Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

DEEL A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat van het Ministerie van Veiligheid en Justitie voor 2018 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2018. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2018.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat/begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde Begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen, Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), Nederlands Forensisch Instituut (NFI), Justitiële Uitvoeringsdienst, Toetsing, Integriteit, Screening (Justis) en Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) voor jaar 2018 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

Wetsartikel 3

Met ingang van 2002 is het stelsel van de rechtspraak ingrijpend gewijzigd. De belangrijkste wijziging is dat de rechtspraak, mede door de instelling van de Raad voor de rechtspraak en de invoering van het principe van integraal management bij het besturen van de gerechten, verantwoordelijk is geworden voor het eigen beheer. Op grond van de nieuwe bevoegdheidsverdeling is de Minister van Veiligheid en Justitie niet verantwoordelijk voor de doelmatigheid van de rechterlijke organisatie, wel heeft de Minister een toezichthoudende verantwoordelijkheid.

Met de vaststelling van dit wetsartikel wordt de positie van de Minister van Veiligheid en Justitie ten opzichte van de rechterlijke organisatie verduidelijkt. Dit betekent voorts dat in deel B naast de toelichting op beleidsartikel 32, waarin de beleidsdoelstelling van de Minister van Veiligheid en Justitie ten aanzien van de rechtspleging wordt toegelicht, een apart hoofdstuk Raad voor de rechtspraak wordt opgenomen, waarin de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten voor het jaar 2018 wordt gegeven.

De Minister van Veiligheid en Justitie,
S.A. Blok