Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 13 Spoorwegen

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord.

Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII over 2018 bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 13 Spoorwegen (bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

1.842.244

2.448.283

2.527.321

1.749.871

2.423.260

1.603.286

1.562.900

Uitgaven

2.074.004

2.146.643

2.190.386

2.054.155

2.095.031

2.232.015

2.185.826

Waarvan juridisch verplicht:

   

91%

       

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

1.214.109

1.303.198

1.245.258

1.238.568

1.293.225

1.305.578

1.274.758

13.03 Aanleg

708.115

651.060

766.273

635.907

593.477

719.958

684.418

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer

540.171

498.984

505.834

463.280

359.561

267.479

266.701

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer

21.074

58.176

62.124

69.530

65.376

42.141

31.050

13.03.04 Verk. en planuitw. personenvervoer

29.841

85.506

195.706

94.708

164.979

390.338

364.956

13.03.05 Verk. en planuitw. goederenvervoer

117.029

8.394

2.609

8.389

3.561

20.000

21.711

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

134.760

175.788

162.258

147.583

156.570

160.882

161.053

13.07 Rente en aflossing

17.020

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

13.08 Investeringsruimte

0

0

0

15.500

35.162

29.000

49.000

13.08.01 Programmaruimte

0

0

0

15.500

35.162

29.000

49.000

13.08.02 Beleidsruimte

0

0

0

0

0

0

0

13.09 Ontvangsten

348.132

245.696

314.250

202.214

197.329

202.263

207.106

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2018 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2018.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2031 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2031.

Bedragen x € 1.000
     

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

13

Spoorwegen

Uitgaven

2.146.643

2.190.386

2.054.155

2.095.031

2.232.015

2.185.826

1.912.520

1.856.710

13.02

Beheer, onderhoud en vervanging

1.303.198

1.245.258

1.238.568

1.293.225

1.305.578

1.274.758

1.277.728

1.282.479

13.03

Aanleg

 

651.060

766.273

635.907

593.477

719.958

684.418

441.138

375.347

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

175.788

162.258

147.583

156.570

160.882

161.053

171.057

172.787

13.07

Rente en aflossing

 

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

13.08

Investeringsruimte

 

0

0

15.500

35.162

29.000

49.000

6.000

9.500

                     

13.09

Ontvangsten

Ontvangsten

245.696

314.250

202.214

197.329

202.263

207.106

208.641

195.074

(vervolg) Bedragen x € 1.000
     

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

13

Spoorwegen

Uitgaven

2.095.186

1.798.788

1.821.610

1.824.668

1.980.450

1.925.546

1.638.495

29.758.029

13.02

Beheer, onderhoud en vervanging

1.257.016

1.287.050

1.293.688

1.300.256

1.343.567

1.343.590

1.382.646

19.428.605

13.03

Aanleg

 

626.617

304.664

321.922

323.384

192.882

203.007

0

6.840.054

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

173.656

174.177

173.103

168.132

77.180

77.180

38.590

2.189.996

13.07

Rente en aflossing

 

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

16.597

248.955

13.08

Investeringsruimte

 

21.300

16.300

16.300

16.299

350.224

285.172

200.662

1.050.419

                     

13.09

Ontvangsten

Ontvangsten

320.728

201.836

201.857

201.878

201.899

201.921

201.943

3.304.635

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Op grond van richtlijn 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 juli 1991 kan een beheerder voor de spoorweginfrastructuur worden aangewezen en kunnen lidstaten financiële middelen verstrekken aan de beheerder om te voldoen aan zijn taken. De Minister van IenM heeft op 14 december 2014 aan ProRail een concessie verleend voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur in de periode 2015 tot en met 2024. In de beheerconcessie staan de afspraken tussen de overheid en ProRail over het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze afspraken gaan onder meer over de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en kwaliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur en de daarmee samenhangende voorzieningen, maar ook over de kwaliteit van de informatievoorziening. Jaarlijks wordt aan ProRail subsidie verstrekt voor de instandhouding van de hoofdspoorweginfrastructuur, overeenkomstig het bepaalde in de Wet en het Besluit Infrastructuurfonds.

De beheerconcessie geeft invulling aan de beleidsambities uit de Lange Termijn Spooragenda deel 2 (LTSA 2), namelijk scherpere sturing door de concessieverlener. Hiertoe bevat de concessie instrumenten als prestatie-indicatoren, programma’s en maatregelen, audits en reviews, verplichtingen om informatie aan IenM te verstrekken en/of besluiten voor te leggen en verplichtingen met betrekking tot samenwerking en transparantie. De ruggengraat van de concessie is de jaarcyclus waarmee in het beheerplan jaarlijks afspraken worden gemaakt tussen de Minister van IenM en ProRail over de te bereiken prestaties en de te nemen maatregelen. De Minister van IenM geeft jaarlijks in de beleidsprioriteitenbrief aan welke prestaties het komende jaar van ProRail worden verwacht. ProRail stelt op basis van de beleidsprioriteitenbrief een beheerplan op. ProRail consulteert belanghebbenden over de hoofdlijnen van het ontwerp beheerplan.

Nadat de Minister van IenM heeft ingestemd met het beheerplan, wordt deze toegezonden aan de Tweede Kamer. Na afloop van het jaar legt ProRail op grond van de Concessie verantwoording af in de jaarrapportage en op grond van het Besluit Infrastructuurfonds in het jaarverslag en de jaarrekening. Zodra deze documenten zijn vastgesteld worden ook deze aan de Tweede Kamer toegezonden.

Producten

De beheer-, onderhoud- en vervangingsactiviteiten zijn gericht op het realiseren van de in het beheerplan opgenomen prestaties per prestatiegebied zoals opgenomen in de beheerconcessie. Onderdeel hiervan zijn de activiteiten van ProRail die samenhangen met verkeersleiding en capaciteitsmanagement. In het beheerplan zelf wordt jaarlijks een uitgebreide beschrijving opgenomen van de belangrijkste activiteiten die voor dat jaar zijn gepland. ProRail ontvangt voor de uit te voeren activiteiten een bijdrage van het Rijk. Bij de vaststelling van de rijksbijdrage voor beheer, onderhoud en vervanging wordt rekening gehouden met de inkomsten van de gebruiksvergoeding die ProRail ontvangt van de vervoerders en eventuele bijdragen van andere partijen voor onderhoudsactiviteiten.

Het Beheerplan 2018 wordt in november 2017 door ProRail ingediend en wordt in december 2017 (na instemming door IenM) aan de Tweede Kamer toegezonden.

ProRail ontvangt van IenM gemiddeld € 1,3 miljard subsidie per jaar (inclusief btw) ter dekking van de instandhoudingskosten van de hoofdspoorweginfrastructuur. Daarnaast ontvangt ProRail van vervoerders (gebruiksvergoeding) en andere derden (doorbelaste onderhoudskosten) gemiddeld € 0,3 miljard per jaar, waarmee het totale budget voor de jaarlijkse instandhoudingskosten voor ProRail uitkomt op € 1,6 miljard inclusief btw. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar Bijlage 4 Instandhouding en Bijlage 5 ProRail.

13.03 Aanleg Spoor

IenM is verantwoordelijk voor de uitbreiding van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze wordt in belangrijke mate gefinancierd met middelen uit de Rijksbegroting. Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor:

  • •  door ProRail uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;
  • •  door IenM uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;
  • •  voorbereiding van de uitvoering van nieuwbouwprojecten Spoor;
  • •  uitvoering van deze projecten.

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer spoor

Afgesloten projecten

Onderstaande projecten zijn afgesloten en indien noodzakelijk zijn de resterende werkzaamheden toegevoegd aan het projectbudget Nazorg gereedgekomen lijnen en halten:

  • •  Spoorwegovergang Soestdijkseweg te Bilthoven
  • •  NSP Arnhem Centraal
  • •  Regionet Amsterdam Aziëhavenweg emplacement
  • •  Regionet verbetering inhaling Wormerveer
  • •  Regionale lijnen: Arnhem – Doetinchem dubbelspoor te Wehl

Nieuw opgenomen projecten

Programma Aanpak Suïcidepreventie

Sinds 2010 vinden jaarlijks ongeveer 200 suïcides plaats op het spoor. Elk geval is een persoonlijke tragedie en verschrikkelijk voor de nabestaanden, het betrokken treinpersoneel, reizigers, en omstanders.

ProRail en NS hebben in beeld gebracht wat, naast de forse persoonlijke impact, de economische en maatschappelijke schade is die veroorzaakt wordt door suïcides op het spoor:

  • •  circa € 1 miljoen verstoorde reizen per jaar;
  • •  circa € 25 miljoen operationele kosten per jaar voor infrastructuurmanager en vervoerders;
  • •  circa € 38 miljoen economische schade per jaar (kosten voor de hinder van de reiziger).

Het nieuwe programma richt zich op het versterken van preventie en op de verkorting van de afhandeltijd van een suïcide-incident. Het programma bestaat uit vijf delen: registratie en effectmeting, kennismanagement, preventieve maatregelen, het verkorten van de afhandeltijd en het verlenen van de reguliere nazorg. Doel van het programma is het verbeteren van de veiligheid van het spoor en het vergroten van de betrouwbaarheid van de dienstregeling door een vermindering van de impact van verstoringen. De Tweede Kamer is op 11 mei 2017 per brief geïnformeerd (Kamerstukken II 2016–2017 29 893, nr. 212). De MIRT subsidie voor het nieuwe programma bedraagt € 14 miljoen.

Automatische Trein Beïnvloeding – Verbeterde versie (ATB-Vv)

Het terugdringen van het aantal stoptonend sein passages (STS-passages) en van de daaraan verbonden veiligheidsrisico’s is randvoorwaardelijk voor het kunnen realiseren van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS). Gebleken is dat de implementatie van Automatische TreinBeïnvloeding Verbeterde versie (ATB-Vv) bij seinen hierbij een effectief middel is. Eind 2017 zijn circa 2.900 seinen hiermee uitgerust. Op 25 november 2014 is uw Kamer geïnformeerd over het voornemen van IenM om, in aanvulling hierop, nog circa 1.350 extra seinen hiermee uit te rusten (Kamerstukken II 2014–2015 29 893, nr. 177). Zoals ook gemeld in bovengenoemd Kamerstuk zal de realisatie steeds per tranche plaatsvinden, waarbij de bijdrage aan de spoorwegveiligheid in samenhang met de verdere implementatie van ERTMS beoordeeld zal worden. Er zal alleen op die trajecten in ATB-Vv geïnvesteerd worden waar niet binnen afzienbare termijn ERTMS wordt aangelegd.

Overige wijzigingen

Geluidsanering Spoorwegen

Voor de geluidsanering bij Hoofdwegen en Spoorwegen is een taakstellend totaalbudget vastgesteld. Naast de beschikbare middelen op het Infrastructuurfonds worden vanuit de beleidsbegroting Hoofdstuk XII ook middelen uitgegeven voor het MJPG. Het deel van de MJPG-middelen dat op dit IF-artikel wordt verantwoord is verlaagd met € 39,3 miljoen aangezien dit deel van de voor geluidsanering uitgegeven middelen voor Spoor reeds verantwoord is op de beleidsbegroting Hoofdstuk XII. Door deze verlaging op het IF blijft het totaal beschikbare projectbudget voor het Meerjarenprogramma Geluidsanering Spoorwegen gelijk aan het vastgestelde budget (zoals ook vermeld op het MIRT-blad van dit project in het MIRT Overzicht 2017). De vrijvallende gelden zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).

PHS spooromgeving Geldermalsen

Het project Spooromgeving Geldermalsen is een samenvoeging van het deelproject «vrijleggen MerwedeLingeLijn» en het project Geldermalsen. In verband met het afgeven van de realisatiebeschikking voor het deelproject PHS spooromgeving Geldermalsen is € 76,3 miljoen toegevoegd vanuit het planuitwerkingsbudget PHS aan het realisatiebudget.

Toegankelijkheid stations

Als gevolg van de keuze om het (innovatief) beveiligen van onbeveiligde stationsoverpaden onder te brengen in het programma Niet Actief Beveiligde Overwegen is € 3,6 miljoen overgeheveld vanuit het programma Toegankelijkheid Stations naar het programma Niet Actief Beveiligde Overwegen.

Fietsparkeren bij Stations

Uit de tussentijdse evaluatie (2015) van het Actieplan Fietsparkeren bij Stations (AFP) bleek dat de vraag van reizigers naar fietsparkeerplekken bij stations blijft stijgen en het beschikbare budget voor extra plekken onvoldoende is om in deze toenemende vraag te voorzien. In het bestuursakkoord Fietsparkeren bij Stations (d.d. 12-12-2016) hebben betrokken partijen afgesproken voor zowel de zeer korte als voor de langere termijn het tekort aan fietsparkeerplekken aan te pakken en gezamenlijk voortellen te ontwikkelen voor de dekking van de integrale kosten. Voor de korte termijn is € 40 miljoen vrijgemaakt vanuit de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08) voor een vervolg op het AFP. Daarmee kunnen, samen met de andere betrokken partijen, de stallingsproblemen op de twaalf meest urgent plekken worden aangepakt (Kamerstukken II 2016–2017 29 984, nr. 700).

Nazorg gereed gekomen lijnen en halten

Op basis van een inventarisatie van nog uit te voeren werkzaamheden en rekening houdend met de mogelijke risico’s is het verantwoord om het projectbudget te verlagen met € 9,6 miljoen. Dit bedrag is toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).

Niet actief Beveiligde Overwegen (NABO’s)

Voor een impuls aan de gebiedsgerichte aanpak is € 25 miljoen extra budget vrijgemaakt vanuit de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08), zie ook Kamerstuk II 2016–2017 29 893, nr. 209. Daarnaast is een budget ter grootte van € 3,6 miljoen voor het (innovatief) beveiligen van onbeveiligde stationsoverpaden in het programma Toegankelijkheid overgeheveld naar het programma NABO.

OV SAAL

Vanwege een voorspoedig verlopen bouwproces kan het projectbudget worden verlaagd met € 53,5 miljoen (Cluster A € 12,1 miljoen en Cluster C € 42,4 miljoen). Dit is mogelijk op basis van een inventarisatie van de nog uit te voeren activiteiten, de nog te verwachten kosten en de resterende risico’s. De vrijvallende bedragen zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).

Amsterdam CS, Cuypershal

De renovatie van de Cuypershal is een risicovol project, omdat niet volledig bekend is wat achter 120 jaar doorgevoerde aanpassingen naar voren komt. De aanpak om tot aanbesteding van het werk te komen is hierop aangepast. Dat heeft meer tijd gevergd. De geplande oplevering is hierdoor verschoven naar 2020.

Vleuten– Geldermalsen 4/6 sporen (incl. RSS)

Op basis van het huidige risicodossier is het projectbudget onvoorzien voor het deelproject Utrecht Centraal–Utrecht Lunetten Houten verlaagd met € 12,2 miljoen. Dit bedrag is toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).

Sporendriehoek Noord Nederland

De sanering van de vervuilde grond op en rond het station Groningen is onderdeel van het project Groningen Spoorzone (onderdeel Sporendriehoek Noord Nederland). IenM heeft eind 2014/begin 2015 ingestemd met het dragen van de saneringskosten ad € 4,2 miljoen in de veronderstelling dat hiervoor gelden beschikbaar zouden zijn via de Stichting Bodemsanering NS (SBNS). Dit bleek niet het geval te zijn, aangezien Groningen niet op de eind 2014 opgestelde «afrondingslijst» van SBNS staat. Om de gedane toezegging gestand te doen is de voor de sanering benodigde € 4,2 miljoen toegevoegd vanuit de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).

Intensivering Spoor in Steden

De Regeling eenmalige uitkering Spoorse Doorsnijdingen (SpoDo) is in de afrondende fase. In de beschikkingen uit 2006 is voor de betreffende gemeenten de verplichting opgenomen dat de projecten vóór 1 januari 2017 in realisatie moeten zijn. Gemeenten dienen hiervoor bij IenM een startverklaring in te dienen, inclusief een verklaring van ProRail waaruit blijkt dat met de aan de spoorinfrastructuur gerelateerde activiteiten kan worden begonnen. De gemeente ontvangt vervolgens een 100% voorschot. Projecten waarvoor bij IenM vóór 1 januari 2017 geen startverklaring is ingediend, worden niet meer in behandeling genomen. De resterende middelen ad € 29,1 miljoen die in verband met de beëindiging van de regeling vrijvallen zijn toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).

Projectoverzicht behorende bij artikelonderdeel 13.03.01 Spoorwegen personenvervoer; realisatie (bedragen x € 1 mln.)
 

Totaal

Budget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

Projecten nationaal

                       

Benutten, betrouwbaarheid en capaciteit

                 

Be- en bijsturing toekomst

15

15

5

2

4

5

       

2019

2019

ERTMS-pilot Amsterdam–Utrecht en expertisecentrum

9

9

6

1

1

1

       

2015

2015

Geluidsanering Spoorwegen

594

627

31

20

16

25

36

38

133

295

divers

divers

Opstellen reizigerstreinen korte termijn

43

43

0

2

6

13

15

7

   

2020

2020

Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen (UPGE)

30

29

12

1

4

6

7

     

divers

divers

Verbeteraanpak stations

13

13

2

2

6

4

       

2018

2018

Verbeteraanpak trein

55

54

10

16

5

24

       

2019

2019

Vervolgfase Beter en Meer / Opstelcapaciteit

32

32

 

1

6

9

9

7

0

 

divers

divers

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

                       

PHS Ede

43

42

 

2

1

12

12

8

4

4

2021

2021

PHS Diezebrug

2

2

2

             

2013

2013

PHS DSSU (incl. voorinvestering)

315

314

203

29

16

22

22

23

   

2017

2017

PHS Meteren – Boxtel

10

10

2

8

           

2017

2017

PHS Overweg Klompersteeg Veenendaal

9

9

0

1

2

3

1

2

   

2019

2019

PHS Rijswijk – Rotterdam

10

9

2

8

           

2023

2023

PHS Spooromgeving Geldermalsen

133

56

0

11

36

44

18

17

7

 

2021

2021

Stations en stationsaanpassingen

                       

Cameratoezicht op stations

13

13

5

6

2

1

       

2017

2017

Kleine stations

17

17

 

1

8

7

1

     

divers

divers

Toegankelijkheid stations

488

488

159

34

39

39

38

32

25

121

divers

divers

Overige projecten/programma's /lijndelen etc.

                       

Aanleg ATBvv

68

 

0

1

11

10

10

15

15

6

2023

 

Aanleg ATBvv op A2 corridor en Brabantroute

20

20

4

11

3

1

       

2017

2017

AKI-plan en veiligheidsknelpunten

392

392

345

20

10

13

4

1

   

divers

divers

Booggeluid

4

4

 

1

0

0

0

0

0

2

divers

divers

Fietsparkeren bij stations

266

223

59

24

24

25

24

24

24

61

divers

divers

Kleine projecten personenvervoer

21

20

 

6

6

6

3

     

divers

divers

Nazorg gereedgekomen lijnen/halten

26

35

 

11

4

3

6

2

   

divers

divers

Niet actief beveiligde overwegen (NABO)

39

10

0

1

7

8

11

10

2

1

divers

divers

Ontsnippering

79

79

33

9

15

10

4

4

5

 

divers

divers

Programma aanpak suïcidepreventie

14

   

3

4

4

4

     

2021

 

Programma kleine functiewijzigingen

379

376

141

30

37

31

30

30

18

63

divers

divers

Punctualiteits-/capaciteitsknelpunten

179

179

169

6

2

3

       

divers

divers

Projecten Noordwest Nederland

                       

Amsterdam–Almere–Lelystad

                     

OV SAAL korte termijn

688

742

575

43

38

17

15

     

2016

2016

OV SAAL Naarden Bussum

24

24

2

1

12

6

2

     

2019

2019

Stations en stationsaanpassingen

                       

Amsterdam CS, Cuypershal

26

26

16

0

2

3

4

1

   

2020

2018

Amsterdam CS, Fietsenstalling

11

11

7

2

1

1

       

2019

2019

OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP)

412

411

342

38

25

5

     

1

2016

2016

Overige projecten/lijndelen etc.

                   

Regionet (inclusief verkeersmaatregelen Schiphol)

177

177

171

4

2

         

divers

divers

Vleuten – Geldermalsen 4/6 sporen (incl. RSS)

914

925

821

42

28

16

8

0

   

divers

divers

Projecten Zuidwest Nederland

                   

Stations en stationsaanpassingen

                   

Den Haag CS perronsporen 11 en 12

39

38

9

1

1

5

7

8

5

3

2022

2022

Overige projecten/lijndelen etc.

                   

Rijswijk – Schiedam incl. spoorcorridor Delft

607

606

582

6

6

6

6

     

2017

2017

Projecten Zuid Nederland

                     

Stations en stationsaanpassingen

                   

Breda Centraal (t.b.v. NSP)

89

88

82

6

0

         

2017

2017

Projecten Oost Nederland

                     

Utrecht–Arnhem–Zevenaar

                     

Traject Oost uitv. convenant DMB

235

234

65

21

30

31

25

23

24

16

divers

divers

Overige projecten/lijndelen etc.

                   

Regionale lijnen Gelderland

16

16

13

2

1

0

       

divers

divers

Projecten Noord Nederland

                     

Partiële spooruitbreiding Groningen-Leeuwarden

49

49

18

8

23

         

divers

divers

Sporendriehoek Noord-Nederland

140

135

49

12

13

25

26

12

4

 

divers

divers

Afrondingen

       

1

1

– 1

   

– 2

   

Totaal ProRail projecten

6.745

 

3.942

454

458

445

347

264

266

571

   

Overige (niet ProRail) projecten

                       

Intensivering Spoor in steden (I)

215

245

209

6

           

2017

2017

Spoorzone Ede

42

42

35

7

           

2017

2017

Totaal overige (niet ProRail) projecten

257

 

244

14

               

Totaal uitvoeringsprogramma

7.002

 

4.186

467

458

445

347

264

266

571

   

Realisatieuitgaven op IF 13.03.01 mbt planuitwerking

     

12

24

18

13

4

1

     

Afrekening voorschotten

     

43

               

Programma Realisatie (IF 13.03.01)

     

522

482

463

360

268

267

571

   

Budget Realisatie (IF 13.03.01)

     

498

506

463

360

268

267

571

   

Overprogrammering (–)

   

– 24

24

             

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer spoor

Afgesloten projecten

Onderstaande projecten zijn afgesloten en indien noodzakelijk zijn de resterende werkzaamheden toegevoegd aan het projectbudget Nazorg gereedgekomen lijnen en halten:

  • •  Rotterdam–Genua deelproject Kijfhoek opheffen ATB eiland.

Overige wijzigingen

Optimalisering Goederencorridor Rotterdam–Genua

Het programma Rotterdam–Genua bestaat uit een aantal deelprojecten. Bij het deelproject «Zevenaar opheffen systeemeiland» is sprake van een aanbestedingsmeevaller en is het, op basis van een inventarisatie van de nog te verwachten kosten en de nog aanwezige risico’s, verantwoord om het projectbudget te verlagen met € 6,1 miljoen. Dit bedrag is toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08). Het deelproject «Kijfhoek: opheffen ATB eiland» is in dienst gesteld en het resterende budget ad € 0,6 miljoen is toegevoegd aan de post Nazorg gereedgekomen projecten.

Calandbrug

Op basis van de met het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) gesloten overeenkomst is eind 2016 € 112 miljoen betaald aan HbR. Het tracebesluit is in mei 2017 vastgesteld. Daarmee is het project overgegaan naar de realisatiefase.

Nazorg gereedgekomen projecten

Het deelproject «Kijfhoek: opheffen ATB eiland» is in dienst gesteld en het resterende budget ad € 0,6 miljoen is toegevoegd aan de post Nazorg gereedgekomen projecten. Tevens is de via ProRail ontvangen EU-subsidie ad € 2 miljoen voor het project «Kijfhoek: opheffen ATB eiland» toegevoegd aan deze post ter dekking van de resterende nazorg werkzaamheden.

Projectoverzicht behorende bij artikelonderdeel 13.03.02 Spoorwegen goederenvervoer; realisatie (bedragen x € 1 mln.)
 

Totaal

Budget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

Projecten nationaal

                       

Kleine projecten goederenvervoer

3

4

 

2

0

1

       

divers

divers

Optimalisering Goederencorridor Rotterdam–Genua

167

173

109

10

24

4

4

5

8

5

divers

divers

PAGE risico reductie

19

19

8

0

1

3

2

3

2

 

divers

divers

Programma Emplacementen op orde

59

58

 

3

12

11

3

4

4

22

2020

2020

Projecten Zuidwest Nederland

                   

Geluidmaatregelen Zeeuwselijn

27

27

12

1

8

2

4

     

2018

2017

Spooraansluiting 2e Maasvlakte achterlandverbinding

220

218

72

1

4

24

39

27

13

38

divers

divers

Calandbrug

159

 

116

1

     

20

22

 

2020

2020

Projecten Zuid Nederland

                     

Venlo Logistiek multimodaal knooppunt

30

30

 

28

   

0

0

0

2

2019

2019

Projecten Oost Nederland

                       

Uitv. progr. goederenroute Elst–Deventer–Twente (NaNov)

139

138

68

14

13

23

13

3

4

 

2021

2020

Overige projecten

                       

Nazorg gereedgekomen projecten

3

3

 

0

0

2

       

divers

divers

Afrondingen

       

+ 1

             

Totaal uitvoeringsprogramma

825

 

385

60

63

70

65

62

53

67

   

Uitgaven mbt planuitwerking op IF 13.03.05

     

– 5

– 1

   

– 20

– 22

     

Afrekening voorschotten

     

3

               

Programma Realisatie (IF 13.03.02)

     

58

62

70

65

42

31

67

   

Budget Realisatie (IF 13.03.02)

     

58

62

70

65

42

31

67

   

Overprogrammering (–)

                     

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

13.03.04 Planuitwerking personenvervoer spoor

Overige wijzigingen

Grensoverschrijdend Spoorvervoer

Vanwege de bijdrage van de verbinding Hengelo – Bad Bentheim aan het wegnemen van belemmeringen voor grensoverschrijdend vervoer en de verknoping van de nationale netwerken van Nederland en Duitsland heeft IenM in 2014 aangegeven onder voorwaarden bereid te zijn bij te dragen aan de exploitatiebijdrage. De belangrijkste voorwaarden waren de regionale cofinanciering van de regio, de inpasbaarheid van de verbinding in de dienstregeling en de regionale verantwoordelijkheid voor eventueel benodigde infrastructurele maatregelen. De provincie heeft aangegeven dat de inpasbaarheid in de dienstregeling is geborgd door capaciteitstoedeling door ProRail, en dat de benodigde infrastructurele maatregelen door Overijssel worden betaald. De regionale cofinanciering was al in 2014 toegezegd. Aangezien nu aan de voorwaarden is voldaan is de bijdrage van IenM van € 9,5 miljoen gestort in het provinciefonds.

Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO)

Met de gemeente Venlo is een vaste Rijksbijdrage van € 18 miljoen overeengekomen voor de aanpak van de overweg Vierpaardjes in Venlo, € 16 miljoen hiervan is de binnen het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO) maximaal te verantwoorden bijdrage en wordt ter beschikking gesteld uit het budget van het LVO. De aanvullende € 2 miljoen wordt gedekt vanuit de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08). Hier is voor gekozen omdat een oplossing voor Vierpaardjes tevens een bijdrage levert aan verbetering van de overwegveiligheid op lijnniveau van de Maaslijn. Deze € 2 miljoen wordt toegevoegd aan het programmabudget van het LVO, zodat de totale vaste Rijksbijdrage van € 18 miljoen uit dit budget kan worden betaald.

Programma Hoogfrequent Spoor (PHS)

Het projectbudget is verhoogd met € 84 miljoen vanuit de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08). Hiermee is de door de omzetting van de zogenaamde leenfaciliteit ontstane kasspanning opgelost (zie ook de 12e voortgangsrapportage PHS, Kamerstukken II 2015–2016 32 404 nr. 79). Daarnaast is in verband met het afgeven van de realisatiebeschikking voor het deelproject PHS spooromgeving Geldermalsen € 76,3 miljoen overgeboekt naar het realisatieproject PHS spooromgeving Geldermalsen (artikelonderdeel 13.03.01).

Reizigersfonds

Volgens artikel 24 van de vervoerconcessie moet NS een geldsom (boete) voldoen indien één of meer bodem- of streefwaarden die in de concessie zijn opgenomen niet worden gehaald, tenzij voor het niet halen van de bodem- of streefwaarde een rechtvaardigheidsgrond bestond. De hoogte van deze geldsom volgt uit de vervoerconcessie en is direct opeisbaar. Ook de beheerconcessie kent een dergelijk sanctioneringsartikel (artikel 25). De vervoerconcessie en beheerconcessie bepalen verder dat de geldsom die NS cq ProRail betaalt, in samenspraak met de consumentenorganisaties, door concessieverlener (IenM) zal worden bestemd en worden ingezet voor de reizigers op het hoofdrailnet. Op 7 april 2016 heeft IenM in het Landelijk Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer (Locov) met de consumentenorganisaties afgesproken dat het beschikbare bedrag niet per definitie onmiddellijk besteed moet worden. Het kan ook opgenomen worden in een reizigersfonds. Boetes kunnen daarin in de loop der jaren opgespaard worden, zodat mogelijkheden ontstaan om – in overleg met consumentenorganisaties – op enig moment grotere bedragen uit te geven. De consumentenorganisaties kunnen op elk moment een voorstel doen voor besteding van de beschikbare middelen. In deze begroting zijn de boetes van 2016 van ProRail (€ 1,1 miljoen) en NS (€ 1,3 miljoen) toegevoegd, zie ook Kamerstuk II 2016–2017 29 984, nr. 714.

Zwolle–Herfte

In de begroting 2017 was er vanuit gegaan dat de bijdrage van de Provincie Overijssel aan het tweede perronspoor Zwolle–Enschede via de Rijksbegroting zou lopen. In de eind 2016 opgestelde bestuursovereenkomst voor Zwolle–Herfte en het tweede perronspoor Zwolle–Enschede is echter afgesproken dat de regionale bijdragen rechtstreeks aan ProRail worden voldaan. Om die reden is de eerder opgenomen bijdrage van de Provincie Overijssel (€ 3,2 miljoen) weer in mindering gebracht op het projectbudget.

Multimodale Knoop Schiphol

Het MIRT-onderzoek Station Schiphol (november 2014) heeft aangetoond dat sprake is van capaciteitsknelpunten. De capaciteit van de treinperrons, de trappen/roltrappen, het busstation en de hal van Schiphol Plaza is onvoldoende om de groeiende stroom aan reizigers te accommoderen. Uit het MIRT-onderzoek blijkt dat dit een urgent probleem is.

Naar aanleiding van de uitkomsten van het MIRT-onderzoek is in juli 2016 overeengekomen een verkenning te starten onder de naam Verkenning Multimodale Knoop Schiphol. Deze verkenning wordt volgens de MIRT-systematiek uitgevoerd door betrokken partijen (IenM, Schiphol, NS en Vervoerregio Amsterdam). Dezelfde partijen hebben zich in een intentieovereenkomst (28 april 2016) gecommitteerd aan een gezamenlijke aanpak van de multimodale knoop teneinde een integrale oplossing te bereiken die de veiligheid, capaciteit en kwaliteit van de knoop faciliteert. Bij het zoeken naar de oplossing wordt vooral gekeken naar een zo integraal mogelijke oplossing die toekomstvast en robuust is, maar ook een oplossing die flexibel kan inspringen op de veranderende mobiliteitsvraag. Hierbij wordt als ijkpunt de reizigersgroei tot 2040 genomen. IenM heeft € 250 miljoen vrijgemaakt voor dit project (Kamerstukken II 2015–2016 29 984, nr. 72).

Reservering Garantstellingen

Bij het afgeven van de subsidiebeschikking aanleg 25 kV en ERTMS tussen Zevenaar en de grens met Duitsland (onderdeel project Rotterdam–Genua) heeft IenM een garantstelling afgegeven voor € 10,3 miljoen voor het geval de door de EU toegezegde subsidie niet of slechts gedeeltelijk zou worden toegekend. Inmiddels is de EU-subsidie ontvangen. De op het planuitwerkingsartikel geraamde garantstelling onder de post «Overige projecten en reserveringen» is afgeboekt en toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08).

Projectoverzicht behorende bij 13.03.04: Planuitwerkingsprogramma personenvervoer (bedragen x € 1 mln.)
 
Budget1
 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

         

Realisatieuitgaven op IF13.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

– 72

– 71

   

Projecten Nationaal

       

Beter Benutten Decentraal Spoor (Decentraal Spoor, fase 2 (NMCA))

39

39

 

divers

Grensoverschrijdend Spoorvervoer

49

58

 

divers

Kleine projecten Personenvervoer

7

7

 

divers

Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO)

197

193

 

divers

Programma Hoogfrequent Spoor (PHS)

2.432

2.397

 

divers

Reizigersfonds

3

1

 

nvt

Reservering opbouw compensatie NS

160

159

 

divers

Projecten Oost Nederland

       

Quickscan decentraal spoor Oost Nederland

19

18

 

divers

Zwolle – Herfte

200

201

 

2021

Projecten Noordwest Nederland

       

OV Schiphol–Amsterdam–Almere–Lelystad MLT

334

331

 

divers

Multimodale Knoop Schiphol

253

0

 

divers

Overige projecten en reserveringen

13

23

   

Projecten in voorbereiding

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

Totaal planuitwerkingsprogramma

3.634

     

Begroting (IF 13.03.04)

3.634

     

Noot 1: Een deel van het budget is reeds juridisch verplicht, onder andere in verband met afgegeven subsidiebeschikkingen aan ProRail voor planuitwerking en contractuele afspraken met NS.

Legenda:

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen.

13.03.05 Planuitwerkingsprogramma Goederenvervoer

De post Kleine projecten is verhoogd met € 5 miljoen naar aanleiding van de toezegging van het Ministerie van EZ en het Ministerie van IenM om ieder maximaal € 5 miljoen beschikbaar te stellen om de regionale economische structuur van de provincie Limburg te versterken door het realiseren van een spooraansluiting naar de Carhandling Terminal Swentibold (VDL Nedcar) in Born.

Projectoverzicht behorende bij 13.03.05: Planuitwerkingsprogramma goederenvervoer (bedragen x € 1 mln.)
 
Budget1
 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

Planuitwerkingskosten op realisatieprogramma IF 13.03.02

48

5

   

Projecten Nationaal

       

Kleine projecten Goederenvervoer

16

10

 

divers

Overige projecten en reserveringen

       

Projecten in voorbereiding

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde Risico's

       

Totaal planuitwerkingsprogramma

64

     

Begroting (IF 13.03.05)

64

     

Noot 1: Een deel van het budget is reeds juridisch verplicht, onder andere in verband met afgegeven subsidiebeschikkingen aan ProRail voor planuitwerking en contractuele afspraken met NS.

Legenda:

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen.

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

De Staat betaalt voor de beschikbaarheid van de HSL-infrastructuur, zoals deze door het consortium Infraspeed is ontworpen, gebouwd (enkel de bovenbouw) en wordt onderhouden (onder- en bovenbouw) tot en met 2031, volgens de contractuele overeenkomst tussen beide partijen. Het contractbeheer wordt uitgevoerd door ProRail, onder regie van IenM.

Producten

Van het beschikbare budget is € 60 miljoen vrijgevallen naar de investeringsruimte (artikelonderdeel 13.08) als gevolg van de lage rentestand waardoor de beschikbaarheidsvergoeding lager uitvalt.

Projectoverzicht behorende bij 13.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Spoorwegen (Bedragen x € 1 mln.)

Infraprovider HSL

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

Beschikbaarheidsvergoeding1

3.632

3.626

1.489

150

150

153

161

164

162

1.203

Rente- en belastingaanpassingen2

– 135

– 56

– 127

9

– 16

– 6

– 5

– 4

– 2

16

Diverse afrekeningen, etc.3

80

66

25

17

28

1

1

1

1

7

Totaal

3.577

3.636

1.387

176

162

148

157

161

161

1.226

Begroting (IF 13.04)

     

176

162

148

157

161

161

1.226

Noot 1: De beschikbaarheidsvergoeding is inclusief de verwachte toekomstige indexeringen.

Noot 2: Rente wordt halfjaarlijks verrekend op basis van de werkelijke Euribor-stand; de belastingwijziging is een technische (voor de Staat budgetneutrale) correctie die bij de Belastingdienst leidt tot even grote ontvangsten.

Noot 3: Dit betreft diverse wijzigingen op de HSL-Zuid infrastructuur, waarvan aanpassing van het ERTMS-systeem (voor de Intercity Nieuwe Generatie) de grootste is.

13.07 Rente en Aflossing

Motivering

Onder deze categorie uitgaven vallen de rente en aflossing van de bij ProRail uitstaande leningen, waarmee in het verleden spoorinfrastructuur gefinancierd is.

Producten

Het uitstaand saldo van de leningen per eind 2016 bedraagt nog € 313 miljoen. Hiervan moet ProRail in 2017 € 166 miljoen aflossen, in 2020 € 75 miljoen en in 2027 € 72 miljoen. Er is nog niet besloten of tot herfinanciering of schuldreductie wordt overgegaan.

13.08 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2031 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplichtingen zijn aangegaan. Deze ruimte is onder meer beschikbaar voor risico’s en (toekomstige) ambities.

Bij de begroting 2017 is binnen de investeringsruimte van Spoorwegen onderscheid gemaakt tussen programmaruimte en beleidsruimte. De programmaruimte betreft ruimte die reeds in de huidige kabinetsperiode ingezet kan worden voor ambities en risico’s. De beleidsruimte betreft ruimte waarover de besluitvorming wordt overgelaten aan een volgend kabinet. Op artikelonderdeel 18.11 wordt nader ingegaan op de totale beleidsruimte op de begroting van het Infrastructuurfonds.

Programmaruimte

De in de begroting 2017 opgenomen stand van de beschikbare programmaruimte tot en met 2030 bedroeg € 1.022 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de begroting 2018 nu € 650 miljoen tot en met 2031.

  • –  Extrapolatie 2031 concessieopbrengsten (+ € 200 miljoen)
  • –  Saldo mee en tegenvallers, waaronder aanbestedingsmeevallers en vrijval onvoorzien OV SAAL, Vleuten–Geldermalsen, NSP Arnhem, Nazorg, Rotterdam–Genua (+ € 94 miljoen)
  • –  Vrijval regeling Intensivering Spoor in steden (+ € 30 miljoen)
  • –  Rentevrijval PPS contract Infraspeed (+ € 60 miljoen)
  • –  Vrijval Meerjarenprogramma Geluidsanering (+ € 39 miljoen)
  • –  Naar programma Fietsparkeren (– € 40 miljoen)
  • –  Naar programma NABO’s (– € 25 miljoen)
  • –  Naar programma suïcidepreventie (– € 10 miljoen)
  • –  Naar programma PHS naar aanleiding van de omzetting van de zogenaamde leenfaciliteit (– € 84 miljoen)
  • –  Naar programma Beheer, onderhoud en vervanging; afdekken opgetreden risico’s (– € 400 miljoen)
  • –  Naar programma Beheer, onderhoud en vervanging; afdekken opgetreden indexeringsverschillen (– € 142 miljoen)
  • –  Naar kleine projecten goederenvervoer (artikelonderdeel 13.03 Aanleg) ten behoeve van het realiseren van de spooraansluiting naar de Carhandling Terminal Swentibold (VDL Nedcar) in Born (– € 5 miljoen)
  • –  Naar programma ATB-Vv (– € 68 miljoen)

Beleidsruimte

Dit betreft investeringsruimte die ontstaat als gevolg van het ramen van doorlopende concessieontvangsten (HRN/HSL) voor de verlengde jaren in 2029 en 2030. Omdat het Kabinet Rutte II niet de concessieontvangsten in 2029 en 2030 wenst te bestemmen voor ambities en risico’s, wordt deze ruimte apart gehouden voor toekomstige kabinetten.

13.08 Investeringsruimte Spoorwegen (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Programmaruimte

0

0

15.500

35.162

29.000

49.000

6.000

9.500

Beleidsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

15.500

35.162

29.000

49.000

6.000

9.500

(vervolg) 13.08 Investeringsruimte Spoorwegen (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

Programmaruimte

21.300

16.300

16.300

16.299

150.000

84.948

200.662

649.971

Beleidsruimte

0

0

0

0

200.224

200.224

0

400.448

Totaal

21.300

16.300

16.300

16.299

350.224

285.172

200.662

1.050.419

13.09 Ontvangsten

Motivering

Dit artikelonderdeel bevat de verantwoording van de bijdragen van derde partijen rechtstreeks aan IenM voor spooruitgaven. ProRail int de gebruiksvergoeding van vervoerders en het grootste deel van de onderhoudsbijdragen van derde partijen, deze zijn daarom gesaldeerd met de uitgaven opgenomen in de begroting onder artikelonderdeel 13.02. Verrekeningen (subsidievaststellingen) met ProRail die betrekking hebben op afgesloten jaren zijn niet gesaldeerd met de uitgaven voor het lopende jaar, maar zijn gedesaldeerd opgenomen in de ontvangsten en uitgaven.

Producten

Concessievergoedingen

Dit betreft de concessieprijs die NS betaalt voor de vervoerconcessie hoofdrailnet (artikel 66 van de Concessie HRN 2015–2025) en de HSL-heffing die NS betaalt ter dekking van de uitgaven voor de aanleg van de HSL-Zuid infrastructuur (Besluit HSL-heffing 2015), alsmede de betaling van de uitgestelde concessievergoeding HSL-Zuid 2009–2014 (Onderhandelakkoord IenM/NS 2011).

Prestatieboetes NS en ProRail

Dit betreft de boetes die NS en ProRail moeten betalen wanneer de afgesproken prestaties niet zijn behaald. Deze ontvangsten worden toegevoegd aan het «reizigersfonds» op artikelonderdeel 13.03.

Afrekeningen ProRail

Dit betreffen de afrekeningen van subsidies voor aanlegprojecten en beheer, onderhoud en vervanging over afgesloten begrotingsjaren.

Bijdragen van derden

Dit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten en onderhoud.

Ontvangsten (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

             

Concessievergoedingen NS

175.194

184.036

191.165

196.302

201.202

206.010

Prestatieboetes NS en ProRail

2.300

0

0

0

0

0

Afrekeningen ProRail

51.347

0

0

0

0

0

Bijdragen van derden

16.855

130.214

11.049

1.027

1.061

1.096

Ontvangsten spoor

245.696

314.250

202.214

197.329

202.263

207.106