Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

A. Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat 1. ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en 2. – wanneer dit nodig is – thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg biedt. Daarbij worden ondersteuning en zorg geboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag en de weerbaarheid van de burger staan centraal bij het bieden van passende zorg. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

In dit artikel zijn de uitgaven voor de maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg opgenomen.

De premie-uitgaven en -ontvangsten op het terrein van de maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg komen aan bod in het hoofdstuk Financieel Beeld Zorg (FBZ).

B. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor een effectief en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit of thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen.

Gemeenten dragen zorg voor de ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het budget voor de Wmo 2015 wordt via de integratie-uitkering Sociaal domein aan gemeenten uitgekeerd. Daarnaast ontvangen gemeenten budget uit de integratie- uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging, de decentralisatie-uitkeringen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang en de algemene uitkering van het gemeentefonds.

Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) beschikbaar. Zorgkantoren sluiten namens Wlz-uitvoerders overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

  • –  De Minister stimuleert adequate uitvoering van betreffende wetten en vernieuwing in de maatschappelijk ondersteuning en de langdurige zorg en jaagt deze aan. Vernieuwing wordt hoofdzakelijk door burgers, cliëntenorganisaties, gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en zorgverzekeraars vormgegeven.
  • –  De Minister stimuleert de ontwikkeling en verspreiding van kennis, waaronder goede voorbeelden en innovaties op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg en initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de ondersteuning en zorg te versterken.

Financieren:

  • –  De Minister draagt zorg voor het financieren van de Wmo 2015 en de Wlz.
  • –  De Minister is (mede)financier door onder meer de rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) in de Wlz en door het financieren van partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel, zoals het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE).

Regisseren:

  • –  De Minister stelt de wettelijke kaders van de Wlz en de Wmo 2015 vast en stuurt onder meer door het maken van bestuurlijke afspraken en door gebruik te maken van de bevoegdheid van interbestuurlijk toezicht.
  • –  De Minister is verantwoordelijk voor het monitoren en evalueren van de werking van de Wmo 2015 en de Wlz.

C. Beleidsconclusies

In 2018 lag de focus op een merkbaar betere praktijk. De beleidswijzigingen zoals opgenomen in de begroting 2018 zijn opgepakt. Zo financiert VWS sinds 2018 de anonieme hulplijn en doventolkvoorziening, waar dit voorheen vanuit de VNG werd gedaan (TK 31 839 nr. 582). Hieronder zijn, naast de in de begroting genoemde beleidswijzigingen, ook de additionele beleidswijzigingen in 2018, voor dit artikel opgenomen.

Pact voor de Ouderenzorg

Nederland staat voor een grote uitdaging. Nu zijn er 1,3 miljoen Nederlanders boven de 75. In 2030 zijn er dat 2,1 miljoen. Om de vergrijzing met zijn bijbehorende uitdaging aan te gaan is in maart 2018 het Pact voor Ouderenzorg gesloten. Het pact heeft drie programma’s: eenzaamheid bestrijden (programma Een tegen Eenzaamheid), mensen in zo goed mogelijke omstandigheden zo lang mogelijk in hun eigen omgeving laten wonen (programma Langer Thuis) en de verpleeghuiszorg verbeteren (programma Thuis in het Verpleeghuis).

Eind 2018 zijn 200 partijen aangesloten bij het Pact voor de ouderenzorg (TK 31 765, nr. 352). In oktober is een eerste conferentie gehouden met alle pactdeelnemers. Er is een Raad van Ouderen ingesteld om met ouderen de aanpak te bespreken en hen te betrekken bij de uitvoering van het pact.

Programma Langer Thuis

Het programma Langer Thuis is in juni 2018 gelanceerd. Het programma is samen met 21 partijen die zich hieraan committeren, uitgewerkt in een plan van aanpak. Samen wordt eraan gewerkt dat ouderen in hun eigen vertrouwde omgeving zelfstandig oud kunnen worden met een goede kwaliteit van leven. In 2018 zijn onder meer de volgende resultaten geboekt:

  • –  Zorgverzekeraars en zorgaanbieders hebben per 1 april 2018 regionale coördinatiefuncties gerealiseerd, waardoor beschikbare capaciteit in het eerstelijnsverblijf voor elke huisarts en elk ziekenhuis in de regio inzichtelijk is.
  • –  Op 1 september 2018 is de Rijksbouwmeester begonnen met de Community of Practice. De community is een netwerk dat ervoor moet zorgen dat de nieuwe vormen van wonen en zorg die bedacht zijn ook echt tot stand komen.

Programma Eén tegen Eenzaamheid

Om de trend van toenemende eenzaamheid te doorbreken is dit kabinet in 2018 gestart met het programma Een tegen Eenzaamheid dat tot doel heeft eenzaamheid te signaleren en bespreekbaar te maken en eenzaamheid duurzaam aan te pakken en te doorbreken. Voor dit programma is deze kabinetsperiode € 29 miljoen beschikbaar. In 2018 is een publiekscampagne gestart om mensen alert te maken dat iedereen iets kan doen om eenzaamheid te verminderen. Twee ambassadeurs hebben lokale bestuurders gevraagd om mee te doen in de aanpak tegen eenzaamheid. In totaal 63 gemeenten, waaronder de G4- en G40-gemeenten, hebben onderschreven een lokale coalitie tegen eenzaamheid op te gaan starten. In de voortgangsrapportage van december 2018 is de laatste stand van het programma weergegeven (TK 29 538, nr. 282).

Programma Thuis in het Verpleeghuis

Het programma Thuis in het Verpleeghuis, waardigheid en trots op elke locatie van april 2018 (TK 31 765, nr. 318) heeft als doelstelling ervoor te zorgen dat er voldoende tijd, aandacht en goede zorg is voor alle bewoners van verpleeghuizen. Op die manier kunnen verpleeghuizen uitvoering geven aan het kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Dit is een grote opdracht voor alle partijen, waarbij de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieders en hun bestuurders voorop staat. De inzet op kwaliteitsverbetering vraagt om een andere manier van werken en organiseren: kleinschalig, vraaggericht, innovatief, met minder regels en meer vertrouwen in de zorgprofessionals. In 2018 hebben in totaal 105 locaties zich gemeld voor deelname aan Waardigheid en Trots op Locatie. Met al deze locaties wordt de doelstelling zoals opgenomen in het programma verder opgepakt

Om voldoende gemotiveerde en deskundige zorgverleners te krijgen, is in iedere regio een zorgbreed Regionaal Actieplan Aanpak Tekorten (RAAT) opgesteld. In de voorgangsrapportage van het programma (TK 31 765, nr. 345) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de stijging van de opleidingsinspanning van verpleeghuizen van 10% in het schooljaar 2017–2018 ten opzichte van het jaar 2016–2017. Daarnaast is er een stijging bij de leerwerkplaatsen van 18% (circa 2.400 extra plaatsen) en bij hbo-verpleegkunde (vergeleken met het schooljaar 2014–2015) van bijna 80% (circa 1.400 extra plaatsen). Het aantal werknemers in de verpleeghuiszorg is in 2017 met 3% gestegen, wat overeenkomt met bijna 8.000 extra werknemers. In de eerste zes maanden van 2018 heeft deze stijging zich voortgezet met aanvullend 2%. Dit gaat om circa 5.000 extra werknemers. Verder hebben de verpleeghuizen 26.000 opleidingstrajecten ingediend voor de regeling Sectorplan Plus. Dit betekent dat meer mensen, vooral zij- en doorstromers, opgeleid worden tot zorgprofessional.

Onafhankelijke cliëntondersteuning

Dit kabinet zet in op versterking van de functie onafhankelijke cliëntondersteuning. Deze kabinetsperiode is daarvoor € 55 miljoen extra beschikbaar. In juli 2018 is de Kamer hierover geïnformeerd (TK 31 476, nr. 22). De VNG en Movisie hebben besloten om de komende jaren door te gaan met de koploperaanpak cliëntondersteuning, zodat uiteindelijk tientallen gemeenten hun beleid ten aanzien van deze functie hebben verbeterd. In het najaar van 2018 zijn veertien nieuwe koplopers geselecteerd. De koplopers fungeren op hun beurt als ambassadeur voor de doorontwikkeling van de functie in hun regio.

Mensenhandel

De middelen uit het regeerakkoord voor de aanpak van mensenhandel zijn onder meer aangewend voor methodiekontwikkeling voor minderjarige slachtoffers in de jeugdhulp en effectonderzoek van behandelprogramma’s. Voorts zijn gemeenten financieel ondersteund. Hiermee zijn projectleiders bij zowel VNG als Comensha aangesteld die bevorderen dat de functie zorgcoördinatie voor slachtoffers van mensenhandel landelijk dekkend beschikbaar komt en dat elke gemeente beleid maakt voor mensenhandel. Comensha heeft subsidie gekregen voor het verbeteren van het vermogen van medische professionals om slachtofferschap van mensenhandel te signaleren (TK 28 638, nr. 160).

Programma Onbeperkt Meedoen

Op 14 juni 2018 is het programma Onbeperkt Meedoen! gelanceerd samen met ervaringsdeskundigen, vertegenwoordigers van gemeenten en bestuurders uit diverse branches uit het Nederlandse bedrijfsleven (TK 24 170, nr. 177). Het programma geeft uitvoering aan de implementatie van het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking. De ambitie van dit programma is dat mensen met een beperking meer naar eigen wens en vermogen kunnen meedoen aan de samenleving, net als ieder ander. In 2018 zijn onder meer de volgende resultaten geboekt:

  • –  Er zijn 25 koplopergemeenten gestart met een lokale aanpak op het VN-verdrag. Overige gemeenten worden bij het vormen van hun aanpak actief ondersteund door de VNG.
  • –  Diverse branches in het bedrijfsleven hebben samen met VNO-NCW en MKB Nederland actieplannen toegankelijkheid ontwikkeld, waarmee zij hun leden tools en handvatten aanreiken om de toegankelijkheid van hun onderneming te vergroten. In een vijftal gemeenten zijn lokale ondernemers pilots toegankelijkheid in winkelgebieden gestart.
  • –  Met diverse partijen in de bouwsector en met de inbreng van ervaringsdeskundigen is een actieplan toegankelijkheid voor de bouw opgesteld en gepresenteerd aan de Tweede Kamer.
  • –  Binnen het hoger onderwijs hebben diverse universiteiten en hogescholen een intentieverklaring getekend om het VN-verdrag ook binnen hun instelling toe te passen en hiervoor in gezamenlijkheid passende maatregelen uit te werken.

Terugdringen stapelfacturen en vereenvoudiging eigen bijdrage Wmo

In 2018 zijn de voorbereidingen getroffen voor de invoering van het abonnementstarief voor eigen bijdragen Wmo per 1 januari 2019. Dit leidt tot een vereenvoudiging en beperking van de regeldruk voor zowel cliënten, gemeenten als aanbieders. Voor cliënten die een Wmo-voorziening aanvragen ontstaat vooraf inzicht in de daarmee gemoeide eigen bijdrage. Daarnaast is per 1 januari 2019 voor de vaststelling van de eigen bijdrage een aanlevertermijn van uiterlijk 28 dagen vastgesteld in regelgeving. Deze maatregel heeft tot doel dat cliënten de factuur voor eigen bijdrage zo spoedig mogelijk na het ontvangen van zorg en ondersteuning ontvangen en stapelfacturen worden voorkomen. Gemeenten en aanbieders hebben zich in 2018 hierop voorbereid.

Beschermd wonen en maatschappelijke opvang

Gemeenten werken samen met partijen in de regio aan de implementatie van het advies van de commissie Dannenberg. Eind 2018 hadden 44 regio’s een regioplan waarin zij hun visie op de ondersteuning van de mensen in beschermd wonen en de maatschappelijke opvang beschrijven (TK 29 325, nr. 95). In 2018 is de Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang vastgesteld waarmee de betrokken landelijke partijen de lokale partijen willen ondersteunen om een versnelde implementatie van de regioplannen te realiseren (TK 29 325, nr. 93).

Terugdringen administratieve lasten

In 2018 is het programma Ontregel de Zorg gestart, ook voor de onderdelen langdurige zorg, WMO en Jeugd. Bij de beleidsconclusies van artikel 4 is een passage over dit programma opgenomen.

Programma Volwaardig Leven

Op 1 oktober 2018 is voor de duur van deze kabinetsperiode het programma Volwaardig Leven van start gegaan. Het programma richt zich op cliënten met een beperking en hun naasten, waarbij vanwege de complexe problematiek of complexe situatie onvoldoende (snel) passende zorg en ondersteuning kan worden gevonden. Voor deze doelgroep wil men een structurele oplossing vinden.

Passende zorg bij een complexe zorgvraag

Mede naar aanleiding van een door de MEE-organisaties samengestelde lijst met 126 Wlz-cliënten waarvoor erg moeilijk passende zorg kon worden gevonden, hebben de regionale zorgkantoren in 2018 samen met MEE, zorgaanbieders en andere partijen voor al deze cliënten gezocht naar de best passende oplossing. Mede op basis van de opgedane kennis uit OPaz en de VWS-praktijkteams is het programma Volwaardig Leven voorbereid (TK 34 104, nr. 162).

Aanpak zorg voor kinderen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen

Om het leven van kinderen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen (ZEVMB) en hun gezin te verbeteren is de werkgroep Wij zien je wel opgericht (TK 34 104, nr. 162). Begin 2018 heeft de werkgroep knelpunten in kaart gebracht (zie ook: www.wijzienjewel.nl/producten). Op basis van deze bevindingen is een aanpak voor vereenvoudiging en verbetering van zorg en ondersteuning uitgewerkt. Het motto is dat gezinsleden weer kunnen leven in plaats van overleven. Eén project is bijvoorbeeld de Copiloot waarbij 50 gezinnen met een kind met ZEVMB twee jaar lang worden ondersteund door een gespecialiseerde cliënt ondersteuner (TK 24 170, nr. 179).

D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

 

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

4.479.923

7.052.568

3.783.240

3.974.307

4.981.713

4.003.091

978.622

                   

Uitgaven

4.560.102

3.604.436

3.708.112

3.818.740

3.908.966

3.935.770

– 26.804

                   

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

188.367

113.809

88.651

87.246

105.411

129.325

– 23.914

                   
 

Subsidies

34.667

31.381

26.176

25.771

24.134

44.871

– 20.737

   

Movisie

8.198

8.204

7.313

7.528

7.569

7.247

322

   

Volwaardig meedoen

     

1.778

0

0

0

   

Sociale werkplaatsen

0

2.685

2.346

2.506

2.515

2.575

– 60

   

Ondersteuning vrijwilligers

0

0

1.692

1.195

1.618

1.023

595

   

Mezzo

3.200

3.262

3.038

2.230

2.260

2.200

60

   

Zorg en ondersteuning bij onbedoelde zwangerschap

0

0

0

0

1.529

1.531

– 2

   

Waardig ouder worden

0

0

0

0

250

0

250

   

Opvang slachtoffers loverboys

0

0

0

0

0

0

0

   

Onafhankelijke cliëntondersteuning

0

0

0

0

943

15.000

– 14.057

   

Brede aanpak LVB, daklozen en zwerfjongeren

0

0

0

0

0

1.000

– 1.000

   

Gratis VOG

0

0

0

0

0

0

0

   

Overig

23.269

15.712

10.221

5.479

7.450

14.295

– 6.845

                   
 

Inkomensoverdrachten

87.555

20.867

0

0

0

0

0

   

Mantelzorg ondersteuning

87.555

20.867

0

0

0

0

0

                   
 

Opdrachten

63.376

60.329

62.475

61.475

81.277

84.454

– 3.177

   

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

59.648

55.645

57.736

56.908

57.187

61.854

– 4.667

   

Evaluatie Wmo 2015

0

0

0

0

0

2.000

– 2.000

   

Categorale opvang slachtoffers mensenhandel

0

0

1.629

1.653

0

800

– 800

   

Doventolk en luisterend oor

       

18.348

14.267

4.081

   

Waardig ouder worden

       

469

0

469

   

Aanpak Laaggeletterdheid

0

0

456

608

456

2.000

– 1.544

   

Brede aanpak LVB, daklozen en zwerfjongeren

       

0

1.000

– 1.000

   

Gratis VOG

       

850

0

850

   

Overig

3.728

4.684

2.654

2.306

3.967

2.533

1.434

                   
 

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

2.769

1.232

0

0

0

0

0

   

SVB: uitvoering Regeling maatschappelijke ondersteuning

2.769

1.232

0

0

0

0

0

                   

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

4.371.735

3.490.627

3.619.461

3.731.493

3.803.555

3.806.445

– 2.890

                   
 

Subsidies

229.472

79.651

81.685

97.605

88.693

123.669

– 34.976

   

Vilans

5.315

5.158

4.754

4.832

5.175

4.754

421

   

Centrum Consultatie en Expertise (CCE)

10.767

11.194

11.501

11.450

12.211

11.210

1.001

   

InVoorZorg! (IVZ)

30.205

22.541

5.598

3.621

1.075

2.151

– 1.076

   

Joodse en Indische instellingen

0

2.593

2.504

2.414

2.264

2.265

– 1

   

Palliatieve zorg

20.977

21.163

21.556

24.263

29.991

32.691

– 2.700

   

Dementie

   

2.460

3.510

3.412

3.412

0

   

Waardigheid en trots

   

18.014

28.098

17.682

35.291

– 17.609

   

Programma gehandicaptenzorg

     

2.665

4.528

4.000

528

   

Kennisinfrastructuur

     

905

1.361

9.000

– 7.639

   

Overig

162.208

17.002

15.298

15.849

10.994

18.895

– 7.901

                   
 

Bekostiging

4.136.300

3.250.000

3.382.200

3.516.700

3.602.000

3.582.900

19.100

   

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

4.136.300

3.250.000

3.382.200

3.516.700

3.602.000

3.582.900

19.100

                   
 

Inkomensoverdrachten

0

0

135

384

0

0

0

   

Overig

0

0

135

384

0

0

0

                   
 

Opdrachten

3.260

4.188

3.696

4.732

7.064

3.413

3.651

   

Overig

3.260

4.188

3.696

4.732

7.064

3.413

3.651

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

2.703

2.735

2.824

0

0

0

0

   

CIBG: Opdrachtgeverschap

2.703

2.735

2.824

0

0

0

0

   

Overig

0

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

154.053

148.921

112.072

105.798

96.463

9.335

   

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten

0

76.241

77.558

50.082

40.098

36.800

3.298

   

Centrum Indicatiestelling Zorg

0

77.811

71.363

61.990

65.700

59.663

6.037

   

Overig

0

1

0

0

0

0

0

                   

Ontvangsten

9.404

2.755

31.887

9.589

5.694

3.441

2.253

   

Overig

9.404

2.755

31.887

9.589

5.694

3.441

2.253

E. Toelichting op de instrumenten

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (65 jaar) en de algemene bevolking in 2017 (percentages)

Bron: Notitie NIVEL Participatiecijfers 2008–2017

1 < 65 jaar. Bij mensen met een verstandelijke beperking gaat het om (on)betaald werk, zowel 65-plus als 65-min.

Bovenstaand kengetal toont de participatie van thuiswonende mensen met beperkingen, ouderen en de algemene bevolking in 2017 op basis van de Notitie NIVEL Participatiecijfers 2008–2017. Het kengetal geeft inzicht in de participatie op negen deelgebieden. Het belangrijkste doel van de Participatiecijfers is het beschrijven van ontwikkelingen in de wijze en mate van maatschappelijke participatie van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, ouderen (65+) en de algemene bevolking in Nederland. Daarnaast zijn de cijfers ook bedoeld om beter zicht te krijgen op factoren die de participatie kunnen bevorderen dan wel belemmeren en op het verband tussen participatie en kwaliteit van leven.

Subsidies

Onafhankelijke cliëntondersteuning

De uitgaven voor onafhankelijke cliëntondersteuning zijn voor een deel lager dan verwacht. In 2018 is een fundament onder de aanpak gelegd. Dit fundament bestaat onder andere uit een tweetal onderzoeken naar de behoefte en het aanbod van cliëntondersteuning. Op basis van dit fundament kunnen middelen meer doelmatig en doeltreffend worden ingezet. Daarnaast heeft een overboeking naar het Gemeentefonds plaatsgevonden om het koploperprogramma van gemeenten te ondersteunen. In totaal is het budget in de tweede suppletoire begroting met € 13,8 miljoen verlaagd.

Overig

De uitgaven voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in Caribisch Nederland van € 1,3 miljoen zijn met de tweede suppletoire begroting overgeboekt naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Daarnaast zijn er meerdere voornemens niet tot besteding gekomen, zoals die op het gebied van systeemverantwoordelijkheid en transformatie.

Opdrachten

Bovenregionaal Gehandicaptenvervoer (BRV)

Mensen met een mobiliteitsbeperking konden ook in 2018 gebruikmaken van het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer (ook bekend als Valys) per (deel)taxi. De totale uitgaven bedroegen € 57,2 miljoen in 2018. Dit is minder dan begroot (€ 4,7 miljoen), omdat er minder gebruik gemaakt is van het bovenregionaal vervoer. Vanwege de jaarlijkse onderbenutting van het beschikbare budget voor Valys is besloten om per 1 december 2018 het persoonlijke kilometerbudget (pkb) van de Valyspashouders met 100 kilometer te verhogen. Het jaarlijks beschikbare aantal kilometers voor pashouders is daarmee in 2019 700 kilometer. Voor pashouders met een hoog pkb is dit 2.350 kilometer.

Kengetal: Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer (zie onderstaande tabel).

Bron: Tevredenheidsonderzoek Valys, november 2018, Jes marketing en onderzoek.

pkb = persoonlijk kilometer budget

Het BRV is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben op het aantal verreden kilometers.

Evaluatie Wmo 2015

Met de eerste suppletoire begroting is vanaf 2018 € 2 miljoen structureel overgeboekt naar het Sociaal Cultureel Planbureau voor de evaluatie Wmo 2015.

Doventolk en luisterend oor

Eind 2018 is er voor de uitvoering van de tolkvoorziening (€ 0,2 miljoen) en het tolkbudget leefdomein (€ 2,8 miljoen) voor het 1e kwartaal 2019 conform de afgesloten overeenkomst met de Berengroep € 3 miljoen betaald. In de begroting was met deze afspraak geen rekening gehouden. Tevens is bij eerste suppletoire begroting € 1 miljoen vanuit het Gemeentefonds bijgeboekt.

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

Subsidies

Palliatieve zorg

Op dit onderdeel is € 2,7 miljoen minder uitgegeven. Een deel van deze uitgaven is via artikel 2 bekostigd (€ 0,6 miljoen). Daarnaast is een aantal voorgenomen uitgaven later gestart. Zo zijn de uitgaven voor de campagne voor palliatieve zorg en de ontwikkeling van een zorgplan voor de laatste levensfase doorgeschoven naar 2019.

Waardigheid en trots

Niet alle middelen die beschikbaar zijn gesteld zijn tot besteding gekomen (€ 17,6 miljoen). In de eerste- en tweede suppletoire begroting is hier melding van gemaakt. De lagere uitgaven zijn voornamelijk ontstaan doordat de activiteiten voor het stimuleringsprogramma Waardigheid en Trots op locatie later plaats vinden dan eerder voorzien. Daarnaast is tussentijds gebleken dat een deel van de middelen -door minder en goedkopere trajecten- niet nodig bleek.

Kennisinfrastructuur

Deze mutatie bestaat voornamelijk uit overhevelingen naar ZonMw. Om tot een adequate kennisinfrastructuur voor gehandicapten- en ouderenzorg te komen zijn door ZonMw twee programma’s ontwikkeld (€ 3,7 miljoen). Daarnaast is voor het programma Gewoon Bijzonder € 250.000 beschikbaar gesteld. Tevens heeft een vertraagde realisatie van uitgaven (€ 3,7 miljoen) op het terrein van kennisinfrastructuur plaatsgevonden. De vertraging doet zich met name voor bij de beleidsontwikkelingen met betrekking tot implementatie van beleid, zoals de vervaardiging van richtlijnen.

Overig

Het verschil met de begroting betreft voornamelijk overboekingen naar andere begrotingsinstrumenten, zoals de financiering van het CIZ (€ 2,1 miljoen) en technische overhevelingen naar het opdrachtenkader voor pgb (€ 3,6 miljoen) en apparaatsuitgaven (€ 1,9 miljoen).

Bekostiging

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

De BIKK is een rijksbijdrage die is ingesteld om de lagere premie-opbrengst van de Wlz als gevolg van de grondslagverkleining van de Wlz bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 te compenseren (circa € 3,6 miljard). De uitgavenraming voor de BIKK is in de eerste en tweede suppletoire begroting met € 19,1 miljoen bijgesteld op basis van de ramingen van het Centraal Planbureau.

Opdrachten

Overig

De realisatie heeft voornamelijk een technische oorzaak. Tijdens de uitvoering van de begroting 2018 is de verdeling van de uitvoeringskosten inzake opdrachten en andere begrotingsinstrumenten anders uitgevallen dan eerder voorzien en geraamd (€ 3,7 miljoen).

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten

De uitgaven zijn € 3,3 miljoen hoger vanwege de ICT-investeringen voor de ontwikkelkosten van het Financieel Domein als onderdeel van het PGB2.0-systeem.

Centrum Indicatiestelling Zorg

Door het CIZ is € 65,7 miljoen uitgegeven. De extra uitgaven van € 6 miljoen zijn gemeld in de eerste en tweede suppletoire begroting. De additionele middelen zijn onder andere ingezet voor het creëren van extra capaciteit gericht op structurele daling van de werkvoorraad, het borgen van doorlooptijden en het verbeteren van de kwaliteitsprestaties.