Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 1 Investeren in waterveiligheid

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Het Rijk investeert in waterveiligheid om te voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij de waterschappen en het Rijk en om een bijdrage te leveren aan het beheer van de Rijkswateren. Het artikel waterveiligheid is gerelateerd aan beleidsartikel 11 (Integraal Waterbeleid) op de Begroting hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 1 Investeren in waterveiligheid (in € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

531.871

862.085

276.534

327.824

719.918

897.891

670.450

Uitgaven

587.938

436.921

526.713

382.754

424.265

625.963

657.823

Waarvan juridisch verplicht

   

89%

       

1.01 Grote projecten waterveiligheid

432.091

311.471

352.422

233.226

266.319

58.991

134.702

1.01.01 Programma HWBP-2 Waterschapsprojecten

229.746

163.805

201.768

102.429

110.077

21.950

133.690

1.01.02 Programma HWBP-2 Rijksprojecten

5.018

14.591

63.803

58.041

28.281

1.012

1.012

1.01.03 Ruimte voor de rivier

181.995

109.748

78.758

34.318

37.719

25.742

0

1.01.04 Maaswerken

15.332

23.327

8.093

38.438

90.242

10.287

0

               

1.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid

147.808

114.879

169.799

147.008

155.556

563.972

520.621

1.02.01 Verkenningen en planuitwerkingsprogramma

2.175

21.126

57.561

81.570

79.837

34.494

9.992

– waarvan bijdrage aan agentschap RWS

1.569

5.009

406

406

406

406

406

1.02.02 Realisatieprogramma

145.633

93.753

112.238

65.438

75.719

529.478

510.629

               

1.03 Studiekosten

8.039

10.571

4.492

2.520

2.390

3.000

2.500

1.03.01 Studie en onderzoekskosten

8.039

10.571

4.492

2.520

2.390

3.000

2.500

1.03.02 Overige studiekosten

0

0

0

0

0

0

0

               

Ontvangsten

208.776

192.955

197.844

162.258

189.557

155.170

151.456

1.09 Ontvangsten investeren in waterveiligheid

208.776

192.955

197.844

162.258

189.557

155.170

151.456

1.09.01 Ontvangsten waterschappen HWBP-2

156.754

162.440

116.437

4.543

55.240

193

0

1.09.02 Overige ontvangsten HWBP-2

0

3.480

0

0

0

0

0

1.09.03 Ontvangsten waterschappen HWBP

29.054

22.698

58.118

137.485

117.195

151.189

151.456

1.09.04 Overige ontvangsten HWBP

0

0

0

0

0

0

0

1.09.05 Overige aanleg ontvangsten

22.968

4.337

23.289

20.230

17.122

3.788

0

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2018 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2018.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten na de begrotingsperiode tot en met 2031 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op hetzelfde detailniveau tot en met 2031 toegelicht.

Bedragen x € 1.000
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

1 Investeren in waterveiligheid

436.921

526.713

382.754

424.265

625.963

657.823

496.308

531.657

1.01 Grote projecten waterveiligheid

311.471

352.422

233.226

266.319

58.991

134.702

40.800

79.071

1.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid

114.879

169.799

147.008

155.556

563.972

520.621

453.008

450.586

1.03 Studiekosten

10.571

4.492

2.520

2.390

3.000

2.500

2.500

2.000

                 

1.09 Ontvangsten investeren in waterveiligheid

192.955

197.844

162.258

189.557

155.170

151.456

151.348

151.348

(Vervolg) Bedragen x € 1.000
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

1 Investeren in waterveiligheid

553.267

402.951

498.499

355.450

540.229

428.047

387.611

7.248.458

1.01 Grote projecten waterveiligheid

0

0

0

0

0

0

0

1.477.002

1.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid

551.267

400.951

496.499

353.450

538.229

426.047

385.611

5.727.483

1.03 Studiekosten

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

43.973

                 

1.09 Ontvangsten investeren in waterveiligheid

145.948

151.348

151.349

151.348

151.349

151.349

151.349

2.405.976

1.01 Grote projecten waterveiligheid

Motivering

Deze projecten, waaraan de Tweede Kamer de status van Groot Project heeft toegekend, dragen bij aan de waterveiligheid in Nederland. Voor meer achtergrondinformatie over programmering in 2018 (en verder) wordt verwezen naar het MIRT 2018, de betreffende voortgangsrapportages en het Deltaprogramma 2018.

Producten

Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2)

Onder dit programma vallen de verbetermaatregelen die zijn voortgekomen uit de periodieke toetsing volgens de Waterwet. Uit de resultaten van de eerste (2001) en tweede (2006) toetsing op veiligheid van de primaire waterkeringen bleek dat een deel van deze keringen niet voldeed aan de wettelijke norm (Kamerstukken II, 2007–2008, 27 625 en 18 106, nr. 103). Verder bleek uit een toets in 2003 door RWS en de keringbeheerders dat de zeeweringen langs de Noordzeekust op een aantal locaties op een termijn van twintig jaar niet meer aan de geldende veiligheidsnorm zouden voldoen. Deze locaties zijn aangemerkt als Zwakke Schakels. Op negen van deze locaties ligt tevens een opgave tot verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, de zogenaamde Prioritaire Zwakke Schakels Kust. Deze maken ook onderdeel uit van HWBP-2. Met de oplevering van Zwakke Schakel West-Zeeuws Vlaanderen in 2016 zijn alle zwakke schakels versterkt. Vanuit het HWBP-2 worden subsidies verstrekt aan de waterschappen voor de uitvoering van de vereiste verbetermaatregelen en worden de maatregelen aan de rijkskeringen betaald. Het HWBP-2 is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering. Met het afsluiten van het Bestuursakkoord Water (2011) dragen de waterschappen bij aan de financiering van het HWBP-2 en het HWBP. In bijlage 3 is een nadere toelichting op de financieringsafspraken ten aanzien van de Hoogwaterbeschermingsprogramma’s (HWBP-2 en HWBP) opgenomen.

Conform de Regeling Grote Projecten ontvangt de Tweede Kamer ieder half jaar een Voortgangsrapportrage: vóór 1 april 2018 Voortgangsrapportage 13 en vóór 1 oktober 2018 Voortgangsrapportage 14.

Meetbare gegevens

Het HWBP-2 bestaat uit 87 versterkingsprojecten, inclusief de Zwakke Schakels. Per 31 december 2017 voldoen 81 projecten aan de vigerende veiligheidsnorm. Het programma bevindt zich inmiddels in de fase dat nagenoeg alle projecten in realisatiefase zijn. Eén project bevindt zich in de planstudiefase en vijf projecten in de realisatiefase. Er zijn zes resterende projecten, waarvan één project in 2018 start met de realisatie. Van de overige vijf projecten die al in uitvoering zijn, worden twee projecten in 2018 afgerond

Waar mogelijk worden innovatieve oplossingen gebruikt, zoals de toepassing van een flexibele kering bij het project Spakenburg. Deze unieke kering komt vanzelf omhoog bij opkomend water en beschermt de historische stadskern. Daarnaast kunnen investeringen vanuit het innovatiebudget HWBP-2 leiden tot nieuwe kennis over ontwerpvoorschriften voor het ontwerpen van damwanden.

In de basisrapportage (Kamerstukken II, 2011/2012, 27 625, nr. 237) is aangegeven dat de meerderheid van de projecten in 2017 is afgerond en dat enkele projecten een geprognosticeerde einddatum van na 2017 laten zien. Dit beeld is in de 11de voortgangsrapportage3 (welke de rapportageperiode van 1 juli 2016 tot en met 31 december 2016 bestrijkt) niet gewijzigd. Na 2017 worden nog 6 projecten opgeleverd.

De dalende trend in de programmaraming heeft zich, volgens verwachting, verder doorgezet Hierdoor is het mogelijk om een meer actueel beeld van de programmaraming en actuele projectrisico’s te verkrijgen.

In deze begroting is een vrijval van het HWBP-2 verwerkt van € 81 miljoen. Over de middelen die vrijvallen uit het HWBP-2 hebben de Minister van IenM en de Unie van Waterschappen afspraken gemaakt in «afsprakenkader nieuwe waterveiligheidsnormen» (18 juni 2014), waarbij is afgesproken dat twee derde deel van de vrijval beschikbaar komt voor het HWBP en een derde voor de programmaruimte op het Deltafonds, ten behoeve van de waterveiligheidsopgave. Bij de verwerking moet ook rekening gehouden met de afspraak uit het Bestuursakkoord Water dat de individuele waterschappen 10% bijdragen aan het HWBP met het projectgebonden aandeel, teneinde de 50/50 verhouding in de bijdragen van Rijk en Waterschappen te handhaven. Dit is gedaan door de bijdragen van de waterschappen aan het Deltafonds te verlagen met € 5,4 miljoen.

Projectoverzicht tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma; realisatie (Budget in € mln.)
   

Totaal

       

Budget in € mjn.

 

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

Projecten

                       

Nationaal

                   

2021

2021

HWBP-2 Rijksprojecten

185

183

32

11

60

55

27

0

0

0

   

HWBP-2 Waterschapsprojecten

2.420

2.492

1.570

164

202

102

110

22

134

116

   

Overige projectkosten (programmabureau)

afrondingen

45

45

27

4

4

3

2

1

1

3

   

Programma

                       

Realisatie

2.650

2.720

1.629

179

266

160

139

23

135

119

   

Begroting (DF 01.01.01/02)

   

1.629

179

266

160

139

23

135

119

   

Producten

Ruimte voor de Rivier

De Planologische Kernbeslissing (PKB) Ruimte voor de Rivier is in 2006 door de beide Kamers vastgesteld. Met de PKB wil het kabinet twee doelstellingen bereiken:

  • •  Het op het vereiste niveau brengen van de bescherming van het rivierengebied tegen overstromingen. Dit houdt in dat de veiligheid langs de Rijntakken en het benedenstroomse deel van de bedijkte Maas (vanaf Hedikhuizen) in overeenstemming wordt gebracht met de wettelijke vereiste norm.4
  • •  Een bijdrage leveren aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied, waardoor het rivierengebied economisch, ecologisch en landschappelijk wordt versterkt.

Uitgangspunt voor de PKB zijn de waterveiligheidsnormen die voorschrijven dat het Nederlandse rivierensysteem een piek in de waterafvoer, die statistisch eens per 1.250 jaar kan voorkomen, veilig kan verwerken. Dit is de maatgevende afvoer. Deze norm is in 2001 voor de Rijn vastgesteld op 16.000m3/s bij Lobith. De Maas benedenstrooms van Hedikhuizen moet uiterlijk in 2015 een maatgevende afvoer van 3.800m3/s bij Borgharen veilig kunnen verwerken. Voor de IJssel wordt de maatgevende afvoer gesteld op verwerking van een gezamenlijke toestroom van 250m3/s vanuit de zijrivieren.

De PKB bevat een besluit over het uiterlijk eind 2015 uit te voeren basispakket van 39 maatregelen en de plaats waar deze getroffen worden. Deze doelstelling is niet in 2015, maar wordt naar verwachting in 2019 behaald (zie Kamerstukken II 2015–2016 30 080, nr. 80 en 83). Vijf maatregelen bleken niet nodig voor het bereiken van de waterveiligheidsdoelstelling, waardoor 34 maatregelen resteren. De PKB geeft bovendien een doorkijk naar de lange termijnopgave voor waterveiligheid. Om flexibiliteit in te bouwen is gekozen voor een programmatische aanpak.

Per brief van 8 februari 2017 heeft de Tweede Kamer de Minister verzocht om de eindevaluatie zoals bedoeld in de Regeling Grote Projecten op te stellen. Conform de Regeling Grote Projecten ontvangt de Tweede Kamer ieder halfjaar een voortgangsrapportrage. Op 1 april 2018 wordt de 31e en daarmee laatste voortgangsrapportage samen met de eindevaluatie aangeboden aan de Kamer.

Meetbare gegevens

Naar huidige inzichten is de stand per 31 december 2017 als volgt:

  • •  Voor 100% van het realisatiebudget is de projectbeslissing genomen. Alle maatregelen zijn uitgevoerd dan wel in uitvoering;
  • •  De waterveiligheidsdoelstelling van het programma Ruimte voor de Rivier is voor alle 25 van de 34 projecten in 2017 gehaald. In 2022 wordt de waterveiligheidsdoelstelling behaald voor IJsseldelta Reevediep (het gaat hier om IJsseldelta fase 2, dit project valt onder het Deltaprogramma).
Projectoverzicht Ruimte voor de rivier; realisatie (Budget in € mln.)
   

Totaal

       

Budget in € mjn.

 

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

Project Ruimte voor de rivier

                   

2019

2019

Nationaal

                       

Projectbudget

                       

Ruimte voor de rivier

2.313

2.387

2.026

110

79

34

38

26

0

0

   

Programma

                       

Realisatie

2.313

2.387

2.026

110

79

34

38

26

0

0

   

Begroting (DF 01.01.03)

   

2.026

110

79

34

38

26

0

0

   

Het lagere taakstellend budget wordt verklaard door het inboeken van een meevaller op het programma (– € 77 miljoen) en het op prijspeil brengen van het programma (+€ 3 miljoen).

Producten

Maaswerken

Op dit onderdeel worden de uitgaven van de deelprogramma’s Zandmaas en Grensmaas van het programma Maaswerken verantwoord. Maaswerken is voortgekomen uit het Deltaplan Grote Rivieren dat na de twee hoogwaters in de Rijn en de Maas in december 1993 en januari 1995 tot stand kwam. Belangrijkste doelstelling is het verbeteren van de bescherming van inwoners van Limburg en Noord-Brabant tegen hoogwater van de Maas.

Per brief van 8 februari 2017 heeft de Tweede Kamer de Minister verzocht om de eindevaluatie zoals bedoeld in de Regeling Grote Projecten op te stellen. Conform de Regeling Grote Projecten ontvangt de Tweede Kamer ieder halfjaar een voortgangsrapportrage. Op 1 april 2018 wordt naar verwachting de 33e en daarmee laatste voortgangsrapportage samen met de eindevaluatie aangeboden aan de Kamer.

Voor de Zandmaas ligt de focus in 2018 op het feitelijk afronden van alle werkzaamheden. De hoogwaterdoelstelling is in 2016 gerealiseerd. Voor de Grensmaas ligt de nadruk in 2018 op de verdere realisatie van de zogeheten «11 locaties» (rivierverruiming door grindwinning).

Naast de werken in de Zandmaas en de Grensmaas zijn nog aanvullende maatregelen nodig om in alle dijkringen langs de Maas het wettelijke beschermingsniveau te bereiken (overstromingskans kleiner dan 1/250e per jaar). Het prioritaire deel van dit werk dient in 2020 gereed te zijn. De rest van de werkzaamheden loopt via het HWBP mee. Planuitwerking en realisatie van deze «prioritaire sluitstukkaden» gebeurt grotendeels door het waterschap Limburg en er is hiervoor vanuit het budget van Maaswerken € 75 miljoen beschikbaar gesteld. De aanpak voor de Grensmaas en de afspraken over de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum zijn vastgelegd in de Bestuursovereenkomst Waterveiligheid Maas van 10 november 2011. De overige afgekeurde dijkringen langs de Maas worden op basis van urgentie geprogrammeerd in het HWBP.

Meetbare gegevens

Indicator

Grensmaas

Hoogwaterbeschermingsprogramma

100% in 2017

Natuurontwikkeling

1.208 ha

Grind

ten minste 35 mln. ton

Grensmaas en Zandmaas, natuurontwikkeling

De aanpassing van de scope Grensmaas en Zandmaas is bij brief van 5 maart 2013 aan de Tweede Kamer gemeld (Kamerstukken II, 2012–2013, 18 106, nr. 216).

De deelprogramma’s Grensmaas en Zandmaas (fase I) dragen primair bij aan de hoogwaterveiligheidsdoelstelling. Daarnaast wordt met deze projecten natuur gerealiseerd die ten goede komt aan de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

In het kader van de herijking van de Ecologische Hoofdstructuur door Rutte I is bij het Zandmaasproject besloten 129 ha natuur niet te realiseren door de nevengeulen Belfeld en Sambeek uit de scope te halen. Deze nevengeulen leveren geen bijdrage aan de hoogwaterveiligheidsdoelstelling. De natuuropgave binnen de Zandmaas is gerealiseerd. De feitelijke oplevering en overdracht is afhankelijk van de voortgang van de delfstofwinning.

In de Grensmaas is de scope nagenoeg gelijk gebleven. Alleen de verwerving van natuurgronden bij de locatie Roosteren (44 ha) is komen te vervallen. Deze locatie valt buiten de uitvoeringsovereenkomst met het Consortium Grensmaas. De totale oppervlakte natuurontwikkeling in de Grensmaas wordt daarmee 1.208 ha. Het Ministerie van EZ neemt hiervan thans 728 ha voor haar rekening (TK 18 106, nr. 230, 20 april 2015).

Projectoverzicht Maaswerken; realisatie (Budget in € mln.)
   

Totaal

       

Budget in € mjn.

 

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

Project

                       

Maaswerken

                       

Projecten Limburg

                       

Grensmaas

151

151

72

3

3

3

70

0

0

0

2017/2024

2017/2024

Zandmaas

398

397

307

20

5

36

20

10

0

0

2020

2017/2020

Programma

                       

Realisatie

549

548

379

23

8

39

90

10

0

0

   

Begroting (DF 01.01.04)

   

379

23

8

39

90

10

0

0

   

Toelichting

  • 1.  Grensmaas: het bereiken van de hoogwaterdoelstelling is voorzien in 2017. De grindwinning loopt door tot eind 2023. Naar verwachting wordt het project in 2024 afgerond.
  • 2.  Zandmaas: de hoogwaterdoelstelling is bereikt in 2016. De feitelijke oplevering wordt voorzien in de periode tot 2016 en de prioritaire sluitstukkaden in de periode tot 2020.

Maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid

De kengetallen hieronder geven informatie over de stand van zaken van maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid onder het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2), en de programma’s Ruimte voor de Rivier (RvdR) en Maaswerken. Het geeft een meerjarig inzicht in de voortgang van de maatregelen van de betreffende programma’s. De beleidsinspanningen van de Minister van lenM die onder Hoofdstuk XII (artikel 11) vallen richten zich op de regie op deze programma’s.

1.02 Overige aanlegprojecten

Motivering

Naast de grote projecten op het gebied van waterveiligheid zijn hieronder de overige aanlegprojecten beschreven.

Producten

Verkenningen- en planuitwerkingsprogramma

Het verkenningen- en planuitwerkingsprogramma dient om een probleem of een initiatief met maatschappelijke meerwaarde op het gebied van waterbeheer te verkennen en daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering.

Op dit artikelonderdeel worden diverse projecten en programma’s verantwoord die zich in de MIRT-verkenningen- en planuitwerkingsfase bevinden.

Projectoverzicht Verkenningen- en planuitwerkingsprogramma (Budget in € mln.)
 

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

Huidig

vorig

PB of TB

Openstelling

Projecten Nationaal

       

Reservering Areaalgroei

14

14

   

Projecten Noordwest-Nederland

       

EPK Planuitw. en verkenningen Waterveiligheid

12

11

   

Ambitie Afsluitdijk

5

14

   

Projecten Zuid-Nederland

       

Ooijen-Wanssum

112

111

2016

2023

meerkosten rivierverruiming Rijn en Maas

193

0

   

Projecten Oost-Nederland

       

IJsseldelta 2e fase

161

121

2018

2022

Projecten Noord-Nederland

       

Legger Vlieland en Terschelling

0

3

2016

2017

Texel NIOZ

2

0

   

Projecten Zuidwest-Nederland

       

Zandhonger Oosterschelde

7

7

2016

2018

         

Totaal programma planuitwerking en verkenning

506

     

Begroting DF 01.02.01

506

     

PB is Projectbeslissing en TB is Trajectbesluit

De belangrijkste mutaties zijn:

Ooijen-Wanssum

In de Najaarsnota 2016 is de bijdrage van IenM aan de planstudiefase van € 10 miljoen overgeheveld naar de provincie Limburg en het resterende budget is geïndexeerd naar prijspeil 2017. In 2016 is het projectbesluit genomen en is de bestuursovereenkomst «realisatiefase gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum» getekend. Daarmee start de realisatiefase. De rijksbijdrage voor de uitvoering van dit project wordt vanaf 2017 structureel overgeheveld naar het provinciefonds. De oplevering van het gehele project (gebiedsontwikkeling) is gepland in 2023. Het bereiken van de waterveiligheiddoelstelling is al eerder voorzien, namelijk in 2020.

Rivierverruiming

Voor de periode tot 2028 heeft het Rijk via het Deltafonds € 196 miljoen ter beschikking voor de meerkosten van rivierverruimingsprojecten langs de Rijn en de Maas. Op basis van de regionale voorstellen is voor de Rijn in het najaar van 2015 door Rijk en regio besloten tot de start van 2 MIRT-verkenningen: de MIRT-Verkenning hoogwatergeul Varik-Heesselt en de MIRT-Verkenning Rivierklimaatpark IJsselpoort. Met betrekking tot deze twee verkenning wordt € 3,0 miljoen overgeboekt naar het Provinciefonds (€ 2,5 miljoen) en BTW-compensatiefonds (€ 0,5 miljoen).

Voor de Maas is in het najaar van 2016 besloten om drie MIRT verkenningen naar rivierverruiming te starten: Venlo, Ravenstein-Lith en Oeffelt/Vortum. Tevens is besloten om de systeemwerking van de Maas te verbeteren door 5 systeemmaatregelen (dijkterugleggingen en inrichting retentiegebieden) mee te nemen in de lopende en urgente verkenningen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP): bij Thorn, Baarlo, Venlo-Velden, Arcen en Well. Met deze verkenningen en onderzoeken voor de Rijn en de Maas wordt invulling gegeven aan de ambitie van het Deltaprogramma om met dijkversterking en rivierverruiming de waterveiligheidsopgave aan te pakken, in combinatie met het realiseren van kansen voor natuur, recreatie en economische ontwikkeling. Voor de rivierverruiming na 2028 werken Rijk en regio conform het DP 2015 gezamenlijk de voorkeursstrategie rivieren verder uit tot een haalbare ambitie rivierverruiming in samenhang met dijkversterking voor de periode 2030–2050 met een doorkijk naar 2075.

Legger Vlieland en Terschelling

Gedeputeerde Staten van Friesland heeft de projectbesluiten voor de verlegging van de primaire waterkeringen op Vlieland en Terschelling op 10 februari 2017 goedgekeurd. Rijkswaterstaat heeft in 2017 een begin gemaakt met de aanleg. Rekening houdend met het stormseizoen en de Natuurbeschermingswet zullen de werkzaamheden in 2019 afgerond zijn. Uit de projectbesluiten blijkt dat minder zandaanvullingen nodig zijn. Het budget is daardoor verlaagd van € 2,5 miljoen naar € 1,5 miljoen. Rijkswaterstaat zal de gewijzigde ligging van de primaire waterkeringen in de legger van de primaire keringen verwerken. Het vrijvallende budget is overgeheveld naar de programmaruimte op artikel 5. Het projectbudget van € 1,5 miljoen is overgeboekt naar het realisatieprogramma artikel 01.02.2.

Texel NIOZ

Voor de meerkosten van het binnendijks brengen van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) bij de dijkversterking Texel heeft het Rijk € 2,4 miljoen gereserveerd en wordt vanuit het HWBP-2 € 3,8 miljoen gefinancierd. NIOZ, de gemeente Texel en het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) dragen bij aan de resterende meerkosten (€ 5,1 miljoen).

IJsseldelta Fase 2

In december 2016 is de voorkeursbeslissing genomen en vastgelegd in de op 14 december 2016 ondertekende Bestuursovereenkomst IJsseldelta Fase 2. De projectbeslissing is voorzien in 2018. IJsseldelta Fase 2 is gekoppeld aan de reeds in gang gezette uitvoering van Ruimte voor de Rivier maatregel IJsseldelta fase 1 (Reevediep). Door versnelling van fase 2 hoeven in fase 1 geen (tijdelijke) spuikokers aangelegd te worden. Het versneld uitvoeren van fase 2 heeft consequenties voor het realiseren van de hoogwaterveiligheidsdoelstelling voor het gebied. Een deel van de waterstandsdaling (21 cm) is reeds in 2016 behaald als gevolg van de zomerbedverlaging van de IJssel (fase 1). Inzet is dat de volledige hoogwaterdoelstelling (41 cm) uit de planologische kernbeslissing Ruimte voor de Rivier in 2022 wordt gerealiseerd. IJsseldelta Fase 2 wordt uitgevoerd door Rijkswaterstaat, de provincies Overijssel en Flevoland en het Waterschap Zuiderzeeland. In de Voorjaarnota 2017 zijn de middelen beschikbaar gesteld voor de planuitwerking (€ 4,5 miljoen voor het RWS-bouwdeel en € 7,7 miljoen aan de provincie Overijssel voor de drie regionale percelen) en is een risicoreservering van € 50 miljoen toegevoegd voor het tekort op het RWS-bouwdeel. Ten slotte is het budget geïndexeerd naar prijspeil 2017.Ambitie

Ambitie Afsluitdijk

In 2017 worden de resterende verzoeken voor bijdragen voor de Ambities op de Afsluitdijk afgehandeld en wordt de bijdrageregeling beëindigd.

Zandhonger Oosterschelde

Rijkswaterstaat heeft een MIRT-verkenning uitgevoerd naar de meest effectieve maatregelen voor de aanpak van de zandhonger in de Oosterschelde. De uitkomst is dat de effecten van de zandhonger bestreden kunnen worden met het suppleren van zand op intergetijdengebieden. Conform de voorkeursaanpak van de MIRT-verkenning wordt gestart op de Roggenplaat. De zandsuppletie Roggenplaat is voorzien in de winter van 2017–2018. De aanpak van andere locaties is minder urgent. Deze locaties zijn ondergebracht in het bredere MIRT-onderzoek Integrale Veiligheid Oosterschelde, dat op grond van het Deltaprogramma in 2015 en 2016 is uitgevoerd. Over de financiering van de zandsuppletie Roggenplaat is in het Bestuurlijk overleg MIRT Zeeland van 13 november 2014 afgesproken dat regio en Natuurmonumenten € 5 miljoen bijdragen en het Rijk maximaal € 7,3 miljoen (EZ € 1 miljoen, IenM € 6,3 miljoen). De bijdrage van het Rijk is taakstellend. In de bijdrage van de regio is een Europese subsidie van € 3,5 miljoen opgenomen.

Realisatieprogramma

Dit programma levert een bijdrage aan het voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk en bij de waterschappen én levert een bijdrage aan het beheer van de rijkswateren.

Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)

Het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is een alliantie tussen de waterschappen en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het programma is opgericht voor het aanpakken van de waterveiligheidsopgave die voortvloeit uit de Derde Landelijke Rapportage Toetsing primaire waterkeringen (LRT3) in 2011 en de daaropvolgende beoordelingsrondes. Het programma heeft als doel in 2050 alle waterkeringen in Nederland op orde te hebben. Circa 90% van de primaire waterkeringen is in beheer bij de waterschappen. Het overige deel is vrijwel volledig in beheer bij het Rijk. Door de samenwerking binnen de alliantie wordt de beschikbare kennis en deskundigheid van de verschillende waterbeheerders optimaal benut.

Het HWBP kent een voortrollend karakter, waarbij jaarlijks een actualisatie van het zesjarige programma plaatsvindt en er een nieuw jaar aan de programmering wordt toegevoegd. Met deze werkwijze ontstaat een adaptief programma dat flexibel in kan spelen op nieuwe ontwikkelingen.

De huidige HWBP opgave komt voort uit de LRT3 (2011) en de verlengde derde toetsing (LRT3+, 2013). Daarnaast zijn in 2017 met het oog op de nieuwe normering waterveiligheid de 13 meest urgente «nieuwe» opgaven opgenomen in het programma 2017–2022. Hiermee is geanticipeerd op de inwerkingtreding van de nieuwe normen. Op basis van de nieuwe landelijke beoordelingsronde overstromingsrisico (LBO-1), die op 1 januari 2017 van start is gegaan, is in het programma 2018-ook een deel van dit areaal opgenomen.

De prioritering van de jaarlijks uit te brengen programmering is gebaseerd op urgentie. De programmering 2018–2023 wordt gelijktijdig met deze begroting op Prinsjesdag als onderdeel van het Deltaprogramma 2018 (paragraaf 3.3) gepresenteerd.

Eind 2018 zijn naar verwachting 42 kilometer dijk en 15 kunstwerken van de totale scope veilig.

Het HWBP is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering.

Dijkversterking en Herstel steenbekleding Oosterschelde en Westerschelde

Het herstel van de steenbekledingen in Zeeland is in 2015 gereed gekomen. In totaal is langs de Wester- en Oosterschelde 321 kilometer aan steenbekledingen vervangen. In 2017 vond de financiële afwikkeling van het deel steenbekledingen plaats. Daarnaast wordt ook de vooroeververdediging van de dijken in het Ooster- en Westerscheldegebied aangepakt. Het project vooroeverbestortingen is opgedeeld in verschillende clusters die over de tijd worden uitgevoerd. Ook in 2018 wordt gewerkt aan een aantal vooroeverbestortingstrajecten. De realisatie van het huidige laatste cluster loopt tot en met 2021.

Rivierverruiming, niet zijnde Ruimte voor de Rivier

Langs de Maas, de Rijn, de Waal en de Lek worden rivierverruimingsprojecten uitgevoerd om een grotere waterafvoer te kunnen opvangen, de zogeheten NURG (Nadere Uitwerking Rivieren Gebied) projecten. Het NURG-programma werd oorspronkelijk samen met het Ministerie van Economische Zaken (EZ) uitgevoerd en draagt naast veiligheid ook bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied door de aanleg van nieuwe natuur. Inmiddels is het overgrote deel van de opgave gerealiseerd en hebben het Ministerie EZ en Ministerie IenM bij de Herijking van de Ecologische Hoofdstructuur afspraken gemaakt over de verdeling van de restopgave. Hierin is afgesproken dat elk ministerie zijn nog lopende projecten afmaakt. Op dit moment lopen er nog twee lenM NURG-projecten. Het programma is derhalve grotendeels afgerond. Het project Heesselt wordt in 2020 opgeleverd. Voor het project Afferdense en Deestse Waarden (ADW) is de oplevering voorzien eind 2019. Het project ADW is ook van belang voor het realiseren van de waterveiligheidsdoelstellingen van de PKB Ruimte voor de Rivier.

Afsluitdijk

Het project Afsluitdijk omvat opgaven op het gebied van waterveiligheid en waterafvoer. Het betreft de versterking van het dijklichaam volgens het principe van de overslagbestendige dijk, met behoud van de groene (vegetatie) uitstraling, het versterken van de schut- en spuicomplexen en het vergroten van de waterafvoercapaciteit door het aanbrengen van pompen in het spuicomplex Den Oever. In het rijksinpassingsplan is de oplossingsruimte voor de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de waterveiligheid en de waterafvoer begrensd. Ook worden in het Rijksinpassingsplan diverse regionale ambities (planologisch) mogelijk gemaakt, zoals de vismigratierivier en de opschaling van de Blue Energy centrale. Voor de ambities heeft het Rijk een budget van € 20 miljoen beschikbaar gesteld op basis van financiering met de Regio. In 2016 is de aanbesteding van het project Afsluitdijk gestart. Start realisatie is voorzien in 2018 en openstelling in 2022.

Overige onderzoeken en kleine projecten

Onderdeel van overige onderzoeken en kleine projecten is onder andere het Project Roggenplaat. Rijkswaterstaat heeft in opdracht van de ministeries IenM en EZ een MIRT verkenning uitgevoerd naar een aanpak voor de negatieve effecten van de zandhonger in de Oosterschelde. Het daaruit volgende voorkeursalternatief is het suppleren van de Roggenplaat, omdat door de zandhonger de oppervlakte en hoogte van deze plaat snel afnemen. Het doel van de realisatie is het uitvoeren van een zandsuppletie op de Roggenplaat in de Oosterschelde met een omvang van 213 ha en 1,3 miljoen m3. De aanleg is voorzien in 2017 en 2018. Een ander klein project is de primaire kering Vlieland en Terschelling. Dit project omvat een gedeeltelijke verlegging van het zandige deel van de primaire waterkeringen op Vlieland en Terschelling. Om aan de veiligheidsnormen te voldoen zijn voor beide verleggingen zandaanvullingen noodzakelijk.

Het project omvat tevens de verhoging van de dijk van het bedrijventerrein op Vlieland ter plaatse van het terrein van Rijkswaterstaat. De oplevering voor de werkzaamheden in Vlieland is voorzien in 2018.

Projectoverzicht; Realisatieprogramma (Budget in € mln.)
   

Totaal

       

Budget in € mjn.

 

Oplevering

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

later

huidig

vorig

Projecten

                       

Nationaal

                       

HWBP Overige projectkosten (programmabureau)

80

79

18

11

7

5

5

5

5

24

2021

2020

HWBP Rijksprojecten

608

601

3

5

15

11

6

23

39

506

 

2020

HWBP Waterschapsprojecten

4.642

4.170

249

101

84

154

261

518

424

2.851

 

2020

Maatregelen irt rivierverrruiming

192

191

147

17

9

7

12

0

0

0

2020

2018

WBI 2023

25

25

0

3

5

5

5

4

3

0

   

Zandhonger Oosterschelde

10

0

0

3

7

0

0

0

0

0

   

Projecten

                       

Noord-Nederland

                       

Primaire waterkering Vlieland

2

0

0

0

1

1

0

0

0

0

2018/2019

 

Projecten

                       

Noordwest-Nederland

                       

Afsluitdijk

5

875

5

0

0

0

0

0

0

0

2022

2022

Projecten

                       

Oost-Nederland

                       

Monitoring Langsdammen Waal

5

1

0

1

2

1

1

0

0

0

   

Pannerdensch kanaal, kribverlaging

18

18

0

1

1

3

13

0

0

0

2019

2019

Projecten

                       

Zuidwest-Nederland

                       

Overige onderzoeken en kleine projecten

1.166

1.169

1.155

7

2

0

1

1

0

0

   

Dijkversterking en herstel steenbekleding

823

815

767

3

9

0

23

21

0

0

2021

2018

Programma

                       

Realisatie

7.576

7.944

2.344

152

142

187

327

572

471

3.381

   

Begroting (DF 01.02.02)

7.601

 

2.371

94

112

65

76

529

511

3.843

   

Overprogrammering

     

– 58

– 30

– 122

– 251

– 43

40

462

   

1.03 Studiekosten

Motivering

Dit betreft enerzijds studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken) en daarnaast de overige studiekosten op het gebied van waterveiligheid.

Naast de grote projecten op het gebied van waterveiligheid zijn hieronder de overige aanlegprojecten beschreven.

Producten

Studie- en onderzoekskosten Deltaprogramma

Hieronder vallen studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken). Het Deltaprogramma (DP) is een programma van maatregelen, voorzieningen, onderzoeken en ambities gericht op de korte, middellange en lange termijn waterveiligheid en zoetwatervoorziening van Nederland. Voor een nadere toelichting over deze onderzoeken wordt verwezen naar het Deltaprogramma 2018.

Op dit onderdeel worden vooral de onderzoeken voor waterveiligheid verantwoord.

  • •  Het Nationaal Watermodel is een geïntegreerde set van modellen om het waterhuishoudkundig systeem van Nederland door te rekenen. Deze is oorspronkelijk ontwikkeld voor het Deltaprogramma. Het model is gebruikt om de effecten van maatregelen op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening te berekenen. In 2018 blijft het Deltamodel in gebruik voor het beantwoorden van vragen die bij de uitvoering van het Deltaprogramma spelen. De doorontwikkeling van het model heeft als doel de waterhuishoudkundige basis ervan ook in andere rekentoepassingen te gebruiken om zo de onderlinge vergelijkbaarheid en de betrouwbaarheid van die toepassingen te garanderen en genereert het model de waterhuishoudkundige basis voor waterkwaliteitsmodellen.
  • •  MIRT-Onderzoek Integrale Veiligheid Oosterschelde (IVO): dit onderzoek richt zich op een toekomstbestendige aanpak van de waterveiligheidsopgave voor de Oosterschelde, vanuit een optimale combinatie van een aangepast beheer van de Oosterscheldekering, (innovatieve) dijkversterkingen en zandsuppleties op intergetijdengebieden. IVO is in 2015 en 2016 uitgevoerd door Rijkswaterstaat, samen met de provincie Zeeland en Waterschap Scheldestromen. Vanaf 2017 wordt vervolgonderzoek uitgevoerd voor de verbinding met gebruiksfuncties vanuit economie, ecologie en landschap. Hiervoor zijn in de begroting Hoofdstuk XII middelen beschikbaar besteld.
  • •  Systeemstudie IJsselmeergebied: dit betreft een studie naar de samenhang tussen waterafvoer, peilbeheer en de benodigde sterkte van de dijken in het gebied. Doel van de studie is het inzichtelijk maken van het gehele, complexe watersysteem van het IJsselmeergebied ten behoeve van huidige en toekomstige vraagstukken rondom waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Een belangrijke te beantwoorden vraag is wat de effecten zijn van de verschillende opties in het peilbeheer op de kosten van de benodigde dijkversterkingen. Tijdshorizon is 2050 en verder, mede met het oog op keuzes die dan zullen spelen bij de vervanging van spuicomplexen in de Afsluitdijk. Na de probleemanalyse (2015) zijn in 2016 samenhangende strategieën voor het peilbeheer na 2050 opgesteld en is een methodiek voor de analyse daarvan ontwikkeld. In de laatste fase, die in 2018 wordt afgerond, wordt de methodiek verfijnd en uitgebreid en volgt een nadere analyse van de strategieën.
  • •  MIRT-onderzoeken naar de waterveiligheid in de Rijn-Maasdelta: voor de verwachte stijging van de zeespiegel, toenemende extreme rivierafvoeren en sociaaleconomische veranderingen zijn langetermijnstrategieën ontwikkeld voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Daarbij worden de strategieën en maatregelen voor waterveiligheid en sociaaleconomische ontwikkeling in synergie met elkaar en met oog voor ruimtelijke kwaliteit ontwikkeld. Komende jaren wordt met maatregelen en nadere beleidsuitwerking vervolg gegeven aan de gemaakte beleidskeuzes voor dit gebied.
  • •  Stimuleringsprogramma Ruimtelijke Adaptatie: in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie hebben Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen afgesproken waterveiligheid en klimaatbestendigheid in 2020 integraal mee te gaan wegen bij ruimtelijke ontwikkelingen, zodat Nederland in 2050 ook daadwerkelijk klimaatbestendig is ingericht. Van 2015 tot en met 2017 zijn vanuit het Deltafonds middelen beschikbaar gesteld voor het Stimuleringsprogramma Ruimtelijke Adaptatie om deze transitie te ondersteunen met diverse activiteiten en producten. Hierbij kan gedacht worden aan kennisportaal, het organiseren van themabijeenkomsten, ondersteuning van voorbeeldprojecten, stresstesten en living labs en het faciliteren van kennis- en leernetwerken. In 2017 heeft een tussentijdse evaluatie plaatsgevonden waarin de nadruk om te blijven stimuleren en er een tandje bij te doen zijn onderstreept. Daarom zal ook vanaf 2018 geïnvesteerd worden in stimulering en ondersteuning van de transitie. Het Deltaplan dat opgeleverd is op Prinsjesdag 2017 geeft invulling aan de benodigde activiteiten.
  • •  Toetsing Regionale keringen in beheer van het Rijk: Rijkswaterstaat is begonnen met de toetsing van de regionale keringen in beheer van het Rijk. Ook kunstwerken en niet-waterkerende objecten worden getoetst. Verwacht wordt dat de toetsing van deze regionale keringen in 2018 afgerond zal zijn.
  • • 

    Nieuwe normering: de gewijzigde Waterwet is in 2016 met algemene stemmen aangenomen in de Eerste en Tweede Kamer en de wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. Ook de bijhorende regeling voor de beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen, een wijziging van het Waterbesluit en aanpassing van de subsidieregeling voor de versterking van de primaire keringen zijn aangepast en per 1 januari 2017 in werking getreden.

    In 2017 zijn de beheerders gestart met de eerste beoordeling van de primaire waterkeringen op basis van de nieuwe waterveiligheidsnormen, de nieuwe regeling beoordeling veiligheid primaire keringen en onderliggende technische leidraden en software. Om de beheerders te ondersteunen worden de komende jaren nog verbeteringen doorgevoerd in deze instrumenten. Ook worden de voorbereidingen getroffen voor het instrumentarium van 2023, zodat de voorschriften voor de beoordelingsronde die in 2023 start aansluiten op de actuele kennis en de ervaringen die in de nu lopende eerste beoordelingsronde worden opgedaan.

    Als uit de beoordeling blijkt dat een primaire kering niet aan de norm voldoet, neemt een beheerder maatregelen. De Minister stelt conform de Waterwet een ontwerpinstrumentarium (OI) beschikbaar die strekt tot aanbeveling bij het ontwerpen van een kering. Vanaf 1 januari 2017 is een actualisatie van het OI 2014 beschikbaar conform de overstromingskansbenadering. De komende periode wordt het OI doorontwikkeld op basis van ervaring en nieuwe kennis. In 2018 stelt de Minister een nieuwe versie van het OI ter beschikking.

    Daarnaast is gewerkt aan de stroomlijning van de informatie-uitwisseling tussen beheerders en Hoogwaterbeschermingsprogramma en het Ministerie van IenM. Aangezien sprake is van een geheel vernieuwde wijze van normering worden komende jaren opleidingen en trainingen op het gebied van risicobenadering en het omgaan met overstromingskansen gegeven. Ook is er intensieve ondersteuning via de Helpdesk Water geboden in 2017. Dit wordt in 2018 voortgezet.

  • • 

    Lange termijn ambitie/Kennisprogrammering Waterveiligheid: het Rijk heeft een wettelijke taak (artikel 2.6 Waterwet) om zorg te dragen voor de totstandkoming en verkrijgbaarstelling van technische leidraden voor het ontwerp, het beheer en het onderhoud van de primaire waterkeringen in Nederland.

    Hiertoe worden langjarige activiteiten (onderzoek) uitgevoerd om een solide kennisbasis te ontwikkelen. De kennis over waterveiligheid wordt hiermee op het vereiste niveau gehouden, zodat sprake is van actueel, effectief en uitvoerbaar waterveiligheidsbeleid. Dit is de lange termijn ambitie voor waterveiligheid, vormgegeven door de uitvoering van de Kennisagenda Waterveiligheid.

    Het programmeren van de kennis voor waterveiligheid, die met input van de waterveiligheidssector tot stand is gekomen, is gebaseerd op de volgende drie pijlers:

    • ○  Techniek: hiermee wordt invulling gegeven aan de wettelijke verantwoordelijkheid (artikel 2.5 Waterwet) voor het beschikbaar stellen van een Beoordelingsinstrumentarium (WBI) voor de primaire waterkeringen en het actualiseren van de onderbouwende leidraden (LD) en technische rapporten (TR) (o.a. over faalmechanismen als macrostabiliteit, piping en de belasting van de primaire waterkeringen door waterstanden en golven);
    • ○  Systeem: verantwoordelijkheid voor de kennisbasis over het gedrag van kust- en riviersystemen en uitvoering van EU-verplichtingen, zoals de Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR);
    • ○  Leefomgeving: omgevingsfactoren die van invloed zijn op de totstandkoming van het waterveiligheidsbeleid, zoals klimaatverandering, ruimtelijke adaptatie en wateroverlast.

    Het belang van een structurele reservering is om hiermee de genoemde solide basis te kunnen garanderen vanuit de wettelijke taak en om hiermee zo goed mogelijk aan te sluiten bij de langjarige programmering van andere partijen, zoals NWO/STW en ook NKWK benutten.

    In 2017 is een meerjarenprogrammering opgesteld. Hiervoor is € 28 miljoen beschikbaar in de periode 2018–2031. In de programmering van de lange termijn ambitie is een bijdrage van € 3,1 miljoen voor een nieuwe Geocentrifuge opgenomen. Dit bedrag wordt middels een subsidie op artikel 11 van Hoofdstuk XII aan Deltares ter beschikking gesteld.

1.09 Ontvangsten

Ontvangsten waterschapsprojecten

Conform de Spoedwet (Stb. 2011, nr. 302) dragen de waterschappen vanaf 2011 € 81 miljoen per jaar bij aan het HWBP. Deze bijdrage van de waterschappen is conform het regeerakkoord Rutte I en het Bestuursakkoord Water aangevuld tot € 131 miljoen in 2014 en tot € 181 miljoen structureel vanaf 2015 (inclusief project gebonden aandeel, prijspeil 2010). Deze bijdrage wordt geïndexeerd op basis van de IBOI, zoals gehanteerd door het Ministerie van Financiën. Vanaf 2017 en verder komt dit bedrag jaarlijks uit op ongeveer € 188 miljoen (inclusief project gebonden aandeel).

De middelen van de waterschappen worden eerst ingezet voor de waterschapsprojecten van het HWBP-2 en vervolgens voor de waterschapsprojecten van het HWBP. Het in 2013 door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen wetsvoorstel Wijziging van de Waterwet (doelmatigheid en bekostiging hoogwaterbescherming) (Kamerstukken II, 2012–2013, 33 465) is per 1 januari 2014 in werking getreden. De wet regelt dat het Rijk en de waterschappen jaarlijks elk de helft van de bijdrage aan het HWBP gaan betalen.

In bijlage 3 is een nadere toelichting op de financieringsafspraken voor het HWBP opgenomen.

Noot 3: Kamerstukken II, 2016/2017, 32 698, nr. 33

Noot 4: Zoals eerder gemeld aan de Tweede Kamer is deze doelstelling niet in 2015 behaald maar vindt dit naar verwachting in 2019 plaats.