Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

5. NIET-BELEIDSARTIKELEN

Artikel 8 Apparaat kerndepartement

A. Apparaatsuitgaven kerndepartement/Tabel Budgettaire gevolgen

Op dit artikel staan alle personele en materiele uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Financiën, inclusief de Auditdienst Rijk (ADR) en Domeinen Roerende Zaken (DRZ),108 met uitzondering van de Belastingdienst (zie artikel 1). Het omvat de verplichtingen en uitgaven voor ambtelijk personeel inclusief de personele exploitatie, inhuur externen en materieel (waaronder huisvesting en ICT) voor het kerndepartement.
Budgettaire gevolgen – artikel 8 Apparaat kerndepartement (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

205.091

231.903

222.645

218.809

233.545

233.707

– 162

               

Uitgaven

202.238

229.684

221.938

218.518

234.326

233.707

619

               

Personeel Kerndepartement

140.023

152.171

155.780

155.195

162.798

159.158

3.640

waarvan Eigen personeel

130.878

141.261

144.572

146.100

150.495

150.344

151

waarvan Externe inhuur

8.844

10.399

10.610

8.769

11.433

8.075

3.358

waarvan Overige personele uitgaven

301

511

598

327

870

739

131

               

Materieel Kerndepartement

62.215

77.513

66.158

63.322

71.528

74.549

– 3.021

waarvan ICT

7.714

6.245

5.432

6.239

10.188

8.616

1.572

waarvan Bijdrage aan SSO's

38.790

44.910

37.342

34.147

37.559

37.348

211

waarvan Overige materiële uitgaven

15.711

26.358

23.384

22.935

23.782

28.585

– 4.803

               

Ontvangsten

38.909

69.490

51.786

50.916

45.567

53.355

– 7.788

Verplichtingen en Uitgaven

Er zijn geen verschillen die boven de staffelgrens van € 5 mln. uitkomen. Zie verder de 1e en 2e suppletoire begroting en de slotwet.

Ontvangsten

Ontvangsten (– € 7,8 mln.)

De ontvangsten zijn lager doordat voor de verrekening van trainees geen facturen zijn verstuurd, maar budget vanuit de andere departementen is overgeheveld (– € 1,7 mln.). Tevens geldt dit voor werkzaamheden die de Auditdienst Rijk heeft verricht voor andere departementen (– € 1,9 mln.).

Tot slot zijn er in 2018 facilitaire diensten geleverd aan het Rijksvastgoedbedrijf waarvan de daadwerkelijke ontvangst voor die diensten in 2019 zal plaatsvinden (– € 4,2 mln.).

B. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven Ministerie van Financiën

Onderstaande tabel geeft de totale apparaatsuitgaven voor Financiën weer. Dit betreft de gerealiseerde apparaatsuitgaven voor het kerndepartement, de Belastingdienst en de zbo’s/RWT’s.

Vanaf 2015 is DRZ geen baten-lastendienst (agentschap) meer, maar een directie onder het Ministerie van Financiën. De uitsplitsing in onderstaande tabel komt daarmee vanaf 2015 te vervallen. Het Ministerie van Financiën heeft geen agentschappen meer. Voor de AFM, DNB en de Waarderingskamer wordt de volledige overheidsbijdrage gebruikt voor hun apparaat. Met ingang van 2015 is de overheidsbijdrage voor het financieel toezicht in Nederland afgeschaft, conform Kabinetsbesluit, en ontvangen de AFM en DNB hiervoor dus geen overheidsbijdrage meer. Wel ontvangen ze nog een bijdrage voor enkele specifieke werkzaamheden, zoals toezicht op de BES-eilanden.

Totale apparaatsuitgaven Ministerie van Financiën (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Totaal apparaatsuitgaven Ministerie van Financiën

3.266.228

3.241.566

3.437.400

3.155.797

3.211.376

2.979.712

231.664

Totaal departement

3.182.954

3.220.090

3.409.293

3.142.543

3.199.656

2.967.944

231.712

Kerndepartement

202.238

229.684

221.938

218.518

234.326

233.707

619

Belastingdienst

2.980.716

2.990.406

3.187.355

2.924.025

2.965.330

2.734.237

231.093

Totaal apparaatskosten agentschappen

19.998

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

DRZ

19.998

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Totaal apparaatskosten zbo’s en RWT’s

63.276

21.476

28.107

13.254

11.720

11.768

– 48

Waarderingskamer

1.181

1.250

1.305

1.574

1.887

1.574

313

AFM

24.552

181

397

339

361

405

– 44

DNB

20.443

2.125

1.676

3.341

4.472

2.289

2.183

NLFI

17.100

17.920

24.729

8.000

5.000

7.500

– 2.500

Bron: financiële administratie kerndepartement.

In onderstaande tabel worden de gerealiseerde apparaatsuitgaven kerndepartement per directoraat-generaal (DG) van het kerndepartement uitgesplitst.

Apparaatsuitgaven kerndepartement per DG (bedragen x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

Totaal kerndepartement

202.238

229.684

221.938

218.518

234.326

Generale Thesaurie

24.552

23.772

22.670

22.834

23.401

DG Rijksbegroting

20.443

20.954

21.364

21.797

22.081

SG-cluster

143.618

171.900

164.112

159.341

173.205

DG Fiscale Zaken

13.625

13.058

13.792

14.546

15.639

Bron: financiële administratie kerndepartement.

C. Taakstellingen

De taakstelling die het kerndepartement opgelegd heeft gekregen voor de apparaatsuitgaven liep in 2018 volgens schema.

Voor de Belastingdienst geldt de volgende tabel.

Taakstelling Belastingdienst vanaf Rutte I (bedragen x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

Coalitieakkoord 2010 (Rutte I)

– 124.275

– 165.459

– 172.484

– 179.636

– 187.707

Coalitieakkoord 2012 (Rutte II)

   

– 46.248

– 103.569

– 125.655

           

Versterking toezicht en invordering

         

Intensiveringsmiddelen

169.000

157.000

157.000

157.000

157.000

Opbrengstentaakstelling

533.000

533.000

566.000

623.000

663.000

Voor de invulling van de taakstelling Rutte II geldt de volgende tabel voor het Ministerie van Financiën.

Invulling taakstelling Rutte II (bedragen x € 1 mln.)
 

2016

2017

2018

Structureel

Departementale taakstelling

49,7

111,3

135,1

135,1

Kerndepartement

3,5

7,7

9,4

9,4

Belastingdienst

46,2

103,6

125,7

125,7

zbo’s en RWT’s

0

0

0

0

In bovenstaande tabellen zijn alleen de taakstellingreeksen uit de regeerakkoorden Rutte I en II opgenomen.109 De taakstellingen zijn structureel ingevuld met maatregelen op het terrein van efficiency/versobering en vereenvoudiging van wet- en regelgeving. In het regeerakkoord Rutte III is geen aanvullende taakstelling aan de orde.

Artikel 10 Nominaal en onvoorzien

A. Tabel Budgettaire gevolgen

Budgettaire gevolgen – artikel 10 Nominaal en onvoorzien (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

0

0

0

0

0

37.705

– 37.705

               

Uitgaven

0

0

0

0

0

97.019

– 97.019

Programma onvoorzien

0

0

0

0

0

5.257

– 5.257

Apparaat onvoorzien

0

0

0

0

0

70.432

– 70.432

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

21.330

– 21.330

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

               

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

B. Toelichting op de instrumenten

Vanuit dit artikel wordt onder andere de loon- en prijsbijstelling naar de artikelen overgeboekt, waaronder de € 21,3 mln. die in de Ontwerpbegroting 2018 al reeds uitgekeerd was, maar nog niet toegedeeld was naar de artikelen. Artikel 10 is tevens bedoeld om onzekere ontwikkelingen binnen de begroting van Financiën op te vangen. In 2018 is onder andere € 59,3 mln. aan gereserveerde middelen overgeheveld naar artikel 1 Belastingen voor het bekostigen van de vertrekregeling van de Belastingdienst en is € 10,7 mln. aan gereserveerde middelen overgeheveld naar artikel 1 Belastingen voor het bekostigen van uitvoeringskosten van fiscale maatregelen. Verder is € 5,8 mln. ingezet als dekking voor het saldo van mee- en tegenvallers op de Financiënbegroting en zijn er middelen, onder andere gereserveerd voor de uitvoeringskosten van fiscale maatregelen en het resterende opstartbudget van Invest-NL, doorgeschoven van 2018 naar 2019 en 2020, aangezien de uitgaven in deze jaren verwacht worden. De verplichtingenmutaties zijn gelijk in omvang aan de kasuitgaven, behalve bij de € 59,3 mln. overboeking van de middelen naar artikel 1 Belastingen voor het bekostigen van de vertrekregeling van de Belangdienst. Deze verplichting is namelijk al eerder aangegaan.

Noot 108: De programmagelden DRZ inzake de verkoop van inbeslaggenomen goederen worden verantwoord op begroting IV van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Noot 109: Voor eerder opgelegde taakstellingen door aan Rutte I voorafgaande kabinetten, en de invulling daarvan, zie Kamerstukken II 2011–2012, 31 066, nr. 117.