Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Art.nr. 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

A. Algemene doelstelling

Het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie zorgen ervoor dat deelnemers hun talenten maximaal kunnen ontplooien en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Studenten worden voorbereid op passend vervolgonderwijs en/of een positie op de arbeidsmarkt die optimaal aansluit bij hun talenten.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor een stelsel van middelbaar onderwijs dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en de ambities van individuele studenten en bij de behoeftes van de maatschappij. De beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (bve) sector omvat het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en de volwasseneneducatie. Het middelbaar beroepsonderwijs heeft een belangrijke maatschappelijke en economische functie. Het is een belangrijke leverancier van werknemers voor de arbeidsmarkt. Ook is het een belangrijke schakel tussen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en het hoger beroepsonderwijs.

Financieren: De Minister is verantwoordelijk voor de financiering van het middelbaar onderwijs door lumpsumbekostiging van de onderwijsinstellingen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid van het onderwijs gewaarborgd.

Stimuleren: De Minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen door het verstrekken van aanvullende bekostiging, subsidies, en de inzet van andere instrumenten zoals overleg, voorlichting, kwaliteitsafspraken en wet- en regelgeving.

Regisseren: De Minister vult haar verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving; de Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving.

Indicatoren/kengetallen

Tabel 4.1 Indicatoren 2018

Doelstelling/indicator

Basiswaarde (jaartal)

Tussenwaarde1 (jaartal)

Streefwaarde (jaartal)

Bron

1.

Ambitieus onderwijs dat alle leerlingen en studenten uitdaagt

a)

Alle leerlingen en studenten worden uitgedaagd

 

% studenten in het mbo dat zich uitgedaagd voelt

2010

2016

2018

ROA

34%

37%

Hoger

b)

Vergroten studiesucces

 

% mbo-deelnemers per niveau dat met diploma de instelling verlaat, jaarresultaat per niveau

2007/2008

2015/2016

2018

MBO Raad

Niveau 1: 66%

Niveau 1: 78%

Hoger

Niveau 2: 62%

Niveau 2: 73%

Hoger

Niveau 3: 63%

Niveau 3: 72%

Hoger

Niveau 4: 65%

Niveau 4: 74%

Hoger

Totaal: 64%

Totaal: 74%

Hoger

2.

Scholen en instellingen werken met goed opgeleide en professionele leraren en scholleiders die samen zorgen voor een veilig en ambitieus leerklimaat

b)

Verbetercultuur

 

Aandeel % leraren dat is ingeschreven in het lerarenregister (po/vo/mbo)

2014

2016

2019

lerarenregister

8%

28%

100%

3.

Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties

 

Aantal voortijdig schoolverlaters (vo/mbo)

2008/2009

2015/2016

(2019/2020)

DUO

41.800

22.948

20.000

 

Studenten-tevredenheid

2014

2016

JOB-monitor

Opleiding (cijfer)

7

7,1

   

Instelling (cijfer)

6,5

6,5

% tevreden over school en studie

49%

52%

4.

Aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt verbeteren

 

% Aandeel mbo-studenten techniek

2011

2016/2017

2018

DUO

28%

27%

Hoger

 

% 25–64 jarigen dat deelneemt aan een leeractiviteit (Leven Lang Leren mbo/ho)

2010

2016

2020

Eurostat, Labour Force, survey (LFS)

17%

19%

20%

 

% gediplomeerden dat aangaf dat de aansluiting van de opleiding met de huidige functie voldoende/goed was

2012

2016

2018

ROA

79%

76%

Hoger

 

% leerbedrijven dat over vakkennis het oordeel (zeer) goed geeft

2016

2
3

Onderzoek SBB

76%

 

% leerbedrijven dat over beroepsvaardigheden het oordeel (zeer) goed geeft

2016

Onderzoek SBB

76%

Noot 1: Hier geen landelijk streefdoel omdat niet met alle instellingen over deze indicator prestatieafspraken zijn gemaakt en bovendien deze afspraken per instelling zijn gemaakt.

Noot 2: Tussenwaarde verschijnt eens in 2 jaar.

Noot 3: Om de indicator robuuster te maken zal de meting worden uitgebreid met de overige bedrijven die mbo-gediplomeerden in dienst hebben. Om deze reden is voor deze indicator vooralsnog geen streefwaarde opgenomen. Voor de overige meetresultaten van het onderzoek naar leerwerkbedrijven zie de onderwijsmonitor en de website onderwijsincijfers.nl (http://www.onderwijsincijfers.nl/kengetallen/mbo/aansluiting-mbo-arbeidsmarkt.

Kengetallen

Tabel 4.2 Kengetallen 2018

Indicator

2017

2018

2019

2020

2021

2022

1.

Aantal deelnemers mbo (excl. «groen onderwijs»)1
           
   

Bol

351.400

351.600

354.300

351.300

346.900

342.900

   

Bbl

105.600

107.900

106.400

106.000

103.800

101.700

   

vavo

8.900

9.100

9.100

9.000

9.000

8.800

   

Totaal

465.900

468.600

469.800

466.300

459.700

453.400

Bron: OCW-Referentieraming 2017

2.

Onderwijsuitgaven per mbo-student (x € 1.000)2

8,2

8,3

8,2

8,3

8,3

8,4

Noot 1: (Sub)totalen geven een kleine afwijking door het afronden van de aantallen.

Noot 2: De onderwijsuitgaven per student zijn berekend door de middelen voor het instrument bekostiging te delen door het ongewogen aantal mbo-studenten uit de referentieraming 2017

C. Beleidswijzigingen

Kansengelijkheid is een speerpunt van het kabinet en daarom zijn er in 2018 concrete stappen voorzien. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de Beleidsagenda.

De afgelopen jaren is de kwaliteit in het mbo zichtbaar verbeterd. Met de kwaliteitsafspraken wordt hieraan door het kabinet een extra impuls gegeven. In 2017 zijn er extra middelen beschikbaar gekomen om te werken aan de kwaliteit van de beroepspraktijkvorming. De huidige kwaliteitsafspraken lopen nog tot 2019 en de voorbereidingen voor de volgende ronde kwaliteitsafspraken zullen nog in 2017 van start moeten gaan. Het is van groot belang zo blijkt ook uit de tussenevaluatie dat onderwijsinstellingen voldoende tijd krijgen om goede plannen te maken in nauwe samenwerking met hun regionale partners. Dit betekent ook dat er al in 2018 duidelijkheid verschaft moet worden over de kaders voor de volgende ronde kwaliteitsafspraken. Er zal op basis van de tussenevaluatie en in gesprek met de onderwijsinstellingen nagedacht moeten worden over de lessen die geleerd kunnen worden van de huidige kwaliteitsaanpak.

Naast een goede kwaliteit moet het mbo ook responsiever worden om aansluiting te houden bij een steeds dynamische arbeidsmarkt. Daar waar overheden, bedrijven en onderwijsinstellingen elkaar goed kunnen vinden, zijn zij beter in staat om snel in te spelen op nieuwe (technologische) ontwikkelingen en maatschappelijke opgaven. Deze samenwerking wordt succesvol gestimuleerd vanuit het regionaal investeringsfonds mbo. Deze regeling biedt nog tot en met 2017 de mogelijkheid aanvragen toe te kennen. De regeling is verlengd waardoor er ook in 2018 € 25 miljoen beschikbaar is voor publiek-private samenwerking. In 2018 zal er besluitvorming moeten plaatsvinden over voortzetting en doorontwikkeling van het regionaal investeringsfonds. Het belang van een goede afstemming met bedrijven en regionale overheden vraagt om een tijdige start met het nadenken over de periode na 2018. Dit is echter aan een volgend kabinet.

Voor een leven lang ontwikkelen is het kabinet voornemens om de huidige fiscale aftrek van scholingsuitgaven per 1 januari 2019 om te vormen tot een gerichte uitgavenregeling in de vorm van scholingsvouchers.

D. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Tabel 4.3 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 (bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

4.478.441

4.342.349

4.278.330

4.444.953

4.448.112

4.418.147

4.415.883

Waarvan garantieverplichtingen

5.866

– 11.591

Totale uitgaven

4.118.176

4.240.498

4.325.690

4.492.572

4.488.665

4.458.412

4.417.403

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

99,7%

       
               

Bekostiging

3.704.062

3.812.041

3.876.544

3.871.989

3.867.335

3.834.137

3.795.392

Hoofdbekostiging

3.278.807

3.299.159

3.340.003

3.320.553

3.323.710

3.296.402

3.260.052

 

Bekostiging roc's/overige regelingen

3.210.597

3.229.111

3.270.455

3.251.005

3.254.162

3.226.735

3.190.385

 

Bekostiging Caribisch Nederland

7.020

7.594

7.094

7.094

7.094

7.213

7.213

 

Bekostiging vavo

61.190

62.454

62.454

62.454

62.454

62.454

62.454

Kwaliteitsafspraken

298.623

383.320

400.000

400.000

400.000

400.000

402.940

 

Investeringbudget

179.935

183.600

196.500

196.500

196.500

196.500

196.500

 

Resultaatafhankelijk budget

118.688

199.720

203.500

203.500

203.500

203.500

206.440

Aanvullende bekostiging

126.632

129.562

136.541

151.436

143.625

137.735

132.400

 

Schoolmaatschappelijk werk in het mbo

15.003

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

 

Regionaal Investeringsfonds

15.834

23.462

25.861

41.156

37.445

31.555

26.220

 

Salarismix Randstadregio's

41.277

42.300

43.280

43.280

43.280

43.280

43.280

 

Regionaal Programma

0

30.400

30.400

30.400

30.400

30.400

30.400

 

Plusvoorzieningen overbelaste jongeren en wijkscholen

30.400

0

0

0

0

0

0

 

Programmagelden Regio's

19.150

0

0

0

0

0

0

 

Tegemoetkoming schoolkosten MBO

4.968

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

 

Gelijke kansen

0

8.400

12.000

11.600

7.500

7.500

7.500

                   

Subsidies

254.258

238.288

229.947

411.326

409.935

414.136

414.136

 

Subsidieregeling praktijkleren

188.450

196.500

196.500

196.500

196.500

196.500

196.500

 

Permanent Leren

0

0

0

196.800

196.800

196.800

196.800

 

Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal

11.688

13.092

12.010

7.000

7.000

7.000

7.000

 

Loopbaanorientatie

737

1.900

1.700

1.300

1.300

1.300

1.300

 

ROC Leiden

32.458

7.017

525

0

0

0

0

 

Sectorplan mbo-hbo techniek

0

438

0

0

0

0

0

 

Overige subsidies

20.925

19.341

19.212

9.726

8.335

12.536

12.536

               

Opdrachten

11.642

2.290

2.314

2.259

2.319

2.317

2.315

 

In- en uitbesteding

3.515

2.290

2.314

2.259

2.319

2.317

2.315

 

Caribisch Nederland1

8.127

0

0

0

0

0

0

                   

Bijdrage aan agentschappen

29.760

24.846

23.854

21.039

21.534

21.037

21.037

 

Dienst Uitvoering Onderwijs

27.312

22.346

21.354

18.539

19.034

18.537

18.537

 

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

2.448

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

               

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

3.984

56.143

61.077

60.966

60.326

59.876

59.876

 

College voor Toetsen en Examens

0

320

4.365

4.365

4.365

4.365

4.365

 

Wet SLOA

0

3.510

3.604

3.698

3.198

3.198

3.198

 

SBB

3.984

52.313

53.108

52.903

52.763

52.313

52.313

                   

Bijdrage aan medeoverheden

114.470

106.890

131.954

124.993

127.216

126.909

124.647

 

RMC's

33.350

34.068

34.067

34.071

34.071

34.071

34.071

 

Educatie

57.548

58.985

58.985

58.985

58.985

58.985

58.985

 

Caribisch Nederland

1.722

13.837

17.052

12.737

14.960

14.653

12.391

 

Regionaal Programma

21.850

0

21.850

19.200

19.200

19.200

19.200

Ontvangsten

3.338

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

Noot 1: Dit is inclusief verbetermiddelen Caribisch Nederland. Zie overzicht rijksuitgaven Caribisch Nederland van het BES-fonds

Budgetflexibiliteit

Van het totale budget voor artikel 4 is in 2018 99,7 procent juridisch verplicht.

Bekostiging

Het beschikbare budget voor 2018 is 100 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de betalingen aan mbo-instellingen (inclusief Caribisch Nederland). In de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) en het Uitvoeringsbesluit WEB (UWEB) zijn de bepalingen, bedragen en percentages opgenomen op basis waarvan de rijksbijdrage en aanvullende bekostiging via regelingen wordt berekend.

Subsidies

Van het beschikbare budget is in 2018 95 procent juridisch verplicht. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget wordt verplicht. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.

Opdrachten

Van het beschikbare budget is in 2018 75 procent juridisch verplicht. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget wordt verplicht.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor 2018 is 100 procent juridisch verplicht. Op basis van managementafspraken tussen bestuursdepartement en DUO zijn afspraken vastgelegd voor het komende jaar. In de subsidieregeling praktijkleren is geregeld dat deze regeling door het RVO wordt uitgevoerd.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Het budget voor 2018 is voor 100 procent juridisch verplicht. Deze middelen zijn grotendeels bestemd voor de uitvoering van de wettelijke taken van SBB en de ontwikkeling van centrale examinering taal en rekenen door Cito en het College voor Toetsen en Examens.

Bijdrage aan medeoverheden

Van het beschikbare budget is in 2018 99 procent juridisch verplicht. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget wordt verplicht.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Bekostiging

Hoofdbekostiging

Bekostiging roc’s/overige regelingen

De rijksbijdrage die de mbo-instellingen ontvangen, is gebaseerd op de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB).

Het landelijk budget dat beschikbaar is voor het beroepsonderwijs wordt verdeeld in een budget voor entreeopleidingen en een budget voor de niveaus 2 t/m 4. Het budget voor de entreeopleidingen wordt verdeeld over de instellingen naar rato van het aantal ingeschreven studenten. Het budget voor de niveaus 2 t/m 4 wordt verdeeld naar rato van het aantal ingeschreven studenten en het aantal afgegeven diploma’s van elke instelling. De mate waarop een student meetelt, is afhankelijk van de leerweg (bol of bbl), de opleiding (c.q. de prijsfactor van de opleiding) en het aantal verblijfsjaren in het mbo (cascade). De mate waarin een diploma meetelt is afhankelijk van het niveau en of de student al eerder een mbo-diploma heeft behaald.

Bekostiging Caribisch Nederland

In Caribisch Nederland wordt op alle drie de eilanden, Bonaire, St. Eustatius en Saba (Bes eilanden) middelbaar beroepsonderwijs (mbo) aangeboden. Op de twee Bovenwinds gelegen eilanden (St. Eustatius en Saba) wordt alleen een beperkt aantal entree-opleidingen en opleidingen op niveau 2 aangeboden. Op de Benedenwinds gelegen eiland Bonaire worden op alle mbo-niveaus opleidingen aangeboden. Deze middelen zijn bedoeld om de instellingen in Caribisch Nederland via lumpsumbekostiging te financieren voor de studenten die middelbaar beroepsonderwijs volgen.

Bekostiging Voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo)

Vanaf het bekostigingsjaar 2015 wordt het nieuwe bekostigingsmodel toegepast (Stb 2014, 148). Voor de verdeling van de beschikbare middelen voor het vavo wordt gebruik gemaakt van drie maatstaven, namelijk: het aantal ingeschreven studenten, het aantal vakken dat door studenten met een voldoende is afgesloten en het aantal afgegeven diploma’s.

Kwaliteitsafspraken

Investeringsbudget

Per 2015 is de eerste tranche van de kwaliteitsafspraken in werking getreden, die betrekking heeft op afspraken waarbij mbo-instellingen hun verbeterambities ten aanzien van de onderwijskwaliteit formuleren in een kwaliteitsplan. De volgende thema’s staan hierbij centraal: professionele ontwikkeling van het onderwijzend personeel (waaronder examenfunctionarissen), taal en rekenen, kwaliteit van de beroepspraktijkvorming, excellent vakmanschap, voortijdig schoolverlaten (vsv) en kwetsbare jongeren en studiewaarde. Het integrale kwaliteitsplan en de maatregelen die daarin opgenomen zijn, staan in dienst van de opgave van het mbo: de drievoudige kwalificering, nodig voor een goede aansluiting op de arbeidsmarkt en een goede aansluiting op het hoger beroepsonderwijs. Aan de mbo-instellingen wordt voor de realisatie van de ambities zoals beschreven in het kwaliteitsplan een investeringsbudget beschikbaar gesteld.

Resultaatafhankelijk budget

Naast de beschikbare middelen voor het investeringsbudget van de kwaliteitsafspraken, is er ook een resultaatafhankelijk budget beschikbaar dat wordt verdeeld op basis van de door de mbo-instellingen bereikte resultaten op de thema’s vsv, studiewaarde en de kwaliteit van de beroepspraktijkvorming.

Aanvullende bekostiging

Schoolmaatschappelijk werk in het mbo

Voor schoolmaatschappelijk werk worden jaarlijks middelen aan de mbo-sector ter beschikking gesteld. Met deze middelen kunnen instellingen studenten met psychosociale problemen die dit (tijdelijk) nodig hebben, ondersteuning bieden. Deze ondersteuning helpt studenten voorkomende problemen op te lossen en levert zo een bijdrage aan het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. De Subsidieregeling schoolmaatschappelijk werk voor het mbo is voor de duur van één jaar verlengd tot 1 januari 2019.

Regionaal Investeringsfonds

Met het Regionaal investeringsfonds mbo, onderdeel van het techniekpact, zijn in de periode 2014 tot en met 2017 middelen beschikbaar gesteld voor duurzame publiek-private samenwerking (pps) in het beroepsonderwijs. Mbo-instellingen, bedrijfsleven en bijvoorbeeld regionale overheden kunnen samen een aanvraag indienen. Die aanvraag moet bijdragen aan een betere aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt. Bovendien moeten bedrijfsleven en, bij voorkeur, regionale overheden in de desbetreffende regio de subsidie aanvullen met een financiële bijdrage. Uit de evaluatie is gebleken dat het fonds als katalysator werkt om de totstandkoming van pps'en te stimuleren zodat de aansluiting van het beroepsonderwijs op de behoefte vanuit de arbeidsmarkt beter wordt. Wegens succes is het fonds met een jaar verlengd en is € 25 miljoen in 2018 vrij gemaakt voor nieuwe aanvragen.

Salarismix Randstadregio’s

In het mbo zijn, aanvullend op de lumpsum, middelen beschikbaar gesteld om hiermee volledig de versterking van de salarismix in de zogenaamde Randstadregio’s te bekostigen. Aan de hand van behaalde competenties worden docenten benoemd in een hogere schaal.

Regionaal Programma

De urgentie om schooluitval aan te pakken blijft onverminderd hoog. Daarom heeft de aanpak van vsv een krachtig vervolg gekregen, met een doelstelling van maximaal 20.000 nieuwe vsv’ers per jaar in 2021 (gemeten over schooljaar 2019/2020). De succesvolle elementen uit de vsv-aanpak worden voortgezet. In elk van de 39 RMC-regio’s (RMC staat voor Regionale Meld- en Coördinatiefunctie) hebben scholen en gemeenten – op grond van de regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en jongeren in een kwetsbare positie- samen een regionaal programma opgesteld met maatregelen voor de aanpak van voortijdig schoolverlaten en voor jongeren in een kwetsbare positie. Voor de uitvoering van de maatregelen zijn de regionale programmagelden beschikbaar. In elke regio moet minimaal één plusvoorziening zijn voor overbelaste jongeren. Voor de uitvoering van die maatregelen is in 2018 € 52,25 miljoen beschikbaar. Deze middelen komen deels via de contactschool naar de regio (€ 30,4 miljoen) en deels via de contactgemeente (€ 21,85 miljoen, zie instrument bijdrage aan medeoverheden).

Tegemoetkoming schoolkosten MBO

Via de tijdelijke regeling, Voorziening leermiddelen voor deelnemers uit minimagezinnen, zijn aan mbo instellingen voor het schooljaar 2016/2017 middelen beschikbaar gesteld. Het doel van de regeling is te voorkomen dat minderjarige bol-studenten vanwege financiële redenen afzien van het volgen van een door hen gewenste beroepsopleiding. MBO-instellingen ontvangen deze middelen om studenten, die daarvoor in aanmerkingen komen de beschikking te kunnen geven over de benodigde leermiddelen. Deze regeling is met een jaar verlengd en voor het schooljaar 2017/2018 wordt € 10 miljoen beschikbaar gesteld. Dit is tevens het bedrag wat structureel beschikbaar is om de schoolkosten voor minderjarige bol-studenten uit minimagezinnen te beperken.

Gelijke kansen

Deze middelen zijn bestemd voor de uitvoering van het Actieprogramma Gelijke Kansen. Van de € 12 miljoen dat beschikbaar is in 2018 voor mbo, is € 7,5 miljoen bestemd voor de regeling doorstroom mbo-hbo, € 4 miljoen voor de regeling compensatie langere inschrijvingsduur en € 0,5 miljoen is bestemd voor de regeling stimulering doorstroom niet verwant mbo-pabo.

Subsidies

Subsidieregeling praktijkleren

De subsidieregeling praktijkleren heeft tot doel werkgevers te stimuleren om praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aan te bieden. Dankzij de regeling kunnen leerlingen, studenten of werknemers die een beroepsopleiding volgen, zich beter voorbereiden op de arbeidsmarkt en kunnen werkgevers beschikken over beter opgeleid personeel. De subsidie is een compensatie voor de kosten die een werkgever maakt voor begeleiding. De regeling, die in 2014 in werking is getreden, is vooral gericht op de groep jongeren in een kwetsbare positie, studenten die een opleiding volgen in sectoren waar een tekort aan gekwalificeerd personeel wordt verwacht en wetenschappelijk personeel dat onmisbaar is voor onze kenniseconomie.

Permanent Leren

Het voornemen is om de fiscale aftrekpost scholingsuitgaven in de inkomstenbelasting vanaf 1 januari 2019 af te schaffen en te vervangen door een uitgavenregeling met vouchers. Hiervoor is vanaf 2019 jaarlijks een budget van € 196,8 miljoen beschikbaar.

Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met Taal

Ter ondersteuning van de aanpak van laaggeletterdheid worden in 2018 middelen beschikbaar gesteld als bijdrage aan het actieplan «Tel mee met Taal 2016–2018» dat door de Ministeries van OCW, SZW en VWS wordt uitgevoerd en gefinancierd. In totaal is voor het programma € 18 miljoen per jaar beschikbaar. Met dit actieprogramma worden onder andere gemeenten, aanbieders van cursussen, werkgevers, bibliotheken en maatschappelijke organisaties ondersteund om laaggeletterden te herkennen, door te verwijzen en te scholen. Ook worden taalhuizen en taalpunten opgericht en taalvrijwilligers getraind. De activiteiten worden door verschillende partijen uitgevoerd. Er is daarnaast in het kader van het bevorderen van kansengelijkheid € 2 miljoen beschikbaar voor activiteiten gericht op het verhogen van de taalvaardigheid van laagtaalvaardige ouders, zodat zij effectiever met de school van hun kinderen kunnen communiceren en een meer stimulerende thuisomgeving kunnen bieden.

Loopbaanoriëntatie (LOB)

De LOB middelen worden voornamelijk geïnvesteerd in betere objectieve studie- en beroepskeuze-informatie vanuit één LOB portal mbo. Het gaat hier om het Expertisepunt lob vo-mbo ter ondersteuning van vo- en mbo scholen zodat zij beter in staat zijn de leerlingen en studenten in hun loopbaanoriëntatie te begeleiden. Tevens wordt in het mbo geïnvesteerd in het project «LOB en gelijke kansen» om jongeren in een achterstandspositie beter te ondersteunen bij hun studieloopbaanontwikkeling. Hierbij ligt een focus op het doorbreken van de negatieve beeldvorming en de ontwikkeling van loopbaancompetenties.

ROC Leiden

In het kader van de problematiek rondom ROC Leiden zal in totaal een (maximale) financiële bijdrage van € 40 miljoen beschikbaar gesteld worden in de periode 2016 t/m 2018.

Overige subsidies

Hieronder vallen posten zoals JOB, Combo en kwaliteitsbeleid.

Opdrachten

In-en uitbesteding

Dit betreft middelen voor diverse beleidsgerichte activiteiten en onderzoeken.

Bijdrage aan agentschappen

Dienst Uitvoering Onderwijs

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) worden middelen verstrekt voor het uitvoeren van de subsidieregeling praktijkleren.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

College voor Toetsen en Examens

Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) is een zbo die verantwoordelijk is voor de centrale examens Nederlandse taal, rekenen en Engels in het mbo en de staatsexamens Nederlands als tweede taal.

Wet SLOA

Op basis van de Wet SLOA worden middelen toegekend aan Stichting Cito, voor het ontwikkelen van de centrale examens Nederlandse taal, rekenen en Engels in het mbo.

SBB

De SBB ontvangt middelen om de wettelijke taken uit te voeren, waarmee wordt bijgedragen aan het primaire proces van het beroepsonderwijs. Hiertoe behoort het ontwikkelen en onderhouden van de kwalificatiestructuur. Tevens werft en accrediteert de SBB leerbedrijven, zorgt voor voldoende praktijkplaatsen en bevordert de kwaliteit van de praktijkplaatsen. De samenwerking van onderwijs en bedrijfsleven binnen één organisatie draagt bij aan kwalitatief goed beroepsonderwijs met opleidingen die up-to- date zijn en voldoende, goede stageplaatsen.

Bijdrage aan medeoverheden

RMC’s

Dit betreft de bekostiging van de uitvoering van de taken van de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) van 39 rmc-regio’s. Daarvoor is jaarlijks € 34,1 miljoen beschikbaar. De RMC-functie heeft tot taak met de vsv’ers van 18 jaar en ouder uit vo en mbo contact te leggen en hen zoveel mogelijk terug te begeleiden naar school of naar een combinatie van school en werk. De financiering vindt plaats middels een specifieke uitkering. De verdeelsleutel ligt vast in een ministerieel besluit.

Educatie

Sinds 1 januari 2015 wordt het educatiebudget per specifieke uitkering verstrekt aan samenwerkende gemeenten binnen een arbeidsmarktregio (via de contactgemeente). Vanaf 2018 hebben gemeenten voor de besteding van dit budget «inkoopvrijheid». De verplichte besteding bij roc's, die tussen 2015 en 2017 geleidelijk is afgebouwd, is per 2018 geheel vervallen. Zo kunnen gemeenten beter maatwerk bieden voor de diverse doelgroepen van de volwasseneneducatie.

Caribisch Nederland

Deze middelen worden ingezet voor het verder verbeteren van de kwaliteit van het gehele onderwijs in Caribisch Nederland tot een naar Nederlandse maatstaven aanvaardbaar niveau. Een groot gedeelte van het budget is bestemd voor de verbetering van de onderwijshuisvesting. Daarnaast is er voor samenwerking met Curaçao, Sint Maarten en Aruba structureel een beperkt budget beschikbaar, bestemd voor het bevorderen van voorzieningen in de regio, mede ten behoeve van de inwoners van Caribisch Nederland.

Regionaal Programma

Deze middelen komen deels via de contactschool naar de regio (€ 30,4 miljoen, zie instrument bekostiging) en deels via de 39 RMC-contactgemeenten (€ 21,85 miljoen) in de vorm van een specifieke uitkering. De verdeling van de middelen wordt geregeld in een nog te publiceren ministerieel besluit

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. De Staatssecretaris van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regeling en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regeling vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en een programmering van evaluaties voor toekomstige jaren wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».

Tabel 4.4. Fiscale regelingen 2016–2018, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)1[–] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.
 

2016

2017

2018

Aftrek voor scholingsuitgaven (studiekosten)

206

212

218

Overzicht specifieke uitkeringen

Tabel 4.5 Overzicht Specifieke Uitkering (bedragen in miljoenen euro’s)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

1.

Ontvangende partij(en)

34,1

34,1

34,1

34,1

34,1

34,1

 

Gemeenten

           
 

Korte omschrijving uitkering

           
 

Dit is de bekostiging van de rmc-functie van 39 rmc-regio’s. De rmc-functie heeft tot taak met de vsv’ers van 18 jaar en ouder uit vo en mbo contact te leggen en hen zoveel mogelijk terug te begeleiden naar school of naar een combinatie van school en werk.

           
 

Vindplaats regelgeving

           
 

Artikel 8.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs

           

2.

Ontvangende partij(en)

59,0

59,0

59,0

59,0

59,0

59,0

 

Gemeenten

           
 

Korte omschrijving uitkering

           
 

Het educatiebudget wordt verstrekt aan de samenwerkende gemeenten binnen een regio (via de contactgemeente). De verplichte besteding bij roc’s is afgebouwd en wordt het mogelijk voor gemeenten maatwerk te bieden voor de diverse doelgroepen van de volwasseneneducatie.

           
 

Vindplaats regelgeving

           
 

Wijzigingswet Wet participatiebudget, enz. (invoeren specifieke uitkering educatie en vervallen verplichte besteding educatiemiddelen bij regionale opleidingencentra)

           

3.

Ontvangende partij(en)

0

21,9

19,2

19,2

19,2

19,2

 

Gemeenten

           
 

Korte omschrijving uitkering

           
 

Met ingang van het begrotingsjaar worden de middelen voor het Regionaal Programma aan de RMC-contactgemeenten verstrekt. Voorheen werden deze middelen onder de naam »programmagelden» aan de contactscholen verstrekt.

           
 

Vindplaats regelgeving

           
 

Regeling is nog niet gepubliceerd.