Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

2.1 Beleidsprioriteiten

Kerntaak van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is de zorg voor een vrije, veilige en rechtvaardige samenleving. De rechtsstaat vormt hiervan een belangrijke pijler. Het begrip rechtsstaat krijgt betekenis in de beleving van mensen. Mensen ervaren een sterke rechtsstaat als criminaliteit bestreden wordt, wetsovertreders worden berecht en geschillen effectief worden opgelost. Tegelijkertijd dient de staat te waken over de bescherming van de rechten van zijn burgers, bijvoorbeeld door de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of de borging van een eerlijke procesgang.

Dit vergt van ons departement dat we de balans moeten vinden tussen kernwaarden die, bij de uitoefening en invulling, soms begrensd worden door andere, even belangrijke kernwaarden. Maatregelen die bijdragen aan een veiliger Nederland bijvoorbeeld, komen soms rechtstreeks in botsing met vrijheidsrechten. Maatregelen die zien op modernisering van het rechtsbestel leveren soms spanning op met rechtsstatelijke waarborgen. Dit vergt een alert departement want de samenleving verandert sterk.

De sterk veranderende samenleving leidt ook tot nieuwe vormen van criminaliteit. Aan de ene kant steeds zichtbaarder wordende zware criminaliteit, waarbij het gebruik van grof geweld te midden van gewone burgers steeds minder geschuwd wordt. Criminaliteit die haar tentakels op allerlei manieren in de bovenwereld probeert uit te spreiden en zo onze rechtsstaat tracht te ondermijnen. Aan de andere kant onttrekt een deel van de criminaliteit zich juist meer aan ons gezichtsveld, met name door digitalisering en internationalisering. De aanpak van deze nieuwe vormen vraagt een aanpassing van onze oude denkpatronen en de ontwikkeling van nieuwe strategieën. Tegelijkertijd moeten we de aanpak van «traditionele» misdrijven niet laten verslappen.

De veranderende samenleving maakt ook dat ons departement alert moet blijven op de vraag hoe geschillen opgelost worden. Dit vraagt een rechtsbestel dat mee gaat met de tijd en aansluit bij de veranderde behoeften van mensen, en tegelijkertijd stabiliteit en zekerheid biedt door rechtsstatelijke waarborging.

In de rechtsstaat wordt iedereen op gelijke en consequente manier recht gedaan. Om geschillen daadwerkelijk op te lossen zet dit kabinet in op vroegtijdige, snelle en duurzame geschilbeslechting. Met de rechtspraak zetten we ons in voor rechtspraak die maatschappelijk effectief is en bevorderen we buitengerechtelijke geschiloplossing zoals het toepassen van mediation. Deze aanpak wordt versterkt door het wetsvoorstel Experimentenwet rechtspleging dat begin 2019 naar de Tweede Kamer zal worden gezonden en door het moderniseren van het stelsel van rechtsbijstand.

Het zoeken naar de juiste balans loopt ook voortdurend als een rode draad door het migratiebeleid. In nauwe samenwerking met tal van nationale én internationale partners werken de verantwoordelijke departementen (BZ/BHOS, SZW, BZK en JenV) aan een beleid dat bescherming biedt aan diegenen die dat echt nodig hebben en dat er tegelijkertijd op toeziet dat de migratie goed aansluit op de draagkracht en behoefte van de Nederlandse samenleving. Dit beleid is verwoord in de dit voorjaar gepresenteerde Integrale migratieagenda. Op basis van de nadere uitwerking van deze plannen, gaan JenV en partners aan de slag om deze ambitieuze migratieagenda in de praktijk te realiseren.

Bij het werken aan deze grote maatschappelijke uitdagingen waar JenV voor staat, doet ons departement in toenemende mate een beroep op een breed palet aan partners: binnen én buiten het JenV-domein, publiek en privaat. Om zo, via een brede, integrale aanpak, gezamenlijk te werken aan effectieve oplossingen voor grote maatschappelijke opgaven, opdat ook burgers ervaren dat de overheid er op dit punt voor ze is. Een goed voorbeeld is de manier waarop we de verbinding met de sociale wijkteams en de meerjaren-agenda zorg- en veiligheidshuizen vormgeven. Op deze manier dragen we bij aan het vergroten van veiligheid op lokaal niveau in het kader van de aanpak van personen met verward gedrag, aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld en de uitvoering van het programma Zorg voor jeugd.

Deze aanpak wordt ook gestimuleerd door het programma JenV Verandert. Samen werken we aan een meer transparante en wendbare organisatie, die openstaat voor innovatie en die de benodigde capaciteit in zijn gelederen heeft om die ontwikkelingen van de grond te brengen. Een organisatie die z’n huis «op orde» heeft en die haar medewerkers een stimulerende en veilige werkomgeving biedt en die constant in dialoog is met de samenleving om zich heen, mede gestimuleerd door toepassing van open data. Een organisatie die inzichtelijk maakt waar ze tegenaan loopt in de uitoefening van haar taken en de hand uitsteekt naar maatschappelijke partners in de oplossing ervan.

Een sterke rechtsstaat

Onze rechtsstaat staat er goed voor, zoals de bewindslieden van JenV dit voorjaar tijdens het debat in de Eerste Kamer over «de staat van de rechtsstaat» constateerden. Maar het huis van de rechtsstaat vereist wel permanent onderhoud. Dat is niet alleen een kwestie van modernisering, «bij de tijd blijven», maar ook van «maatschappelijk effectief» blijven.

Geschillen moeten zoveel mogelijk worden opgelost op een zodanige manier dat mensen er ook echt mee geholpen zijn. Op de meest eenvoudige, efficiënte en duurzame manier. De meest duurzame oplossingen zijn oplossingen die mensen zelf zijn overeengekomen.1 Daarom zet JenV in op versterking van de mogelijkheden van mensen om hun geschillen zoveel mogelijk zelf op te lossen. Al dan niet met behulp van een bemiddelaar. Dit begint bij een goede informatievoorziening over de voor- en nadelen van de verschillende methoden om geschillen op te lossen. En een goede triage door een neutrale adviseur, die mensen (online of offline) het liefst in een vroegtijdig stadium van het geschil weet te bereiken. Dit geldt voor iedereen, ongeacht achtergrond of inkomen.

Dit krijgt onder meer beslag in het programma «Scheiden zonder Schade», het programma dat een vervolg geeft aan de aanbevelingen van het platform onder voorzitterschap van de heer Rouvoet dat tal van acties en maatregelen voorstelde met het oog op voorkoming van escalatie bij scheidingen. Een van de stappen van het programma «Scheiden zonder Schade» is het ontwikkelen en uittesten van een scheidingsloket in gemeenten waar burgers terecht kunnen voor informatie, voorlichting en ondersteuning.

Het vertrouwen van mensen in de rechtspraak is onveranderd groot. Terecht, want de Nederlandse rechtspraak behoort internationaal gezien tot de wereldtop. Maar daarmee is niet gezegd dat de rechtspraak een rustig bezit is. Er moet veel gebeuren om te waarborgen dat onze rechtspraak ook in de toekomst aan de top blijft. De digitalisering van de rechtspraak is hierbij een belangrijk aandachtspunt, zowel voor de rechtspraak als voor JenV. De digitalisering is niet verlopen zoals verwacht, maar gaat door op een verantwoorde manier. JenV voert overleg met de rechtspraak over het vervolg (waarover nog besloten moet worden). In aanvulling daarop onderzoekt JenV welke verdere vereenvoudiging van wetgeving mogelijk is om de digitalisering makkelijker te maken.

Een toekomstbestendige en doelmatige financiering van de rechtspraak is eveneens noodzakelijk voor een goed functionerende rechtspraak. Het terugdringen van tekorten die de afgelopen periode bij de rechtspraak zijn ontstaan, is daar een belangrijk onderdeel van. Met deze begroting lost het kabinet het verwachte tekort voor 2019 op door een eenmalige bijdrage van € 40 miljoen. Om te onderzoeken hoe de opgelopen tekorten kunnen worden teruggedrongen en toekomstige tekorten kunnen worden voorkomen, wordt een extern doorlichtingsonderzoek uitgevoerd naar de financiële positie van de rechtspraak. Ook brengt een extern deskundige advies uit over onderdelen van de bekostigingssystematiek. Deze onderzoeken zullen op de gebruikelijke wijze worden betrokken bij de voorjaarsbesluitvorming 2019 en gesprekken die in 2019 worden gevoerd over de financiering van de rechtspraak voor de periode 2020-2022.

Uitgangspunt is dat het stelsel van rechtsbijstand wordt herzien binnen de bestaande budgettaire kaders. Bij de vernieuwing van het stelsel van de gesubsidieerde rechtsbijstand staat het bieden van snelle, vroegtijdige en duurzame oplossingen voor problemen met mogelijke juridische consequenties, centraal. Dat betekent hulp die beter is afgestemd op het geschil en het onderliggende probleem en een adequate vergoeding voor juridische hulpverleners. Het uitgangspunt voor vernieuwing van het stelsel is gebaseerd op een intensief ontwerpproces met betrokken professionals in en om het stelsel. In de aanloop naar de voorjaarsbesluitvorming zullen de voorstellen nader worden uitgewerkt en bezien op hun (financiële) consequenties.

Daarnaast zien we dat een uitspraak van de rechter de concrete problemen van mensen niet altijd oplost. Dat ziet de rechtspraak zelf ook. Het kabinet en de rechtspraak zetten zich dan ook gezamenlijk in voor maatschappelijk effectieve rechtspraak.2 JenV werkt op dit moment aan wetgeving die rechters de ruimte biedt om te experimenteren met eenvoudige procedures die conflicten niet op de spits drijven, maar partijen nader tot elkaar brengen – en zo effectief bijdragen aan de oplossing van het probleem. De verwachting is dat deze «experimentenwet rechtspleging» in 2019 door het parlement kan worden behandeld. In 2019 kunnen de experimenten die worden ontworpen van start. Te denken valt aan pilots met buurtrechters, spreekuurrechters en de schuldenrechter.

Ook onderzoekt het kabinet de mogelijkheden om het gebruik van buitengerechtelijke geschiloplossingsmethoden uit te breiden. Omdat zelf overeengekomen oplossingen de meest duurzame oplossingen opleveren, richt het kabinet zich hierbij vooral op de methoden waarbij mensen zelf, al dan niet met hulp van een bemiddelaar, tot overeenstemming komen, zoals bij mediation. In het verlengde hiervan spant het kabinet zich ook in op verdere uitbreiding van mediation in strafrecht. Mediation tijdens een lopende strafzaak kan in gevallen die zich daar toe lenen een zinvolle manier zijn om bij te dragen aan de afdoening van een strafzaak.

Rechtszekerheid en rechtswaarborgen zijn ook gebaat bij een toekomstbestendige en goed functionerende strafrechtketen, die zich tijdig aanpast aan de veranderende maatschappij. Dat vergt dat tijdig wordt ingespeeld op nieuwe mogelijkheden om het werk slimmer te organiseren en processen efficiënter in te richten. Verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening aan de burger én van het vermogen om samen met organisaties buiten de strafrechtketen concrete maatschappelijke problemen aan te pakken zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. De samenleving moet kunnen vertrouwen op de rechtvaardigheid, kwaliteit en voorspelbaarheid van de strafrechtspleging. Dat vertaalt zich in drie concrete ambities van de partners in de strafrechtketen voor de komende jaren: digitalisering in de gehele strafrechtketen (papier uit de keten, inzet van multimedia en dienstverlening aan de burger), verbeteren van doorlooptijden en verbetering van het inzicht in, de aanpak van en de samenwerking met partners buiten de strafrechtketen omtrent multiproblematiek.3
Samen met de korpsleiding werkt JenV aan een moderne politieorganisatie, die – geworteld in de wijk – nog beter is toegerust op de grote uitdagingen van dit moment: bestrijding van de zware, georganiseerde (drugs)criminaliteit en de aanpak van cybercrime. Met het oog hierop worden de intensiveringen van 291 miljoen euro uit het Regeerakkoord ingezet voor verdere uitbreiding van de politiecapaciteit en versterking van de politieorganisatie.4 Deze moet flexibeler worden, met ruimte voor lokaal maatwerk, beter aansluiten bij wat de samenleving en het gezag van haar vragen en beter bereikbaar worden, zowel op het platteland, als in de steden. De politie zal daarom het gezag van betere informatie voorzien om hen in staat te stellen de juiste keuzes te maken. Bijzondere aandacht hierbij is er voor meer inzicht in de effectiviteit van het politieoptreden.

De huidige Veiligheidsagenda, met daarin de beleidsprioriteiten van de Minister voor de politie, loopt eind 2018 af. De nieuwe beleidsprioriteiten zullen in samenspraak met de gezagen vorm krijgen en per 1 januari voor de komende vier jaar worden vastgesteld.

De opsporing wordt verder versterkt en toekomstbestendig gemaakt, aan de hand van de Ontwikkelagenda opsporing. Deze bevat onder meer:

  • •  Maatregelen gericht op kwaliteitsverbetering van de eerstelijns opsporing.
  • •  Experimenten die moeten leiden tot modernisering van de opsporing en vervolging (o.a. gericht op burgeropsporing, private opsporing, cybercrime, gebruik van big data in ondermijningszaken, forensische opsporing en de aanpak van financieel-economische criminaliteit).
  • •  Specifieke afspraken tussen politie en het Openbaar Ministerie, bijvoorbeeld om te komen tot efficiëntere en zorgvuldiger processen in ZSM-zaken.

Ook in kwantitatief opzicht vindt er versterking plaats. Het «Jaarbeeld Opsporing» (2019) van de Inspectie JenV focust zich op de selectie en toewijzing van zaken en de kwaliteit van intelligence en het gebruik daarvan door de recherche. Dit beeld kan daarmee een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van de opsporing. Het voorportaal van de opsporing bevindt zich in de gebiedsgebonden politiezorg. Het betreft de signaalfunctie vanuit de wijk en de politietaken die toezien op het contact met: de, de wijk en aanpalende partners binnen sociaal domein. De GGP wordt – mede op het oog op de inspanningen bij opsporing en de aanpak van ondermijning – verder versterkt. Zo wordt de gebiedsgerichte opsporing en daarbinnen de recherchefunctie binnen het basisteam doorontwikkeld. Ook in kwantitatief opzicht vindt er versterking plaats uit de Regeerakkoord-gelden (291 miljoen euro) voor de politie.

Een veilige en rechtvaardige samenleving vereist niet alleen dat verdachten worden opgespoord, vervolgd en berecht. De burger moet er ook op kunnen vertrouwen dat er op onrecht een passende sanctie volgt. 2019 wordt een belangrijk jaar voor het al enkele jaren lopende programma Uitvoeringsketen Strafrechtelijke Beslissingen (USB). Op 1 januari 2020 moeten alle partners in de executie van de strafrechtketen klaar zijn om sancties, conform de wet USB, tijdig, persoonsgericht en juist uit te voeren.

«Onvindbare» veroordeelden worden actief (internationaal) opgespoord. Hierbij gaat JenV, in samenwerking met kennisinstituten, gebruik maken van verschillende methodes van data-analyse. Ook opsporingscommunicatie speelt hierbij een belangrijke rol.

Bij de tenuitvoerlegging van straffen gaat het in de eerste plaats om genoegdoening van het aan de slachtoffer en samenleving toegebrachte leed of de toegebrachte schade. Een consequente tenuitvoerlegging is fundamenteel voor het vertrouwen in de rechtsstaat en draagt bij aan het draagvlak voor ons rechtsstelsel. Belangrijk is dat de sanctie ook goed wordt benut om aan de problematiek van te dader werken. Dit kan het risico op herhaling van het criminele gedrag – en dus op nieuwe slachtoffers – verkleinen. Daarom gaat JenV steviger inzetten op het terugdringen van de recidive. Dit gebeurt via een persoonsgerichte aanpak, waarbij de gedetineerde de juiste zorg, behandeling of begeleiding krijgt, maar waarbij de nadruk ook ligt op zijn of haar eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid. Er komt een brede, fundamentele verkenning naar het stelsel van (volwassenen)reclassering. Ook vinden er pilots plaats met de inzet van vrijwilligers binnen het reclasseringstoezicht en het gevangeniswezen. Eind 2019 moet dit leiden tot een toekomstvisie op de reclassering. Voor het verminderen van recidive is in het Regeerakkoord een extra bedrag van 20 miljoen euro gereserveerd.

In 2019 gaat ook een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer om de voorwaardelijke invrijheidsstelling (VI) te wijzigen. Gedetineerden komen straks niet meer «automatisch» vrij, na tweederde van hun straf te hebben uitgezeten. Per gevangene wordt dan individueel bekeken of deze in aanmerking komt voor VI. Het gedrag in de detentie speelt daarbij een belangrijke rol. Ook wil JenV de periode van VI voortaan beperken tot maximaal twee jaar.

Een passende straf voor de dader, geeft het slachtoffer genoegdoening voor het onrecht dat hem of haar is aangedaan. Maar in een sterke rechtsstaat biedt slachtofferbeleid uiteraard méér. Slachtoffers krijgen ook bescherming en ondersteuning bij het verwerken van hun leed en worden geholpen om de draad van hun leven weer zo goed mogelijk op te pakken. In 2019 werkt JenV aan verdere verbetering van het slachtofferbeleid, aan de hand van de Meerjarenagenda Slachtofferbeleid. Drie ambities staan daarbij centraal:5
  • •  Versterking van de rechtspositie: zo worden verdachten van gewelds- of zedenmisdrijven straks verplicht om bij de behandeling van hun zaak aanwezig te zijn, zodat het slachtoffer dat gebruik maakt van het spreekrecht ook gehoord wordt. Verder wordt het spreekrecht landelijk uniform geregeld en krijgen slachtoffers (of nabestaanden) ook een vorm van spreekrecht op de zitting waarop de rechter besluit over de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging bij tbs.
  • •  Verbetering bejegening: professionals in de strafrechtketen moeten de belangen van het slachtoffer steeds goed voor ogen hebben. Zo gaan het OM en Slachtofferhulp Nederland slachtoffers actiever en persoonlijker begeleiden, voor en tijdens het strafproces. Ook start in 2019 een proef met het ketenbrede informatieportaal, waar slachtoffers op elk gewenst moment informatie kunnen vinden over hun zaak – afkomstig van politie, OM, Slachtofferhulp Nederland, de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven en het CJIB.
  • •  Ruimere mogelijkheden om de schade te verhalen: onder meer door civiele expertise in te zetten en verzekeraars bij de schadeafhandeling te betrekken, moet het slachtoffer de schade makkelijker op de dader kunnen verhalen. De Wet affectieschade, die het vorderen van affectieschade voor slachtoffers (onder wie ook stiefkinderen) mogelijk maakt, treedt op 1 januari 2019 in werking. De wet zorgt voor erkenning van het verdriet dat ook naasten van slachtoffers lijden, in het geval het slachtoffer overlijdt of ernstig en blijvend letsel ondervindt door de fout van een ander. De wet maakt het ook mogelijk dat naasten van slachtoffers van strafbare feiten de vordering tot vergoeding van affectieschade kunnen verhalen binnen het strafproces.

Betere samenwerking, gedeelde afwegingscriteria en het uitbannen van dubbel werk moeten leiden tot een sneller werkende jeugdbeschermingsketen, die het mogelijk maakt om eerder en effectiever in te grijpen in situaties die onveilig zijn voor kinderen. Dat is de essentie van het programma Zorg voor de jeugd. Om te komen tot de gewenste versnelling, gaan in 2019 in verschillende jeugdregio’s pilots van start. Op basis van de uitkomsten van deze experimenten vindt, waar nodig, aanpassing plaats van protocollen, wet- en regelgeving. Lokale basisteams krijgen de beschikking over een basisset van criteria om te bepalen wat echt werkt en effectief is om kinderen beter te beschermen.

Om te komen tot een betere aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is een wetswijziging naar de Kamer gestuurd met als doel om de maximumstraf voor het stelselmatig mishandelen van kinderen te verhogen. Ook is daarin meegenomen dat de verjaringstermijn voor kindermishandeling pas ingaat op de dag nadat het mishandelde kind 18 jaar is geworden. De parlementaire behandeling van deze wetswijzigingen vindt naar verwachting plaats in 2019. Op 1 januari van dat jaar treedt ook de aangescherpte Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld in werking. Professionals die beroepsmatig met ouders en kinderen te maken krijgen, zijn dan verplicht om ernstige situaties van kindermishandeling altijd te melden bij Veilig Thuis (advies en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling). Het opstellen van letselrapporten bij kindermishandeling (forensisch medisch expertise) wordt verder geprofessionaliseerd, hiervoor wordt aangehaakt bij de integrale aanpak toekomst forensische geneeskunde. Eind 2019 moet er ook een overzicht beschikbaar zijn van effectieve justitiële interventies bij huiselijk geweld en kindermishandeling.

Een veiliger Nederland

Nederland is de afgelopen jaren aantoonbaar veiliger geworden, afgaande op de bestendig dalende trend van de geregistreerde criminaliteit. Die dalende trend tekent zich niet alleen af bij door de politie geregistreerde criminaliteit, maar ook in slachtofferenquêtes, waarin burgers zelf aangeven van welke delicten zij het afgelopen jaar slachtoffer zijn geworden. JenV zet er door aanvullend onderzoek op in ook beter inzicht te verkrijgen in ontwikkelingen in niet of minder goed geregistreerde criminaliteit.

De daling van geregistreerde criminaliteit blijkt vooral uit de forse afname van juist die vormen van criminaliteit die een grote impact hebben op de slachtoffers. Delicten als overvallen, woninginbraken, straatroof en geweld (de zogeheten High Impact Crimes, HIC) zijn sinds de start van de integrale aanpak in 2010 met tientallen procenten afgenomen. Nu is het een kwestie van doorzetten en niet verslappen. In nauwe samenwerking met tal van publieke (gemeenten, politie, OM, reclassering, veiligheidshuizen, andere Ministeries) en private partners (o.a. VNO-NCW, Detailhandel Nederland, Verbond van Verzekeraars, Marktplaats, banken, gsm-providers en woningcorporaties), zet JenV deze succesvolle aanpak in 2019 dan ook door. Het departement blijft gemeenten ondersteunen bij hun HIC-aanpak en faciliteert politie en OM bij de opsporing en vervolging. Verder blijft het JenV preventie door burgers en bedrijven stimuleren en maatregelen nemen om de afzetmarkt voor gestolen goederen te frustreren. Ook starten er in 2019 drie trajecten specifiek gericht op (potentiële) plegers van HIC-delicten: vroegsignalering, arbeidstoeleiding en probation officer. Bij jongeren blijven we inzetten op een zinvolle vrijetijdsbesteding, door verdere uitrol van de gedragsinterventie «Alleen jij bepaalt wie je bent».

Het aantal incidenten met personen die verward gedrag vertonen (in 2017 een groei naar bijna 84.000 meldingen) baart zorgen. Vaak gaat het om personen die wanneer ze niet op tijd de juiste zorg en ondersteuning krijgen, voor veel overlast kunnen zorgen en soms ook overgaan tot geweld. Gemeenten werken momenteel aan een sluitende, lokale aanpak voor deze problematiek, waarbij vroegsignalering, preventie, passende opvang en zorg centraal staan. Het Schakelteam personen met verward gedrag ondersteunt hen hierbij in opdracht van de Ministeries van JenV en VWS en de VNG. Omdat het Schakelteam per 1 oktober 2018 wordt opgeheven zijn de voorbereidingen voor een vervolg op en borging van de activiteiten en resultaten van het Schakelteam in volle gang. Dit mede in navolging van de motie Sazias.6 Zo wordt bijvoorbeeld gewerkt aan een landelijke dekking van alternatief (passend) vervoer voor personen met verward gedrag die geen strafbare feiten hebben gepleegd, zodat geen vervoer door de politie hoeft plaats te vinden. Voor personen met verward gedrag die toch in het justitiële circuit terechtkomen, ontwikkelen JenV en partners een persoonsgerichte aanpak, die kan worden toegepast vanuit de Zorg- en Veiligheidshuizen.

De problematiek van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit vraagt ook de komende jaren intensieve aandacht. Het gaat om vormen van criminaliteit die een ontwrichtende en ondermijnende werking hebben op de samenleving en de rechtsstaat. De problematiek wordt niet alleen als een criminaliteitsprobleem benaderd, maar als een bredere maatschappelijk opgave. Intensieve samenwerking met een brede coalitie van partijen, binnen en buiten de overheid, is noodzakelijk. Daarom wordt de aanpak in 2019 verder verbreed en versterkt aan de hand van de ambitieuze Toekomstagenda Ondermijning, tot stand gekomen in nauw overleg met alle betrokken – publieke én private – partners. Om de ambities uit de Toekomstagenda te kunnen waarmaken heeft het kabinet in het Regeerakkoord ruimere financiële middelen beschikbaar gesteld, in de vorm van een eenmalig ondermijningsfonds van 100 miljoen euro en structureel 10 miljoen euro extra. Deze extra middelen stellen JenV in staat te investeren in versterking van de capaciteit en de kwaliteit van de integrale aanpak.

De extra middelen zullen primair worden ingezet om in alle regio’s te komen tot versterking van de aanpak, passend bij de integrale ondermijningsbeelden per regio die momenteel worden opgesteld. Op basis van die beelden kan elke regio komen tot een meer gerichte aanpak op maat, gefaciliteerd en ondersteund door het departement.

Bij die aanpak lopen de professionals in de uitvoering nu nog regelmatig aan tegen (juridische) knelpunten. Om deze uit de weg te ruimen, werkt JenV in 2019 verder aan «Ondermijningswetgeving», een verzamelnaam voor meerdere wetsvoorstellen, die alle tot doel hebben de aanpak van ondermijning te versterken, zoals:7
  • •  het wetsvoorstel om de maximale straf voor leden van een criminele organisatie fors te verhogen: van zes naar tien jaar;
  • •  het wetsvoorstel Gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden, dat het delen van informatie in samenwerkingsverbanden moet vergemakkelijken;
  • •  ruimere mogelijkheden voor burgemeesters om een woning te sluiten;
  • •  ook krijgen bestuursorganen ruimere mogelijkheden om zelfstandig onderzoek te doen in het kader van de Wet Bibob;
  • •  verder is beoogd dat straks alle aanbestedingen onder de Wet Bibob te vallen en er meer mogelijkheden komen om de wet toe te passen bij vastgoedtransacties.

Van de bedreiging en intimidatie van (lokale) bestuurders door onder andere Outlaw Motorcycle Gangs, die zich bezig houden met allerlei vormen van zware criminaliteit, gaat een sterk ondermijnende werking uit. In het Regeerakkoord wordt uitbreiding aangekondigd van de mogelijkheden om criminele motorbendes te verbieden. De Tweede Kamer werkt aan een initiatief wetsvoorstel om een verbod langs bestuurlijke weg mogelijk te maken.

Al deze ontwikkelingen in hun samenhang zullen in 2019 leiden tot een aanmerkelijke versterking van de integrale aanpak en de slagkracht in de strijd tegen de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit.

Het Regeerakkoord stelt dat onze democratische rechtsstaat weerbaarder moet worden gemaakt tegen radicale antidemocratische krachten. De slagkracht van de bestaande privaatrechtelijke mogelijkheid om organisaties te verbieden (artikel 2:20 BW) wordt daarom vergroot door middel van een wetsvoorstel dat de bewijslast van het Openbaar Ministerie in dit soort gevallen verlaagt. In de wet wordt daarvoor geëxpliciteerd welke doelen en werkzaamheden in ieder geval strijd opleveren met de openbare orde. Tevens wordt gewerkt aan een wettelijke verplichting geldstromen van wezenlijke omvang naar maatschappelijke organisaties inzichtelijk te maken. Van deze geldstromen kan immers onwenselijke invloed uitgaan die antidemocratisch, anti-integratief en onverdraagzaam gedrag tot gevolg kan hebben. Het wetsvoorstel waarmee we dit mogelijk maken zal begin 2019 naar de Tweede Kamer worden gezonden.

Een buitengewoon ernstige vorm van georganiseerde criminaliteit is mensenhandel. Het gaat om allerlei vormen van gedwongen arbeid en uitbuiting, waarbij mensen worden beroofd van hun persoonlijke vrijheid. In het najaar van 2018 wordt het Plan van Aanpak Mensenhandel aan de Tweede Kamer aangeboden.

Hierin wordt een brede, integrale benadering van het fenomeen mensenhandel in al z’n verschijningsvormen gepresenteerd. Een benadering die loopt van preventie, via een effectieve aanpak van daders tot een goede bescherming, opvang en ondersteuning van de slachtoffers. De integrale aanpak van mensenhandel is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van JenV, VWS, SZW en BZ. Het plan van aanpak bevat maatregelen en activiteiten voor de hele kabinetsperiode. Zo komen in belangrijke bronlanden van mensenhandel Nederlandse politieliaisons te werken, om de informatie uitwisseling te verbeteren en de internationale opsporing te intensiveren. Ook wordt een landelijk dekkend netwerk van zorgcoördinatoren opgezet. Met gemeenten is afgesproken dat zij werken aan de ontwikkeling van beleid om regionaal de aanpak van mensenhandel te borgen. De regionale Prostitutie Controle Teams gaan de prostitutiebranche controleren op vormen van uitbuiting en andere misstanden die (kunnen) duiden op mensenhandel. Voor mensen die niet langer in de prostitutiewereld willen werken, subsidieert JenV een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s. Daarnaast wordt het wetsvoorstel Regulering prostitutie aangepast, zodat uniformiteit ten opzichte van alle sectoren in de prostitutiebranche is verzekerd en bescherming tegen misstanden waaronder mensenhandel in al deze sectoren gewaarborgd blijft.

Het Nederlandse harddrugsbeleid blijft ongewijzigd. Op het gebied van softdrugs is er wél sprake van beweging. Er komt een kleinschalig experiment met het gedecriminaliseerd telen van cannabis voor recreatief gebruik, mede gebaseerd op het onafhankelijke advies van de commissie Knottnerus. Met dit experiment willen we onderzoeken of het mogelijk is om een «gesloten coffeeshopketen» te creëren, waarbij op kwaliteit gecontroleerde cannabis, zonder inmenging van criminelen, aan de coffeeshops wordt geleverd. De hiervoor benodigde wet- en regelgeving zijn in voorbereiding. De implementatie van de experimenten vindt plaats in samenspraak met alle bij dit vraagstuk betrokken partijen: volksgezondheid, voedsel en waren, justitie, lokaal bestuur, de juridische wetenschap, de coffeeshopbranche en klanten van de coffeeshops. Ook vindt er zorgvuldige monitoring en evaluatie van het experiment plaats.

Het meest recente Cyber Security Beeld Nederland laat zien dat de omvang en ernst van de dreigingen in het digitale domein nog altijd aanzienlijk zijn – en zich in snel tempo blijven ontwikkelen. Zorgelijke ontwikkelingen, die roepen om actie. Digitale veiligheid is een topprioriteit van dit kabinet en in het Regeerakkoord is een structurele investering van 95 miljoen vastgelegd. Deze middelen worden ingezet voor de ambitieuze Nederlandse Cyber Security Agenda (NCSA), die dit voorjaar werd gepresenteerd8. In 2019 zet de overheid, onder coördinatie van de Minister van Justitie en Veiligheid, stevig in op de uitwerking van de belangrijke acties uit de NCSA. Dit neemt niet weg dat de uitdagingen groot zijn, die veel vragen van alle betrokken partijen. De NCTV versterkt haar regierol op dit onderwerp en gaat in nauwe samenwerking met de partners aan de slag met de zeven hoofdambities van de agenda. Dit alles om ervoor te zorgen dat Nederland op een veilige manier de economische en maatschappelijke kansen die de digitalisering biedt kan verzilveren.

Enkele concrete maatregelen die voor 2019 op de agenda staan:

  • •  Versterking van het Nationaal Cyber Security Centrum als Computer Emergency Response Team (CERT) voor de rijksoverheid en de vitale infrastructuur.
  • •  De NCTV gaat rondetafelgesprekken organiseren om te komen tot een visie voor een landelijk dekkend stelsel van cybersecurity-samenwerkingsverbanden voor overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Dit stelsel moet een snelle informatie-uitwisseling mogelijk maken over recente, ernstige cyberdreigingen en over effectieve maatregelen die de deelnemende partijen kunnen nemen.
  • •  De vorming van cybersecurity-samenwerkingsverbanden wordt gestimuleerd en – waar nodig – wordt ondersteuning geboden. De mogelijkheden worden verkend om te komen tot een certificeringsstelsel voor dienstverleners op het gebied van cybersecurity bij wie private partijen veilig diensten kunnen afnemen.
  • •  In EU-verband werkt Nederland mee aan de (verdere) uitwerking van het pakket maatregelen, onder andere op het gebied van certificering en het mandaat van het Europese agentschap ENISA van de Europese Commissie, om de cybersecurity binnen Europa te versterken.
  • •  Er wordt gewerkt aan een publiek-private cybersecurity-alliantie. De alliantie heeft als doel om publieke en private partijen te verbinden om onder meer de gezamenlijke ambities en maatregelen uit de Nederlandse Cybersecurity Agenda te realiseren.

Ook bij de aanpak van cybercrime, zoals digitale vormen van diefstal, afpersing en fraude, het platleggen van websites, bedrijfsspionage en illegale handel op het darkweb, is de laatste jaren steeds meer sprake van een integrale werkwijze, in goede samenwerking met bedrijven, burgers en maatschappelijke organisaties. Dit heeft geleid tot een breed palet aan mogelijke acties, waarbij per geval gericht wordt bekeken welke actie (of combinatie van acties) het criminele verdienmodel het effectiefst treft.

In 2019 gaan JenV en partners concreet aan de slag met de uitwerking van deze integrale aanpak, die over vier sporen loopt:

  • •  Preventie: onder meer door voorlichting over de risico’s die burgers en ondernemingen lopen en de maatregelen die zij zelf kunnen nemen om zich beter te beschermen tegen cyberdelicten.
  • •  Versterking van de opsporing: niet alleen door te zorgen voor voldoende capaciteit en specifieke kennis bij de politie (Team High Tech Crime bij de Landelijke Eenheid; regionale cybercrimeteams) en het OM (gespecialiseerde capaciteit bij het Landelijk Parket en de regionale parketten); maar ook door de invoering van de Wet Computercriminaliteit III, die politie en OM ruimere mogelijkheden biedt om cybercrime te bestrijden. Deze wet zal naar verwachting in 2019 in werking treden.
  • •  Ondersteuning van slachtoffers van cybercrime: door slachtoffers snel te informeren en hen te helpen de juiste maatregelen te nemen, wordt de criminele activiteit verstoord en kan de schade (ook voor anderen) worden beperkt. Verbetering van het aangifteproces moet de politie beter bereikbaar maken voor slachtoffers van cybercrime.
  • •  Wetenschappelijk onderzoek: via een breed wetenschappelijk onderzoeksprogramma wil JenV meer te weten komen over daderschap en slachtofferschap van veel voorkomende vormen van cybercrime.

De aanhoudende terroristische dreiging is complex en veranderlijk. Uit de meest recente Dreigingsbeelden Terrorisme Nederland blijkt dat de jihadistische dreiging de meest bepalende terroristische dreiging voor Nederland vormt. De verzwakking van ISIS betekent niet dat de dreiging tot het verleden behoort. Hoewel het fysieke «kalifaat» van ISIS uiteen is gevallen, blijft de terroristische organisatie voortbestaan en het jihadistisch gedachtengoed verspreiden. Ook moet er rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat geweld vanuit andere motieven wordt gepleegd, bijvoorbeeld door rechts- of links-extremistische personen of groepen. Het is dus van het grootste belang om de aanpak van terrorisme en de weerstand tegen dit soort dreigingen, zoals die in de afgelopen jaren is opgebouwd, op orde te houden en waar nodig te actualiseren en aan te passen, op basis van het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, dat meerdere keren per jaar verschijnt. Bij het Regeerakkoord zijn er tevens extra financiële middelen beschikbaar gekomen voor de aanpak van terrorisme.

De huidige Nederlandse aanpak is eind 2017 opnieuw vastgesteld langs de lijnen van de Nationale Contraterrorisme-Strategie 2016–2020. Bij de integrale aanpak terrorisme Nederland richt men zich op:

  • •  het tijdig zicht krijgen op en duiden van (potentiële) dreigingen in of tegen Nederland en de Nederlandse belangen in het buitenland;
  • •  het voorkomen en verstoren van extremisme en terrorisme en het verijdelen van aanslagen;
  • •  het beschermen van personen, objecten en vitale processen tegen extremistische en terroristische dreigingen, zowel fysiek als online;
  • •  het optimaal voorbereid zijn op extremistisch en terroristisch geweld en de gevolgen daarvan.

Door het tijdig signaleren en zo nodig door vervolging, handhaven we de democratische rechtsstaat tegen extremisme en terrorisme. In 2019 zal het accent hierbij liggen op de volgende acties:

  • •  extra inzet op preventie, om proactief te kunnen inspelen op de veranderingen binnen de jihadistische beweging;
  • •  aanvullende inzet op deradicalisering en re-integratie. Dit niet alleen vanwege de (verwachte) terugkeer van strijders (en hun kinderen) uit het kalifaat, maar ook om de «home grown» radicalisering van ingezetenen in Nederland tegen te gaan;
  • •  versterking van de digitale weerbaarheid en de aanpak van online extremistische uitingen, zoals jihadistische propaganda;
  • •  verdere versterking van de internationale samenwerking en uitwisseling van informatie – cruciaal voor een succesvolle aanpak van dit fenomeen met een grote internationale dimensie.

De internationale veiligheidssituatie is de afgelopen jaren verslechterd. Dit heeft duidelijke effecten op Nederland. Statelijke actoren mengen zich steeds meer ongewenst in Nederland, door beïnvloeding van bevolkingsgroepen met een migratieachtergrond. Daarnaast gebruiken statelijke actoren in toenemende mate onder andere desinformatie en vormen van strategisch economisch handelen – al dan niet in combinatie (hybride conflictvoering) – om hun doelstellingen te bereiken. In 2019 wordt er onder coördinatie van de NCTV verder gewerkt om Nederland weerbaarder te maken tegen dreigingen van statelijke actoren. Om ongewenste buitenlandse inmenging tegen te gaan worden signalen van beïnvloeding structureel en snel bijeengebracht en gedeeld door rijks- en lokale partijen, en bij incidenten treden deze partijen gezamenlijk op. Om de weerbaarheid van Nederland tegen nationale veiligheidsrisico’s bij overnames en investeringen en aanbesteden en inhuur te vergroten, zet de Interdepartementale Werkgroep Economische Veiligheid zijn activiteiten voort. Er wordt een instrumentarium voor het mitigeren van risico’s voor de nationale veiligheid bij overnames en investeringen ontwikkeld, en er komen maatregelen om risico’s voor de nationale veiligheid bij aanbesteding en inhuur kleiner te maken. De weerbaarheid tegen hybride conflictvoering wordt onder andere versterkt door bewustzijn van de dreiging binnen de overheid te vergroten en door het informatie-uitwisselingsproces verder in te richten. Onder meer op deze wijze draagt JenV bij aan de implementatie van de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie (GBVS) van het kabinet.

Veiligheidsdreigingen kunnen van velerlei aard zijn en kennen vaak hun eigen, unieke omstandigheden. Bedreigingen van de veiligheid van Nederland hebben vrijwel altijd tegelijkertijd een lokale, nationale en internationale component. Dit vraagt veel van het adaptief en lerend vermogen van de veiligheidsregio’s en andere partners op het terrein van risico- en crisisbeheersing. In 2019 werken JenV en partners verder aan de totstandkoming van een breed gedragen, robuust en up-to-date stelsel van crisisbeheersing, dat kan rekenen op voldoende expertise en inzet van middelen. Ook gaat de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s van start. In 2019 wordt ook het pakket middelen voor het waarschuwen van burgers (met o.a. NL Alert) verder uitgewerkt. Dit komt in de plaats van de huidige sirenes («eerste maandag van de maand»), die met ingang van 2020 uit de roulatie worden genomen. Samen met de veiligheidsregio’s werkt JenV aan een moderne, kwalitatief hoogwaardige brandweerzorg. De door de Inspectie JenV geschetste aandachtspunten in het rapport «Inrichting repressieve brandweerzorg» (2018) worden hierbij betrokken.

Een belangrijke schakel tussen de burger in nood en de hulpverlening is de meldkamer. In 2019 werken politie, brandweer en ambulancediensten verder aan de vorming van één toekomstbestendige Landelijke Meldkamerorganisatie, met 10 locaties (Drachten, Apeldoorn, Soest, Haarlem, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Bergen op Zoom, Den Bosch en Maastricht). Het wetsvoorstel dat de nieuwe meldkamerorganisatie regelt zal naar verwachting in 2019 worden aangenomen. Ook de vernieuwing van C2000, het communicatienetwerk voor de hulpdiensten, wordt in 2019 afgerond.

Migratiebeleid

Het Nederlandse beleid is verwoord in de dit voorjaar gepresenteerde Integrale migratieagenda. De beleidsvoornemens hebben betrekking op 6 met elkaar samenhangende pijlers:

  • •  voorkomen irreguliere migratie;
  • •  versterken opvang en bescherming voor vluchtelingen en ontheemden in de regio;
  • •  solidair en solide asielstelsel binnen de Europese Unie en Nederland;
  • •  minder illegaliteit, meer terugkeer;
  • •  bevorderen legale migratieroutes;
  • •  stimuleren integratie en participatie.

Op basis van de nadere uitwerking van deze plannen, gaan JenV en partners aan de slag om deze ambitieuze migratieagenda in de praktijk te realiseren. Punt van aandacht bij de realisatie van de migratieagenda is de afhankelijkheid van de hervorming van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (GEAS). Los hiervan streeft JenV ernaar op enkele punten in 2019 al concreet spijkers met koppen te slaan.

  • •  De ambitie is dat er in 2019 stappen zijn gezet om het asielproces te herontwerpen en de transparantie en voorspelbaarheid van dit proces te vergroten. Naar verwachting zijn er stappen gezet om het identificatie- en registratieproces te stroomlijnen en versnellen. In het asielproces moet sneller duidelijk zijn wat de kansen zijn op inwilliging van een asielverzoek en welk vervolgtraject nodig is. Ook wordt wetgeving zo aangepast dat deze meer in lijn komt met Europese wetgeving. Eind 2019 is naar verwachting het Vreemdelingenbesluit aangepast zodat er geen gehoor meer hoeft te worden afgenomen bij evident kansloze herhaalde asielaanvragen. Er wordt bezien hoe herhaalde asielaanvragen sneller kunnen worden afgehandeld. De korte termijn maatregelen hebben als doel om de schriftelijke fase te versnellen en zullen vanaf 2019 uitgevoerd worden.
  • •  In het Regeerakkoord staat het voornemen om de vergunningstermijn voor bepaalde tijd aan te passen van 5 naar 3 jaar. Het streven is om begin 2019 een wijzigingsvoorstel Vreemdelingenwet aan het parlement te sturen voor behandeling. De genoemde maatregelen moeten in samenhang leiden tot betere beheersing van de doorstroomtijden in de asielprocedure.
  • •  Het treffen van voorbereidingen voor het samenbrengen van alle partners in de asielketen onder één dak, in Gemeenschappelijke Vreemdelingen Locaties (GVL), zoals in Ter Apel. Dit moet op langere termijn leiden tot snellere en betere samenwerking – en daardoor tot verkorting en een betere beheersing van de doorlooptijden in het (nieuw ontworpen, flexibelere en efficiëntere) asielproces. Het COA is bezig hierover met enkele gemeenten bestuursovereenkomsten te sluiten.
  • •  Om te bevorderen dat er meer kennismigranten naar Nederland komen, werkt JenV voor deze groep aan kortere, eenvoudigere toelatingsprocedures en een betere elektronische dienstverlening. Voor startups wordt het makkelijker om internationale talenten aan te nemen.
  • •  Samen met BZ faciliteert JenV een onafhankelijk onderzoek naar de vraag of het VN Vluchtelingenverdrag uit 1951 nog bij de tijd is en welke aanpassingen er eventueel nodig zijn, opdat het Verdrag een duurzaam juridisch kader biedt voor het internationale asielbeleid van de toekomst.
  • •  Constructieve gesprekken met de VNG moeten leiden tot een afspraak waarmee Rijk en gemeenten gezamenlijk de 8 geplande Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen (LVV's) stap voor stap in de praktijk ontwikkelen. Met de LVV's wordt een netwerk van voorzieningen beoogd waarin vreemdelingen zonder recht op verblijf worden begeleid naar een duurzame oplossing en daarbij tijdelijk onderdak krijgen. Deze ontwikkeling maakt onderdeel uit van de opgave «Nederland en migrant voorbereid» in het Interbestuurlijk Programma (IBP).

Om migratie beter beheersbaar te maken is effectief grensbeheer essentieel. In 2019 werkt JenV aan de inrichting van het grensmanagement, op basis van de nieuwe EU richtlijnen. Daartoe wordt een programmastructuur opgezet die de directies van JenV en de taakorganisaties gaat helpen de noodzakelijke veranderingen in samenhang te realiseren.

Conform het Regeerakkoord werkt JenV in 2019 aan modernisering van het nationaliteitsrecht. Zo krijgen nieuwe (eerste generatie) immigranten én emigranten ruimere mogelijkheden om meerdere nationaliteiten te bezitten. Voor volgende generaties komt er een verplicht moment waarop zij moeten kiezen, met als resultaat het behoud van niet meer dan één nationaliteit.

Noot 1: Zie M.J. ter Voert & C.M. Klein Haarhuis, Geschilbeslechtingsdelta; Over verloop en afloop van (potentieel) juridische problemen van burgers, 2014, p. 146.

Noot 2: Kamerstukken II, 2017/18, 29 279, nr. 425 (brief Maatschappelijk effectieve rechtspraak)

Noot 3: Kamerstukken II, 2017/18, 29 279, nr. 449 (brief Ambitie, prioriteiten en doelstellingen strafrechtketen)

Noot 4: Kamerstukken II, 2017/18, 29 628, nr. 748 (brief Middelen regeerakkoord politie en flexibiliseringsagenda)

Noot 5: Kamerstukken II, 2017/18, 33 552, nr. 43 (brief Meerjarenagenda slachtofferbeleid 2018–2021)

Noot 6: Kamerstukken II, 2017/18, 25 424, nr. 399

Noot 7: Kamerstukken II, 2017/18, 29 911, nr. 207 (brief over versterking aanpak ondermijning)

Noot 8: Kamerstukken II, 2017/18, 26 643, nr. 536 (Nederlandse Cybersecurity Agenda (NCSA))