Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

10. Tegemoetkoming ouders

Algemene doelstelling

De overheid biedt een financiële tegemoetkoming aan ouders of verzorgers voor de kosten van kinderen.

De overheid biedt ouders of verzorgers een financiële tegemoetkoming voor de kosten voor verzorging en opvoeding van kinderen op grond van de Algemene kinderbijslagwet (AKW) en de kinderbijslagvoorziening BES (Caribisch Nederland). Gezinnen met een laag of middeninkomen komen daarnaast in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van de Wet op het kindgebonden budget (WKB).

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister financiert de tegemoetkoming met uitkeringsregelingen. Hij is in deze rol verantwoordelijk voor:

  • •  De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;
  • •  De vaststelling van het niveau van de tegemoetkoming op grond van de AKW, de WKB en de kinderbijslagvoorziening BES;
  • •  De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering van de AKW door de SVB;
  • •  De organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).

De Minister van Financiën is verantwoordelijk voor de rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering van de WKB door de Belastingdienst.

Beleidsconclusies

Verhoging tweede kindbedrag kindgebonden budget

De in de begroting 2018 aangekondigde beleidswijziging is gerealiseerd. Het tweede kindbedrag van het kindgebonden budget is verhoogd met € 71 per jaar om de inkomenspositie van gezinnen met lage- en middeninkomens te ondersteunen.

Uitwerking plannen regeerakkoord

Verder is gedurende 2018 een wetsvoorstel (Tweede Kamer, 2018–2019, 35 010, nr. 2) ingediend voor de verhoging van het kindgebonden budget per 2020 en is er een besluit (Stb. 2018, 478) aangeboden waarmee de kinderbijslag per 2019 is verhoogd. Hiermee wordt invulling gegeven aan de afspraken in het regeerakkoord om gezinnen te ondersteunen.

Beleidsdoorlichting

In 2018 vond een beleidsdoorlichting plaats over artikel 10 Tegemoetkoming ouders (Tweede Kamer, 2018–2019, 30 982, nr. 46). Uit het rapport kwam naar voren dat er in sommige gevallen een discrepantie is tussen de hoogte van de tegemoetkomingen in de kosten van kinderen (kinderbijslag en kindgebonden budget) en de werkelijke kosten van kinderen. Een evenwichtiger en effectiever stelsel van tegemoetkomingen kan daarom meer gericht zijn op de feitelijke kosten van kinderen in verschillende situaties (leeftijd, huishoudsituatie en aantal kinderen in het gezin). Naar aanleiding van de uitkomsten wordt nader onderzoek gedaan naar een evenwichtigere kostendekkendheid van de regelingen voor verschillende groepen en de mogelijke effecten voor verschillende (doel)groepen.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4.10.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 10 (x € 1.000)

Artikelonderdeel

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Begroting 2018

Verschil 2018

Verplichtingen

4.441.886

5.310.186

5.468.559

5.441.004

5.493.447

5.604.200

– 110.753

Uitgaven

4.441.886

5.310.186

5.468.559

5.441.004

5.493.447

5.604.200

– 110.753

               

Inkomensoverdrachten

4.441.886

5.310.186

5.468.559

5.441.004

5.493.447

5.604.200

– 110.753

AKW

3.202.671

3.238.238

3.323.000

3.320.400

3.360.989

3.330.784

30.205

Kinderbijslagvoorziening BES

0

0

1.868

2.050

1.857

1.871

– 14

WKB

1.213.415

2.063.020

2.143.517

2.118.554

2.130.601

2.271.545

– 140.944

TOG

21.900

5.428

0

0

0

0

0

TOG-kopje

3.900

3.500

174

0

0

0

0

               

Ontvangsten

205.454

217.589

261.245

244.399

218.189

272.478

– 54.289

Toelichting financiële instrumenten

A. Inkomensoverdrachten

A1. Algemene Kinderbijslagwet (AKW)

De AKW biedt ouders een tegemoetkoming in de kosten die het opvoeden en verzorgen van kinderen onder de 18 jaar met zich mee brengt. De AKW wordt uitgevoerd door de SVB.

Budgettaire ontwikkelingen

De gerealiseerde uitkeringslasten AKW zijn € 30 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. In de begroting 2018 was nog gerekend in prijzen 2017. Indien rekening wordt gehouden met de ten tijde van de begrotingsopstelling geraamde loon- en prijsbijstelling van € 26 miljoen zijn de uitgaven € 4 miljoen hoger uitgekomen dan begroot.

Beleidsrelevante kerncijfers

Het aantal gezinnen met kinderbijslag is vrijwel gelijk uitgekomen aan de stand uit de begroting 2018. Het aantal telkinderen is iets lager uitgekomen dan ten tijde van opstelling van de begroting verwacht.

Tabel 4.10.2 Kerncijfers AKW1SVB, jaarverslag of SVB, administratie.
 

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Begroting 2018

Verschil 2018

Aantal gezinnen AKW (x 1.000, jaargemiddelde)

1.922

1.917

1.913

1.907

1.901

1.899

2

Aantal telkinderen2 AKW (x 1.000, jaargemiddelde)

3.416

3.423

3.405

3.386

3.372

3.378

– 6

Noot 2: Een administratieve teleenheid die gebruikt wordt bij het vaststellen van de hoogte van de kinderbijslag. Bijvoorbeeld: een gehandicapt kind geldt voor de kinderbijslag als twee telkinderen waardoor het in aanmerking komt voor dubbele kinderbijslag.

Handhaving

De kerncijfers op het gebied van preventie zijn vergelijkbaar met voorgaande jaren. Het aantal geconstateerde overtredingen en het benadelingsbedrag zijn toegenomen. De incassoratio AKW met betrekking tot vorderingen opgevoerd in cohort 2018 bedraagt 34%. Bij de cohorten 2013 tot en met 2017 lag dit percentage in het eerste jaar van een cohort rond de 50%. Deze neerwaartse afwijking is tijdelijk van aard en hangt samen met de inzet van capaciteit voor de invoering van het nieuwe ICT-systeem voor de AKW (vAKWerk). Verder is het beeld van de incassoratio AKW door de jaren heen stabiel.

Tabel 4.10.3 Kerncijfers AKW (fraude en handhaving)
 

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Preventie1
         

Gepercipieerde detectiekans (%)

71

74

71

70

69

Kennis van de verplichtingen (%)

78

76

77

71

73

           
Opsporing2
         

Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)

1,9

1,5

1,2

1,3

2,2

Totaal benadelingbedrag (x € 1 mln)

1,2

1,2

1,0

1,0

1,5

           

Terugvordering

         

Incassoratio cohort 2013 (%)

72

76

79

80

82

Incassoratio cohort 2014 (%)

55

69

74

76

80

Incassoratio cohort 2015 (%)

3

50

69

75

80

Incassoratio cohort 2016 (%)

54

75

78

Incassoratio cohort 2017 (%)

49

71

Incassoratio cohort 2018 (%)

34

Noot 1: Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans».

Noot 2: SVB, jaarverslag.

Noot 3: Deze cijfers komen logischerwijs niet voor.

A2. Kinderbijslagvoorziening BES

De kinderbijslagvoorziening BES biedt ouders en verzorgers die op Bonaire, St. Eustatius en Saba wonen een tegemoetkoming voor de kosten van opvoeding en verzorging van kinderen die nog geen 18 jaar zijn. De kinderbijslagvoorziening BES wordt uitgevoerd door de RCN-unit SZW namens de Minister van SZW.

Budgettaire ontwikkelingen

De realisatie van de uitgaven aan de kinderbijslagvoorziening in Caribisch Nederland komt nagenoeg overeen met de begrote uitgaven.

Beleidsrelevante kerncijfers

Tabel 4.10.4 Kerncijfers Wet kinderbijslagvoorziening BES1RCN-unit SZW.
 

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Begroting 2018

Verschil 2018

Aantal kinderen kinderbijslagvoorziening BES (x 1.000, ultimo)

2

4,2

4,3

4,4

4,6

– 0,2

Noot 2: Deze cijfers komen niet voor.

A3. Wet op het kindgebonden budget (WKB)

Het kindgebonden budget is een inkomensafhankelijke tegemoetkoming van de overheid in de kosten van kinderen voor gezinnen tot een bepaald inkomen en vermogen. De WKB wordt uitgevoerd door Belastingdienst/Toeslagen. Indien sprake is van een aanvulling op buitenlandse gezinstoeslagen, is de SVB verantwoordelijk voor de uitbetaling van de WKB.

Budgettaire ontwikkelingen

De gerealiseerde uitkeringslasten WKB zijn € 141 miljoen lager dan begroot. Indien rekening wordt gehouden met de loon- en prijsbijstelling van € 24 miljoen zijn de uitgaven € 165 miljoen lager dan begroot. Tegenover deze meevaller staat een (daarmee samenhangende) tegenvaller van € 57 miljoen op de ontvangsten (zie onderdeel B). Verklaring voor de meevaller is allereerst dat de inkomensontwikkeling van WKB-gerechtigden gunstiger is uitgekomen dan verwacht. Dit verklaart circa € 95 miljoen van de neerwaartse bijstelling. Hogere inkomens leiden namelijk tot een lager kindgebonden budget. Daarnaast zijn de nabetalingen lager uitgekomen dan verwacht (circa € 70 miljoen). Hiervoor zijn verschillende redenen. Deze redenen leiden niet alleen tot lagere nabetalingen, maar ook tot lagere terugontvangsten (zie B); de verlaging van de nabetalingen en ontvangsten hangt dus samen. Een deel van de bijstelling wordt verklaard door de verlaging van beschikkingen als gevolg van economische ontwikkelingen. Daarnaast komt het niveau van nabetalingen lager uit dan geraamd bij opstelling van de begroting. Deels lijkt dit verklaard te worden uit een kleinere doorwerking van de invoering van de alleenstaande ouderkop (verhoging kindgebonden budget) op nabetalingen. Ook leiden verbeteringen in het vooraf inschatten van het verzamelinkomen bij de Belastingdienst tot lagere nabetalingen.

Beleidsrelevante kerncijfers

Het aantal huishoudens en het aantal kinderen met kindgebonden budget is lager uitgekomen dan verwacht. De voornaamste oorzaak is een gunstiger inkomensontwikkeling dan verwacht. Hierdoor hadden minder huishoudens recht op WKB. Dit effect treedt met name op bij tweeoudergezinnen (paren). Een daling van het aantal gebruikers van kindgebonden budget is niet te zien bij alleenstaande ouders. Dit komt omdat alleenstaande ouders tot een relatief hoog inkomen recht hebben op kindgebonden budget, waardoor een gunstiger inkomensontwikkeling nauwelijks impact heeft.

Tabel 4.10.5 Kerncijfers WKB1Ministerie van Financiën, Belastingdienst. De cijfers van 2018 zijn gebaseerd op de opgaven van aanvragers, die nog kunnen wijzigen als gevolg van het definitief vaststellen van het recht. Voor 2017 is het merendeel van de beschikkingen definitief vastgesteld. Voor 2016 en eerdere jaren zijn vrijwel alle beschikkingen en onderliggende gegevens definitief.
 

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Begroting 2018

Verschil 2018

Aantal huishoudens WKB (x 1.000, jaargemiddelde)

777

741

728

721

699

748

– 49

Aantal kinderen WKB (x 1.000, jaargemiddelde)

1.418

1.361

1.337

1.324

1.283

1.370

– 87

Aantal alleenstaande ouders WKB (x 1.000, jaargemiddelde)

2

309

319

324

328

317

11

Noot 2: De alleenstaande ouderkop in de WKB is ingevoerd in 2015. Voor eerdere jaren is het aantal alleenstaande ouders in de WKB niet relevant.

B. Ontvangsten

De ontvangsten betreffen grotendeels de ontvangsten ten gevolge van terugvorderingen van het kindgebonden budget. Nadat de toeslagen definitief zijn toegekend worden terugvorderingen ingesteld bij de huishoudens die meer hebben ontvangen dan waar ze recht op hadden op basis van hun vastgestelde inkomen.

De ontvangsten zijn € 54 miljoen lager dan geraamd bij de begroting. Indien rekening wordt gehouden met de loon- en prijsbijstelling van € 3 miljoen zijn de ontvangsten € 57 miljoen lager uitgekomen dan begroot. De verklaringen voor de lagere ontvangsten komen grotendeels overeen met de verklaringen voor de lagere nabetalingen. Een deel wordt verklaard door lagere beschikkingen als gevolg van economische ontwikkelingen. Daarnaast lijkt, net als bij nabetalingen, de doorwerking op terugvorderingen van de invoering van de alleenstaande ouderkop in 2015 lager uit te komen dan verwacht. Omdat de definitieve afrekening achteraf plaatsvindt, komen de ontvangsten over de berekeningsjaren 2015 en verder met enkele jaren vertraging lager uit. Tevens leiden verbeteringen in het vooraf inschatten van het verzamelinkomen bij de Belastingdienst ook tot lagere terugvorderingen. Hierdoor komen ontvangsten lager uit.

Artikel