Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

3.5 Artikel 36. Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

Algemene doelstelling

Bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

Rol en verantwoordelijkheid

  • •  De Minister heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cybersecurity.28 De taken worden namens de Minister uitgevoerd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Daarnaast is bij koninklijk besluit vastgelegd dat de Minister doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven.29
  • •  De Minister heeft op basis van onder andere de Politiewet de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en hun woon- en werkverblijven. De Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Defensie zorgen voor de uitvoering daarvan in personele zin. Deze Ministers hebben middelen voor deze beveiligingstaken op hun begroting staan, ongeacht of deze uitgaven voor beveiliging betrekking hebben op leden van het kabinet, van de Kamers der Staten-Generaal of het Koninklijk Huis. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties zorgt voor een adequate uitvoering van fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven. Vanwege veiligheidsrisico’s worden deze uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.
De maatschappelijke effecten van het beleid ter bescherming van de nationale veiligheid (onder andere crisis- en cybersecuritybeleid en terrorismebestrijding) laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten, de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen en met name de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen die de nationale veiligheid bedreigen, niet (altijd) in prestatie-indicatoren of kengetallen uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de voortgangsrapportages met betrekking tot contraterrorisme en -extremisme, cybersecurity en nationale veiligheid die jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden.30

Beleidswijzigingen

  • •  In het Regeerakkoord is een structurele investering van € 95 mln. euro in cybersecurity vastgelegd. Deze middelen worden de komende jaren vanaf 2019 oplopend structureel ingezet in concrete maatregelen. Het CyberSecurity Beeld Nederland (CSBN 2018) laat zien dat de omvang en ernst van de dreiging nog altijd aanzienlijk is en in ontwikkeling blijft. Er is sprake van een continue dreiging in het digitale domein en de weerbaarheid loopt soms achter bij de dreiging. Daarom wordt geïnvesteerd in cybersecurity aan de hand van de door de NCTV gecoördineerde Nederlandse Cyber Security Agenda (NCSA). Hiermee worden in 2019 belangrijke stappen gezet op de hoofdambities waaraan, onder coördinatie van de NCTV en in samenwerking met publieke en private partners, gewerkt wordt.
  • •  In 2011 zijn de taken met betrekking tot Rampen- en Crisisbeheersing en de Veiligheidsregio’s samengevoegd met de taken van de NCTb en opgegaan in de nieuwe organisatie NCTV vanwege de synergie op het terrein van de Nationale Veiligheid. De NCTV heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld naar een organisatie die zich vooral toelegt op de rol van coördinator op het terrein van Nationale Veiligheid. De uitvoering van de decentrale taken op het gebied van Veiligheid en Crisisbeheersing worden daarom overgedragen aan het politiedomein (artikel 31). Dit betreft onder andere de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (€ 181 mln.), het Instituut Fysieke Veiligheid (€ 28 mln.) en het Project NL-Alert (€ 6 mln.). Vanwege de continuïteit van de artikelindeling blijft het budget staan op artikel 36.2.
  • •  Voor contraterrorisme stelt het kabinet 13 miljoen euro extra per jaar beschikbaar. Deze gelden worden gebruikt om, naast de continuering van reeds bestaande maatregelen, het voorveld én de achterkant van de aanpak verder te versterken. Dit samenhangende pakket van aanvullende maatregelen, die hun basis vinden in de integrale aanpak terrorisme 2017–2021, stelt het kabinet in staat om wat terrorismebestrijding betreft ook in de komende periode op alle aspecten te schakelen; van preventie tot repressie, van lokaal tot internationaal. De volgende maatregelen worden uit deze additionele middelen bekostigd:
    • •  Vroegtijdige onderkenning van dreiging door intensivering van (internationaal) inlichtingenonderzoek naar radicalisering en salafisme in het kader van contraterrorisme;
    • •  Borging aanpak van financiering van extremisme en terrorisme;
    • •  Versterking van digitale weerbaarheid en online aanpak van extremisme;
    • •  Investeren in deradicalisering, re-integratie en strafrechtelijke aanpak;
    • •  Versterking internationale samenwerking.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3.5.1 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 36 (x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

258.157

278.548

271.971

262.931

264.472

264.414

264.444

                 

Programma-uitgaven

255.711

278.548

271.971

262.931

264.472

264.414

264.444

Waarvan juridisch verplicht

   

85%

       
                 

36.2

Nationale veiligheid en terrorismebestrijding

 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Overige bijdragen agentschappen

0

321

320

319

319

319

319

 

Bijdrage ZBO/RWT's

             
 

Instituut Fysieke Veiligheid

29.374

28.431

28.480

28.402

28.429

28.424

28.427

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

179.323

196.902

181.138

167.076

167.249

167.209

167.230

 

Overige bijdragen medeoverheden

5.874

13.354

22.103

27.128

28.410

28.410

28.410

 

Subsidies

             
 

Nederlands Rode Kruis

1.400

1.257

1.257

1.257

1.257

1.257

1.257

 

Nationaal Veiligheidsinstituut

1.265

1.274

1.267

1.266

1.269

1.267

1.269

 

Overige subsidies

4.908

2.433

2.422

2.420

2.424

2.423

2.423

 

Opdrachten

             
 

Project NL-Alert

5.243

5.947

5.917

5.912

5.923

5.921

5.922

 

Opdrachten NCSC

4.121

9.764

9.939

9.931

9.954

9.949

9.951

 

Overige opdrachten

11.854

6.230

6.456

6.579

6.591

6.589

6.590

                 

36.3

Onderzoeksraad voor Veiligheid

 

Bijdrage ZBO/RWT's

             
 

Onderzoeksraad voor Veiligheid

12.349

12.635

12.672

12.641

12.647

12.646

12.646

                 

Ontvangsten

565

0

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel heeft voornamelijk betrekking op de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet Veiligheidsregio’s (BDuR) en het Besluit Rijksbijdrage IFV alsmede op een doorlopende subsidieregeling.

Toelichting op instrumenten

36.2 Nationale veiligheid en terrorismebestrijding

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

Het IFV verricht taken op het terrein van brandweer, GHOR, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De taken betreffen onder meer het brandweeronderwijs (opleiden, trainen en oefenen), het ontwikkelen van lesstof, de uitvoering en organisatie van examens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-)materieel. Andere taken zijn het verzamelen en beheren van relevante kennis en het doen van onderzoek. Daarnaast maakt ook USAR.NL deel uit van het IFV. Dit is de Nederlandse bijstandseenheid voor het zoeken naar en redden van ingesloten of bedolven slachtoffers bij rampen in binnen- en buitenland. Het IFV ontvangt voor deze wettelijke taken op grond van artikel 2 van het Besluit rijksbijdragen IFV een lumpsumbijdrage.31

Los van de bijdragen van JenV voor wettelijke taken verricht het IFV in opdracht van de veiligheidsregio’s gemeenschappelijke werkzaamheden en, op commerciële basis, werkzaamheden voor derden, zoals bedrijven, Ministeries en gemeenten (ook wel aangeduid als wettelijk toegestane werkzaamheden).

Bijdragen aan medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

De BDuR is een lumpsumbijdrage die wordt verstrekt aan de 25 veiligheidsregio’s voor de uitvoering van wettelijke taken. Dit betreft onder andere de volgende hoofdtaken (zie ook artikel 10 van de Wet Veiligheidsregio’s):

  • •  de bestrijding van branden en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing;
  • •  het instellen en in stand houden van de brandweer en de geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen.

Naast deze rijksbijdrage, die ongeveer 15 procent van de inkomsten van de veiligheidsregio’s behelst, ontvangen de veiligheidsregio’s een bijdrage van de gemeenten. De verdeling van de BDuR over de veiligheidsregio’s in een vast en een variabel deel vindt plaats conform het verdeelsysteem dat te vinden is in bijlage 2 van het Besluit veiligheidsregio’s. In overeenstemming met artikel 8.1 van het Besluit veiligheidsregio’s worden de bijdragen bekend gemaakt in een brief die wordt verstuurd aan de veiligheidsregio’s.

Op basis van het uitwerkingskader meldkamer vindt in 2018 een eenmalige compensatie van € 15,3 mln. plaats aan de veiligheidsregio’s voor de frictiekosten. Het aandeel van de veiligheidsregio’s in de kosten van het beheer door de politie van de meldkamer bedraagt € 14 mln. en wordt vanaf 2020 via een korting op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding beschikbaar gesteld aan politie.

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

De middelen met betrekking tot de gemeentelijke aanpak contraterrorisme in het kader van de versterking van de veiligheidsketen worden jaarlijks overgeboekt naar het Gemeentefonds. Voor 2018 heeft deze budgettaire overboeking (€ 5,2 mln.) reeds plaatsgevonden. Ook de middelen met betrekking tot de oprichting van de eenheid Passagiersinformatie Nederland (Pi-NL) worden op dit instrument verantwoord.

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Jaarlijks ontvangt het Nederlandse Rode Kruis een subsidie van JenV. Deze subsidie wordt toegekend op grond van artikel 8 van het Besluit Rode Kruis.32

Nationaal Veiligheidsinstituut

Het Nationaal Veiligheidsinstituut ontvangt subsidie om een landelijk expositiecentrum op het terrein van veiligheid te beheren. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Onder dit instrument vallen de subsidies die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken. Het gaat om incidentele subsidies die worden verstrekt op grond van de Wet Justitiesubsidies.

Opdrachten

Project NL-Alert

NL-Alert is het systeem voor rampen- en crisisinformatie per mobiele telefoon. De overheid alarmeert en informeert met dit systeem mensen via een bericht op hun mobiele telefoon over een acute crisis. Hierbij kunnen aan burgers verschillende handelingsperspectieven worden meegegeven. Het Ministerie van JenV financiert de jaarlijkse beheer- en exploitatiekosten voor dit systeem van onder andere de telecomproviders en tevens de kosten voor de doorontwikkeling ervan.

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

Het NCSC is het centrum in Nederland waar publieke (onder andere het Ministerie van Defensie en de AIVD) en private partijen, wetenschap en onderzoeksinstellingen operationele informatie bijeen brengen rondom cybersecurity. Daarnaast treedt het NCSC namens de Nederlandse overheid op als Computer Emergency Response Team (CERT) en fungeert in deze hoedanigheid als Nationaal Contactpunt voor cyber security, die meldingen verwerkt en trends en ontwikkelingen op internet waarneemt. Periodiek wordt het Cyber Security Beeld Nederland opgesteld op basis waarvan beleidsvorming plaatsvindt op het gebied van cybersecurity.

Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Onder dit instrument vallen de opdrachten die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken.

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV)

De OVV verricht op grond van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op basis daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid. De OVV besluit op eigen gezag en in volledige onafhankelijkheid tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daarvan. Uitzonderingen hierop zijn de bij wet of internationaal voorgeschreven onderzoeken die door de OVV worden verricht (waaronder op het terrein van lucht- en scheepvaart). De bijdrage voor 2019 bedraagt € 12,6 mln.

Noot 28: De verantwoordelijkheid van de Minister is gebaseerd op de Wet veiligheidsregio’s (verantwoordelijkheid voor het stelsel van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening in de regio (GHOR), rampenbestrijding en crisisbeheersing), de Politiewet 2012 (bewaken en beveiligen), de Luchtvaartwet (beveiliging burgerluchtvaart) en het koninklijk besluit van 14 december 2005 (terrorismebestrijding).

Noot 29: Besluit van 14 december 2005, houdende tijdelijke herindeling van ministeriële taken in geval van een terroristische dreiging met een urgent karakter, Stb. 2005, nr. 662.

Noot 30: Voor de meest recente versies wordt verwezen naar respectievelijk: brief integrale aanpak Jihadisme (Kamerstukken II, 2017/18, 29 754, nr. 419); Brief dreigingsbeeld cyber security (Kamerstukken II, 201417/18, 26 643, nr. 477), Voortgangsbrief Nationale Veiligheid (Kamerstukken II, 2017/18, 30 821, nr. 38).

Noot 31: Stb. 2012, nr. 525.

Noot 32: Stb. 2011, nr. 588.