Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 3 Beheer, Onderhoud en Vervanging

Omschrijving van de samenhang met het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van beheer en onderhoud en vervanging verantwoord. Dit betreft het watermanagement, het regulier beheer en onderhoud en vervanging en renovatie. Daarmee wordt een duurzaam watersysteem op orde gehouden, zodat aan de wettelijke normen kan worden voldaan.

Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid van het Jaarverslag van Hoofdstuk XII. De doelstelling van dit artikel is het op orde krijgen en houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, zodat Nederland droge voeten heeft.

Overzicht van de budgettaire gevolgen van de uitvoering van artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging (x € 1.000)
         

Realisatie

Begroting

Verschil

 
 

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

 

Verplichtingen

190.093

266.646

187.652

141.712

173.942

163.977

9.965

1

Uitgaven

174.535

156.952

210.854

179.456

207.793

188.765

19.028

 

3.01 Watermanagement

11.530

7.764

7.047

7.162

7.294

7.111

183

 

3.01.01 Watermanagement

11.530

7.764

7.047

7.162

7.294

7.111

183

 

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

11.530

7.764

7.047

7.162

7.294

7.111

183

 

3.02 Beheer onderhoud en vervanging

163.005

149.188

203.807

172.294

200.499

181.654

18.845

 

3.02.01 Waterveiligheid

133.896

118.938

145.706

111.354

141.412

122.834

18.578

2

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

133.896

118.938

145.706

111.354

141.412

122.834

18.578

 

3.02.02 Zoetwatervoorziening

24.694

17.446

20.900

15.731

20.219

21.093

– 874

 

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

24.694

17.446

20.900

15.731

20.219

21.093

– 874

 

3.02.03 Vervanging

4.415

12.804

37.201

45.209

38.868

37.727

1.141

 

3.09 Ontvangsten

3.09.01 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

 

Financiële toelichting

Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie, zie voor de gehanteerde norm de toelichting «normering jaarverslag» zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • Ad 1)  De hogere verplichting is het gevolg van de reparatiekosten door de aanvaring bij de stuw Grave.
  • Ad 2)  Er zijn hogere uitgaven vanwege de reparatiekosten samenhangend met de aanvaring van een schip met stuw bij Grave (€ 16,2 miljoen). De kosten samenhangend met het incident en de reparatie zijn ten laste van beheer en onderhoud gebracht, maar de kosten van dergelijke calamiteiten zijn in deze budgetten niet voorzien. Van de schade kan slechts een beperkt deel verhaald worden op de verzekering van de tanker. De overige uitgaven zijn met name verbonden aan een prijsbijstelling (€ 1,9 miljoen) en onderzoekskosten Duurzaam IenW (€ 0,4 miljoen).

3.01 Watermanagement

Motivering

Met Watermanagement streefde IenW naar:

  • •  Het goed voorbereid zijn op crisissituaties door te zorgen voor een robuuste informatievoorziening;
  • •  Het reguleren van de hoeveelheid water in het hoofdwatersysteem onder normale omstandigheden en bij zowel (extreem) hoogwater als laagwater;
  • •  Een duurzaam watersysteem, met zowel een goede chemische als ecologische kwaliteit, dat voorziet in de beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit voor de gebruiker.

Producten

Binnen het watermanagement zijn de volgende activiteiten uitgevoerd:

  • •  Monitoring waterstanden, waterkwaliteit en informatievoorziening;
  • •  Crisisbeheersing en -preventie;
  • •  Regulering gebruik door vergunningverlening en handhaving;
  • •  Het nakomen van bestuurlijke afspraken waterverdeling en gebruik (onder andere in waterakkoorden);
  • •  Regulering waterverdeling (operationele modellen actualiseren en toepassen, bediening (stormvloed)keringen, stuwen, gemalen en spuien).

De doelstellingen voor het waterkwantiteitsbeheer van de Rijkswateren zijn:

  • •  Het op orde brengen en houden van de samenhang tussen het regionaal- en het hoofdwatersysteem, zodat zowel wateroverlast als watertekort wordt bestreden;
  • •  Het kunnen beschikken over voldoende water in de Rijkswateren, zodat kan worden voldaan aan de behoeften die voortvloeien uit de gebruiksfuncties.

Daarnaast is zorg gedragen voor een adequate informatievoorziening over de reguliere waterkwantiteit en waterkwaliteit. Dit houdt de vergaring en beschikbaarstelling in van interne en externe informatie over het watersysteem. Het gaat daarbij om de dagelijkse informatie voor de verschillende gebruikers (waaronder scheepvaart, drinkwaterbedrijven, zwemwaterkwaliteit/provincies en recreatie) en om berichtgeving bij uitzonderlijke situaties over hoog- en laagwater, naderende stormvloeden, verontreinigingen en ijsvorming.

Meetbare gegevens

Omvang areaal
 

Areaaleenheid

2016

2017

Begroting

2018

Realisatie

2018

Watermanagement

km2 water

90.312

90.191

90.313

90.192

Bron: Rijkswaterstaat, 2018

Toelichting:

De realisatie 2018 is lager dan de begroting 2018. Zoals toegelicht in het jaarverslag 2017 komt dit grotendeels door diverse wijzigingen in de zeegrenzen van het territoriaal water bij de BES-eilanden. In 2018 is de oppervlakte door kleine veranderingen afgerond 1 km2 hoger.

Indicatoren

Indicatoren

 

2017

Streefwaarde 2018

Realisatie 2018

Watermanagement

RWS verstrekt informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit bij maatschappelijk vitale processen.

100%

95%

99%

 

Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden

n.v.t.

100%

98%

Bron: Rijkswaterstaat, 2018

Toelichting:

De indicatoren voor de uitvoering van de RWS-taken op het gebied van watermanagement zijn geënt op het leveren van snelle en betrouwbare informatie en op het handhaven van de afgesproken peilen.

De eerste indicator geeft aan of de informatie, die nodig is voor een adequaat watermanagement bij hoogwater, laagwater (droogte) en normale omstandigheden, voldoende snel en goed wordt geleverd. De informatievoorziening voldeed in 2018 aan de norm.

Voor de 2e indicator is in het kader van de nieuwe prestatieafspraken tussen het ministerie en Rijkswaterstaat gekozen voor een nieuwe, bredere indicator die beter aansluit bij de beleidsdoelstellingen voor de waterhuishouding van het Hoofdwatersysteem.

De nieuwe indicator toont in hoeverre de «Waterhuishouding op orde» is, door de functievervulling van vier onderliggende hoofdwatersysteemfuncties te meten, namelijk:

  • –  Peilhandhaving Kanalen en meren; geeft aan of voldaan is aan de peilen zoals afgesproken in Waterakkoorden en Peilbesluiten
  • –  Hoogwaterbeheersing Kanalen; geeft aan of de objecten voor het verwerken van hoogwater binnen de afgesproken termijn beschikbaar waren in tijdsvensters met groot waterbezwaar.
  • –  Wateraanvoer bij droogte; geeft aan of de infrastructuur voor de wateraanvoer (o.a. stuwen, spuien, sifons en gemalen) beschikbaar was in de tijdvensters met droogte.
  • –  Verziltingsbestrijding; geeft aan of voldaan is aan de chloridegehaltes zoals afgesproken in Waterakkoorden.

De totaalscore voor deze indicator is 98%. Twee van de vier onderdelen scoren 100%, dit zijn Wateraanvoer bij Droogte en Hoogwaterbeheersing. Peilhandhaving Kanalen en meren Wateraanvoer bij Droogte scoort 99%. De score voor verziltingsbestrijding is 93% en voldoet daarmee niet aan de norm. Het niet voldoen aan de norm doet zich voor in de volgende watersystemen: Amsterdam-Rijnkanaal, Noordzeekanaal, Markermeer en IJsselmeer.

Extreme warmte en droogte en zeer lage rivierafvoeren in het 2e halfjaar 2018 zijn de oorzaken waardoor niet aan de afgesproken chloridegehaltes is voldaan.

Binnen Rijkswaterstaat zijn verschillende beheermaatregelen genomen om de verzilting zo goed mogelijk tegen te gaan. Voorbeelden hiervan zijn:

  • –  zuinig schutten, afdichten
  • –  extra bellenscherm geïnstalleerd in het Amsterdam-Rijnkanaal

Daarnaast is een uitgebreide evaluatie van de droogte in 2018 gestart. De resultaten worden in de eerste helft van 2019 verwacht.

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Het beheer en onderhoud omvat waterveiligheid (bescherming tegen overstromen door hoogwater) en de zoetwatervoorziening. Het is gericht op het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als voor de zoetwatervoorziening wordt vervuld.

Uit de gerealiseerde waarden van de verschillende indicatoren blijkt dat in 2018 de conditie van het hoofdwatersysteem van voldoende kwaliteit was om de primaire functie te vervullen.

3.02.01 Waterveiligheid

Binnen waterveiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • 1.  Kustlijnhandhaving (conform de herziene basiskustlijn 2012 en handhaving kustfundament);
  • 2.  Beheer en Onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen (conform de Waterwet);
  • 3.  Beheer en Onderhoud uiterwaarden.

RWS heeft de wettelijke zorg voor de primaire waterkeringen en de stormvloedkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk, en voor de handhaving van de basiskustlijn (nota Kustlijnzorg 1990 en Nationaal Waterplan). De handhaving van de basiskustlijn gaat afslag van strand en duinen tegen (veiligheid) en houdt Nederland (het strand) op zijn plaats (economie). Het zijn voornamelijk de waterschappen die de primaire waterkeringen (dijken en duinen) beheren, ook die langs de Nederlandse kustlijn. Het weergegeven areaal betreft alleen het areaal dat in beheer is bij RWS.

Ad 1. Kustlijnhandhaving

Het handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu verlies aan zand dat jaarlijks moet worden gecompenseerd. Vanaf 2001 wordt ook zand gesuppleerd om de zandverliezen op dieper water (kustfundament) te compenseren. Daarmee wordt de zandhoeveelheid in het kustfundament op peil gehouden en wordt het effect van de zeespiegelstijging (deels) tenietgedaan. Daarnaast zijn lokale maatregelen zoals onderhoud van dammen en strandhoofden van belang, om structurele kusterosie te bestrijden.

Ad 2. Beheer en Onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen

Rijkswaterkeringen

RWS beheert en onderhoudt 198 kilometer primaire waterkeringen. Het vast onderhoud aan de keringen bestaat onder andere uit het maaien van dijken. Daarnaast wordt variabel onderhoud gepleegd. Daarbij worden de waterkeringen periodiek geïnspecteerd en tekortkomingen zo nodig verholpen.

Primaire waterkeringen zijn waterkeringen die onder de Waterwet vallen omdat ze bescherming bieden tegen het buitenwater. Het gaat met name om enkele zeedijken en duinwaterkeringen op de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland en Zuid-Holland. In 2011 is de derde landelijke toetsing van primaire waterkeringen afgerond. Keringen die bij deze inspectie zijn afgekeurd, worden meegenomen in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt Rijkswaterstaat ook 646 kilometer niet-primaire waterkeringen (kanaaldijken, boezemkaden etc.) meestal aangeduid als regionale keringen. Deze regionale keringen hoeven geen bescherming te bieden tegen het buitenwater.

Stormvloedkeringen

Om ons land tegen de zee te beveiligen is een aantal stormvloedkeringen aangelegd, die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Deze stormvloedkeringen zijn ook primaire waterkeringen (welke vallen onder de Waterwet). Het Rijk heeft vanaf 2018 zes stormvloedkeringen in beheer: de Oosterscheldekering, de Maeslantkering, de Hartelkering, de Hollandsche IJsselkering, de stormvloedkering Ramspol en de Haringvlietsluizen. Met de effectuering van het Kier-besluit in 2018 functioneren ook de Haringvlietsluizen als stormvloedkeringen. Het onderhoud aan de keringen betreft voornamelijk het conserveren van de schuiven en de overige constructiedelen, het onderhoud aan werktuigbouwkundige en elektronische onderdelen en het onderhoud aan het besturingssysteem. Naast deze onderhoudsactiviteiten vindt de bediening van deze objecten plaats en worden periodiek inspecties en proefsluitingen uitgevoerd.

Ad 3. Beheer en Onderhoud uiterwaarden

Het Rijk beheert 5.007 hectare aan uiterwaarden. Het beheer en onderhoud is gericht op het op orde houden van de vegetatie in de uiterwaarden teneinde hoogwater effectief te kunnen afvoeren. Dit betreft een reguliere Beheer en Onderhoud taak die losstaat van de inhaalslag Programma Stroomlijn die verantwoord wordt onder onderdeel 3.02.03 Vervanging.

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Uitgesteld en achterstallig onderhoud

Conform toezegging aan de Tweede Kamer wordt in het jaarverslag aangeven wat de omvang van het uitgesteld en (eventueel) achterstallig onderhoud aan het einde van het jaar was. Er is sprake van achterstallig onderhoud als de assets niet meer voldoen aan de geldende veiligheidsnormen en/of prestatieafspraken. Achterstallig onderhoud wordt direct aangepakt indien dit noodzakelijk is voor het veilig functioneren van de netwerken.

Voor het Hoofdwatersysteem beliep het uitgesteld onderhoud per 31 december 2018 € 106 miljoen, daarvan was € 8 miljoen achterstallig. Ten opzichte van 2017 is het uitgestelde onderhoud met € 26 miljoen toegenomen en het achterstallig onderhoud met € 1 miljoen toegenomen. De kosten voor de kustlijnzorg zijn buiten beschouwing gelaten omdat de opdrachtnemer de vrijheid heeft de suppleties uit te voeren binnen de door het contract bepaalde periode, met een beperkte mogelijkheid tot uitloop.

 

2016

2017

2018

 

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Hoofdwatersysteem

37

0

80

7

106

8

Uitstel van onderhoud maakt onderdeel uit van de onderhoudsstrategie van Rijkswaterstaat. Het is een optimale keuze omdat er in veel gevallen mogelijkheden zijn om werkzaamheden te combineren met andere onderhouds- en aanlegmaatregelen. Dit leidt tot besparingen op de kosten en beperking van de hinder, omdat we maar één keer de weg op moeten en maar één keer verkeersmaatregelen genomen hoeven te worden. Deze keuze tot uitstel van onderhoud wordt gebaseerd op informatie uit risicogestuurde inspecties waarmee de werkelijke staat van objecten wordt bijgehouden. Bij het wetgevingsoverleg over de begrotingen 2019 van Hoofdstuk XII en het Infrastructuurfonds2 heb ik toegezegd u bij het jaarverslag 2018 nader te informeren over het uitgesteld onderhoud. Dat zal ik separaat doen.

Daarnaast is ook sprake van tegenvallers bij geprogrammeerde onderhoudsmaatregelen. Deze tegenvallers worden in de programmering ingepast waardoor oorspronkelijk geprogrammeerde maatregelen naar een later moment worden uitgesteld om binnen de beschikbare budgetten en capaciteit te kunnen blijven, waarbij achterstallig onderhoud zo veel mogelijk wordt voorkomen. Achterstallig onderhoud – waarbij niet meer aan deze normen en afspraken dreigt te worden voldaan – is uiteraard onwenselijk en wordt direct aangepakt indien dit noodzakelijk is voor het veilig functioneren van het hoofdwegennet.

3.02.02 Zoetwatervoorziening

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem zodanig te onderhouden dat de beoogde functies voor waterverdeling volgens de vigerende regelgeving en waterakkoorden kunnen worden vervuld. Dit betreft onder meer het beheer en onderhoud voor:

  • •  Waterverdeling en peilbeheer;
  • •  Stuwende en spuiende kunstwerken;
  • •  Natuurvriendelijke oevers, implementatie Kader Richtlijn Water (KRW), implementatie Waterwet en Natura 2000.

Onder zoetwatervoorziening valt ook de uitwerking van respectievelijk Waterbeheer 21e Eeuw (WB21) en de implementatie van de KRW, alsmede de maatregelen in het kader van Natura 2000. Zowel de KRW als Natura 2000 streven naar het beschermen van gezonde watersystemen die een duurzaam gebruik mogelijk maken. Voor de KRW zijn stroomgebiedbeheerplannen in uitvoering, die bepalen welke maatregelen op het terrein van beheer en onderhoud genomen worden om aan de KRW te blijven voldoen.

Meetbare gegevens

Areaal

Eenheid

2016

2017

Begrote omvang 2018

Omvang gerealiseerd

2018

Budget 2018

x € 1 mln.

Gerealiseerd begrotingsbedrag

2018 x € 1 mln.

Kustlijn

km

293

293

293

293

41,0

49,1

Stormvloedkeringen

stuks

5

5

6

6

45,0

53,2

Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:

         

37,0

23,0

–  Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen

km

180

189

180

198

   

–  Niet primaire waterkeringen/duinen

km

652

643

652

646

   

–  uiterwaarden in beheer Rijk

ha

5.684

5.178

5.677

5.007

   

Totaal

         

123,0

125,3

Kosten herstel stuw Grave

           

16,1

Totaal

         

123,0

141,4

Bron: Rijkswaterstaat, 2018

Toelichting:

Met de effectuering van het Kier-besluit in 2018 functioneren de Haringvlietsluizen als stormvloedkering. Daarmee komt het aantal stormvloedkeringen op zes uit.

De lengte van de primaire keringen is 18 kilometer hoger dan begroot. In 2017 was er al een verschuiving van 9 kilometer van niet primaire waterkeringen naar primaire waterkeringen zoals toegelicht in de jaarverantwoording 2017. In 2018 is deze lengte verder toegenomen met ruim 9 kilometer als gevolg van de nieuwe legger op Vlieland en Terschelling. Beiden waren onvoorzien in de begroting 2018.

De lengte van de niet primaire waterkeringen is lager dan begroot. Dit volgt ten eerste uit de bovengenoemde verschuiving van 9 kilometer in 2017. Ten tweede is er in 2018 een verbeterde methode beschikbaar gekomen die een nauwkeuriger beeld weergeeft van de fysieke lengte. De toename van 3 kilometer is zodoende alleen administratief.

Vanwege verbeteringen in de meting van uiterwaarden in beheer van het Rijk zijn er correcties toegepast, zoals vermeld in de jaarverantwoording 2017, die in 2018 zijn afgerond. Dit heeft betrekking op de oppervlakten langs de maas, die binnen de dijkringen liggen maar toch als uiterwaarden waren gemarkeerd. Deze verbeteringen (in 2017 en 2018) hebben tot een afname geleid die onvoorzien was in de begroting 2018.

Indicatoren Beheer en Onderhoud Waterveiligheid
 

Indicator

Eenheid

Realisatie 2017

Streefwaarde 2018

Realisatie 2018

BenO Waterveiligheid

De basiskustlijn is voldoende op zijn plaats gebleven (minstens 90% van de meetlocaties ligt zeewaarts van de Basiskustlijn).

%

92%

90%

92%

Bron: Rijkswaterstaat, 2018

Basiskustlijn

Bovenstaande indicator geeft de ligging van de kustlijn ten opzichte van de basiskustlijn aan. De basiskustlijn is in 1990 voor het eerst afgesproken en voor het laatst op 15 februari 2018 herijkt. Verschuivingen in de kustlijn worden met kustsuppleties gecorrigeerd. De streefwaarde is dat 90 procent van de kustlijn voldoet aan de basiskustlijn. Deze voldoet sinds 2005 aan de gestelde norm. In 2018 is deze streefwaarde gehaald.

Jaarlijks meten we de kust met boten en vliegtuigen. Door deze metingen wordt inzichtelijk waar de kust afneemt of juist groeit. In de volgende afbeelding een overzicht met de jaarlijkse hoeveelheden zandsuppleties en percentages raaien waarin de Basiskustlijn (BKL) is overschreden.

Bron: Rijkswaterstaat, 2018

Toelichting:

Jaarlijks voert RWS kustlijnmetingen uit langs 1.465 denkbeeldige lijnen loodrecht op de kust op min of meer even grote afstand van elkaar. Deze lijnen worden raaien genoemd. Het aantal raaien waarin de BKL overschreden wordt, mag maximaal vijftien procent zijn. Het streven is om het aantal BKL-overschrijdingen rond de tien procent te houden. In 2018 was de overschrijding van de basiskustlijn (8%) ruimschoots onder de afgesproken norm (10%).

Suppleren voor kustlijnzorg

Voor de periode 2016–2019 (met uitloop naar 2020) is tijdelijk minder zand nodig om aan de doelstellingen te voldoen. Dit komt onder andere doordat het recent gesuppleerde zand langer blijft liggen dan verwacht en dat de laatste jaren circa 35 miljoen m3 extra zand in het kustsysteem is aangebracht, vanwege o.a. de Zandmotor (2011) en zandige versterkingen voor het oplossen van Zwakke Schakels langs de kust (tot 2015) binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Het suppletieprogramma 2016–2019 wordt jaarlijks geactualiseerd. Om de BKL en het kustfundament te kunnen handhaven wordt vanwege de voornoemde tijdelijke lagere zandbehoefte in de periode 2016–2019 ongeveer 28 miljoen m3 zand gesuppleerd. Aanvullend wordt 5 miljoen m3 voor de pilot Amelander Zeegat gesuppleerd.

 

Realisatie in mln m3

Protnose in mln m3

Jaar

2018

2019

Handhaven basiskustlijn en kustfundament

10,8

11,2

Bron: Rijkswaterstaat, 2018

Stormvloedkeringen

De onderstaande indicator is erop gericht dat de stormvloedkeringen in het stormseizoen voldoen aan de afgesproken faalkanseisen. De Haringvlietsluizen en de Oosterscheldekering rapporteren over het functioneren van de kering met een prestatiepeilenmodel. De berekeningsmethode van een faalkans is complex en vooral een technische exercitie.

 

Indicator

Eenheid

Realisatie 2017

Streefwaarde 2018

Realisatie 2018

BenO Waterveiligheid

De vijf stormvloedkeringen zijn steeds beschikbaar om hoogwater te keren en voldoen aan de veiligheidsnormen uit de Waterwet. Indicator is het percentage van de stormvloedkeringen dat voldoet aan de afgesproken faalkanseis.

%

60%

100%

40%

Toelichting:

Voor drie van de vijf3 stormvloedkeringen (Maeslantkering, Hollandse IJsselkering en Ramspolkering) kan niet kwantitatief worden aangetoond dat ze aan de faalkanseis voldoen. Beheersmaatregelen zijn genomen zodat deze keringen wel het vereiste veiligheidsniveau voor het achterland bieden, de genomen beheersmaatregelen worden niet meegenomen in de faalkansberekening.
Faalkans van de zes stormvloedkeringen in beheer bij Rijkswaterstaat

Stormvloedkeringen:

Faalkans / Overschrijdingskans

Streefwaarde 2018

Realisatie 2018

 

Maeslantkering

Faalkans bij sluiten

1:100

Niet kwantitatief aantoonbaar

1

Hartelkering

Faalkans bij sluiten

1:10

1:19

 

Hollandse IJsselkering

Faalkans bij sluiten

1:188

1:172

2

Oosterscheldekering

Beschermingsniveau in Jaren

1:4.000

1 : 10.000

 

Ramspolkering

Faalkans bij sluiten

1:100

Niet kwantitatief aantoonbaar

3

Haringvlietsluizen*

Beschermingsniveau in jaren

20 mm overschrijding bij MHW

10 mm overschrijding bij MHW

4

Bron: Rijkswaterstaat, 2018

Toelichting op prestaties Stormvloedkeringen

Ad1) Maeslantkering:

Wat betreft de Maeslantkering is de Kamer geïnformeerd over de opgetreden vertraging met Kamerstuk 35 000 J nr. 7. Vervanging van een gedeelte van de besturingssoftware is nodig omdat momenteel niet voldoende kan worden aangetoond dat de besturingssoftware onder alle omstandigheden voldoende betrouwbaar is. De betreffende software stuurt met name de onderdelen voor het draaien en afzinken van de beide deuren aan.

Beheersmaatregelen waren al eerder getroffen om te zorgen dat de kering ook altijd handmatig kan worden gesloten in het geval van onverwachts falen van het besturingssysteem. De genoemde onderdelen worden dan door de hiervoor getrainde medewerkers van het operationele team aangestuurd.

Na de eerder gemelde vertraging heeft Rijkswaterstaat recent een interne toets laten uitvoeren op de projectaanpak voor de aanpassing van de besturingssoftware. Uit die toets blijkt dat de nu gehanteerde projectaanpak niet voldoende zekerheid biedt op een succesvolle en tijdige oplevering. De consequenties en de aanpak voor het vervolg worden in kaart gebracht. De Kamer wordt naar verwachting in het voorjaar van 2019 hierover nader geïnformeerd.

De onderhoudsmaatregelen, die een belangrijke bijdrage leveren aan de betrouwbaarheid van het sluitproces van de Maeslantkering, worden volgens planning uitgevoerd. De veiligheid is niet in het geding en ook niet anders dan in het afgelopen stormseizoen. Dat is ook voor het lopende stormseizoen door een onafhankelijke adviescommissie bevestigd.

Ad 2) Hollandse IJsselkering:

De stormvloedkering Hollandse IJsselkering voldoet niet aan de gestelde faalkanseis. De Hollandse IJsselkering rapporteert een faalkans van 1:172. Daarmee voldoet de kering niet aan de 1:200 eis uit het Waterwet. De prestatie van de kering ten tijde van invoering van het nieuwe wettelijke toets instrumentarium was 1:188, met een prestatie van 1:172 is het keringbeheer achteruitgegaan ten opzichte van dit ijkpunt. Oorzaak hiervan is de onzekerheid rondom het succesvol uitvoeren van de handbediening. Voor de Hollandse IJsselkering is een verbeterplan afgestemd met het Hoogwater beschermingsprogramma (HWBP), waarmee de kering in 2020 naar verwachting weer zal voldoen aan de nieuwe normering.

Ad 3) Ramspolkering:

De Ramspolkering is in 2014 overgedragen van het Waterschap Groot-Salland naar RWS. De berekeningssystematiek van Rijkswaterstaat voor de faalkans wordt geïmplementeerd.

In 2018 is een risicoanalyse uitgevoerd waar een voorlopig faalkansgetal uit kon worden afgeleid. Deze risicoanalyse wordt nog door het steunpunt ProBO in 2019 getoetst. De resultaten (technische faalkans en implementatie ProBO) lijken te gaan voldoen aan de gestelde faalkanseis. Eind 2019 rapporteert de stormvloedkering Ramspol de beschikbaarheid conform het vastgestelde regime (2x per jaar).

Ad 4) Haringvlietsluizen:

Voor de Haringvlietsluizen zijn het instrumentarium en de prestatiepeilen conform de Waterwet niet beschikbaar. De berekening ten opzichte van de oude toetspeilen is uitgevoerd, waarbij de Keringbeheerder aangeeft te voldoen aan de vereiste waterstandsverlaging in het achterland.

Met de effectuering van het Kier-besluit in november 2018 functioneren de Haringvlietsluizen als stormvloedkering. Vanwege de droogte zijn de Haringvlietsluizen pas op 21 januari 2019 in werking gesteld. Hierom is besloten de 6e stormvloedkering niet mee te nemen in de meting voor de prestatie indicator van de stormvloedkeringen in 2018.

Areaal Zoetwatervoorziening
 

Eenheid

Omvang

begroot 2018

Omvang gerealiseerd 2018

Totaal budget 2018

x € 1 mln.

Gerealiseerd budget 2018

x € 1 mln.

Binnenwateren

km2

3.050

3.050

   
Kunstwerken (spui-, uitwaterings-kolken, stuwen en gemalen)1

stuks

105

113

   

Budget

mln. euro

   

21,0

20,2

Noot 1: Het areaal binnenwateren omvat alle door RWS beheerde wateren (onder meer rivieren, kanalen en IJsselmeer), exclusief de Noordzee, water in Caribisch Nederland, de Waddenzee en de Westerschelde.

Bron: Rijkswaterstaat, 2018

Toelichting:

In 2018 is het aantal kunstwerken (spui-, uitwateringskolken, stuwen en gemalen) netto met negen afgenomen ten opzichte van de gerealiseerde omvang in 2017, dit bedroeg 122 kunstwerken. Enerzijds heeft de effectuering van het Kier-besluit voor de Haringvlietsluizen voor een forse afname gezorgd en anderzijds heeft de verlate registratie in 2018 van de Rammegors en Flakkeese spuisluizen voor een grotere toename gezorgd dan voorzien in de begroting.

3.02.03 Vervanging

Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als zoetwatervoorziening vervuld kan worden.

Onder de categorie Vervanging vallen uitgaven ten behoeve van werkzaamheden die betrekking hebben op renovatie- en vervangingsinvesteringen.

Het budget dat op dit artikelonderdeel is opgenomen, is bestemd voor de werkzaamheden ten behoeve van het Programma Vervanging en Renovatie waaronder de projecten de stuwen Nederrijn en Lek en vegetatiebeheer uiterwaarden (Inhaalslag Stroomlijn). Begroeiing langs de rivier heeft op sommige plekken een negatief effect op de maatregelen die worden genomen voor de waterveiligheid. Het programma Stroomlijn is een inhaalslag van het vegetatiebeheer in de uiterwaarden en brengt voor het gehele Nederlandse rivierengebied in kaart waar de vegetatie moet worden aangepast en zorgt ervoor dat de vegetatie in de uiterwaarden waar nodig en mogelijk verwijderd wordt. Uitvoering van het programma gebeurt in samenwerking met de eigenaren van de gebieden en in afstemming met de lopende waterveiligheidsprogramma’s. De Inhaalslag Stroomlijn betrof gebieden die niet in eigendom van het Rijk zijn en het project is in 2018 afgerond.

Vervanging Waterprojecten

Water

Project

Gereed Begroting 2018

Gereed

Jaarverslag

2018

Nederrijn/Lek

Renovatie stuwensemble in Nederrijn en Lek

2021

2021

Bron: Rijkswaterstaat, 2018

Noot 2: 31 oktober 2018

Noot 3: Vanaf inwerkingstelling van het kierbesluit worden de Haringvlietsluizen als 6e stormvloedkering beschouwd. Het kierbesluit is op 15 november 2018 in werking getreden. Vanwege de droogte zijn de Haringvlietsluizen pas op 21 januari 2019 op een kier gezet. Hierom is besloten de 6e stormvloedkering niet mee te nemen in de meting voor de prestatie-indicator van de stormvloedkeringen in 2018.