Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting Ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Diergezondheidsfonds 2019

35000 XIV I VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vergaderjaar 2018-2019

I1

Vastgesteld 9 mei 2019

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit2 hebben op 4 december jl. een mondeling overleg3 met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gevoerd over onder meer de toekomstvisie «Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden». Naar aanleiding van dit mondeling overleg zijn op 19 april 2019 nog enkele vragen gesteld aan de Minister.

De Minister heeft op 9 mei 2019 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat/Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT / LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Den Haag, 19 april 2019

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben op 4 december jl. een mondeling overleg4 met u gevoerd over onder meer de toekomstvisie «Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden». Naar aanleiding van dit mondeling overleg hebben de leden van de PvdA-fractie nog enkele vragen. De leden van de GroenLinks-fractie sluiten zich graag bij deze vragen aan.
Tijdens dit overleg is gevraagd of de rijksoverheid met haar grote oppervlakte landbouwgrond een voorbeeldfunctie vervult bij kringlooplandbouw. U bevestigde dit en verwees naar de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 12 oktober 2018 inzake actualisatie van het beleid voor agrarische gronden van de Staat.5 In deze brief staat hierover:
«Ten tweede heb ik de afgelopen periode met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) overlegd, hoe met deze actualisatie van het beleid voor de agrarische gronden van het Rijk optimaal kan worden aangesloten bij de bodemstrategie LNV zoals aangegeven in de brief van de Minister van LNV aan uw Kamer (23 mei 2018; Kamerstuk 30 015, nr. 54) en de «Visie, Landbouw, natuur en voedsel» (Kamerstuk 35 000 XIV, nr. 5). Het Rijksvastgoedbedrijf zal waar mogelijk meewerken aan grondgebonden proefprojecten om de internationale positie van Nederland als koploper in de landbouw te behouden en transitie naar kringlooplandbouw te bevorderen. Met deze actualisering van het beleid kom ik tevens tegemoet aan de wens van agrarische bedrijven om een deel van de gronden langdurig in gebruik te kunnen krijgen ter wille van de continuïteit van agrarische bedrijven.»6

Dit geeft de PvdA-fractieleden aanleiding tot nadere vragen:

In deze brief staat dat «waar mogelijk» zal worden meegewerkt aan grondgebonden proefprojecten. Kunt u aangeven wat «waar mogelijk» concreet betekent? Welke criteria worden hierbij gehanteerd? Hoeveel hectare, en welk percentage van het areaal, beslaan in 2019 de grondgeboden proefprojecten? Wat is de ambitie van de regering, uitgedrukt in hectares, voor de komende jaren?

Uit de tekst van bovengenoemde brief kan gelezen worden dat het doel «behouden van de internationale koploperspositie» op gespannen voet kan staan met het doel «het bevorderen van de transitie naar de kringlooplandbouw»? Ziet u dat zo? Zo ja, ziet u hierbij een onderscheid tussen de korte termijn en de lange termijn? En zo ja, kunt u aangeven wat «het behouden van de internationale koploperspositie» concreet betekent? Tot welke verpachtingsvoorwaarden leidt dit? Kunt u aangeven wat «het bevorderen van transitie naar kringlooplandbouw» concreet betekent? Tot welke verpachtingsvoorwaarden leidt dit? Kunt u daarvan een voorbeeld geven, zo vragen de leden van de PvdA-fractie.

Bent u bereid om als invulling van uw beleidsdoelstelling voor kringlooplandbouw, voor álle landbouwgrond in bezit van het Rijk, aanvullende verpachtingsvoorwaarden te stellen? Zo ja, betekent dit dat na afloop van de thans lopende pachtcontracten alle gronden conform het uitgangpunt grondgebonden zullen worden verpacht? Tot welke verpachtingsvoorwaarden leidt dat? Zo nee, waarom niet? En vindt u dat u met een dergelijke terughoudende inzet een geloofwaardige voorbeeldfunctie vervult naar de landbouwbedrijven, waarvan u verwacht dat zij de gehele bedrijfsvoering circulair inrichten?

In het genoemde mondeling overleg is gesteld dat voor een succes voor kringlooplandbouw een systeemsprong nodig is vanuit het huidige kostenmodel-systeem van de landbouw. In Ierland is al langer ervaring opgedaan met ontwikkeling van duurzame landbouw en voedselproductie. Tijdens het overleg is de vraag aan de orde gesteld of u bereid bent te verkennen of – elementen uit – het Ierse model, Bord Bia (Irish Food Board), nuttig kunnen zijn voor een succesvolle implementatie van kringlooplandbouw in Nederland. U gaf aan Bord Bia niet te kennen en zegde toe dit te bestuderen. Tot op heden is hierop geen reactie ontvangen, zo constateren de leden van de PvdA-fractie.

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit streven er naar de bovengenoemde toezegging en de vragen naar aanleiding van de brief van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in deze Kamerperiode af te ronden en zien uw reactie op de beide punten daarom graag uiterlijk 3 mei 2019 tegemoet.

Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
A.M.V. Gerkens

BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 mei 2019

Bij deze reageer ik, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK), op de brief van uw vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 april 2019 inzake het mondeling overleg dat ik met uw Kamer voerde op 4 december 2018 over de LNV-visie.

Irish Food Board

De Irish Food Board, Bord Bia, heeft als doel het promoten van de afzet en export van het Ierse product. Daarnaast heeft de Irish Food Board het initiatief genomen voor Origin Green, een duurzaamheidsprogramma voor voeding en dranken waaraan bedrijven uit de gehele Ierse voedselketen op vrijwillige basis kunnen deelnemen. Origin Green is ook een groen (overheids-)certificaat waaraan 65.000 Ierse boeren en meer dan 270 verwerkers/retailers/foodservice operators mee doen; samen goed voor 90 procent van de Ierse agrarische export. Het verminderen van de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen is een belangrijk onderdeel van het programma. Het ministerie, de zuivelketen, milieuorganisaties, onderzoekers en Bord Bia werken daar samen aan. Voor boeren is een carbon navigator opgesteld, die helpt om op hun specifieke situatie afgepaste stappen te zetten. Leden van Origin Green hebben zichzelf daarnaast een aantal duurzaamheidsdoelen opgelegd met betrekking tot voedselverspilling, energie en water.

De aanpak/opzet van Origin Green, waarin diverse partijen uit het maatschappelijk veld samen worden gebracht, is een interessante aanpak die nader bekeken zal worden in het kader van de realisatie van de visie. Ik heb u toegezegd het realisatieplan van de LNV-visie uiterlijk in mei 2019 toe te sturen. In dit realisatieplan staan veel acties en initiatieven die bijdragen aan verduurzaming van productie en consumptie. In het realisatieplan zal ik ook aandacht hebben voor een bredere samenwerking tussen partijen gericht op duurzaamheid, zoals de Origin Green-aanpak.

Rijksvastgoedbedrijf

In de brief van de Staatssecretaris van BZK waar u naar verwijst, staat vermeld dat het Rijksvastgoedbedrijf waar mogelijk zal meewerken aan grondgebonden proefprojecten om de internationale positie van Nederland als koploper in de landbouw te behouden en transitie naar kringlooplandbouw te bevorderen. Gevraagd is om «waar mogelijk» te concretiseren.

Het Rijksvastgoedbedrijf handelt marktconform, openbaar en transparant bij de uitoefening van zijn taken. Dit betekent dat verkoop en/of inbreng van agrarische rijksgronden openbaar geschiedt tegen marktconforme prijzen; ook indien deze rijksgronden worden ingezet voor het realiseren van publieke doelen. Pachtovereenkomsten voor oppervlakten groter of gelijk aan zes hectare worden via een openbare inschrijving aan de markt aangeboden. In uitzonderingsgevallen, zoals een proefproject, kan rijksgrond onderhands voor de marktconforme waarde in gebruik worden gegeven. In het kader van de transitie naar kringlooplandbouw kan gedacht worden aan proefprojecten ten behoeve van een goede bodemkwaliteit of alternatieve gewassen bij bodemdaling. Het initiatief voor dergelijke proefprojecten kan genomen worden door zowel de sector als ook door de rijksoverheid zelf. Vooralsnog zijn er echter nog geen proefprojecten gestart. Wel is door het Rijksvastgoedbedrijf aan Wageningen UR gevraagd om te onderzoeken op welke aangepaste wijze de agrarische rijksgronden in gebruik gegeven kunnen worden, zodat de bodemkwaliteit bevorderd wordt.

Behoud koploperpositie

In uw brief stellen de leden van de PvdA-fractie dat de brief van de Staatssecretaris van BZK zo gelezen kan worden dat het doel «behouden van de internationale koploperpositie» op gespannen voet kan staan met het doel «het bevorderen van de kringlooplandbouw» en vragen mij hoe ik dat zie. Ik zie dit niet zo, noch wordt dat bedoeld in de brief van de Staatssecretaris van BZK, en het kabinet is van mening dat beide doelen elkaar versterken.

De internationale koploperpositie van de Nederlandse agrofoodsector nu is vooral gebaseerd op hoogstaande kennis en kunde die gericht zijn op productie-efficiëntie, betrouwbare kwaliteit en leveringszekerheid. In de LNV-visie heb ik aangegeven dat deze – wereldwijde – nadruk op productie-efficiëntie niet langer op deze manier vol te houden is. Doordat we op mondiale schaal aanlopen tegen de grenzen van het gebruik van grondstoffen, of die al hebben overschreden, zullen we toe moeten naar een wijze van produceren met minder grondstoffen en meer hergebruik van reststromen; de kringlooplandbouw die ik voorsta. In toenemende mate zal er behoefte ontstaan aan kennis en kunde over het zuiniger omgaan met grondstoffen en andere natuurlijke hulpbronnen. Door het bevorderen van de transitie naar een kringlooplandbouw en onze kennis en kunde nu al te richten op wat ik gemakshalve grondstoffen-efficiëntie noem, kan Nederland internationaal zijn koploperpositie behouden. Niet alleen de kennis en de technologieën die Nederland op het gebied van grondstoffen-efficiëntie ontwikkelt zullen internationaal op veel belangstelling kunnen rekenen; ook verwacht ik dat de laagte van de voetafdruk van agrarische producten – van uitgangsmateriaal tot voedingsproducten – in toenemende mate een onderscheidend kenmerk op de internationale markt wordt.

Toekomstige pachtwetgeving

Eén van de praktische uitingsvormen van de hiervoor vermelde evolutie is dat het bodembeheer (aantoonbaar) duurzaam is. Duurzaam bodembeheer leidt tot een betere bodemvruchtbaarheid voor de landbouw en levert de samenleving duurzamer geteelde gewassen als basis voor duurzaam voedsel op, een betere waterkwaliteit, grotere waterbuffering en een grotere biodiversiteit, en draagt bij aan de klimaatopgave. Ik zie het dan ook als mijn taak om het rijksbeleid waar nodig zodanig bij te stellen dat positieve prikkels voor duurzaam bodembeheer worden gerealiseerd. Daartoe ben ik in het afgelopen najaar gestart met de herziening van het pachtbeleid. Recent heb ik de Hoofdlijnenbrief herziening pachtbeleid uitgebracht (Kamerstuk 27 924, nr. 73).

De Hoofdlijnenbrief wil ik als richtsnoer gebruiken voor het opstellen van een nieuwe pachtwetgeving. Belangrijk uitgangspunt voor het nieuwe pachtstelsel is een duurzaam ondernemersklimaat en een duurzaam bodembeheer. Langjarige relaties tussen pachters en verpachters maken duurzaam bodembeheer beter mogelijk, omdat investeringen in de bodem dan beter terugverdiend kunnen worden. Vooruitlopend op de herziening van de pachtwetgeving is in overleg met de Staatssecretaris van BZK nu reeds het beleid van het Rijksvastgoedbedrijf ten aanzien van het in gebruik geven van agrarische rijksgronden herzien. Een deel van de rijksgronden zal weer langjarig in gebruik worden gegeven middels erfpacht en bij kortlopende pacht met openbare inschrijving zullen de voorwaarden voor duurzaam bodembeheer op basis van de uitkomsten van het onderzoek van de Wageningen UR worden versterkt (Kamerstuk 24 490, nr. 25).

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C.J. Schouten

Noot 1: Letter I heeft alleen betrekking op wetsvoorstel 35 000 XIV.

Noot 2: Samenstelling:Nagel (50PLUS) Ten Hoeve (OSF), Huijbregts-Schiedon (VVD), Koffeman (PvdD), Kuiper (CU),Schaap (VVD), Flierman (CDA), Ester (CU), Kok (PVV) (vice-voorzitter), Gerkens (SP) (voorzitter), Atsma (CDA), N.J.J. van Kesteren (CDA), Reuten (SP), Pijlman (D66), Van Rij (CDA), Schalk (SGP), Schnabel (D66), Verheijen (PvdA), Klip-Martin (VVD), Overbeek (SP), De Bruijn-Wezeman (VVD), Van der Sluijs (PVV), Van Zandbrink (PvdA), Fiers (PvdA), Aardema (PVV), Binnema (GL), Gout-van Sinderen (D66)

Noot 3: Kamerstukken I, 2018–2019, EK 35 000 XIV / 28 973 / 31 532 / 33 037, E.

Noot 4: Kamerstukken I, 2018–2019, EK 35 000 XIV / 28 973 / 31 532 / 33 037, E.

Noot 5: Kamerstukken II, 2018–2019, 24 490 / 31 490, nr. 25.

Noot 6: Idem, blz. 2.