Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Deze financiële paragraaf presenteert conform de rijksbegrotingsvoorschriften de belangrijkste budgettaire veranderingen op de OCW-begroting, zowel voor de uitgaven (tabel 1) als de ontvangsten (tabel 2).

Tabel 1 Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (uitgaven) (bedragen x € 1 miljoen)
 

Art.

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

 

37.187,5

37.981,6

37.782,8

37.728,5

37.935,3

38.130,4

Belangrijkste mutaties:

             

1) Leerlingen- en studentenontwikkeling

diverse

117,2

157,6

134,1

131,9

127,2

104,0

2) Bijstelling autonome raming studiefinanciering

11,12,13

– 4,7

– 23,8

– 31,5

– 28,6

– 25,7

– 38,2

3) OCW-brede problematiek

diverse

325,9

37,6

16,4

9,3

47,0

80,9

4) Specifieke dekking OCW-brede problematiek

diverse

– 148,2

0,0

0,0

0,0

– 13,9

– 13,9

5) Taakstelling OCW-brede problematiek

diverse

0,0

0,0

– 171,2

– 165,6

– 188,3

– 157,7

6) Omvorming scholings- en monumentenaftrek: toevoeging budget

4,14,95

0,0

152,2

152,2

152,2

152,2

152,2

7) Omvorming scholings- en monumentenaftrek: uitstel

4,14,95

– 57,0

– 275,0

0,0

0,0

0,0

0,0

8) Eindejaarsmarge

91

127,5

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

9) Kasschuiven

diverse

– 28,3

– 8,6

47,2

13,3

4,5

– 28,2

10) Loonbijstelling

diverse

645,9

646,1

642,4

640,3

641,8

642,8

11) Prijsbijstelling

diverse

130,4

131,0

130,4

130,6

131,7

132,8

12) Niet-kader relevante mutaties

11,12

– 115,7

70,3

81,6

72,4

48,8

58,0

13) Overige mutaties

diverse

– 10,1

1,0

– 53,3

– 9,1

– 9,4

– 9,3

Stand ontwerpbegroting 2018

 

38.170,6

38.870,0

38.731,1

38.675,1

38.851,2

39.053,9

Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (ontvangsten) (bedragen x € 1 miljoen)
 

Art.

2017

2018

2019

2020

2021

2022

               

Stand ontwerpbegroting 2017

 

1.341,6

1.415,7

1.466,0

1.544,6

1.611,5

1.687,4

Belangrijkste mutaties:

             

1) Leerlingen- en studentenontwikkeling

12,13

– 3,4

– 8,3

– 9,9

– 10,4

– 11,0

– 11,3

2) Bijstelling autonome raming studiefinanciering

11,12,13

– 12,6

– 14,2

– 12,9

– 13,1

– 13,3

– 13,5

3) Niet kaderrelevante mutaties

11

13,4

8,7

3,0

1,8

0,2

2,3

4) Rente studiefinanciering

11

– 16,2

– 21,2

– 31,6

– 35,3

– 33,2

– 31,7

5) Overige mutaties

diverse

15,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand ontwerpbegroting 2018

 

1.337,9

1.380,6

1.414,6

1.487,6

1.554,2

1.633,2

Toelichting:

Leerlingen- en studentenontwikkeling

In de begroting is, zoals gebruikelijk, de actuele raming van de leerlingen- en studentenaantallen verwerkt. Uit de referentieraming 2017 blijkt dat het aantal verwachte leerlingen en studenten hoger uitvalt dan de in de OCW-begroting 2017 verwerkte aantallen. Hierachter gaan verschillende bewegingen schuil, zoals een stijging van het aantal mbo-studenten in de beroepsbegeleidende leerweg en van het aantal studenten in het wetenschappelijk onderwijs (onder andere door toenemende aantallen buitenlandse studenten, waaronder studenten uit EER-landen, welke bekostigd worden). Zie het algemene deel van het verdiepingshoofdstuk voor de budgettaire bijstelling per onderwijssector.

Bijstelling autonome raming studiefinanciering

De raming voor studiefinanciering laat lagere kaderrelevante uitgaven en ontvangsten zien ten opzichte van de vorige begroting. Dit is het gevolg van de verwerking van nieuwe uitvoeringsgegevens van DUO. Vooral de uitgaven aan de basisbeurs en de aanvullende beurs bij mbo-bolstudenten niveau 1 en 2 vielen in 2016 lager uit dan aanvankelijk geraamd door lagere aantallen. Dit werkt door in 2017 en latere jaren. De meevaller wordt voor het jaar 2017 getemperd vanwege hogere uitgaven aan kwijtscheldingen die aanvankelijk geraamd waren voor het jaar 2016, maar in 2017 werden geëffectueerd. De lagere ontvangsten zijn het gevolg van een lager ontstaan bedrag aan achterstallig lager recht (ALR).

OCW-brede problematiek

OCW heeft te maken met diverse problematiek, zoals:

  • •  invulling van de taakstelling voor 2017 (€ 150,0 miljoen in 2017),
  • •  een boekingscorrectie voor het Programma Vernieuwing Studiefinanciering (PVS) waarbij een schuif van niet-relevante uitgaven naar relevante uitgaven plaatsvindt (€ 147,0 miljoen in 2017),
  • •  tegenvallers op de onderwijsbudgetten van Caribisch Nederland en de bijdrage voor het CERN door valutakoersverschillen (€ 15,2 miljoen in 2017 en 2018).

Specifieke dekking OCW-brede problematiek

Bovengenoemde problematiek wordt voor een deel gedekt met middelen binnen de OCW-begroting door inzet van:

  • •  de eindejaarsmarge (– € 121,3 miljoen in 2017),
  • •  een deel van de prijsbijstelling (– € 6,7 miljoen in 2017),
  • •  incidentele besparingswinst bij de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (– € 20,2 miljoen in 2017),
  • •  vrijvallende middelen op artikel 91 (– € 13,9 miljoen in 2021 en 2022).

Taakstelling OCW-brede problematiek

Het kabinet heeft besloten de dekking voor de leerlingen- en studentenontwikkeling en overige OCW-brede problematiek te parkeren op artikel 91. De openstaande taakstelling als gevolg van de leerlingen- en studentenontwikkeling en overige problematiek wordt voor het jaar 2018 gecompenseerd. De structureel openstaande reeksen blijven op de begroting van OCW staan. De beslissing over invulling hiervan wordt overgelaten aan het volgende kabinet. Hiertoe is besloten na overleg met de formerende partijen.

Omvorming scholings- en monumentenaftrek: toevoeging budget

De korting die gepaard ging met de omvorming van de fiscale scholings- en monumentenaftrek wordt teruggedraaid. De omvorming naar uitgavenregelingen staat gepland voor 2019, met het gehele fiscale budget.

Omvorming scholings- en monumentenaftrek: uitstel

De omvorming van de fiscale scholings- en monumentenaftrek naar uitgavenregelingen wordt met een jaar uitgesteld van 2018 naar 2019. Dit geeft ruimte voor nadere invulling door een nieuw kabinet en voor de voorbereiding van de uitvoering.

Eindejaarsmarge

In 2016 zijn diverse budgetten niet volledig tot besteding gekomen (in totaal € 127,5 miljoen). De eindejaarsmarge wordt onder andere ingezet voor overlopende verplichtingen die alsnog in 2017 tot betaling zijn gekomen (€ 6,3 miljoen) en ter dekking van een deel van de ramingsbijstelling 2017 (€ 121,3 miljoen).

Kasschuiven

Op diverse budgetten vinden kasschuiven plaats omdat middelen in latere (of eerdere) jaren benodigd zijn. De grootste zijn:

  • •  De beschikbare middelen voor de huisvesting op Caribisch Nederland worden aangepast op de actuele planning van het RVB. De planning is gaan schuiven doordat onder andere ontwerpen vertraging hebben opgelopen en het aankopen van grond langer heeft geduurd dan verwacht. Voor de onderwijsverbetermiddelen Caribisch Nederland vindt ook een kasschuif plaats. Het kasritme van de beschikbare middelen wordt aangepast aan de uitgaven zoals opgenomen in de Onderwijsagenda 2017–2020. In totaal wordt € 31,6 miljoen over de jaren 2017–2019 verschoven naar de jaren 2020–2022.
  • •  Daarnaast worden de middelen uit het Regeerakkoord voor onderzoek verschoven van 2022 naar 2019 (€ 50,0 miljoen).

Loonbijstelling & prijsbijstelling

De loon- en prijsbijstelling tranche 2017 is uitgekeerd aan de departementen. Zie het algemene deel van het verdiepingshoofdstuk voor de verdeling over de begrotingsartikelen.

Niet-kader relevante mutaties

De raming voor studiefinanciering laat lagere niet-kaderrelevante uitgaven zien voor 2017 en hogere uitgaven voor de jaren vanaf 2018 en iets hogere ontvangsten voor alle jaren ten opzichte van de in de OCW-begroting 2017 verwerkte raming van het voorjaar 2016. Dit is het gevolg van de verwerking van nieuwe uitvoeringsgegevens van DUO. De lagere uitgaven in 2017 hebben te maken met de boekingscorrectie n.a.v. PVS aangezien dit een schuif van niet-relevante uitgaven naar relevante uitgaven betrof. De hogere uitgaven in de jaren daarna doen zich voornamelijk voor op het collegegeldkrediet. Daarnaast is er € 15,7 miljoen aan niet-kaderrelevante prijsbijstelling toegevoegd aan de begroting van OCW.

Rente studiefinanciering (ontvangsten)

De raming voor studiefinanciering laat lagere renteontvangsten zien ten opzichte van de in de OCW-begroting 2017 verwerkte raming uit het voorjaar 2016. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de neerwaarts bijgestelde rentevoet. Conform de begrotingsregels worden mutaties in de renteontvangsten generaal verwerkt.

Overige mutaties

Dit betreft desalderingen van uitgaven en ontvangsten en overboekingen van en naar andere departementen.