Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

1. LEESWIJZER

Structuur

De opzet en de structuur van de begroting voor het Infrastructuurfonds zijn gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. De begrotingstoelichting kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd.

  • 1.  Allereerst is de begroting(wet)staat voor het Infrastructuurfonds voor het jaar 2019 opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de budgetten die op artikelniveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld.
  • 2.  In de infrastructuuragenda is vervolgens inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2019 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2019 begint.
  • 3.  Het laatste onderdeel van de agenda, «Begroting op hoofdlijnen», verstrekt inzicht in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting. Hiermee kan snel een indruk worden verkregen van de inhoud van dit wetsvoorstel.
  • 4. 

    In de artikelgewijze toelichting bij dit wetsvoorstel zijn de MIRT tabellen met de realisatieprojecten alsmede de verkenningen en planuitwerkingprogramma’s opgenomen waarin de begrotingsmutaties op projectniveau zichtbaar zijn gemaakt. Deze MIRT tabellen zijn in ieder geval voorzien van toelichtingen indien sprake is:

    • •  van een wijziging (anders dan door de verwerking van prijsbijstelling) in het taakstellend projectbudget groter dan 10% of meer dan € 10 miljoen;
    • •  van een wijziging groter dan 1 jaar in de oplevering van het project.

    De stand «vorig» betreft de stand in de eerste suppletoire begroting 2018.

    Meer gedetailleerde informatie over de projecten die zich thans in de fase van verkenning, planuitwerking en realisatie bevinden, kunt u vinden in de individuele projectbladen van het MIRT Overzicht 2019. Voor de projecten in de MIRT tabellen is waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar het projectblad van dat project in het MIRT Overzicht.

  • 5.  In de verdiepingsbijlage is door middel van een meerjarige mutatietabel op artikelonderdeelniveau de aansluiting gemaakt tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand. Dit voor de volledige looptijd van het fonds.
  • 6.  De overige bijlagen geven voor enkele specifieke onderwerpen inhoudelijk meer toelichting of betreffen overzichtsconstructies.

Mede naar aanleiding van overleg met de Tweede Kamer zijn in aanvulling op de rijksbegrotingsvoorschriften de onderstaande punten in deze begroting verwerkt:

  • 1.  Naar aanleiding van de motie van de leden Van Helvert en Van Veldhoven (Kamerstukken II 2015–2016, 34 475 XII, nr. 12) worden bij alle begrotingsartikelen op het Infrastructuurfonds en Deltafonds groter dan € 1 miljard de begrotingsmutaties boven de € 5 miljoen toegelicht. Dit heeft als praktische uitwerking dat bij de artikelen tussen de € 200 miljoen en € 1 miljard de ondergrens voor technische mutaties ook neerwaarts is bijgesteld. Voor beleidsmatige mutaties was er bij de artikelen van deze omvang reeds sprake van een ondergrens van € 5 miljoen. De norm voor het toelichten van de begrotingsmutaties op het niveau van artikelonderdeel is hiermee als volgt: Norm bij te verklaren verschillen

    Omvang begrotingsartikel (stand Ontwerpbegroting in € miljoen)

    Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

    Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

    < 50

    1

    2

    ≥ 50 en < 200

    2

    4

    ≥ 200 < 1.000

    5

    5

    ≥ 1.000

    5

    5

  • 2.  In bijlage 1 zijn de uitgaven per modaliteit weergegeven. Daarbij is het verschil met artikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen van de begroting Hoofdstuk XII uitgewerkt. Dit verschil betreft de overige ontvangsten van het fonds.
  • 3.  Op de productartikelen worden onder de desbetreffende tabel «budgettaire gevolgen van de uitvoering» na de begrotingsperiode extracomptabel de budgetten op het niveau van artikelonderdeel weergegeven voor de looptijd tot en met 2032.
  • 4.  Significante kasschuiven en begrotingsmutaties op de beschikbare budgetten worden in de verdiepingsbijlage op hetzelfde detailniveau (artikelonderdeel) tot en met 2032 toegelicht. Dit rekening houdend met de norm zoals hierboven is aangegeven.
  • 5.  Voor beheer, onderhoud en vervanging is een aparte bijlage opgenomen. Specifiek voor Spoorwegen (artikelonderdeel 13.02) geldt dat een meer uitgebreide inhoudelijke toelichting is opgenomen op de aanwending van de bijdrage aan ProRail. In deze begroting is een specificatie van de uitgaven opgenomen, conform de specificatie zoals opgenomen in het beheerplan en de jaarrekening van ProRail.
  • 6.  Er is een zichtbare aansluiting tussen de uitgaven op het Infrastructuurfonds en de uitgaven van ProRail. Dit is gedaan door de middelen voor ProRail apart zichtbaar te maken bij artikelonderdeel 13.03 Aanleg en door het opnemen van het grafische schema met de financiële stromen (bijlage 5 ProRail).

In het Wetgevingsoverleg begrotingsonderzoek van 12 oktober 2016 is uitgebreid met uw Kamer gesproken over kasschuiven op de fondsbegrotingen. In het kader van de informatievoorziening wordt hieronder aangegeven waarom deze kasschuiven worden doorgevoerd op de fondsbegrotingen en op welke plek de in de begroting 2019 doorgevoerde kasschuiven worden toegelicht.

Op de begrotingen van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds vinden jaarlijks kasschuiven plaats. Middels kasschuiven wordt ervoor gezorgd dat de beschikbare kas per jaar en per modaliteit blijft aansluiten op de in de begroting geactualiseerde programmering. Kasschuiven zijn altijd budgetneutraal, hetgeen betekent dat de hoeveelheid middelen die meerjarig beschikbaar is niet wijzigt als gevolg van de kasschuif. In de verdiepingsbijlage van de begrotingen van het Infrastructuurfonds en Deltafonds zijn de significante kasschuiven in de begroting 2018 over de gehele looptijd van de begroting inzichtelijk gemaakt en toegelicht. Indien sprake is van politiek relevante kasschuiven dan worden deze tevens opgenomen en toegelicht in de begroting op hoofdlijnen. De begroting op hoofdlijnen treft u in de infrastructuuragenda van deze begroting.

De apparaatsuitgaven en apparaatsontvangsten van het kerndepartement worden geraamd op artikel 98 Apparaatsuitgaven Kerndepartement van de begroting Hoofdstuk XII.

Groeiparagraaf

In de groeiparagraaf worden de belangrijkste verbeteringen in de begroting beschreven ten opzichte van het voorgaande jaar.

Vorming artikel 20 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

In deze begroting is het productartikel 20 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte gecreëerd, een apart begrotingsartikel voor de planflexibele middelen in het Infrastructuurfonds. Aanleiding van het nieuwe productartikel is het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) «Flexibiliteit in infrastructurele planning». In de kabinetsreactie op het interdepartementaal beleidsonderzoek zijn maatregelen aangekondigd om de flexibiliteit in het MIRT en de beide fondsen te vergroten (Kamerstukken II 2016–2017, 34 550 A, nr. 5). Hiermee wordt het accent verlegd naar programmatisch werken en breed verkennen van de opgaven, met flexibiliteit in de oplossingsrichting. Dit moet ertoe leiden dat er beter op huidige en toekomstige vraagstukken en ontwikkelingen ingespeeld kan worden. Een van de concrete maatregelen in de begroting is hierbij het creëren van productartikel 20. Dit voornemen is eerder aan de Kamer gemeld en toegelicht (Kamerstukken II 2017–2018, 34 775 A, nr. 5).

Met de invoering van het productartikel 20 wordt een brede, modaliteit overstijgende werkwijze gestimuleerd. Verder wordt de informatievoorziening in de begroting verbeterd door alle planflexibele ruimte op één artikel te plaatsen en wordt het voorkeursbesluit beter inzichtelijk gemaakt via begrotingsmutaties. Uw Kamer is per brief geïnformeerd over de gevolgen van artikel 20 voor het budgetrecht, de risicobeheersing op de fondsen en de informatiepositie van de Kamer (Kamerstukken II 2017–2018, 34 775 A, nr. 67).

De planflexibele ruimte is bestemd voor toekomstige bereikbaarheidsopgaven. Er is echter nog geen definitieve (bestuurlijke) oplossing bepaald, waardoor nog gekozen kan worden voor een alternatieve aanwending of oplossing. De planflexibele ruimte is flexibel om bij nieuwe planvorming te betrekken.

De vorming van productartikel 20 is te zien als eerste stap op weg naar de omvorming van het Infrastructuurfonds naar Mobiliteitsfonds. Kern van dit fonds is dat niet langer de modaliteit, maar de mobiliteit centraal staat. Over dit voornemen uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III en de hierbij beoogde werkwijze en planning wordt de Tweede Kamer afzonderlijk per brief geïnformeerd.

De investeringsruimte van Hoofdwegennet, Spoorwegen en Hoofdvaarwegennet, alsmede de generieke investeringsruimte, wordt naar artikel 20 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte overgeheveld. Aanvullend worden de reserveringen voor de gebiedsprogramma’s en BenO Caribisch Nederland, de middelen voor korte termijn mobiliteitsmaatregelen en nieuwe verkenningen overgeheveld naar het nieuwe artikel.

Grootprojectstatus Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

Op 24 januari 2018 heeft de Vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat besloten de Kamer voor te stellen het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) aan te wijzen als groot project, zoals bedoeld in de Regeling Grote Projecten1. De Tweede Kamer heeft op 6 februari 2018 ingestemd met dit voorstel. In verband hiermee worden de middelen voor het programma PHS in deze begroting overgeboekt van artikel 13 Spoorwegen naar het nieuwe artikelonderdeel 17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer op artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer.

Noot 1: http://wetten.overheid.nl/BWBR0021424/2017-02-23