Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

D1. SOCIALE FONDSEN SZW

Deze paragraaf presenteert de exploitatiesaldi en vermogensposities van de sociale fondsen. De informatie is bedoeld als achtergrondinformatie bij het jaarverslag. De daadwerkelijke verantwoording van uitgaven en inkomsten van de fondsen vindt plaats via de jaarverslagen van de SVB en het UWV. De cijfers in deze paragraaf zijn gebaseerd op informatie van het CPB (CEP 2019) en sluiten niet precies aan op de jaarverslagen van het UWV en de SVB. De reden hiervoor is dat SZW een ander boekhoudstelsel (kas-verplichtingenstelsel) voert dan het UWV en de SVB (baten-lastenstelsel).

Een groot deel van de socialezekerheidsuitgaven loopt via de sociale fondsen. In tabel D1.1 en tabel D1.2 zijn de exploitatierekeningen van de fondsen weergegeven. Zowel de begrote bedragen als de gerealiseerde bedragen zijn weergegeven in prijzen 2018. Het exploitatiesaldo is het verschil tussen de ontvangsten en de uitgaven van een fonds. Naast de premieontvangsten behoren ook de rijksbijdragen en renteontvangsten tot de inkomsten van een fonds. De uitgaven bestaan naast de uitkeringen voornamelijk uit uitvoeringskosten. Daarnaast vinden tussen de fondsen onderlinge betalingen plaats. Het saldo tussen ontvangen en betaalde onderlinge betalingen is voor de sociale fondsen negatief, omdat uit deze fondsen ook premies worden betaald voor de zorgverzekering van uitkeringsgerechtigden. Tegenover de negatieve saldi bij de sociale fondsen staan dus positieve saldi bij de zorgfondsen.

Tabel D1.1 laat zien dat het exploitatiesaldo van het Ouderdomsfonds iets lager is dan bij begroting werd verwacht. De lagere premie-inkomsten zijn grotendeels gecompenseerd door een hogere Rijksbijdrage. De uitkeringslasten kwamen vrijwel overeen met de raming. Het exploitatiesaldo van het Anw-fonds is ook iets lager dan verwacht. Dat komt met name door lagere premieontvangsten dan geraamd.

Tabel D1.1 Overzicht sociale verzekeringen SVB 2018 (x € 1 mln)1SZW (financiële administratie) en CPB (CEP 2019).
 

Ouderdomsfonds (AOW)

Anw-fonds

 

Begroting

Realisatie

Begroting

Realisatie

Premies

27.763

25.243

306

242

Bijdragen van het Rijk

11.447

13.628

6

0

Ontvangen onderlinge betalingen

0

0

0

0

Saldo Interest

16

18

2

– 1

Totaal Ontvangsten

39.226

38.889

314

240

         

Uitkeringen / Verstrekkingen

38.265

38.125

370

378

Uitvoeringskosten

109

126

11

11

Betaalde onderlinge betalingen

524

523

23

25

Totaal Uitgaven

38.898

38.774

404

414

         

Exploitatiesaldo

328

115

– 89

– 174

Het exploitatiesaldo van de arbeidsongeschiktheidsfondsen (tabel D1.2) is lager dan geraamd. Dat komt doordat de premie-inkosten lager waren dan geraamd en de uitgaven uit het fonds hoger. Het exploitatiesaldo van de geïntegreerde WW-fondsen is iets hoger verwacht. Ontvangsten en uitgaven waren lager dan verwacht, maar het verschil tussen begroting en realisatie was bij de uitgaven iets groter.

Tabel D1.2 Overzicht sociale verzekeringen UWV 2018 (x € 1 mln)1SZW (financiële administratie) en CPB (CEP 2019).
 

Arbeidsongeschiktheidsfondsen

WW-fondsen

 

Begroting

Realisatie

Begroting

Realisatie

Premies

15.933

15.719

8.319

8.196

Bijdragen van het Rijk

211

221

135

3

Ontvangen onderlinge betalingen

1.112

1.116

754

748

Saldo Interest

58

33

20

19

Totaal Ontvangsten

17.314

17.089

9.227

8.966

         

Uitkeringen/Verstrekkingen

11.314

11.854

5.483

5.278

Uitvoeringskosten

424

466

932

775

Betaalde onderlinge betalingen

1.878

1.926

1.079

1.025

Totaal Uitgaven

13.616

14.246

7.495

7.077

         

Exploitatiesaldo

3.698

2.843

1.732

1.889

Vermogensposities

In tabel D1.3 worden de vermogensposities van de vier sociale fondsen vermeld. Hierbij zijn wederom de arbeidsongeschiktheidsfondsen en de werkloosheidsfondsen geïntegreerd weergegeven. Het aanwezige vermogen neemt jaarlijks toe of af met het exploitatiesaldo (zie tabellen D1.1 en D1.2). Zoals reeds aangegeven in de inleiding zijn de cijfers in deze paragraaf gebaseerd op informatie van het CPB (CEP 2019). De vermogensposities sluiten daarom niet precies aan op de jaarverslagen van het UWV en de SVB.

Tabel D1.3 Vermogens sociale fondsen ultimo 2017 en 2018 (x € 1 mln)1SZW (financiële administratie) en CPB (CEP 2019).

Regeling

Feitelijk vermogen ultimo 2017

Exploitatiesaldo 2018

Feitelijk vermogen ultimo 2018

Ouderdomsfonds (AOW)

10

115

125

Anw-fonds

3.806

– 174

3.632

Arbeidsongeschiktheidsfondsen

6.853

2.843

9.696

WW-fondsen

– 12.966

1.889

– 11.077

       

Totaal sociale fondsen

– 2.297

4.673

2.376

De sociale fondsen hebben ultimo 2018 een gezamenlijk positief vermogen van € 2,4 miljard. Het feitelijk vermogen stijgt met € 4,7 miljard. Daarmee slaat het tekort van 2017 om in een overschot eind 2018.

Het vermogenstekort in eerdere jaren leidde overigens niet tot risico’s met betrekking tot de uitbetaling van de uitkeringen. De fondsen maken onderdeel uit van de totale Rijksbegroting en zijn in feite niets anders dan een rekening bij het Ministerie van Financiën. In het geval er een negatief vermogen ontstaat, zoals bij de WW-fondsen, betaalt het UWV hiervoor een rente aan het Ministerie van Financiën. Het Ministerie van Financiën garandeert dat het UWV altijd over voldoende middelen kan beschikken. Wel maken de exploitatietekorten onderdeel uit van het EMU-saldo in de desbetreffende jaren.