Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2. Zorguitgaven in vogelvlucht

2.1. Financieel beeld op hoofdlijnen

Zorg gaat iedereen aan. Iedere dag dragen honderdduizenden zorgprofessionals met hun kennis en toewijding bij aan de kwaliteit van leven van mensen en hun omgeving. Niet voor niets behoort onze zorg tot de beste van Europa. Uitgangspunt is goede zorg voor iedereen op de juiste plek op het juiste moment. Daarvoor investeren we bijvoorbeeld ruim € 2 miljard in de ouderenzorg, worden er deze kabinetsperiode maatregelen genomen om de zorg beter te organiseren, komt er extra geld voor preventie en gezondheidsbevordering en zijn er extra middelen beschikbaar voor de arbeidsmarkt in de zorg. Ook wordt deze kabinetsperiode extra geïnvesteerd in de curatieve zorg en de geestelijke gezondheidszorg. Tegelijkertijd is via de diverse hoofdlijnenakkoorden de groei in deze sectoren afgeremd. Daarmee wordt de balans gevonden tussen investeringen in de zorg daar waar nodig en oog voor de betaalbaarheid van de zorg voor de huidige, maar ook voor volgende generaties.

Voor het jaar 2018 werd uitgegaan van een groei van de netto zorguitgaven met bijna € 4 miljard, van € 68,8 miljard in 2017 naar € 72,8 miljard in 2018 (stand na verwerking regeerakkoord kabinet-Rutte III). Naar huidige inzichten is de groei in het afgelopen jaar uitgekomen op € 3 miljard. Aan de ene kant lag het startniveau in 2017 circa € 1 miljard lager en kwam uit op € 67,8 miljard, terwijl aan de andere kant de netto zorguitgaven in 2018 (op basis van voorlopige cijfers) € 70,7 miljard bedragen. Dit is bijna € 2 miljard minder dan werd voorzien ten tijde van het regeerakkoord.

Figuur 1 Opbouw groei van de gecorrigeerde netto zorguitgaven 2018 t.o.v. 2017 in miljarden euro’s

Bron: VWS-cijfers

De groei van de gecorrigeerde zorguitgaven, waarin de uitgaven aan Wmo- (met uitzondering van beschermd wonen) en jeugdzorg niet meetellen vanwege de overheveling per 2019, is uitgekomen op € 2,6 miljard, € 1 miljard minder dan de bij regeerakkoord geraamde groei van € 3,6 miljard. In bovenstaande figuur is aangegeven welke loon- en prijsbijstelling, volumegroei en beleidsmatige groei voor 2018 werd voorzien in vergelijking met 2017 en wat er ten opzichte daarvan uit de realisatie blijkt. De figuur is vergelijkbaar met de grafiek zoals gepresenteerd in de begroting 2019 voor de gehele kabinetsperiode 2017–2022, maar concentreert zich op het jaar 2018. Zoals in deze figuur te zien is, was de verwachte groei van € 3,6 miljard vooral gebaseerd op prijsontwikkelingen in de zorg (€ 2,3 miljard) en daarnaast op volumegroei (€ 1,2 miljard). De beleidsmatige groei was per saldo beperkt en de voorlopige realisatie komt € 1 miljard lager uit.

Het is niet goed mogelijk om in algemene termen van prijs- en volumeontwikkelingen aan te geven waarom de groei van de zorguitgaven lager is uitgevallen dan geraamd. De belangrijkste reden daarvoor is dat de totale zorguitgaven een optelsom vormen van duizenden behandelingen, verrichtingen, zorgpakketten en overige producten tegen evenzovele verschillende prijzen. Voor de afzonderlijke sectoren met de grootste onderschrijdingen binnen de curatieve zorg en de langdurige zorg wordt wel aangegeven welke factoren een rol (kunnen) hebben gespeeld. Het betreft onder andere de uitgaven aan eerstelijnszorg, wijkverpleging, geneeskundige geestelijke gezondheidszorg en genees- en hulpmiddelen. Deze informatie is te vinden in de verdiepingsbijlage (hoofdstuk 6) van het Financieel Beeld Zorg.

Figuur 2 Groei van de zorguitgaven vergeleken met de groei van de economie

Bron: VWS-cijfers, CPB CEP 2019.

Het jaar 2018 is het zesde jaar op rij dat de groei van de zorguitgaven onder de economische groei uit komt (zie figuur 2). Deze ontwikkeling is gegeven de houdbaarheid van en solidariteit in de zorg wenselijk en is ook een aandachtspunt voor de langere termijn. Daarom is de Sociaal-Economische Raad (SER) om een verkenning naar de gevolgen van stijgende zorguitgaven voor de economie en de arbeidsmarkt gevraagd, alsook voor de solidariteit die ten grondslag ligt aan ons stelsel. Mede namens de Minister van Financiën is ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) gevraagd welke inzichten ons op weg kunnen helpen naar verdere beheersing van de zorguitgaven op de lange termijn. De rapporten die respectievelijk in 2019 en 2021 worden verwacht zullen worden betrokken bij de strategie om ook op (middel)lange termijn de zorguitgaven betaalbaar te houden.

2.2. Zorguitgaven onder het Uitgavenplafond Zorg

De zorguitgaven onder het Uitgavenplafond Zorg zijn opgebouwd uit de geraamde premiegefinancierde uitgaven onder de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz) en de begrotingsgefinancierde zorguitgaven (Wmo, Jeugdwet en overige uitgaven).

Bij de Wmo- en Jeugdwetuitgaven gaat het om middelen die in het gemeentefonds beschikbaar zijn gesteld voor de zorg en ondersteuning van jeugdigen, ouderen en mensen met beperkingen. Deze uitgaven staan op de begroting van het gemeentefonds van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), maar vallen gedeeltelijk onder het Uitgavenplafond Zorg.

De overige begrotingsgefinancierde zorguitgaven betreffen dat deel van de uitgaven dat verantwoord wordt op de VWS-begroting, maar dat toegerekend wordt aan het Uitgavenplafond Zorg. Tot deze categorie behoren onder meer een deel van de uitgaven aan zorgopleidingen, de uitgaven voor zorg, welzijn en jeugdhulp op Caribisch Nederland en de subsidieregeling abortusklinieken.

Tabel 1 toont de bruto zorguitgaven en -ontvangsten.

Tabel 1 Samenstelling van de bruto zorguitgaven en -ontvangsten naar financieringsbron (bedragen x € 1 miljard)1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Omschrijving

2018

Bruto zorguitgaven stand jaarverslag 2018

75,7

Premiegefinancierd

68,1

waarvan Zvw

46,7

waarvan Wlz

21,4

Begrotingsgefinancierd

7,6

waarvan Wmo 2015 en Jeugdwet

7,1

waarvan overig begrotingsgefinancierd2

0,5

Ontvangsten stand jaarverslag 2018

5,0

waarvan eigen betalingen Zvw

3,2

waarvan eigen bijdragen Wlz

1,8

Netto zorguitgaven stand jaarverslag 2018

70,7

Noot 2: Onder de post overig begrotingsgefinancierd zijn opgenomen een deel van de uitgaven aan zorgopleidingen, Wtcg, zorg Caribisch Nederland, de subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg, subsidieregeling abortusklinieken, subsidieregeling NIPT, subsidieregeling kwaliteit, transparantie en patiëntveiligheid en loon- en prijsbijstelling.

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens.

Figuur 3: De bruto zorguitgaven per financieringsbron als aandeel in de totale zorguitgaven 2018

2.3. Actualisering van de intensiveringen en maatregelen uit de begroting 2018 en de Startnota

In onderstaande tabel zijn de intensiveringen en maatregelen (exclusief overhevelingen) opgenomen die zijn aangekondigd in de begroting 2018 en de Startnota voor de totale zorguitgaven. In de toelichting onder de tabel staat per intensivering en maatregel de stand van zaken. Daartoe zijn in de eerste kolom de geraamde bedragen vermeld zoals deze zijn opgenomen in de begroting 2018 en de Startnota. De tweede kolom geeft een actualisering van deze bedragen. Daar waar de bedragen ongewijzigd zijn, is er geen aanpassing geweest van de omvang van de beleidsmaatregel. Met uitzondering van de Startnotamutaties zijn deze daarom niet opgenomen in onderstaande tabel. Als de realisatie afwijkt van de begrotingsstand kan er sprake zijn van het (deels) terugdraaien, wijzigen of uitstellen van een maatregel, of van een verwacht besparingsverlies of juist een hogere opbrengst. Het kan ook zijn dat er een andere reden is waardoor de realisatie afwijkt. Het is niet altijd mogelijk om van elke intensivering en maatregel in de zorg een exacte realisatie te geven. De reden daarvoor is dat tal van ontwikkelingen van invloed zijn op de hoogte van de zorguitgaven, waaronder vraagfactoren (toe- of afname van het zorggebruik), aanbodfactoren (zoals substitutie-effecten) en prijsontwikkelingen1. Deze ontwikkelingen zijn op macroniveau niet nauwkeurig van elkaar te onderscheiden en te kwantificeren.
Tabel 2 Intensiveringen en maatregelen die zijn aangekondigd in de begroting 2018 en de Startnota (bedragen x € 1 miljoen)
 

Ontwerpbegroting/ Startnota

Actualisering

 

2018

2018

 

Zorgverzekeringswet (Zvw)

   

1

Lagere groei door zorgakkoorden 2018

– 280,0

≥ – 280,0

2

Flankerend beleid zorgakkoorden 2018

35,9

< 35,9

3

H55 Gedragseffect stabilisatie eigen risico

39,0

 

Totaal Zvw-uitgaven

– 205,1

 
       

4

H55 Stabilisatie eigen risico 2018–2021

– 101,0

 

Totaal Zvw-ontvangsten

– 101,0

       
 

Wet langdurige zorg (Wlz)

   

5

Transitie- en uitvoeringskosten kwaliteitskader

131,9

< 131,9

 

Totaal Wlz-uitgaven

131,9

       

6

H67 Verlaging eigen bijdragen Wlz

– 16,2

 

Totaal Wlz-ontvangsten

– 16,2

       
 

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en Jeugdwet

   

7

H67 Verlaging eigen bijdragen beschermd wonen

0,8

8

H62 Onafhankelijke cliëntondersteuning

15,0

 

Totaal Wmo- en Jeugdwet-uitgaven

15,8

Toelichting:

Zorgverzekeringswet (Zvw)

Uitgaven

Lagere groei door zorgakkoorden 2018

Als gevolg van de gematigde groei die is afgesproken in de bestuurlijke afspraken voor 2018 voor de sectoren MSZ, ggz, huisartsenzorg/multidisciplinaire zorg en wijkverpleging, is de raming van de zorguitgaven in 2018 met € 280 miljoen verlaagd. Uit de voorlopige realisatiecijfers van de uitgaven op de HLA-sectoren blijkt dat die lagere raming is gerealiseerd. Uit de meest recente cijfers blijkt dat de uitgaven nog eens circa € 315 miljoen lager zijn ten opzichte van de stand begroting 2019.

Flankerend beleid zorgakkoorden 2018

Het kabinet heeft voor 2018 bestuurlijke afspraken gesloten met een aantal sectoren binnen de curatieve zorg met als doel de uitgavengroei te matigen. Om deze afspraken tot stand te brengen heeft het kabinet middelen vrijgemaakt voor een aantal gerichte intensiveringen, zoals het versterken van het eerstelijnsverblijf en de nieuwe opzet van het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. Deze middelen bedroegen in 2018 € 35,9 miljoen. Uit de voorlopige realisatiecijfers valt af te leiden dat de beoogde groei van het eerstelijnsverblijf in 2018 niet volledig is gerealiseerd. Over de feitelijke meeruitgaven van ziekenhuizen voor de behandeling van baarmoederhalskanker zijn geen gegevens beschikbaar.

H55 Gedragseffect stabilisatie eigen risico

De stabilisatie van het verplicht eigen risico op € 385 leidt tot een verlaagd remgeldeffect, dat wil zeggen dat het kan leiden tot extra zorgconsumptie en extra zorguitgaven. Voor 2018 was de raming hiervan € 39 miljoen. Verondersteld wordt dat deze extra zorguitgaven zich daadwerkelijk hebben voorgedaan, het is onmogelijk dit specifieke effect uit de realisatiecijfers te destilleren.

Ontvangsten

H55 Stabilisatie eigen risico 2018

De stabilisatie van het verplicht eigen risico op € 385 levert een derving op van de opbrengst van het eigen risico. In 2018 was de raming voor deze derving € 101 miljoen. Er wordt vanuit gegaan dat de geraamde derving van de opbrengst van het eigen risico zich daadwerkelijk heeft voorgedaan.

Wet langdurige zorg (Wlz)

Transitie- en uitvoeringskosten kwaliteitskader

Naast de extra middelen die beschikbaar zijn gesteld door een verhoging van de tarieven voor de intramurale V&V zorg, zijn er ook middelen beschikbaar gesteld voor arbeidsmarktbeleid, een bijdrage voor innovatie en extra middelen voor de zorgkantoren en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) om toe te zien op de implementatie van het kwaliteitskader. De middelen zijn grotendeels uitgegeven.

Ontvangsten

H67 Verlaging eigen bijdragen Wlz

De vermogensinkomensbijtelling Wlz is gehalveerd naar 4%. Ook is het marginale tarief van de lage eigen bijdrage verlaagd naar 10%.

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en Jeugdwet (JW)

H67 Verlaging eigen bijdragen beschermd wonen

De maatregelen op het terrein van de verlaging van de eigen bijdragen Wlz hebben gevolgen voor de groep mensen die op grond van de Wmo een eigen bijdrage betalen voor beschermd wonen omdat voor deze groep dezelfde eigen bijdrage systematiek geldt als in de Wlz.

Gemeenten worden door het Rijk gecompenseerd voor de derving van de inkomsten vanuit de eigen bijdrage die hiervan het resultaat is.

H62 Onafhankelijke cliëntondersteuning

Er wordt door dit kabinet extra geïnvesteerd in onafhankelijke cliëntondersteuning. In samenspraak moeten gemeenten en zorgkantoren zorgen voor een grotere bekendheid, vindbaarheid en professionaliteit van cliëntondersteuning.

2.4. Ontwikkeling van het Uitgavenplafond Zorg en de plafondtoets

Het Uitgavenplafond Zorg is bij Startnota van het kabinet-Rutte III voor de periode 2018–2021 vastgesteld. Voor het vaststellen van het Uitgavenplafond Zorg is uitgegaan van de netto zorguitgaven bij Miljoenennota 2018. Op deze stand zijn vervolgens de maatregelen en de macro-economische doorwerking uit het regeerakkoord verwerkt.

Tabel 3 laat de ontwikkeling van het Uitgavenplafond Zorg en de plafondtoets zien vanaf de stand Startnota.

Tabel 3 Ontwikkeling van het Uitgavenplafond Zorg en de plafondtoets 2018 (bedragen x € 1 miljoen)1Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.
   

2018

1

Uitgavenplafond Zorg stand Startnota

72.762,4

2

Loon- en prijsontwikkeling

– 44,6

3

Overboekingen tussen Uitgavenplafonds

– 176,0

4

Bijstelling Uitgavenplafond Zorg (=2+3)

– 220,6

5

Uitgavenplafond Zorg stand jaarverslag 2018

72.541,8

     

6

Netto zorguitgaven stand Startnota

72.762,4

7

Bijstelling netto zorguitgaven

– 2.100,3

8

Netto zorguitgaven stand jaarverslag 2018

70.662,0

     

9

Onderschrijding Uitgavenplafond Zorg (=8–5)

– 1.879,7

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens.

Toelichting:

De onderschrijding van het Uitgavenplafond Zorg bedraagt € 1,9 miljard. Deze onderschrijding is het gevolg van de neerwaartse bijstelling van het Uitgavenplafond Zorg met € 0,2 miljard en de neerwaartse bijstelling van de netto zorguitgaven met € 2,1 miljard (zie voor de bijstelling van de netto zorguitgaven paragraaf 2.5, tabel 5).

Bijstelling van het Uitgavenplafond Zorg

Het Uitgavenplafond Zorg is op basis van de Macro-Economische Verkenningen (MEV) 2019 van het Centraal Planbureau (CPB) ten opzichte van de CPB-raming bij Startnota neerwaarts bijgesteld met € 45 miljoen.

Het Uitgavenplafond Zorg is verder verlaagd met € 176 miljoen als gevolg van overboekingen vanuit het Uitgavenplafond Zorg naar het Uitgavenplafond Rijksbegroting. Het gaat onder andere om de overheveling van middelen ten behoeve van de tijdelijke voorziening voor de door gemeenten ervaren knelpunten van € 100 miljoen. Verder betreft het middelen Transformatiefonds jeugd € 18 miljoen, aanpak kindermishandeling € 6,5 miljoen, de bijdrage aan het pensioenfonds Caribisch Nederland van € 7,2 miljoen en de extra opdrachtgeversbijdrage aan het CIBG van € 5,1 miljoen.

In de paragrafen 3.1.1, 3.2.1 en 3.3 is de ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten per financieringsbron verder toegelicht.

Tabel 4 geeft een overzicht van de onderschrijdingen van het Uitgavenplafond Zorg in 2018 vanaf de stand Startnota.

Tabel 4 Ontwikkeling over-/onderschrijding Uitgavenplafond Zorg 2018 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2018

Stand over-/onderschrijding bij Startnota

0,0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2018

– 459,5

Stand onderschrijding bij 1e suppletoire begroting 2018

– 459,5

Mutatie ontwerpbegroting 2019

– 364,1

Stand onderschrijding bij ontwerpbegroting 2019

– 823,6

Mutatie 2e suppletoire begroting 2018

– 707,9

Stand onderschrijding bij 2esuppletoire begroting 2018

– 1.531,6

Mutatie jaarverslag 2018

– 348,2

Stand onderschrijding bij jaarverslag 2018

– 1.879,7

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut Nederland over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens.

Toelichting

Sinds de stand Startnota is het Uitgavenplafond Zorg onderschreden met circa € 1,9 miljard. Van deze € 1,9 miljard is een deel (€ 1,5 miljard) reeds in eerdere budgettaire nota’s gemeld.

Ten opzichte van de stand tweede suppletoire begroting 2018 is er sprake van een toename van de onderschrijding met circa € 348 miljoen, voornamelijk als gevolg van de neerwaartse bijstelling van de netto zorguitgaven.

2.5. Verticale ontwikkeling van de zorguitgaven

Tabel 5 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2018 de verticale ontwikkeling van de netto zorguitgaven op hoofdlijnen zien.

Tabel 5 Verticale ontwikkeling van de netto zorguitgaven (bedragen x € 1 miljoen)
 

2018

Netto zorguitgaven ontwerpbegroting 2018

72.556,6

Bijstellingen in de netto zorguitgaven Startnota

205,7

Netto zorguitgaven NvW 2018

72.762,4

Bijstellingen in de netto Zvw-uitgaven

– 1.816,1

Bijstellingen in de netto Wlz-uitgaven

– 425,6

Bijstellingen in de netto begrotingsgefinancierde uitgaven

141,4

Totaal bijstellingen in de netto zorguitgaven

– 2.100,3

Netto zorguitgaven jaarverslag 2018

70.662,0

Toelichting

Ten opzichte van de stand NvW begroting 2018 nemen de netto zorguitgaven af met circa € 2,1 miljard. De daling van de netto zorguitgaven is het saldo van de daling van de netto Zvw-uitgaven met circa € 1,8 miljard, een daling van de Wlz-uitgaven met circa € 0,4 miljard en een stijging van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven met circa € 0,1 miljard.

In paragraaf 3 en paragraaf 6 wordt de ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten per financieringsbron verder toegelicht.

Noot 1: Bijvoorbeeld: Een tariefmaatregel (effect op de prijs) kan door toenemend zorgvolume (hogere q) meer opbrengen dan geraamd, terwijl de totale zorguitgaven toch toenemen (omdat het effect op de prijs meer dan gecompenseerd wordt door het volume-effect). Een pakketmaatregel kan mogelijk minder opleveren dan geraamd wanneer er substitutie plaatsvindt naar andere vormen van zorg die nog wel worden vergoed.