Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 3 Beheer, Onderhoud en Vervanging

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van instandhouding verantwoord. Dit betreft het watermanagement, het regulier beheer en onderhoud en vervanging en renovatie. Doel hierbij is het duurzaam op orde houden van het watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, zodat Nederland droge voeten heeft.

Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid en beleidsartikel 12 Waterkwaliteit op de Begroting hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 3 Beheer, onderhoud en vervanging (in € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

187.652

146.052

163.977

153.461

111.175

130.069

195.520

Uitgaven

210.854

189.653

188.765

178.148

111.575

122.821

190.533

Waarvan juridisch verplicht

   

100%

       

3.01 Watermanagement

7.047

7.112

7.111

7.083

7.083

7.083

7.083

3.01.01 Watermanagement

7.047

7.112

7.111

7.083

7.083

7.083

7.083

– waarvan bijdrage aan agentschap RWS

7.047

7.112

7.111

7.083

7.083

7.083

7.083

               

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

203.807

182.541

181.654

171.065

104.492

115.738

183.450

3.02.01 Waterveiligheid

145.706

110.083

122.834

120.725

78.504

97.993

99.939

– waarvan bijdrage aan agentschap RWS

145.706

110.083

122.834

120.725

78.504

97.993

99.939

3.02.02 Zoetwatervoorziening

20.900

15.731

21.093

20.995

22.176

17.644

17.531

– waarvan bijdrage aan agentschap RWS

20.900

15.731

21.093

20.995

22.176

17.644

17.531

3.02.03 Vervanging

37.201

56.727

37.727

29.345

3.812

101

65.980

               

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

3.09 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

3.09.01 Ontvangsten

             

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten na de begrotingsperiode tot en met 2031 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op dit zelfde detailniveau tot en met 2031 toegelicht.

Bedragen x € 1.000
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

3 Beheer, onderhoud en vervanging

189.653

188.765

178.148

111.575

122.821

190.533

208.004

215.685

3.01 Watermanagement

7.112

7.111

7.083

7.083

7.083

7.083

7.083

7.108

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

182.541

181.654

171.065

104.492

115.738

183.450

200.921

208.577

                 

3.09 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

(Vervolg) Bedragen x € 1.000
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2017–2031

3 Beheer, onderhoud en vervanging

279.889

224.898

240.747

230.591

230.591

230.591

230.591

3.073.082

3.01 Watermanagement

7.108

7.108

7.308

6.908

6.908

6.908

6.908

105.900

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

272.781

217.790

233.439

223.683

223.683

223.683

223.683

2.967.182

                 

3.09 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

3.01 Watermanagement

Motivering

Met Watermanagement streeft IenM naar:

  • •  Het goed voorbereid zijn op crisissituaties door te zorgen voor een robuuste informatievoorziening;
  • •  Het reguleren van de hoeveelheid water in het hoofdwatersysteem onder normale omstandigheden en bij zowel (extreem) hoogwater als laagwater;
  • •  Een duurzaam watersysteem, met zowel een goede chemische als ecologische kwaliteit, dat voorziet in de beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit voor de gebruiker.

Producten

Binnen het watermanagement worden de volgende activiteiten uitgevoerd:

  • •  Monitoring waterstanden, waterkwaliteit en informatievoorziening;
  • •  Crisisbeheersing en -preventie;
  • •  Regulering gebruik door vergunningverlening en handhaving;
  • •  Het nakomen van bestuurlijke afspraken waterverdeling en gebruik (onder andere in waterakkoorden);
  • •  Regulering waterverdeling (operationele modellen actualiseren en toepassen, bediening (stormvloed)keringen, stuwen, gemalen en spuien).

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.

De doelstellingen voor het waterkwantiteitsbeheer van de rijkswateren zijn:

  • •  Het op orde brengen en houden van de samenhang tussen het regionaal- en het hoofdwatersysteem, zodat zowel wateroverlast als watertekort wordt bestreden;
  • •  Het kunnen beschikken over voldoende water in de Rijkswateren, zodat kan worden voldaan aan de behoeften die voortvloeien uit de gebruiksfuncties.

Daarnaast is zorg gedragen voor een adequate informatievoorziening over de reguliere waterkwantiteit en waterkwaliteit. Dit houdt de vergaring en beschikbaarstelling in van interne en externe informatie over het watersysteem. Het gaat daarbij om de dagelijkse informatie voor de verschillende gebruikers (waaronder scheepvaart, drinkwaterbedrijven, zwemwaterkwaliteit/provincies en recreatie) en om berichtgeving bij uitzonderlijke situaties over hoog- en laagwater, naderende stormvloeden, verontreinigingen en ijsvorming.

Meetbare gegevens

Omvang areaal (budget x € 1.000)
 

Areaaleenheid

Omvang

   

Budget 2018

   

2016

2017

2018

 

Watermanagement

km2 water

90.312

90.313

90.313

7.111

Toelichting

Voor 2018 zijn geen veranderingen voorzien.

Indicatoren Watermanagement

Indicator

Realisatie 2016

Streefwaarde 2017

Streefwaarde 2018

RWS verstrekt informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit bij maatschappelijk vitale processen. (1)

95%

95%

95%

Tot en met 2017:

     

Beschikbaarheid streefpeilen voor Noordzeekanaal/Amsterdam-Rijnkanaal, IJsselmeer en Haringvliet

100%

90%

De spuiende kunstwerken en stuwen kunnen te allen tijde worden geopend

99,8%

100%

Vanaf 2018:

     

Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde rijkswateren (2)

100%

Toelichting

De indicatoren voor de uitvoering van de RWS-taken op het gebied van watermanagement zijn geënt op het leveren van snelle en betrouwbare informatie en op het handhaven van de afgesproken peilen.

Ad 1.

Deze indicator, betreft de informatievoorziening voor maatschappelijk vitale processen ten tijde van hoogwater, laagwater, ijsgang of calamiteuze lozingen. RWS verstrekt dan informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit over ijsberichtgeving, berichtgeving over hoogwater, laagwater, stormvloed en berichten over verontreinigingen.

Ad 2.

In het kader van de nieuwe meerjarige prestatieafspraken (2018–2021) tussen de directoraten-generaal en Rijkswaterstaat over het Beheer en Onderhoud, is gekozen voor een nieuwe indicator die beter aansluit bij de beleidsdoelstellingen voor de waterhuishouding van het Hoofdwatersysteem. De oude indicatoren «Beschikbaarheid Streefpeilen voor Noordzeekanaal/Amsterdam-Rijnkanaal, IJsselmeer en Haringvliet» en «Spuiende kunstwerken en stuwen kunnen te allen tijde worden geopend» zijn vervangen door een indicator «Waterhuishouding op orde». Hierbij wordt gemonitord op alle peilgereguleerde rijkswateren en in alle jaargetijden. Naast het reguliere peilbeheer toont deze indicator ook in hoeverre wateroverlast en -tekorten met de infrastructuur voorkomen kunnen worden en de verzilting bestreden wordt.

De nieuwe indicator toont in hoeverre de «Waterhuishouding op orde» is, door de functievervulling van de vier onderliggende hoofdwatersysteemfuncties te meten:

  • •  Peilhandhaving Kanalen en Meren
  • •  Hoogwaterbeheersing Kanalen
  • •  Wateraanvoer bij droogte
  • •  Zoutindringing tegengaan

De streefwaarde voor deze nieuwe Indicator («Waterhuishouding op orde») is gesteld op 100%. De functievervulling van de vier onderliggende deelfuncties wordt op basis van de prestatieafspraken gewogen per watersysteem (netwerkschakel) meegenomen in de berekening van de totaalscore. De totaal-PIN scoort lager dan 100% zodra overlast ontstaat door het onvoldoende realiseren van afspraken die zijn vastgelegd in Waterakkoorden en Peilbesluiten.

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Het beheer en onderhoud omvat waterveiligheid (bescherming tegen overstromen door hoogwater) en de zoetwatervoorziening. Het is gericht op het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als voor de zoetwatervoorziening wordt vervuld.

Producten

Het beheer en onderhoud omvat waterveiligheid (bescherming tegen overstromen door hoogwater) en de zoetwatervoorziening. De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.

3.02.01 Waterveiligheid

Binnen waterveiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • –  Kustlijnhandhaving (conform de herziene basiskustlijn 2001).
  • –  Beheer en onderhoud (BenO) Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen (conform de Waterwet).
  • –  Beheer en Onderhoud uiterwaarden.

RWS heeft de wettelijke zorg voor de primaire waterkeringen en de stormvloedkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk, en voor de handhaving van de basiskustlijn (het Nationaal Waterplan 2016–2021). De handhaving van de basiskustlijn gaat afslag van strand en duinen tegen (veiligheid) en houdt Nederland (het strand) op zijn plaats. Het zijn voornamelijk de waterschappen die de primaire waterkeringen (dijken en duinen) beheren, ook die langs de Nederlandse kustlijn. Het weergegeven areaal betreft alleen het areaal dat in beheer is bij RWS.

ad 1. Kustlijnhandhaving

Het handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu tekort aan zand mede als gevolg van de zeespiegelstijging. Vanaf 2001 wordt ook extra zand in het kustfundament gesuppleerd om de zandverliezen dit tekort (deels) te compenseren. Daarnaast zijn lokale maatregelen zoals onderhoud van dammen en strandhoofden van belang, om structurele kusterosie te bestrijden.

ad 2. Beheer en Onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen

• Rijkswaterkeringen

RWS beheert en onderhoudt 180 kilometer primaire waterkeringen. Er wordt vast onderhoud uitgevoerd, bijvoorbeeld het maaien van dijken. Daarnaast wordt variabel onderhoud gepleegd. Dat betekent dat de waterkeringen periodiek worden geïnspecteerd en dat zo nodig tekortkomingen worden verholpen.

Primaire waterkeringen zijn waterkeringen die onder de Waterwet vallen omdat ze bescherming bieden tegen het buitenwater. Het gaat met name om enkele zeedijken op de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland en Zuid-Holland. In 2011 is de derde landelijke toetsing van primaire waterkeringen afgerond. Keringen die bij deze inspectie zijn afgekeurd worden meegenomen in het kader van het HWBP. Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt RWS ook 652 kilometer niet-primaire waterkeringen (dijken en duinen) meestal aangeduid als regionale keringen. Deze hoeven geen bescherming te bieden tegen het buitenwater. De normen voor deze regionale keringen in beheer bij het Rijk zijn in 2015 door de Minister vastgesteld na afstemming met de provincies.

• Stormvloedkeringen

Om ons land tegen de zee te beveiligen is een aantal stormvloedkeringen aangelegd, die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Deze stormvloedkeringen zijn ook primaire waterkeringen die vallen onder de Waterwet. Het Rijk heeft sinds 2014 vijf stormvloedkeringen in beheer: de Oosterscheldekering, de Maeslantkering, de Hartelkering, de Hollandse IJsselkering en de Ramspolkering. In 2018 krijgen de Haringvlietsluizen tevens de status van Stormvloedkering, waarmee het aantal op zes uitkomt.

Het onderhoud aan de keringen betreft voornamelijk het conserveren van schuiven en overige constructiedelen, het onderhoud aan werktuigbouwkundige en elektronische onderdelen en het onderhoud aan het besturingssysteem. Naast deze onderhoudsactiviteiten vindt de bediening van deze objecten plaats en worden periodiek inspecties uitgevoerd.

ad 3. Beheer en Onderhoud uiterwaarden

Het Rijk beheert 5.684 hectare aan uiterwaarden. Het beheer en onderhoud is gericht op het op orde houden van de vegetatie in de uiterwaarden teneinde hoogwater effectief te kunnen afvoeren. Dit betreft een reguliere beheer en onderhoud taak die losstaat van de inhaalslag Stroomlijn die verantwoord wordt op artikelonderdeel 3.02.03 Vervanging. Na uitvoering vallen deze uiterwaarden weer onder het regulier beheer en onderhoud.

3.02.02 Zoetwatervoorziening

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem zodanig te onderhouden dat de beoogde functies voor waterverdeling volgens de vigerende regelgeving en waterakkoorden kunnen worden vervuld. De beoogde functies voor waterverdeling zijn opgenomen in het Beheer- en Ontwikkelsplan voor de Rijkswateren (BPRW). Dit betreft onder meer het beheer en onderhoud voor:

  • 1.  Waterverdeling en peilbeheer;
  • 2.  Stuwende en spuiende kunstwerken;
  • 3.  Natuurvriendelijke oevers, implementatie Kaderrichtlijn Water (KRW), implementatie Waterwet en Natura 2000.

Onder zoetwatervoorziening valt ook de uitwerking van respectievelijk «Anders omgaan met water; Waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21) en de maatregelen in het kader van Natura-2000. Natura-2000 streeft naar het beschermen van gezonde watersystemen die een duurzaam gebruik mogelijk maken. Uitgaven voor de KRW in het hoofdwatersysteem worden verantwoord op artikel 7 Waterkwaliteit.

Binnen het Deltaprogramma Zoetwater worden de functies voor waterverdeling onder de loep genomen via de uitwerking van het instrument waterbeschikbaarheid. De functies voor waterverdeling en de daaraan gekoppelde activiteiten worden in beeld gebracht en waar mogelijk geoptimaliseerd. Waar relevant zullen resultaten hiervan hun doorwerking krijgen in volgende begrotingen. Het generen van indicatoren om de waterbeschikbaarheid voor de gebruiksfuncties inzichtelijk te maken is onderdeel van het plan van aanpak voor uitwerking van de waterbeschikbaarheid.

Meetbare gegevens

Beheer en Onderhoud

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor kunstwerken, dijken, dammen, duinen, stormvloedkeringen, kustfundament en oevers. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.

Waterveiligheid (budget x € 1 mln.)

Omvang Areaal

Eenheid

Omvang 2016

Omvang 2017

Omvang 2018

Budget 2018

Kustlijn

km

293

293

293

41

Stormvloedkeringen

stuks

5

5

6

45

Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:

       

37

– Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen

km

180

180

180

 

– Niet-primaire waterkeringen/duinen

km

652

652

652

 

– uiterwaarden in beheer Rijk

ha

5.684

5.677

5.677

 

Totaal

       

123

Toelichting

  • •  In 2018 treedt het «Kierbesluit» in werking. Daarmee krijgen de Haringvlietsluizen, naast de spuifunctie, ook een status als Stormvloedkering. Daarmee komt het aantal Stormvloedkeringen in 2018 op zes uit.
  • •  De omvang van de uiterwaarden in beheer van het Rijk neemt in 2017 met circa 7 hectare af als gevolg van Ruimte voor de Rivier projecten waarbij uiterwaarden plaatsmaken voor extra waterbergingen.

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Meetbare gegevens

Beheer en Onderhoud

Indicatoren BenO Waterveiligheid

Indicator

Realisatie 2016

Streefwaarde 2017

Streefwaarde 2018

De basiskustlijn is voldoende op zijn plaats gebleven (minstens 90% van de meetlocaties ligt zeewaarts van de afgesproken kustlijn).

92%

90%

90%

De zes stormvloedkeringen zijn tijdens het stormseizoen steeds beschikbaar om hoogwater te keren en voldoen aan de veiligheidsnormen uit de Waterwet. De Indicator is het percentage van het aantal stormvloedkeringen dat voldoet aan de afgesproken faalkanseis of het beschermingsniveau.

60 %

100%

100%

Toelichting

  • •  De eerste indicator geeft aan of de basiskustlijn niet verder landinwaarts is verschoven dan in 1990 is afgesproken (en in 2001 is herijkt). Kleine verschuivingen zijn normaal en toegestaan, en worden door middel van het programma voor kustsuppletie gecorrigeerd.
  • •  De tweede indicator is erop gericht dat de zes stormvloedkeringen te allen tijde (in het stormseizoen) voldoen aan de afgesproken eis voor de faalkans (faalkanseis). Deze eisen gaan over de kans dat de kering bij een sluitvraag niet gesloten kan worden. De kansen worden uitgedrukt in aantal sluitvragen: bij hoeveel sluitvragen mag een kering één keer falen.
Faalkans van de zes stormvloedkeringen in beheer bij Rijkswaterstaat

Stormvloedkeringen

Faal- of overschrijdings-kans

Streefwaarde 2017

Streefwaarde 2018

Norm waterwet1

Maeslantkering (1)

faalkans bij sluiten

1:100

1:100

1:100

Harte kering (2)

faalkans bij sluiten

1:19

1:10

1:10

Hollandsche IJsselkering

faalkans bij sluiten

1:47

1:188

1:200

Ramspolkering (3)

faalkans bij sluiten

zie toelichting

1:100

1:100

Oosterscheldekering

Beschermingsniveau in jaren

1:4.000

1:10.000

1:10.000

Haringvlietsluizen (4)

Beschermingsniveau in jaren

zie toelichting

1:1000

1:1000

Noot 1: Moet uiterlijk 2050 zijn gerealiseerd

Toelichting

De faalkanseisen voor de stormvloedkeringen worden op basis van de normering van de achterliggende waterkeringen vastgesteld. Bepalend daarvoor zijn de beschermingsniveaus van de achterliggende dijkringen, ook wel aangeduid als het «achterland». Gegeven de veiligheidseis aan het achterland, en de hoogte en sterkte van de waterkerende objecten die het achterland beschermen kan afgeleid worden welke aanvullende veiligheid, in termen van waterstandsverlaging, de keringen moeten borgen. Deze waterhuishoudkundige samenhang resulteert uiteindelijk in verschillende faalkanseisen per kering.

  • –  Voor stormvloedkeringen met maximaal twee kerende deuren of balgen, kan het effect op de waterveiligheid van het achterland direct worden doorvertaald naar de prestatie-eis. Dit geldt voor de Ramspol kering, de Maeslantkering, de Hartelkering en de Hollandsche IJsselkering. De Maeslantkering mag bijvoorbeeld bij honderd sluitvragen één keer falen (1 : 100).
  • –  De methodiek van faalkansberekening is bij de Oosterscheldekering en Haringvlietsluizen afwijkend van de andere stormvloedkeringen vanwege de constructie met 62 schuiven. Bij deze keringen is het van belang dat de combinatie wordt gemaakt van de verschillende faalscenario’s (partieel falen) en het gecombineerde effect daarvan op de waterveiligheid van het achterland. De kans wordt uitgedrukt in jaren (Bijvoorbeeld 1 : 10.000 jaar).

Per 1 januari 2017 is in het kader van de nieuwe Waterwet de nieuwe veiligheidsnormering ingevoerd. Deze normering gaat uit van een overstromingsrisico-benadering, waarbij niet alleen wordt gekeken naar de kans op een overstroming, maar ook naar de gevolgen ervan. Met deze nieuwe normering krijgt iedereen in Nederland dezelfde bescherming («basisbescherming») tegen overstromingen. Dit moet uiterlijk 2050 zijn gerealiseerd.

In 2017 besluit DGRW welke faalkanseisen voor de Hollandse IJsselkering, Oosterscheldekering en Ramspol in de periode 2018–2021 zullen worden gehanteerd.

Ad 1

Bij de Maeslantkering is in 2014 duidelijk geworden dat de betrouwbaarheid van de besturingssoftware, die in 2013 is vervangen, niet kwantitatief kan worden aangetoond. Aanpassingen van de software zijn naar verwachting pas in 2017 operationeel. Dit leidt er toe dat de actuele faalkans niet kwantitatief kan worden vastgesteld. In verband met eventuele storingen van het besturingssysteem zijn extra beheermaatregelen genomen om bij falen in te kunnen grijpen. Tevens is het onderhoud op voldoende niveau. Het oordeel van RWS is dat de Maeslantkering veilig is. Om deze reden blijft de streefwaarde in de begroting gehandhaafd.

Ad 2

Het faalkansniveau van de Hartelkering, is voor 2018 aangepast aan de wijzigingen in de Waterwet per 1 januari 2017.

Ad 3

Het destijds Waterschap Groot Salland (nu Waterschap Drents Overijsselse Delta) heeft in 2014 de Ramspolkering overgedragen aan RWS. De faalkanseis van 1:100 is nu wettelijk vastgelegd in het nieuwe Beoordelings Instrumentarium (WBI2017), conform de Waterwet. Dat geldt overigens ook andere stormvloedkeringen waarvoor per 1 januari 2017 het WBI2017 van kracht is. Dit houdt in dat alle waterkeringen opnieuw beoordeeld moeten worden op de kans op overstromen én de gevolgen van de overstroming. Versterkingen en verbeteringen die buiten het reguliere beheer en onderhoud vallen en nodig zijn om aan nieuwe faalkanseisen te kunnen voldoen worden opgepakt in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP).

Ad 4

In 2018 treedt het «Kierbesluit» in werking. Daarmee krijgen de Haringvlietsluizen, naast de spuifunctie, ook een status als Stormvloedkering. Rijkswaterstaat borgt de consistentie tussen de faaldefinities van de Oosterscheldekering en de Haringvlietsluizen.

Jaarlijkse hoeveelheden zandsuppleties en percentages raaien waarin de basiskustlijn is overschreden.

Toelichting

Het aantal raaien waarin de basiskustlijn wordt overschreden mag maximaal 15% zijn; het streven is om het aantal overschrijdingen onder 10% te houden. De geel/blauwe balken in bovenstaande figuur geven de over de afgelopen jaren gerealiseerde suppleties weer.

Suppleren voor kustlijnzorg

Om de basiskustlijn en het kustfundament te kunnen handhaven, wordt een zandsuppletieprogramma opgesteld en worden meerjarige contracten afgesloten. Het suppletieprogramma wordt jaarlijks geactualiseerd aan de hand van de laatste kustmetingen. De inhoud en omvang van dit programma kan jaarlijks variëren naargelang de specifieke behoefte en budgettaire mogelijkheden. Om te bereiken dat voor het beschikbare budget de maximale hoeveelheid zand wordt gesuppleerd, is vanaf 2012 een nieuwe marktbenadering gekozen met meerjarige contracten. Binnen het contract hebben de aannemers de vrijheid om de suppletiewerkzaamheden over meerdere jaren te spreiden

Prognose kustsuppleties
 

Prognose in mln. m3

Prognose in mln. m3

 

2012–2015 (incl. uitloop 2016/17)

2016–2019 (incl. uitloop 2020)

Handhaven basiskustlijn en kustfundament

48

28

Toelichting

Het suppletievolume over de periode 2012–2015 bedroeg 48 miljoen m3 (met uitloop tot 2017). Voor de periode 2016–2019 (met uitloop naar 2020) blijkt dat er minder zand nodig is om de kust in stand te houden dan voorheen. Dit komt onder andere doordat het recent gesuppleerde zand langer blijft liggen dan verwacht (effectievere suppleties). Ook speelt de grote hoeveelheid zand die de laatste jaren extra in het kustsysteem is aangebracht een rol (o.a. Zandmotor en zandige versterkingen die gezamenlijk circa 35 miljoen m3 bedragen).

Het suppletieprogramma 2016–2019 wordt jaarlijks geactualiseerd. Vanwege de voornoemde tijdelijke lagere zandbehoefte, zal Rijkswaterstaat naar verwachting ongeveer 28 miljoen m3 suppleren in de periode 2016–2019 (gemiddeld 7 miljoen m3 per jaar).

Zoetwatervoorziening (budget x 1 € mln.)

Areaal Zoetwatervoorziening

Eenheid

Omvang 2018

Budget 2018

Binnenwateren en daarin gelegen kunstwerken (spui- en uitwateringskolken, stuwen en gemalen)1

km2

3.050

 

Aantal kunstwerken

stuks

105

 

Totaal

   

21

Noot 1: Het areaal binnenwateren omvat alle door RWS beheerde wateren (onder meer rivieren, kanalen en IJsselmeer), exclusief de Noordzee, water in Caribisch Nederland, de Waddenzee en de Westerschelde.

Toelichting

  • •  In 2018 zal met de effectuering van het Kier-besluit voor de Haringvlietsluizen de 17 spuisluizen in de Haringvlietsluizen van functie overgaan naar een stormvloedkering. Daarmee zal het aantal kunstwerken (spui-, uitwateringskolken, stuwen en gemalen) afnemen van 122 (2017) naar 105.

3.02.03 Vervanging

Motivering

Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als zoetwatervoorziening vervuld kan worden.

Producten

De waterveiligheid en beschikbaarheid moet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en met name ook vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw valt te verwachten dat deze problematiek geleidelijk zal toenemen. De projecten zijn opgenomen in het MIRT Overzicht4.

Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid. De projecten in het programma verlengen de levensduur van de kunstwerken zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.

Meetbare gegevens

Het budget dat op dit artikelonderdeel in de huidige begrotingsperiode is opgenomen, is bestemd voor de werkzaamheden ten behoeve van de stuwen Nederrijn/Lek.

Water

Project

Gereed

Nederrijn /Lek

Renovatie stuwensemble in Nederrijn en Lek

2021