Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

5.2 Artikel 12 Kasbeheer

A. Algemene doelstelling

Optimaal kasbeheer van het Rijk en van de instellingen die aan de schatkist zijn gelieerd.

B. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister van Financiën is verantwoordelijk voor het beheer van publieke middelen en de bijbehorende geldstromen. Het doel is dat publieke middelen doelmatig worden beheerd en financiële risico’s worden voorkomen. De wettelijke basis voor deze uitvoerende rol is geregeld in de Comptabiliteitswet 200143 (voor RWT’s), de Wet financiering decentrale overheden44 (voor decentrale overheden), de Wet financiering sociale verzekeringen en de Zorgverzekeringswet45 (voor sociale fondsen) en de Regeling Agentschappen46 (voor agentschappen).

Het kasbeheer is onder te verdelen in het schatkistbankieren en het betalingsverkeer van de rijksoverheid.

Bij schatkistbankieren heeft de Minister van Financiën een uitvoerende rol. Schatkistbankieren houdt in dat instellingen hun middelen aanhouden bij het Ministerie van Financiën (de schatkist). Publieke middelen verlaten de schatkist dan niet eerder dan noodzakelijk is voor de uitvoering van de publieke taak. Hierdoor is de externe financieringbehoefte van het Rijk minder groot. Onder voorwaarden kunnen sommige categorieën deelnemers aan schatkistbankieren ook leningen krijgen.

Ook bij het betalingsverkeer van de rijksoverheid heeft de Minister van Financiën een uitvoerende rol. Het betalingsverkeer is verdeeld in percelen die periodiek worden aanbesteed. Door de aanbesteding worden banken geprikkeld om hun diensten tegen een zo gunstig mogelijke prijs-kwaliteitverhouding aan te bieden. Het Ministerie van Financiën treedt in deze aanbestedingsprocedures op als opdrachtgever.

Kengetallen schatkistbankieren ultimo 2016
 

Aantal deelnemers

Middelen in rekening-courant en deposito (bedragen x  € 1 mld.)

Verstrekte leningen (bedragen x € 1 mld.)

Agentschappen

30

2,2

0,5

RWT's en derden

219

5,2

0,8

Sociale fondsen

3

– 17,6

 

Decentrale overheden

756

9,1

 

C. Beleidswijzigingen

Het Agentschap van het Ministerie van Financiën wil de operationele processen van schatkistbankieren vereenvoudigen en efficiënter maken. Hiertoe zal in 2018 een start worden gemaakt met een intern workflowmanagement systeem. Uitbreiding hiervan naar de deelnemende instellingen, de banken die het schatkistbankieren faciliteren en de ministeries die toezien op de deelnemende instellingen is in de daaropvolgende jaren voorzien.

D1. Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel budgettaire gevolgen van beleid – beleidsartikel 12 Kasbeheer (bedragen x € 1 mln.)
   

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

1.509

1.533

1.532

1.545

1.651

1.769

3.824

                 

Uitgaven

1.509

1.533

1.532

1.545

1.651

1.769

3.824

waarvan juridisch verplicht

   

100%

       
                 
 

Rente

38

33

32

45

151

269

256

 

Rentelasten

38

33

32

45

151

269

256

 

Uitgaven bij voortijdige beëindiging (hoofdsom)

0

0

0

0

0

0

0

                 
 

Leningen

1.350

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

 

Verstrekte leningen

1.350

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

                 
 

Mutaties in rekening-courant en deposito's

120

0

0

0

0

0

2.068

 

Agentschappen

120

0

0

0

0

0

0

 

RWT’s en derden

0

0

0

0

0

0

0

 

Sociale fondsen

0

0

0

0

0

0

2.068

 

Decentrale Overheden

0

0

0

0

0

0

0

                 

Ontvangsten

8.657

7.560

10.641

7.679

3.780

1.367

1.228

                 
 

Rente

177

177

171

142

152

168

180

 

Rentebaten

174

177

171

142

152

168

180

 

Ontvangsten bij voortijdige beëindiging

3

0

0

0

0

0

0

                 
 

Leningen

1.660

1.790

1.031

997

1.736

1.007

1.048

 

Ontvangen aflossingen

1.660

1.790

1.031

997

1.736

1.007

1.048

                 
 

Mutaties in rekening-courant en deposito's

6.820

5.593

9.438

6.541

1.891

193

0

 

Agentschappen

0

0

0

0

0

0

0

 

RWT’s en derden

138

0

0

0

0

0

0

 

Sociale fondsen

5.803

4.493

8.338

5.441

1.891

193

0

 

Decentrale Overheden

880

1.100

1.100

1.100

0

0

0

D2. Budgetflexibiliteit

De ontvangsten en uitgaven op dit artikel zijn voor 100% als juridisch verplicht aan te merken. Alle rentelasten en rentebaten zijn juridisch verplicht omdat deze volgen uit de leningen, deposito's en rekening-couranttegoeden die deelnemers bij de schatkist aanhouden. De andere uitgaven en ontvangsten volgen ook uit de toename of afname van de middelen die door deelnemers in de schatkist worden aangehouden of uit de schatkist worden geleend.

E. Toelichting op de instrumenten

De totale uitgaven en ontvangsten zijn opgebouwd uit drie onderdelen: rente, leningen, en mutaties in rekening-courant en deposito.

Uitgaven en ontvangsten

Rente

Onder de rentelasten vallen de rentebetalingen van het Rijk aan de deelnemers aan schatkistbankieren. Deelnemers ontvangen rente over een positief saldo op hun rekening-courant en op de deposito’s die ze bij de schatkist hebben geplaatst. De rentebaten bestaan uit de door deelnemers aan het Rijk betaalde rente op leningen en op roodstanden in de rekening-courant. De verwachte rentebaten zijn in 2018 hoger dan de verwachte rentelasten. Dit komt doordat er in totaal meer middelen zijn uitgeleend (in de vorm van leningen en roodstand op de rekening-courant) dan dat er in de schatkist wordt aangehouden. Een van de oorzaken hiervan is de roodstand bij de sociale fondsen. Deze roodstand zal naar verwachting de komende jaren gaan afnemen. Dit leidt tot oplopende rentelasten voor de Staat. Daarnaast wordt in de jaren na 2019 geraamd met rentestanden uit de middellange termijn raming van het CPB. Deze percentages zijn veel hoger dan de geraamde CPB rentepercentages voor de jaren 2018 en 2019 waardoor de rentelasten een aanzienlijke stijging vertonen.

Leningen

De posten verstrekte leningen en ontvangen aflossingen geven de geraamde uitgifte van nieuwe leningen (uitgave voor het Rijk) en de aflossingen op eerder afgesloten leningen (ontvangst voor het Rijk) weer. Als leningen voortijdig worden beëindigd dan worden deze afgelost tegen de marktwaarde van de lening op dat moment. Hierdoor kan gedurende het jaar een extra uitgave of ontvangst voor het Rijk ontstaan. Deze worden geboekt als uitgaven of ontvangsten bij voortijdige beëindiging.

Mutaties in rekening-courant en deposito

De posten toename en afname saldi in rekening-courant47 en deposito’s48 geven het bedrag weer dat naar verwachting door alle deelnemers in de schatkist wordt gestort (ontvangst voor het Rijk) of juist wordt opgenomen (uitgave voor het Rijk). Voor 2018 wordt een instroom van middelen, en dus inkomsten voor het Rijk, van € 9,4 mld. geraamd. Deze instroom wordt deels veroorzaakt doordat de sociale fondsen meer inkomsten dan uitgaven hebben. Hun roodstand neemt daardoor naar verwachting af met € 8,3 mld. Decentrale overheden storten naar verwachting € 1,1 mld. vanwege beleggingen uit het verleden die, zodra ze vrijvallen, in de schatkist moeten worden aangehouden.

Noot 43: Kamerstukken II 2001–2002, 28 035, nr. A.

Noot 44: Kamerstukken II 2013–2014, 33 416, nr. G.

Noot 45: Kamerstukken II 2012–2013, 33 675, nr. 2.

Noot 46: Kamerstukken II 2012–2013, 20 668.

Noot 47: Een rekening waarover in de regel giraal betalingsverkeer wordt afgewikkeld en waaruit (een deel van) de onderlinge financiële verhouding is op te maken tussen de houder van de rekening en de instelling alwaar de rekening wordt aangehouden.

Noot 48: Een deposito is geld dat door een belegger voor een bepaalde rentevaste periode tegen een rentevergoeding is ondergebracht bij een bank of in het geval van geïntegreerd middelenbeheer bij de schatkist van de rijksoverheid. De looptijd van een deposito kan variëren van een dag (zogeheten daggeld) tot meerdere jaren.