Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vaststelling begroting Ministerie van Buitenlandse Zaken 2019

35000 V 73 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vergaderjaar 2018-2019

Nr. 73

Vastgesteld 14 juni 2019

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de brief van 6 mei 2019 inzake de verlenging contract Extern Volkenrechtelijk Adviseur (Kamerstuk 35 000 V, nr. 70).

De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 11 juni 2019. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,
Pia Dijkstra

De griffier van de commissie,
Van Toor

1

Hoe kan er voor worden gezorgd dat de in de toekomst aan te stellen Extern Volkenrechtelijk Adviseur (EVA) ook voldoende ervaring heeft met advisering in de praktijk?

Naar aanleiding van de motie van het lid Omtzigt c.s. over een gezamenlijk advies van de CAVV en de AIV over een toetsingskader (Kamerstuk 32 623, nr. 231 ) heeft de Kamer aan de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) gevraagd een advies (CAVV/AIV-advies) uit te brengen. De motie verzoekt in dat advies de rol van volkenrechtelijk advies, de openbaarheid daarvan en de mogelijkheden van tegenspraak te betrekken. In afwachting van het advies en de standpuntbepaling daarover vindt het kabinet het prematuur zich hierover een oordeel te vormen.

2

Waarom is het onveranderd gebleven dat de heer Nollkaemper alleen nog gevraagd zal adviseren?

In mijn brief van 6 mei jl. (zie Kamerstuk 35 000 V, nr. 70 ) heb ik u geïnformeerd dat dhr. Nollkaemper, in een gesprek over eventuele verlenging van zijn contract, heeft aangegeven dat hij zijn contract graag op dat moment zou beëindigen. Op mijn verzoek toonde dhr. Nollkaemper zich bereid aan te blijven tot het verschijnen van het CAVV/AIV advies. Tegen deze achtergrond was het niet opportuun om het contract te wijzigen.

3

Heeft u de adviseur gevraagd of hij bereid is ook op eigen initiatief te adviseren?

In het gesprek met dhr. Nollkaemper over de verlenging van zijn contract heb ik hem gevraagd waarom hij bij de verlenging van zijn contract in 2015 heeft verzocht niet langer op eigen initiatief te adviseren. Hij heeft mij uitgelegd dat dit verzoek primair was ingegeven door de beperkte informatietoegang. Hierdoor kon hij niet bepalen waarover hij op eigen initiatief wel of niet zou moeten adviseren. Ik heb begrip voor deze afweging. Hoewel het ministerie relevante stafverslagen (wekelijks) ter beschikking stelde aan dhr. Nollkaemper en hij desgevraagd op een onderwerp meer informatie kon ontvangen, kan ik me voorstellen dat een systematisch voldoende informatievoorziening de doorlopende toegang tot interne informatie(systemen) en medewerkers vereist. Dit past inderdaad niet bij een externe functie. Bovendien zou een extern volkenrechtelijk adviseur (EVA) daarmee ook toegang krijgen tot analyses en opvattingen als gevolg waarvan hij niet meer onbevooroordeeld advies zou kunnen uitbrengen en zijn onafhankelijkheid niet langer zou zijn geborgd. Ook op dit punt zou het CAVV/AIV-advies een bijdrage kunnen leveren.

4

Heeft u de adviseur aangeboden, indien nodig, extra middelen ter beschikking te stellen om ook op eigen initiatief te kunnen adviseren? Zo nee, waarom niet?

Ik heb hem niet een dergelijk aanbod gedaan, omdat een discussie over wijziging van het contract achterhaald was nadat dhr. Nollkaemper had aangegeven dat hij zijn contract graag zou beëindigen.

5

Wat zou ervoor nodig zijn om de Extern Volkenrechtelijk Adviseur ook op eigen initiatief te laten adviseren?

In afwachting van het CAVV/AIV-advies en de standpuntbepaling daarover vindt het kabinet het prematuur zich hierover een oordeel te vormen.

6

Overweegt u om meerdere externe volkenrechtelijke adviseurs aan te stellen, om eventuele capaciteitsproblemen tegen te gaan? Zo nee, waarom niet?

In afwachting van het CAVV/AIV-advies en de standpuntbepaling daarover vindt het kabinet het prematuur zich hierover een oordeel te vormen.

7

Heeft u, zoals u in een debat suggereerde, nog eens gekeken naar de precieze condities in het contract met de adviseur? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat zijn uw bevindingen hierbij?

In afwachting van het CAVV/AIV-advies en de standpuntbepaling daarover vindt het kabinet het prematuur zich hierover een oordeel te vormen.

8

Heeft u bezwaren tegen een Extern Volkenrechtelijk Adviseur die op eigen initiatief kan adviseren? Zo ja, welke?

In afwachting van het CAVV/AIV-advies en de standpuntbepaling daarover vindt het kabinet het prematuur zich hierover een oordeel te vormen.

9

Ziet u voordelen in een Extern Volkenrechtelijk Adviseur die ook op eigen initiatief kan adviseren? Zo nee, waarom niet?

In afwachting van het CAVV/AIV-advies en de standpuntbepaling daarover vindt het kabinet het prematuur zich hierover een oordeel te vormen.

10

Deelt u de analyse dat het systeem zoals de commissie-Davids het had bedacht niet afdoende heeft gewerkt betreffende de niet-letale steun (NLA) aan gewapende groepen in Syrië? Zo nee, waarom niet?

Ik deel deze analyse niet. Over het NLA-programma is regelmatig intern volkenrechtelijk geadviseerd en deze adviezen zijn meegewogen in de (politieke) besluitvorming. In de interne volkenrechtelijke advisering is gewezen op de spanning met het non-interventiebeginsel van het geven van niet-lethale steun aan gewapende oppositiegroepen in Syrië, op de risico’s die dergelijke steun met zich bracht en de mogelijkheden om de risico’s te beperken.

11

Klopt het dat de Minister van Buitenlandse Zaken op dit moment officieel geen EVA onder contract heeft?

Het klopt niet dat de Minister van Buitenlandse Zaken op dit moment officieel geen EVA onder contract heeft. In mijn bovengenoemde brief van 6 mei jl. (Kamerstuk 35 000 V, nr. 70 ) heb ik u geïnformeerd dat dhr. Nollkaemper bereid is te blijven tot het verschijnen van het CAVV/AIV advies.

12

Klopt het dat de positie van een EVA bijdraagt aan de wettelijk plicht van het kabinet om internationaal recht te respecteren? Zo nee, waarom niet?

Er is als zodanig geen «wettelijke» plicht van het kabinet om internationaal recht te respecteren. Op grond van artikel 90 van de Grondwet dient de regering «de ontwikkeling van de internationale rechtsorde» te bevorderen. Dit neemt niet weg dat het kabinet vindt dat het internationaal recht zou moeten worden gerespecteerd.

13

Klopt het dat de positie van een EVA voortvloeit uit de aanbevelingen van de Commissie Davids?

Het rapport van de Commissie Davids bevat geen aanbeveling over de aanstelling van een EVA, maar wel een over de interne volkenrechtelijke advisering (zie p. 273 en Conclusie 22, p. 427). Op 25 mei 2011 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken, dhr. Rosenthal, uitvoering gegeven aan de desbetreffende aanbeveling door het hoofd en het plaatsvervangend hoofd van de afdeling Internationaal Recht te instrueren op verzoek van de Minister dan wel op eigen initiatief rechtstreeks en vertrouwelijk te adviseren over actuele aangelegenheden van buitenlands beleid waar gewichtige aspecten van buitenlands beleid aan de orde zijn. Dit neemt niet weg dat de aanstelling van een EVA een uitvloeisel is van het rapport van de Commissie Davids. Minister Rosenthal heeft gemeend daartoe over te moeten gaan «[v]oor die gevallen waarbij ik het wenselijk vind op korte termijn een onafhankelijk advies te krijgen (veelal als «second opinion»)» (Kamerstuk 32 635, nr. 3 ).

14

Klopt het dat de positie van een EVA van wezenlijk belang is voor gedegen besluitvorming op het gebied van het buitenlands beleid waar belangrijke volkenrechtelijke aspecten gelden? Zo nee, waarom niet?

Volgens de Commissie Davids dient een gedegen inbreng van volkenrechtelijke adviezen in de besluitvorming op het Ministerie van Buitenlandse Zaken en vervolgens door de regering als geheel gewaarborgd te zijn (p. 427). De Commissie deed daartoe de aanbeveling de positie van de volkenrechtelijk adviseur binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken te herstellen (p. 273). Met het bovengenoemd besluit van 25 mei 2011 is hieraan uitvoering gegeven. Daarnaast besloot Minister Rosenthal tot de instelling van de positie van de EVA. Zie ook het antwoord op vraag 13.

15

Wilt u zeker stellen dat onmiddellijk na het vertrek van de huidige EVA een nieuwe EVA wordt aangesteld? Zo nee, waarom niet?

In afwachting van het CAVV/AIV-advies en de standpuntbepaling daarover vindt het kabinet het prematuur zich hierover een oordeel te vormen.

16

Hoe ziet de selectieprocedure er uit voor de selectie van een nieuwe EVA?

In afwachting van het CAVV/AIV-advies en de standpuntbepaling daarover vindt het kabinet het prematuur zich hierover een oordeel te vormen.

17

Bent u voornemens de bevoegdheid van de Tweede Kamer om de EVA om advies te vragen in een nieuw contract op te laten nemen? Zo nee, waarom niet?

In afwachting van het CAVV/AIV-advies en de standpuntbepaling daarover vindt het kabinet het prematuur zich hierover een oordeel te vormen.

18

Wordt de vacature van EVA openbaar opengesteld, of wordt er beroep gedaan op personen om deze functie te vervullen? Wat is de grondslag voor deze selectieprocedure?

In afwachting van het CAVV/AIV-advies en de standpuntbepaling daarover vindt het kabinet het prematuur zich hierover een oordeel te vormen.

19

Aan welke eisen moet voldaan worden om in aanmerking te komen voor de functie van EVA?

In afwachting van het CAVV/AIV-advies en de standpuntbepaling daarover vindt het kabinet het prematuur zich hierover een oordeel te vormen.

20

Zal de bevoegdheid om ongevraagd advies te leveren aan de Minister van Buitenlandse Zaken verwerkt worden in het contract van de nieuwe EVA? Zo nee, waarom niet?

In afwachting van het CAVV/AIV-advies en de standpuntbepaling daarover vindt het kabinet het prematuur zich hierover een oordeel te vormen.

21

Houdt u rekening met een overbruggingsperiode tussen de aanstelling van de nieuwe EVA en het einde van de werkzaamheden van de huidige EVA? Zo ja, hoe wordt voorkomen dat er een periode is waarin er geen Extern Volkenrechtelijk Adviseur is?

Ik sluit niet uit dat er een tijd komt waarin ik geen beroep meer kan doen op een EVA. In dit verband hecht ik eraan te benadrukken dat een gedegen inbreng van volkenrechtelijke adviezen in de besluitvorming op het Ministerie van Buitenlandse Zaken en vervolgens door de regering als geheel, conform de aanbeveling van de Commissie Davids, gewaarborgd is. Overigens blijft het, met en zonder EVA, mogelijk een beroep te doen op externe volkenrechtelijke expertise.

22

Hoe verhoudt de kwestie rondom het NLA-programma in Syrië zich tot het niet verlengen van het contract van de huidige EVA?

In het gesprek met dhr. Nollkaemper over de verlenging van zijn contract is het door de CAVV en AIV uit te brengen advies aan de orde geweest. In afwachting van het CAVV/AIV-advies en de standpuntbepaling daarover heb ik voorgesteld het contract met een jaar te verlengen. Op 6 mei jl. (Kamerstuk 35 000 V, nr. 70 ) heb ik u geïnformeerd dat dhr. Nollkaemper bereid is aan te blijven tot het verschijnen van het CAVV/AIV advies. De kwestie rondom het NLA-programma in Syrie en de contractverlenging van de huidige EVA staan inhoudelijk los van elkaar.

23

Bent u bereid de huidige EVA te vragen te reflecteren op nut en noodzaak van zijn rol en werkzaamheden en de voorwaarden waaronder de EVA een meerwaarde heeft?

In het gesprek met dhr. Nollkaemper over de verlenging van zijn contract hebben wij hierover reeds van gedachten gewisseld. Het is niet aan mij om zijn visie daarop met u te delen.