Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

5.5 Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening (Dienst Justis)

Justis, als screeningsautoriteit, beoordeelt de betrouwbaarheid van personen en organisaties. Daarmee draagt Justis bij aan de doelen van het Ministerie; een sterkere rechtsstaat en een veiligere samenleving. Justis screent op terreinen waarvan de politiek en samenleving vinden dat betrouwbaarheid belangrijk is, dit vooral omdat Justis toegang heeft tot unieke informatie die alleen voor de overheid beschikbaar is. Justis draagt bij aan de rechtsstaat, aangezien de rechtsstaat alleen goed kan functioneren als de betrouwbaarheid en veiligheid zijn gewaarborgd.

Bij het screenen van personen en organisaties stelt Justis de principes van de rechtsstaat centraal. Onafhankelijk en met oog voor privacy weegt Justis, vanuit een wettelijke basis, de belangen van het individu af tegen de belangen van de samenleving. De beweging die Justis de komende jaren gaat maken is die van een productgerichte naar een opgavegerichte organisatie waarbij de behoefte van de samenleving aan betrouwbaarheid en veiligheid het uitgangspunt vormt. Samen met opdrachtgevers en partners bekijkt Justis of en op welke manier screening tot minder risico’s voor de samenleving kan leiden.

Tabel 5.5.1 Meerjarige begroting van baten en lasten (x € 1.000)
 

Realisatie

Begroting

         
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Baten

             

Omzet moederdepartement

– 1.858

3.587

3.592

3.581

3.576

3.575

3.575

Omzet overige departementen

– 44

283

283

283

283

283

283

Omzet derden

36.827

32.109

37.375

37.375

37.375

37.375

37.375

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

               

Totaal baten

34.925

35.979

41.250

41.239

41.234

41.233

41.233

               

Lasten

             

Apparaatskosten

             

• Personele kosten

17.906

20.387

23.115

23.109

23.109

23.107

23.107

– Waarvan eigen personeel

15.432

17.218

19.846

19.841

19.837

19.839

19.839

– Waarvan externe inhuur

2.474

2.881

2.897

2.896

2.900

2.896

2.896

– Waarvan overige personele kosten

0

288

372

372

372

372

372

• Materiële kosten

15.808

15.592

18.134

18.130

18.125

18.126

18.126

– Waarvan apparaat ICT

5.395

4.691

8.809

8.807

8.804

8.805

8.805

– Waarvan bijdrage aan SSO's

9.330

10.603

7.923

7.921

7.919

7.919

7.919

– Waarvan overige materiële kosten

1.083

298

1.402

1.402

1.402

1.402

1.402

• Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

• Afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

0

– materieel

0

0

0

0

0

0

0

– immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

• Dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

• Bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

               

Totaal lasten

33.714

35.979

41.250

41.239

41.234

41.233

41.233

               

Saldo van baten en lasten

1.211

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de meerjarige begroting van baten en lasten

Baten

Omzet Moederdepartement

In deze post is de bijdrage van het Ministerie van JenV opgenomen voor producten waarvoor geen, of geen kostendekkende tarieven (kunnen) worden geheven aan de eindgebruiker.

In onderstaande tabel wordt een nadere uitsplitsing van de omzet moederdepartement voor 2018 en 2019 weergegeven.

Tabel 5.5.2 Overzicht omzet moederdepartement (x € 1.000)

Product

2018

2019

Gratie

464

462

GSR

737

739

WPBR, WWM, BOA

2.386

2.391

     

Totaal

3.587

3.592

Omzet overige departementen

In de omzet overige departementen is de bijdrage opgenomen van overige departementen voor producten waarvoor geen tarieven aan de eindgebruiker worden geheven. Het betreft bijdragen vanuit de Ministeries SZW en I&W voor de continue screening kinderopvang en taxibranche.

Omzet derden

Deze geraamde omzet betreft de bij derden (particulieren en bedrijven) in rekening te brengen tarieven voor producten. Justis verwacht in 2019 en verder een stijging van het aantal Verklaring Omtrent Gedrag natuurlijke personen (VOG NP). Hierbij is uitgegaan van 150.000 stuks meer ten opzichte van 2018. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de extra opgave van gratis VOG voor vrijwilligers via het Ministerie van VWS.

In onderstaande tabel wordt een nadere uitsplitsing voor 2019 weergegeven.

Tabel 5.5.3 Overzicht omzet derden

Product

aantal1

Tarief

PxQ (x€ 1.000)

Bureau Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (BIBOB)

275

700,00

193

Verklaring omtrent gedrag (VOG NP)2

1.000.000

33,85

33.850

Verklaring omtrent gedrag (VOG-RP)

5.100

207,00

1.056

Naamswijziging

1.644

835,00

1.373

Gedragsverklaring Aanbesteding

6.000

75,00

450

Wet wapens en munitie (WWM)

310

80,00

25

Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherche bureaus (WPBR vergunningen)

590

600,00

354

Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherche bureaus (WPBR leidinggevenden)

820

92,00

75

Totaal

   

37.375

Noot 1: Dit betreft alleen betaalde aantallen.

Noot 2: Het tarief voor de VOG bij aanvraag bij een gemeente bedraagt € 41,35 Het aantal VOG NP is exclusief 100.000 VOG vrijwilliger

Lasten

Personele kosten

De personele kosten in 2019 stijgen ten opzichte van het jaar 2018. Dit heeft te maken met een verwachte hogere productie.

Tabel 5.5.4 Personele kosten
 

Realisatie

Begroting

         
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

               

Eigen personeel

             

kosten (x € 1.000)

15.432

17.218

19.846

19.841

19.837

19.839

19.839

aantal fte's

242

242

284

284

284

284

284

               

Extern personeel

             

kosten (x € 1.000)

2.474

2.881

2.897

2.896

2.900

2.896

2.896

               

Overige P-kosten

             

kosten (x € 1.000)

0

288

372

372

372

372

372

               

Totale kosten (€ 1.000)

17.906

20.387

23.115

23.109

23.109

23.107

23.107

Materiële kosten

Vanaf 2019 zullen de materiele kosten stijgen ten opzichte van het jaar 2018 in verband met de verwachte hogere productie. Deels heeft de stijging van ICT-kosten te maken met een stelselwijziging. Er is sprake van een verschuiving van kosten van bijdragen aan SSO's naar apparaat ICT door wijziging van leverancier.

Tabel 5.5.5 Kasstroomoverzicht (x € 1.000)
   

Realisatie

Begroting

         
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

1

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

11.884

10.419

10.419

10.419

10.419

10.419

10.419

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

45.634

35.979

41.250

41.239

41.234

41.233

41.233

 

–/– totaal uitgaven operationele kasstroom

– 42.069

– 35.979

– 41.250

– 41.239

– 41.234

– 41.233

– 41.233

2

Totaal operationele kasstroom

3.565

0

0

0

0

0

0

 

–/– totaal investeringen

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

3

Totaal investeringsstroom

0

0

0

0

0

0

0

 

–/– eenmalige uitkering aan moederdepartement

– 5.030

 

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

 

 

–/– aflossingen op leningen

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

         

4

Totaal financieringskasstroom

– 5.030

0

0

0

0

0

5

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

10.419

10.419

10.419

10.419

10.419

10.419

10.419

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De gepresenteerde eenmalige uitkering in 2017 (3) aan het moederdepartement heeft te maken met een terugstorting van het exploitatieresultaat. Daarnaast is in het eindbedrag (5) een afroming van het eigen vermogen meegenomen als bijdrage in de JenV brede taakstelling.