Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2.1. Beleidsprioriteiten

INLEIDING

De criminaliteitscijfers dalen, maar het veiligheidsgevoel loopt daarmee niet altijd in de pas. De afgelopen jaren dalen de «klassieke» vormen van criminaliteit, maar de dreiging in de digitale wereld van beroepscriminelen en statelijke actoren neemt echter toe. Daarom wordt ook in 2018 geïnvesteerd om samen met private partijen de digitale veiligheid te versterken.

Dit soort intensieve vormen van samenwerking komt in de praktijk steeds vaker tot uitdrukking in de wijze waarop VenJ en partners, publiek én privaat, gezamenlijk de strijd aanbinden met maatschappelijke problemen. Deze werkwijze is bijvoorbeeld ingezet bij de aanpak van High Impact Crimes, zoals overvallen, woninginbraken, straatroven en expressief geweld. Ook bij vormen van ondermijnende criminaliteit, zoals drugscriminaliteit, mensenhandel en -smokkel, fraude en witwassen, blijkt een integrale aanpak, met tal van partners en vanuit meerdere invalshoeken (strafrechtelijk, bestuurlijk, fiscaal), vaak de sleutel tot succes. Op al deze terreinen gaan we die integrale aanpak in het komende begrotingsjaar dan ook met kracht voortzetten – en waar mogelijk intensiveren.

Ook waar het gaat om het tegengaan van extremisme en terrorisme is een brede benadering geboden. Terroristische aanslagen in de landen om ons heen hebben nog eens pijnlijk bevestigd dat ook Nederland alert moet blijven. Het elke vier maanden vernieuwde Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland blijft richtinggevend voor beleidsmatige en operationele keuzes van organisaties die een rol hebben in het voorkomen en bestrijden van terrorisme. De samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de nationale partners binnen het contraterrorismenetwerk, maar ook die in internationaal verband, gaan we in 2018 verder versterken. In internationaal verband speelt ook de uittreding van Verenigd Koninkrijk uit de EU. VenJ en zijn uitvoeringsorganisaties bereiden zich voor op de gevolgen daarvan.

Behalve aan een veiliger Nederland, blijft VenJ ook in 2018 verder werken aan versterking van de rechtsstaat. Een belangrijk onderdeel is de moderniseringsoperatie die de rechtspraak uitvoert – waarbij snelheid, toegankelijkheid, eenvoud en kwaliteit centraal staan. Ook de totstandkoming van een eigentijds en toegankelijk Wetboek van Strafvordering, dat beter aansluit bij de moderne, digitale samenleving vordert gestaag.

De invoering van nieuwe werkprocessen bij de partners in de uitvoeringsketen moet met ingang van 2018 leiden tot een snellere en juiste tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen. De Dienst Justitiële Inrichtingen heeft op dit moment te maken met een afgenomen behoefte aan celcapaciteit. Hierdoor is er sprake van een kwetsbaar evenwicht tussen leegstand, de personele bezetting en het waarborgen van de veiligheid. Besluitvorming over de te volgen koers in de sanctie-uitvoering, waarbij het belang van de regionale inbedding wordt meegewogen, is aan een volgend kabinet.1
Een kabinetsprioriteit in 2018 blijft het strafrechtelijk onderzoek naar en de berechting van de verdachten van het neerhalen van vlucht MH17. In juli 2017 hebben de JIT-landen gezamenlijk het besluit genomen dat de vervolging en berechting van MH17 verdachten in en door Nederland zal worden gedaan.2 Deze vervolging en berechting zal ingebed zijn in hechte en blijvende internationale samenwerking en politieke en financiële steun.

Via goede samenwerking in de vreemdelingenketen willen we komen tot een vlotte, efficiënte behandeling van asielaanvragen, zodat mensen eerder duidelijkheid krijgen. Wie mag blijven, kan dan sneller aan de slag met de integratieactiviteiten. En wie op oneigenlijke gronden asiel heeft aangevraagd, maakt niet langer gebruik van de opvang dan nodig. De inrichting van een flexibel opvangmodel dat beter is toegerust op fluctuaties wordt vervolgd in 2018.

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie zelf is eveneens volop in verandering. Via het breed opgezette programma «VenJ Verandert» werkt het Ministerie ook in 2018 verder aan een open en transparante organisatie. Een organisatie die een betrouwbare partner is voor burger, bedrijfsleven, bestuur en de media. En die flexibel en doeltreffend kan opereren in een samenleving die voortdurend in beweging is.

Op de weg naar die vernieuwde organisatie hebben we de afgelopen periode al enkele belangrijke stappen gezet. Het begrotingsproces is versterkt. We investeren in kwaliteitsverbetering van de primaire processen van het departement door de maatschappelijke opgave centraal te stellen en meer gebruik te maken van de mogelijkheden van onder andere IT, zoals Big data en open data. Deze technieken worden dan mogelijk in de toekomst ingezet om bijvoorbeeld kindermisbruik beter te kunnen signaleren en voor risicoprofielen voor asiel- en verblijfsaanvragen.

De top van het Bestuursdepartement van VenJ en van de nationale politie, OM, DJI en IND werken nu nauwer met elkaar samen. Ons departement voert een nieuw, uniform en transparant Wob-beleid, volgens het criterium «ja, tenzij» en opereert actiever waar het gaat om het openbaar maken van informatie. Ook betrekken we in 2018 nog vaker beroepsgroepen, bedrijven en kennisinstellingen bij de maatschappelijke uitdagingen waar we als departement voor staan en bij het ontwikkelen van innovatieve oplossingen. Kortom, VenJ is volop in beweging om de ingezette koers door te zetten.

EEN GOED FUNCTIONERENDE RECHTSSTAAT

Recht is meer dan goede wetgeving. In een democratische rechtsstaat is een goed werkende juridische infrastructuur een onontbeerlijk fundament. In een samenleving die sneller wordt en waarbij de ervaringen van burgers in andere domeinen hun verwachtingen van de overheid opschroeven, past daarbij permanente ontwikkeling; de rechtsstaat is nimmer af.

Rechtspraak neemt hierbinnen een centrale plaats in. Onafhankelijke rechtspraak is één van de constitutionele waarden van de democratie, die bijdraagt aan de instandhouding van de rechtsstaat en het vertrouwen van de burger in het recht. Een belangrijk onderdeel is de moderniseringsoperatie die de rechtspraak uitvoert – waarbij snelheid, toegankelijkheid, begrijpelijkheid en kwaliteit centraal staan.

Digitalisering draagt daar aan bij. Digitale procesvoering krijgt in alle rechtsgebieden vorm. Voor het civiele recht en het bestuursrecht is in 2017 de eerste fase van de KEI-wetgeving in werking getreden. Die gefaseerde inwerkingtreding krijgt in 2018 en volgende jaren verder zijn beslag. Burgers kunnen dan op elk gewenst moment digitaal een rechtszaak starten, stukken indienen of de stand van zaken raadplegen. De kwaliteit van de rechtspraak wordt geborgd door de invoering van professionele standaarden, waarmee vorig jaar een begin is gemaakt. Het gaat daarbij om inhoudelijke normen voor de vakuitoefening door de rechter, zoals over de planning van een zitting, de behandeling van een zaak op de zitting en de uitspraak en de motivering daarvan. De standaarden geven de rechters en gerechten houvast in de beoordeling van de kwaliteit. Hiervoor is conform het in vorig jaar afgesloten prijsakkoord ook voor 2018 in extra middelen voorzien.

In internationale verdragen en de Grondwet is het recht op toegang tot de rechter verankerd. Voor de burger is de gang naar de rechter echter niet altijd de meest effectieve wijze om een (juridisch) probleem op te lossen. Zo kan de kwaliteit van een door partijen zelf met behulp van mediation gevonden oplossing hoger zijn dan die van een rechterlijk vonnis. Voor de samenleving als geheel komt de rechtshandhavende en rechtsvormende rol van de rechter goed uit de verf als hij zijn aandacht kan beperken tot zaken waarin dat effectief is. De versterking van de eerstelijns rechtsbijstand en voorprocedures en zijn voorbeelden van werkwijzen die kunnen bijdragen aan het vergroten van de maatschappelijk effectiviteit van de rechtspraak. De grote aantallen incassozaken en bewindvoeringszaken zouden wellicht op andere wijze kunnen worden afgedaan. Er is een wetgevingsprogramma civiele rechtspleging opgezet, dat erop inzet de rechtspleging sneller, transparanter en eenvoudiger te maken, met inachtneming van voldoende belang om betrokkenheid in rechte te rechtvaardigen. Met deze maatregelen en dit programma wordt de maatschappelijke effectiviteit van rechtspraak verder vergroot.

In de kabinetsreactie op het gepresenteerde rapport van de Commissie-Wolfsen zijn maatregelen gepresenteerd die het stelsel van de gesubsidieerde rechtsbijstand in de komende jaren beheersbaar en toekomstbestendig maken. Het benodigde wetstraject is op 16 februari 2017 gestart (wetsvoorstel in consultatie gebracht). De verwachting is dat het wetstraject in 2018 zal doorlopen. Inzet is inwerkingtreding van de nieuwe wet per 1 juli 2018. Daarnaast komt de commissie-Van der Meer, die de puntentoekenning per zaakscategorie in het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand evalueert, naar verwachting in oktober 2017 met haar eindrapport. Naar aanleiding van dit rapport wordt een kabinetsreactie voorbereid.3

Per 1 januari treedt de Wet doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen in werking. Vanaf die datum zullen de kosten van toezicht en tuchtrecht bij de beroepsgroepen in rekening worden gebracht en niet meer ten laste komen van algemene middelen.

In 2018 werken de ketenorganisaties samen verder aan betere prestaties van de strafrechtketen. Met de komst van het Bestuurlijk Ketenberaad ging de strafrechtketen een fase in waarin meer, beter en bestendiger wordt samengewerkt. In 2018 ligt het accent hierbij op verdere digitalisering en ontwikkeling van informatievoorziening in de keten en het versterken van de onderlinge informatie-uitwisseling. Om informatie te kunnen benutten, moet deze actueel en kwalitatief goed zijn. De afspraken uit het programma Uitvoeringsketen Strafrechtelijke Beslissingen over vorm, tijdigheid en kwaliteit van informatie-uitwisseling krijgen in 2018 vorm in nieuwe werkprocessen en de bijbehorende ICT om deze te ondersteunen.

In mei 2017 is een rapport verschenen waarin een aantal problemen benoemd is met betrekking tot de organisatie- en managementcultuur van het Nederlands Forensisch Instituut. VenJ ontwikkelt samen met de strafrechtelijke ketenpartners naar aanleiding van dit rapport een visie op de toekomst van het forensisch onderzoek. De visie heeft onder meer tot doel voldoende aanbod van kwalitatief hoogwaardig forensisch onderzoek te garanderen en de wijze waarop het NFI kan excelleren in het ontwikkelen van nieuwe forensische kennis en technieken, uit te werken. In 2018 wordt deze visie zo nodig verder ontwikkeld en start de implementatie.

Het WODC onderzoeksprogramma «Legal Logistics» beschikt over tal van databestanden die de kennis over doelmatigheid van de keten voeden. Om het verzamelen van data over de strafrechtketen makkelijker te maken, de kwaliteit van de data te vergroten en deze vervolgens éénduidig en transparant ter beschikking te stellen aan geïnteresseerden zoals wetenschappelijke instellingen en ketenorganisaties is de Data Alliantie in oprichting. De eerste resultaten van de Data Alliantie zullen vanaf 2018 zichtbaar zijn.

De bescherming van en omgang met persoonsgegevens heeft ook in 2018 volop aandacht. Per mei 2018 wordt de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing in Europa. De AVG harmoniseert de bescherming van persoonsgegevens en bevordert de interne markt door uniformering van de eisen aan verwerking van persoonsgegevens. Aan de verordening wordt uitvoering gegeven in een Uitvoeringswet, die in 2018 van kracht wordt. De Autoriteit persoonsgegevens wordt in verband met de nieuwe taken versterkt, VenJ verhoogt de bijdrage aan de Autoriteit persoonsgegevens met een bedrag dat oploopt tot € 7 miljoen structureel extra per jaar. Daarnaast moet in mei 2018 de Richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging zijn geïmplementeerd. Deze richtlijn geeft regels voor de verwerking van persoonsgegevens in de lidstaten ten behoeve van het opsporen en vervolgen van strafbare feiten en de tenuitvoerlegging van straffen. Implementatie vindt plaats door wijziging van de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Tot slot moet in mei 2018 ook de Richtlijn passagiersgegevens (PNR-gegevens) voor het voorkomen, opsporen en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit zijn geïmplementeerd. Nationale wetgeving ter implementatie van deze richtlijn wordt in 2018 van kracht. Voor de inrichting van de benodigde Passenger Information Unit (PIU) wordt een bedrag oplopend tot € 22 miljoen structureel beschikbaar gesteld.

De doelstellingen van de sanctie-uitvoering zijn vergelding, recidivevermindering en het tonen van consequenties van ernstig normoverschrijdend gedrag. Er worden per jaar ongeveer 100.000 vrijheidsbenemende en vrijheidsbeperkende sancties uitgevoerd. De sanctie-uitvoering zal door een aantal ontwikkelingen de komende jaren onder druk komen te staan: de fluctuaties in het aantal delinquenten en de vraag naar verschillende typen sancties, toegenomen complexiteit in problematiek van delinquenten en noodzaak tot aansluiting met andere instanties, met name lokaal bestuur en de zorgsector. Bovendien valt op dit moment nog 47% van de ex-gedetineerden binnen twee jaar na vrijlating in herhaling. Om adequaat in te kunnen spelen op bovenstaande ontwikkelingen, kan een andere positionering van de sanctie-uitvoering aangewezen zijn.

Een belangrijk onderdeel van de rechtsstaat is het bieden van genoegdoening aan slachtoffers en de samenleving als geheel. Leidend in 2018 zijn de prioriteiten uit de meerjarenagenda slachtofferbeleid uit 2016: de praktische uitvoering van nieuw verworven slachtofferrechten, betere bescherming van (kwetsbare) slachtoffers, het eenduidig en beter informeren van slachtoffers en herstel door erkenning van het aangedane leed. De zogeheten individuele beoordeling die voortkomt uit de EU-richtlijn minimumnormen slachtoffers wordt het komend jaar landelijk ingevoerd. Daarbij krijgen slachtoffers bescherming en ondersteuning op maat. De door Politie, OM en Slachtofferhulp Nederland ontwikkelde werkwijze zorgt voor een betere bescherming van slachtoffers. Dit wordt bewerkstelligd door bij ieder slachtoffer, vanaf het moment van melden bij de politie, te kijken naar kwetsbaarheid voor herhaald slachtofferschap en indien nodig beschermende maatregelen te nemen. Voorbeelden hiervan zijn het afschermen van adresgegevens of oplegging van een contact- of gebiedsverbod aan daders. De individuele beoordeling is een taakverzwaring voor de hierboven genoemde organisaties. Hiervoor zijn de hiervoor benodigde extra middelen (structureel € 7,8 miljoen) toegekend per 2018.

NEDERLAND VEILIGER

De criminaliteitscijfers dalen, maar het veiligheidsgevoel loopt daarmee niet altijd in de pas. Aanslagen in de ons omringende landen drukken een stempel en nieuwe fenomenen zoals ransomware confronteren ons met urgente uitdagingen.

Een veiliger Nederland begint met het voorkomen van criminaliteit. VenJ baseert zich hierbij op wetenschappelijke inzichten, zoals de kennis die door het WODC verzameld en verspreid is in het kader van het Nationaal Initiatief Hersenen & Cognitie, thema veiligheid. Deze kennis betreft biosociale, waaronder neurobiologische kenmerken van gedrag van mensen. Zowel ten aanzien van agressie en criminaliteit als ten aanzien van weerbaarheid. Deze kennis verspreiden we in de uitvoeringspraktijk, bij beleidsmakers en de magistratuur.

Wij vergroten samen met burgers en bedrijven de mogelijkheden voor hen om preventieve maatregelen te nemen. Ons streven is een samenleving waarin burgers niet alleen veiliger zijn maar zich ook veiliger voelen. Door burgers en bedrijven weerbaarder te maken tegen criminaliteit en hen bewust te maken van de mogelijkheden van preventieve maatregelen, dragen we niet alleen bij aan verdere getalsmatige daling van de criminaliteit, maar bevorderen we ook dat burgers zich veiliger gaan voelen en zich minder bedreigd voelen door criminaliteit. Een voorbeeld hiervan is de voorlichting aan ouderen over phishingmails, zodat zij zich bewust zijn van risico’s en zo weerbaar gemaakt worden tegen deze vorm van criminaliteit.

De samenleving verandert en het lijkt er op dat de toename in bijvoorbeeld dynamiek, complexiteit en onderlinge verwevenheid de maatschappelijke behoefte aan het voorkomen van intergiteitsschendingen doet toenemen. Met het screenen van personen en organisaties voorziet de Dienst Justis in deze groeiende behoefte en draagt ze bij aan het verminderen van integriteitsschendingen.

De politie heeft de prestaties taakuitvoering op peil gehouden en verbeterd, ondanks toenemende werkdruk als gevolg van onder meer terrorismedreiging. Zoals in de kabinetsreactie op het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Effectiviteit Politie gemeld worden de aanbevelingen meegenomen in de verdere ontwikkeling van een meer flexibel ingerichte politieorganisatie. Het rapport van de commissie Evaluatie Politiewet 2012 wordt dit najaar aan de Minister aangeboden.4

Politie en OM versterken in 2018 de kwaliteit van opsporing en vervolging. In proeftuinen wordt zowel de functie als de organisatie van de opsporing en vervolging bezien. Zo wordt bijvoorbeeld beproefd of en hoe burgers een grotere rol kunnen krijgen en hoe ontwikkelingen als digitalisering en internationalisering opgevangen en benut kunnen worden.

In 2015 is op basis van een Gateway–review besloten tot een heroriëntatie op de plannen voor de vorming van de Landelijke Meldkamer Organisatie. Het einddoel blijft staan, maar is bijgesteld naar een realistischer aanpak, waaraan in 2018 verder uitvoering wordt gegeven. Belangrijkste punten in de nieuwe aanpak zijn het beleggen van de verantwoordelijkheid voor de samenvoegingen bij de veiligheidsregio’s, het pas in 2020 in beheer nemen van de meldkamers door de politie en de verantwoordelijkheid van de politie voor het bouwen van de nieuwe ICT/IV infrastructuur.

Bij het werken aan een veiliger Nederland is de Veiligheidsagenda 2015–2018 leidend. Hierbij gaat het om een geïntegreerde aanpak door de publieke en private veiligheidspartners van ondermijnende criminaliteit, cybercrime, fraude, kinderporno en high impact crimes. In 2018 zal in overleg met betrokken partijen, zoals alle gezagsdragers en de politie, de landelijke prioriteiten voor de politie en de Veiligheidsagenda 2019–2022 vaststellen.

Georganiseerde misdaad met ondermijnende effecten daarvan op de samenleving blijft een ernstige bedreiging in Nederland. De vorig jaar geïntensiveerde integrale aanpak van ondermijning heeft onmiskenbaar voordelen5 en zetten we in 2018 voort. De politie, het Openbaar Ministerie, de bijzondere opsporingsdiensten, gemeenten, de belastingdienst én het Rijk werken daarbij samen als één overheid. Het accent ligt op regionaal bepaalde prioriteiten, zoals de aanpak van de outlaw motorcycle gangs (OMG’s) en vrijplaatsen. Daarnaast pakken we de dreigingen aan die het Nationaal Dreigingsbeeld signaleert; drugscriminaliteit, witwassen/vastgoed, mensenhandel en -smokkel, fraude, wapens en kinderporno. Criminele samenwerkingsverbanden op deze terreinen bestrijden we door sleutelfiguren en facilitators aan te pakken, criminele bedrijfsprocessen te verstoren en crimineel vermogen af te nemen. Bij strafzaken met financieel gewin zetten we in op het afpakken van crimineel vermogen. Het Openbaar Ministerie zet in het kader van de strafrechtelijke vervolging onder meer in op ontnemingsvorderingen van wederrechtelijk verkregen voordeel, verbeurdverklaringen en ontnemingen als onderdeel van een transactie. Daarbij werken we ook samen met andere landen, binnen en buiten Europa en het Caribische deel van het Koninkrijk.

De wereldwijde ransomware aanval WannaCry in mei 2017 toont aan dat de bestrijding van cybercrime ook hoog op de agenda dient te blijven. Ransomware krijgt dan ook in 2018 extra aandacht. Het streefaantal cybercrime onderzoeken zoals in de veiligheidsagenda vermeld is voor 2018: 50 complexe zaken en 310 reguliere zaken. Met de werving van nieuw personeel versterkt de politie de capaciteit op landelijk en regionaal niveau. Vanwege het grensoverschrijdende karakter van cybercrime wordt in 2018 gewerkt aan betere directe internationale samenwerking met internet service providers en aan herziening van het internationale kader voor juridische maatregelen in cyberspace.

Ook de wetten die een betere bestrijding van cybercrime mogelijk maken, gaan een belangrijk jaar in. Op nationaal niveau is de Wet Computercriminaliteit III in behandeling bij de Eerste Kamer. Hierin wordt onder meer de bevoegdheid geregeld tot binnendringen van «een geautomatiseerd werk» om specifieke onderzoekshandelingen te verrichten.

Initiatieven als betere directe internationale samenwerking met internet service providers en het stroomlijnen van rechtshulpprocedures worden uitgewerkt in het verlengde van de besluitvorming in de JBZ raad. Ook wordt in het verband van de het cybercrimeverdrag van de Raad van Europa en op basis van besluitvorming in de JBZ raad gewerkt aan herziening van het internationale kader voor jurisdictie in cyberspace. Hiermee moet het mogelijk worden sneller en effectiever grensoverschrijdend op te treden tegen een bij uitstek internationaal fenomeen als cyber crime.

Het voorkómen en bestrijden van fraude is ook in 2018 een belangrijk aandachtspunt. Een goede manier om de aanpak van fraude te versterken is het delen van gegevens tussen overheidsorganisaties en met private partijen voor zover zij een publiekrechtelijke taak uitoefenen. Het kabinet werkt hiertoe aan een kaderwet voor de gegevensuitwisseling die wettelijke belemmeringen moet wegnemen voor uitwisseling van informatie. Zo kunnen betrokken tot de meest effectieve interventie komen, binnen de grenzen van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

De versterking van de aanpak van fraude tegen burgers en bedrijven (zogenaamde «horizontale fraude») wordt in 2018 voortgezet. Kern van die aanpak is de preventie van fraude door het vergroten van de weerbaarheid en bewustwording van mogelijke slachtoffers en het opwerpen van barrières die het plegen van bepaalde vormen van fraude lastiger of zelfs onmogelijk maken zoals het blokkeren van bankrekeningen en het offline halen van websites. Ook hier is publiek-private samenwerking van essentieel belang. Publieke en private partners hebben hiertoe onder andere afspraken gemaakt binnen het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC) en daar waar aan de orde in andere publiek-private samenwerkingsverbanden voor wat betreft specifieke thema’s zoals internet fraude en verzekeringsfraude. De hoge prioriteit van dit kabinet voor de fraudebestrijding vertaalt zich ook in een stijging van het aantal strafzaken horizontale fraude: in de Veiligheidsagenda 2015–2018 is de afspraak opgenomen dat de regionale eenheden van de politie in 2018, 2300 verdachten van fraudezaken bij het OM zullen aanleveren, 400 meer dan in 2017.

Fraudebestendigheid van wet- en regelgeving is een belangrijk onderdeel van de rijksbrede fraude aanpak. Ook in 2018 wordt nieuwe en bestaande wet- en regelgeving getoetst op fraude- bestendigheid, door met behulp van kennis van uitvoerders, toezichthouders en handhavers frauderisico’s te ontdekken en weg te nemen.

De probleemgerichte ketenaanpak van overvallen, straatroven, woning in- braken en geweldsdelicten blijkt succesvol. Ook in 2018 zetten we deze aanpak van High Impact Crimes (HIC) door. Hierbij ligt de nadruk op het verhogen van het ophelderingspercentage, het afpakken van crimineel vermogen, een zorgvuldige bejegening van het slachtoffer en het maken van heldere afspraken op lokaal niveau over de beste lokale aanpak. Voor de HIC-aanpak en onderliggende maatregelen investeert VenJ tot en met 2021 jaarlijks ruim € 7,5 miljoen. In 2018 wordt technopreventie op smartphones, tablets en laptop maar ook buurtpreventie actief gestimuleerd. Campagnes zoals «Maak het inbrekers niet te makkelijk» en «boefproof» spelen hierin een belangrijke rol. Daarnaast blijven we investeren in de aanpak van (vrijkomende) HIC-plegers, zodat recidive wordt teruggedrongen. Al deze maatregelen zijn onderdeel van het Actieprogramma overvallen 2.0 van de Taskforce Overvallen. Door actieve betrokkenheid van burgers te stimuleren, zal de heterdaadkracht van de politie toenemen.

De verkeershandhaving draagt bij aan de verkeersveiligheid in Nederland. In 2018 wordt opvolging gegeven aan het interdepartementaal beleidsonderzoek Verkeershandhaving. Een passende strafoplegging bij ernstige verkeersdelicten is van groot belang, de randvoorwaarden daarvoor hebben onze prioriteit. Ook een effectief en efficiënt boetestelsel vormt een prioriteit voor 2018. Daarbij worden de resultaten van onderzoek naar de bijdrage van de verkeershandhaving aan de verkeersveiligheid betrokken.

De bestrijding van kinderporno blijft zich richten op de aanpak van vervaardigers en verspreiders. Het aantal interventies zal getrapt stijgen naar 700 in 2018, waarbij de focus ligt op de meer complexe zaken. Ook blijft het accent liggen op het ontzetten van slachtoffers van misbruik. Recidivisten, daders opererend in besloten netwerken en daders in risicovolle beroepen en posities pakken we gericht aan.

We doen al het mogelijke om mensenhandel en gedwongen arbeid te voorkomen en op te sporen.

In 2017 is er al 1 miljoen extra geïnvesteerd in de aanpak van mensenhandel. Vanaf 2018 wordt structureel 2 miljoen extra vrijgemaakt. Met deze extra middelen worden verschillende concrete maatregelen getroffen om tot een effectievere aanpak van mensenhandel te komen en méér en kwalitatief betere mensenhandelzaken op sporen en te vervolgen. Zo worden bijvoorbeeld alle eerstelijns politiemedewerkers getraind in het herkennen van signalen van mensenhandel en worden méér rechercheurs opgeleid tot gecertificeerd mensenhandel-rechercheur. Binnen de Taskforce Mensenhandel wordt voortdurend ingezet op een brede integrale aanpak. De Taskforce Mensenhandel is in 2017 met een vierde termijn verlengd tot 2020, en richt zich in deze periode op actuele ontwikkelingen zoals de uitbuiting van minderjarigen in de criminaliteit, en het snijvlak tussen mensenhandel en mensensmokkel.

Een veilige en rechtvaardige samenleving vereist oog voor kwetsbare groepen en bescherming voor diegenen die onvoldoende in staat zijn om voor zichzelf op te komen. Daarmee wordt de cohesie binnen de samenleving vergroot, wordt perspectief geboden aan de kwetsbare personen en wordt voorkomen dat zij verslaafd raken, overlast gevend gedrag gaan vertonen en in de criminaliteit belanden. Steeds geldt daarbij dat de eigen kracht van deze kwetsbare groepen het uitgangspunt is en het ingrijpen door justitie zoveel als mogelijk gericht is op het versterken van het probleemoplossend vermogen van deze personen en hun sociale omgeving. Het ingrijpen vindt plaats in de lokale samenleving – in een gezin, in een buurt en in een gemeente. Zorg en veiligheid – justitie en het sociaal domein – grijpt daarbij in elkaar en werkt samen. In 2018 wordt daarom ingezet op een nauwere samenwerking tussen zorg en veiligheid. Een voorbeeld hiervan zijn de City Deals die zijn gesloten tussen steden, Rijk, andere overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties waarin concrete samenwerkingsafspraken zijn verankerd. Zo richt de in maart 2017 aangevangen City Deal «zorg voor veiligheid in de stad» met de gemeenten Tilburg, Almere, Breda, Leeuwarden, Maastricht, Nijmegen en Zoetermeer zich op een betere samenwerking tussen het veiligheidsdomein en het sociaal domein op het gebied van o.a. re-integratie van gedetineerden, veiligheidsproblematiek bij multi-probleemgezinnen en het Veiligheidshuis. In 2018 zal verder uitvoering worden gegeven aan deze City Deals. Ook participeert VenJ in het programma Sociaal Domein, waarin Rijk, gemeenten en andere betrokken partners samenwerken aan vraagstukken uit de uitvoeringspraktijk van het sociaal domein.

Het beschermen van burgers ziet ook op het veilig en verantwoord laten deelnemen aan kansspelen. Het tegengaan van kansspelverslaving is hierbij een belangrijke voorwaarde. Met twee wetsvoorstellen en onderliggende regelgeving zet VenJ in op het moderniseren van het Nederlandse kansspelbeleid in 2018 en verder. De Wet kansspelen op afstand zal onlinekansspelen reguleren en zal de onlinekansspelconsument tegen risico’s als verslaving en fraude beschermen. De Wet modernisering speelcasinoregime zal de privatisering van Holland Casino regelen. Strikte regelgeving waarborgt daarmee de publieke belangen. Dit past in de visie dat gokken geen overheidstaak is, maar dat de burger wel bescherming verdient. Vanuit dezelfde gedachte werkt VenJ de visie voor de loterijmarkt in 2018 verder uit.

In het jeugdstelsel, waarin gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering, is VenJ verantwoordelijk voor het volgen van en anticiperen op de ontwikkelingen op dit gebied, in samenwerking met VWS en gemeenten. Ook is VenJ samen met partners verantwoordelijk voor het realiseren van een effectieve en toekomstgerichte aanpak van jeugdcriminaliteit en in het waarborgen van de belangen van kinderen in veranderende gezinssamenstellingen. Specifieke aandacht gaat daarbij uit naar kinderen in escalerende scheidingssituaties en naar de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld. De Raad voor de Kinderbescherming speelt bij al deze thema’s een belangrijke rol en richt zich daarbij op het centraal stellen van het perspectief van het kind. Jeugdigen moeten in een veilige omgeving kunnen opgroeien. Conform het advies van de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik wordt daarom de oprichting van een nationaal ondersteuningsprogramma voorbereid om kindermishandeling en huiselijk geweld tegen te gaan. De bedoeling is dat in dit programma gemeenten, VNG en kennis- en uitvoeringsorganisaties samen met de departementen VenJ, VWS en OCW werken aan het effectiever aanpakken van geweld achter de voordeur. Het mag niet zo zijn dat verontrustende signalen onopgemerkt blijven. In dit ondersteuningsprogramma zal de lokale uitvoeringspraktijk centraal staan. Professionals richten zich op preventie en op effectieve werkwijzen die de domeinen overstijgen en daardoor betere oplossingen bieden.

Recente aanslagen, zoals die in Groot-Brittannië hebben plaatsgevonden, maken duidelijk dat de terroristische dreiging tegen West-Europa onverminderd hoog is. Dit geldt ook voor Nederland. Het tegengaan van extremisme en terrorisme vraagt om voortdurende aandacht, inzet en waakzaamheid.

Voor beleidsmatige en operationele keuzes van organisaties die een rol hebben in het tegengaan van radicalisering en de bestrijding van terrorisme blijft het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland richtinggevend. Ook in 2018 zal dit dreigingsbeeld weer drie keer verschijnen. Aan de hand van de medio 2016 verschenen Nationale Contraterrorisme-strategie 2016–2020 wordt de contraterrorisme-aanpak en de organisatie daarvan geborgd in nauwe samenwerking met alle betrokken partners en ministeries, lokaal, nationaal en internationaal. Deze aanpak betreft alle vormen van extremisme en terrorisme die een bedreiging vormen voor onze nationale veiligheid. Kenmerkend voor de Nederlandse aanpak is de integraliteit en de brede benadering, waarbij zowel repressieve als preventieve maatregelen worden ingezet. De maatregelen uit het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme, dat in de periode 2014 – 2017 voorzag in maatregelen om de jihadistische beweging in Nederland te bestrijden en te verzwakken en de voedingsbodem voor radicalisering weg te nemen, zijn uitgevoerd en zijn of worden waar nodig bestendigd en structureel gemaakt. Dat laat onverlet dat het contraterrorismebeleid en de operationele praktijk doorlopend tegen het licht worden gehouden en aangescherpt waar nodig6. In 2018 wordt verder gewerkt aan versterking van de internationale samenwerking en informatie-uitwisseling. Daarnaast wordt in 2018 verder ingezet op het versterken van de nationale samenwerking tussen de organisaties die betrokken zijn bij terrorismebestrijding en wordt middels extra investeringen gewerkt aan landelijke beschikbaarheid en acute inzetbaarheid van de Dienst Speciale Interventies.

Naar onderkende uitreizigers die zich aansluiten bij een terroristische strijdgroepering wordt een strafrechtelijk onderzoek opgestart. Het verkrijgen van bewijs is gecompliceerd en vraagt om een gedegen lokale, nationale en internationale informatiepositie en innovatieve opsporing. Succesvolle vervolging vergt meer expertise, zowel offline als online en kennis en inzet van Big Data toepassingen. Daarnaast moet de internationale samenwerking versterkt worden om informatie uit het strijdgebied te krijgen.

De Inspectie VenJ en het WODC hebben aanbevelingen gedaan over opvolging en verbinding van signalen en informatie binnen de vreemdelingenketen, gericht op het versterken van de contraterrorisme aanpak. Aan de aanbevelingen is gehoor gegeven door het instellen van een landelijk regieoverleg voor signalen van radicalisering en de opvolging ervan. Voorts is uit analyse van de partners in de CT-keten gebleken dat het nareisproces in Nederland een zwakke schakel vormt in de aanpak van terrorisme. Om de zwakke schakel te versterken voert de IND nu een screening uit, die vergelijkbaar is met de screening die de IND ook in het asielproces gebruikt. Daarbij blijkt uit ambtsberichten van de AIVD dat er een hoog risico bestaat dat potentiële terroristen reizen met makkelijk na te maken paspoorten uit Syrië, Libanon en Irak. Om dit risico te beheersen, worden extra identiteitscontroles uitgevoerd als iemand een dergelijk hoog risico paspoort overlegt.

De modi operandi van de terroristen wijzigen continu, wat veel van het aanpassingsvermogen vergt van de organisaties die een rol spelen bij de bestrijding van de gevolgen van een aanslag, zoals het Rijk, het decentraal bevoegd gezag, de politie en de veiligheidsregio’s. Om het aanpassingsvermogen van en de samenwerking tussen deze organisaties te versterken wordt in 2018 verder ingezet op een bundeling van kennis, expertise en activiteiten, optimalisering van de informatievoorziening, het gezamenlijk opleiden en oefenen en het waar nodig nog beter equiperen van hulpverleningsdiensten.

De opeenvolgende Cyber Security Beelden Nederland laten onmiskenbaar zien dat de dreiging in het digitale domein zich blijft ontwikkelen en dat de ontwikkeling van de digitale weerbaarheid daar nog geen gelijke pas mee houdt. Ondanks het beleidsarme karakter van de begroting heeft het kabinet besloten dat € 26 miljoen structureel wordt uitgetrokken voor cybersecurity, gericht op het versterken van de veiligheidsketen (AIVD, MIVD, Politie en OM) en het bevorderen van informatiedeling (EZ en NCSC). De NCTV coördineert deze inspanningen. Hierdoor kan inzicht worden verkregen in de modus operandi van kwaadwillende partijen (zowel statelijke actoren als criminelen), op basis waarvan handelingsperspectief kan worden geformuleerd. Via het DTC (Digital Trust Center) en NCSC kan dit handelingsperspectief vervolgens aan vitale sectoren, MKB en topsectoren beschikbaar worden gesteld waardoor zij de eigen weerbaarheid tegen cyberdreigingen kunnen versterken. Investeren in de digitale weerbaarheid van Nederland is nu en in de toekomst noodzakelijk om de dreiging het hoofd te blijven bieden en de economische kansen van digitalisering te benutten. Het principe van publiek-private samenwerking is daarbij onontbeerlijk. Daarnaast blijft het cybersecurity-landschap zich ontwikkelen. Zo volgt in 2018 de implementatie van de Netwerk en Informatie Beveiligingsrichtlijn (NIB-richtlijn). Hiermee ontstaat een beveiligingsverplichting voor aanbieders in de vitale infrastructuur en wordt door de betrokken Ministeries een stelsel van toezicht geïntroduceerd. In aanvulling hierop zal het Nationaal Cyber Security Centrum zich blijven inzetten om de samenwerking met sectorale Computer Emergency Response (CERT) Teams te versterken en zo bij te dragen aan een dekkend netwerk van sectorale CERT-teams.

Bij crises is samenwerking tussen Rijk, veiligheidsregio’s en private partijen van cruciaal belang. Daarom worden in 2018 afspraken gemaakt over thema’s waarbij deze samenwerking moet worden versterkt. In 2018 wordt geïnvesteerd in de verdere verbreding van NL Alert met bijzondere aandacht voor het waarschuwen van kwetsbare groepen. In overleg met de eilandbesturen van Caribisch Nederland beziet het Kabinet welke verbeteringen in de communicatie bij crises kunnen worden doorgevoerd.

In vervolg op het Nationaal Veiligheidsprofiel worden met het Nationaal Capaciteiten Programma noodzakelijke capaciteiten versterkt om risico’s en dreigingen het hoofd te kunnen bieden, bijvoorbeeld bij grootschalige, langdurige stroomuitval. Tevens wordt een systeemtoets geïmplementeerd, gericht op de voorbereiding op en weerbaarheid bij nationale crises. Voor de vitale infrastructuur7 worden de benodigde capaciteitsversterkingen in samenwerking met vitale aanbieders, geïmplementeerd.
Met betrekking tot hybride dreigingen8 wordt op zowel nationaal als internationaal niveau gewerkt aan een gezamenlijk beeld en een voorstel voor een gezamenlijke aanpak. Ook private partijen en regionale overheden worden daarbij betrokken. De implementatie van het interdepartementale programma economische veiligheid wordt voortgezet, waaronder de uitkomsten van de ex ante analyses van sectoren in de vitale infrastructuur en maatregelen ter mitigering van risico’s voor de nationale veiligheid bij aanbesteding en inhuur.

ASIEL EN MIGRATIE

Mede door beter beheer van de gezamenlijke buitengrenzen zijn belangrijke stappen gezet om de stromen van irreguliere migratie en asielzoekers richting de EU beheersbaar te houden. Het kabinet is voorstander van een integrale aanpak van het thema migratie door zowel in te zetten op de versterking van het toegangsbeleid als samenwerking met derde landen in de aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit en de mogelijkheid voor afgewezen asielzoekers om terug te keren. Tevens hanteert het kabinet ook in 2018 het uitgangspunt dat er een goede balans moet zijn tussen veiligheid en mobiliteit. De alsmaar stijgende passagiersaantallen op de luchthavens brengen mee dat er steeds meer grenscontroles moeten worden uitgevoerd aan de Nederlandse buitengrenzen. Effectief grensbeheer moet bijdragen aan de veiligheid van Europa en van Europees en Caribisch Nederland, het beheersbaar houden van (irreguliere) migratiestromen en tegelijkertijd bonafide reizigers niet overbodig hinderen. Voldoende capaciteit voor de grensbewaking is daarom essentieel. In 2017 is geïnvesteerd in deze capaciteit en vanaf 2018 zal het kabinet hier jaarlijks € 43 miljoen structureel in investeren. Voldoende capaciteit is ook van belang om de Nederlandse buitengrenzen goed voor te bereiden op de gevolgen van Brexit. Ten slotte zet het kabinet zich in 2018 in om Nederland aantrekkelijker te maken voor kennis en talent. Daarbij zal extra aandacht uitgaan naar het aantrekken van innovatieve ondernemers.

Nadat in de loop van 2016 de asielinstroom mede door de Europese en nationale maatregelen fors is gedaald, is de instroom in 2017 verder gestabiliseerd. Wel bestond in 2017 de instroom nog voor een groot deel uit nareizende gezinsleden, volgend op de hoge instroom van eind 2015 en 2016. Het voorspellen van de asielinstroom is met vele onzekerheden omgeven. Het meest waarschijnlijke scenario voor 2018 is een beperkte krimp van de asielinstroom (eerste aanvragen en nareis) ten opzichte van 2017. Er moet echter, vanwege de instabiele geopolitieke ring rondom Europa en sociaaleconomische situatie in bepaalde delen van de wereld, ook rekening worden gehouden met de mogelijkheid van een weer groeiende instroom. In alle scenario’s is het nodig om verder in te zetten op snelle behandeling van asielaanvragen. Enerzijds om te waarborgen dat personen die op oneigenlijke gronden om asiel verzoeken niet langer gebruik maken van de asielopvang dan nodig en anderzijds om personen met een kansrijk asielverzoek bij vergunningverlening spoedig te huisvesten en integreren.

Na afwijzing van een toelatingsaanvraag blijft de inzet gericht op spoedig en daadwerkelijk vertrek. Daarbij blijft zelfstandig vertrek de voorkeur houden, maar kan bij uitblijven daarvan gedwongen vertrek aan de orde zijn. Als onderdeel van de inzet op zelfstandig vertrek blijft VenJ, in samenwerking met andere Europese landen, de medewerking van herkomstlanden bevorderen. Vorenstaande uitgangspunten bepalen in belangrijke mate ook de Nederlandse inzet voor de onderhandelingen over het Gemeenschappelijk Europees Asiel Stelsel die ook in 2018 worden voortgezet.

Als gevolg van de stabilisatie van de instroom en de gerealiseerde uitstroom uit de asielopvang is in 2017 een groot aantal asielopvanglocaties gesloten. Het terugbrengen van de overcapaciteit aan opvangplekken is tezamen met de ervaringen uit de periode van de verhoogde instroom aanleiding om in 2018 verder in te zetten op de inrichting van een flexibel opvangmodel dat beter is toegerust op fluctuaties. Omdat het systeem van opvang niet los kan worden gezien van de andere ketenprocessen, is het van belang deze flexibilisering uit te strekken tot de andere onderdelen van de asielketen om tot verdere optimalisering te komen. Dit vraagt een verdergaande samenwerking tussen de partijen binnen de vreemdelingenketen, maar evenzeer is de goede samenwerking met medeoverheden noodzakelijk, in het bijzonder waar het gaat om de doorstroom van vergunninghouders naar gemeenten. In het beleid zal er bijzondere aandacht blijven voor de positie van alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

Noot 1: Conform motie Van Oosten/Volp, Kamerstukken II 2015–16, 24 587, nr. 641 en de motie Krol, Kamerstukken II 2016–17, 24 587, nr. 684.

Noot 2: In het Joint Investigation Team werken de meest getroffen landen Nederland, Australië, Maleisië en België samen met Oekraïne, waar de crash met de MH17 plaatsvond.

Noot 3: Kamerstukken II 2016–17, 31 753, nr. 140.

Noot 4: Kamerstukken II 2016/2017, 29 628, 699.

Noot 5: Zo blijkt uit recente rapporten van de Inspectie VenJ en het WODC: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2017/01/31/tk-aanbieding-onderzoeken-aanpak-georganiseerde-en-ondermijnende-criminaliteit-en-motie-ondernemingsklimaat.

Noot 6: Zoals recent op basis van de evaluatie van het Actieprogramma door de Inspectie VenJ.

Noot 7: Producten, diensten en de onderliggende processen die van essentieel belang zijn voor het dagelijkse leven van de meeste mensen in Nederland. Als deze infrastructuur uitvalt, kan dat grootschalige maatschappelijke ontwrichting veroorzaken.

Noot 8: Ongewenste buitenlandse beïnvloeding door statelijke actoren door middel van militaire en niet-militaire middelen, zoals economische druk, cyberaanvallen, desinformatie, et cetera.