Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Bijlage 7 Tol

Met de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15, die op 15 maart 2016 in werking is getreden, is vastgelegd dat bij de projecten A24 Blankenburgverbinding en A12/A15 Ressen – Oudbroeken (ViA15) tol geheven kan worden (http://wetten.overheid.nl/BWBR0037517/2016-03-15#Hoofdstuk3_Artikel16).

De financiële ruimte op de rijksbegroting in de fondsperiode (tot en met 2031) is onvoldoende om deze projecten zonder tolheffing uit te kunnen voeren.

Per aanlegproject is een tolopgave vastgesteld. Voor de Blankenburgverbinding (BBV) is deze tolopgave € 316 miljoen (pp 2016) en voor de ViA15 € 286 miljoen (pp 2016). Dit betreft de netto contante waarden en is begroot op Artikel IF 12.04.

Daarnaast is sprake van uitvoeringskosten die gepaard gaan met het innen van tol, de handhaving en het beheren en onderhouden van het tolsysteem.

Bij tolheffing wordt uitgegaan van een periode van 25 jaar. Als de tolopgave op een wegdeel eerder wordt gerealiseerd, dan zal de tolheffing op dat wegdeel worden beëindigd.

In de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15 is opgenomen dat het tolsysteem verder wordt uitgewerkt in een uitvoeringsplan en een handhavingsplan die aan de Staten-Generaal worden voorgehangen voordat de tolheffing van start gaat. Het uitvoeringsplan bevat een algemene beschrijving van het tolsysteem, de registratiemiddelen, de betalingsmogelijkheden en de klantenservice. In het handhavingsplan zal worden beschreven hoe de boete wordt opgelegd en geïnd en hoe het toezicht is georganiseerd. De invulling van de aangenomen moties8 gericht op de beperking van de kosten van de uitvoering, de bewaartermijn van privacy gevoelige gegevens,

de beperking van het aantal niet betalingen en maatregelen ter voorbereiding van de beëindiging van de tol worden hierin meegenomen.

In deze bijlage wordt de informatie verstrekt die de financiële stromen en de voortgang van het realiseren van de tolopgave per project inzichtelijk maakt.

In deze bijlage zijn de volgende onderdelen opgenomen:

  • A.  Specificatie inkomsten en uitgaven gerelateerd aan de tolprojecten en de tolorganisatie.
  • B.  Specificatie van de kosten van de uitvoeringsorganisaties
  • C.  Aansluiting tussen Infrastructuurfonds en Tolorganisatie

Planning

De tolheffing wordt samen met de beoogde uitvoeringsorganisatie Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor het Wegverkeer, Centraal Justitieel Incassobureau en Inspectie Leefomgeving en Transport verder uitgewerkt. Deze uitwerking landt in het uitvoeringsplan en het handhavingsplan. De realisatie van het systeem en de voorbereiding van de organisatie is voorzien in de periode 2018–2021. De start is gekoppeld aan de openstelling van de Blankenburgverbinding en de ViA15.

Onderdeel A – Specificatie inkomsten en uitgaven

In onderstaande tabel is het totaaloverzicht opgenomen van de verwachte inkomsten en uitgaven voor de periode 2018–2021 en wordt een doorkijk gegeven voor wat betreft de tolinkomsten voor de jaren daarna.

Bedragen x € 1.000

Uitgaven

Artikel

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032 e.v.

Rijksbijdrage voor project Blankenburgverbinding

IF 12.04

         

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

22.344

344.227

Rijksbijdrage voor Tolsysteem en -organisatie

IF 12.03

5.486

5.500

5.573

5.663

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– waarvan bijdrage aan Rijkswaterstaat

IF 12.06

1.050

1.050

1.050

1.260

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan Rijksdienst voor het wegverkeer

HXII 14

503

597

768

541

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan ILT

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan Centraal Justitieel incassobureau

IF 12.03

0

0

306

995

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Subtotaal Blankenburgverbinding

5.486

5.500

5.573

5.663

0

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

20.248

22.344

344.227

                                 

Rijksbijdrage voor project ViA15

IF 12.04

       

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

20.389

292.570

Rijksbijdrage voor Tolsysteem en -organisatie

IF 12.03

4.514

4.500

4.428

4.336

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

– waarvan bijdrage aan Rijkswaterstaat

IF 12.06

649

649

649

779

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan Rijksdienst voor het wegverkeer

HXII 14

311

369

475

334

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan ILT

 

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan Centraal Justitieel incassobureau

IF 12.03

0

0

189

615

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Subtotaal ViA15

4.514

4.500

4.428

4.336

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

18.286

20.389

292.570

                             

Totaal uitgaven Tol

10.000

10.000

10.001

9.999

18.286

38.534

38.534

38.534

38.534

38.534

38.534

38.534

38.534

42.733

636.797

                               
                                 

Risicoreservering Tol

IF 12.03

0

0

5.000

8.000

41.037

14.000

11.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

563

                                 

Ontvangsten

                               
                                 

Geraamde ontvangsten Tol

IF 12.09

0

0

0

0

22.286

42.534

42.534

42.534

42.534

42.534

42.534

42.534

42.534

46.733

636.797

Toelichting op de tabel

Voor de realisatie en exploitatie van tol is er een aantal rollen en taken die vervuld worden, die betrekking hebben op zowel reguliere inning als voor de wettelijke aanmaning en handhaving. Het betreft kosten van het ketenbureau, algemene communicatie en marketing van tol die voor de gehele keten gelden.

Om het mogelijk maken tol te kunnen innen, moeten de ketenpartners zich gedegen voorbereiden, systemen aanpassen en producten en diensten inkopen. De kosten die hier bij worden gemaakt komen ten laste van de tolopgave en worden voorgefinancierd uit de reservering tol. Voor de verdeling van de kosten van de ketenpartners over de projecten is een verdeelsleutel bepaald op basis van verkeersvolumes.

Het kasritme van de ontvangsten wordt in een later stadium geactualiseerd op basis van de laatste inzichten.

Onderdeel B – Specificatie van de kosten van de uitvoeringsorganisaties

Om tolinning mogelijk te maken wordt een uitvoeringsprogramma ingericht. Binnen het programma werken de beoogde uitvoeringsorganisatie samen aan de voorbereiding van de tolheffing voor beide aanlegprojecten. De kosten worden toebedeeld aan respectievelijk de Blankenburgverbinding en ViA15 en zullen worden gedekt uit de toekomstige tolontvangsten op deze verbindingen. Om de impact te bepalen hebben de beoogde uitvoeringsorganisaties in 2017 uitvoeringstoetsen uitgevoerd. Ook is de uitbreiding van de rijksformatie (CJIB en RWS) voor de realisatiefase geraamd. In deze begroting zijn de totale apparaatskosten (inclusief ZBO-RDW) zichtbaar gemaakt. In 2018 zal, na afronding van de voorbereidingsfase, het programmabudget voor de realisatiefase aan de uitvoeringsorganisaties worden toegevoegd.

Bedragen x € 1.000

Uitgaven

artikel

2018

2019

2020

2021

           

Rijksbijdrage voor project Blankenburgverbinding

IF 12.04

       

Rijksbijdrage voor Tolsysteem en -organisatie

IF 12.03

5.486

5.500

5.573

5.663

– waarvan bijdrage aan Rijkswaterstaat

IF 12.06

1.050

1.050

1.050

1.260

– waarvan bijdrage aan Rijksdienst voor het wegverkeer

HXII 14

503

597

768

541

– waarvan bijdrage aan ILT

 

0

0

0

0

– waarvan bijdrage aan Centraal Justitieel incassobureau

IF 12.03

0

0

306

995

Subtotaal Blankenburgverbinding

 

5.486

5.500

5.573

5.663

           

Rijksbijdrage voor project ViA15

IF 12.04

       

Rijksbijdrage voor Tolsysteem en -organisatie

IF 12.03

4.514

4.500

4.428

4.336

– waarvan bijdrage aan Rijkswaterstaat

IF 12.06

649

649

649

779

– waarvan bijdrage aan Rijksdienst voor het wegverkeer

HXII 14

311

369

475

334

– waarvan bijdrage aan ILT

 

0

0

0

0

– waarvan bijdrage aan Centraal Justitieel incassobureau

IF 12.03

0

0

189

615

Subtotaal ViA15

 

4.514

4.500

4.428

4.336

           

Totaal uitgaven Tol

IF 12.03

10.000

10.000

10.001

9.999

Toelichting op de tabel

In de tabel zijn de apparaatskosten voor de realisatiefase opgenomen. Deze kosten zijn op basis van de hiervoor genoemde verdeelsleutel toebedeeld aan de beide aanlegprojecten.

Bij de uitvoering vormen Rijkswaterstaat (RWS) en de Dienst Wegverkeer (RDW) de basis voor het primaire proces van de tolketen. Zij vervullen samen de rol van «Tolheffende Instantie» en zijn verantwoordelijk voor de registratie, matching en inning (inclusief frontoffice). Voor handhaving en toezicht wordt zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande werkwijzen. Het CJIB is daarom verantwoordelijk voor het versturen en innen van wettelijke betaalherinneringen en opgelegde bestuurlijke boetes. ILT verzorgt het toezicht op weg.

Voor een beperkt aantal onderdelen binnen de tolketen (o.a. uitvoering bezwaar en beroep en toezicht personenvervoer) is de uitvoeringsorganisatie nog niet bepaald. De verwerking van het beleggen van deze taken volgt naar verwachting bij begroting 2019.

Onderdeel C – Aansluiting tussen Infrastructuurfonds en Tolorganisatie

Bedragen x € 1.000

2018

2019

2020

2021

Specificatie bijdragen aan de uitvoeringsorganisaties

       
         

Totale bijdrage aan Rijkswaterstaat

1.699

1.699

1.699

2.039

– waarvan bijdrage apparaat

1.699

1.699

1.699

2.039

– waarvan bijdrage tolsysteem

0

0

0

0

         

Totale bijdrage aan Rijksdienst voor het wegverkeer

814

966

1.243

875

– waarvan bijdrage apparaat

814

966

1.243

875

– waarvan bijdrage tolsysteem

0

0

0

0

         

Totale bijdrage aan Centraal Justitieel Incassobureau

0

0

495

1.610

– waarvan bijdrage apparaat

0

0

495

1.610

– waarvan bijdrage tolsysteem

0

0

0

0

Toelichting op de tabel

In de tabel wordt de verdeling tussen het apparaat en het programma zichtbaar gemaakt. In deze begroting is alleen de uitbreiding van apparaat voor de realisatiefase weergegeven. In de begroting 2019 wordt – na het uitvoeringsbesluit – het benodigde programmabudget toegevoegd.

Noot 8: Motie 34 189 nr. 16 Hoogland/Visser, motie 34 189 nr. 17 Visser/Hoogland, motie 34 189 nr. 18 Visser/Hoogland, motie 34 189 nr. 19 Hachchi.