Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3.1 Artikel 1 Belastingen

A. Algemene doelstelling

Het genereren van inkomsten voor de financiering van overheidsbeleid. Solide, eenvoudige en fraudebestendige fiscale wet- en regelgeving is hiervoor de basis. Doeltreffende en doelmatige uitvoering van die wet- en regelgeving dragen bij aan de bereidheid van burgers en bedrijven om hun wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst na te komen (compliance).

Onder «compliance» verstaat de Belastingdienst dat burgers en bedrijven bereid zijn hun wettelijke fiscale verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst na te komen. De term «bereidheid» geeft aan dat de Belastingdienst ernaar streeft dat belastingplichtigen uit zichzelf fiscale regels naleven, zonder (dwingende en kostbare) acties van de kant van de Belastingdienst. Als burgers en bedrijven hun wettelijke verplichtingen nakomen, dan komt belastinggeld de staatskas binnen zoals de wetgever beoogt en worden overheidsgelden niet onterecht uitbetaald.

Meetbare gegevens

De algemene doelstelling komt voor de fiscale verplichtingen tot uiting in de volgende meetbare gegevens.

Prestatie-indicatoren Algemene doelstelling (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Waarde 2015

Waarde 2016

Streefwaarde 2017

Streefwaarde 2018

Bedrijven

       

Percentage aangiften omzetbelasting tijdig ontvangen

95,3%

94,9%

>95%

>95%

Percentage aangiften loonheffingen tijdig ontvangen

99,2%

99,2%

>99%

>99%

Juist en volledig doen van aangifte: structureel terugdringen van het nalevingstekort MKB1

6,0%

5,2%

<6%

<6%

Burgers

       
Juist en volledig doen van aangifte: structureel terugdringen van het nalevingstekort Particulieren2

1,1%

1,0%

<1,1%

<1,1%

Bedrijven en burgers

       

Percentage aangiften inkomensheffingen en vennootschapsbelasting tijdig ontvangen

94,5%

94,5%

n.v.t.3

>94%

Tijdige betaling van belastingen en premies

98,4%

98,4%

>98%

>98%

Oninbare belastingen en premies

0,6%

0,3%

<0,6%

<0,6%

Noot 1: Zowel voor MKB als particulieren betreft het nalevingstekort een netto cijfer: saldo van correcties ten nadele van de belastingplichtige en correcties in het voordeel van de belastingplichtige.

Noot 2: Zie voetnoot hierboven.

Noot 3: N.v.t. betekent dat in het gegeven jaar de (streefwaarde van de) prestatie-indicator niet of anders is gemeten en/of gerapporteerd in de begroting, waardoor vergelijking over de jaren niet mogelijk is.

Toelichting

  • • 

    Percentage aangiften omzetbelasting (OB), loonheffingen (LH), inkomensheffingen (IH) en vennootschapsbelasting (Vpb) tijdig ontvangen

    Deze indicatoren weerspiegelen of het beleid van de Belastingdienst succesvol is om belastingplichtigen, meer aan de voorkant van het proces, te bewegen tijdig een juiste en volledige aangifte in te dienen. Het aantal ambtshalve opgelegde aanslagen en verzuimboetes wordt hierdoor verminderd, evenals het aantal bezwaarschriften daartegen15.
  • • 

    Juist en volledig doen van aangifte: structureel terugdringen van het nalevingtekort

    Voor het structureel terugdringen van het nalevingtekort16 wordt ingezet op het zoveel mogelijk vooraf borgen van de volledigheid en juistheid van de aangiften door maatregelen als de vooringevulde aangifte (VIA), klantbehandeling in de actualiteit bij grote ondernemingen en het afsluiten van convenanten met fiscale dienstverleners waarmee de kwaliteit van aangiften van ondernemers wordt geborgd. Daarnaast blijft de Belastingdienst toezicht achteraf, na indienen van de aangifte, uitvoeren. Met steekproefsgewijze controles wordt periodiek het niveau van naleving vastgesteld voor de segmenten «Particulieren» en «MKB». De steekproefsgewijze controles verschaffen inzichten in de houding en het fiscaal relevante gedrag van belastingplichtigen en in bestaande nalevingstekorten. De uitvoering van de steekproef MKB-ondernemingen 2017 is eenmalig verdeeld over twee jaren (2017 en 2018).
  • • 

    Tijdige betaling van belastingen en premies

    Deze indicator meet het deel van de geïnde belastingen en premies dat de belastingplichtigen tijdig, voor de vervaldatum, volledig betalen aan de Belastingdienst. Hiertoe wordt ook het voldoen van een vordering na een betalingsherinnering of als onderdeel van een betalingsregeling gerekend. Deze indicator geeft aan voor welk deel van de ontvangsten de Belastingdienst geen intensieve invorderingsmaatregelen hoeft toe te passen. Voor 2018 is de doelstelling om boven de 98% uit te komen.

  • • 

    Oninbare belastingen en premies

    Niet alle vorderingen worden geheel ingevorderd. Dit kan verschillende oorzaken hebben: faillissementen, wettelijke schuldsanering, overlijden of omdat de vordering niet te verhalen is. Andere oorzaken van oninbaar lijden zijn fraudeposten en aanslagen voor criminele posten. De ervaring leert dat deze vorderingen zeer lastig zijn te innen. Het nog opeisbare deel van de vorderingen wordt actief gevolgd voor het geval zich alsnog inkomstenbronnen aandienen (dynamisch monitoren).

B. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een regisserende rol op het terrein van de fiscaliteit. Daarbij gaat het om:

  • •  het te voeren fiscale beleid;
  • •  het opstellen van fiscale wet- en regelgeving;
  • •  het internationaal behartigen van de Nederlandse fiscale belangen.

De Minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een uitvoerende rol op het terrein van:

  • •  de heffing en inning van de rijksbelastingen en douanerechten;
  • •  de heffing en inning van de premies werknemers- en volksverzekeringen;
  • •  de heffing en inning van de inkomensafhankelijke bijdragen Zorgverzekeringswet;
  • •  de heffing en inning voor derden van een aantal belastingen, heffingen en overige vorderingen;
  • •  de vaststelling en de uitbetaling van toeslagen;
  • •  de controle op niet-fiscale aspecten, zoals veiligheid, gezondheid en milieu, bij invoer, doorvoer en uitvoer van goederen;
  • •  handhavingstaken op het gebied van de economische ordening en financiële integriteit.

Op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) voert de Belastingdienst de heffing en inning van de rijksbelastingen uit. Op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) voert de Belastingdienst/Toeslagen de toeslagregelingen uit voor de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Op grond van de Algemene douanewet, Europese verordeningen en het Douanewetboek van de Unie (DWU) voert de Douane de controle op fiscale en niet-fiscale aspecten uit. Op grond van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten voert de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) de handhavingstaken uit op het gebied van de economische ordening en financiële integriteit.

De Minister bevordert, door inzet van de Belastingdienst, naleving van wet- en regelgeving door passende dienstverlening te leveren, massale processen juist en tijdig uit te voeren, adequaat toezicht uit te oefenen en waar nodig naleving bestuurs- of strafrechtelijk af te dwingen.

C. Beleidswijzigingen

Eventuele beleidswijzigingen in 2018 zijn afhankelijk van verdere vormgeving van de Investeringsagenda.

D1. Budgettaire gevolgen van beleid

De Belastingdienst is een grote uitvoeringsorganisatie vanwege het budget (€ 2,9 mld. in 2018) en het aantal medewerkers, en daarnaast is er veel politieke en maatschappelijke aandacht voor de werkzaamheden van de Belastingdienst. Via een eigen begrotingsartikel is het mogelijk inzicht te geven in de verschillende werkzaamheden, uitgaven en ontvangsten van de Belastingdienst.

Budgettaire gevolgen van beleid – Artikel 1 Belastingen (bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

                   

Verplichtingen

3.651.055

3.064.816

2.872.375

2.695.300

2.606.078

2.578.915

2.587.428

                   

Uitgaven (1) + (2)

3.323.566

3.147.816

2.886.061

2.704.445

2.606.078

2.584.073

2.591.079

                   
 

(1) Programma-uitgaven

136.211

151.036

151.824

98.866

86.866

86.867

86.867

 

waarvan juridisch verplicht

   

100%

       
                   
 

Rente

130.423

115.090

89.990

72.790

60.790

60.790

60.790

   

Belasting- en invorderingsrente

130.423

115.090

89.990

72.790

60.790

60.790

60.790

                   
 

Bekostiging

5.788

5.955

5.955

5.955

5.955

5.955

5.955

   

Proceskosten

4.089

4.161

4.161

4.161

4.161

4.161

4.161

   

Overige programma-uitgaven

1.699

1.794

1.794

1.794

1.794

1.794

1.794

                   
 

Bijdrage agentschappen

0

29.991

55.879

20.121

20.121

20.122

20.122

   

waarvan: programmakosten

0

29.991

55.879

20.121

20.121

20.122

20.122

                   
 

(2) Apparaatsuitgaven

3.187.355

2.996.780

2.734.237

2.605.579

2.519.212

2.497.206

2.504.212

                   
 

Personele uitgaven

2.464.980

2.372.700

2.084.550

1.962.550

1.892.814

1.879.577

1.879.085

   

waarvan: Eigen personeel

2.203.409

2.156.934

1.959.221

1.844.269

1.775.233

1.761.996

1.761.504

   

waarvan: Inhuur externen

261.571

215.766

125.329

118.281

117.581

117.581

117.581

                   
 

Materiële uitgaven

722.375

624.080

649.687

643.029

626.398

617.629

625.127

   

waarvan: ICT apparaat

224.413

197.562

223.527

216.448

215.945

216.327

216.327

   

waarvan: Bijdrage SSO's

216.934

181.027

130.943

132.265

132.318

131.884

132.364

   

waarvan: overig apparaat

281.028

245.491

295.217

294.316

278.135

269.418

276.436

                   

Ontvangsten (3) + (4)

121.876.136

134.355.919

136.740.112

146.025.892

154.896.669

162.090.824

169.526.160

                   
 

(3) Programma-ontvangsten

121.850.938

134.335.676

136.719.802

146.005.582

154.876.314

162.070.468

169.505.804

   

Waarvan:

             
   

Belastingontvangsten

121.044.798

133.542.023

135.917.249

145.184.829

154.068.161

161.264.315

168.699.651

                   
 

Rente

361.879

392.600

399.400

418.900

407.100

407.100

407.100

   

Belasting- en invorderingsrente

361.879

392.600

399.400

418.900

407.100

407.100

407.100

                   
 

Boetes en schikkingen

245.675

203.777

205.877

204.577

203.777

201.777

201.777

   

Ontvangsten boetes en schikkingen

245.675

203.777

205.877

204.577

203.777

201.777

201.777

                   
 

Bekostiging

198.586

197.276

197.276

197.276

197.276

197.276

197.276

   

Kosten vervolging

198.586

197.276

197.276

197.276

197.276

197.276

197.276

                   
 

(4) Apparaatsontvangsten

25.198

20.243

20.310

20.310

20.355

20.356

20.356

D2. Budgetflexibiliteit

Rente

Dit budget betreft de belasting- en invorderingsrente die wordt ontvangen van of vergoed aan belastingplichtigen. De rente-uitgaven komen voort uit de Awr en de Invorderingswet 1990 en zijn voor 100% juridisch verplicht. Er is geen einddatum voor deze regeling vastgesteld.

Bekostiging

De uitgaven onder bekostiging betreffen onder andere de proceskostenvergoeding aan belastingplichtigen indien hun bezwaar of beroep wordt gehonoreerd. De regeling ligt vast in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De uitgaven zijn 100% juridisch verplicht. Verder valt onder dit budget een bijdrage aan de Waarderingskamer die 100% juridisch verplicht is op basis van Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Er is geen einddatum voor deze regeling vastgesteld.

E. Toelichting op de instrumenten

Uitgaven en ontvangsten

Programmabudgetten

Rente

Dit budget betreft de belasting- en invorderingsrente die wordt ontvangen van of vergoed aan belastingplichtigen.

Bekostiging

Belastingplichtigen komen in aanmerking voor een proceskostenvergoeding, indien zij in het gelijk worden gesteld bij een bezwaar- of beroepsprocedure. De overige programma-uitgaven bestaan onder andere uit een bijdrage aan de Waarderingskamer en de Douaneraad. De ontvangsten hebben betrekking op kosten die worden doorberekend aan belastingschuldigen van invorderingsmaatregelen (aanmaning, dwangbevel, beslaglegging, etc.). Dit gebeurt op grond van de Kostenwet invordering rijksbelastingen.

Bijdrage agentschappen

Dit betreft de bijdrage aan Logius.

Boetes en schikkingen

Deze ontvangstenpost betreft de opbrengsten van bestuurlijke boetes en van fiscale strafbeschikkingen.

Belastingsontvangsten

De in de bovenstaande tabel opgenomen belastingontvangsten zijn netto-ontvangsten. De netto-ontvangsten zijn gelijk aan de totale belastingontvangsten minus de afdrachten aan het Gemeentefonds en het Provinciefonds op grond van de Financiële verhoudingswet, en minus de afdrachten aan het BTW-compensatiefonds en het BES-fonds.

In onderstaande tabel staat de aansluiting van de Miljoenennota 2018 met begrotingshoofdstuk IX. De Miljoenennota bevat een toelichting op de belastingontvangsten.

Aansluiting belastingontvangsten Miljoenennota 2018 met begroting IX (bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Totale belastingontvangsten

154.708.058

166.825.775

169.438.497

178.559.645

187.275.048

194.284.024

201.532.191

Afdracht Gemeentefonds

28.124.901

27.821.851

28.281.870

28.164.550

28.015.407

27.901.729

27.724.450

Afdracht Provinciefonds

2.493.503

2.410.097

2.187.740

2.166.927

2.148.141

2.074.840

2.064.840

Afdracht BTW-compensatiefonds

3.003.565

3.010.252

3.010.252

3.010.252

3.010.252

3.010.252

3.010.252

Afdracht BES-fonds

41.290

41.552

41.386

33.087

33.087

32.888

32.998

Belastingontvangsten IX

121.044.798

133.542.023

135.917.249

145.184.829

154.068.161

161.264.315

168.699.651

Apparaatsbudgetten

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven van de Belastingdienst betreffen personeel (ca. € 2,1 mld.) en materieel (ca. € 0,6 mld.). Het apparaatsbudget betreft de uitvoeringskosten voor het primaire proces binnen de Belastingdienst en de ondersteuning daarvan. Het primaire proces omvat de uitvoering en controle op de fiscale wet- en regelgeving, de douanewetgeving en -taken, en de toeslagregelingen.

Apparaatsontvangsten

De apparaatsontvangsten van € 20,3 mln. bestaan onder andere uit ontvangsten in verband met werkzaamheden die de Belastingdienst voor andere overheidsorganisaties uitvoert.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:

  • –  BTW Vrijstelling vakbonden, werkgeversorganisaties, politieke partijen, kerken
  • –  BTW Vrijstelling fondswerving
  • –  BTW Vrijstelling lijkbezorging
  • –  BTW Vrijstelling overig
  • –  Accijnzen overige regelingen

Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en een programmering van evaluaties voor toekomstige jaren wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».

Fiscale regelingen 2013–2018, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 mln.)1[–] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.
 

2016

2017

2018

Algemene heffingskorting

20.133

20.163

20.193

Alleenstaande ouderenkorting

518

510

482

Ouderenkorting

2.749

2.971

3.237

Giftenaftrek inkomstenbelasting

356

362

367

Middelingsregeling

86

86

86

Onderhoudsverplichtingen aftrek

336

336

336

Belaste ontvangen alimentatie

– 201

– 201

– 201

Vrijstelling rechten op bepaalde kapitaalsuitkeringen, waaronder KEW, box 3

978

979

971

Vrijstelling rechten op kapitaalsuitkering bij overlijden box 3

26

27

28

Heffingvrij vermogen box 3

1.588

1.160

1.051

Doorschuifregelingen inkomen uit aanmerkelijk belang box 2

100

102

104

Schenk- en erfbelasting Faciliteiten ANBI’s

207

211

215

Giftenaftrek vennootschapsbelasting

6

7

7

30%-regeling

850

901

955

Vrijstelling uitkering wegens 25- of 40-jarig dienstverband

117

121

124

EB Teruggaaf kerkgebouwen en non-profit2

25

24

23

EB Belastingvermindering per aansluiting

2.493

2.493

2.511

BTW Laag tarief voedingsmiddelen en water

7.744

8.069

8.408

BTW Laag tarief overig

1.797

1.877

1.957

BPM Teruggaaf diverse voertuigen3

15

16

16

MRB Vrijstelling diverse voertuigen4

25

25

25

MRB Vrijstelling motorrijtuigen ouder dan 40 jaar

51

58

65

MRB Overgangsregeling motorrijtuigen vanaf bouwjaar 1988

22

19

16

MRB Kwarttarieven

132

142

153

Noot 2: EB = Energiebelasting

Noot 3: BPM = Belasting van personenauto’s en motorrijwielen

Noot 4: MRB = Motorrijtuigenbelasting

F1. Fiscaal beleid en wetgeving

Genereren van inkomsten – fiscale wet- en regelgeving

Het genereren van inkomsten ten behoeve van uitgaven voor de rijksbelastingen, de sociale fondsen en de zorgverzekeringen door middel van het ontwikkelen van solide, eenvoudige en fraudebestendige fiscale wet- en regelgeving die ook in internationale context werkbaar is.

Het vereenvoudigen van het belastingstelsel blijft in 2018 een belangrijk speerpunt voor het Kabinet. In het pakket Belastingplan 2018 worden daarom diverse maatregelen voorgesteld die de belastingwetgeving begrijpelijker en beter uitvoerbaar maken. Denk hierbij onder meer aan het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (afschaffing van de landbouwregeling), dat voorziet in een vereenvoudiging van het belastingstelsel. Hierin wordt namelijk voorgesteld om de landbouwregeling in de btw met ingang van 1 januari 2018 af te schaffen. Tevens worden in het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen (OFM) verscheidene vereenvoudigingsmaatregelen voorgesteld, zoals vereenvoudiging van het derdenbeslag. Derdenbeslag houdt in dat, ingeval een belastingschuldige de belastingschuld niet betaalt, de Belastingdienst beslag kan leggen op onder andere diens loon, uitkering of banktegoeden. Met de wetswijziging wordt het voor de Belastingdienst mogelijk om in meer gevallen een eenvoudigere vorm van derdenbeslag te kunnen toepassen.

Daarnaast wordt in het wetsvoorstel OFM voorgesteld om de inkeerregeling af te schaffen. Deze maatregel zorgt ervoor dat inkeer geen omstandigheid meer wordt die aanleiding geeft tot het achterwege laten dan wel matigen van een vergrijpboete. Deze maatregel komt tegemoet aan de doelstelling van het kabinet om misbruik van belastingwetgeving tegen te gaan en draagt tevens bij aan vereenvoudiging. Verder voorziet het wetsvoorstel OFM in maatregelen die specifiek tot doel hebben om misbruik van belastingwetgeving tegen te gaan. Denk hierbij onder meer aan de anti-misbruikmaatregel die ziet op de uitbreiding van de toegang voor de Belastingdienst tot anti-witwasinlichtingen.

Het Kabinet heeft in de brief van 20 september 201618 een meerjarige internationale fiscale strategie uiteengezet, die er op neerkomt dat het kabinet blijft inzetten op én een proactieve aanpak van belastingontwijking én het aantrekkelijk houden van het fiscale vestigingsklimaat voor binnen- en buitenlandse investeerders. Het Kabinet zet de implementatie van maatregelen die voortvloeien uit het G20/OESO Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) project voort. Verdragsgerelateerde maatregelen uit dit project zijn opgenomen in het zogeheten Multilaterale instrument (MLI). Het MLI is door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) ontwikkeld en zorgt ervoor dat niet talloze bilaterale verdragen moeten worden heronderhandeld ten behoeve van implementatie van verdraggerelateerde maatregelen uit het BEPS project.

Daarnaast wordt de Nederlandse inzet aangaande de heronderhandeling van belastingverdragen met 23 ontwikkelingslanden op korte termijn afgerond. De heronderhandelingen zijn gericht op de implementatie van anti misbruikbepalingen in verdragen en worden gefaseerd uitgevoerd.

De BEPS maatregelen die zijn gericht op nationale wetgeving zijn onder andere verwerkt in de Anti Tax Avoidance Directive (ATAD1), een Europese richtlijn met verschillende maatregelen tegen belastingontwijking die in juni 2016 is aangenomen. De richtlijn gebiedt een minimumharmonisatie ter bescherming van de winstbelastinggrondslagen van de lidstaten van de Europese Unie. Deze richtlijn dient op 31 december 2018 in de nationale wetgeving te zijn geïmplementeerd. Inmiddels heeft een openbare internetconsultatie van het conceptwetsvoorstel voor de implementatie van ATAD1 plaatsgevonden. In de tweede helft van 2017 vindt nadere uitwerking van het conceptwetsvoorstel plaats naar aanleiding van de reacties uit de internetconsultatie alsmede naar aanleiding van te maken politieke keuzes. Het voornemen is om het wetsvoorstel begin 2018 aan de Tweede Kamer aan te bieden. Als uitbreiding op ATAD1 is in EU-verband overeenstemming bereikt over een richtlijn (ATAD2). In de richtlijn zijn maatregelen opgenomen om naast bepaalde mismatches binnen de EU (hetgeen reeds onderdeel was van ATAD1) ook mismatches buiten de EU te neutraliseren. Bovendien bestrijdt ATAD2 meer verschillende typen mismatches ten opzichte van ATAD1. Bij mismatches valt te denken aan situaties waarin het ene land bijvoorbeeld een aftrek van een rente- of royaltyvergoeding toestaat, terwijl deze vergoeding niet belast wordt in een ander land. Een mismatch kan ook inhouden dat er een dubbele aftrek is. ATAD2 zorgt er dan voor dat er geen aftrek wordt toegestaan zonder dat er heffing plaatsvindt en dat er geen dubbele aftrek wordt toegestaan. ATAD2 dient uiterlijk per 31 december 2019 te zijn geïmplementeerd. Er wordt beoogd om hiervoor in de eerste helft van 2018 een conceptwetsvoorstel voor internetconsultatie aan te bieden.

F2. Belastingdienst

Strategie Belastingdienst

De Belastingdienst beoogt met zijn strategie het gedrag van burgers en bedrijven zodanig te beïnvloeden dat zij structureel uit zichzelf (fiscale) regels naleven (compliance); dat wil zeggen zonder (dwingende en kostbare) acties van de kant van de Belastingdienst. Dit moet zorgen voor de borging van de continuïteit van belastingopbrengsten en de rechtmatige betaling van toeslagen. De Belastingdienst handelt conform de beginselen van behoorlijk bestuur en probeert waar mogelijk preventief en in de actualiteit te handelen in plaats van uitsluitend repressief.

Dit betekent dat de Belastingdienst, waar mogelijk in samenwerking met publieke en private partijen:

  • 1.  een omgeving creëert waarin het maken van fouten zoveel mogelijk wordt voorkomen en waarin de Belastingdienst barrières opwerpt om fraude zoveel mogelijk tegen te gaan;
  • 2.  het burgers en bedrijven gemakkelijk maakt om verschuldigde belasting(en) af te dragen, bijvoorbeeld door middel van de vooraf ingevulde aangifte en voorlichting, en om een juiste toeslagaanvraag te doen;
  • 3.  de mate en intensiteit van zijn handelen baseert op de relevante informatie over (oorzaken van) het gedrag van burgers en bedrijven. Daar waar de kwaliteit van de belastingaangifte of toeslagaanvraag vooraf is geborgd, kan de Belastingdienst volstaan met minder toezicht achteraf. Daar waar burgers en bedrijven regels bewust niet willen naleven of frauderen, dwingt de Belastingdienst naleving af.

De Belastingdienst heeft hierbij te maken met verschillende groepen burgers en bedrijven, met verschillende behoeften en verschillend gedrag bij het naleven van (fiscale) regels. De Belastingdienst deelt daarom het totale bestand van burgers en bedrijven op in groepen met samenhangende objectieve en subjectieve kenmerken (segmenten).

Jaarlijks vertaalt de Belastingdienst zijn strategie in een beleid per segment. Het beleid wordt uiteengezet in een aan de Kamer uit te brengen brief waarin de Belastingdienst inzicht geeft in de keuzes die hij maakt over de inzet van mensen en middelen voor de verschillende activiteiten. De aanleiding hiervoor is dat de huidige wijze van verantwoorden over de prestaties van de Belastingdienst – die hoofdzakelijk zijn gericht op het achteraf corrigeren van aangiften – eenzijdig is en niet voldoende aansluit bij de strategie van de Belastingdienst. De Belastingdienst zal daarbij – naast de bestaande prestatie-indicatoren die vooral op input en output zijn gericht en die inzicht geven in de doelmatigheid – zoveel mogelijk inzicht geven in de effecten van de uitgevoerde activiteiten op het gedrag van burgers en bedrijven (de doeltreffendheid). In 2018 wordt gestart met het segment Particulieren. Een volwaardige brief voor alle segmenten zal naar verwachting over een periode van 3 tot 5 jaar worden gerealiseerd.

Een deel van de capaciteit wordt ook ingezet op fraudebestrijding en externe overheidssamenwerking in Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI)-verband en Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC)-verband. Het fiscale belang kan hierbij ondergeschikt zijn aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de Belastingdienst, bijvoorbeeld bij het verstrekken van informatie aan gemeenten, politie en het Openbaar Ministerie ten behoeve van de integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit in RIEC-verband.

Burgers

De grote omvang en de mate van zelfredzaamheid zijn in hoge mate bepalend voor de aanpak van de groep burgers. De Belastingdienst richt zich op het (massaal) voorkomen van fouten en het verbeteren van de kwaliteit van de belastingaangifte en toeslagaanvraag door meer en proactieve interactie activiteiten en door het (massaal) vooraf invullen van gegevens bij belastingaangifte. Ook corrigeert de Belastingdienst belastingaangiften en toeslagaanvragen van burgers door gebruik te maken van gegevens van derde partijen. De Belastingdienst onderscheidt groepen burgers met samenhangende kenmerken. De uitkomsten van steekproefsgewijze controles, nadere analyse van de aangiften en toeslagaanvragen, het ontwikkelen en uitvoeren van evaluaties en effectmeting, vormen de basis voor het bepalen welke groepen of individuele burgers specifieke aandacht nodig hebben.

Bedrijven

De Belastingdienst onderscheidt groepen bedrijven met samenhangende objectieve en subjectieve kenmerken. Voorbeelden van objectieve kenmerken zijn: omvang (af te dragen belasting, kasstroom), complexiteit (eigendomsverhoudingen, rechtsvorm en besturing, relaties tussen bedrijven) en activiteiten (branchekenmerken, internationale gerichtheid). Voorbeelden van subjectieve kenmerken zijn: de mate van zelfredzaamheid en transparantie, de houding ten opzichte van belasting betalen (fiscale strategie) en de kwaliteit van de fiscale administratie.

Binnen de grote groep van bedrijven maakt de Belastingdienst het onderstaande onderscheid.

  • 1.  Er zijn veel kleine bedrijven (inclusief zelfstandigen zonder personeel). De massaliteit en de mate van zelfredzaamheid van deze bedrijven zijn de basis voor het handelen van de Belastingdienst. Het beleid richt zich op het voorkomen van fouten en het verhogen van de zelfredzaamheid door samenwerking met externe partijen, zoals fiscaal dienstverleners en leveranciers van boekhoudprogramma’s, en door proactieve interactie. Het wordt gekenmerkt door een meer procesmatige en informatiegestuurde aanpak. Deze bedrijven worden zoveel mogelijk digitaal ondersteund waarmee fouten in de aangifte worden voorkomen (compliance by design).
  • 2.  Grotere bedrijven hebben te maken met meer verschillende belastingen. Dit maakt dat de complexiteit toeneemt, zowel voor het bedrijf als voor de Belastingdienst. De Belastingdienst versterkt de kwaliteit van de fiscale aangiften van (groepen) bedrijven zoveel mogelijk vooraf. Dat doet hij door het afsluiten van convenanten met fiscaal dienstverleners en door het voeren van vooroverleg. Daarnaast stemt de Belastingdienst de intensiteit van zijn activiteiten af op de subjectieve kenmerken en het (fiscale) gedrag van bedrijven. Op basis van een omgevingsanalyse en met behulp van risicoselectiemodellen wordt de intensiteit van de behandeling van de aangiften en subjecten bepaald. Met deze werkwijze vindt de behandeling van veel bedrijven plaats op een indirectere manier dan uitsluitend door middel van een boekenonderzoek of een traditionele aangifteregeling. Tegelijkertijd vergroot de Belastingdienst de zekerheid over de volledigheid en juistheid van de aangiften.
  • 3.  De grootste bedrijven kenmerken zich door een grote complexiteit en zijn vaak in meerdere landen actief. Dit houdt ook in dat er voor deze internationaal werkende ondernemingen, conform EU- en OESO-afspraken, in een groot aantal gevallen uitwisseling van grensoverschrijdende rulings plaats moet vinden. De inschatting is dat deze ontwikkeling tot gevolg heeft dat het aantal informatievragen vanuit het buitenland sterk zal toenemen. Daar komt bij dat zij belangrijke gegevensleveranciers zijn voor de Belastingdienst zelf (voorinvullen van aangiften) en voor andere gebruikers. Op basis van deze belangen kiest de Belastingdienst bij deze bedrijven voor een behandeling die zich kenmerkt door regelmatig individueel contact met de leiding van ondernemingen en door hen ingeschakelde (fiscale) adviseurs en accountants. Onder andere door het individuele contact beïnvloedt de Belastingdienst het gedrag van de grootste bedrijven om bestaande problemen bespreekbaar te maken en mogelijk snel op te lossen. De Belastingdienst stemt de intensiteit van zijn behandeling af op de mate van transparantie, de kwaliteit van de fiscale administratie en de fiscale strategie van de onderneming.
Met het uitvoeren van zijn beleid streeft de Belastingdienst ernaar dat het «nalevingstekort», en daarmee het bedrag aan verschuldigde belasting dat niet binnenkomt («tax gap»19) en ten onrechte toegekende toeslagen, zo klein mogelijk is.

Dienstverlening

De Belastingdienst maakt het burgers en bedrijven zo gemakkelijk mogelijk om hun verplichtingen na te komen en hun rechten geldend te maken door passende dienstverlening te leveren.

Met passende dienstverlening zorgt de Belastingdienst ervoor dat belastingplichtigen en toeslaggerechtigden hun verplichtingen kunnen nakomen en hun rechten kunnen verwezenlijken. De door de Belastingdienst geboden dienstverlening is ingericht op diversiteit in de zelfredzaamheid van de burger. Deze dienstverlening wordt in belangrijke mate aangevuld door andere externe ondersteuningsmogelijkheden. De Belastingdienst stimuleert en ondersteunt organisaties en burgers die burgers helpen met het (digitaal) zaken doen met de overheid. De hulpvraag en het aanbod richten zich hierbij zowel op juridisch/fiscaal gebied als op het gebied van digitalisering of taal. De Belastingdienst streeft ernaar te voldoen aan de verwachtingen van burgers en bedrijven ten aanzien van snelle en klantgerichte dienstverlening. Hiervoor worden voortdurend nieuwe maatregelen en nieuwe digitale technologieën ingezet. Het effect hiervan wordt meetbaar gemaakt met de volgende prestatie-indicatoren.

Meetbare gegevens

Prestatie-indicatoren Dienstverlening (meetbare gegevens)
Prestatie-indicator 1

Waarde 2015

Waarde 2016

Streefwaarde 2017

Streefwaarde 2018

Afgehandelde bezwaren binnen Awb-termijn

87%

81%

90–95%

90–95%

Afgehandelde klachten binnen Awb-termijn

97%

98%

90–95%

90–95%

Klanttevredenheid

n.v.t.

n.v.t.

Minimaal 70% van de bellers, website- en baliebezoekers scoort een 3 of hoger op de gehanteerde 5-puntsschaal (neutraal tot zeer tevreden) en maximaal 10% van de bellers, website- en baliebezoekers

scoort een 1,5 of lager

Minimaal 70% van de bellers, website- en baliebezoekers scoort een 3 of hoger op de gehanteerde 5-puntsschaal (neutraal tot zeer tevreden) en maximaal 10% van de bellers, website- en baliebezoekers

scoort een 1,5 of lager

Zorgvuldig handelen van de Belastingdienst

14.586

13.105

Minder klachten over het handelen van de Belastingdienst dan vorig jaar

Minder klachten over het handelen van de Belastingdienst dan vorig jaar

Noot 1: Enkele streefwaarden van de Belastingdienst worden weergegeven in bandbreedtes. Hiermee geeft de Belastingdienst bij betreffende prestatie-indicator aan wat de onder- en de bovengrens is.

Toelichting

  • • 
    Afgehandelde bezwaren en klachten binnen Awb-termijn20

    Burgers en bedrijven die het niet eens zijn met een beslissing, kunnen daartegen bezwaar maken door een bezwaarschrift in te dienen bij de Belastingdienst. Burgers en bedrijven kunnen bij de Belastingdienst ook een klacht indienen over gedragingen van belastingdienstmedewerkers. Bezwaren en klachten worden Awb-conform behandeld.

  • • 
    Klanttevredenheid21

    De indicator klanttevredenheid is gebaseerd op het nieuwe klanttevredenheidsmodel van de Belastingdienst voor de dienstverleningskanalen telefoon, website en balie. Hiermee wordt direct na de dienstverlening de persoonlijke ervaring gemeten hoe de dienstverlening van de Belastingdienst wordt beleefd door burgers en bedrijven. Deze meting vindt plaats door burgers en bedrijven te bevragen op zowel aspecten die bijdragen aan de klanttevredenheid als op de ervaren klanttevredenheid zelf. Door te meten krijgt de Belastingdienst goed zicht op de variabelen die klanttevredenheid bepalen, waardoor betere sturing op en verantwoording over prestaties mogelijk is.

  • • 

    Zorgvuldig handelen van de Belastingdienst

    In contacten met burgers en bedrijven gaat de Belastingdienst uit van het vertrouwen dat zij hun verplichtingen na willen komen. Om compliance te bereiken is het cruciaal dat er vertrouwen is in de Belastingdienst. Dit is onder andere afhankelijk van de rechtvaardigheid die burgers en bedrijven ervaren in het optreden van de Belastingdienst. In zijn optreden handelt de Belastingdienst volgens de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en is hij zorgvuldig, geloofwaardig en transparant. Dit betekent dat hij kritisch is op zijn eigen functioneren en open over gemaakte fouten. Hierbij streeft de Belastingdienst ernaar om het aantal klachten jaar op jaar te verminderen.

Af te handelen belvolume (aantal telefoontjes)

De BelastingTelefoon verwacht in 2018 10,5 tot 11,5 mln. telefoontjes per jaar te moeten afhandelen. De daling ten opzichte van voorgaande hangt samen met het toenemend gebruik van digitale kanalen, waar de burger naartoe wordt geleid. Ingezet wordt op het ondersteunen van burgers en bedrijven in het uitoefenen van hun rechten en het naleven van hun plichten op het gebied van toeslagen en belastingen door het proactief bellen (de zogenaamde outbound calls). Outbound calls zijn er op gericht meer maatwerk te leveren maar ook om burgers en bedrijven proactief te ondersteunen. In 2016 zijn hiertoe een aantal pilots uitgevoerd. De ervaringen laten zien dat dit op prijs wordt gesteld. Daarnaast kan door outbound bellen de inzet van dure toezicht- en invorderingsinstrumenten worden voorkomen.

Toezicht

De Belastingdienst voert adequaat toezicht uit en dwingt waar nodig naleving bestuurs- of strafrechtelijk af om er voor te zorgen dat de verschuldigde belastingen bestendig de staatskas binnenkomen en de toeslagen rechtmatig worden uitbetaald.

Belastingen

De strategie van de Belastingdienst leidt tot een gedifferentieerde aanpak van bedrijven waarin de Belastingdienst een mix aan activiteiten uitvoert. Onderstaande prestatie-indicatoren hebben betrekking op verschillende aspecten van die aanpak.

Meetbare gegevens

Prestatie-indicatoren Toezicht Belastingen (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Waarde 2015

Waarde 2016

Streefwaarde 2017

Streefwaarde

2018

Percentage grote ondernemingen waarvan de klantbehandeling in de actualiteit beoordeeld is1

n.v.t.

81%

85%

85%

Percentage kasontvangsten van MKB-ondernemingen onder een fiscaal dienstverlenersconvenant2

n.v.t.

5,7%

7,5–8%

6–8%

Bruto correctie opbrengsten aangiftenbehandeling IH (betreft Particulieren en MKB)3

€ 2,2 mld.

€ 1,5 mld.

€ 1,8 mld.

€ 1,6 mld.

Bruto correctie opbrengsten aangiftenbehandeling Vpb MKB

€ 1,9 mld.

€ 1,6 mld.

€ 1,5 mld.

€ 1,4 mld.

Bruto correctie opbrengsten boekenonderzoeken MKB

€ 780 mln.

€ 985 mln.

€ 770 mln.

€ 770 mln.

Bezwaren ingediend na een correctie door de Belastingdienst (betreft IH)

7%

8,6%

8–12%

8–12%

Noot 1: De term klantbehandeling in de actualiteit vervangt de term horizontaal toezicht uit de vorige begroting. Het streven is met grote ondernemingen waar mogelijk in de actualiteit te werken. Voor de ondernemingen die hiervoor in aanmerking komen, biedt horizontaal toezicht doorgaans de beste mogelijkheden om in de actualiteit te werken.

Noot 2: Begin 2017 is de berekenings- en meetmethodiek vastgesteld. Op basis van de hierbij gehanteerde grondslagen bleek de eerder voor 2017 gehanteerde streefwaarde te hoog te zijn vastgesteld. Voor 2018 heeft bijstelling van de streefwaarde plaatsgevonden met als basis de realisatie 2016 en 2017 tot nu toe. Door de nieuwe meetmethodiek is de waarde voor 2015 niet meer te reconstrueren.

Noot 3: Betreft correcties op het verzamelinkomen.

Toelichting

  • • 

    Percentage grote ondernemingen waarvan de klantbehandeling in de actualiteit beoordeeld is

    Voor het segment Grote ondernemingen wordt passende behandeling beoogd waarmee de risico’s worden afgedekt gegeven de beschikbare capaciteit. Bij de behandeling van de grootste bedrijven is er sprake van individuele klantbehandeling. Voor elke grote onderneming wordt beoordeeld of de onderneming in aanmerking komt voor klantbehandeling in de actualiteit. Drie gedragscomponenten zijn daarbij bepalend: 1) de mate van transparantie, 2) de kwaliteit van de fiscale administratie (mate van fiscale beheersing) en 3) de fiscale strategie. De analyse leidt tot een behandelstrategie en de vaststelling of een onderneming al dan niet voor klantbehandeling in de actualiteit in aanmerking komt. Mocht dit het geval zijn, dan wordt op directieniveau een gesprek gehouden en een aanvullende verkenning uitgevoerd. Het streven is om deze toets in 2018 voor 85% van alle grote ondernemingen te hebben uitgevoerd.

  • • 
    Percentage kasontvangsten van MKB-ondernemingen onder een fiscaal22 dienstverlenersconvenant

    Deze indicator betreft belastingontvangsten afkomstig uit aangiften die onder een convenant met een fiscaal dienstverlener (FD) vallen. Deze indicator geeft een beeld in welke mate de Belastingdienst erin slaagt een hogere mate van zekerheid over de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de belastingontvangsten te verkrijgen.

  • • 

    Bruto correctie opbrengsten aangiftenbehandeling IH, Vpb en boekenonderzoeken

    Deze indicatoren betreffen de bruto correctiebedragen. Dit is het door de Belastingdienst gecorrigeerde bedrag op aangiften van belastingplichtigen, vóór toepassing van het effectieve belastingtarief, en zonder rekening te houden met het verlies op correcties door bezwaar en invordering. De indicatoren richten zich op de resultaten van de ingezette repressieve instrumenten. De keuze voor deze instrumenten en de daaruit voortkomende opbrengsten volgt uit de toepassing van het beleid gericht op het bevorderen van compliance. Dit betekent dat steeds situationeel bepaald wordt wat het meest effectieve en goedkoopste preventieve of repressieve instrument is dat ingezet wordt. De duurste instrumenten, zoals boekenonderzoeken, zullen dan met name ingezet worden bij belastingplichtigen die zich kenmerken door een hoog fiscaal belang en risico. Goedkopere instrumenten, zoals communicatie en telefonisch contact, kunnen volstaan bij belastingplichtigen die zich kenmerken door een laag fiscaal belang en risico. Met deze indicatoren wordt significante reductie beoogd van de nalevingstekorten MKB en Particulieren. De verlaging van de streefwaarden ten opzichte van vorig jaar vloeit voort uit feit dat er in 2018 naar verwachting minder capaciteit beschikbaar is en andere personele ontwikkelingen. Voor de IH wordt dit effect deels gecompenseerd doordat meer geautomatiseerd wordt gecorrigeerd. Voor de Vpb wordt het effect deels gecompenseerd doordat ervan uitgegaan wordt dat de extra capaciteit, die in 2017 benodigd is voor vooroverleg, in 2018 weer beschikbaar is voor heffing Vpb.

  • • 

    Bezwaren ingediend na een correctie door de Belastingdienst (betreft IH)

    Burgers en bedrijven die het niet eens zijn met een beslissing, kunnen een bezwaarschrift indienen. De hiervoor behandelde prestatie-indicator «Afgehandelde bezwaren binnen Awb-termijn» is gericht op een snelle afhandeling. De onderhavige indicator «Bezwaren ingediend na een correctie door de Belastingdienst» ziet op het voorkomen van bezwaarschriften door te zorgen voor juiste aanslagen bij de IH. Dit zijn de «echte» bezwaarschriften, waarin de belastingplichtige het inhoudelijk niet eens is met de Belastingdienst. De grote massa bezwaarschriften, waarin de belastingplichtige alleen een aanvulling of wijziging van de eerdere ingediende aangifte meldt, blijft bij deze indicator buiten beschouwing.

Toeslagen

Het toezicht bij Toeslagen is gericht op het rechtmatig, dat wil zeggen op basis van de wettelijke grondslagen, uitbetalen van het juiste bedrag. Het toezichtbeleid komt tot stand in afstemming met de departementen die beleidsinhoudelijk verantwoordelijk zijn voor de inkomensafhankelijke regelingen. Het streven is het voor burgers gemakkelijk te maken om het goed te doen. Proactieve interactie, waar nodig voorafgaand aan de toekenning, draagt bij aan klanttevredenheid en toekenningszekerheid. Inzet van data-analyses draagt bij aan het steeds beter kunnen differentiëren van dienstverlening en toezicht op grond van het gedrag van toeslagaanvragers en het voorspellen van afwijkingen tussen de voorlopige en de definitieve toekenning. De scheidslijn tussen dienstverlening en toezicht vervaagt, doordat de Belastingdienst proactief handelt op basis van dergelijke inzichten. Gezien de omvang van de populatie streeft de Belastingdienst naar «massaal maatwerk». Het doel is maatregelen en voorzieningen in het massale proces te treffen, die door burgers als gepersonaliseerde ondersteuning worden ervaren.

Meetbare gegevens

Prestatie-indicatoren Toezicht Toeslagen (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Waarde 2015

Waarde 2016

Streefwaarde 2017

Streefwaarde 2018

Rechtmatige toekenning van toeslagen

Gerealiseerd

Gerealiseerd

De score van fouten en onzekerheden ligt onder de rapporteringsgrens op artikelniveau

De score van fouten en onzekerheden ligt onder de rapporteringsgrens op artikelniveau1

Het percentage definitief toegekende toeslagen met een terug te betalen bedrag ≤ € 500

91,9%

91,6%

91%

91%

Noot 1: Dit betreft het artikel van het desbetreffende beleidsdepartement.

Toelichting

  • • 

    Rechtmatige toekenning van toeslagen

    De Belastingdienst streeft naar een rechtmatige toekenning van toeslagen. Voor het rapporteren van fouten en onzekerheden gelden kwantitatieve rapportagegrenzen op artikelniveau die jaarlijks in de Rijksbegrotingvoorschriften worden vastgelegd. Om de rechtmatigheid van toeslagen te bevorderen wordt onder andere aandacht besteed aan de kwaliteit van bestanden van derden die worden gebruikt. Bij toeslagen die worden vastgesteld na handmatige behandeling door medewerkers wordt de kwaliteit van de behandeling getoetst.

  • • 

    Terug te betalen bedragen zoveel mogelijk beperken

    De Belastingdienst streeft ernaar het ontstaan van terug te betalen bedragen bij het definitief toekennen zoveel mogelijk te beperken tot bedragen die inherent zijn aan de systematiek van de inkomensafhankelijke regelingen. Als kwantitatieve indicator wordt gebruikt: het percentage van de totale hoeveelheid definitief toegekende toeslagen, waarbij niet terugbetaald hoeft te worden of het terug te betalen bedrag onder € 50023 blijft. De resultaten bij deze indicator zijn onder meer afhankelijk van de mate waarin aanvragers hun inkomen juist kunnen schatten en van wet- en regelgeving.

Douane

Missie en visie

Douane is de dienst die het goederenverkeer aan de buitengrenzen van de EU controleert. Ook zorgt de Douane voor de heffing en inning van binnenlandse accijnzen en verbruiksbelastingen. De Douane ziet erop toe dat het grensoverschrijdend goederenverkeer volgens de regels verloopt. Tegelijkertijd faciliteert de Douane dit grensoverschrijdend goederenverkeer.

De taken worden uitgevoerd in opdracht van de EU, het Ministerie van Financiën en op aanwijzing of verzoek van andere ministeries en toezichthouders. Aan alle taken ligt Europese en nationale wet- en regelgeving ten grondslag. Zo draagt Douane bij aan:

  • –  een solide financiering van de Europese en nationale overheid;
  • –  een veilige samenleving;
  • –  een sterke, aantrekkelijke en eerlijke interne markt, waarmee de welvaart in de EU en Nederland wordt bevorderd.

Strategische opdracht en ABC-doelen centraal:

  • 1.  Afdracht: de Douane zorgt ervoor dat de belastingopbrengsten zo juist, tijdig en volledig mogelijk zijn. De Douane stelt de verschuldigde douanerechten en accijnzen vast en heft en int deze. De geïnde bedragen worden afgedragen aan de EU en de schatkist.
  • 2.  Beschermen: de Douane zorgt ervoor dat de samenleving zo goed mogelijk wordt beschermd tegen onveilige en ongewenste goederen. Hieronder valt een breed scala aan taken op het terrein van veiligheid, milieu, flora en fauna, gezondheid en cultuur.
  • 3.  Concurrentiepositie: de Douane draagt bij aan het versterken van de concurrentiepositie van de EU en Nederland door toe te zien op de naleving van Europese maatregelen voor marktordening. Daarnaast bevordert de Douane een snelle en goede douaneafhandeling, resulterend in zo min mogelijk oponthoud en lage administratieve lasten.

Toelichting

Nederland vormt een belangrijke schakel in de internationale handel en logistiek. Ruim een kwart van alle goederen bestemd voor de EU-lidstaten – met een gezamenlijke waarde van ruim € 200 mld. (2016) – komt aan op Nederlandse bodem. Het toezicht is gericht op goederen die via Nederland de EU binnenkomen of verlaten. Daarbij wordt de juiste balans tussen de ABC-doelen gezocht. Het bevorderen van compliance – regelnaleving door burgers en bedrijven – en het tegengaan van non-compliance is daarbij leidend. Niet alle goederen kunnen gecontroleerd worden. Het toezicht is daarom informatiegestuurd en risicogericht. Voortdurend wordt gewerkt aan het versterken van de informatiepositie, onder andere door gegevensuitwisseling en het ontsluiten en koppelen van nieuwe databronnen. Ook controleresultaten en risicosignalen vanuit het veld worden hierbij betrokken. Met behulp van data-analyses worden risico’s zo scherp mogelijk in kaart gebracht. Op basis daarvan wordt de meest passende interventie of mix van interventies gekozen. De Douane zet daarbij verschillende hulpmiddelen in, waaronder scan- en detectieapparatuur. De interventies verschillen in aard en intensiteit. Zo kent de Douane activiteiten gericht op:

  • •  (grensoverschrijdende) goederenstromen, waarbij, mede op basis van aangiften, via risicogerichte selectie, zendingen, vervoermiddelen, containers, etc. worden gecontroleerd;
  • •  gebieden langs de buitengrens (lucht en zee), waarbij onder andere gebruik wordt gemaakt van radarbeelden, surveillance en cameratoezicht;
  • •  bedrijven, waarbij het gaat om controles, gericht op vergunningen, het functioneren van bedrijfseigen controlemechanismen en kwaliteits- en veiligheidssystemen.

Op een groot aantal terreinen wordt daarbij samengewerkt: binnen de EU, met handhavingspartners en met het bedrijfsleven en de wetenschap. Om de efficiëntie van de logistieke keten te vergroten wordt er samen met verschillende partijen gewerkt aan minimale administratieve lasten en logistiek oponthoud.

Context

De dynamiek in de wereldhandel is op verschillende fronten groot. De trendmatige groei in het goederenverkeer betekent onder andere dat de Douane meer aangiften heeft te controleren. Dit wordt versterkt door de enorme vlucht die e-Commerce genomen heeft. Het aantal kleine zendingen via de post en koeriersstroom blijft jaarlijks sterk toenemen. Het is een uitdaging om steeds een passend antwoord te vinden op de niet-fiscale en fiscale risico’s die zich in deze stroom voordoen24.

De uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de EU heeft een impact op de Nederlandse Douane. Een belangrijke verandering is dat door de Brexit in Nederland een «landgrens» ontstaat. Onder andere het ferryverkeer met het VK krijgt daarmee het karakter van landgrensverkeer in de vorm van een combinatie van vracht- en personenverkeer. Dit zal dan ook fysieke aanwezigheid van de Douane vragen. Daarbij zullen voor alle vervoersbewegingen één of meerdere aangiften nodig zijn, waarop alle fiscale en niet-fiscale bepalingen gehandhaafd moeten worden. In 2018 worden verdere voorbereidingen getroffen om de uitvoering van het onderhandelingsresultaat met het VK mogelijk te maken.

Een ander belangrijk thema op de agenda voor 2018 van de Douane betreft het vervolg op het rapport van de Commissie onderzoek Belastingdienst. Het Kabinet heeft aangegeven positief te staan tegenover de aanbeveling uit het rapport om de positie van de Douane opnieuw te bezien. Als eerste stap hiertoe zal een apart begrotingsartikel voor de Douane worden geïntroduceerd, welke is voorzien voor de Rijksbegroting 2019. Verder zal een voorstel worden uitgewerkt voor de toekomstige positie van de Douane.

Prestatie-indicatoren

De indicatoren uit begroting IX 2017 waren nog outputgericht (controles op de goederenstromen, controles op passagiersvluchten, gecertificeerde goederenstromen). Deze indicatoren vervallen met ingang van deze begroting. De reden hiervoor is dat deze wijze van verantwoorden over de prestaties van de Douane, die hoofdzakelijk is gericht op het corrigeren van aangiften (aantallen controles, omvang correcties etc.), onvoldoende aansluit bij de strategie van de Belastingdienst. Voor de indicator gecertificeerde goederenstromen geldt daarnaast dat deze niet goed de prestatie van de Douane weergeeft. Er is de afgelopen jaren zicht verkregen op (de ontwikkeling van) de betrouwbare goederenstromen. Echter, de indicator wordt mede bepaald door factoren zoals toename van de goederenstromen, die niet door de Douane kunnen worden beïnvloed.

Meetbare gegevens

Prestatie-indicatoren Douane (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Waarde 2015

Waarde 2016

Streefwaarde 2017

Streefwaarde 2018

Juiste invoeraangiften

n.v.t.1
1002

n.v.t.

⩾ 100

Waardering bedrijfsleven3

100

101

⩾ 100

⩾ 100

Noot 1: Dezelfde meting is over dit jaar niet beschikbaar.

Noot 2: De onderliggende waarde is begin 2018 bekend.

Noot 3: Tot en met 2016 werd deze score tweejaarlijks gemeten. Waarde 2015 betreft resultaat 2014.

Toelichting

  • • 

    Juiste invoeraangiften

    De indicator geeft het aandeel juiste aangiften ten invoer weer, die zijn ingediend in het aangiftesysteem (AGS). Deze aangiften vormen de basis voor de juiste afdracht, aangezien de heffing en inning op deze aangifte worden gebaseerd. De juistheid ziet op het voldoen aan de wettelijke eisen voor een aangifte. De behandeling van aangiften ten invoer is een van de eerste momenten van het al dan niet handelen in het douaneproces. Bovendien is het een belangrijk moment om als Douane het gedrag van aangevers te beïnvloeden. De Douane zet hiervoor onder andere activiteiten in op het gebied van dienstverlening en toezicht. Het aandeel wordt als index opgenomen met 2016 als indexjaar.

  • • 

    Waardering bedrijfsleven

    Voor het meten en verbeteren van de dienstverlening van de Douane aan het bedrijfsleven wordt het instrument Bewijs van Goede Dienst25 ingezet. Hierin zijn doelstellingen opgenomen die in samenspraak met het bedrijfsleven tot stand zijn gekomen en waaraan zowel de Douane als het bedrijfsleven grote waarde hecht. De score op deze doelen wordt jaarlijks gemeten. De waardering bedrijfsleven is gericht op versterken van de concurrentiepositie. De waardering wordt als index opgenomen.

Uitvoering afgesproken controleactiviteiten

De B-doelstelling van de Douane, beschermen van de samenleving, betreft de uitvoering van de niet-fiscale taken die de Douane in opdracht van beleidsdepartementen kent. Hierbij zijn de Ministeries van Buitenlandse Zaken, van Economische Zaken, van Financiën, van Infrastructuur en Milieu, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Veiligheid en Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport betrokken. De Douane gaat, in overleg met betrokken partijen, verder met de ontwikkeling van een indicator die zich richt op de mate waarin de Douane de (periodieke) afspraken over deze douanetaken uitvoert.

Inning

Voor de inning geldt dat met het toenemen van het aantal particulieren en ondernemers, de hoeveelheid vorderingen stijgt. Voor het overgrote deel loopt de inning geautomatiseerd en nagenoeg de gehele opbrengstenstroom komt dan ook binnen met hooguit enige lichte aandrang. Tegelijkertijd stijgt het aantal situaties waarbij zwaardere en arbeidsintensieve instrumenten moeten worden ingezet om achterstallige vorderingen alsnog te innen.

Meetbare gegevens

Prestatie-indicatoren Inning (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Waarde 2015

Waarde 2016

Streefwaarde 2017

Streefwaarde 2018

Achterstand invordering

2,2%

2,6%

2,5–3%

2,5–3%

Inning invorderingsposten binnen een jaar

57,0%

57,2%

55–65%

55–65%

Toelichting

  • • 

    Achterstand invordering

    De indicator achterstand invordering meet het bedrag aan openstaande vorderingen waarvan de betalingstermijn is verstreken en waartegen geen bezwaar is ingediend. De indicator is uitgedrukt in een percentage van de totale belasting- en premieontvangsten en gaat over de belastingmiddelen inkomensheffing/Zorgverzekeringswet, loonheffingen, motorrijtuigenbelasting, omzetbelasting en vennootschapsbelasting. Het is een indicatie voor de (relatieve) omvang van de debiteurenpositie van de Belastingdienst en het geeft een momentopname van de omvang van de voorraad nog in te vorderen posten. De Belastingdienst stelt een grens van maximaal 3% aan de betalingsachterstand bij invordering om te bewaken dat tijdig maatregelen in gang worden gezet als de achterstand oploopt. Vanaf 2015 is het dynamisch monitoren als nieuw instrument bij de Belastingdienst ingevoerd. De Belastingdienst blijft hiermee openstaande schulden langere tijd volgen en gaat in geval van gedetecteerde verhaalsmogelijkheden alsnog over tot het innen van de schuld. Dankzij de inzichten van dynamisch monitoren kan de Belastingdienst effectief en gerichter de invorderingsinstrumenten inzetten, hiermee wordt het oninbaarlijden van vorderingen zoveel mogelijk voorkomen.

  • • 

    Inning invorderingsposten binnen een jaar

    Deze indicator meet hoe snel de Belastingdienst erin slaagt om vorderingen die niet op tijd betaald26 worden toch te innen, als resultaat van de ingezette invorderingsmaatregelen. In 2016 werd 57,2% van deze invorderingsposten binnen een jaar geïnd.

Massaal proces

De Belastingdienst maakt het burgers en bedrijven zo gemakkelijk mogelijk om hun verplichtingen na te komen en hun rechten geldend te maken door massale processen juist, tijdig en efficiënt uit te voeren.

Meetbare gegevens

Prestatie-indicatoren Massaal proces (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Waarde 2015

Waarde 2016

Streefwaarde 2017

Streefwaarde 2018

Garantieregeling IH 2017: in maart aangifte gedaan, vóór 1 juli bericht

99,1%

99,5%

100%

100%

Definitief vaststellen toeslagen

85%

89,7%

85%

85%

Percentage toeslagen wat tijdig wordt uitbetaald1

99,9%

99,9%

99,99%

99,9%

Afname van het aantal ernstige productieverstoringen (damages)

76

56

Minder verstoringen dan vorig jaar

Minder verstoringen dan vorig jaar

Noot 1: De cijfers over 2015 en 2016 zijn op maandbasis berekend en niet gecorrigeerd voor productieverstoringen in het betaalverkeer. Vanaf 2017 wordt in de berekening rekening gehouden met productieverstoringen.

Toelichting

  • • 

    Garantieregeling IH 2017: in maart aangifte gedaan, vóór 1 juli bericht

    Deze indicator meet het percentage belastingplichtigen dat tijdig binnen de garantieregeling aangifte IH 2017 heeft gedaan en dat vóór 1 juli bericht heeft ontvangen in de vorm van een voorlopige of definitieve aanslag 2017. Een beperkte categorie zal in plaats van een aanslag een ander bericht ontvangen. Daar staat in dat voor de afhandeling van de aangifte nader fiscaal onderzoek nodig is.

  • • 

    Definitief vaststellen toeslagen

    Doel van de prestatie-indicator is dat 85% van de toeslaggerechtigden vóór 31 december van het jaar t+1 de definitieve toekenning krijgt van het toeslagjaar t.

  • • 

    Percentage toeslagen wat tijdig wordt uitbetaald

    Deze indicator heeft betrekking op het laatste deel van de toeslagenketen: de uitbetaling op een reeds afgegeven beschikking. Van tijdige uitbetaling is sprake als het voorschot voor de komende maand op de 20e van de voorafgaande maand voor 24.00 uur op de rekening van de toeslaggerechtigde is bijgeschreven27. In 2017 is deze indicator voor het eerst opgenomen. De norm voor 2017 is te ambitieus gebleken doordat toeslaggerechtigden niet altijd het juiste rekeningnummer doorgeven waardoor uitbetaling te laat plaatsvindt. Om deze reden is de streefwaarde verlaagd van 99,99% naar 99,9%.
  • • 

    Afname van het aantal ernstige productieverstoringen (damages)

    Deze indicator meet in welke mate er sprake is van ernstige productieverstoringen binnen de Belastingdienst welke leiden tot overlast, benadeling of onjuiste informatievoorziening aan burgers en/of bedrijven. Van een productieverstoring is ook sprake wanneer er schade optreedt in de kasstroom van het Rijk of als er afbreuk wordt gedaan aan de compliance. De doelstelling is om het aantal «damages» in 2018 te verminderen t.o.v. 2017. Bij de realisatie van de indicator wordt de impact (aantal geraakte burgers en/of bedrijven) en de ernst van de overlast in ogenschouw genomen.

FIOD

De FIOD werkt aan de rechtshandhaving door bijdragen te leveren aan het tegengaan van fiscale, financiële en economische fraude (inclusief fraude met premies, subsidies, toeslagen en in- en export), aan witwasbestrijding, aan het waarborgen van de integriteit van het financiële stelsel en aan de bestrijding van de financiële georganiseerde criminaliteit.

Meetbare gegevens

Prestatie-indicatoren FIOD (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Waarde 2015

Waarde 2016

Streefwaarde 2017

Streefwaarde 2018

Percentage processen-verbaal dat leidt tot veroordeling/transactie

82%

80%

82–85%

82–85%

Gerealiseerde incasso-opbrengsten (mln. €)

76,4

273,5

71,4

83,3

Omgevingsgerichte strafonderzoeken (% opsporingsuren)

23%

20%

>40%

>40%

Toelichting

  • • 

    Percentage processen-verbaal dat leidt tot veroordeling/transactie

    De FIOD geeft bij het selecteren van aanmeldingen voor strafrechtelijk onderzoek prioriteit aan zaken met impact en effect. De doelstelling voor het percentage processen-verbaal dat leidt tot een veroordeling of een transactie is een resultaat van het overleg tussen het Openbaar Ministerie, de toezichthouders en de FIOD, en is een indicator voor de kwaliteit van de door de FIOD aangeleverde zaken.

  • • 

    Gerealiseerde incasso-opbrengsten

    Op basis van afgeronde onderzoeken stelt de FIOD processen-verbaal op en gaat het Openbaar Ministerie over tot vervolging en/of een transactie. Vervolging kan leiden tot veroordeling, waarbij incasso-opbrengsten voor de Staat gerealiseerd kunnen worden. Transacties leiden ook tot incasso-opbrengsten voor de Staat. De daadwerkelijke inkomsten worden ontvangen op de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI Veiligheid en Justitie).

  • • 

    Omgevingsgerichte strafonderzoeken

    Bij de aanpak van fraude wil de FIOD een duidelijk signaal afgeven en kiest het voor aanpak van strafonderzoeken met maatschappelijk effect: van incident naar impact. De monitoring hierop vindt plaats met deze prestatie-indicator door te rapporteren hoeveel procent van de zaken omgevingsgericht is. Met omgevingsgericht wordt gedoeld op zaken die voortvloeien uit de vooraf bedachte verbinding tussen partners in de keten van toezicht, opsporing en vervolging.

Noot 15: Voor de IH en Vpb is gekozen voor een indicator op tijdige aangifte die het gezamenlijke resultaat voor die belastingmiddelen meet. Reden daarvoor is de uitstelregeling voor belastingconsulenten (Becon regeling) die voor de IH en Vpb gezamenlijk geldt. De streefwaarde is gebaseerd op het tot nu gevoerde beleid voor het versturen van een uitnodiging tot aangifte.

Noot 16: Het nalevingstekort betreft de gemiste belastingontvangsten door onvolledige of onjuisteaangifte.

Noot 18: Kamerstukken II 2016–2017, 25 087, nr. 130.

Noot 19: De tax gap is het verschil tussen de belastingen die op grond van de wet verschuldigd zijn en de daadwerkelijke belastingontvangsten. Onder de tax gap vallen inningsverlies, fraude en per ongeluk gemaakte fouten in een aangifte.

Noot 20: Bezwaarschriften en klachten moeten worden behandeld binnen de termijnen genoemd in artikel 7:10 Awb. Als niet binnen zes weken uitspraak kan worden gedaan, kan eenzijdig de termijn met hoogstens zes weken worden verdaagd. Belangrijk voor de praktijk is dat in overleg met de belastingplichtige verder uitstel mogelijk is als deze daarmee instemt (artikel 7:10, lid 4 Awb).

Noot 21: Deze nieuwe indicator vervangt de tot 2016 gehanteerde indicatoren voor bereikbaarheid, klanttevredenheid (oud) en kwaliteit. Wel blijven metingen op het gebied van bereikbaarheid en kwaliteit intern plaatsvinden.

Noot 22: In de vorige begroting is abusievelijk de term «financieel dienstverlenersconvenant» gebruikt. De juiste term is «fiscaal dienstverlenersconvenant».

Noot 23: Voor kinderopvangtoeslag wordt een grens van € 1.000 aangehouden. Bij de toekenningen van kinderopvangtoeslag gaat het veelal om hogere bedragen dan bij andere toeslagen.

Noot 24: Ter illustratie context Douane 2016: 12,4 miljoen containers (TEU), 63,6 miljoen aankomende en vertrekkende passagiers, 128,6 miljoen aangifteregels import en ca. 3 miljoen inkomend en 4 miljoen uitgaande koerierszendingen.

Noot 25: Bewijs van Goede Dienst is door het Ministerie van Economische Zaken in het leven geroepen als een beproefd meetinstrument voor gemeenten en andere overheidsorganisaties om de dienstverlening aan ondernemers te verbeteren en biedt mogelijkheden om de klanttevredenheid onder ondernemers te verhogen. In het Bewijs van Goede Dienst staan randvoorwaarden en normen waaraan de Douane is getoetst. Het Bewijs geeft inzicht in dienstverlening van de Douane aan bedrijven door te toetsten op 10 normen die het bedrijfsleven belangrijk vindt voor de dienstverlening van de Douane. Vervolgens zijn die tien normen meetbaar gemaakt en is per norm een score vastgesteld. Voorbeelden van normen zijn: minimale verstoring van de logistieke processen, consistente besluitvorming, minimale verstoring geautomatiseerde systemen.

Noot 26: Niet op tijd betaald is na de eerste aanmaning. Deze indicator heeft betrekking op het zogenoemde niet-compliante deel van de ontvangsten. Dit niet-compliante deel betrof 1,6% in 2016 (zie de indicator «Tijdige betaling van belastingen en premies» bij de Algemene doelstelling).

Noot 27: Indien de 20e in het weekend of op een feestdag valt, wordt het voorschot van de toeslag de eerstvolgende werkdag uitbetaald.