Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Artikel 4 Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer

A Algemene doelstelling

Het onder dit artikel opgenomen budget ten behoeve van wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer betreft de kosten van interparlementaire activiteiten.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie4.

C Beleidswijzigingen

Voor 2019 zijn geen beleidswijzigingen voorzien.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Art.nr.

Verplichtingen:

1.098

1.491

1.491

1.491

1.491

1.491

1.491

                 
 

Uitgaven:

1.008

1.491

1.491

1.491

1.491

1.491

1.491

                 

4.3

Interparlementaire betrekkingen

1.008

1.491

1.491

1.491

1.491

1.491

1.491

                 
 

Ontvangsten:

0

23

23

23

23

23

23

Kengetallen

In onderstaand overzicht zijn in meerjarig perspectief (2013–2017) de uitgaven met betrekking tot dit artikel opgenomen. Voorts zijn, afgeleid hiervan, gemiddelden per Kamerzetel (van Eerste en Tweede Kamer) opgenomen.

Gemiddelde uitgaven per lid (in € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

Interparlementaire betrekkingen

1.384

1.799

1.357

1.070

1.008

Totaal

1.384

17.991

1.357

1.070

1.008

Gemiddeld per zetel (225)

6

8

6

5

4

Noot 1: De hogere uitgaven in 2013, 2014 en 2015 houden verband met de (voorbereidingen van) de organisatie door Nederland van de Parlementaire Assemblee van de NATO in november 2014 te Den Haag.

E Toelichting op de instrumenten

4.3 Interparlementaire betrekkingen

De raming van heeft betrekking op de volgende onderdelen:

  • •  uitzending Kamerleden naar internationale organisaties;
  • •  aandeel Nederland in de kosten van interparlementaire organen;
  • •  contacten tussen de parlementen van het Koninkrijk;
  • •  ontvangst van buitenlandse parlementsleden en delegaties van internationale organisaties;
  • •  de Nederlandse groep van de Interparlementaire Unie (IPU).

Noot 4: Comptabiliteitswet 2016, artikel 4.4 lid 4