Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2. BELEIDSAGENDA

Gezien de demissionaire status van het huidige kabinet treft u een begroting op hoofdlijnen aan. Wanneer een nieuw kabinet aantreedt, kan dit aanleiding geven tot aanpassingen in de begroting. De voorliggende begroting geeft weer hoe Nederland in 2018 vorm wil geven aan het buitenlandbeleid. Want ondanks de demissionaire status van dit kabinet moet Nederland dagelijks inspelen op internationale ontwikkelingen. Deze hebben hoe dan ook (grote) invloed op ons land. Voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken staat ook in 2018 centraal, dat de gezamenlijke inspanningen onder de begroting Buitenlandse Zaken en de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking bijdragen aan een sterke positie van Nederland in een veilige en welvarende wereld.

«2018: Voor Nederland, wereldwijd – actieve diplomatie voor een veilige, welvarende en toekomstbestendige wereld»

Wereldwijd bepaalt een aantal grote trends de agenda in 2018. Dat vraagt om een duidelijke plaatsbepaling van het beleid voor buitenlandse zaken (BZ) en voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking (BHOS). Het betreft niet alleen de economische en geopolitieke verschuiving oostwaarts, maar ook onzekerheid over de opstelling van de VS op vele terreinen, het assertieve gedrag van landen als Rusland, Iran en Noord-Korea, evenals de dreiging van het internationale terrorisme, de vluchtelingen- en migratiecrisis en de gevolgen van klimaatverandering.

Ook op Europees vlak zijn er verschuivingen. Na een periode waarin solidariteit tussen lidstaten op de proef is gesteld door gebeurtenissen met grote consequenties (de economische crisis, de migratiecrisis en het Britse besluit tot een vertrek uit de Unie), zoekt de Europese Unie naar een vernieuwende, toekomstbestendige samenwerking. Europa moet zijn koers herijken. Die kans moeten we niet laten lopen, want juist de komende jaren hebben we de Europese Unie hard nodig voor veiligheid en welvaart, zowel binnen de Europese Unie als daarbuiten. We hebben nieuw draagvlak nodig om de sterke positie van de Europese Unie te behouden.

Nederland heeft veel te bieden. We zijn de 6e Europese economie, 7e donor op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, 2e exporteur van landbouwproducten en actief contribuant aan vredesmissies en de G20. We worden in het buitenland gezien en gehoord. Het Nederlandse lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad in 2018 is daarvan het resultaat. Dit biedt een kans de Nederlandse stem nog steviger te laten klinken. De Nederlandse inzet is gebaat bij de synergie tussen de instrumenten van Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Handel.

Ontwikkelingssamenwerking gericht op de allerarmsten blijft nodig. Om hun positie te verbeteren, en om daarmee conflicten en migratie bij de bron aan te pakken. Werken aan ontwikkeling gaat om het scheppen van rechten en kansen voor mensen. Zodat ze op eigen benen kunnen staan en zich kunnen ontplooien. Delen van de welvaart leidt tot een veiliger wereld. Daar draagt ook de Nederlandse private sector aan bij.

Behoud van welvaart en welzijn vraagt om een actieve inzet van de overheid. Een zo open en eerlijk mogelijk wereldhandelssysteem is voorwaarde voor het succes van een sterk op exportgerichte economie als de Nederlandse. Multilaterale samenwerking is een voorwaarde voor het verwezenlijken van andere, grotendeels overlappende doelen: bevordering van inclusieve economische groei wereldwijd, bevordering van universele waarden, de rechtsstaat en naleving van de mensenrechten. In 2018 zet Nederland de uitvoering voort van het in 2017 vastgestelde nationale plan van aanpak voor de Sustainable Development Goals (SDGs).

Op al deze vlakken werken we in het begrotingsjaar 2018 aan een veiligere, welvarende, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld, voor Nederland wereldwijd.

Veiligheid & rechtsorde

Landen waar conflicten heersen, blijven sterk achter bij het behalen van mondiale ontwikkelingsdoelen. Extreme armoede is een probleem dat in toenemende mate met name in deze landen speelt. Het ontbreekt de inwoners aan voldoende bestaansmiddelen en basisvoorzieningen. Wetteloosheid en gewelddadig conflict brengen hun fysieke veiligheid en rechten in gevaar. De effecten van deze fragiliteit kunnen landsgrenzen ver overschrijden en hele regio’s ontwrichten.

Nederland richt zich binnen het speerpunt veiligheid en rechtsorde onder andere op de ontwikkeling van de rechtstaat. Rechtvaardige behandeling van mensen en duurzame oplossingen van conflicten staan centraal. In 2018 wil het kabinet in fragiele of post-conflictlanden de toegang tot de rechtspraak verbeteren voor 50.000 mensen, onder wie voor minstens de helft vrouwen (zie tabel met indicatoren en streefwaarden). Mensen kunnen zich wenden tot juridische instellingen om zo hun grondrechten te beschermen, strafbare feiten te laten berechten en geschillen te beslechten.

Nederland financiert ontmijningsprojecten in 13 landen. Deze richten zich op het ontruimen van landmijngebieden, het ontmantelen en vernietigen van mijnen, het steunen van slachtoffers en hun families, en het geven van voorlichting. In 2018 beoogt Nederland via dergelijke projecten 7 miljoen m2 land te ontmijnen. Daardoor kunnen vluchtelingen en ontheemden weer naar huis. Boeren kunnen hun landbouwgrond weer gebruiken en voorzien in hun eigen onderhoud.

Ook in 2018 wordt het noodhulpbudget ingezet ter financiering van hulp in chronische en acute crises. De algemene ongeoormerkte bijdragen die Nederland verleent zijn belangrijk voor meer flexibiliteit voor hulporganisaties om snel te kunnen reageren in noodsituaties.

Meer dan 90% van de vluchtelingen verblijft in de regio van herkomst. Door versterking van opvang van vluchtelingen in de Syrië-regio en de Hoorn van Afrika krijgen vluchtelingen dichtbij huis bescherming en kansen om een nieuw bestaan op te bouwen. Voor Nederland vormen toegang tot werk en onderwijs hierbij speerpunten. Speciale aandacht gaat uit naar bescherming en opleiding van vrouwen en meisjes.

Tegelijkertijd werkt Nederland, ook in EU-verband, samen met prioritaire landen van opvang, transit en herkomst aan een lange termijn aanpak van de migratieproblematiek. Zo financieren Nederland en de Europese Unie activiteiten gericht op de aanpak van grondoorzaken van migratie, een beter migratiemanagement, het tegengaan van uitbuiting en mishandeling van migranten, de bestrijding van mensensmokkel- en handel, en het bevorderen van terugkeer en herintegratie.

Klimaat, voedselzekerheid en water

Nederland streeft naar duurzame ontwikkeling en vergroting van de bestaanszekerheid van mensen in ontwikkelingslanden via programma’s gericht op voedselzekerheid, water en hernieuwbare energie. De programma’s zijn gericht op de toegang tot basisvoorzieningen en duurzame groei waar iedereen van profiteert. Ook werkt Nederland aan het tegengaan van klimaatverandering en de consequenties daarvan, zoals nieuwe vluchtelingenstromen als gevolg van klimaatverandering. In alle programma’s is extra aandacht voor vrouwen en meisjes.

Momenteel zijn er 2 miljard mensen ondervoed, waarvan 795 miljoen chronisch hongerlijden. Het meest kwetsbaar zijn jonge kinderen tot 2 jaar en hun moeders, want zij kunnen opgelopen groeiachterstanden nooit meer inhalen. Nederland beoogt in 2018 de voedselinname van 15 miljoen kinderen aantoonbaar te verbeteren.

De combinatie van een groeiende bevolking, toenemende welvaart en daarmee samenhangende toename van de consumptie van eiwitrijk voedsel staat op gespannen voet met een schaarste van natuurlijke hulpbronnen. Landbouw wordt in veel landen steeds belangrijker om de bevolking te voorzien van voedsel. Nederland maakt gebruik van zijn uitgebreide kennis en reputatie op het gebied van landbouw en voedsel en het innovatieve bedrijfsleven: 2 miljoen boeren krijgen nieuwe kennis en/of technologie en meer dan 100 kennisinstituten worden versterkt in 2018 om duurzame en inclusieve groei van de landbouwsector te stimuleren. Voor circa 750.000 boeren wordt hun recht op landgebruik veiliggesteld. Duurzame landbouwmethoden zoals erosiebestrijding, bodemvruchtbaarheidsbeheer en gewasrotatie, resulteren op circa 3 miljoen hectare tot efficiënter gebruik van natuurlijke hulpbronnen en betere opvang van toekomstige (klimaat)schokken.

Waterzekerheid is een mensenrecht, een publiek en een economisch goed. Waterzekerheid staat wereldwijd onder grote druk door economische- en bevolkingsgroei, verstedelijking en klimaatverandering. Steeds meer en steeds vaker is er te weinig, te veel of te vies water.

800 miljoen mensen hebben geen toegang tot een schone drinkwaterbron en ruim 2,5 miljard mensen hebben geen toegang tot goede sanitaire voorzieningen. Een gebrekkige hygiëne is van grote invloed op gezondheid; 5.000 mensen, merendeels kinderen, sterven dagelijks door gebrek aan schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen. Nederland streeft ernaar in 2018 2,3 miljoen mensen toegang te geven tot sanitaire voorzieningen en 1,6 miljoen mensen toegang te geven tot water.

In 2018 profiteren 3 miljoen mensen van de Nederlandse inzet op verbeterd stroomgebied beheer en veiligere delta’s in ontwikkelingslanden. Zij zijn daardoor ook minder kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering. De focus is op delta’s en hun toeleverende gebieden, conform de Internationale Water Ambitie van Nederland. De Nederlandse steun gericht op conflictpreventie in grensoverschrijdende stroomgebieden (waterdiplomatie) is geconcentreerd in het stroomgebied van de Senegal rivier, de Nijl, de Jordaan en de Mekong.

In ontwikkelingslanden hebben ruim 1 miljard mensen geen elektriciteit en drie miljard mensen koken nog op vervuilend houtvuur. Tegelijkertijd is de wereld begonnen met de transitie van fossiele brandstoffen naar een volledig duurzame energievoorziening. In 2018 gaat Nederland toegang tot hernieuwbare energie aan 2,5 miljoen mensen verschaffen. Nederland geeft in het bijzonder aandacht aan hernieuwbare energieoplossingen in sub-Sahara Afrika en werkt samen met ngo’s, bedrijven, ontwikkelingsbanken en overheden om de investeringen in hernieuwbare energie te verhogen (huishoudelijke zonne-energiesystemen, biogas, schone houtkachels). Nederland zorgt ervoor dat vooral vrouwen en meisjes hiervan profiteren.

Vrouwenrechten en gendergelijkheid

Gelijkheid tussen mannen en vrouwen is nog nergens ter wereld bereikt. Op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg is de kloof tussen mannen en vrouwen de laatste decennia kleiner geworden, maar over het algemeen is de vooruitgang langzaam. Nog steeds heeft één op de drie vrouwen in de hele wereld gedurende haar leven te maken met geweld. Dit komt meestal van de partner, maar ook op de werkvloer of in de publieke ruimte. In sommige landen, vooral waar conflicten woeden, loopt dat aantal op tot twee op de drie vrouwen en meisjes. Ook als het gaat om politieke participatie en economische zeggenschap is er wereldwijd sprake van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Om deze status quo te doorbreken moeten er betere randvoorwaarden voor vrouwenrechten en gendergelijkheid komen.

Nederland richt zich op het versterken van maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor vrouwenrechten en op het bevorderen van vrouwelijk leiderschap. Deze organisaties en individuele vrouwenrechtenverdedigers spelen een cruciale rol bij het aanjagen, agenderen en monitoren van vrouwenrechten en gendergelijkheid. In 2018 wordt gestreefd naar het versterken van 200 maatschappelijke organisaties die werkzaam zijn op het gebied van gendergelijkheid. Via deze weg beoogt Nederland dat vervolgens 200 publieke instanties en bedrijven in ontwikkelingslanden actie ondernemen voor verbetering van vrouwenrechten en gendergelijkheid. Daarnaast zet Nederland in op internationale genderdiplomatie, zowel bilateraal als in de multilaterale fora, en op betere integratie van gender in het gehele buitenlandbeleid en in de programma’s die hieraan uitvoering geven. Op deze manier wil Nederland wereldwijd bijdragen aan versterking van vrouwenrechten en gendergelijkheid.

Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten

Op veel plaatsen in de wereld hebben mensen amper of geen toegang tot informatie en middelen waarmee zij kunnen beschikken over hun eigen seksuele gezondheid en vruchtbaarheid. Als mensen niet in staat zijn om eigen keuzes te maken, vermindert dat hun mogelijkheid economisch zelfstandig te worden en een redelijk bestaan op te bouwen. Landen waar grote delen van de bevolking geen toegang hebben tot informatie en voorbehoedsmiddelen, missen kansen om een evenwichtige en duurzame economische groei te bevorderen zonder dat deze wordt tenietgedaan door hoge bevolkingsgroei.

De Nederlandse inspanningen op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) hebben tot doel mensen de kans te geven keuzes te maken. En overheden aan te zetten mensen daartoe in staat te stellen, als onderdeel van een op duurzame groei gericht beleid.

Kerndoelstelling van de beweging She Decides, die in januari 2017 door Nederland op gang is gebracht, is om meer vrouwen en meisjes wereldwijd de mogelijkheid te bieden zelf te bepalen wanneer, met wie en hoe veel kinderen zij krijgen. De beweging groeit en wordt steeds diverser. Steeds meer landen en organisaties sluiten zich aan. Ook in 2018 zal Nederland zich inspannen om met deze beweging effectief de toegang tot gezinsplanning en veilige abortus mogelijk te maken.

Nederland werkt samen met VN-instellingen, internationale non-gouvernementele organisaties, nationale overheden, plaatselijke organisaties en belangenverenigingen om barrières weg te nemen voor toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en een effectief HIV/AIDS beleid. Voor een optimaal resultaat combineert Nederland vaak financiële steun met gerichte politieke en diplomatieke inzet. De allianties van non-gouvernementele organisaties die werken op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten waarmee Nederland samenwerkt, rapporteren jaarlijks of barrières zijn afgenomen en in welke mate de samenwerking met Nederland daaraan heeft bijgedragen. Dit vormt één van de resultaatindicatoren. In 2018 streeft Nederland ernaar om 4 miljoen extra vrouwen en meisjes toegang te geven tot moderne anticonceptie. Speciale aandacht gaat uit naar toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid voor mensen die afhankelijk zijn van humanitaire interventies.

In juli 2018 vindt de tweejaarlijkse internationale aidsconferentie plaats, dit keer in Amsterdam. Stevige inzet is urgenter dan ooit om de HIV/AIDS epidemie wereldwijd onder controle te krijgen en ook Europa moet daarin zijn rol spelen. Nederland grijpt als gastland de conferentie aan om een aantal zaken hoger op de internationale agenda te krijgen. Daarbij gaat het om grotere focus op preventie, de noodzaak van een op rechten gebaseerde, inclusieve aanpak en intensivering van de inspanningen in Oost-Europa en Centraal Azië en in Zuidelijk Afrika, waar het aantal nieuwe infecties nog teveel toeneemt.

Versterkt maatschappelijk middenveld

De ruimte voor maatschappelijke organisaties om hun werk uit te voeren neemt af. Mensenrechtenverdedigers en journalisten worden vervolgd en organisaties die opkomen voor vrouwenrechten of vrijheid van meningsuiting worden monddood gemaakt. Zij mogen bijvoorbeeld geen bankrekening openen of buitenlandse financiering ontvangen. Maatschappelijke organisaties zijn belangrijk om duurzame en inclusieve ontwikkeling te bereiken. In fragiele situaties bereiken ze mensen die door overheden aan hun lot worden overgelaten. Ze pleiten voor gelijke rechten voor vrouwen, jongeren en gediscrimineerde groepen. Ze roepen hun overheden ter verantwoording voor het nakomen van hun sociaal, economisch en milieubeleid. Door het versterken van de capaciteit van ten minste 1.000 organisaties als streefwaarde in 2018 bevordert Nederland lokale sociale verandering. Hiermee ondersteunt Nederland het openhouden van de democratische ruimte voor maatschappelijke organisaties en hun onafhankelijke waakhondfunctie.

Versterkte kaders voor ontwikkeling en inclusieve groei door versterkte multilaterale betrokkenheid

Nederland investeert in VN-organisaties die resultaten behalen op voor Nederland prioritaire gebieden, zoals seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, water, voedselzekerheid, veiligheid en rechtsorde en humanitaire hulp. Door de gerichte inzet van Nederlandse kennis, expertise en financiële middelen kan Nederland invloed uitoefenen op het functioneren van VN-organisaties en daarmee veel voor de eigen beleidsagenda bereiken.

Nederland steunt het voornemen van de nieuwe secretaris-generaal van de Verenigde Naties om het VN-ontwikkelingssysteem te hervormen. Nederland pleit daarbij voor meer focus op de armste en meest kwetsbare mensen en landen, betere onderlinge samenwerking tussen VN-organisaties op landenniveau, meer partnerschappen met de private sector en maatschappelijke organisaties en een samenhangende aanpak van vrede, veiligheid en ontwikkeling in landen die te maken hebben met instabiliteit en conflicten.

De Wereldbank en de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en hun fondsen voor zachte leningen en schenkingen zijn vanwege hun omvang en hefboomwerking belangrijke bronnen voor financiering van de SDGs en uitvoering van het klimaatakkoord in ontwikkelingslanden. Nederland stuurt in zijn betrekkingen met de banken in het bijzonder aan op een goede samenwerking tussen de ontwikkelingsbanken en de VN, en meer aandacht voor conflictpreventie. Binnen deze ontwikkelingsbanken zet Nederland met succes in op een sterke focus op groene en inclusieve groei met speciale aandacht voor de armste en fragiele staten.

Private sector ontwikkeling

Inclusieve economische groei is een middel om armoede de wereld uit te bannen. Handel en investeringen zijn cruciaal voor inclusieve economische groei. Het is van groot belang dat de groei ook ten goede komt aan de minst bedeelden en andere achtergestelde groepen, vooral jongeren en vrouwen. Nederland werkt samen met andere landen, internationale organisaties, de private sector en het maatschappelijk middenveld om groei duurzaam en inclusief te maken. Enerzijds investeert Nederland in het ondernemingsklimaat en de private sector van lage- en middeninkomenslanden en anderzijds betrekt Nederland de (Nederlandse) private sector bij het oplossen van maatschappelijke uitdagingen, zoals het tegengaan van klimaatverandering. Deze aanpak creëert werkgelegenheid, zowel hier als in ontwikkelingslanden, zorgt voor uitbreiding van de productiecapaciteit en toegang tot kennis en technologie. Via het verbeteren en versterken van mondiale waardeketens zet Nederland in op verduurzaming van handel en productie en op goede arbeidsomstandigheden. Met programma’s voor regionale handelsbevordering in Oost- en West-Afrika ondersteunt Nederland kleinschalige en vrouwelijke handelaren en verbetering van de efficiëntie op handelsroutes, zoals het versimpelen van grensprocedures.

De private sector is de motor voor economische groei in ontwikkelingslanden: negen van de tien banen daar ontstaan in de private sector. Ondernemers uit lage- en middeninkomenslanden moeten de mogelijkheid hebben toe te treden tot de lokale, regionale en internationale markten. Hiervoor zijn naast marktkennis, ondernemersvaardigheden, productverbetering en infrastructuur ook investeringen en toegang tot financiering nodig. In 2018 worden naar verwachting 3.000 investerings- en handelsplannen van bedrijven in lage- en middeninkomenslanden ondersteund (streefwaarde, zie Tabel indicatoren en streefwaarden). Deze ondernemers zijn hard nodig om het groeiende probleem van jeugdwerkloosheid in ontwikkelingslanden aan te pakken. Jaarlijks treden er meer jongeren toe tot de arbeidsmarkt dan dat er nieuwe banen bijkomen. Daarom blijft Nederland zich in 2018 inspannen voor ondernemerschap en werkgelegenheid in landen waar te weinig economisch perspectief is voor jongeren. Hiermee worden ook grondoorzaken van irreguliere migratie en instabiliteit bestreden. Het kabinet wil in 2018 tenminste 220.000 banen creëren of behouden met programma’s voor bedrijfsontwikkeling.

Nederland kan betere resultaten boeken als nationaal en internationaal beleid coherent zijn. Dat wil zeggen dat het beleid op het gebied van bijvoorbeeld handel en belastingen de hulpinspanningen versterkt. Een goed voorbeeld is de inzet van het kabinet om met ontwikkelingslanden akkoorden te bereiken over opname van antimisbruikbepalingen in belastingverdragen. Daarnaast biedt Nederland ontwikkelingslanden technische assistentie. Deze is bedoeld om de nationale en lokale belastingdiensten te versterken, zodat zij een effectief belastingstelsel kunnen neerzetten en meer inkomsten genereren. Dit zorgt voor een meer betrouwbare overheid die meer te besteden heeft in de ontwikkeling van het eigen land.

Tabel: Indicatoren en streefwaarden

Thema

Resultaatgebied

Indicator

Streefwaarde 2018

Streefwaarde 2020

SDG

Private sector ontwikkeling (PSD)

Artikel 1

Bedrijfsontwikkeling

Aantal banen ondersteund door PSD-programma’s (direct jobs supported naar internationaal geharmoniseerde definitie)

220.000

180.000

SDG 8 Inclusieve en duurzame groei

   

Aantal bedrijven (Nederlandse en lokale ondernemingen) met een ondersteund plan voor investering, handel of dienstverlening

3.000

2.500

 

Voedsel-zekerheid

Artikel 2

Uitbannen van de huidige honger en ondervoeding

Aantal mensen met verbeterde inname van voedsel

18 miljoen

20 miljoen

SDG 2

Einde maken aan honger

 

Stimuleren van duurzame en inclusieve groei van de landbouwsector

Aantal boeren met toegenomen productiviteit en inkomen

4 miljoen

5,5 miljoen

 

Creëren van ecologisch duurzame voedselsystemen

Aantal hectare landbouwgrond dat eco-efficiënter wordt gebruikt

3 miljoen

5 miljoen

 

Water

Artikel 2

Drinkwater, sanitaire voorzieningen en hygiëne

Het aantal mensen met toegang tot een verbeterde waterbron

2,3 miljoen

8 miljoen, cumulatief

(30 miljoen, cumulatief in 2030)

SDG 6 Toegang tot een duurzaam beheer van water

   

Het aantal mensen met toegang tot verbeterde sanitaire voorzieningen en voorlichting over hygiënische leefomstandigheden

1,6 miljoen

12 miljoen, cumulatief

(50 miljoen, cumulatief in 2030)

 

Verbeterd stroomgebied beheer en veilige delta’s

Het aantal mensen dat voordeel ondervindt van verbeterd stroomgebied beheer en veiligere delta’s

3 miljoen

20 miljoen, cumulatief

 

Klimaat

Artikel 2

Hernieuwbare energie

Aantal mensen met toegang tot hernieuwbare energie

2,5 miljoen, cumulatief

11,5 miljoen, cumulatief

(50 miljoen, cumulatief in 2030)

SDG 7 Toegang tot duurzame en moderne energie

Vrouwenrechten en gendergelijkheid

Artikel 3

Verbeterde randvoorwaarden voor vrouwenrechten en gender gelijkheid

Aantal aantoonbare bijdragen door publieke instanties en bedrijven aan betere randvoorwaarden voor vrouwenrechten en gendergelijkheid (outcome)

200

500

SDG 5 Sekse-gelijkheid en zelf-ontplooiing van vrouwen

 

Versterkte capaciteit van maatschappelijke organisaties

Aantal maatschappelijke organisaties met versterkte capaciteit voor de bevordering van vrouwenrechten en gendergelijkheid (output)

200, cumulatief

350, cumulatief

 

Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) en HIV

Artikel 3

Toegang tot family planning

Aantal vrouwen en meisjes dat toegang heeft tot moderne anticonceptie in 69 FamilyPlanning2020 focuslanden

4 miljoen extra vrouwen en meisjes, cumulatief

6 miljoen extra vrouwen en meisjes, cumulatief

(ten opzichte van het basisjaar 2012)

SDG 3 Goede gezondheid en welzijn

SDG 5 Sekse-gelijkheid en zelf-ontplooiing van vrouwen

 

Rechten

Tevredenheid van de SRGR partners over de mate waarin barrières in SRGR voor gediscrimineerde en kwetsbare groepen zijn afgenomen in hun focuslanden

Niet van toepassing

Tevredenheid (minimale score 4 op 1–5 schaal) in 80% van de focus landen

 

Veiligheid & Rechtsorde

Artikel 4

Rechtstaat ontwikkeling

Aantal mensen (man/vrouw) dat toegang heeft tot rechtspraak via een juridische instelling (formeel of informeel), om zo hun grondrechten te beschermen, strafbare feiten te laten berechten en geschillen te beslechten

In 6 fragiele of post-conflict landen, 50.000 bereikt, waarvan minstens de helft vrouwen, cumulatief

In 6 fragiele of post-conflict landen 200.000, waarvan minstens de helft vrouwen, cumulatief

SDG 16 Vreedzame en inclusieve samenleving

 

Menselijke Veiligheid

Aantal m2 land dat is ontmijnd

7 miljoen

24 miljoen

 

Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Nederland geeft prioriteit aan het verduurzamen van mondiale waardeketens en Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO). Bedrijven die een beroep doen op de Nederlandse overheid worden geacht goede ambassadeurs van IMVO in het buitenland te zijn en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen na te leven, waarin de UN Guiding Principles on Business and Human Rights zijn opgenomen. IMVO is de weg om risico’s in mondiale waardeketens te verminderen en deuren te openen naar moeilijke markten waar opdrachtgevers kiezen voor een betrouwbare partij. Daarnaast ondersteunt Nederland bedrijven om in lage en middeninkomenslanden duurzaam te ondernemen en met innovatieve oplossingen een impuls te geven aan inclusieve groei; groei die rekening houdt met people, planet,profit en prosperity. Afspraken over verantwoordelijkheden van bedrijven aan het eind van de keten worden gecombineerd met interventies in de productielanden zelf. In 2018 blijft Nederland zich samen met bedrijven en internationale en maatschappelijke organisaties richten op de verduurzaming van waardeketens van verschillende sectoren. Daarbij is speciale aandacht voor leefbaar loon, tegengaan van kinderarbeid, bestrijding van geweld tegen vrouwen en duurzamer watermanagement. Nederland streeft naar sterkere economische instituties, zoals vakbonden, arbeidsinspecties en werkgeversorganisaties. Via het Vakbondsmedefinancieringsprogramma wordt onder meer gewerkt aan jeugdwerkgelegenheid en een beter klimaat voor sociale dialoog om problemen in productielanden bespreekbaar te maken.

Nederland is uniek in de wereld met de convenantenaanpak: Nederlandse bedrijven hebben in samenwerking met maatschappelijke organisaties, vakbonden en overheden sociale- en milieurisico’s in mondiale waardeketens in kaart gebracht en er worden vergaande afspraken per sector gemaakt om misstanden in de keten terug te dringen en werk- en leefomstandigheden te verbeteren. De convenanten zijn sectorbreed; niet alleen de grote bedrijven maar ook het midden- en kleinbedrijf neemt zo gezamenlijk zijn verantwoordelijkheid. In 2018 worden er convenanten binnen de pensioensector, de technologische industrie, duurzame energiesector en de scheepvaartsector afgerond. De uitvoering van de afgeronde IMVO-convenanten1 is belegd bij de SER, MVO Nederland en Stichting Bewust met Hout. Om de convenanten effectiever te maken, moeten ze aan vergelijkbare initiatieven in andere landen worden gekoppeld. Andere EU-landen bekijken de Nederlandse aanpak met interesse. Nederland pleit er binnen Europa dan ook voor dat de Europese Commissie in 2018 Europese multi-stakeholder initiatieven op het gebied van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen ondersteunt en uitvoert.

Nederland is tot medio 2018 voorzitter van het Initiative of the Voluntary Principles on Security and Human Rights. Dit initiatief richt zich op de extractieve sector (mijnbouw, olie- en gaswinning) en er zijn ruim dertig bedrijven, tien overheden en tien NGO’s bij betrokken. Als voorzitter heeft Nederland tot doel de transparantie en communicatie van het Initiatief en de individuele leden te vergroten, een toename van het aantal actoren dat de Voluntary Principles implementeert te realiseren, multistakeholder implementatie in gastlanden te stimuleren en noodzakelijke institutionele vernieuwingen door te voeren.

Handelspolitiek, handels- en investeringsverdragen

De afgelopen jaren is het draagvlak voor globalisering en internationale handel afgenomen en neemt de roep om protectionisme toe. De groei van de wereldhandel heeft gezorgd voor een sterke toename in welvaart en vermindering van armoede in de wereld. Tegelijkertijd zorgen globalisering en technologische ontwikkeling voor aanpassingsprocessen in de nationale economie en op de arbeidsmarkt en profiteert niet iedereen in gelijke mate van de stijgende welvaart.

Protectionisme is geen oplossing hiervoor. We moeten ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen profiteren van globalisering en dat negatieve effecten ondervangen worden. Openheid en inclusiviteit gaan samen en wat we willen is protectie zonder protectionisme. Dat vraagt om transparante internationale onderhandelingen die leiden tot handels- en investeringsverdragen die duurzaamheid en inclusiviteit zoveel mogelijk promoten, in ontwikkelende en in ontwikkelde landen. Nieuwe handelsverdragen moeten meer bijdragen aan recent overeengekomen hogere werelddoelen zoals de Sustainable Development Goals en het klimaatakkoord van Parijs. Langs deze principes zet Nederland in op een vernieuwing, een «reset», van de vrijhandel zowel in Nederland als in de Europese Unie.

Ook zijn er informelere kanalen via welke Nederland actief is om dialoog en kennisuitwisseling te organiseren tussen landen en stakeholders over een toekomstbestendige inrichting van de internationale markt. Bij de Ministeriële Conferentie van de OESO 2017 heeft Nederland het «Network for Open Economies and Inclusive Societies» gelanceerd waar zich al 19 landen bij hebben aangesloten. Doel is om met deze gelijkgestemde landen het debat over de bijdrage van handel en investeringen aan duurzaamheid en inclusiviteit een stap verder te brengen. Ook zet Nederland in op blijvende betrokkenheid bij de G20 Trade and Investment Working Group en handelsministersbijeenkomsten vanwege de belangrijke agenderende rol van de G20 in de aanloop naar onder andere de WTO-bijeenkomsten.

De economie van vandaag vraagt om internationaal gezaghebbende afspraken over digitale handel, internationaal dienstenverkeer en grensoverschrijdende investeringen. Deze vormen van internationale verwevenheid hebben inmiddels een grote impact op de economie, op de mogelijkheden van bedrijven en op de bescherming van consumenten. Nederland maakt zich er hard voor dat deze thema’s bespreekbaar worden, ook al is dat nu soms nog niet haalbaar binnen het multilaterale bestel. Hierbij nemen we de belangen van de minst ontwikkelde landen en de allerarmsten in ogenschouw. In WTO-verband wordt er hopelijk in 2018 een akkoord bereikt over de Environmental Goods Agreement (EGA). Ook de onderhandelingen over het Trade in Services Agreement (TiSA) kunnen in 2018 tot een akkoord leiden. Mocht er op korte termijn op het multilaterale niveau weinig tot geen voortgang worden geboekt op het onderwerp e-commerce (onderdeel van digitale handel) dan pleit het kabinet voor de start van een plurilaterale onderhandeling hierover met de gelijkgestemde landen.

De Wereldhandelsorganisatie (WTO) vormt de spil in het multilaterale handelssysteem. Een sterke rol voor de WTO is zeker in dit huidige protectionistische klimaat onontbeerlijk. Een goed resultaat van de aankomende ministeriële conferentie van de WTO (van december 2017) is daarom van groot belang, evenals een effectievere samenwerking binnen de WTO met alle belanghebbenden.

Nederland ondersteunt het streven van de EU om door te gaan met onderhandelingen over bilaterale handels- en investeringsakkoorden met handelspartners. Komend jaar worden naar verwachting de onderhandelingen tussen de EU en Mexico over modernisering van het bestaande akkoord en de onderhandelingen van de EU met Mercosur over een nieuw handels- en investeringsakkoord afgerond. Daarnaast zullen de onderhandelingen van de EU met onder andere Indonesië, Australië en Nieuw-Zeeland over nieuwe bilaterale handels- en investeringsakkoorden worden voortgezet en het akkoord met Japan naar verwachting in 2017 worden afgesloten.

Het is van belang dat het Nederlandse bedrijfsleven ook daadwerkelijk de vruchten plukt van bestaande handelsakkoorden. Uit analyses van internationale organisaties blijkt dat bedrijven niet altijd gebruik maken van de afspraken die er zijn over internationale handel. Wellicht zijn Nederlandse bedrijven onvoldoende bekend met de akkoorden of worden de afspraken uit het handelsakkoord door het partnerland onvoldoende uitgevoerd waardoor handelsbarrières intact blijven. Het kabinet laat hier onderzoek naar doen en is een dialoog met het bedrijfsleven gestart.

De terugtrekking van het VK uit de EU treft Nederland als buurland, als grote handels- en investeringspartner en als «mainport» tot het continent economisch relatief zwaar. Op Ierland na is de Nederlandse economie binnen de EU het meest verweven met de Britse economie. De onderhandelingen over het uittreden van het VK uit de EU verlopen in twee fasen. Eerst wordt onderhandeld over zaken als de rechten van EU-burgers in het VK en de financiële afwikkeling van aangegane verplichtingen. Als op deze terreinen voldoende voorgang geboekt is wordt er onderhandeld over de toekomstige handelsrelatie tussen het VK en de EU. Het kabinet zal de belangen van de Nederlandse burgers en bedrijven behartigen in deze onderhandelingen. Met sectoren die nadelige gevolgen voorzien wordt gesproken over hoe het kabinet voor hun belangen kan opkomen en hoe bedrijven zich kunnen voorbereiden. Behalve nadelen biedt de Brexit op onderdelen ook kansen. Zo is er een toenemende interesse van internationale bedrijven om activiteiten naar Nederland te verplaatsen of zich in Nederland te vestigen. Het kabinet ondersteunt bedrijven en sectoren die extra kansen zien voor Nederland en heeft extra mensen in de VS, in Londen en in Den Haag aangesteld om buitenlandse investeringen aan te trekken.

Succes voor Nederlandse bedrijven in het buitenland

Nederland verdient een derde van zijn totale inkomen (bbp) met export. Dit zorgt voor eveneens een derde van de werkgelegenheid: 2,2 miljoen voltijdbanen. In Nederland gevestigde buitenlandse bedrijven zijn goed voor 1,3 miljoen voltijdbanen. Als 17e economie ter wereld is Nederland de 5e exporteur van goederen in de wereld en de 6e exporteur van diensten. De export- en concurrentiepositie van Nederland is sterk. Om die sterke positie vast te houden en te verbeteren werkt het kabinet aan effectieve economische dienstverlening, toegang tot financiering voor bedrijven, toegang tot nabije en groeimarkten en intensievere publiek-private samenwerking.

In 2016 en 2017 zijn veranderingen in gang gezet om de dienstverlening aan Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen te verbeteren en de toegang tot financiering voor internationale (mkb-)ondernemers te vergroten, zoals het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) en een flexibelere inzet van ambtelijke capaciteit in Nederland en daarbuiten. Een belangrijk nieuw doel is om met Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen meer bij te dragen aan oplossingen voor maatschappelijke opgaven, zoals de internationale klimaat- en ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals). Er is bijvoorbeeld vraag in de wereld naar de kennis en kunde die is opgebouwd in de strijd tegen het water en in het realiseren van duurzame voedselproductie, in de energiesector en op onderwerpen zoals cybersecurity. Deze vraag en het Nederlandse aanbod vinden elkaar echter niet vanzelf, bijvoorbeeld doordat Nederlandse bedrijven nog niet actief zijn in de lage- en middeninkomenslanden of omdat er in nieuwe samenwerkingsverbanden moet worden gewerkt. De overheid helpt door partijen bij elkaar te brengen en deuren te openen in het buitenland. Als er een breder publiek belang gediend wordt kan de overheid de business case met dienstverlening of financiering versterken waar marktpartijen dit niet zelf kunnen. Actieve ondersteuning en maatwerk van het postennetwerk is hierin van toenemend belang.

De publiek-private Werkplaats wordt opgericht als vast forum voor afstemming van de export-, investerings- en innovatiebevorderende activiteiten van de overheid en het bedrijfsleven. Vanuit de Werkplaats kunnen projecten gericht op specifieke landen, sectoren en maatschappelijke uitdagingen in publiek-private consortia opgepakt worden. Zeker om toegang te krijgen tot groeimarkten is dit een vruchtbare manier van werken. Ook kan er vanuit de Werkplaats meer gedaan worden met contacten en kansen die voortvloeien uit handelsmissies.

De Nederlandse economie is gebaat bij inkomende investeringen van buitenlandse bedrijven die bijdragen aan het ecosysteem van bedrijven, aan innovatie en aan de werkgelegenheid. De strategische acquisitie van buitenlandse bedrijven voor de Nederlandse economie, uitgevoerd door het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA), is er op gericht om die investeringen naar Nederland te halen die het meest bijdragen aan het verdienvermogen van Nederland.

Start-ups en scale-ups zijn van belang voor innovatie en productiviteitsgroei in de Nederlandse economie. Dit kabinet zet zich in lijn met de Kamerbrief StartupDelta 2020 en het StartupDelta Actieplan in voor een Nederlands startup ecosysteem dat bijdraagt aan een duurzame en innovatieve wereld. We zetten Nederland internationaal neer als sterke start-up hub en ondersteunen start-ups en scale-ups die de stap naar het buitenland gaan maken. Dit doen we onder andere door Nederlandse aanwezigheid te faciliteren op minimaal vijf internationale startupbeurzen, en door bootcamps en startupmissies te organiseren. Daarbij ondersteunt Nederland het startup-ecosysteem in het buitenland, in het bijzonder in ontwikkelende landen.

In 2018 gaat het kabinet verder met de inrichting van investeringsinstelling Invest-NL2. Ondernemers kunnen straks via één loket bij Invest-NL terecht voor risicokapitaal, garanties, exportkredietverzekeringen en internationale financieringsprogramma’s gericht op ontwikkelde en op ontwikkelende markten. Invest-NL gaat zowel projecten ontwikkelen als financieren. Zo kunnen we ervoor zorgen dat veelbelovende projecten die nog niet goed genoeg zijn uitgewerkt, van de grond komen.

BELANGRIJKSTE BELEIDSMATIGE MUTATIES TEN OPZICHTE VAN VORIG JAAR

Hieronder treft u een toelichting aan op de belangrijkste mutaties vanaf 2018 en verder ten opzichte van de memorie van toelichting 2017. De mutaties voor 2017 zijn eerder dit jaar toegelicht in de eerste suppletoire begroting 2017.

Bedragen x EUR 1 000

2017

2018

2019

2020

2021

           

Stand ontwerpbegroting 2017

2.246.057

2.064.518

2.052.061

2.059.110

2.323.001

           

1 Duurzame handel en investeringen

20.576

15.249

23.714

16.591

11.700

2 Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

1.507

– 1.775

– 3.575

– 3.575

– 9.575

3 Sociale vooruitgang

– 10.376

– 96

870

1.806

11.806

4 Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

245.368

174

     

5 Versterkte kaders voor ontwikkeling

328.333

388.233

338.892

425.916

382.885

           

Stand ontwerpbegroting 2018

2.831.465

2.466.303

2.411.692

2.499.848

2.719.817

Toelichting mutaties:

Artikel 1

Bij eerste suppletoire begroting 2017 werd het budget voor 2018 verhoogd met EUR 16,2 miljoen. Een belangrijk onderdeel hiervan was het sub-artikel «Versterkte Nederlandse handels- en investeringspositie en economische naamsbekendheid», waarop het budget met EUR 13,9 miljoen werd verhoogd, waarvan EUR 9,2 miljoen in verband met de versterking van de concurrentiepositie van Nederland in het buitenland. Tevens heeft voor Invest-NL een overheveling plaatsgevonden van EUR 5 miljoen vanuit dit artikel naar de begroting van Economische Zaken, en is vanuit de HGIS-begroting EUR 0,5 miljoen aan dit artikel toegevoegd voor de Wereldtentoonstelling 2020 in Dubai.

Tot slot wordt invulling gegeven aan de motie Van Laar en Voordewind (Kamerstuk 34 550, nr. 26), die het kabinet verzoekt EUR 10 miljoen per jaar te besteden aan een fonds om organisaties en bedrijven te helpen kinderarbeid te bestrijden. In dit kader wordt het budget voor het Fonds Bestrijding Kinderarbeid vanaf 2018 gecontinueerd door de toevoeging van EUR 7 miljoen per jaar.

Artikel 2

Geen mutaties

Artikel 3

Artikel 2 wordt verlaagd ten behoeve van de invulling van de motie Van Laar en Voordewind (Kamerstuk 34 550, nr. 26) voor de bestrijding van kinderarbeid.

Artikel 4

Geen mutaties

Artikel 5

Bij de eerste suppletoire begroting 2017 is het budget op dit artikel voor 2018 verhoogd. Deze verhoging is een gevolg van hogere verwachte BNI-groei en inzet van de eindejaarsmarge uit 2016.

Daarnaast wordt artikel 5 verhoogd met EUR 78,6 miljoen. Dit is het saldo van een verhoogde asieltoerekening voor 2018 als gevolg van een hogere asielinstroom, en een verlaging van het ODA-tekort in 2018 door middel van kasschuiven.

In eerdere jaren zijn op het ODA-budget middelen uit latere jaren naar voren gehaald door middel van kasschuiven, waardoor het niveau van uitgaven in het laatste jaar incidenteel is verlaagd. Deze incidentele verlagingen zijn per abuis in afwijking van de gebruikelijke systematiek, structureel doorgetrokken in de extrapolatie. Het ODA-budget wordt hiervoor technisch gecorrigeerd vanaf 2020.

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven in 2018

In onderstaand overzicht wordt per subartikel aangegeven welk deel van de geraamde uitgaven juridisch en niet-juridisch verplicht is en wat in grote lijnen de bestemming is van de niet-juridisch verplichte uitgaven. In de toelichting op de beleidsartikelen (hoofdstuk 3, onderdeel D2) wordt nader ingegaan op de juridisch verplichte uitgaven.

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemmingen x EUR 1.000

Subartikelnummer

naam sub artikel

Geraamde uitgaven

juridisch verplichte uitgaven

niet-juridisch verplichte uitgaven

bestemming van de niet juridisch verplichte uitgaven

1.1

Versterkt internationaal handelssysteem

19,1

7,3

(78%)

11,8

(22%)

Opdrachten en subsidies/bijdrage t.b.v. beleidsondersteuning en -ontwikkeling

1.2

Versterkte Nederlandse handels- en investeringspositie

84,0

84,0

(100%)

0

 

1.3

Versterkte private sector

292,2

292,2

(100%)

0

 

1.4

DGGF

113,5

113,5

(100%)

0

 

2.1

Toename van voedselzekerheid

337,3

304,4

(90%)

33,9

(10%)

– Uitbannen van honger en ondervoeding,

– Bevorderen van inclusieve en duurzame groei in de agrarische sector,

– realiseren van ecologische houdbare voedselsystemen,

– versterking van kennis en capaciteitsopbouw t.b.v. voedselzekerheid

2.2

Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitaire voorzieningen

199,3

179,3

(90%)

20

(10%)

– Efficiënt watergebruik, verbeterd stroomgebiedbeheer en veilige delta’s

– Verbeterde toegang tot drinkwater en sanitaire voorzieningen

2.3

Duurzaam gebruik hulpbronnen, tegengaan klimaatverandering

129,9

129,9

(100%)

0

 

3.1

Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan HIV/AIDS

417,8

362,8

(87%)

55

(13%)

Bedrag aan niet-juridisch verplichte uitgaven is bestemd voor algemene vrijwillige bijdrage UNFPA (35 miljoen) en AVB UNAIDS (20 miljoen). De verplichtingen worden begin 2018 aangegaan.

3.2

Gelijke rechten en kansen voor vrouwen

52,5

46,5

(89%)

6

(11%)

Bedrag aan niet-juridisch verplichte uitgaven is bestemd voor AVB UNWOMEN (4 miljoen) en bijdrage aan UN Women Trustfund for Elimination of Violence against Women (2 miljoen). De verplichtingen worden begin 2018 aangegaan.

3.3

Versterkt maatschappelijk middenveld

219,3

219,3

(100%)

0

 

3.4

Onderwijs

35,3

35,3

(100%)

0

 

4.1

Humanitaire hulp

205,2

10

(5%)

195

(95%)

Begin 2018 worden de Algemene Vrijwillige Bijdragen aan UNHRC, WFP, UNRWA, CERF, UNOCHA, ICR. Naar verwachting zal daarmee in lijn met voorgaande jaren circa 80% van het budget vast worden gelegd.

4.3

Rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en tegengaan van corruptie

191,8

147

(77%)

45

(23%)

De vrije ruimte besteed aan activiteiten die bijdragen aan veiligheid, stabiliteit en rechtsorde en de implementatie van SDG 16. Aanvullend worden programma’s met accent op de ring van instabiliteit geïntensiveerd.

5.1

Versterkte multilaterale betrokkenheid

131

85

(64,3%)

46

(35,6%)

De Algemeen Vrijwillige Bijdragen voor UNDP en UNICEF worden eind 2017 vastgesteld.

5.2

Overig armoedebeleid; activiteiten posten en cultuur en ontwikkeling

12,9

6,5

(50%)

6,4

(50%)

Kleine activiteiten van de posten op gebied van sport en OS; cultuur en ontwikkeling en sport en ontwikkeling.

5.2

Overig armoedebeleid; voorlichting OS

0,85

0,85

(100%)

0

 

5.2

Overig armoedebeleid; schuldverlichting, Unesco

56,9

56,9

(100%)

0

5.3

Migratie en ontwikkeling

9

6,2

(69%)

2,8

(31%)

– Betreft m.n. reserveringen voor voortzetting steun voor vrijwillige terugkeer vanuit NL (cf. afspraak met V&J), verplichte cofinanciering voor EU bijdragen die NL in komende jaren ontvangt van de Europese Commissie als uitvoerder van RDPP in Hoorn van Afrika en voortzetting strategisch partnerschap met IOM voor datacollectie en terugkeerondersteuning

Totaal

 

2.508,8

2.086,8

(83%)

422

(17%)

 

NB: in verband met het specifieke karakter van artikelonderdeel 5.4 (Nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNI en/of toerekeningen) komen de totalen van deze tabel niet overeen met het totaal van de BHOS begroting.

Planning beleidsdoorlichtingen1De begroting van BZ is in 2013 opgesplitst in de begroting van BZ (Hfst. 5) en BHOS (Hfst. 17). Er zijn toen nieuwe beleidsartikelen en beleidsdoelstellingen geformuleerd. Beleidsdoorlichtingen van voor dat jaar zijn in deze tabel met terugwerkende kracht over de nieuwe beleidsdoelstellingen verdeeld.2Bij BZ en BHOS is het wel de wens om beleidsdoorlichtingen van één beleidsartikel uit te voeren maar inhoudelijk is dat nog niet mogelijk gebleken. Beleidsdoorlichtingen vinden plaats op één niveau lager namelijk van de beleidsdoelstellingen. Waar mogelijk worden combinaties gemaakt. Voor artikel 1 en 4 is dit nu wel voorzien. Voor artikel 2 en 3 is het planningsproces nog niet afgerond. Hierdoor lijkt de dekking niet volledig. Dit zal volgend jaar weer volledig zijn.

Art

Naam

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Geheel

   

realisatie

planning

artikel?

1

Duurzame handel en investeringen

       

   

Ja

1.1

Versterkt internationaal handelssysteem, met aandacht voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen34
               

1.2

Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie en economische naamsbekendheid 

               

1.3

Versterkte private sector en een verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden

               

1.4

Dutch Good Growth Fund5
       

     

2

Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

             

Nee

2.1

Toename van voedselzekerheid

 

           

2.2

Verbeterd waterbeheer, drinkwater en sanitaire voorzieningen

 

           

2.3

Duurzaam gebruik natuurlijke hulpbronnen, tegengaan van klimaatverandering en vergrote weerbaarheid van de bevolking tegen onafwendbare klimaatverandering

               

3

Sociale vooruitgang

             

Nee

3.1

Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan de verspreiding van HIV/AIDS

 

     

   

3.2

Gelijke rechten en kansen voor vrouwen

               

3.3

Versterkt maatschappelijk middenveld

 

           

3.4

Toename van het aantal goed opgeleide professionals, versterking van hoger- en beroepsonderwijsinstellingen en het bevorderen van beleidsrelevant onderzoek6
               

4

Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

         

 

Ja

4.1

Humanitaire hulp

               

4.2

Budget Internationale Veiligheid; voorkomen en terugdringen van conflictsituaties7
 

           

4.3

Rechtstaatontwikkeling, wederopbouw, vredesopbouw, versterkte legitimiteit van democratische structuren en tegengaan van corruptie8
               

5

Versterkte kaders voor ontwikkeling

             

Nee

5.1

Versterkte multilaterale betrokkenheid

 

           

5.2

Overig armoedebeleid9
               

5.3

Bijdrage aan migratie en ontwikkeling

               

Noot 3: Deze beleidsdoelstellingen zijn toegevoegd n.a.v. de toevoeging van de DGBEB aan BZ.

Noot 4: Deze beleidsdoorlichting wordt vervangen door een effectevaluatie en wordt onderdeel van de beleidsdoorlichting voor het hele artikel 1.

Noot 5: Dit is een nieuwe beleidsdoelstelling van dit kabinet.

Noot 6: Deze beleidsdoelstelling is doorgelicht in 2011 en geen prioriteit van dit kabinet.

Noot 7: Deze beleidsdoelstelling gaat naar het Ministerie van Defensie.

Noot 8: De laatste twee beleidsdoorlichtingen waren in 2013. Die van Goed Bestuur is stopgezet. Onderdelen zijn al elders meegenomen of worden elders ondergebracht. Goed Bestuur is geen prioriteit van dit kabinet.

Noot 9: De laatste beleidsdoorlichtingen was in 2012. Voor de volgende is het planningsproces nog niet afgerond.

Overzicht risicoregelingen

Overzicht verstrekte garantie (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties in 2016

Geraamd te verlenen in 2017

Geraamd te vervallen in 2017

Uitstaande garanties in 2017

Geraamd te verlenen in 2018

Geraamd te vervallen in 2018

Uitstaande garanties in 2018

Garantie-plafond (jaarlijks)

Totaal plafond

Artikel 1

FOM

73.785

 

3.882

69.903

0

0

69.903

69.903

Duurzame Handel en Investeringen

DTIF

 

20.000

20.000

24.000

0

44.000

140.000

DRIVE

 

55.000

55.000

55.000

0

110.000

55.000

DGGF

35.711

50.000

85.711

50.000

0

135.711

675.000

Artikel 5

IS-NIO

166.605

18.942

147.663

0

16.766

130.897

130.897

Versterkte kaders voor ontwikkeling

IS-Raad van Europa

176.743

176.743

0

0

176.743

176.743

Asian Development Bank

1.303.306

1.303.306

0

0

1.303.306

1.303.306

Inter American Development Bank

293.076

293.076

0

0

293.076

293.076

African Development Bank

668.304

983

669.287

0

0

669.287

669.287

 

Totaal

2.717.530

125.983

22.824

2.820.689

129.000

16.766

2.932.923

55.000

3.458.212

Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitgaven 2016

Ontvangsten 2016

Stand risico voorziening 2016

Saldo 2016

Uitgaven 2017

Ontvangsten 2017

Stand risico voorziening 20171

Saldo 2017

Uitgaven 2018

Ontvangsten 2018

Stand risico voorziening 2018

Saldo 2018

Artikel 1

FOM

17

366

50.200

349

1.400

744

49.544

– 656

0

0

49.544

0

Duurzame Handel en Investeringen

DTIF

0

0

5.000

0

6.500

1.000

5.000

– 5.500

7.000

2.300

5.000

– 4.700

DRIVE

0

0

12.500

0

0

0

12.500

0

0

0

12.500

0

DGGF

1.473

1.031

51.075

– 442

5.000

500

46.575

– 4.500

5.000

500

42.075

– 4.500

Artikel 5

IS-NIO

132

0

nvt

– 132

10

0

nvt

– 10

0

0

nvt

0

Versterkte kaders voor ontwikkeling

                         
 

Totaal

1.622

1.397

118.775

– 225

12.910

2.244

113.619

– 10.666

12.000

2.800

109.119

– 9.200

Noot 1: De stand risicovoorziening 2017 en 2018 geeft de stand weer waarbij het saldo van schade-uitgaven en premie-ontvangsten is verrekend met de stand van de risico-voorziening in 2016. De overige stortingen die in de risicovoorziening worden gedaan (bijvoorbeeld voor de verstrekte garanties en om de voorziening op niveau te houden) zijn hierin nog niet verwerkt. De stand van de risicovoorzieningen zal eind 2017 en 2018 dus afwijkingen van het hier opgenomen bedrag. Indien een bodembedrag is afgesproken voor een risicovoorziening (zoals het geval is voor DTIF en DRIVE) kan het bedrag van de risicovoorziening niet lager zijn dan het bodembedrag.

Toelichting op overzicht risicoregelingen

DGGF

Het DGGF bestaat uit drie onderdelen:

  • •  Onderdeel 1 voorziet in het financieren van Nederlands midden- en kleinbedrijf dat ontwikkelingsrelevante investeringen wil doen in lage- en middeninkomenslanden.
  • •  Onderdeel 2 financiert het lokaal midden- en kleinbedrijf in lage- en middeninkomenslanden.
  • •  Onderdeel 3 voorziet in het financieren en verzekeren van het Nederlandse midden- en kleinbedrijf dat wil exporteren naar lage- en middeninkomenslanden.

Binnen alle drie de onderdelen van het DGGF is het mogelijk om garanties te verstrekken, waarvoor kostendekkende premies worden betaald. Voor onderdeel 2 dat uitgevoerd wordt door PwC en Triple Jump houdt de fondsbeheerder zelf een reserve aan ter grootte van de verstrekte garanties, waardoor het begrotingsrisico voor BHOS nihil is. Daarom wordt hieronder alleen ingegaan op onderdeel 1 en 3 van het DGGF.

Om een buffer op te kunnen bouwen en de schommelingen in de tijd op te kunnen vangen wordt voor onderdeel 1 en 3 van het DGGF gebruik gemaakt van het instrument «interne begrotingsreserve». De reserve wordt gevuld vanuit de middelen die voor de onderdelen 1 en 3 van het DGGF beschikbaar zijn voor garanties. De uiteindelijke hoogte van de begrotingsreserve is gerelateerd aan de hoogte van de garantieplafonds die voor de onderdelen 1 en 3 per onderdeel van het DGGF zijn vastgesteld, respectievelijk 1:2 en 1:3. Het garantieplafond voor de onderdelen 1 en 3 is vastgesteld op EUR 675 miljoen.

Onderdeel 1 (uitvoerder RVO.nl)

Als een commerciële partij (vaak een bank) bereid is mee te financieren zal er worden getracht een garantie in te zetten als instrument. Met dit instrument zal de overheid borg staan voor een percentage van de financiering die een bank, lokaal dan wel Nederlands, geeft. De Nederlandse staat neemt een deel van de risico’s over, waardoor een bank eerder geneigd zal zijn financiering te verschaffen. Ook is het mogelijk dat de overheid borg staat voor een gedeelte van de financiering in het geval van een tekort aan onderpand van de Nederlandse MKB’er.

De inzet van het DGGF is om in het geval van lokale banken samen te werken met zogenaamde netwerkbanken, zijnde banken met een uitgebreid netwerk en/of vele vestigingen in DGGF-landen.

Onderdeel 3 (uitvoerder Atradius)

De aanvullende EKV, die bij onderdeel 3 van het DGGF wordt verstrekt, werkt hetzelfde als de reguliere EKV. De politieke en commerciële risico’s van exporttransacties worden verzekerd. Er kan aanspraak worden gemaakt op de polis als één van de gedekte schadeoorzaken leidt tot non-betaling van de vordering. De waaier van specifieke verzekeringen (bijvoorbeeld, exporteurs- en bankpolis, werkkapitaaldekking en garantiedekkingen etc.) die bij de EKV worden gevoerd, kunnen ook onder onderdeel 3 van het DGGF worden verzekerd. Met onderdeel 3 van het DGGF wordt een aanvulling geboden op de mogelijkheden onder de reguliere EKV voor ontwikkelingsrelevante exporttransacties. De noodzaak is er in gelegen dat een aantal exporttransacties nu geen doorgang vindt, terwijl die wel ontwikkelingsrelevant zijn. Daarnaast biedt onderdeel 3 van het DGGF financiering voor kleine transacties (tot EUR 5 miljoen) waarvoor geen bankfinanciering verkregen kan worden. In die gevallen wordt de financiering ook verzekerd.

FOM

De Faciliteit Opkomende Markten (FOM) is medio 2016 opgegaan in het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF). De komende jaren betreffen daarom louter het beheer en afbouw van de bestaande portefeuille. De middelen die de komende jaren vrijvallen worden toegevoegd aan het DTIF.

DTIF

Het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) is een garantieregeling. Het DTIF verstrekt financieringen (garanties, leningen, wissels) voor directe investeringen en export van Nederlandse bedrijven, indien banken en andere financiële instellingen deze financiering niet bieden, en er wordt voldaan aan de criteria die gelden voor publieke interventie. Het DTIF is non-ODA en is beschikbaar voor landen die niet worden bediend door het DGGF. Hierdoor verbetert de synergie tussen de handels- en OS-agenda. Ten behoeve van het DTIF worden de bestaande (garantie)regelingen FOM en Finance for Internationale Business (FIB) afgebouwd. In de periode 2016–2021 bedraagt het totale budget EUR 102 miljoen. Het garantieplafond is vastgesteld op EUR 140 miljoen. Er wordt een kostendekkende premie geheven en de regeling wordt uiterlijk in 2021 geëvalueerd. Ter afdekking van de risico’s en ter compensatie van de schommelingen in de tijd tussen (premie)inkomsten en uitgaven (ten behoeve van schades), is een begrotingsreserve ingesteld. Deze begrotingsreserve wordt gevuld op basis van de hefboom 1:4. Tevens is bij de start van DTIF besloten tot een minimale omvang van de begrotingsreserve van EUR 5 miljoen ter dekking van het extra financiële risico dat de Staat kan gaan lopen door het verstrekken van garanties en verzekeringen.

DRIVE

Met DRIVE faciliteert het Ministerie van Buitenlandse Zaken investeringen in publieke infrastructuurprojecten die bijdragen aan een goed ondernemingsklimaat en de ontwikkeling van de private sector in lage- en middeninkomenslanden. DRIVE doet dit middels het verstrekken van subsidies met of zonder terugbetalingsverplichting (lening of a fonds perdu) aan het bedrijfsleven. Daarnaast kunnen ook garanties worden verstrekt en is er aanvullende EKV beschikbaar.

Het garantieplafond voor DRIVE is vastgesteld op EUR 55 miljoen per jaar. Dat wil zeggen dat RvO in de eerste vijf jaar voor maximaal EUR 275 miljoen aan garanties kan afgeven. Daarnaast kan Atradius bij deze transacties het kredietrisico van de commerciële tranches verzekeren.

Ter afdekking van de risico’s en ter compensatie van de mismatch in de tijd tussen (premie)inkomsten en uitgaven (ten behoeve van schades), is afgesproken een interne begrotingsreserve aan te houden volgens de hefboom 1:4. Tevens is bij de start van DRIVE besloten tot een minimale omvang van de begrotingsreserve van EUR 12,5 miljoen ter dekking van het extra financiële risico dat de Staat kan gaan lopen door het verstrekken van garanties en verzekeringen.

NIO

De NIO is in 1965 opgericht met als doel leningen te verstrekken aan ontwikkelingslanden onder gunstige voorwaarden zodat deze landen, die destijds geen toegang hadden tot de reguliere kapitaalmarkt, in staat werden gesteld ontwikkelingsrelevante investeringen te doen. Deze leningen hadden een lange looptijd en een lage rente. Na 2001 zijn geen nieuwe concessionele leningen door NIO verstrekt. NIO bleef vanaf dat moment verantwoordelijk voor het beheer van de afgesloten leningen. De Staat staat garant voor de financiering van NIO. De Staat heeft zich jegens NIO verplicht om middelen ter beschikking te stellen in het geval NIO niet zelfstandig in staat is om (her)financiering aan te trekken op de kapitaalmarkt voor reeds verstrekte leningen wegens incidentele krapte. Tevens heeft de Staat zich verplicht om de NIO te compenseren in geval debiteuren in gebreke blijven, voor zover dat ertoe zou leiden dat de NIO zelf niet is om aan zijn verplichtingen kan voldoen. Premieheffing is niet van toepassing en de komende jaren zijn gericht op de afbouw van de portefeuille.

De aandelen NIO zijn in 2000 overgenomen door FMO.

Raad van Europa

De garanties voor de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa zijn vastgesteld in EUR en laten geen verandering zien. De Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa is in 1956 opgericht met het doel om de Raad van Europa eigen financiële middelen te geven om via het Europees Ontwikkelings Fonds (EOF) zelfstandig activiteiten te kunnen uitvoeren. De bank verstrekt leningen voor uitvoering van projecten aan overheden en andere instanties op de volgende drie gebieden: hulp aan vluchtelingen en migranten, milieubescherming en ontwikkeling van menselijk potentieel. Het vermogen van de bank is opgebouwd uit donaties van de veertig lidstaten en de aandeelhouders. Per ultimo december 2014 bedraagt het totale aandelenkapitaal ruim EUR 5,4 mld, het Nederlands aandeel hiervan bedraagt 3,633%. Het garantiekapitaal betreft het niet volgestorte gedeelte van het Nederlandse aandeel. Premieheffing is niet van toepassing.

Regionale Ontwikkelingsbanken

  • 1. 

    IDB:

    De IDB-Groep garanties voor de Inter-American Development Bank (IDB) zijn in USD vastgesteld. De IDB-Groep bestaat uit de Inter-AmericanInvestment Corporation (IIC), het Multilateral Investment Fund (MIF) en het Fund for Special Operations (FSO). Sinds 1976 zijn ook 28 «niet-regionale landen» buiten het westelijk halfrond lid, waaronder het Koninkrijk der Nederlanden. De Bank wordt gefinancierd op basis van het aandelenkapitaal, waarvan lidstaten een deel inleggen en een deel in de vorm van garanties verstrekken. Op basis van het aandelenkapitaal verstrekt de IDB leningen aan de nationale overheden en aan particuliere bedrijven in de regionale landen. Omdat de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking zich minder dan voorheen richt op Latijns-Amerika heeft Nederland niet meegedaan met de laatste IDB kapitaalverhogingen waardoor het Nederlandse aandeel is afgenomen van 0,338% naar 0,239%. Premieheffing is niet van toepassing.

  • 2. 

    AfDB:

    De garanties voor de Afrikaanse Ontwikkelingsbank Groep zijn in SDR vastgesteld. In 2017 zijn 83 extra aandelen aangeschaft waarvan 5 als deelnemingen worden betaald en 78 als garanties. De nominale waarde van een aandeel bedraagt SDR 10.000.

    Inmiddels kent de Afrikaanse Ontwikkelingsbank 77 lidstaten: 54 regionale en 26 niet-regionale leden. De Bank verstrekt niet-concessionele leningen aan kredietwaardige Afrikaanse landen. De bank heeft aandelenkapitaal waarvan 6% daadwerkelijk ingelegd (paid-in capital), de andere 94% garantiekapitaal (callable capital). De AfDB richt zich op een specifiek terrein (armoedebestrijding, inclusieve groei, duurzame ontwikkeling) dat onvoldoende wordt gedekt door commerciële banken. Nederland heeft een aandeel van 0,87% in de Bank. Op basis van het garantiekapitaal is de AfDB in staat goedkoop geld aan te trekken op kapitaalmarkten en dit door te lenen aan landen voor ontwikkelingsdoeleinden. Premieheffing is niet van toepassing.

  • 3. 

    AsDB:

    De garanties voor de Aziatische Ontwikkelingsbank (AsDB) zijn in SDR vastgesteld. De AsDB werd in 1966 opgericht door een groep van 31 landen, waaronder Nederland. De AsDB heeft als mandaat het bevorderen van economische groei en regionale samenwerking in Azië en de Stille Oceaan regio. Sinds 1999 is de overkoepelende doelstelling van de bank armoedebestrijding. De AsDB heeft een aandelenkapitaal van USD 147 miljard (2015). Van dit kapitaal wordt 5% daadwerkelijk ingelegd (paid-in capital), de andere 95% van het geldt als garantiekapitaal (callable capital). De totale waarde van het Nederlands aandeel bij de bank bedraagt USD 1,51 miljard, het aandeel garantiekapitaal hierin bedraagt USD 1,43 miljard gegarandeerd. Dit aandeel garantiekapitaal wordt door lidstaten vastgesteld tijdens afspraken over kapitaalverhogingen. De Board (raad van bewindvoerders) bestaat uit 12 leden. Nederland zit in een kiesgroep met Canada, Denemarken, Finland, Ierland, Noorwegen en Zweden. De bewindvoerder van deze kiesgroep is altijd een Canadees. Premieheffing is niet van toepassing.

Noot 1: Er zijn convenanten gesloten met de kleding- en textielsector, bancaire sector, plantaardige eiwitten, houtsector en goudsector. De verzekeringssector, voedingsmiddelensector, sierteeltsector, natuursteensector, land- en tuinbouwsector, toerismesector en de metaalsector werken aan de totstandkoming van een convenant.

Noot 2: Kamerstuk 28 165, nr. 266 dd 10 februari 2017.