Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

2. BELEIDSAGENDA

Introductie

Het gaat goed met Nederland. Op verschillende internationale ranglijsten scoren we hoog. Op het gebied van watermanagement zijn we toonaangevend; van onze kennis wordt wereldwijd gebruik gemaakt. Binnen de Europese Unie (EU) lopen we voorop in het verantwoord omgaan met grondstoffen en verpakkingsmaterialen. En onze infrastructuur is van wereldklasse.

Het vertrekpunt is goed, maar dat betekent niet dat we er zijn. In Nederland hebben we ook te maken met files, volle treinen, toenemende drukte in de steden, vervuiling en perioden van wateroverlast. De economie groeit en de vraag naar mobiliteit neemt toe. Er blijft dus werk aan de winkel om Nederland vandaag én morgen bereikbaar te houden. Immers, met een goede bereikbaarheid verdienen we onze boterham en kunnen we elkaar ontmoeten. We focussen daarom op een slimme combinatie en duurzame invulling van mobiliteit op weg, water en spoor, de zogeheten multimodale mobiliteitsaanpak. De verbetering van de doorstroming, vermindering van het aantal files, vervanging en innovatie van infrastructuur en zorg voor een goed openbaar vervoer (inclusief de fiets) staan hierbij centraal. Daarnaast zijn cybersecurity en verkeersveiligheid een belangrijke kabinetsprioriteit omdat we onze infrastructuur veilig en operationeel willen houden.

Behalve aan een bereikbaar Nederland, werkt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) ook aan een leefbaar Nederland. We willen snel van A naar B; maar wel in een goed ingerichte, schone en veilige omgeving. Een omgeving waarin we een bijdrage leveren aan de doelstellingen van het Parijsakkoord en andere internationale afspraken zoals de Agenda 2030 (Sustainable Development Goals). In 2019 zet IenW sterk in op circulaire economie en duurzaam transport, evenals op de verbetering van de omgevingsveiligheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Ons werk op het gebied van waterveiligheid- en kwaliteit zetten we onverminderd voort. Daarbij kijken we ook breder naar bescherming tegen de gevolgen van klimaatverandering en opkomende stoffen in het water.

Het veelzijdige takenpakket van IenW kent bij tijd en wijle dilemma’s en schurende belangen. Daarvoor moeten we afgewogen en innovatieve oplossingen vinden. Dit doen we samen met bewoners, bedrijven en andere overheden, in een steeds meer digitaliserende en data gedreven omgeving. Waar innovatie een effectieve bijdrage kan leveren aan onze doelstellingen, stimuleert IenW deze. Hierbij zijn onze kennisinstituten – het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)- van groot belang, evenals onder andere de universiteiten, de toegepaste onderzoeksinstellingen (TO2) en de topsectoren. In 2019 blijven we ons dan ook voor deze kennisbasis en innovatie inzetten.

Onze ambities om Nederland in 2019 nog schoner, veiliger en leefbaarder te maken hebben we gedefinieerd in drie transities: (i) veilige, slimme en groene mobiliteit, (ii) klimaatadaptatie en (iii) circulaire economie. Deze transities vormen het hart van de beleidsagenda 2019, aangevuld met diverse andere onderwerpen die onze intensieve aandacht hebben.

We werken aan veilige, slimme en groene mobiliteit

Veilige mobiliteit

Verkeersveiligheid staat hoog op de agenda van dit kabinet. We moeten tempo maken want het aantal verkeersgewonden stijgt en ook is de jarenlange dalende trend in het aantal dodelijke slachtoffers doorbroken. Deze ontwikkeling kunnen we niet accepteren. Technologie biedt nieuwe mogelijkheden, maar er ontstaan ook nieuwe risico’s. Vergrijzing, meer fietsmobiliteit en toegenomen drukte op met name stedelijke wegen vragen om nieuwe oplossingen. Verkeersveiligheid is niet alleen een zaak van de overheid: we moeten intensief samenwerken met betrokken organisaties en marktpartijen. Niet voor niets staat in het Regeerakkoord dat we aan de slag gaan met het manifest «Verkeersveiligheid: een nationale prioriteit» van de Mobiliteitsalliantie.

Samen met de stakeholders zijn inmiddels mogelijke risico’s in kaart gebracht. Die vormen nu de basis voor een nieuw Strategisch Plan Verkeersveiligheid dat eind 2018 naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Dit plan richt zich met name op de vraag hoe de andere wegbeheerders gefaciliteerd en aangespoord kunnen worden om de verkeersveiligheid in de regio en de steden, inclusief afspraken over handhaving te verbeteren. Het grootste deel van de ongevallen vindt immers daar plaats. IenW investeert daarom in de verbetering van de veiligheid van de N-wegen, zoals ook opgenomen in het Regeerakkoord. Zowel voor de Rijks-N-wegen als voor de provinciale N-wegen trekken we € 25 miljoen (totaal € 50 miljoen) uit om maatregelen te nemen om de bermen veiliger te maken.

Ook in het treinverkeer streven we naar meer veiligheid. Daarom investeren we extra in het verbeteren van de overwegveiligheid. Met de uitrol van European Rail Traffic Management System (ERTMS) wordt in Nederland invulling gegeven aan de vervangingsbehoefte van het huidige Automatische Treinbeïnvloeding systeem (ATB-systeem) en de Europese verplichtingen voor interoperabele spoorverbindingen. Naast een grotere veiligheid biedt ERTMS ook voordelen op het gebied van betrouwbaarheid en capaciteit. In 2019 wordt de beoogde Programmabeslissing genomen. ProRail gaat zorgen voor de ombouw van de infrastructuur en voert regie over het geheel, zoals materieelombouw en procesaanpassingen. IenW voert het opdrachtgeverschap uit.

Slimme mobiliteit

De ontwikkelingen op het gebied van slimme mobiliteit (smart mobility) gaan hard. Nederland loopt internationaal voorop en het is onze ambitie om deze positie te behouden. Niet alleen levert dit een belangrijke bijdrage aan de economische concurrentiepositie van Nederland, maar het heeft bovenal een grote impact op het verbeteren van de doorstroming, verkeersveiligheid en duurzaamheid.

Samen met onze regionale partners en het bedrijfsleven introduceert IenW nieuwe en slimmere vormen van reizen. Een belangrijke pijler zijn tests en pilots op de openbare weg. Om tests met zelfrijdende voertuigen zonder bestuurder op de openbare weg mogelijk te maken wordt de wetgeving aangepast. We bieden daarnaast ruimte aan automatische vaartuigen, drones en pilots met flexibele en vraag gestuurde mobiliteitsconcepten. Ook verwachten we de komende jaren interessante ontwikkelingen op het gebied van verkeersmanagementsystemen, zodat weggebruikers onderweg optimaal worden ondersteund met actuele rij- en reisadviezen. We moeten zorgen dat we klaar zijn voor al deze ontwikkelingen. Zo gaan we onderzoeken wat nodig is om onze infrastructuur toekomstbestendig te maken voor voer- en vaartuigen met automatische functies en het gebruik van drones. IenW gaat er de komende periode voor zorgen dat de randvoorwaarden op orde zijn en dat publieke belangen zoals privacy, security en toegankelijkheid worden geborgd.

In het goederenvervoer werken we ook in 2019 hard aan innovatie en verduurzaming. Zo gaat IenW aan de slag met het recent gepresenteerde maatregelenpakket voor spoorgoederenvervoer. Ook presenteren we eind 2018 een digitale transportstrategie en goederenvervoervisie. Dit levert een bijdrage aan de mogelijkheden voor een modal shift in het transport naar het Europese achterland en het delen van digitale data voor Europese transporten. De acties uit deze strategie en visie zullen in 2019 (verder) vorm krijgen.

Groene mobiliteit

In het kader van het Klimaatakkoord is 7,3 Mton de indicatieve reductieopgave voor 2030 die door de Mobiliteitstafel ingevuld moet worden, waarvan een resultaatverplichting van 5,9 Mton. Daarmee wordt vastgehouden aan de afspraak uit het Energieakkoord dat de uitstoot in de mobiliteitssector in 2030 niet meer mag zijn dan 25 Mton. De Mobiliteitstafel heeft de ambitie om alle segmenten van het mobiliteits- en transportsysteem mee te nemen bij het invullen van de opgave. Het streven is dat uiterlijk in 2030 alle nieuwe auto’s emissieloos zijn. Nationaal werken we o.a. aan zero emissie zones voor stadslogistiek, differentiatie van parkeertarieven en voldoende tank-en laadinfrastructuur. En op EU-niveau blijven we ons inzetten voor scherp bronbeleid. Bij (stads)logistiek en (spoor)goederenvervoer, streven we samen met de regio naar logistieke optimalisatie en slimme en duurzame mobiliteitssystemen. Ook de overheid draagt actief bij aan de doelen van de Mobiliteitstafel. Zo werken we er naar toe dat in 2020 35% – in 2022 50% – van het wagenpark van IenW (inclusief dienstauto’s) elektrisch is.

Zoals aangekondigd in het Regeerakkoord wordt de aanpak van Topsector Logistiek gecontinueerd met extra focus op duurzaamheid. In het Werkprogramma Maritieme Strategie en Zeehavens 2018 – 2021 zijn tal van verduurzamingsmaatregelen opgenomen. Die worden, samen met het Klimaatakkoord, nader uitgewerkt in een Green Deal voor de verduurzaming van de zeevaart, binnenvaart en havens. We streven ernaar deze Green Deal eind 2018 te sluiten.

Nederland is in april 2018 akkoord gegaan met vergaande mondiale afspraken om in 2050 de totale uitstoot van broeikasgassen door de zeescheepvaart met de helft omlaag te brengen. Deze afspraken worden door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) verder uitgewerkt tot concrete reductiemaatregelen voor de korte, middellange en lange termijn. Ook is er binnen de IMO afgesproken om een geschikt tijdspad uit te werken voor een verbod op het gebruik en transport van zware stookolie en brandstof in het Arctisch gebied. In Europees verband zetten we in op soortgelijke strenge eisen aan de uitstoot van schadelijke stoffen in alle Europese wateren.

Op het gebied van duurzame luchtvaart krijgt de implementatie van Carbon Offsetting and Reduction Scheme for International Aviation (CORSIA) onverminderd de aandacht.

De Europese Commissie (EC) presenteert de komende periode een beoordeling van de werking van CORSIA als start van de onderhandelingen over luchtvaart onder het European Emissions Trading System (EU ETS) na 2024. Nationaal stimuleert IenW de ontwikkeling en het gebruik van duurzame alternatieve brandstoffen, zoals biokerosine, innovatieve technologie (zoals elektrisch of hybride vliegen) en het efficiënt gebruik van het luchtruim. Het Ministerie van Financiën werkt samen met de ministeries van IenW en Economische Zaken en Klimaat (EZK) verder aan de invoering van fiscale regelingen, zoals die in het Regeerakkoord worden genoemd.

(...) klimaatadaptatie

Het klimaat verandert. De toename van extreme weersomstandigheden, zoals piekbuien, langdurige regen, droogte en hittestress laat dit zien. In Nederland staat het klimaatbeleid hoog op de agenda en er is brede overeenstemming over de urgentie van het vraagstuk. Ons beleid wordt mede bepaald door afspraken op mondiaal en Europees niveau, zoals het Klimaatakkoord van Parijs. Dit betekent een drastische beperking van de uitstoot van broeikasgassen. We brengen hiermee klimaatverandering echter niet meteen tot stilstand. IenW richt zich daarom op klimaatadaptatie (aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering) en samen met de andere betrokken ministeries op klimaatmitigatie (het verminderen van de emissie van broeikasgassen).

Met het Deltaprogramma en de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS2016) werken we aan klimaatadaptatie. De ruimtelijke inrichting van Nederland willen we tijdig klimaatbestendig en waterrobuust maken, zodat we in 2050 volledig zijn aangepast op klimaatverandering. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is recent geanalyseerd waar we nu staan. Daaruit is gebleken dat er meer moet gebeuren: plannen moeten worden omgezet in acties en op alle overheidsniveaus moet intensiever worden samengewerkt. Om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen hebben de gezamenlijke overheden afspraken met elkaar gemaakt over het uitvoeren van stresstesten, het vastleggen van ambities en het opstellen van uitvoeringsprogramma’s. In 2018 heeft IenW standaarden voor stresstesten ontwikkeld en een platform opgericht, zodat praktijkervaring kan worden gedeeld. In 2019 werken we aan de voorbereiding van een wijziging van de Waterwet om een tijdelijke impulsregeling uit het Deltafonds voor de versnelling van de aanpak van wateroverlast in de regio’s mogelijk te maken. Het Rijk zal die regeling in overleg met de medeoverheden vormgeven. Aanpassen aan toenemende extreme weersomstandigheden doen we niet alleen voor een teveel aan water (wateroverlast). Nederland krijgt ook te maken met langere periodes van droogte. In het Deltaprogramma zijn regio’s, het Rijk en de gebruikers volop bezig met de uitvoering van de maatregelen uit het Deltaplan Zoetwater. We gaan nu zo snel mogelijk kijken welke lessen we kunnen trekken uit de recente droogteperiode en gebruiken die voor de volgende fase van het Deltaplan Zoetwater.

IenW werkt in 2019, aanvullend op het Deltaprogramma, ook verder aan de uitvoering van het Uitvoeringsprogramma NAS (UP NAS 2018–2019), onder andere door het analyseren van klimaateffecten, het updaten van onderliggende risicoanalyses en het versterken van de kennisbasis en -uitwisseling. In 2019 willen we dat klimaatadaptatie een gedeelde verantwoordelijkheid is van overheden, organisaties, inwoners en bedrijven. Dit gebeurt vooral via actiegerichte klimaatdialogen. IenW coördineert de uitvoering van het UP NAS. Urgente klimaatrisico’s willen we uiterlijk in 2020 scherp in zicht hebben, zodat iedereen weet wie waar verantwoordelijkheid voor draagt.

Waterveiligheid

Wereldwijd kampen steden en delta’s met opgaven rond waterveiligheid- en zekerheid. Nederland heeft als stedelijke delta veel kennis en ervaring. IenW zet, samen met de ministeries van Buitenlandse Zaken en EZK via de Internationale Water Ambitie 2016–2019 in op een proactieve en preventieve benadering van watergerelateerde risico’s. Dat versterkt onze koploperspositie op dit gebied, maar ook de economische kracht van Nederland in het buitenland, met name rond adaptatie.

Om onze positie als koploper en kennisdrager vast te houden, zullen we hard moeten blijven werken aan onze eigen waterveiligheid. Dat is sowieso noodzakelijk: een groot deel van Nederland ligt (nu al) onder de zeespiegel. Gevolgen van klimaatverandering, zoals een stijgende zeespiegel en toenemende wateroverlast, treffen ons des te harder. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) zal in 2019 nieuwe bevindingen over de zeespiegelstijging publiceren. We zullen dan kijken naar de implicaties die dit mogelijk heeft voor het waterveiligheidsbeleid in Nederland.

Preventie tegen overstromingen en anticiperen op nieuwe ontwikkelingen zijn onze belangrijkste uitgangspunten. In Nederland werken we vooruit en bereiden we ons voor op risico’s. Sinds 2017 gelden er nieuwe waterveiligheidsnormen in Nederland. Rijkswaterstaat en de waterschappen werken ook in 2019 aan de beoordeling van de keringen. De komende periode voorzien we alle keringen van een herbeoordeling. En we treffen maatregelen om de keringen te laten voldoen aan deze nieuwe normen. Hiervoor ligt de grootste opgave in het rivierengebied. Verder werken we in 2019 aan een landelijk beeld van de waterveiligheid, dat in 2023 beschikbaar moet zijn.

(...) een circulaire economie

Nederland heeft grote ambities op het gebied van circulaire economie. Het Rijk zet zich samen met andere maatschappelijke partijen in om de transitie naar een circulaire economie te versnellen en op te schalen. De ambitie is dat Nederland in 2050 circulair is. In 2030 wordt een reductie van 50% nagestreefd van het nationale verbruik van primaire grondstoffen. In het kader van het Rijksbrede Programma Nederland Circulair gaat het Rijk deze ambitie verder preciseren per prioriteit, keten of grondstoffenstroom. Daarbij zijn de gewenste effecten op milieu, leveringszekerheid en economisch concurrentievermogen leidend.

De transitie naar een economie zonder afval is een van de grootste economische transities ooit. Maar wel een die absoluut noodzakelijk is. Belangrijke strategische doelen hierbij zijn: (i) het vervangen van niet-duurzame grondstoffen door duurzame grondstoffen, (ii) producten en grondstoffen langer in gebruik houden en (iii) het ontwikkelen en toepassen van nieuwe circulaire producten en diensten.

De overgang naar een circulaire economie kan de overheid niet alleen. Daar zijn ook het bedrijfsleven, medeoverheden en maatschappelijke organisaties voor nodig. Het Rijk heeft in januari 2018 dan ook samen met deze partijen vijf transitieagenda’s gepresenteerd, die betrekking hebben op de sectoren biomassa en voedsel, kunststoffen, maakindustrie, bouw en consumptiegoederen. Deze vloeien voort uit het Grondstoffenakkoord, dat in januari 2017 is gesloten tussen het Rijk, VNO-NCW, MKB Nederland, VCP, FNV, IPO, VNG, UVW en Natuur & Milieu en is ondertekend door ruim 380 partners die mee hebben gewerkt aan de totstandkoming van de transitieagenda’s.

De beleidsinzet voor de komende jaren is opgenomen in de kabinetsreactie op de transitieagenda’s, die in de zomer van 2018 naar de Tweede Kamer is gestuurd.1 In 2019 en verder worden acties uit de transitieagenda’s samen met de betrokken partijen uitgevoerd via uitvoeringsprogramma’s. Dit gebeurt in de context van het door IenW gecoördineerde programma Circulaire Economie. Met de uitvoeringsprogramma’s worden de krachten binnen het Rijk en met de stakeholders gebundeld. De betrokken partijen zullen de komende jaren gezamenlijk de resultaten monitoren en sturen; elk halfjaar wordt daartoe op bestuurlijk niveau overleg gevoerd.

Om de transitie te versnellen is het belangrijk dat kennis wordt gedeeld en inkopers en opdrachtgevers elkaar weten te vinden. IenW gaat zich hiervoor inzetten door belangrijke instrumenten, kennis en innovatie op het gebied van circulaire economie te promoten en stimuleren. Waar nodig wordt wet- en regelgeving aangepast en internationale samenwerking opgezocht. Ook in het kader van het Klimaatakkoord is er aandacht voor circulaire economie waar dit bijdraagt aan de reductie van broeikasgassen. Daarnaast zet IenW samen met VNO-NCW en andere partners (waaronder decentrale overheden en financiële instellingen) het «Versnellingshuis» op, waar circulaire initiatieven worden ondersteund en kennis en best practices worden ontwikkeld en verspreid. Naast de nationale ambities werken we in 2019 ook verder, samen met medeoverheden, aan de overgang naar een circulaire economie in de regio.

Om uitvoering te geven aan de kabinetsreactie worden binnen de IenW begroting in de jaren 2019 en 2020 middelen vrijgemaakt. In totaal maakt het kabinet € 16 miljoen vrij. Deze middelen worden ingezet voor o.a. de monitoring van de voortgang en effecten en voor de uitvoering van het deel van de transitieagenda’s waar IenW voor verantwoordelijk is.

Naar een circulaire verpakkingsketen

Nederland verandert in volle vaart in een circulaire economie. Op dit moment zijn teveel verpakkingen alleen nog lastig opnieuw te gebruiken. Het is dus belangrijk om de keten van verpakkingen circulair te maken. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de producenten. Het Rijk heeft hierover met hen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afspraken gemaakt in de Raamovereenkomst Verpakkingen 2013–2022. Die is in 2017 geëvalueerd. Hieruit blijkt dat we in Nederland 73% van alle verpakkingen en 51% van de kunststof verpakkingen recyclen. Daarmee lopen we internationaal op kop.

In de evaluatie worden wel een aantal aandachtspunten genoemd. Met name de kwaliteit van het kunststofverpakkingsafval dat wordt aangeboden voor recycling moet verbeteren. Daarvoor zijn op dit moment onvoldoende financiële prikkels. IenW wil producenten stimuleren betere verpakkingen te gebruiken. Met het verpakkende bedrijfsleven voeren we dan ook overleg over de wijze waarop tariefdifferentiatie in de afvalbeheerbijdrage kan worden gerealiseerd. In 2019 worden afspraken hierover vastgelegd. Verder is voor IenW het tegengaan van «plastic soep» en het voorkomen van zwerfafval een belangrijke prioriteit.

In de brief «Naar een circulaire verpakkingsketen» zijn de afspraken met het verpakkend bedrijfsleven over de aanpak van kleine plastic flesjes in het zwerfafval weergegeven.2 Besloten is tot een tweesporenbeleid: het eerste spoor betreft een recyclingdoelstelling van 90% voor kleine plastic flesjes en een reductiedoelstelling van 70 – 90% voor kleine plastic flesjes in het zwerfafval. Daarmee wordt een belangrijke impuls gegeven aan circulariteit. Het tweede spoor betreft het voorbereiden van het invoeren van statiegeld op kleine plastic flesjes, voor het geval in het najaar van 2020 mocht blijken dat de doelstellingen niet zijn gerealiseerd. In 2019 wordt de daartoe benodigde wijziging van het Besluit beheer verpakkingen opgesteld en aan de Tweede Kamer aangeboden. De voortgang en realisatie van de doelstellingen worden gemonitord en hierover wordt de Tweede Kamer twee maal per jaar geïnformeerd. Ook wordt in het kader van de Landelijke Aanpak Zwerfafval door de VNG en Stichting Afvalfonds Verpakkingen (StAV) een actieplan opgesteld voor minder blikjes in het zwerfafval. IenW zal hierbij graag partner zijn.

Ook zijn we enthousiast over het initiatief van Nederlandse en Europese festivalorganisatoren om zich te ontwikkelen tot circulaire festivals. We ondersteunen dit proces via een nieuwe Green Deal en willen ook met andere sectoren tot soortgelijke afspraken komen.

Duurzaam IenW

We vinden het belangrijk dat het Rijk het goede voorbeeld geeft en dat we zelf koploper zijn wanneer het gaat om circulaire economie. IenW zet zich hiervoor in door een eigen Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) actieplan en een duurzaamheidsverslag die jaarlijks in mei wordt gepubliceerd. We willen in alle opzichten een duurzame en circulaire organisatie zijn: in beleid, uitvoering en bedrijfsvoering. In 2019 spannen we ons in om de emissies in de keten (grond, weg, waterbouw en spoor) te verminderen, tot een verduurzaming van onze belangrijkste leveranciers in de keten, zoals asfalt en beton, te komen, voeren we ons eigen actieplan MVI uit en werken we aan een brede strategie om in 2030 een klimaat-en energieneutrale organisatie te zijn. Daarnaast scannen we komend jaar ook ons gebruik van single use plastics. De reductie van de eigen uitstoot van IenW zal zo verder worden verminderd, op weg naar een verlaging van de CO2-uitstoot met tenminste 30% tot 40% ten opzichte van 2009.

(...) een gezonde en veilige leefomgeving

Waterkwaliteit

De waterkwaliteit in ons land is de afgelopen decennia flink verbeterd. Een blik op de afgelopen decennia stemt hoopvol: maatregelen werken. Maar we hebben nog niet alle doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) binnen bereik. Door de Intentieverklaring Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater (2016) hebben de dertig meest betrokken overheden, maatschappelijke organisaties en kennisinstituten gezamenlijk wel veel verbeteracties in gang gezet. De goede onderlinge samenwerking moet zich nu gaan vertalen in een stevige waterkwaliteitsverbetering. De focus leggen we daarom vanaf het najaar 2018 op acties die de grootste bijdrage leveren, namelijk op het terrein van: (i) meststoffen, (ii) gewasbeschermings-middelen, (iii) medicijnresten en (iv) opkomende stoffen als GenX. Met extra middelen uit het Regeerakkoord voor natuur en waterkwaliteit, richten we onze aandacht met name op deze vier onderwerpen. De waterkwaliteit in enkele grote Rijkswateren waar de problemen urgent zijn, zoals de Grevelingen en de Eems-Dollard, is ook een belangrijke prioriteit.

Voor de aanpak van opkomende stoffen gaan we de komende periode vergunningen bij alle overheden doorlichten. Ook wordt de kennisbasis verbeterd, met een breed opleidingsprogramma en verbeterde samenwerking. En IenW gaat samen met de waterschappen op basis van de urgente plekken uit de hotspotanalyse van de Unie van Waterschappen aan de slag met extra zuiveringen.

Met het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) gaan we de komende periode sturen op de effectiviteit van de maatregelen op individuele agrarische bedrijven. De vrijblijvendheid moet verdwijnen. Ook moet de gezamenlijke communicatie over waterkwaliteit naar het brede publiek extra aandacht krijgen. De betrokken overheden en maatschappelijke organisaties zullen in de tweede helft van 2018 bestuurlijk harde afspraken vastleggen in waterkwaliteitsdoelen. De aansturing van de Delta-aanpak Waterkwaliteit richten we daarnaast steviger in, zodat partijen elkaar beter kunnen aanspreken op het halen van de afgesproken resultaten.

Bodemkwaliteit

Er gebeurt steeds meer in de grond onder onze voeten: de bodem en ondergrond worden intensief gebruikt. We moeten daarom soms kiezen waar welke activiteiten kunnen plaatsvinden. En we moeten het evenwicht bewaren tussen benutten en beschermen. In de structuurvisie Ondergrond hebben we de belangrijkste uitdagingen benoemd. Het borgen van de drinkwatervoorziening en het veilig en verantwoord kunnen benutten van de ondergrond voor de transitie naar een duurzame energievoorziening zijn daarvan twee voorbeelden. In 2019 wordt dit nader uitgewerkt, onder andere door het aanwijzen van (aanvullende) strategische grondwatervoorraden. Met de decentrale overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven gaan we samenwerken aan de problematiek van veenbodemdaling en het instellen van een nationale kennis- en informatievoorziening bodemdaling. Daarnaast wordt de verbinding gelegd met het bestuursakkoord Klimaat en Energie en het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA).

In het tweede Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020 hebben we met medeoverheden afspraken gemaakt over de aanpak van bodemverontreinigingen en hoe we het ondergrondbeleid verder vorm willen geven. Het Rijk stelt hiervoor financiële middelen ter beschikking. Na de mid-term review van 2018 gaan we, waar nodig, de maatregelen van de bevoegde overheden voor het halen van de afgesproken convenantsdoelen, herprioriteren.

Luchtkwaliteit

Schone lucht is een belangrijk onderdeel van een gezonde en veilige leefomgeving. De afgelopen jaren is de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd, maar er resteren nog wel enkele hardnekkige knelpunten, zoals in gebieden waar zich intensieve veehouderij bevindt (fijnstof) en in enkele binnenstedelijke gebieden (NO2). Daarom wordt de aanpak uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) voortgezet en aangevuld, onder andere door harmonisatie van milieuzones. De afweging voor het treffen van maatregelen gebeurt mede op basis van een analyse van de kosteneffectiviteit. Ook wanneer knelpunten zijn opgelost, kunnen zich gezondheidsrisico’s voordoen. Werken aan de luchtkwaliteit stopt dan ook niet wanneer we straks aan Europese normen voldoen. Het kabinet zet in op een permanente verbetering van de luchtkwaliteit. Zo wordt toegewerkt naar de waarden die de Wereldgezondheidsorganisatie hanteert. Begin 2019 zal het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) luchtkwaliteit worden afgerond. In overleg met medeoverheden, belangenorganisaties en bedrijfsleven wordt in 2019 het Schone Lucht Akkoord gepresenteerd.

Milieurisico’s en Omgevingsveiligheid

Een incident met gevaarlijke stoffen heeft grote gevolgen voor het milieu en de leefomgeving. Daarom is voorkomen altijd beter dan genezen. De komende jaren richten we ons beleid nadrukkelijk in op basis van de volgende drieslag: (i) het voorkomen van risico’s voor mens en milieu, (ii) actief inzetten op beheersmaatregelen, inclusief verbeterde samenwerking tussen inspecties en (iii) betrekken van de samenleving. Naast milieurisico’s richt IenW zich ook op financiële risico’s. Bedrijven moeten op voorhand laten zien hoe zij invulling geven aan het uitgangspunt «de vervuiler betaalt». Waar nodig zullen beleidsinspanningen uiteraard ook gericht zijn op het saneren van risicovolle situaties en het beheersen van bekende risico’s.

Voor de verbetering van de gezondheid en veiligheid is echter meer nodig dan het op orde hebben van de basiskwaliteit van de leefomgeving. Daar hoort ook de ontwikkeling van gezonde en veilige toepassingen en een verantwoorde inrichting van gebieden bij. De transitie van saneren en beheersen naar het voorkomen van risico’s en gevaren houdt in dat aan de voorkant veiligheid en gezondheid worden meegenomen. Veilige producten en processen zijn namelijk niet alleen een voorwaarde voor een schone veilige leefomgeving, maar ook voor een circulaire economie.

Het instrument safe by design speelt in deze transitie een belangrijke rol. Deze onderwerpen zullen we ook in Europees verband aan de orde stellen. En dan in het bijzonder een gezamenlijke aanpak van nanomaterialen en gevaarlijke stoffen. Ook werken we samen met het bedrijfsleven en de wetenschap in het programma Duurzame Veiligheid 2030. Doel van dit programma is om te komen tot een vitale chemische sector in een veilige omgeving in 2030. Een goede veiligheidscultuur is een belangrijke pijler. We laten daarom onderzoeken hoe we kunnen leren van voorbeelden, zoals de aanpak Just Culture in de luchtvaartsector. Daarnaast doen we onderzoek naar meetinstrumenten op het gebied van veiligheidscultuur die op dit moment in de (petro)chemie worden toegepast.

Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming

De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) en IenW blijven zich onverminderd inzetten voor een verdere verbetering van de samenwerking met de buurlanden op het terrein van nucleaire veiligheid. Met de betrokken Belgische autoriteiten zullen er afspraken worden gemaakt over de verdere aanscherping rond het melden van ongewone gebeurtenissen en de communicatie daarover richting inwoners in de grensstreek. Via het webportaal verstrekt de ANVS sinds begin 2018 alle relevante informatie over een nucleaire crisis of stralingsongeval.

Radio-actief afval wordt de komende decennia veilig opgeslagen bij Centrale Organisatie Voor Radio-actief Afval (COVRA). Het kabinet gaat aan de slag met het instellen van een klankbordgroep om de discussie over eindberging van radio-actief afval voor te bereiden. In 2019 zal verder gewerkt worden aan de instelling van deze klankbordgroep. Tevens wordt in 2019 het beleid ten aanzien van de ontmanteling van installaties verder ontwikkeld, onder meer in relatie tot de normstelling voor het vrijgeven van terreinen en gebouwen. De verplichting tot financiële zekerheidsstelling voor de ontmanteling van nucleaire installaties breiden we daarbij steeds meer uit.

Ontwikkeling en een veilig, duurzaam gebruik van onze infrastructuur

Zoals aangegeven bij «slimme mobiliteit», moeten we naast het uitdenken van nieuwe formules ook regulier blijven investeren in infrastructuur en een veilig en duurzaam gebruik ervan waarborgen. Deze investeringen zijn noodzakelijk om ons land bereikbaar te houden. Voor deze investeringen in het netwerk zijn in het Regeerakkoord extra middelen beschikbaar gesteld. We trekken hiervoor cumulatief € 3,1 miljard uit.

Nieuwe investeringen worden gebaseerd op de prioriteiten uit het regeerakkoord, de uitkomsten van de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA), maatschappelijk rendement en de beschikbaarheid van (regionale) cofinanciering. We willen dat de goede kwaliteit van de bestaande infrastructuur behouden blijft. Door de leeftijd van de bestaande infrastructuur en de toegenomen intensiteit van het verkeer neemt het belang van instandhouding toe. Met het Programma Vervanging en Renovatie zetten we in op het verjongen, vernieuwen en verduurzamen van onze infrastructuur. De instandhoudingsprogramma’s van Rijkswaterstaat en ProRail dragen bij aan een blijvend hoge kwaliteit van onze netwerken. Gezien de omvang van de opgave is in de IenW begroting een toenemend budget beschikbaar voor onder andere vervanging en renovatie van de infrastructuur in de komende jaren. In 2019 start bijvoorbeeld de renovatie van de wegconstructie van de A6 en A3 en wordt de renovatie van zeven tunneltechnische installaties in Noord- en Zuid Holland, waaronder de Schipholtunnel, opgeleverd.

Omvorming Infrastructuurfonds naar Mobiliteitsfonds

De huidige verdeelsleutel tussen weg, water en OV blijft voorlopig. In het Regeerakkoord is wel aangekondigd dat het Infrastructuurfonds in 2030 wordt omgevormd tot een Mobiliteitsfonds: niet langer de modaliteit, maar de mobiliteit centraal komt centraal te staan. Het Mobiliteitsfonds zal, naast budgetten voor beheer en onderhoud en aanleg van nieuwe infrastructuur om knelpunten op te lossen, ook budgetten omvatten voor het beter benutten van bestaande infrastructuur en het stimuleren van intelligente transportsystemen en CO2-neutrale oplossingen. Het Mobiliteitsfonds wordt een belangrijk middel om binnen de systematiek van de fondsbegroting breed en integraal af te wegen tussen opgaven en oplossingsrichtingen. Het streven is om hiertoe in 2019 een wetsvoorstel in te dienen bij de Tweede Kamer.

Wegen

Wegverbredingen, aanleggen van extra rijstroken en verkeersmanagementmaatregelen hebben een positief effect op de doorstroming. We zijn er nog niet, want uit de kwartaalrapportage van 2018 blijkt dat de filedruk weer met 2,5% is toegenomen. Tot 2030 komt er dan ook minstens 1.000 km aan rijstroken bij. We trekken € 100 miljoen extra uit waarmee files op korte termijn worden aangepakt. De File-aanpak 2020 van Rijkswaterstaat is daar onderdeel van. In 2019 en verder stellen we waar mogelijk spitsstroken open en gaan we met enkele kleine aanpassingen aan de weg de doorstroming verbeteren.

Om vervoersknelpunten te voorkomen is het belangrijk om het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) op basis van de NMCA onverkort uit te voeren. Tijdens de Bestuurlijke Overleggen MIRT in het najaar van 2017 zijn de eerste afspraken gemaakt over de inzet van extra middelen de komende periode:

  • •  Voor het NMCA-knelpunt Papendrecht – Gorinchem op de A15 hebben we afgesproken nog eens maximaal € 100 miljoen vrij te maken, bovenop de eerdere reservering van € 200 miljoen;
  • •  Voor de A2 Deil – ’s-Hertogenbosch – Vught starten we samen met de regio met een adaptieve, gebiedsgerichte aanpak voor het totale maatregelpakket. Dit maatregelpakket bestaat uit het uitwerken en uitvoeren van een korte termijn pakket aan quick wins (met een totale omvang van € 45,9 miljoen) en oplossingsrichtingen voor de middellange en lange termijn;
  • •  Voor de (middel)lange termijn reserveren we € 430 miljoen voor het starten van een MIRT-verkenning naar structurele verbreding van de A2;
  • •  En voor de A58 Tilburg – Breda wordt een verkenning gestart binnen het programma SmartwayZ.NL. Binnen deze verkenning worden zowel innovatieve als kostenefficiënte oplossingen onderzocht.

Daarnaast gaan we de komende periode de bestaande infrastructuur verduurzamen. Voor installaties die veel energie gebruiken, zoals de besturing van hef- en draaibruggen en sluizen, zoeken we naar duurzame alternatieven. Voor de stroomvoorziening van verkeersinstallaties gaan we gebruik maken van zonnepanelen, we onderzoeken de mogelijkheden van bermgras als biobrandstof en we gaan materialen recyclen die bij groot onderhoud vrijkomen zoals asfalt.

Vrachtwagenheffing

In het Regeerakkoord is opgenomen dat het kabinet in navolging van de ons omringende landen zo spoedig mogelijk een vrachtwagenheffing invoert. Hierdoor betaalt het binnen- en buitenlands vrachtverkeer voor het gebruik van de weg. De inkomsten uit de heffing zullen in overleg met de sector worden teruggesluisd naar de vervoerssector door verlaging van de motorrijtuigenbelasting op vrachtauto’s en middelen voor innovatie en verduurzaming. Voor de zomer van 2019 zal het wetsvoorstel vrachtwagenheffing worden voorgelegd voor internetconsultatie om in 2020 aan de Tweede Kamer te worden aangeboden. Ook bereiden we de aanbesteding voor de realisatie en de exploitatie van de heffing voor. Het wetsvoorstel zal de bevoegdheden om te kunnen heffen benoemen, waarbij de opbrengsten worden teruggesluisd naar de vervoersector binnen de kaders van de Europese regelgeving. De invoering staat gepland voor 2023. Hierbij zal, in lijn met de motie Sienot c.s., voortvarend te werk worden gegaan om de heffing zo snel mogelijk in te voeren.3

Vaarwegen

Vaarwegen spelen een belangrijke rol in het goederenvervoer. Om knelpunten op het water te voorkomen is het belangrijk om het MIRT op basis van de NMCA onverkort uit te voeren. Verder zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt over de opwaardering van het Wilhelminakanaal en de vaarweg Lemmer-Delfzijl. Daarnaast willen we de komende periode in het kader van de Lange Termijn Ambitie Rivieren (LTAR) komen tot een meer integraal afgewogen aanpak voor waterveiligheid- en scheepvaartopgaven op de rivieren om zo een robuust en toekomstgericht rivierensysteem te creëren. Ook werken we de komende periode bestuurlijk acties uit op de goederencorridors: betere benutting en uitbreiding van ligplaatsen en onderzoek naar de modal shift van weg naar water. Een actieve rol van de decentrale overheden is hier van belang.

Fietsinfrastructuur

De fiets kan een relevante bijdrage leveren aan het oplossen van congestie in de steden, het verminderen van CO2-uitstoot en het verbeteren van de luchtkwaliteit. De fiets speelt ook een belangrijke rol in de deur-tot-deur bereikbaarheid in de vorm van voor- en natransport voor het openbaar vervoer (OV). In het Regeerakkoord is daarom vastgelegd dat we eenmalig een bedrag van € 100 miljoen uittrekken voor cofinanciering vanuit het Rijk voor fietsinfrastructuur, fietsparkeervoorzieningen en een werkgeversaanpak. Doordat het Rijk maximaal 40% co-financiert, kan een bedrag van rond de € 250 miljoen in fietsinfrastructuur worden gerealiseerd de komende periode.

Spoorwegen

We willen in heel Nederland het OV faciliteren dat aansluit bij de mobiliteitsbehoefte van de OV-reizigers. In aanvulling op het lopende MIRT-programma wordt in de begroting 2019 dan ook een aanvullende impuls gegeven aan innovatie, veiligheid, «systeemfunctioneren» en maatregelen verspreid over het land. In het najaar van 2017 en in de loop van 2018 zijn daarvoor verschillende investeringen aangekondigd, zoals extra opstelcapaciteit (parkeerplekken voor treinen), een studie- en innovatiebudget (o.a. vervolgonderzoek naar 3kV), aanleg van het 5e en 6e spoor bij Amsterdam Zuid, impuls Overwegenaanpak en het maatregelenpakket Spoorgoederen. Met de verschillende reserveringen van in totaal zo’n € 500 miljoen in de begroting 2019 van het Infrastructuurfonds kunnen deze maatregelen verder worden uitgewerkt.

Marktordening Spoor

In 2020 zal een besluit worden genomen over de marktordening en sturing op het spoor. Ook hiervoor geldt dat de reiziger centraal staat. Maar ook financiële aspecten spelen een rol.

Een besluit over de ordening nemen we zorgvuldig, stapsgewijs en in samenwerking met andere partijen. De komende periode hebben we hiervoor naast informatie uit het rapport «Kiezen voor een goed spoor» verschillende bouwstenen nodig4:
  • •  Informatie om een besluit te kunnen nemen over de vervoerconcessie voor een hoofdrailnet na 2024. Hierbij gaat het om het vraagstuk of deze aanbesteed wordt dan wel onderhands gegund en om de reikwijdte van het hoofdrailnet, in relatie tot de decentralisatie van spoorlijnen en de positie van HSL;
  • •  Inzicht in de gevolgen voor de Nederlandse spoormarkt van het recht op toegang tot de spoorinfrastructuur. Door het Europese Vierde Spoorwegpakket kunnen spoorvervoerders vanaf dienstregeling 2021 (voor het Hoofdrailnet vanaf 2025) ook zonder concessie treindiensten uitvoeren;
  • •  Beter inzicht in de randvoorwaarden voor een gelijk speelveld op de spoormarkt. ACM gaat daarvoor een update van de quick scan uitvoeren voor de spoormarkt voor het personenvervoer conform de motie Ziengs5;
  • •  Informatie over de verschillende opties voor het eigendom en de exploitatie van treinstations.

ProRail

Het kabinet heeft het besluit genomen om ProRail om te vormen tot een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) met eigen rechtspersoonlijkheid. Deze omvorming realiseren we gezamenlijk met ProRail. Met de omvorming zal worden voortgebouwd op de door ProRail ingezette verbeteringen. Tegelijkertijd biedt de omvorming nieuwe kansen om de aansturing te vereenvoudigen en de publieke verantwoording te versterken. Het wetsvoorstel wordt in 2019 aan de Tweede Kamer aangeboden.

Luchtvaart

De luchtvaartsector is belangrijk voor Nederland. We willen de bereikbaarheid van Nederland via de lucht behouden en versterken. Dit leidt tot een aantal uitdagingen. In het Regeerakkoord is een Luchtvaartnota aangekondigd, die we in 2019 opleveren. Aanvankelijk zou de horizon van deze nota 2040 zijn, maar in overleg met de Tweede Kamer is deze verlengd naar 2050, overeenkomstig met de termijn van de klimaatambities. De nota wordt een richtinggevende en integrale beleidsvisie op de Nederlandse luchtvaart, inclusief het Caribisch deel van het Koninkrijk. Dit moet leiden tot een goed afgewogen aanwijzer voor een duurzaam luchtvaartbeleid. Veiligheid, omgeving, milieu, economie en infrastructuur zijn daarin sterk bepalende factoren. We zetten een intensief traject op voor het betrekken van belanghebbenden en de omgeving.

In vervolg op de Actieagenda Schiphol wordt onderzocht hoe we de concurrentiepositie van Schiphol kunnen behouden en versterken op een veilige, innovatieve en duurzame manier in balans met de omgeving. De maximumgrens van 500.000 vliegtuigbewegingen per jaar tot en met 2020 is in zicht. In het regeerakkoord is vastgelegd dat na 2020 randvoorwaardelijke groei mogelijk is via de 50/50 verdelingsregel voor de milieuwinst. Daarnaast zal in het kader van de Luchtvaartnota worden gewerkt aan de uitgangspunten en randvoorwaarden voor de ontwikkeling van Schiphol op de lange termijn. Ook wordt hard gewerkt aan de realisatie en openstelling van Lelystad Airport om Schiphol te ontlasten. In 2019 komen we ook voor de andere (regionale) burgerluchthavens van nationale betekenis tot – wijzigingen van de – luchtvaartbesluiten.

Het Nederlandse luchtruim en het beheer hiervan zijn de afgelopen decennia stapsgewijs doorontwikkeld. De grenzen van de houdbaarheid komen echter in zicht. Een algehele herziening van het luchtruim is noodzakelijk en een topprioriteit. Het Nederlandse luchtruim is en blijft een zeer druk bevlogen luchtruim, waar onvermijdelijk sprake is van conflicterende maatschappelijke belangen. Het doel van de luchtruimherziening is te komen tot een integrale, toekomstbestendige inrichting en beheer van het luchtruim. In de periode 2019–2021 werken we aan het ontwerpproces. Eén die gebaseerd is op een gewogen belangenafweging, in samenwerking met internationale partners en in voortdurende dialoog met belanghebbenden. De realisatie van projecten zal niet eerder plaatsvinden dan 2022. We zoeken wel naar tussenoplossingen om waar mogelijk reeds voor 2023 verbeteringen te realiseren.

We treden internationaal en overzees effectief op

De duurzaamheidsdoelen uit het Regeerakkoord en het commitment van Nederland aan de Agenda 2030 (Sustainable Development Goals) zijn leidend voor de internationale activiteiten van IenW. We werken samen met belangrijke landen als China, VS, India en Indonesië via gezamenlijke projecten en/of missies. Op verschillende IenW-terreinen is Nederland toonaangevend in de wereld en delen we kennis en expertise met andere landen. We zetten waar mogelijk in op de ontwikkeling dat meer landen zich gaan committeren aan de Agenda 2030. Onze Europese en internationale inzet richt zich met name op de drie IenW transities.

IenW en de Brexit

Met het oog op de voorgenomen Brexit zet IenW zich voor de toekomstige relatie met het Verenigd Koninkrijk (VK) primair in op de volgende onderwerpen:

  • –  Een EU-VK luchtvaartakkoord en akkoorden over luchtvaartveiligheid en beveiliging burgerluchtvaart. Hiermee kunnen de luchtvervoersstromen tussen de EU en het VK worden gecontinueerd;
  • –  Een liberaal EU-VK akkoord voor wegvervoer met zo min mogelijk lasten;
  • –  Voorkomen van handelsbeperkende effecten voor de Nederlandse maritieme sector;
  • –  Waarborgen van een gelijk speelveld op het gebied van milieu.

Ruimtedata

In 2019 komen de verbeterde services van het Europese satellietnavigatie systeem Galileo beschikbaar. De veel hogere precisie van 20 cm gaat de sectoren mobiliteit en landbouw helpen. IenW zet zich, mede binnen de kaders van het programma Anders Omgaan met Data, in op het gebruik van satellietdata voor beleidsvoorbereiding en -uitvoering. In dit proces benutten we ook data van TROPOMI, een instrument dat eind 2017 is geïntroduceerd, voor de meting van luchtkwaliteit.

Caribisch deel van het Koninkrijk

In het Regeerakkoord heeft het kabinet voor heel Caribisch Nederland (CN) in totaal € 5 miljoen structureel beschikbaar gesteld voor beheer en onderhoud van infrastructuur. Voor de wederopbouw van Saba en Sint Eustatius is € 46,8 miljoen beschikbaar gesteld voor lucht(havens) en de afval- en erosieproblematiek. Daarnaast heeft Saba, met hulp van IenW, haar drinkwatersysteem verstevigd en wordt er nu gebouwd aan een fabriek voor drinkwater. Ook Bonaire vergt aandacht op het gebied van de luchthaven, wegen en de betaalbaarheid van drinkwater en de onveiligheid van op- en overslag van brandstof.

Begroting op hoofdlijnen

De onderstaande tabel geeft de belangrijkste wijzigingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van vorig jaar. Een meer gedetailleerd overzicht van de mutaties per artikel is in de verdiepingsbijlage te vinden.

Begroting op hoofdlijnen (bedragen x € 1.000)
 

art.

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024–2031

2032

Stand ontwerpbegroting 2018 (incl. NvW)

 

8.287.069

8.638.280

8.684.151

8.861.781

8.917.568

8.717.556

   

Mutaties Incidentele suppletpore begroting

 

70.475

23.150

19.375

0

0

0

   

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

 

681.314

1.164.363

619.071

228.444

240.726

234.223

   

Stand 1e suppletoire begroting 2018

 

9.038.858

9.825.793

9.322.597

9.090.225

9.158.294

8.951.779

   

Belangrijkste mutaties Hoofdstuk XII

 

– 734.155

– 273.033

– 27.396

– 240.489

10.620

427.059

   
 

Kaderrelevante mutaties Hoofdstuk XII

                 

1

DBFM Afsluitdijk

26

– 20.922

– 207.171

– 222.348

– 176.065

– 11.003

146.294

295.765

42.356

2

Meeropbrengsten Eurovignet

26

0

13.000

31.000

31.000

31.000

31.000

248.000

31.000

3

Exportheffing afval

24

253

1.446

1.319

1.234

1.234

1.234

   

4

LPO aanvullende posten

                 
 

B8 Cyber

99

 

87

131

153

153

1.461

   
 

D22 Infrastructuurfonds

26

10.895

21.790

10.895

2.179

2.179

2.179

17.432

2.179

 

E25 Klimaatenvelop

div.

839

             
 

E23 Natuur en Waterkwaliteit

26

856

1.979

978

0

0

0

0

0

5

Kasschuif Infrastructuurfonds

26

– 700.000

 

300.000

400.000

       

5

Kasschuif Rijksbrede budgettaire beeld

26

 

– 100.000

– 150.000

   

250.000

   

5

Kasschuif Infrastructuurfonds/Deltafonds

26

   

100.000

– 100.000

       
   

26

   

– 100.000

100.000

       

6

Overboekingen GF/BCF

                 
 

– Roode Vaart

26

– 9.500

             
 

– Impuls Omgevingsveiligheid

22

 

– 14.150

           
 

Diversen

div.

1.455

– 1.214

– 7.371

– 8.112

– 3.643

– 5.109

   
 

Overige mutaties Hoofdstuk XII

                 

7

Aanvullende post apparaat

26

– 1.500

– 1.500

– 3.500

– 3.500

– 3.500

– 3.500

   
   

div.

1.500

1.500

3.500

3.500

3.500

3.500

   

8

KNMI

23

7.010

6.065

5.665

5.565

3.665

3.665

   
 

– waarvan Aanvullende taken

div.

– 610

– 365

– 365

– 365

– 365

– 365

   
 

– waarvan Basale Dienstverlening

div.

– 6.400

– 5.700

– 5.300

– 5.200

– 3.300

– 3.300

   

9

Diverse kasschuiven

 

0

0

0

0

0

     
 

– KNMI

23

– 6.191

– 3.170

4.020

2.671

2.670

     
 

– DGLM

17

– 1.594

1.594

           
 

– DGMI

div.

7.785

1.576

– 4.020

– 2.671

– 2.670

     

10

Kasschuif DGMI

                 
 

– Asbest

22

 

3.200

 

– 9.900

– 9.300

     
 

– Intensivering Circulaire Economie

21

 

8.000

8.000

         

11

Loon- en prijsbijstelling

99

– 149.928

– 153.085

– 154.918

– 157.587

– 157.034

– 151.515

   
 

– waarvan Infrastructuurfonds

26

97.865

100.568

101.082

100.470

101.507

98.754

790.032

98.754

 

– waarvan Deltafonds

26

18.358

19.289

19.976

22.430

20.607

18.393

147.152

18.394

 

– waarvan Hoofdstuk XII

div.

33.705

33.228

33.860

34.687

34.920

34.368

   

12

Eindejaarsmarge

99

– 18.031

             

Stand ontwerpbegroting 2019

 

8.304.703

9.552.760

9.295.201

9.330.714

9.168.914

9.378.838

   

Ad 1. Bij Begroting 2019 wordt de DBFM-conversie van het project Afsluitdijk verwerkt. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.

Ad 2. Het Eurovignet is een heffing voor zware vrachtwagens voor het gebruik van de hoofdwegen van een aantal Europese landen. Het Eurovignetverdrag wordt gewijzigd. De wijziging van het verdrag leidt tot hogere heffingsontvangsten voor de Nederlandse overheid. De geraamde meeropbrengsten worden toegevoegd aan de investeringsruimte van hoofdwegennet op het Infrastructuurfonds.

Ad 3. Volgend uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III wordt er opnieuw een exportheffing op afvaltransport ingevoerd. Bij de begroting 2019 worden hiervoor middelen aan de begroting Hoofdstuk XII toegevoegd.

Ad 4. Volgend uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III zijn bij de Eerste suppletoire begroting 2018 middelen beschikbaar gesteld aan de begrotingen Hoofdstuk XII en fondsen. Bij de begroting 2019 wordt tevens de loon- en prijsbijstelling over deze middelen aan de begrotingen toegevoegd.

Ad 5. Volgend uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III is bij de Eerste suppletoire begroting 2018 € 2 miljard in de periode 2018 tot en met 2020 beschikbaar gesteld. Daarnaast is vanaf 2021 het Infrastructuurfonds met € 100 miljoen per jaar opgehoogd. Door de aard van de infrastructurele planning en de noodzakelijke voorbereidende besluitvorming is een aanloopperiode nodig, voordat de daadwerkelijke uitgaven aan projecten gedaan worden. Dit betekent dat een deel van de in 2018 jaar beschikbaar gestelde middelen niet besteed worden. Daarnaast zijn ook de uitgavenramingen van lopende projecten en programma's geactualiseerd. Een nadere toelichting over de projecten en programma's is opgenomen in de productartikelen en het MIRT-overzicht. Er wordt daarom € 700 miljoen verschoven van 2018 naar de jaren 2020 en 2021. Voor een nadere toelichting op de aanwending van de aanvullende middelen wordt verwezen naar «Aanvullende middelen Infrastructuurfonds volgend uit het regeerakkoord» in de infrastructuuragenda. Ten behoeve van het Rijksbrede financiële beeld faciliteert IenW op het Infrastructuurfonds een kasschuif van € 100 miljoen en € 150 miljoen uit respectievelijk 2019 en 2020 naar 2023.

Daarnaast zijn de beschikbare budgetten en uitgavenramingen op de investeringsfondsen uit balans geraakt door actualisaties van projectramingen en de verwerking van het Regeerakkoord. Met behulp van een kasschuif tussen het Infrastructuurfonds en Deltafonds wordt de mismatch in 2020 en 2021 tussen beschikbare budgetten en de uitgavenramingen deels hersteld.

Ad 6. Dit betreft overboekingen naar het Gemeentefonds en het BTW-compensatiefonds in het kader van Roode Vaart (€ 9,5 miljoen) en Impuls Omgevingsveiligheid (€ 14,2 miljoen).

Ad 7. Volgend uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III zijn bij de Eerste suppletoire begroting 2018 middelen beschikbaar gesteld aan de begrotingen 2019 Hoofdstuk XII, Infrastructuurfonds en Deltafonds.

Ad 8. Dit betreft diverse interne overboekingen naar het KNMI ten behoeve van aanvullende taken en Basale Dienstverlening.

Ad 9. Bij de begroting 2019 worden diverse interne kasschuiven gefaciliteerd op meerdere beleidsvlakken – met name voor het programma Omgevingsveiligheid – om het kasritme in overeenstemming te brengen met de te verwachten programmering.

Ad 10. Dit betreft een kasschuif waardoor benodigde middelen in het juiste kasritme beschikbaar komen voor maatregelen op het gebied van Circulaire Economie en de Subsidieregeling verwijderen asbestdaken voor de jaren 2019 en 2020. De middelen voor de intensivering Circulaire Economie worden overgeheveld naar artikel 21.

Ad 11. Dit betreft de loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2018 die nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.

Ad 12. Bij de Eerste suppletoire begroting is de eindejaarsmarge 2017 toegevoegd op artikel 99. Bij de begroting 2019 zijn deze middelen toebedeeld van artikel 99 naar de diverse artikelen.

Overzicht niet-juridische verplichte uitgaven en bestemming

Op verzoek van de Tweede Kamer wordt inzicht gegeven in de niet-juridisch verplichte uitgaven per beleidsartikel. Hiermee wordt de budgetflexibiliteit in de begroting beter inzichtelijk gemaakt en valt af te leiden welk deel van de geraamde uitgaven budgettair-technisch gezien beschikbaar is voor alternatieve besteding. Het percentage en het bedrag niet-juridisch verplichte uitgaven per beleidsartikel worden bepaald op basis van het percentage «juridisch verplicht» uit de budgettaire tabellen van de beleidsartikelen. In de kolom «Bestemming van de niet-juridische verplichte uitgaven» wordt het niet verplichte bedrag opgesplitst naar de bestemming van de uitgaven.

Overzicht niet-juridische verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x 1.000)

Art. nr.

Naam artikel

Juridisch verplicht

Niet-juridisch verplichte uitgaven

Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven

11

Integraal Waterbeleid

(€ 45.362)

€ 41.476

(91%)

€ 3.886

(9%)

• € 769 voor opdrachten algemeen waterbeleid (watereducatie, watercoalitie, doelmatig waterbeheer en Publiekscampagne Ons Water).

• € 722 voor opdrachten ter ondersteuning van water internationaal.

• € 292 voor klimaatadaptatie.

• € 318 voor opdrachten waterveiligheid.

• € 1.101 voor opdrachten waterkwaliteit.

• € 684 voor opdrachten op het gebied van grote oppervlakte wateren.

13

Bodem en Ondergrond

(€ 41.436)

€ 40.199

(97%)

€ 1.237

(3%)

• € 470 voor beleids(onderzoek)opdrachten Bodem (o.a. RIVM)

• € 107 Structuurvisie ondergrond.

• € 490 Drinkwater en waterketen (o.a. Waternexus en Commissie van deskundigen)

• € 170 onderzoekopdrachten voor Milieueffectrapportage, Normering en regelgeving NEN, Landelijk Grondwaterregister.

14

Wegen en Verkeersveiligheid

(€ 49.917)

€ 41.963

(84%)

€ 7.954

(16%)

• € 1.704 voor diverse opdrachten/onderzoeken t.b.v. wegmaatregelen, Smart Mobility en het verduurzamen van mobiliteit

• € 1.010 voor opdrachten programma’s Fiets, DUMO, Innovatie mobiliteit en afronding Beter Benutten. Opdrachten bestaan uit diverse onderzoeken en communicatieactiviteiten.

• € 4.234 voor diverse onderzoeken verkeersveiligheid en verkeersveiligheid campagnes.

• € 1.006 Opdrachten Stimulering Duurzame Brandstoffen

16

Openbaar Vervoer en Spoor

(€ 13.157)

€ 11.686

(89%)

€ 1.471

(11%)

• € 1.471 voor diverse opdrachten/onderzoeken ten behoeve van de uitvoering van de Lange Termijn Spooragenda (LTSA), uitvoeren van activiteiten ter ondersteuning van beheer- en vervoerconcessie, taken voor werkagenda Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB) OV-Chipkaart en het project Nationale Data Openbaar Vervoer (NDOV).

17

Luchtvaart

(€ 27.329)

€ 22.290

(82%)

€ 5.039

(18%)

• € 5.039 voor diverse opdrachten/onderzoeken m.b.t. luchtvaartveiligheid, luchthavenontwikkeling, luchtverkeer, duurzaamheid en netwerkkwaliteit en de opgaven voor de herziening van het luchtruim, Schiphol na 2020 en Lelystad.

18

Scheepvaart en Havens

(€ 38.555)

€ 37.584

(97%)

€ 971

(3%)

• € 971 voor opdrachten en onderzoeken Scheepvaart en Havens met betrekking tot bevorderen duurzame binnenvaart, vernieuwen internationale regelgeving en onderzoek naar klimaat, luchtkwaliteit en duurzame zeevaart.

19

Uitvoering Milieubeleid en Internationaal

(€ 46.164)

€ 43.551

(94%)

€ 2.613

(6%)

• € 532 uitvoering HGIS.

• € 351 pilots Ruimte data.

• € 277 cofinanciering Interreg.

• € 940 DGMI- brede projecten.

• € 513 vrijwillige bijdragen aan (inter)nationale organisaties.

20

Lucht en Geluid

(€ 27.603)

€ 27.186

(98%)

€ 417

(2%)

• € 357 Onderzoeksopdrachten geluidsanering en uitvoeringskosten BSV

• € 60 Onderzoek ECN

21

Duurzaamheid

(€ 27.462)

€ 23.068

(84%)

€ 4.394

(16 %)

• € 1.139 Nederland Circulair

• € 1.614 Maatschappelijk verantwoord inkopen

• € 168 Biotische kringloop en bouw

• € 163 Onderzoeksopdrachten industriële emissies

22

Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s

(€ 33.802)

€ 28.732

(85%)

€ 5.070

(15%)

• € 2.237 Uitvoering Veiligheid Chemische Stoffen.

• € 522 Uitvoering veiligheid inrichtingen en bedrijven.

• € 1.464 Uitvoering Veiligheid Bedrijven en Transport.

• € 403 diverse subsidies.

23

Meteorologie, seismologie en aardobservatie

(€ 52.786)

€ 52.786

(100%)

€ 0

(0%)

24

Handhaving en Toezicht

(€ 108.072)

€ 103.364

(100%)

€ 0

(0%)

25

Brede doeluitkering

(€ 899.965)

€ 899.965

(100%)

€ 0

(0%)

26

Bijdrage investeringsfondsen

(€ 7.795.954)

€ 7.795.954

(100%)

€ 0

(0%)

Totaal

€ 9.207.564

€ 9.174.512

€ 33.052

Meerjarenplanning Beleidsdoorlichtingen

In onderstaande tabel is de meerjarenplanning van de beleidsdoorlichtingen opgenomen.

 

realisatie

 

planning

         

Artikel

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Geheel artikel?

Artikel 11 Waterkwantiteit

       

X

   

Ja

Waterkwaliteit

               

Artikel 13 Bodem en Ondergrond

     

X

     

Ja

Artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid

X

         

X

Ja

Artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor

 

X

         

Ja

Artikel 17 Luchtvaart overig

X

         

X

Ja

Artikel 18 Scheepvaart en Havens

         

X

 

Ja

Artikel 19 Uitvoering Milieubeleid en Internationaal

 

X

         

Ja

Artikel 20 Lucht

   

X

       

Nee

Artikel 20 Geluid

       

X

   

Nee

Artikel 21 Duurzaamheid

     

X

     

Ja

Artikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s

 

X

         

Ja

Artikel 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie

   

X

       

Ja

Artikel 24 Handhaving en Toezicht

   

X

       

Ja

De Brede doeluitkering (artikel 25) en de bijdrage investeringsfondsen (artikel 26) worden zoveel mogelijk meegenomen in de doorlichtingen van de beleidsartikelen. De instrumentering en normering ten behoeve van handhaving en toezicht van het beleid wordt bij de doorlichting van de beleidsartikelen meegenomen. De doorlichting van artikel 24 richt zich op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ILT als inspectie-organisatie binnen het kader van de opgedragen taken, de beschikbaar gestelde instrumenten, het budget en de governance binnen IenW.

Het meest recente overzicht van de realisatie van beleidsdoorlichtingen. Voor een verdere onderbouwing van de meerjarenprogrammering zie bijlage 5 Evaluatie en overig onderzoek.

Overzicht risicoregelingen

In het overzicht van risicoregelingen worden garanties en/of achterborgstellingen opgenomen die een departement verstrekt aan derden buiten de sector Overheid. Een garantie is een voorwaardelijke financiële verplichting van de overheid aan een derde buiten de overheid, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet. Bij het Ministerie van IenW is momenteel sprake van de garantieregeling borgstellingskrediet Bodemsanering MKB.

Het borgstellingkrediet Bodemsanering MKB betreft de mogelijkheid voor een ondernemer in het midden- en kleinbedrijf, met onvoldoende middelen of te weinig zekerheden voor krediet bij een bank, om een borgstelling voor een gedeelte van het benodigde budget voor bodemsanering aan te vragen. Het Borgstellingkrediet Bodemsanering MKB is mede naar aanleiding van deze evaluatie in 2016 beëindigd. In 2019 wordt alleen nog garant gestaan voor een lopende garantie ter grootte van € 363. De garanties Bodemsanering MKB lopen af naar nul over de looptijd tot en met 2027.

In de begroting 2018 is rekening gehouden met het aangaan van een garantieverplichting van € 23 miljoen in 2018 voor de aanschaf van nieuwe vliegtuigen door Winair. De orkaan Irma heeft ook voor Winair grote gevolgen gehad. Naast grote schade aan de gebouwen, moest ook het aantal vluchten aanzienlijk worden ingekrompen door een substantieel verminderde passagiersvraag en omzet. Voor Winair was daardoor het investeren in nieuwe vliegtuigen in 2018 niet mogelijk. In 2019 wordt dit opnieuw bezien. Hiermee verschuift de geraamd te verlenen garantie van 2018 naar 2019.

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2017

Geraamd te verlenen 2018

Geraamd te vervallen 2018

Uitstaande garanties 2018

Geraamd te verlenen 2019

Geraamd te vervallen 2019

Uitstaande garanties 2019

Garantie-plafond

Totaal plafond

Totaalstand risicovoorziening

Artikel 13

MKB Krediet

397

0

0

363

0

0

363

0

0

0

Artikel 17

Winair

   

23.000

0

23.000

0

0

     
 

Totaal

397

23.000

23.000

363

23.000

0

363

0

0

0

Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitgaven

2017

Ontvangsten 2017

Stand risicovoorziening 2017

Saldo 2017

Uitgaven 2018

Ontvangsten 2018

Stand risicovoorziening 2018

Saldo 2018

Uitgaven 2019

Ontvangsten 2019

Stand risicovoorziening 2019

Saldo 2019

Artikel 13

MKB Krediet

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Artikel 17

Winair

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 
 

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Noot 1: Kamerstukken II 2017–2018, 32 852, nr. 59

Noot 2: Kamerstukken II 2017–2018, 28 694, nr. 135

Noot 3: Kamerstukken II 2017–2018, 29 398, nr. 589

Noot 4: Kamerstukken II 2016–2017, 29 984 nr. 713

Noot 5: Kamerstukken II 2017–2018, 29 984, nr. 759