag is ontstaan in 2018.

Het volgende overzicht geeft inzicht in de ouderdom van de voorschotten, waarvan de uitgaven reeds in het jaar van verstrekking ten laste van de begroting zijn gebracht. Tevens is aangeven welk deel in 2018 tot afrekening is gekomen.

Verloop en ouderdom van de voorschotten (bedragen x € 1.000)
 

Saldo

01-01-2018

Verstrekt 2018

Afgerekend 2018

Saldo

31-12-2018

vóór 2015

0

 

0

0

2015

49

 

49

0

2016

2.281

 

381

1.900

2017

277.546

 

275.871

1.675

2018

0

338.662

53.398

285.264

Totaal

279.876

338.662

329.699

288.839

13. Garantieverplichtingen

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Garantieverplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Saldo

1-1-2018

Aangegaan in 2018

(=inclusief positieve bijstellingen)

Vrijgevallen garanties in 2018 (garanties die aflopen zonder dat tot een uitbetaling is gekomen)

Betalingen in 2018

Negatieve bijstelling in 2018

(van in eerdere begrotingsjaren aangegane garantie-verplichtingen)

Saldo

31-12-2018

Deelnemingen

58.176.254

885.950

0

0

0

59.062.204

DNB-IMF

42.649.080

654.645

0

0

0

43.303.725

Ontwikkelings-banken/NWB

15.527.174

231.305

0

0

0

15.758.479

             

Kernongevallen (WAKO)

9.768.901

0

0

0

0

9.768.901

             

Verzekeringen:

16.813.801

0

0

– 26.530

– 448.386

16.338.885

Exportkrediet-verzekering

16.719.554

0

0

– 26.530

– 354.139

16.338.885

Investerings-verzekering

94.247

0

0

0

– 94.247

0

             

Stabiliteits-mechanisme EFSM

2.820.000

60.000

0

0

0

2.880.000

Stabiliteits-mechanisme EFSF

34.154.159

0

0

0

0

34.154.159

Garantie DNB winstafdracht

5.700.000

0

– 5.700.000

0

0

0

Garantie ESM

35.445.400

0

0

0

0

35.445.400

Garantie SRF

4.163.500

0

0

0

0

4.163.500

Overige

2.978.165

54.909

– 97.139

– 1.173

0

2.934.762

Totaal

170.020.180

1.000.859

– 5.797.139

– 27.703

– 448.386

164.747.811

Het betreft de interne garantie met betrekking tot schatkistbankieren door de AFM en alle externe garantieverplichtingen uit hoofdstuk 3.4 Overzicht risicoregelingen, met uitzondering van de overeenkomst met FMO, aangezien de garantieverplichting FMO in theorie ongelimiteerd is.

Deelnemingen

  • •  DNB-IMF: Zie toelichting «22. DNB – deelneming in kapitaal IMF» (hoofdstuk 3.4 Overzicht risicoregelingen).
  • •  Ontwikkelingsbanken/NWB: Zie toelichtingen «18 en 19 Wereldbankgroep», «20. EBRD», «21. EIB», «23. AIIB» en «24.MIGA-herverzekering» (hoofdstuk 3.4 Overzicht risicoregelingen).

Kernongevallen (WAKO)

Zie toelichting «3. WAKO» (hoofdstuk 3.4 Overzicht risicoregelingen).

Verzekeringen

Zie toelichtingen «25. Regeling investeringsverzekeringen (RIV)» en «26. Exportkredietverzekering» (hoofdstuk 3.4 Overzicht risicoregelingen). De RIV is onder de Regeling uitvoering EKI geschaard en daarmee valt de RIV voortaan onder het subartikel ekv.

Stabiliteitsmechanisme EFSM

Zie toelichting «14. EFSM» (hoofdstuk 3.4 Overzicht risicoregelingen).

Stabiliteitsmechanisme EFSF

Zie toelichting «13. EFSF» (hoofdstuk 3.4 Overzicht risicoregelingen).

Garantie DNB winstafdracht

Zie toelichting «9. DNB winstafdracht» (hoofdstuk 3.4 Overzicht risicoregelingen).

Stabiliteitsmechanisme ESM

Zie toelichting «15. ESM» (hoofdstuk 3.4 Overzicht risicoregelingen).

Garantie SRF

Zie toelichting «7. Single Resolution Fund» (hoofdstuk 3.4 Overzicht risicoregelingen).

Overige

  • •  Zie voor het verloop in 2018 de toelichtingen «8. DGS BES-Eilanden», «11. Garantie en vrijwaring inzake verkoop en financiering van staatsdeelnemingen», «16. EIB Kredietverlening» en «17. Kredieten EU-betalingsbalanssteun» (hoofdstuk 3.4 Overzicht risicoregelingen).
  • •  De kredietfaciliteit van de AFM is licht naar beneden bijgesteld, aangezien de AFM een langlopende lening heeft afgelost. Omdat dit een interne garantie betreft, komt deze niet voor in hoofdstuk 3.4 Overzicht risicoregelingen.

Niet in de balans opgenomen garantieverplichting

Zie toelichting «12. FMO» (hoofdstuk 3.4 Overzicht risicoregelingen)

14. Andere verplichtingen

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

Andere verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Saldo

1-1-2018

Aangegaan in 2018

(=inclusief positieve bijstellingen)

Vrijgevallen in 2018 (verplichtingen die aflopen zonder dat tot een uitbetaling is gekomen)

Betalingen in 2018

Negatieve bijstelling in 2018

(van in eerdere begrotingsjaren aangegane verplichtingen)

Saldo

31-12-2018

Vordering SRH

1.762.112

1.656

0

0

0

1.763.768

Deelnemingen ontwikkelingsbanken

1.223.953

1.296

0

– 397.312

0

827.937

Kapitaaluitbreiding TenneT

630.000

0

0

– 350.000

0

280.000

Overige

604.464

7.286.764

0

– 6.961.472

– 166.059

763.697

Totaal

4.220.529

7.289.716

0

– 7.708.784

– 166.059

3.635.402

Vordering SRH

De vordering SRH bestaat uit een vordering van € 1,598 mld. n.a.v. de afsplitsing van SNS Bank van de holding SNS Reaal in 2015, een bedrag van € 161 mln. dat SRH in 2017 aan de Staat heeft overgeheveld, en geaccumuleerde rente over dit bedrag. In 2018 is de vordering per saldo verhoogd met € 1,66 mln. rente.

Deelnemingen ontwikkelingsbanken

Per 31 december 2018 zijn er nog openstaande betalingsverplichtingen aan de Wereldbank (met name meerjarige betalingen voor IDA), alsmede de betalingsverplichting voor het paid-in capital van de AIIB.

Kapitaaluitbreiding TenneT

Op 12 juli 2016 is de Kamer geïnformeerd over de kapitaaluitbreiding bij TenneT. In 2017, 2018 en 2019 wordt in totaal een bedrag van € 780 mln. aan TenneT uitgekeerd. In 2017 is de eerste tranche t.w.v. € 150 mln. aan TenneT overgemaakt. Aangezien in 2018 de tweede tranche van € 350 mln. is uitgekeerd, daalt de resterende verplichting van € 630 mln. naar € 280 mln.

Overige

De aangegane en tot betaling gekomen verplichtingen betreffen met name verplichtingen voor het Btw-compensatiefonds en verplichtingen van de Belastingdienst. Het saldo van openstaande verplichtingen is in 2018 met name toegenomen door verplichtingen van de Belastingdienst op het gebied van ICT en bijdrage agentschappen. De negatieve bijstelling betreft onder andere de bijstelling van de meerjarige verplichting van de vertrekregeling bij de Belastingdienst.

Niet in de balans opgenomen andere verplichtingen

De per 1 januari 2016 ingevoerde belastingplicht van overheidsondernemingen heeft voor het Ministerie van Financiën tot gevolg dat over een deel van het resultaat over 2016 Vpb, zijnde € 245, is betaald. Vanwege uitstel is dit bedrag in 2017 betaald. Als gevolg van de voorlopige aanslag in 2016 is voor het fiscale jaar 2017 in 2017 een voorlopige aanslag opgelegd en betaald van € 261.943. Voor het fiscale jaar 2018 is als gevolg van de voorlopige aanslag in 2016 ook een voorlopige aanslag opgelegd en in 2018 betaald van € 127.276. Er kan nog geen definitieve inschatting worden gemaakt van de omvang van de fiscale Vpb-positie, aangezien het aangifteproces nog loopt. Naar verwachting betreft het geen substantiële verplichting.

15. Deelnemingen

De post deelnemingen bestaat uit de aandelen in Nederlandse ondernemingen en de aandelen in internationale instellingen. De deelnemingen zijn als volgt gewaardeerd:

  • •  Nederlandse ondernemingen: op basis van de historische aanschafwaarde. Voor TenneT, DNB en N.V. Luchthaven Schiphol zijn de historische aanschafwaarden onbekend. Deze zijn opgenomen tegen de nominale waarde.
  • •  Internationale instellingen: op basis van het gestorte kapitaal, waarde per 31 december 2018. Voor het restant dat niet als deelneming is opgenomen, is een garantieverplichting verstrekt (callable capital), die onder saldibalanspost 13 is opgenomen.

De deelnemingen kunnen als volgt gespecificeerd worden. In de tweede kolom van het overzicht is het deelnemingspercentage ultimo 2018 vermeld.

Deelnemingen (bedragen x € 1.000)
 

Aandeel in %

Ultimo 2018

Ultimo 2017

Nederlandse ondernemingen

     

Nederlandse Gasunie N.V.

100

10.067.312

10.067.312

NS N.V.

100

1.012.265

1.012.265

TenneT B.V.

100

1.200.000

850.000

DNB

100

500.000

500.000

BNG

50

69.613

69.613

N.V. Luchthaven Schiphol

69,7

58.937

58.937

Havenbedrijf Rotterdam

29,17

462.667

462.667

Nederlandse Loterij B.V.

99

78.273

78.273

Overige

div.

73.209

73.209

Subtotaal

 

13.522.276

13.172.276

Gerelateerd aan kredietcrisis

     

ABN AMRO GROUP N.V.

56,26

12.186.590

12.186.590

RFS Holdings B.V.

1,25

2.642.000

2.642.000

SRH N.V.

100

2.200.000

2.200.000

Volksbank Holding B.V. (Volksbank)

100

2.700.000

2.700.000

Subtotaal

 

33.250.866

32.900.866

Internationale instellingen

     

IBRD

2,01

296.067

283.082

EFSF

5,70

1.623

1.623

ESM

5,70

4.573.600

4.573.600

EIB

4,47

969.040

969.040

EBRD

2,51

155.250

155.250

IFC

2,19

48.950

46.803

MIGA

2,16

6.846

6.545

AIIB

1,03

143.926

103.210

Subtotaal

 

6.195.302

6.139.153

Totaal

 

39.446.168

39.040.019

TenneT B.V.

Op 12 juli 2016 is de Kamer geïnformeerd over de kapitaaluitbreiding bij TenneT. In 2017, 2018 en 2019 wordt in totaal een bedrag van € 780 mln. aan TenneT uitgekeerd. In 2018 heeft een kapitaaluitbreiding van € 350 mln. plaatsgevonden, waardoor de waardering van de onderneming stijgt van € 850 mln. naar € 1,2 mld.

RFS Holdings B.V.

In 2012 is het belang dat de Staat houdt in RFS Holdings B.V. overgedragen aan de Stichting Administratiekantoor Beheer Financiële Instellingen (NLFI) tegen uitgifte van certificaten in het kapitaal van de onderneming. Het belang in RFS is verbonden aan de onverdeelde boedel van het in 2007, door het consortium RBS (R), Fortis (F) en Santander (S), overgenomen voormalige ABN AMRO. RBS is door de consortiumpartners gemachtigd om de activa in RFS op ordentelijke wijze te beheren en te verkopen. Er is € 2.642 mln. toe te wijzen aan RFS. Het grootste activum op de balans van RFS is een belang in de Saudi Hollandi Bank. Het verkoopproces hiervan is gaande. Het is niet mogelijk om uitspraken te doen over de verwachte opbrengst en termijn waarbinnen de verkoop gerealiseerd zal worden. Als deze transactie is afgerond, kunnen de gedeelde activa voor het grootste deel worden afgewikkeld. Tot op heden heeft de Staat circa € 16 mln. aan overtollig kapitaal uit de Z-share mogen ontvangen.

Wereldbank (IBRD, IFC, MIGA)

Door de depreciatie van de euro t.o.v. de dollar is de waardering van de totale deelneming Wereldbank verhoogd.

AIIB

In 2015 heeft Nederland besloten deel te nemen aan de oprichting van de AIIB. In 2018 is er voor ruim € 40 mln. aan aandelen gekocht. De aangekochte aandelen representeren per 31 december 2018 een deelneming van € 143,9 mln.