Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

4. Financiering van de zorguitgaven

4.1. De financiering van de zorguitgaven in 2018

De zorguitgaven worden gefinancierd uit een aantal bronnen. Tabel 11 laat zowel de verdeling over deze financieringsbronnen zien als de ontwikkeling daarin. De totale gefinancierde uitgaven en de totale bijstellingen komen overeen met de cijfers genoemd in eerdere paragrafen van dit Financieel Beeld Zorg (FBZ). In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de bijstellingen op de zorguitgaven in 2018 die hebben plaatsgevonden na de Startnota (opgesteld bij de start van het kabinet). Verder wordt kort stilgestaan bij de doorwerking van de uitgavenbijstellingen uit de Startnota. De uitgavenbijstellingen die zijn verwerkt in de Startnota zijn toegelicht in de nota van wijziging op de VWS-begroting (TK 34 775-XVI, nr. 15).

Tabel 11 Zorguitgaven naar financieringsbronnen (bedragen x € 1 miljard)1Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.
 

Begroting

Bijstelling Startnota

Startnota

Bijstelling

Jaarverslag

2018

2018

2018

2018

2018

 

a

b

c=a+b

d

e=c+d

Wlz

19,9

0,1

20,0

– 0,4

19,6

Eigen betalingen Wlz

1,9

0,0

1,9

– 0,1

1,8

Wlz totaal

21,8

0,1

21,9

– 0,5

21,4

           

Zvw

45,2

0,1

45,3

– 1,8

43,5

Eigen betalingen Zvw

3,3

– 0,1

3,2

0,0

3,2

Zvw totaal

48,5

0,0

48,5

– 1,8

46,7

           

Begroting

7,4

0,0

7,5

0,1

7,6

           

Totaal

77,7

0,1

77,8

– 2,2

75,7

w.v. netto zorguitgaven

72,6

0,2

72,8

– 2,1

70,7

Bron: VWS, CPB en ZiNL.

4.2. Ontvangsten, uitgaven en vermogens van de zorgfondsen (Zvw, Wlz en AWBZ)

Zorgverzekeringswet (Zvw)

De financiering van de Zvw loopt deels via de zorgverzekeraars en deels via het Zorgverzekeringsfonds (Zvf). Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van de uitgaven en inkomsten van de Zvw.

Tabel 12 Uitgaven en inkomsten Zvw (bedragen x € 1 miljard)1Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.
 

Begroting

Bijstelling Startnota

Startnota

Bijstelling

Jaarverslag2
 

2018

2018

2018

2018

2018

 

a

b

c=a+b

d

e=c+d

Zorgverzekeringsfonds

         

Uitgaven

27,3

0,0

27,3

– 0,2

27,0

– Uitkering aan zorgverzekeraars

24,8

0,0

24,8

0,0

24,8

– Rechtstreekse uitgaven Zvf

2,5

0,0

2,5

– 0,2

2,3

           

Inkomsten

27,1

0,0

27,1

0,0

27,2

– Inkomensafhankelijke bijdrage (IAB)

24,0

0,0

24,0

0,0

24,0

– Rijksbijdrage verzekerden 18-

2,7

0,0

2,7

0,0

2,7

– Rijksbijdrage HLZ

0,5

0,0

0,5

0,0

0,5

– Overige baten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

           

Saldo

– 0,1

0,0

– 0,1

0,3

0,1

           

Vermogenssaldo 2017

0,2

0,0

0,2

0,7

0,9

Vermogenssaldo 2018

0,0

0,0

0,0

1,0

1,0

           

Individuele zorgverzekeraars

         

Uitgaven

46,8

0,0

46,8

– 0,9

45,9

– Uitgaven zorg

46,0

0,0

46,1

– 1,6

44,4

– Beheerskosten/saldo

0,8

0,0

0,8

0,8

1,5

           

Inkomsten

46,8

0,0

46,8

– 0,9

45,9

– Uitkering van Zvf

24,8

0,0

24,8

0,0

24,8

– Nominale premie/eigen risico

22,0

0,0

22,0

– 0,9

21,2

           

Noot 2: De meeste cijfers in de kolom jaarverslag 2018 zijn afkomstig of afgeleid van ZiNL-cijfers. De raming van de zorguitgaven van zorgverzekeraars is vrijwel volledig gebaseerd op de maartlevering van ZiNL (met uitzondering van enkele sectoren waar de cijfers te onzeker zijn). Dit geldt ook voor de rijksbijdragen en de post overige baten (rentebaten, wanbetalers, onverzekerden, verdragsgerechtigden). Het vermogen per ultimo 2017 is overgenomen uit het ZiNL-jaarverslag fondsen 2017. Het vermogenssaldo van het fonds in 2017 is hiervan afgeleid. Voor de beschikbaarheidbijdragen is aangesloten bij NZa-cijfers. Voor de inkomensafhankelijke bijdrage is het CPB-cijfer in de EMU-definitie gebruikt.

Bron: VWS, CPB, ZiNL en NZa.

Bij wetswijziging is kort na het verschijnen van de begroting 2018 besloten tot het stabiliseren van het eigen risico op € 385. Dat resulteerde voor 2018 in een € 0,1 miljard lagere opbrengst van het eigen risico, € 0,04 miljard hogere uitgaven zorgverzekeraars (vanwege het gedragseffect) en € 0,1 miljard hogere opbrengst van de nominale premie. Daarnaast muteerden ook de bijdrage aan zorgverzekeraars, de rijksbijdrage en het saldo van het Zvf in beperkte mate. De inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) bleef ongewijzigd als gevolg van afronding. De hogere zorguitgaven, de lagere opbrengst van het eigen risico en de hogere rijksbijdrage zijn verwerkt in de nota van wijziging. Hierin is ook een beperkte wijziging van de loon- en prijsbijstelling verwerkt. Het premie-effect is gemeld in het wetsvoorstel waarin de stabilisering is geregeld2.
De Zvw-uitgaven komen € 1,8 miljard lager uit dan geraamd in de Startnota. Deze bijstelling betreft voor € 1,6 miljard de zorguitgaven van zorgverzekeraars en voor € 0,2 miljard de rechtstreekse uitgaven van het Zvf. Omdat de nacalculatie in het kader van de risicoverevening in sterke mate is afgebouwd, leiden lagere uitgaven van zorgverzekeraars niet automatisch tot een lagere uitkering uit het Zvf aan zorgverzekeraars. In 2018 draagt het Zvf nog een beperkt deel van het risico van uitgavenbijstellingen. De huidige inzichten duiden er op dat de uitkering uit het Zvf aan zorgverzekeraars niet verandert3. De inkomensafhankelijke bijdrage (in de EMU-definitie) komt uit op de raming uit de begroting 2018, net als de overige baten4. De rijksbijdrage voor verzekerden 18- en de rijksbijdrage HLZ zijn exact uitgekomen op de raming in de Startnota.

Het saldo van het Zvf komt op grond van het bovenstaande in 2018 € 0,3 miljard hoger uit dan in de raming die resulteert na verwerking van de stabilisering van het eigen risico. Het vermogenssaldo van het Zvf per ultimo 2018 komt € 1,0 miljard hoger uit. Dit is het gevolg van een opwaartse bijstelling van het vermogen per ultimo 2017 met € 0,7 miljard die resulteert uit het ZiNL-jaarverslag fondsen 2017 en het positieve saldo 2018 van € 0,3 miljard. Het hogere vermogen per ultimo 2017 resulteert per saldo uit lagere uitgaven in het kader van de nacalculatie van zorgverzekeraars over 2014–2017 (samen € 0,7 miljard) en lagere rechtstreekse uitgaven in 2015 en 2016 (samen € 0,2 miljard) en tegelijkertijd lagere inkomsten bij de IAB 2017 (€ 0,2 miljard).

De zorguitgaven van individuele zorgverzekeraars komen naar huidige inzicht € 1,6 miljard lager uit dan in de Startnota. Deze lagere uitgaven werden deels al door zorgverzekeraars voorzien toen zij hun premie vaststelden. Mede daarom valt de opbrengst van de nominale premie € 0,9 miljard lager uit dan geraamd ten tijde van het stabiliseren van het eigen risico. De bijdrage uit het Zvf komt naar huidige inschatting wel uit op de raming ten tijde van het stabiliseren van het eigen risico. De post beheerskosten/saldo komt daardoor € 0,8 miljard hoger uit.

Wet langdurige zorg (Wlz)

Onderstaande tabel toont de ontwikkeling van de uitgaven en inkomsten van het Fonds langdurige zorg (Flz).

Tabel 13 Uitgaven en inkomsten Flz (bedragen x € 1 miljard)1Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.
 

Begroting

Bijstelling Startnota

Startnota

Bijstelling

Jaarverslag2
 

2018

2018

2018

2018

2018

 

a

b

c=a+b

d

e=c+d

Uitgaven

21,8

0,0

21,9

– 0,5

21,4

– Zorgaanspraken en subsidies

21,6

0,0

21,7

– 0,5

21,2

– Beheerskosten

0,2

0,0

0,2

0,0

0,2

           

Inkomsten

23,0

0,0

23,0

– 1,0

22,0

– Procentuele premie

17,6

0,0

17,6

– 1,0

16,6

– Eigen bijdragen

1,9

0,0

1,9

– 0,1

1,8

– BIKK

3,6

0,0

3,6

0,0

3,6

           

Saldo

1,2

– 0,1

1,1

– 0,5

0,6

           

Vermogen Fonds langdurige zorg 2017

0,3

0,0

0,3

– 0,5

– 0,3

           

Vermogen Fonds langdurige zorg 2018

1,5

– 0,1

1,4

– 1,1

0,4

Noot 2: De meeste cijfers in de kolom Jaarverslag 2018 zijn afkomstig of afgeleid van ZiNL-cijfers. De eigen bijdragen, de BIKK en de post overig (rentebaten) zijn overgenomen uit de maartrapportage van ZiNL. Het vermogen van het Flz per ultimo 2017 is overgenomen uit het Jaarverslag Fondsen 2017 van ZiNL. De uitgavencijfers zijn gebaseerd op NZa-cijfers en voor de premieopbrengst 2018 is het CPB-cijfer in de EMU-definitie gebruikt.

Bron: VWS, CPB, ZiNL en NZa.

In de Startnota zijn beperkt hogere uitgaven, beperkt lagere eigen bijdragen en een beperkt hogere Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) verwerkt. De premies zijn niet gewijzigd ten opzichte van de begroting 2018. Per saldo verslechtert het saldo van het Flz met € 0,1 miljard.

De uitgaven gefinancierd via de Wlz zijn € 0,5 miljard lager uitgekomen dan geraamd in de Startnota. De procentuele Wlz-premie heeft € 1,0 miljard minder opgebracht. De BIKK is uitgekomen op de raming in de Startnota. De eigen bijdragen zijn € 0,1 miljard lager uitgekomen dan de raming uit de Startnota. Per saldo zijn de inkomsten van het Flz hierdoor € 1,0 miljard lager uitgekomen dan geraamd in de Startnota.

Vanwege de € 0,5 miljard lagere uitgaven en de € 1,0 miljard lagere inkomsten is het saldo van het Flz € 0,5 miljard lager uitgekomen dan de raming (op € 0,6 miljard). Dit saldo van € 0,6 miljard telt mee in het EMU-saldo.

Het vermogen van het Flz is per ultimo 2017 blijkens het ZiNL-jaarverslag fondsen 2017 uitgekomen op – € 0,3 miljard. Dit is € 0,5 miljard lager dan geraamd in de begroting 2018 en de nota van wijziging. Deze verslechtering resulteert vooral uit neerwaartse bijstellingen bij de premie-inkomsten in 2016. De premie-inkomsten 2017 vallen hoger uit. De uitgaven zijn in 2016 hoger en in 2017 lager uitgekomen.

Het vermogen van het Flz komt naar huidige inschatting per ultimo 2018 € 1,1 miljard lager uit dan geraamd in de begroting 2018 (op € 0,4 miljard in plaats van € 1,5 miljard). Deze € 1,1 miljard is de optelling van de € 0,5 miljard lagere vermogen per ultimo 2017 en het € 0,5 miljard lagere saldo 2018.

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

Met ingang van 2015 verlopen de uitgaven in het kader van de langdurige zorg via de Wlz. Daarom komen er met ingang van 2015 geen nieuwe uitgaven en inkomsten ten gunste of ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (AFBZ)5. Het vermogen van het AFBZ wordt nog wel beïnvloed door bijstellingen bij de uitgaven en inkomsten van de jaren vóór 2015.
Tabel 14 Vermogen Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (bedragen x € 1 miljard)
 

Jaarverslag

Bijstelling

Jaarverslag

 

2017

 

2018

 

a

b

c=a+b

Vermogen

– 15,8

0,4

– 15,4

In het Jaarverslag 2017 werd het vermogen van het AFBZ geraamd op – € 15,8 miljard. In de recente ZiNL rapportage financiële afwikkeling AFBZ 2017 wordt het ingeschat op – € 15,4 miljard. De opwaartse bijstelling van € 0,4 miljard hangt voor het grootste deel samen met een opwaartse bijstelling van de opbrengst van de AWBZ-premies, als gevolg van nabetalingen van de belastingdienst. De inkomsten uit de eerste schijf van de loon- en inkomstenheffing worden in eerste instantie verdeeld op basis van ramingen. Achteraf wordt bepaald welk deel van de loon- en inkomstenheffing voor de AWBZ en de Wlz is bestemd. De afwijking van de eerdere verdeling wordt verwerkt via nabetalingen. Dit heeft geen gevolgen voor het EMU-saldo omdat deze nabetaling een verschuiving tussen twee delen van de overheid betreft.

4.3. Ontwikkeling premies voor Zvw en Wlz

Tabel 15 geeft een overzicht van de premies Zvw en Wlz conform de stand ontwerpbegroting 2018 en conform de (voorlopige) realisatie.

Tabel 15 Premieoverzicht
 

Begroting

2018

Bijstelling

2018

Startnota

2018

Bijstelling

2018

Jaarverslag

2018

 

a

b

c=a+b

d

e=c+d

Zvw

         

Inkomensafhankelijke bijdrage regulier (in %)

6,90

0

6,90

0

6,90

Inkomensafhankelijke bijdrage laag (in %)

5,65

0

5,65

0

5,65

Nominale premie (jaarbedrag in €)

1.362

+ 9

1.3711

– 63

1.308

           

Wlz

         

Procentuele premie (in %)

9,65

0

9,65

0

9,65

Noot 1: Anders dan in tabel 15 is weergegeven blijkt dit bedrag niet uit de startnota maar uit het wetsontwerp Het ongewijzigd laten van het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering voor het jaar 2018 (TK 34 792 nr. 3)

Bron: VWS, CPB.

Zowel de Wlz-premie als de inkomensafhankelijke bijdragen Zvw zijn vastgesteld conform het percentage uit de ontwerpbegroting 2018. Deze percentages wijzigen niet door de bijstellingen uit de nota van wijziging. De nominale premie Zvw werd in de begroting 2018 geraamd op € 1.362. Die raming werd na het stabiliseren van het eigen risico bijgesteld naar € 1.371. De nominale premie voor 2018 is door de zorgverzekeraars € 63 lager vastgesteld dan deze € 1.371.

Tabel 16 geeft weer hoe de bedragen die burgers en bedrijven aan zorg betaalden zich hebben ontwikkeld tussen de stand ontwerpbegroting 2018 en de (voorlopige) realisatie in het Jaarverslag 2018.

Tabel 16 Verdeling van de zorglasten (bedragen x € 1 miljard)1Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.
 

Begroting

2018

Bijstelling

2018

Jaarverslag

2018

 

a

b

c=a+b

Burgers (Nominale premie Zvw, Wlz-premie, eigen betalingen, deel IAB)

48,3

– 2,1

46,2

Compensatie burgers door zorgtoeslag

– 5,2

+ 0,6

– 4,6

Burgers totaal

43,1

– 1,5

41,6

Werkgevers (IAB)

17,2

+ 0,2

17,4

Burgers en bedrijven (uit belastingen)

19,4

– 0,4

19,0

       

Totaal

79,7

– 1,7

77,9

Bron: VWS, CPB.

Burgers betalen de nominale premie, het eigen risico Zvw, de Wlz-premie, en de eigen bijdragen Wlz. Gepensioneerden en zelfstandigen betalen daarnaast ook de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. Voor burgers met een laag inkomen staat tegenover de nominale premie Zvw en het eigen risico compensatie door de zorgtoeslag. In de begroting 2018 werd geraamd dat deze posten samen per saldo € 43,1 miljard zouden opbrengen. Op basis van de actuele cijfers is dit gedaald naar € 41,6 miljard. De daling van € 1,5 miljard hangt voor € 0,7 miljard samen met de door zorgverzekeraars lager vastgestelde nominale premie Zvw6. De resterende daling betreft vooral lagere opbrengsten bij de Wlz-premie en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. Bij deze posten is de opbrengst bij een gegeven percentage lager uitgekomen, omdat de inkomens waarover ze geheven worden lager zijn uitgekomen. Daarnaast leidt de stabilisatie van het eigen risico ook tot een daling.

Werkgevers betalen de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw voor hun werknemers. In de begroting 2018 werd hiervoor € 17,2 miljard geraamd. Op basis van de actuele cijfers is dat gestegen naar € 17,4 miljard. De relevante loonsom is hoger uitgekomen.

De Wmo- en jeugdzorguitgaven, de uitgaven op de VWS-begroting, de rijksbijdragen en de zorgtoeslag worden gedekt uit belastingen. Daarvan valt niet op voorhand te zeggen of het lasten van burgers of werkgevers betreft. Het uit belastingen gefinancierde bedrag is gedaald van € 19,4 naar € 19,0 miljard, vooral vanwege de lagere uitgaven aan zorgtoeslag.

Uit tabel 16 blijkt dat burgers en werkgevers samen € 77,9 miljard hebben afgedragen, terwijl de zorguitgaven € 75,7 miljard bedroegen (zie tabel 11). Het verschil van € 2,2 miljard betreft enerzijds de beheerskosten van zorgverzekeraars van € 1,3 miljard en daarnaast de saldi van het Fonds langdurige zorg (€ 0,6 miljard), het Zorgverzekeringsfonds (€ 0,1 miljard) en de zorgverzekeraars (€ 0,2 miljard).

4.4. Wat heeft de gemiddelde burger in 2018 aan zorg betaald?

Figuur 4 laat zien dat een volwassene in Nederland gemiddeld € 5.580 heeft betaald aan collectieve zorg. Dat betreft niet alleen de nominale premie en de eigen betalingen. Een Nederlander betaalt gemiddeld ook een fors bedrag aan Wlz-premie. De inkomensafhankelijke bijdrage Zvw wordt voor een beperkt deel rechtstreeks door burgers betaald (gepensioneerden en zelfstandigen) en voor het grootste deel door werkgevers. Dat laatste deel beïnvloedt de loonruimte en wordt daarom meegenomen. Via de zorgtoeslag ontvangt de gemiddelde burger een bedrag ter gedeeltelijke compensatie van de nominale premie en het betaalde eigen risico. Als laatste is meegenomen het bedrag dat via belastingen wordt opgebracht ter dekking van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven, de rijksbijdragen en de zorgtoeslag.

De gemiddelde lasten voor een volwassene komen daarmee uit op € 5.580 voor het jaar 2018. Dat is € 141 lager dan geraamd in de begroting 2018. De lasten komen lager uit door een lagere premievaststelling door zorgverzekeraars en door lagere Wlz-premieinkomsten. De nominale premie is in 2018 per saldo € 54 lager vastgesteld door de zorgverzekeraars (€ 63 minder dan na de besluitvorming over het eigen risico). Mede hierdoor is de gemiddelde zorgtoeslag € 44 lager uitgekomen. De lagere uitgaven aan zorgtoeslag zijn weer een belangrijke verklaring voor de daling bij de belastingen van € 30. Vanwege de lagere dan geraamde inkomens betaalt de gemiddelde volwassene € 87 minder Wlz-premie en € 1 minder inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. Omdat de eigen betalingen € 12 lager uitkomen dan geraamd (waarvan € 7 vanwege het stabiliseren van het eigen risico), komen de totale lasten € 141 lager uit.

Figuur 4: Lasten per volwassene aan zorg in 2018 (in euro’s per jaar)

Noot 2: TK 34 792, nr. 3.

Noot 3: In het najaar van 2019 komt hier voor het eerst zicht op met de voorlopige afrekening 2018.

Noot 4: Dit betreft het saldo van baten en lasten voor wanbetalers, onverzekerden, gemoedsbezwaarden en rente en de premie van verdragsgerechtigden.

Noot 5: De uitzondering betreft de rente die het fonds moet betalen aan de schatkist.

Noot 6: € 0,9 miljard ten opzichte van het stabiliseren van het eigen risico.