Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2018
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

4.2 Interventies financiële sector

De overheid bouwt haar belangen in financiële instellingen verder af. Door deze afbouw vermindert het risico voor de overheidsfinanciën. De overheid is geen belegger en wil dat ook niet zijn. Daarom was bij het overheidsingrijpen tijdens de crisis al duidelijk dat financiële instellingen die in handen van de overheid kwamen, vroeg of laat weer naar de markt gebracht zouden worden. De reddingsacties in de financiële sector gebeurden enkel en alleen om de stabiliteit van de financiële sector in Nederland te waarborgen.

Figuur 4.2.1 Huidig overheidsaandeel in financiële instellingen

Bron: Ministerie van Financiën, stand 11 september 2017. Volksbank is de huidige naam van wat voorheen SNS Bank heette.

4.2.1 ABN AMRO

In 2015 bracht de beursgang een eerste deel van ABN AMRO terug naar de markt. Daarna heeft het kabinet eind 2016 7 procent van de aandelen verkocht. Eind juni 2017 verkocht het kabinet opnieuw 7 procent van de aandelen, nu voor een prijs van 22,75 euro per aandeel. Deze verkoop leverde de overheid ongeveer 1,5 miljard euro op. Het belang van de overheid in ABN AMRO zakt daarmee tot 63 procent van het aandelenkapitaal, aangezien bij de beursgang al 23 procent van het bedrijf verkocht is.

4.2.2 a.s.r.

Het kabinet bouwt ook het belang in verzekeraar a.s.r. stap voor stap af. In drie plaatsingen heeft het kabinet in 2017 het belang afgebouwd van zo’n 65 procent eind 2016 tot ruim 20 procent van de aandelen nu. In januari 2017 verruilden 20,4 miljoen aandelen van eigenaar voor een prijs van 22,15 euro per aandeel. Vervolgens stootte de overheid in april 2017 nog eens 20 miljoen aandelen af voor 25,75 euro per stuk. En ten slotte volgde in juni 2017 de verkoop van nog eens 25 miljoen aandelen voor 29,00 euro per aandeel. Deze transacties leverden de schatkist in totaal 1,7 miljard euro op. In de eerste en de laatste verkoopronde kocht het bedrijf zelf 3 miljoen eigen aandelen in.

4.2.3 Gevolgen voor de schatkist van interventies in de financiële sector

De schatkist profiteert vooralsnog van de ingrepen in de financiële sector. De nationalisatie van ABN AMRO kost de schatkist tot nu toe geld. Op de onderdelen van de bank die inmiddels naar de beurs zijn gebracht, heeft de overheid 4,2 miljard euro verloren, zoals figuur 4.2.2 toont. Dit is een tussenstand, omdat nog 63 procent van de bank naar de beurs gebracht moet worden. Na de verkoop van bijna 80 procent van a.s.r. blijft voorlopig 0,4 miljard euro verlies staan. Ook de nationalisatie van het concern SNS Reaal, met daarin onder andere de verzekeraar Reaal en SNS Bank, en het faillissement van Icesave hebben de schatkist geld gekost. Daar staat tegenover dat de overheid financieel voordeel heeft gehad bij de kapitaalsteun die aan Aegon is verstrekt en dat de overheid de portefeuille Amerikaanse hypotheken van ING met winst van de hand heeft weten te doen. De garantiefaciliteit die interbancaire kredietverlening in stand moest houden, vereiste premiebetalingen van deelnemers en omdat de garantiefaciliteit nooit schades heeft moeten dekken, is de eindbalans van dit instrument ook positief voor de schatkist.

Figuur 4.2.2 Voorlopig resultaat interventies 2008–2018 (in miljarden euro)

Bron: Ministerie van Financiën, stand 11 september 2017.

Box 4.1 Rentelasten gedaald ondanks hogere staatsschuld

Beleggers vluchtten met hun geld tijdens de Europese schuldencrisis massaal naar safe havens, landen met het laagste faillissementsrisico. Nederland was een van de landen die beleggers veilig achtten en dat geldt nog steeds.

Dit voordeel van gezonde overheidsfinanciën heeft er mede toe geleid dat ondanks een stijgende overheidsschuld de rentelasten van de overheid tijdens de crisis sterk zijn gedaald. Dit komt door de lage rente waartegen safe havens kunnen lenen. Gezonde overheidsfinanciën verklaren echter slechts een deel van die ontwikkeling, want alle ontwikkelde economieën hebben sinds de jaren 80 te maken met gestaag dalende rentes.

Figuur 4.2.3 EMU-schuld (blauw) en reële rente (rood) als indexcijfer (linkerfiguur, index 1980=100) en de gemiddelde nominale rente over de staatsschuld (rechterfiguur, in procenten)

Bron: Centraal Planbureau, bewerking Ministerie van Financiën.

Daarnaast heeft ook de kwantitatieve verruiming – het opkoopprogramma – van de Europese Centrale Bank die goed is voor 60 tot 80 miljard euro per maand effect op de rente die overheden moeten betalen over hun schuld. Het CPB berekende dat het rendement op tienjaarsstaatsobligaties met 1 procentpunt is verlaagd.

De algemene verwachting in de economische literatuur is dat de rente de komende jaren enigszins zal stijgen63, maar niet zal terugkomen op de niveaus van de jaren tachtig (zie rechter paneel figuur 4.2.3).