Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Niet-beleidsartikel 95 Apparaatsuitgaven

Op dit artikel worden de personele en materiële uitgaven van het kerndepartement, de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, de inspecties en adviesraden geraamd.

D. Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 95.1 Budgettaire gevolgen artikel 95 (bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

243.981

248.496

250.133

252.689

257.447

258.044

258.473

Uitgaven

243.565

248.496

250.133

252.689

257.447

258.044

258.473

               

Personele uitgaven

184.613

185.889

192.457

191.039

195.847

196.316

196.628

Waarvan

             

eigen personeel

174.681

176.351

183.249

181.356

186.165

186.617

186.913

externe inhuur

5.880

5.722

5.463

5.687

5.685

5.693

5.703

overige personele uitgaven

4.052

3.816

3.745

3.996

3.997

4.006

4.012

               

Materiële uitgaven

57.844

61.453

57.676

61.650

61.600

61.728

61.845

Waarvan

             

ICT

21.721

24.779

20.435

24.468

24.500

24.588

24.635

bijdrage aan SSO's

19.982

19.743

18.952

20.036

20.030

20.059

20.094

overige materiële uitgaven

16.141

16.931

18.289

17.146

17.070

17.081

17.116

                 

Begrotingsreserve schatkistbankieren

1.108

1.154

0

0

0

0

0

Ontvangsten

359

567

567

567

567

567

567

E. Toelichting op de instrumenten

Op het artikel Apparaatsuitgaven staan de apparaatsuitgaven van de directies van het kerndepartement, zowel die van de beleidsdirecties als die van de niet-beleidsdirecties, de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, de inspecties en de adviesraden van het Ministerie. Daarnaast worden hier de centrale uitgaven voor onder andere huisvesting, automatisering en bijdragen aan SSO’s geraamd.

Op dit artikel worden tevens de mutaties op de begrotingsreserve schatkistbankieren geraamd. OCW staat garant voor het in gebreke blijven van aan OCW verbonden instellingen die gebruik maken van de regeling schatkistbankieren. Gegeven de omvang van het budget is er om doelmatigheidsredenen voor gekozen om niet per relevant beleidsartikel een reeks op te nemen, maar dit te doen op het artikel 95 Apparaatsuitgaven. De ontvangen premies van aan OCW verbonden instellingen worden jaarlijks via het Ministerie van Financiën aan OCW overgemaakt en via de slotwet en de saldibalans (toevoeging premie aan gegroeide reserve) in het jaarverslag verwerkt. De geraamde uitgaven vanuit deze reserve zijn als onderdeel van de materiële uitgaven gespecificeerd in tabel 95.1.

In onderstaande tabel zijn de apparaatsuitgaven OCW onderverdeeld naar kerndepartement, Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Inspectie van het Onderwijs, Erfgoedinspectie, Onderwijsraad, Raad voor Cultuur en de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie. Daarnaast zijn de apparaatskosten van de baten-lastenagentschappen en ZBO’s weergegeven.

Tabel 95.2 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/-kosten inclusief agentschappen en ZBO's/RWT's (bedragen x € 1 miljoen)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Totaal apparaatsuitgaven ministerie

243,6

248,5

250,1

252,7

257,4

258,0

258,5

Kerndepartement

135,7

142,7

149,5

153,6

158,8

159,4

159,9

Rijksdienst Cultureel Erfgoed

34,7

33,5

32,4

31,8

31,8

31,8

31,8

Inspectie van het Onderwijs

64,4

64,4

61,4

60,5

60,1

60,1

60,1

Erfgoedinspectie

2,4

2,3

2,2

2,2

2,2

2,2

2,2

Onderwijsraad

2,3

2,3

2,2

2,2

2,2

2,2

2,2

Raad voor Cultuur

2,6

2,1

1,9

1,9

1,8

1,8

1,8

Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie

1,5

1,2

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

               

Totaal apparaatskosten agentschappen

356,4

284,7

307,3

284,4

282,2

276,4

275,8

Dienst Uitvoering Onderwijs

313,2

239,0

270,6

248,2

246,9

242,1

242,0

Nationaal Archief

43,1

45,7

36,7

36,2

35,2

34,3

33,8

               

Totaal apparaatskosten ZBO's

107,2

169,7

168,1

167,0

166,8

165,9

165,9

Stichting fonds voor de Podiumkunsten

4,4

6,3

6,3

6,3

6,3

6,3

6,3

Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie

1,9

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

Stichting Mondriaanfonds

2,2

3,7

3,7

3,7

3,6

3,6

3,6

Stichting Nederlands Filmfonds

2,6

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

1,1

1,9

1,9

1,9

2,0

2,0

2,0

Stichting Nederlands Letterenfonds

1,1

2,6

2,6

2,6

2,6

2,6

2,6

Stichting Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties (Mediafonds)

1,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Bureau Architectenregister

 

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Commissariaat voor de Media (CvdM)

5,3

5,0

4,8

4,5

4,5

4,5

4,5

Nederlandse Publieke Omroep (NPO)

2,6

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

Stichting Regionale Publieke Omroep

   

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

3,8

3,6

3,5

3,5

3,5

3,3

3,3

Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW)

13,5

13,6

13,6

13,6

13,6

13,6

13,6

Koninklijke Bibliotheek (KB)

26,5

26,5

26,5

26,5

26,5

26,5

26,5

Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)

30,7

40,2

37,6

37,0

36,9

36,7

36,7

Stichting Participatiefonds

3,0

2,8

2,7

2,7

2,7

2,7

2,7

Stichting Vervangingsfonds

2,3

2,1

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB)

4,0

52,3

53,1

52,9

52,8

52,3

52,3

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

De cijfers in bovenstaande tabel zijn niet met elkaar te consolideren aangezien het zowel uitgaven als kosten betreft.

De apparaatskosten bij de baten-lastendiensten betreffen naast de apparaatskosten in verband met werkzaamheden voor OCW ook de kosten die verband houden met werkzaamheden die voor tweeden en derden worden uitgevoerd.

Het personeel van het CvTE bestaat uit Rijksambtenaren, de apparaatskosten van het CvTE zijn dan ook opgenomen in de apparaatsuitgaven van het kerndepartement.

Het bedrag (exclusief inkomsten uit inschrijving) dat is geraamd voor het Bureau Architectenregister valt weg in de afronding.

Toelichting:

In bovenstaande tabel zijn RWT’s waarbij een individuele uitvraag in het veld nodig is niet opgenomen. Dit betreft ondermeer alle onderwijsinstellingen, academische ziekenhuizen en musea. ZBO’s waarbij de gegevens met betrekking tot de apparaatsuitgaven uit hoofde van reguliere bestaande informatiestromen beschikbaar zijn, zijn wel opgenomen.

In onderstaande tabel zijn de apparaatsuitgaven van het kerndepartement weergegeven zoals deze direct toe te rekenen zijn aan de verschillende beleidsterreinen.

Tabel 95.3 Apparaatsuitgaven per beleidsartikel in 2018 (bedragen x € 1 miljoen)

Beleidsartikel

Bedrag

Totaal apparaat

41,3

Primair onderwijs

6,1

Voortgezet onderwijs

6,7

Middelbaar Beroepsonderwijs

6,0

Hoger onderwijs en Studiefinanciering

6,5

Internationaal beleid

2,4

Cultuur

8,4

Onderzoek en wetenschapsbeleid

2,9

Emancipatie

2,3

In onderstaande tabel staat de verdeling van de taakstelling op de Apparaatsuitgaven/-kosten uit het Regeerakkoord weergegeven. Deze taakstelling is verdeeld over kerndepartement, agentschappen en ZBO’s.

Tabel 95.4 Apparaatsuitgaven/-kosten invulling taakstelling (bedragen x € 1 miljoen)
 

2016

2017

2018

Struct

Departementale taakstelling (totaal)

24,0

54,0

67,0

67,0

         

Kerndepartement

6,9

20,0

26,5

26,5

         

Agentschappen

       

DUO

12,1

23,5

27,9

27,9

NA

0,8

1,0

1,0

1,0

Totaal Agentschappen

12,9

24,5

28,9

28,9

         

ZBO’s

       

Cultuurfondsen

0,5

1,1

1,4

1,4

Commissariaat voor de Media

0,2

0,5

0,6

0,6

Nederlandse Publieke Omroep

0,1

0,3

0,4

0,4

Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

0,2

0,4

0,5

0,5

Kon.Ned.Academie van Wetenschappen (KNAW)

0,7

1,6

2,0

2,0

Kon.Bibliotheek (KB)

0,6

1,3

1,6

1,6

Ned.organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)

1,5

3,5

4,3

4,3

Participatiefonds

0,1

0,3

0,4

0,4

Vervangingsfonds

0,2

0,4

0,5

0,5

Stimuleringsfonds voor de Pers

0,0

0,1

0,1

0,1

Totaal ZBO's

4,2

9,5

11,6

11,6

Nog in te vullen

0,0

0,0

0,0

0,0