Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Beleidsartikel 20 Lucht en Geluid

Algemene Doelstelling

Bevorderen van een solide en gezonde leefomgeving door de luchtkwaliteit te verbeteren en door geluidhinder te voorkomen of te beperken.

Rollen en Verantwoordelijkheden

Regisseren

Om qua luchtkwaliteit en geluid een solide en gezonde leefomgeving te bereiken, regisseert de Minister van IenW de inhoudelijke lijn voor de nationale inbreng in de ontwikkeling van het Europese luchtkwaliteits- en geluidbeleid. Meer specifiek is de Minister van IenW verantwoordelijk voor:

  • •  De coördinatie van de Nederlandse inzet in internationaal kader bij de vaststelling van grenswaarden en plafonds voor emissies van luchtverontreinigende stoffen, de vertaling daarvan naar Nederlandse wet- en regelgeving en (zo nodig) de verdeling van doelstellingen over sectoren en milieuthema’s. De doelen, grenswaarden en plafonds hebben betrekking op verbetering van de luchtkwaliteit en op bronbeleid voor geluid- en industriële emissies;
  • •  De ondersteuning van gemeenten en provincies bij het toezicht op de naleving van algemene regels en bij de vergunningverlening ter vermindering van luchtemissies bij de industrie en bij een juiste toepassing van de geluidregelgeving;
  • •  De implementatie van de geluidregelgeving (wet SWUNG) waarmee een optimale gezondheidsbescherming van burgers en flexibiliteit voor de beheerders van rijkswegen en hoofdspoorwegen wordt beoogd. SWUNG-2 zal de aanpak van geluidhinder op gemeentelijk en provinciaal niveau beter uitvoerbaar maken. Deze nieuwe geluidregels worden ondergebracht in de Omgevingswet. Lagere overheden worden ondersteund om aan de voorschriften van deze regelgeving te kunnen voldoen en geluidsgevoelige locaties langs infrastructuur aan te pakken.

Stimuleren

Om de milieudoelen op het gebied van luchtkwaliteit en geluid te behalen, is het belangrijk deze op een proactieve wijze met maatschappelijke partners te delen. Daarom stimuleert de Minister van IenW:

  • •  Het aangaan en organiseren van allianties met en tussen bedrijven, branches, overheden en kennisorganisaties om de doelen uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), het Actieprogramma Luchtkwaliteit6 en SWUNG (geluid) tot een succesvolle uitvoering te brengen;
  • •  Een permanente verbetering van de luchtkwaliteit, zo wordt toegewerkt naar de WHO-streefwaarden, dit om de gezondheidsrisico’s terug te dringen.
  • •  Medeoverheden tot uitvoering van maatregelpakketten in het NSL en het Actieplan Luchtkwaliteit om daarmee de Europese normen voor luchtkwaliteit (voor fijnstof in 2011 en voor NO2 in 2015) te halen. Dit is belangrijk voor de gezondheid van burgers en hiermee schept de Minister tevens ruimte voor nieuwe infrastructuur, woningbouw en bedrijvigheid.

Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).

Indicatoren en Kengetallen

Jaarlijks ontvangt de Tweede Kamer een monitoringsrapportage over de voortgang van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De monitoring dient om de voortgang van de uitvoering van het NSL te volgen en biedt een basis om het programma waar nodig bij te sturen. De monitoring betreft de ontwikkeling van de luchtkwaliteit en de uitvoering van projecten en maatregelen. De achtste rapportage is reeds aan de Kamer verzonden (Kamerstukken II 2017–2018, 30 175, nr. 268).

Kengetal: Tegengaan geluidhinder (kengetallen sanering verkeerslawaai, aantal woningen)
 

t.g.v. Rijksinfrastructuur

t.g.v. andere infrastructuur

Totaal

Aantal woningen

Rijkswegen inclusief betreffende A-lijst woningen

Spoorwegen

A-lijst

Overig

 

Totaal

109.800

70.650

77.355

335.800

593.605

Uitgevoerd 1980–1990 (schatting)

40.000

7.450

40.000

87.450

Uitgevoerd 1990–2011

58.302

16.238

48.650

36.721

159.911

Uitgevoerd 2012

549

3.031

1.125

4.705

Uitgevoerd 2013

831

3.000

2.784

6.615

Uitgevoerd 2014

56

704

3.000

397

4.157

Uitgevoerd 2015

22

2.311

2.000

434

4.767

Uitgevoerd 2016

 

740

1.600

1.832

4.172

Uitgevoerd 2017

0

1.067

200

1.253

2.520

Planning 2018

0

83

400

3.508

3.991

Planning 2019

0

675

400

3.000

4.075

Aangepast restant per eind 2019

11.420

40.002

15.074

244.746

311.242

Bron: Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV) https://www.bureausaneringverkeerslawaai.nl/

Toelichting

Deze cijfers hebben betrekking op de sanering verkeerslawaai die onder regime van de Wet Geluidhinder wordt afgehandeld. Deze sanering kent een ander normenkader dan de sanering vanwege rijksinfrastructuur die nu door RWS en ProRail wordt uitgevoerd onder de Wet milieubeheer. Deze sanering is opgenomen onder beleidsartikel 14.

In 2018 wordt de resterende saneringsvoorraad nader beschouwd en opgeschoond. Naar verwachting zal de voorraad afnemen, omdat woningen niet langer voor saneringsmaatregelen in aanmerking komen.

Kengetal: Emissies luchtverontreinigende stoffen 1990, 2000, 2005, 2010 en 2014, doelstellingen en prognoses 2020 en 2030 in kton/jr.1Elk jaar wordt een nieuwe analyse uitgevoerd en door nieuwe kennis kan dat betekenen dat ook eerdere cijfers soms nog enigszins worden aangepast. Zie ook toelichting.
 

1990

2000

2005

2010

2010

2015

2020

20202

2030

2030

         

NEC- Richtlijn

Realisatie

Raming

Herziene NEC-Richtlijn

Raming

Herziene NEC-Richtlijn

SO2

193

73

64

34

50

30

30

46

30

30

NOx

604

420

369

300

260

228

177

203

130

 

NH3

369

178

156

135

128

128

117

136

109

123

NM VOS3

490

244

181

165

185

139

143

167

145

154

PM2,5

51

28

22

17

 

13

10,4

14

9,6

12

Noot 2: Plafonds voor 2020 en 2030 zijn afgeleid van de Richtlijn inzake nationale emissie reductieverbintenissen inzake bepaalde stoffen in de lucht (2016/2284), waarin reductiepercentages zijn opgenomen ten opzichte van basisjaar 2005. De voorstellen voor 2020 zijn gelijk aan de waarden in het herziene Gotenburgprotocol, dat binnenkort zal worden geratificeerd.

Noot 3: NMVOS: Vluchtige organische stoffen, exclusief methaan.

Bronnen: de informatie over de gerealiseerde en geraamde emissies zijn afkomstig uit «Informative Inventory Report 2017» (RIVM Rapport 2017_0002). De ramingen gaan uit van uitvoering van vastgesteld en voorgenomen beleid. (http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Wetenschappelijk/Rapporten/2017/April/Informative_Inventory_Report_2017_Emissions_of_transboundary_air_pollutants_in_the_Netherlands_1990_2015)

Toelichting

In december 2016 zijn de nieuwe doelstellingen voor luchtverontreinigende stoffen vastgesteld. Het betreft aanpassing van de National Emission Ceilings (NEC) (richtlijn (EU) 2016/2284). In bovenstaande tabel zijn de reductiepercentages uit de richtlijn omgerekend naar vrachten. Elk jaar wordt een nieuwe analyse uitgevoerd en door nieuwe kennis kan dat betekenen dat ook eerdere cijfers soms nog enigszins worden aangepast doordat deze nieuwe inzichten met terugwerkende kracht ook worden meegenomen in de emissiecijfers van voorgaande jaren.

Beleidswijzigingen

Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is verlengd tot aan de invoering van de Omgevingswet. Er resteren namelijk nog enkele knelpunten, zoals die in enkele gebieden met intensieve veehouderij (fijnstof) en bij binnenstedelijke gebieden (NO2). Met name daar is het gewenst de NSL-aanpak nog enige tijd voort te zetten en te monitoren. Ook wanneer de knelpunten zijn opgelost, kunnen zich gezondheidsrisico’s voordoen vanwege luchtverontreiniging. Het streven is een permanente verbetering van de luchtkwaliteit, zo wordt toegewerkt naar de WHO-streefwaarden.

Begin 2019 zal het IBO luchtkwaliteit worden afgerond. In overleg met medeoverheden, belangenorganisaties en bedrijfsleven wordt in 2019 het Schone Lucht Akkoord gepresenteerd, de uitkomsten van het IBO worden hierbij betrokken.

Waar het gaat om geluidsanering is het van belang dat de saneringsoperatie verder wordt afgerond en waar mogelijk op een kosteneffectieve manier wordt verbreed. Naast deze ontwikkelingen zal worden gezocht naar tot nu toe onvoldoende gebruikte mogelijkheden. Met het oog op een kostenefficiënte inzet van de beschikbare middelen voor de geluidsanering langs de rijksinfrastructuur (Meerjarenprogramma Geluidsanering) is in 2016 en 2017 de regelgeving beperkt aangepast. Op basis hiervan worden de komende jaren saneringsplannen vastgesteld en in uitvoering genomen.

Budgettaire gevolgen van beleid

Art. 20 Lucht en Geluid (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

17

17.347

24.825

27.432

28.507

28.596

30.450

Uitgaven:

20.563

32.227

27.603

27.632

28.507

28.596

30.450

Waarvan juridisch verplicht

   

98%

       

20.01

Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder

20.563

32.227

27.603

27.632

28.507

28.596

30.450

20.01.01

Opdrachten

6.507

4.662

3.107

2.763

2.782

2.782

2.782

 

– Verkeersemissies

2.446

604

0

0

0

0

0

 

– Geluid- en luchtsanering

3.725

3.912

3.107

2.763

2.782

2.782

2.782

 

– Overige opdrachten

336

146

0

0

0

0

0

20.01.02

Subsidies

0

0

0

0

0

0

0

 

– Euro 6 en Euro-VI

0

0

0

0

0

0

0

 

– Verkeersemissies

0

0

0

0

0

0

0

 

– Overige subsidies

0

0

0

0

0

0

0

20.01.03

Bijdrage aan agentschappen

1.722

921

1.530

1.539

1.527

1.546

1.556

 

– waarvan bijdrage aan RWS

1.722

921

1.530

1.539

1.527

1.546

1.556

20.01.04

Bijdrage aan medeoverheden

11.213

26.254

22.552

23.039

23.742

23.812

25.656

 

– NSL

0

11.239

0

0

0

0

0

 

– Wegverkeerlawaai

11.213

15.015

22.552

23.039

23.742

23.812

25.656

 

– Overige bijdrage medeoverheden

0

0

0

0

0

0

0

20.01.07

Bekostiging

1.121

390

414

291

456

456

456

 

Ontvangsten

179

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

De bijdragen aan medeoverheden in het kader van met name de wettelijke taken inzake de sanering van het wegverkeerslawaai en het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) zijn juridisch verplicht. Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht door lopende opdrachten in de sfeer van de uitvoering van met name de geluidsanering.

Het niet-juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor (onderzoeks)opdrachten op het beleidsterreinen geluid en voor onderzoek ECN.

Toelichting op de financiële instrumenten

20.01 Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder

20.01.01 Opdrachten

Het Ministerie van IenW geeft uitvoerings- en onderzoeksopdrachten in het kader van geluidhinder en luchtkwaliteit. Ten aanzien van het beleidsterrein geluidhinder gaat het met name om de opdrachtverlening aan het Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV), dat namens het Ministerie van IenW zorg draagt voor de uitvoering van de geluidsanering voor gemeentelijke en provinciale infrastructuur.

20.01.03 Bijdragen aan agentschappen

RWS

De voornaamste werkzaamheden voor de bijdragen aan RWS zijn voor luchtkwaliteit en geluid onder meer het geven van inhoudelijk advies, het uitvoeren van (literatuur)onderzoek en het verzorgen dan wel ondersteunen van rapportages. Voor het NSL betreffen de werkzaamheden van RWS het verzorgen van het secretariaat.

20.01.04 Bijdragen aan medeoverheden

De betalingen aan de provincies en gemeenten in het kader van het NSL hebben in de afgelopen jaren plaatsgevonden, in diverse tranches. De financiële afwikkeling en nabetaling van het restant van de toegezegde bijdragen is in 2018 voorzien.

Bij het onderdeel wegverkeerslawaai gaat het om de bijdragen aan provincies en gemeenten voor het uitvoeren van saneringsmaatregelen met betrekking tot geluidhinder door het verkeer.

20.01.07 Bekostiging

Jaarlijks bekostigt het Ministerie van IenW een deel van het milieuonderzoeksprogramma van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) te Petten. Over de invulling van dit programma worden afspraken gemaakt met ECN, mede om te borgen dat het onderzoek en de resultaten dienstbaar zijn aan de beleidsontwikkeling en -onderbouwing door IenW.

Noot 6: Kamerstukken II 2015–2016, 30 175, nr. 223