Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Dit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.

Het projectartikel is gerelateerd aan de beleidsartikelen 18 Scheepvaart en havens (Intermodaal vervoer), 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s (Externe veiligheid) en 13 Ruimtelijke ontwikkeling (Reservering Omgevingswet) van de begroting Hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 18 Overige uitgaven en ontvangsten (bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

833

66.261

2.966

2.313

1.165

1

2

Uitgaven

1.677

66.494

2.966

2.178

1.030

0

0

Waarvan juridisch verplicht:

   

100%

       

18.01 Saldo van de afgesloten rekeningen

0

0

0

0

0

0

0

18.02 Beter Benutten

0

0

0

0

0

0

0

18.03 Intermodaal vervoer

192

3

0

0

0

0

0

18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR)

0

0

0

0

0

0

0

18.06 Externe veiligheid

1.485

6.740

1.016

879

775

0

0

18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise

0

0

0

0

0

0

0

18.07.01 Nationale basisinform.voorz. en ov. uitgaven.

0

0

0

0

0

0

0

18.07.02 Subsidies algemeen

0

0

0

0

0

0

0

18.08 Netwerkoverstijgende kosten

0

32.507

0

0

0

0

0

18.08.01 Apparaatskosten RWS

0

0

0

0

0

0

0

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

0

0

0

0

0

0

0

18.08.02 Overige netwerkoverstijgende kosten

0

0

0

0

0

0

0

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

0

0

0

0

0

0

0

18.08.03 Afroming Eigen Vermogen Rijkswaterstaat

0

32.507

0

0

0

0

0

18.11 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

18.11.01 Programmaruimte

0

0

0

0

0

0

0

18.11.02 Beleidsruimte

0

0

0

0

0

0

0

18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

0

0

0

0

0

0

0

18.12.01 Beheer en onderhoud

0

0

0

0

0

0

0

18.12.02 Vervanging

0

0

0

0

0

0

0

18.13 Tol gefinancierde uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

18.14 Minregel: rentevrijval

0

0

0

0

0

0

0

18.15 Ramingsbijstelling en Kasschuif

0

0

0

0

0

0

0

18.15.01 Ramingbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

18.15.02 Kasschuif

0

0

0

0

0

0

0

18.16 Reservering Omgevingswet

0

27.244

1.950

1.299

255

0

0

18.17 Verkenningen Nieuwe Stijl

0

0

0

0

0

0

0

18.09 Ontvangsten

0

32.507

0

0

0

0

0

18.09.01 Ontvangsten

0

32.507

0

0

0

0

0

18.09.02 Tolopgave

0

0

0

0

0

0

0

18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen

207.606

550.802

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2018 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2018.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2031 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2031.

Bedragen x € 1.000
     

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

18

Overige uitgaven en ontvangsten

Uitgaven

66.494

2.966

2.178

1.030

0

0

0

0

18.01

Saldo afgesloten rekeningen

0

0

0

0

0

0

0

0

18.02

Beter Benutten

 

0

0

0

0

0

0

0

0

18.03

Intermodaal vervoer

 

3

0

0

0

0

0

0

0

18.04

Gebiedsgerichte aanpak (UPR)

0

0

0

0

0

0

0

0

18.06

Externe veiligheid

 

6.740

1.016

879

775

0

0

0

0

18.07

Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise

0

0

0

0

0

0

0

0

18.08

Netwerkoverstijgende kosten

32.507

0

0

0

0

0

0

0

18.11

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

18.12

Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

0

0

0

0

0

0

0

0

18.13

Tol gefinancierde uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

0

18.14

Minregel: rentevrijval

 

0

0

0

0

0

0

0

0

18.15

Ramingsbijstelling

 

0

0

0

0

0

0

0

0

18.16

Reservering Omgevingswet

27.244

1.950

1.299

255

0

0

0

0

18.17

Verkenningen Nieuwe Stijl

0

0

0

0

0

0

0

0

                     

18.09

Ontvangsten

Ontvangsten

32.507

0

0

0

0

0

0

0

18.10

Saldo van de afgesloten rekeningen

550.802

0

0

0

0

0

0

0

(vervolg) Bedragen x € 1.000
     

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

18

Overige uitgaven en ontvangsten

Uitgaven

0

0

0

0

524.761

555.804

2.034.530

3.187.764

18.01

Saldo afgesloten rekeningen

0

0

0

0

0

0

0

0

18.02

Beter Benutten

 

0

0

0

0

0

0

0

1

18.03

Intermodaal vervoer

 

0

0

0

0

0

0

0

3

18.04

Gebiedsgerichte aanpak (UPR)

0

0

0

0

0

0

0

0

18.06

Externe veiligheid

 

0

0

0

0

0

0

0

9.410

18.07

Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise

0

0

0

0

0

0

0

0

18.08

Netwerkoverstijgende kosten

0

0

0

0

0

0

0

32.507

18.11

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

519.091

533.124

1.589.328

2.641.543

18.12

Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

0

0

0

0

0

0

445.202

445.202

18.13

Tol gefinancierde uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

0

18.14

Minregel: rentevrijval

 

0

0

0

0

0

0

0

0

18.15

Ramingsbijstelling

 

0

0

0

0

0

0

0

0

18.16

Reservering Omgevingswet

0

0

0

0

5.670

22.680

0

59.098

18.17

Verkenningen Nieuwe Stijl

0

0

0

0

0

0

0

0

                     

18.09

Ontvangsten

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

32.507

18.10

Saldo van de afgesloten rekeningen

0

0

0

0

0

0

0

550.802

18.03 Intermodaal vervoer

Motivering

De subsidieregeling Bundeling van Goederenstromen voor vervoer over het spoor (BGS) is in 2016 beëindigd. Het resterende budget ad € 5 miljoen is vrijgevallen ten gunste van de investeringsruimte Spoorwegen. Er resteert in 2017 nog een beperkt bedrag aan te verrekenen uitvoeringskosten.

18.06 Externe Veiligheid

Motivering

Het budget is bestemd voor het oplossen van externe veiligheidsknelpunten in het kader van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen (NVGS, Kamerstukken II 2005–2006 30 373, nr. 2). De opgenomen kasreeks heeft betrekking op het RWS-programma «aankopen en saneren van kwetsbare objecten in het kader van basisnet».

18.11 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de investeringsruimte die nog niet concreet is toebedeeld aan modaliteiten verantwoord. Binnen de investeringsruimte wordt onderscheid gemaakt tussen programmaruimte en beleidsruimte. In beginsel is alle investeringsruimte aangemerkt als programmaruimte, tenzij wordt besloten om (delen van) de investeringsruimte als beleidsruimte aan te merken. De programmaruimte betreft ruimte die reeds in de huidige kabinetsperiode ingezet kan worden voor ambities en risico’s. De beleidsruimte betreft ruimte waarover de besluitvorming wordt overgelaten aan een volgend kabinet.

Programmaruimte

Zoals toegelicht in de begroting op hoofdlijnen is de looptijd van het Infrastructuurfonds bij deze begroting verlengd tot en met 2031. Door deze verlenging ontstaat er ook generieke investeringsruimte (totaal € 1,6 miljard). Deze generieke investeringsruimte is toegevoegd aan artikelonderdeel 18.11.

Beleidsruimte

Bij de begroting 2017 is de looptijd van het Infrastructuurfonds met twee jaar verlengd tot en met 2030. Bij deze verlenging is besloten om een deel van de vrijkomende middelen volledig vrij beschikbaar te houden voor toekomstige kabinetten, hetgeen is aangemerkt als beleidsruimte. In de begroting 2017 bedroeg de beleidsruimte die niet nog concreet was toebedeeld aan modaliteiten € 1,5 miljard. In de begroting 2017 is aangegeven dat dit bedrag nog kan wijzigen, indien in aanloop naar de begroting 2018 blijkt dat de omvang van de doorlopende verplichtingen voor de jaren 2029 en 2030 moet worden bijgesteld.

Om vast te kunnen stellen of de budgetten voor doorlopende verplichtingen in de jaren 2029 en 2030 nog moet worden bijgesteld, is in de begroting 2017 aangekondigd dat deze budgetten in aanloop naar de begroting 2018 nader zullen worden bezien. Aanleiding hiervoor is dat de omvang van de doorlopende verplichtingen bij de verlenging tot en met 2030 technisch is bepaald door de omvang van de doorlopende verplichtingen in het begrotingsjaar 2028 als uitgangspunt te hanteren. In het afgelopen jaar is gebleken dat het hanteren van dit uitgangspunt niet voor alle budgetten heeft geresulteerd in het juiste benodigde bedrag in de jaren 2029 en 2030.

Voor de jaren 2029 en 2030 is per saldo per jaar € 253 miljoen meer benodigd voor het dekken van de doorlopende verplichtingen. In deze begroting zijn derhalve deze budgetten voor de jaren 2029 en 2030 bijgesteld ten laste van de beleidsruimte uit de verlenging tot en met 2030.

18.11 Investeringsruimte (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Programmaruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Beleidsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

(vervolg) 18.11 Investeringsruimte (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

Programmaruimte

0

0

0

0

0

13.805

1.589.328

1.603.133

Beleidsruimte

0

0

0

0

519.091

519.319

0

1.038.410

Totaal

0

0

0

0

519.091

533.124

1.589.328

2.641.543

18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn noodzakelijke middelen opgenomen voor Vervanging en Renovatie vanaf 2031. Deze middelen worden nog niet toegewezen aan de afzonderlijke netwerken. Op een later moment worden deze middelen toegewezen aan het artikel 12 Hoofdwegennet, het artikel 13 Spoorwegen en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds. Toewijzing van deze middelen zal geschieden op grond van een nadere onderbouwing van de onderhouds- en vervangingsbehoefte per netwerk (inclusief Deltafonds). In de instandhoudingsbijlage wordt nader ingegaan op de vervangingsopgave.

Het budget voor Vervanging en Renovatie is op het niveau van 2030 doorgetrokken, maar wordt voorlopig centraal gereserveerd op artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen Beheer, Onderhoud en Vervanging en nog niet toebedeeld aan de modaliteiten. Voor Spoor betreft dit alleen de verwachte toename van de vervangingsopgave vanaf 2031, zoals in de instandhoudingsbijlage bij de begroting 2017 is opgenomen.

18.16 Reservering Omgevingswet

Motivering

Voor de eerste investeringen ten behoeve van het Digitale Stelsel Omgevingswet als onderdeel van het programma Omgevingswet zijn middelen vrijgemaakt uit de investeringsruimten van alle modaliteiten op de investeringsfondsen. Op dit artikelonderdeel is de reservering opgenomen voor de implementatie van de Omgevingswet, naar aanleiding van het ondertekenen van het Hoofdlijnenakkoord financiële afspraken stelselherziening omgevingsrecht door de Minister van IenM en de koepels VNG, IPO en UvW op 21 april 2016. Deze reservering is bestemd voor de eenmalige kosten waaronder de investeringen voor het digitale stelsel en de invoeringsondersteuning voor de Omgevingswet. Deze middelen worden op de begroting Hoofdstuk HXII verantwoord.

18.17 Verkenningen Nieuwe Stijl

Motivering

In dit artikelonderdeel staan de verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan de verkenningen nieuwe stijl is dat ze modaliteitsneutraal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en 75% zicht op financiering hebben. Voorts gaan verkenningen nieuwe stijl niet automatisch door naar de planuitwerking, maar vindt er een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaats. De verkenningen op dit artikel dragen bij aan de bereikbaarheidsdoelstellingen uit de SVIR. Dit artikelonderdeel geeft de mogelijkheid om budgetten voor Verkenningen Nieuwe Stijl vorm te geven.