Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

6. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

In deze bedrijfsvoeringsparagraaf wordt nader ingegaan op de bedrijfsvoeringsvraagstukken die zich in 2018 bij het Ministerie van Financiën hebben voorgedaan. De informatie in deze paragraaf geeft de Staten-Generaal de mogelijkheid om tot een afgewogen oordeel te komen over de stand van de bedrijfsvoering.

De bedrijfsvoeringsparagraaf is een uitzonderingsrapportage. Dit houdt in dat majeure bedrijfsvoeringsvraagstukken zijn opgenomen. Voor de overige onderdelen van de bedrijfsvoering is sprake geweest van ordelijk en beheerst verlopen bedrijfsprocessen, welke tevens voorzien in waarborgen voor een rechtmatige begrotingsuitvoering, inclusief een toereikend beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Inleiding

In het verslagjaar 2018 zijn diverse maatregelen genomen gericht op verbetering en versterking van de aansturing van en het toezicht op de Belastingdienst. Dit mede ter opvolging van de aanbevelingen van de COB.110 Zo is de Belastingdienst in 2018 begonnen om te werken in de nieuwe topstructuur. Het sturingsmodel, waarin de rollen van eigenaar (SG), opdrachtgever (DGFZ) en de opdrachtnemer (DGBD) samenkomen in het driehoeksoverleg, is ingericht en de bijbehorende overleggen vinden plaats. De werking en aanscherping van het model worden aldus in de praktijk vormgegeven.

De Belastingdienst staat voor de opdracht de fiscale wet- en regelgeving uit te voeren en te handhaven, de continuïteit van de bedrijfsvoering te waarborgen, daarmee ook de belastingontvangsten te borgen en tegelijkertijd op de gekozen beheerste manier te werken aan noodzakelijke vernieuwing. In de vorige verantwoording is geconstateerd dat de problemen bij de Belastingdienst groot, complex en hardnekkig zijn. De problemen zijn niet eenvoudig en op korte termijn op te lossen; daarvoor moet over een langer tijdsbestek worden gekeken.

Door nieuwe wet- en regelgeving is de druk op de uitvoering, en daarmee ook op de ICT, verder toegenomen. Voor de massale heffings- en inningsprocessen bestaat het risico dat er meer verstoringen optreden. Deze verstoringen kunnen voor burger en voor bedrijf veel ongemak opleveren en de Belastingdienst hersteloperaties en een toenemend beroep op de telefonische dienstverlening. Bijkomend probleem is dat door de vertrekregeling veel gekwalificeerde medewerkers de Belastingdienst verlaten en er veel energie moet worden gestoken in adequate vervanging hiervan.

In 2018 heeft de Belastingdienst een andere invulling gegeven aan de vernieuwingsopgave. Waar eerder werd gewerkt met een organisatiebreed programma, zijn met de keuze voor «Beheerst vernieuwen» de beperkingen in het vermogen tot veranderen van de Belastingdienst erkend. De Belastingdienst verbetert zijn werkprocessen en investeert in een stevige basis van de drie pijlers: personeel, ICT en sturing en beheersing. In onderdeel B. Beleidsverslag, hoofdstuk 3.1 wordt hier onder beleidsprioriteit 4 nader op ingegaan. Daaruit blijkt dat op alle drie gebieden vorderingen zijn gemaakt. De ICT-vraag voor de korte en de langere termijn is in beeld gebracht en vervolgens geconfronteerd met het ICT-aanbod vanuit de IV-organisatie van de Belastingdienst. Deze confrontatie laat zien dat de ICT-portefeuille van de Belastingdienst meer dan vol zit en dat ook de komende tijd keuzen waar het de inzet van ICT betreft onvermijdelijk blijven.

6.1 Uitzonderingsrapportage

a. Rechtmatigheid

Op basis van de beschikbare informatie bevatten:

  • •  de departementale verantwoordingsstaten over 2018 met de toelichtingen daarbij en
  • •  de departementale saldibalansen per 31 december 2018 met de toelichtingen daarbij geen zodanige onrechtmatigheden en/of onzekerheden, dat deze op grond van de rapporteringstoleranties of vanwege in het bijzonder te signaleren risico’s vermeld dienen te worden, behoudens het onderstaande.
Overzicht overschrijdingen rapporteringstoleranties fouten en onzekerheden Ministerie van Financiën (IXB) (bedragen x € 1.000)

Rapporteringstolerantie

Verantwoord bedrag

Rapporteringstolerantie voor fouten en onzekerheden

Bedrag aan fouten

Bedrag aan onzekerheden

Bedrag aan fouten en onzekerheden

Percentage aan fouten en onzekerheden t.o.v. verantwoord bedrag

Totaal artikelen verplichtingen

1.878.990

162.166

374.005

12.161

386.166

20,55%

Artikel 1 verplichtingen

3.347.387

162.166

356.457

12.020

368.477

11,01%

Artikel 4 ontvangsten en uitgaven

507.460

25.373

145.361

0

145.361

28,64%

Toelichting op de verplichtingen in de tabel

a.1 Naleving van de wet- en regelgeving bij het aangaan van verplichtingen

Verplichtingmutaties na de tweede suppletoire begrotingswet mogen niet beleidsmatig van aard zijn. Is dit wel het geval, dan dient dit bij veegbrief voor het kerstreces te worden gemeld aan beide Kamers. Bij het opstellen van de departementale verantwoording is gebleken dat het verplichtingenkader op beleidsartikel 1 Belastingen met ca. € 156 mln. aan beleidsmutaties is overschreden. Dit is alsnog begin 2019 aan de Eerste en Tweede Kamer gemeld.111

a.2 Naleving van de Europese aanbestedingsregels

Binnen het Ministerie van Financiën wordt gewerkt met een zogenaamde «waiverprocedure». Het doel van deze procedure is dat wordt aangegeven op welke wijze het departement omgaat met afwijkingen van de Europese aanbestedingsregels en dat de besluiten eenduidig, transparant en gemotiveerd worden genomen en verantwoord.

Op beleidsartikel 1 Belastingen is ten aanzien van de naleving van de aanbestedingsregels voor ca. € 106 mln. aan fouten en onzekerheden geconstateerd. Voor het grootste deel (ca. € 82 mln.) is de waiverprocedure toegepast.

a.3 Naleving van verscherpt toezicht (VT)

De Minister van Financiën heeft in 2016 de Belastingdienst onder VT geplaatst. Over 2018 is gebleken dat de Belastingdienst een tweetal raamcontracten ter waarde van ca. € 106 mln. is aangegaan, zonder dat deze in het VT zijn betrokken. De twee contracten zijn via de procedure «Verplichtingen buiten het VT om aangegaan» begin 2019 alsnog aangemeld en goedgekeurd.

Toelichting op de ontvangsten en uitgaven in de tabel

a.4 IDA

Eind 2018 is een betaling aan de IDA gedaan van € 145,4 mln., welke gepland stond voor begin 2019. De verplichting voor deze betaling is in 2017 geautoriseerd door de Kamer. Het gevolg hiervan is dat het begrotingsbedrag op beleidsartikel 4 Internationale financiële betrekkingen met € 146,6 mln. is overschreden, evenals de rapporteringstolerantie. Het totaalbedrag aan betalingen dat voortvloeit uit de in 2017 aangegane verplichting verandert hiermee niet.

Overig

a.5 Naleving van de wet- en regelgeving voor de huurtoeslag

De uitgaven en ontvangsten voor de huurtoeslag worden door BZK verantwoord op beleidsartikel 03 Woningmarkt van het begrotingshoofdstuk VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De RBV schrijven voor dat, indien bij statistische steekproeven de maximale fout (inclusief de geconstateerde onzekerheid) de tolerantiegrens overschrijdt, de som van de meest waarschijnlijke fouten en/of onzekerheden wordt gerapporteerd in de bedrijfsvoeringsparagraaf van het ministerie verantwoordelijk voor de uitvoering.

Voor de toeslagregelingen geldt een tolerantiegrens van 5%, behalve voor de huurtoeslag vanwege de geringe omvang van het desbetreffende begrotingshoofdstuk. Voor de huurtoeslag geldt voor 2018 een tolerantiegrens van € 146,4 mln. (2,7%). De maximale fout (inclusief de geconstateerde onzekerheid) in de uitgaven en ontvangsten voor de huurtoeslag overschrijdt de rapporteringstolerantie. De meest waarschijnlijke fout voor de huurtoeslag bedraagt € 36,0 mln. en de meest waarschijnlijke onzekerheid bedraagt € 56,7 mln. en blijft daarmee in totaliteit onder de tolerantiegrens.

b. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden met betrekking tot de ordelijke totstandkoming van de in dit jaarverslag opgenomen niet-financiële verantwoordingsinformatie.

c. Financieel en materieel beheer

c.1 Afgehandelde bezwaren binnen de Awb-termijn

Het percentage afgehandelde bezwaren dat binnen de Awb-termijn is behandeld is in 2018 gedaald van 88% naar 78%. Daarmee is de doelstelling van 90–95% niet gehaald. De achterstanden zijn ontstaan door een tekort aan personeel, gebreken in de ICT-voorzieningen en tekortschietende managementinformatie. De Belastingdienst heeft voor de korte en lange termijn maatregelen getroffen om deze problemen aan te pakken, bijvoorbeeld door tijdelijk externen in te huren en de personele formatie te versterken. In de toelichting in hoofdstuk 4, beleidsartikel 1 Belastingen, paragraaf F2, wordt hier nader op ingegaan.

c.2 Belastingtelefoon

Door de uitstroom van ervaren uitzendkrachten en een te scherpe planning van de capaciteit, was de Belastingtelefoon het afgelopen jaar minder goed bereikbaar. Ook de kwaliteit van de beantwoording van ingewikkelde en minder vaak gestelde vragen stond onder druk, omdat het moeilijk is daarin expertise op te bouwen. Om de bereikbaarheid en de kwaliteit van de beantwoording te verbeteren, zet de Belastingdienst extra medewerkers in en worden medewerkers opgeleid in specialisaties. Ook wordt onderzocht hoe de Belastingdienst zich meer proactief kan opstellen in contacten met burgers, bedrijven en hun intermediairs. Dit is, in lijn met de bij brief van 8 juli 2018112 naar de Kamer gestuurde interactiestrategie.

c.3 Rulings

Begin 2018 is onderzocht of ruim 4.000 rulings met een internationaal karakter zijn afgegeven volgens de daarvoor bestemde procedures. Uit het onderzoek bleek dat het volgen van de interne procedures voor het afgeven van rulings niet in alle gevallen foutloos is verlopen. Om te voldoen aan de Europese richtlijnen en de kwaliteit van het afgifteproces nog verder te borgen, zal de Belastingdienst de rulingpraktijk herzien. Deze herziening zal naar verwachting op 1 juli 2019 ingaan.

c.4 Brexit

Begin 2018 heeft het kabinet extra geld aan de Douane ter beschikking gesteld om zich voor te kunnen bereiden op een Brexit. Omdat na 29 maart 2019 nog niet alle voor een «no-deal» benodigde 928 fte's inzetbaar zijn, is de inzet van de Douane er allereerst op gericht om de directe gevolgen daarvan op te vangen. Bijvoorbeeld door te zorgen dat de bestaande douaneprocessen gewoon door kunnen gaan en economisch oponthoud te voorkomen. In onderdeel B. Beleidsverslag, hoofdstuk 3.1 onder beleidsprioriteit 10, is dit nader toegelicht.

c.5 Kindgebonden budget

Volgens de Wet op het kindgebonden budget wordt een ouder geacht een aanvraag voor het kindgebonden budget te hebben gedaan als hij aanspraak heeft op kindgebonden budget en reeds zorgtoeslag, huurtoeslag of kinderopvangtoeslag ontvangt. Op grond hiervan kent de Belastingdienst/Toeslagen het kindgebonden budget toe, nadat van de SVB het signaal wordt ontvangen dat een ouder recht heeft op kinderbijslag en deze ouder al een andere toeslag ontvangt. Gebleken is dat de toekenning over 2018 en eerdere jaren niet goed is verlopen wanneer het kindgebonden budget eerder is stopgezet en de ouder op een later moment opnieuw aan de voorwaarden voor toekenning voldoet. Voor die situatie is ten onrechte aangenomen dat voor het herstarten van het kindgebonden budget het initiatief bij de ouder ligt. Als deze ouders niet zelf opnieuw kindgebonden budget hebben aangevraagd, hebben zij als gevolg daarvan ten onrechte geen kindgebonden budget ontvangen. De Belastingdienst/Toeslagen, noch het Ministerie van Financiën en SZW hebben indicaties gehad die erop wezen dat de wijze van toekenning van het kindgebonden budget systematisch niet correct was. De Tweede Kamer is door de staatsecretaris van SZW samen met de Staatssecretaris van Financiën op de hoogte gebracht per brief van 21 januari 2019113 en nader door hen geïnformeerd met beantwoording van Kamervragen naar aanleiding van deze brief.114

c.6 Interne fiscale beheersing

Op 27 januari 2017 heeft de Staatssecretaris de Tweede Kamer geïnformeerd over de noodzaak om de beheersing van de fiscale processen binnen de Belastingdienst te verbeteren. De Belastingdienst richt in dit verband een Tax Control Framework in. In 2018 is een «gateway review» uitgevoerd om vast te stellen of de gekozen aanpak toereikend is. Daaruit bleek dat aan het eind van het eerste kwartaal van 2019 de belangrijkste risicovolle processen zodanig zijn beschreven, dat sprake is van een voldoende niveau van opzet en bestaan van beheersmaatregelen. Daarmee is het beoogde niveau van beheersing voor de hele Belastingdienst nog niet gerealiseerd. Het implementatieplan wordt herijkt en toegespitst op de beheersing van de fiscale risico’s. Als onderdeel van de activiteiten wordt de fiscale administratie doorgelicht. Wanneer daarbij onregelmatigheden blijken, wordt de belastinginspecteur hiervan op de hoogte gesteld en wordt alsnog door de Belastingdienst aan zijn belastingplicht voldaan.

c.7 Financieel beheer Agentschap

De afgelopen jaren heeft het Agentschap van de Generale Thesaurie de controlfunctie en de toegangsbeveiliging van ICT-systemen verder ontwikkeld en verbeterd. Ook in 2018 heeft het Agentschap op dit gebied vorderingen geboekt. Zo zijn procesbeschrijvingen vernieuwd, procedures aangescherpt en zijn maatregelen getroffen om de toegang tot ICT-systemen beter te beveiligen. Een aantal maatregelen, met name de uitwerking van de geprogrammeerde controles en een nieuw systeem van logging en monitoring, zal in 2019 verder vorm krijgen.

c.8 Claims SNS Reaal

Sinds enkele jaren loopt een rechtszaak van de Staat over de onteigening van effecten en vermogensbestanddelen van SNS Reaal N.V. en SNS Bank N.V. De Ondernemingskamer buigt zich momenteel over het vaststellen van de schadeloosstelling. De uitkomst daarvan is nog niet bekend, net zoals de omvang van de claims die daar mogelijk uit kunnen volgen.

c.9 Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst (BIR)

Het Ministerie van Financiën heeft een managementsysteem voor informatiebeveiliging op basis van risicobeheer, met voldoende maatregelen ter borging van de vertrouwelijkheid, integriteit en de beschikbaarheid van informatie. De interne beheersing heeft over 2018 zodanig gefunctioneerd dat er voldoende zekerheid is verkregen dat de bedrijfsvoering voldoet aan het VIR 2007/BIR:2012 en/of BIR2017 en, waar nodig, aanvullende maatregelen zijn getroffen, behoudens de verderop behandelde onvolkomenheden van de AR inzake informatiebeveiliging bij het kerndepartement en bedrijfscontinuïteitsbeheer van de Belastingdienst. De ambitie voor 2019 is om een hoger volwassenheidsniveau dan het huidige te realiseren op gebied van informatiebeveiliging. Hierbij wordt aangesloten bij het toetsingskader op gebied van het integraal beveiligingsbeleid.

c.10 DRZ

In opdracht van het Ministerie van Financiën heeft onderzoeksbureau Pinkerton onderzoek gedaan naar beveiliging- en integriteitsrisico’s van DRZ. DRZ heeft naar aanleiding van de aanbevelingen uit dit onderzoek een plan voor verbetering van de risicobeheersing opgesteld. In 2018 is door DRZ, deels naar aanleiding van de aanbevelingen uit het Pinkerton-rapport en deels naar aanleiding van gesprekken met de Beveiligingsautoriteit (BVA) van het ministerie, gestart met het nemen van maatregelen. Deze maatregelen hadden vooral betrekking op aanpassingen aan het buitenhekwerk, aanpassing van de toegangscontrole, het verhogen van het cameratoezicht, het bewaren van beelden en andere Organisatorisch-Bouwkundig-Elektronisch (OBE) aspecten. Daarnaast zijn onder meer afspraken gemaakt met de Marechaussee en de Nationale Politie over de politietaken, waarbij men bij incidenten direct op zal treden, is er een incidentenregistratie en -procedure opgestart en zijn met het Centraal Justitioneel Incassobureau (CJIB) en ketenpartners afspraken gemaakt om het aanleveren van voertuigen met persoonlijke eigendommen te beperken tot een minimum. Bij de herinrichting van het terrein, door de uitbreiding van werkzaamheden per 1 april 2019, wordt de veiligheid verder geoptimaliseerd. In 2019 wordt een nieuwe beveiligingsorganisatie ingeregeld.

d. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

In 2018 is aandacht besteed aan de onvolkomenheden in de bedrijfsvoering die door de AR zijn geconstateerd in het Rapport bij het Jaarverslag IX Financiën 2017.

Onvolkomenheden kerndepartement

d.1 Informatiebeveiliging

Het niveau van de informatiebeveiliging bij het kerndepartement heeft zich in 2018 verder ontwikkeld en de personele tekorten zijn opgelost. Daarnaast is in oktober 2018 het informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld, waardoor er voor het ministerie in zijn geheel een inhoudelijk kader is. Het centrale inzicht in en de sturing op risico’s is hiermee verder vergroot en verbeterd. Ook is in 2018 een Roadmap privacy & (cyber)security 2018–2021 opgesteld. Aan de hand van de koers die daarin is beschreven zijn diverse activiteiten en projecten opgestart en uitgevoerd, zoals het vergroten van de bewustwording van informatiebeveiligingsrisico’s bij medewerkers. De activiteiten en projecten lopen door in 2019. Een volgende stap is het versterken van de centrale monitoring (kerndepartement en Belastingdienst) op informatiebeveiliging.

d.2 Aansturing van en toezicht op de Belastingdienst

De meeste maatregelen die nodig waren om de aansturing van en het toezicht op de Belastingdienst te verbeteren en te versterken, zijn in 2018 ontwikkeld, ingevoerd of al in werking. Voor een nadere toelichting op de hoofdlijnen waarlangs dat is gebeurd wordt verwezen naar onderdeel B. Beleidsverslag, hoofdstuk 3.1, beleidsprioriteit 6.

Onvolkomenheden Belastingdienst

De bedrijfsvoering van de Belastingdienst kent zes onvolkomenheden. Voor vier ervan, te weten Legacy-problematiek, Managementinformatie, Strategisch personeelsbeleid en Sturing en beheersing Investeringsagenda/vernieuwingsopgave, geldt dat de maatregelen die in 2018 zijn genomen in het kader van Beheerst vernieuwen, vooral ook zijn bedoeld om de onvolkomenheden op deze gebieden aan te pakken. In onderdeel B. Beleidsverslag, hoofdstuk 3.1, is hier onder beleidsprioriteit 4 uitgebreid op ingegaan. De overige onvolkomenheden, M&O-beleid kleine belastingmiddelen en Bedrijfscontinuïteitsbeheer, hebben een specifieke aanpak en worden hieronder kort toegelicht.

d.3 M&O-beleid kleine belastingmiddelen Belastingdienst

In 2018 is het handhavingsbeleid en de organisatie met betrekking tot de kleine belastingmiddelen verder verbeterd. De Belastingdienst heeft in 2018, met uitzondering van de autobelastingen en de schenk- en erfbelasting, voor alle middelen handhavingsplannen 2018 opgesteld en heeft een aantoonbaar proces ingericht om de uitvoering van die plannen te monitoren door middel van kwartaalrapportages. Voor de autobelastingen geldt dat de in 2017 door de AR geconstateerde onduidelijkheid wie binnen de Belastingdienst overkoepelend verantwoordelijk is voor het toezicht op en handhaving van de automiddelen, met de nieuwe topstructuur is weggenomen. Voor 2018 zijn voor de autobelastingen geen nieuwe handhavingsplannen opgesteld; de handhavingsplannen uit 2016 zijn in 2018 nog van toepassing geweest. Inmiddels is een nieuw handhavingsplan voor 2019 opgesteld. Ook voor schenk- en erfbelasting was geen integraal handhavingsplan 2018 opgesteld. Vanaf medio 2018 is voor de schenk- en erfbelasting in weekrapportages ingegaan op de voorraden te behandelen aangiften en acties om deze voorraden terug te dringen, onder meer door het inzetten van extra capaciteit.

d.4 Bedrijfscontinuïteitsbeheer Belastingdienst

De Belastingdienst werkt aan het implementeren van Business Continuity Management (BCM). De implementatie van BCM gebeurt met behulp van een volwassenheidsmodel en moet op termijn zeker stellen dat bij ernstige calamiteiten de continuïteit van de uitvoerings- en toezichtsprocessen bij de Belastingdienst niet in gevaar komt. Het afgelopen jaar heeft de Belastingdienst veel personele capaciteit ingezet op het voldoen aan de eisen van Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), waardoor er minder capaciteit dan gewenst beschikbaar was voor het orde brengen van het bedrijfscontinuïteitsbeheer. Wel is de Belastingdienst inmiddels vergevorderd met het opzetten van een crisismanagementorganisatie en bestaat een volledig beeld van het volwassenheidsniveau van onderdelen van de Belastingdienst op het vlak van bedrijfscontinuïteitsbeheer. Ook is een roadmap gemaakt om de invoering van BCM verder inhoud te geven. In 2019 wordt ingezet op de invoering van herstelstrategieën en daarop aansluitende herstelplannen en het uitvoeren van business impact analyses.

6.2 Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

M&O

Het bestrijden van M&O vraagt om goede rechtshandhaving, waar het tegengaan van fraude bij de uitvoering van fiscale wet- en regelgeving en de toeslagenregelingen integraal deel van uitmaakt. Voor het heffen en innen van belastingen en het betalen van toeslagen is de Belastingdienst afhankelijk van gegevens die belastingplichtigen en toeslaggerechtigden zelf verstrekken en van beschikbare contra-informatie. De uitvoerings- en toezichtstrategie van de Belastingdienst is beschreven in de Handhavingsbrief Belastingdienst 2018.115 In de situatie waarin het personeelsbestand nog niet op het gewenste peil is, moeten er keuzes worden gemaakt in het toezicht. Voor de uitkomsten van het gevoerde M&O-beleid in 2018 wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting in hoofdstuk 4, beleidsartikel 1 Belastingen, paragraaf F2 van dit jaarverslag. Daarnaast is tussentijds aan de Tweede Kamer gerapporteerd in onder meer de 21e116 en 22e117 halfjaarsrapportage Belastingdienst.

Grote lopende ICT-projecten

Bij de Belastingdienst loopt een aantal grote ICT-projecten waarover in het Rijksdashboard door BZK wordt gerapporteerd. Voor 2018 geldt dat een aantal ICT-projecten, zoals schenk- en erfbelasting, btw op grensoverschrijdende diensten, de invoering van MRB-toeslag op oude vervuilde dieselauto’s en stroomlijning van de invorderingsregelgeving voor belastingen en toeslagen, niet overeenkomstig planning zijn verlopen. Hieronder worden deze projecten verder toegelicht. Het niet tijdig realiseren van de (mijlpalen van) deze grote projecten wordt onder meer veroorzaakt doordat er een kwantitatieve en kwalitatieve mismatch bestaat tussen gevraagde en beschikbare resources en omdat deze projecten in belangrijke mate afhankelijk zijn van de tijdige oplevering van (generieke) ICT-voorzieningen door andere grote projecten.

Schenk- en erfbelasting

In 2017 is melding gemaakt van ernstige vertraging in de ontwikkeling van de nieuwe automatisering bij de schenk- en erfbelasting. Dit zorgde ook voor vertraging in de (definitieve) aanslagoplegging. Op 31 januari 2018 heeft de Staatssecretaris de Tweede Kamer hierover uitvoerig geïnformeerd.118 De Belastingdienst heeft het afgelopen jaar veel stappen gezet om het proces van de schenk- en erfbelasting weer op orde te brengen. Het gaat onder meer om de inzet van extra capaciteit voor zowel de bouw van systemen als het inlopen van de vertraging in de aanslagoplegging, het met voorrang behandelen van burgers die ernstige hinder ondervinden van de vertraging bij de erfbelasting (knelgevallenregeling) en het aanscherpen van het uitnodigingenproces en het verduidelijken van de communicatie met de burger. De Staatssecretaris heeft de Tweede Kamer opnieuw via de halfjaarsrapportage119 en bij brief van 29 november 2018120 en 13 februari 2019121 geïnformeerd over het inlopen van de vertraging in het opleggen van aanslagen schenk- en erfbelasting.

Btw op grensoverschrijdende digitale diensten

De btw-regels voor ondernemers die diensten verlenen aan particulieren in andere lidstaten op het gebied van elektronische dienstverlening, telecommunicatie en/of radio- en televisie-uitzendingen zijn vanaf 1 januari 2015 gewijzigd. De ondernemers moeten sindsdien de in rekening gebrachte btw aangeven en afdragen in de lidstaat waar de afnemer gevestigd is. De ondernemer kan hierbij gebruik maken van de regeling MOSS, zodat hij niet in iedere lidstaat afzonderlijke aangiften en betalingen hoeft te doen. Bij de bouw van het MOSS-systeem heeft de Belastingdienst, vanwege de urgentie en de snelle ingangsdatum van de wetgeving, een minimale variant van de benodigde applicaties ingevoerd.

De Belastingdienst past het systeem nu aan, om per 1 januari 2021 te kunnen voorzien in de beoogde uitbreiding van het MOSS-regime voor goederentransacties en overige diensten. Daarnaast kijkt de dienst in een apart project welke voorzieningen in het toezicht nodig zijn voor een robuuste handhaving van nieuwe regelgeving. Dit naar aanleiding van de aanbeveling van de AR in het rapport «Btw op grensoverschrijdende digitale diensten» van 28 november 2018122 om het toezicht en de handhaving op de naleving van btw-verplichtingen te versterken.

Invoering MRB-toeslag op oude vervuilende dieselauto’s

De MRB-toeslag op oude vervuilende dieselauto’s zou per 1 januari 2019 ingaan. Dit is vertraagd doordat het daarvoor te ontwikkelen MRB-systeem in samenhang met andere systemen (met name het invorderingssysteem) complexer bleek dan vooraf was ingeschat. Bij de fiscale vergroeningsmaatregelen 2019 is besloten dat er een nieuwe datum komt waarop de maatregel ingaat, te bepalen bij Koninklijk Besluit (KB). De aanpak van de MRB-toeslag is erop gericht deze op 1 januari 2020 te implementeren.

Stroomlijning van de invorderingsregelgeving voor belastingen en toeslagen

In de Fiscale vereenvoudigingswet 2017 is opgenomen dat Belastingdienst de regimes voor invordering van belastingen en toeslagen heeft gestroomlijnd per 1 januari 2019. Deze planning bleek niet haalbaar doordat de vervanging van het huidige invorderingssysteem (Enterprise Tax Management, ETM) vertraagd is. Dit zorgt ook voor vertraging bij de invoering van de Wet vereenvoudiging belastingvrije voet, die per 1 januari 2019 was voorzien. De Belastingdienst kan de stroomlijning van de invorderingsregelgeving voor belastingen en toeslagen op zijn vroegst na 2021 realiseren.

Kwaliteit en kwantiteit van de financiële functie

In 2018 is een recordaantal financial trainees geworven voor de financiële functie van het Rijk. Daarnaast is gestart om de belangrijkste financiële opleidingen van de Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering te moderniseren en nieuwe opleidingen te ontwikkelen op het terrein van onder andere data-analyse.

De ADR is in 2018 gevraagd onderzoek te doen naar de financiële functie. Het onderzoek bevat naast kwantitatieve gegevens (fte’s naar organisaties en taakgebieden) ook kwalitatieve gegevens over de financiële functie. Het onderzoeksrapport zal een beschrijving bevatten van de inrichting en de taakinvulling van de financiële functie bij alle departementen, met als doel inzicht te verkrijgen in de wijze van invulling van de FEZ-verantwoordelijkheden, de motivatie achter de gemaakte keuzes om die verantwoordelijkheid waar te kunnen maken en als gevolg daarvan de slagkracht van de financiële functie. Deze inzichten worden gebruikt om gesprekken over de inrichting en taakinvulling binnen en tussen departementen te faciliteren, zowel in de huidige situatie als in toekomstige situaties. De verwachting is dat de ADR in de zomer van 2019 dit beschrijvend onderzoek afrondt.

Audit Committee (AC)

Het AC is in 2018 drie keer bijeengekomen. Belangrijke thema’s in 2018 waren onder andere het risicomanagement (zowel het kader als de operationalisering ervan in de departementale P&C-cyclus), de voortgang en aanpak van de onvolkomenheden en bevindingen die zijn voortgekomen uit de controle van de AR en ADR over 2017 en een aantal meer strategische beleidsonderwerpen (waaronder de gevolgen van de Brexit). Daarnaast hebben de producten van de P&C-cyclus een vaste plek op de agenda gekregen. Het AC heeft óók in 2018 een substantieel deel van zijn tijd besteed aan de Belastingdienst.

Met de nieuwe opzet van het AC in 2017 is in 2018 vooral ruimte gegeven voor de inbreng van de externe leden. Tevens is de deelname van de ambtelijke top aan het AC verruimd tot alle leden van de Bestuursraad, vooral in relatie tot de permanente agendering van het onderwerp risicomanagement.

6.3 Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

AVG

Het project AVG heeft als doel om te voldoen aan de AVG en om randvoorwaarden te realiseren zodat de lijnorganisatie in staat is zelfstandig privacy te borgen. Dit duurzaam te borgen is een continu proces dat voortdurend aandacht zal vragen. In 2018 heeft het kerndepartement in dit verband verschillende activiteiten ontplooid. Een aantal hiervan (waaronder het schonen van netwerkschijven, verwerkersovereenkomsten en het vullen van het verwerkingsregister) loopt beperkt uit. De verwachting is dat de activiteiten eind april 2019 afgerond zullen zijn, met uitzondering van het schonen van de netwerkschijven, omdat dit een continu proces zal blijven. Deze activiteit zal structureel wordt belegd.

Vanaf 25 mei 2018 is de AVG ook rechtstreeks van toepassing op alle gegevensverwerkingen door de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft in het traject van de AVG een aantal tekortkomingen in de naleving gesignaleerd, zoals het schonen, vernietigen en archiveren van gegevens en heeft aan de Tweede Kamer toegezegd om deze uiterlijk op 25 mei 2019 opgelost te hebben.123 Hoewel een deel van de maatregelen inmiddels is afgerond, zal de invoering van de AVG niet in volle omvang per 25 mei 2019 gerealiseerd zijn.

Door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is vastgesteld dat het gebruik van het Burgerservicenummer (BSN) in btw-identificatienummers van zelfstandigen met een eenmanszaak in strijd is met de AVG. De AP heeft op 4 december 2018 de Minister van Financiën met ingang van 1 januari 2020 een verwerkingsverbod voor het BSN in het btw-identificatienummer opgelegd. Op basis van een door de Commissie van deskundigen «BSN en btw-identificatienummer» verstrekt advies geeft de Belastingdienst in 2019 prioriteit aan de realisatie van een nieuw identificatienummer dat wel voldoet aan de door de AVG gestelde eisen.

Noot 110: Kamerstukken II 2016–2017, 31 066, nr. 330.

Noot 111: Kamerstukken II 2018–2019, 35 000-IX, nr. 17.

Noot 112: Kamerstukken II 2017–2018, 31 066, nr. 421.

Noot 113: Kamerstukken II 2018–2019, 35 010, nr. 6.

Noot 114: Kamerstukken II 2018–2019, 35 010, nr. 7.

Noot 115: Kamerstukken II 2017–2018, 31 066, nr. 390.

Noot 116: Kamerstukken II 2017–2018, 31 066, nr. 401.

Noot 117: Kamerstukken II 2018–2019, 31 066, nr. 438.

Noot 118: Kamerstukken II 2017–2018, 31 066, nr. 395.

Noot 119: Kamerstukken II 2018–2019, 31 066, nr. 438.

Noot 120: Kamerstukken II 2018–2019, 31 066, nr. 443.

Noot 121: Kamerstukken II 2018–2019, 31 066, nr. 455.

Noot 122: Bijlage bij Kamerstukken II 2018–2019, 31 066, nr. 422.

Noot 123: Bijlage bij Kamerstukken II 2018–2019, 31 066, nr. 439.