Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Artikel 13 Spoorwegen

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord.

Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII over 2019 bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 13 Spoorwegen (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

1.810.157

1.756.776

1.610.625

1.539.625

1.717.372

1.634.165

1.619.437

Uitgaven

2.154.280

2.097.151

2.009.388

2.064.005

1.918.372

1.912.531

1.819.026

Waarvan juridisch verplicht:

   

97%

       

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

1.372.035

1.422.117

1.379.109

1.343.023

1.261.866

1.305.767

1.271.121

13.03 Aanleg

604.096

505.871

460.265

546.730

481.426

429.315

368.820

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer

534.509

420.228

352.049

423.357

295.422

327.331

326.189

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer

28.178

56.663

41.301

34.657

63.176

49.739

30.741

13.03.04 Verk. en planuitw. personenvervoer

38.142

22.670

58.991

87.852

98.810

29.857

11.890

13.03.05 Verk. en planuitw. goederenvervoer

3.267

6.310

7.924

864

24.018

22.388

0

13.04 Geintegreerde contractvormen/PPS

161.552

159.173

160.024

164.262

165.090

167.459

169.095

13.07 Rente en aflossing

16.597

9.990

9.990

9.990

9.990

9.990

9.990

13.08 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

13.09 Ontvangsten

242.727

255.903

195.388

188.979

194.640

200.206

205.029

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2019 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2019.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2032 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2032.

Bedragen x € 1.000
     

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

13

Spoorwegen

Uitgaven

2.097.151

2.009.388

2.064.005

1.918.372

1.912.531

1.819.026

1.809.753

1.711.101

13.02

Beheer, onderhoud en vervanging

1.422.117

1.379.109

1.343.023

1.261.866

1.305.767

1.271.121

1.268.029

1.268.206

13.03

Aanleg

 

505.871

460.265

546.730

481.426

429.315

368.820

360.527

260.448

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

159.173

160.024

164.262

165.090

167.459

169.095

171.207

172.457

13.07

Rente en aflossing

 

9.990

9.990

9.990

9.990

9.990

9.990

9.990

9.990

13.08

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

                     

13.09

Ontvangsten

Ontvangsten

255.903

195.388

188.979

194.640

200.206

205.029

191.761

315.284

(Vervolg) bedragen x € 1.000
     

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2018–2032

13

Spoorwegen

Uitgaven

1.536.948

1.529.045

1.493.446

1.500.296

1.532.486

1.525.763

1.460.850

25.920.161

13.02

Beheer, onderhoud en vervanging

 

1.279.925

1.298.807

1.294.318

1.316.932

1.316.719

1.410.157

1.450.411

19.886.507

13.03

Aanleg

 

73.531

47.109

37.196

90.249

121.328

64.683

449

3.847.947

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

173.502

173.139

151.942

83.125

84.449

40.933

0

2.035.857

13.07

Rente en aflossing

 

9.990

9.990

9.990

9.990

9.990

9.990

9.990

149.850

13.08

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

                     

13.09

Ontvangsten

Ontvangsten

198.642

198.642

198.642

198.642

198.642

198.642

198.642

3.137.684

13.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Op grond van richtlijn 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 juli 1991 kan een beheerder voor de spoorweginfrastructuur worden aangewezen en kunnen lidstaten financiële middelen verstrekken aan de beheerder om te voldoen aan zijn taken. De Minister van IenW heeft op 14 december 2014 aan ProRail een concessie verleend voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur in de periode 2015 tot en met 2024. In de beheerconcessie staan de afspraken tussen de overheid en ProRail over het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze afspraken gaan onder meer over de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en kwaliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur en de daarmee samenhangende voorzieningen, maar ook over de kwaliteit van de informatievoorziening. Jaarlijks wordt aan ProRail subsidie verstrekt voor de instandhouding van de hoofdspoorweginfrastructuur, overeenkomstig het bepaalde in de Wet en het Besluit Infrastructuurfonds.

De beheerconcessie geeft invulling aan de beleidsambities uit de Lange Termijn Spooragenda deel 2 (LTSA 2), namelijk scherpere sturing door de concessieverlener. Hiertoe bevat de concessie instrumenten als prestatie-indicatoren, programma’s en maatregelen, audits en reviews, verplichtingen om informatie aan IenW te verstrekken en/of besluiten voor te leggen en verplichtingen met betrekking tot samenwerking en transparantie. De ruggengraat van de concessie is de jaarcyclus waarmee in het beheerplan jaarlijks afspraken worden gemaakt tussen de Minister van IenW en ProRail over de te bereiken prestaties en de te nemen maatregelen. De Minister van IenW geeft jaarlijks in de beleidsprioriteitenbrief aan welke prestaties het komende jaar van ProRail worden verwacht. ProRail stelt op basis van de beleidsprioriteitenbrief een beheerplan op en consulteert belanghebbenden over de hoofdlijnen van het ontwerp beheerplan. Vervolgens legt ProRail het beheerplan ter instemming voor aan de Minister van IenW.

Nadat de Minister van IenW heeft ingestemd met het beheerplan, wordt deze toegezonden aan de Tweede Kamer. Na afloop van het jaar legt ProRail op grond van de Concessie verantwoording af in de jaarrapportage en op grond van het Besluit Infrastructuurfonds in het jaarverslag en de jaarrekening. Zodra deze documenten zijn vastgesteld worden ook deze aan de Tweede Kamer toegezonden.

Producten

De beheer-, onderhoud- en vervangingsactiviteiten zijn gericht op het realiseren van de in het beheerplan opgenomen prestaties per prestatiegebied zoals opgenomen in de beheerconcessie. Onderdeel hiervan zijn de activiteiten van ProRail die samenhangen met verkeersleiding en capaciteitsmanagement. In het beheerplan zelf wordt jaarlijks een uitgebreide beschrijving opgenomen van de belangrijkste activiteiten die voor dat jaar zijn gepland. ProRail ontvangt voor de uit te voeren activiteiten een bijdrage van het Rijk. Bij de vaststelling van de rijksbijdrage voor beheer, onderhoud en vervanging wordt rekening gehouden met de inkomsten van de gebruiksvergoeding die ProRail ontvangt van de vervoerders en eventuele bijdragen van andere partijen voor onderhoudsactiviteiten.

Het Beheerplan 2019 wordt uiterlijk 15 november 2018 door ProRail ingediend en wordt in december 2018, nadat de Minister van IenW daar mee heeft ingestemd, aan de Tweede Kamer toegezonden.

ProRail ontvangt van IenW gemiddeld € 1,3 miljard subsidie per jaar (inclusief btw) ter dekking van de instandhoudingskosten van de hoofdspoorweginfrastructuur. Daarnaast ontvangt ProRail van vervoerders (gebruiksvergoeding) en andere derden (doorbelaste onderhoudskosten) gemiddeld € 0,3 miljard per jaar, waarmee het totale budget voor de jaarlijkse instandhoudingskosten voor ProRail uitkomt op € 1,6 miljard inclusief btw. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar Bijlage 4 Instandhouding en Bijlage 5 ProRail.

13.03 Aanleg Spoor

IenW is verantwoordelijk voor de uitbreiding van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze wordt in belangrijke mate gefinancierd met middelen uit de Rijksbegroting. Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor:

  • •  door ProRail uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;
  • •  door IenW uit te voeren planuitwerkingen en verkenningen;
  • •  voorbereiding van de uitvoering van nieuwbouwprojecten Spoor;
  • •  uitvoering van deze projecten.

13.03.01 Realisatieprogramma personenvervoer spoor

Afgesloten projecten

Onderstaande projecten zijn afgesloten en indien noodzakelijk zijn de resterende werkzaamheden toegevoegd aan het projectbudget Nazorg gereedgekomen lijnen en halten:

  • •  Schiphol: Maatregelen korte termijn
  • •  Fietsenstalling Amsterdam Centraal Noordwest en Zuidoost
  • •  NSP Breda OV-Terminal en geluidschermen
  • •  Ermelo aanpassen overweg Telgterweg (onderdeel Programma Overwegen)
  • •  Traject Oost Bunnik
  • •  Regionet: Maatregelen Beverwijk
  • •  Zutphen–Winsterwijk (onderdeel van Decentraal Spoor Oost Nederland)

Nieuw opgenomen projecten

Overwegenaanpak

Vanaf de Begroting 2019 zijn de lopende overwegenprogramma’s en projecten samengevoegd onder één begrotingspost en één pagina in het MIRT-overzicht. Hierdoor wordt het overzicht op de totale overwegenaanpak vergroot. De MIRT-bladen Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO), Programma Niet Actief Beveiligde Overweg (NABO) en Automatische Knipperlicht Installaties (AKI) en veiligheidsknelpunten komen hiermee te vervallen. Het nieuwe blad in het MIRT-overzicht bevat informatie over de volgende overwegenprogramma’s:

  • •  AKI-aanpak en veiligheidsknelpunten;
  • •  Landelijk Verbeterprogramma Overwegen;
  • •  Programma Niet Actief Beveiligde Overweg;
  • •  Overwegenaanpak (risicogestuurd).

In de brief van 12 juli 2018 (Kamerstukken II 2017–2018, 29 893, nr. 217) is de Tweede Kamer geïnformeerd om middelen in te zetten voor de overwegenaanpak. In totaal gaat het om € 50 miljoen (zie hieronder).

In de huidige scope van het Programma NABO worden de meest risicovolle niet actief beveiligde overwegen aangepakt; de openbare en openbaar toegankelijke niet actief beveiligde overwegen op het reizigersnet. Mede naar aanleiding van de motie Van der Graaf c.s. (Kamerstukken II 2017–2018, 34 775 A, nr. 36) is de scope van het Programma NABO uitgebreid met het aanpakken van 30 particuliere huisaansluitingen. Om de totale scope van het Programma NABO te kunnen realiseren, wordt in deze begroting vanuit de investeringsruimte Spoorwegen een aanvullend budget van € 25 miljoen beschikbaar gesteld.

In lijn met de aanpak van het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO) wordt op basis van het met risicokenmerken aangevulde overwegenregister van ProRail ingezet op het aanpakken van de meest risicovolle overwegen. Hiervoor wordt in deze begroting € 25 miljoen vanuit de investeringsruimte Spoorwegen in de begroting opgenomen. Met € 25 miljoen voor deze overwegenaanpak, aangevuld met regionale cofinanciering, wordt in de komende periode een substantiële slag gemaakt in het reduceren van risico’s op overwegen.

Overige wijzigingen

Den Haag CS perronsporen 11 en 12

Bij MIRT-projecten wordt gewerkt met een bandbreedte rondom indienststelling. Conform deze werkwijze is bij project Den Haag CS perronsporen 11 en 12 een bandbreedte toegepast rondom de verwachte indienststelling.

Overboeking PHS en OV SAAL naar Art. 17.10 (groot project)

Op 24 januari 2018 is aan de Tweede Kamer voorgesteld om PHS aan te wijzen als groot project (Kamerstukken II 2017–2018, 32 404, nr. 82). De kamer heeft hiermee op 6 februari 2018 ingestemd. Derhalve zijn de budgetten van PHS en de budgetten voor OV SAAL (welke onder de scope van PHS valt) vanaf ontwerpbegroting 2019 overgeheveld naar artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer, artikelonderdeel 17.10 Programma Hoogfrequent Spoor. Hier zijn ook de mutaties ten opzichte van de vorige begroting toegelicht.

Verbeteraanpak stations

De aanbesteding van schermen moet in 2018 opnieuw worden gedaan, waardoor de uitrol van de schermen ook in tijd naar achteren schuift en grotendeels in 2019 zal plaatsvinden. Voor de informatiepunten is besloten eerst in 2018 pilots uit te voeren om reizigersbeleving te meten, waarna bij positieve bevindingen de uitrol kan plaatsvinden in 2019 en 2020.

Programma Behandelen en Opstellen

Om de treindienst veilig en robuust te kunnen uitvoeren is aanvullende opstel- en behandelcapaciteit nodig. Hiervoor wordt vanuit de investeringsruimte Spoorwegen € 150 miljoen extra beschikbaar gesteld bovenop het reeds beschikbare budget. Omdat de looptijd en de reikwijdte van het programma hierdoor verandert, wordt de naam van het programma «Opstellen Reizigerstreinen KT» gewijzigd in «Programma Behandelen en Opstellen».

Middelen uit het programma worden ingezet om in het hele land kosteneffectieve optimalisaties van bestaande emplacementen door te voeren en om op een beperkt aantal locaties uitbreiding van capaciteit te realiseren. Het programma heeft een adaptief karakter, zodat de precieze locaties nog niet allemaal vast staan en kunnen wijzigen wanneer dat voor de functionaliteit van het netwerk gewenst is. Bij beoordeling van locaties wordt afgewogen op kosten, omgevingseffecten en toekomstvastheid.

Vervolgfase Beter en Meer

NS en ProRail hebben in beeld gebracht waar de toenemende vervoersvraag aanleiding geeft voor een frequentieverhoging en op welk moment dat mogelijk is gezien de infrastructuur die beschikbaar is en komt. Zowel op de corridor Schiphol–Utrecht–Nijmegen als Breda–Eindhoven zal de vervoersvraag de huidige vervoerscapaciteit gaan overstijgen. Om overvolle treinen te voorkomen en bestaande en toekomstige reizigers een comfortabele en betrouwbare reis te kunnen bieden is een frequentieverhoging noodzakelijk. De infrastructurele maatregelen zijn voorzien in het Programma Hoogfrequent Spoor (artikelonderdeel 17.10). Door NS en ProRail is in beeld gebracht welke verbetermaatregelen noodzakelijk zijn voor een succesvolle frequentieverhoging. Voor uitvoering van dit maatregelenpakket is een investering nodig van ongeveer € 70 miljoen. De bijdrage van NS bedraagt ongeveer € 27 miljoen. Gezien het belang van een succesvolle frequentieverhoging op beide corridors en het verwerken van het groeiende reizigersvervoer, wordt vanuit IenW € 43,3 miljoen beschikbaar gesteld aan ProRail. Hiervan was € 32 miljoen reeds begroot binnen Beter en Meer. Daarnaast wordt € 11,3 miljoen toegevoegd vanuit de investeringsruimte Spoorwegen.

Fietsparkeren bij Stations

Het projectbudget is verhoogd met € 74 miljoen vanuit de investeringsruimte Spoorwegen. Het Rijk wil door meer en betere fietsparkeervoorzieningen bij stations de combinatie fiets-trein bevorderen. Bij de prioritering van een rijksbijdrage voor nieuwe projecten wordt de snelheid waarmee het project kan starten meegewogen. Gezien de ervaring met de doorlooptijden van complexe stallingenprojecten wordt het jaar 2025 aangehouden als uiterste termijn waarop gestart moet zijn met de bouw. Hierop is ook de doorlooptijd van het programma aangepast. Daarnaast is € 2 miljoen overgeboekt naar het programma Beheer, onderhoud en vervanging (artikelonderdeel 13.02) ter dekking van de beheer- en onderhoudskosten van de in beheer genomen programmaonderdelen.

Programma Kleine functiewijzigingen

Het projectbudget is vanuit de investeringsruimte Spoorwegen verhoogd met € 75 miljoen. Het doel van het programma kleine functiewijzingen is om snel maatregelen door te kunnen voeren die op korte termijn noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de treindienst. Het gaat hierbij om kleine maatregelen om tot een betere dienstregeling te komen (bijvoorbeeld perronverlenging, inpassingsmaatregelen en veiligheidsmaatregelen). Voor deze nieuwe tranche vraagt IenW aan ProRail om bij voorgestelde maatregelen te onderbouwen dat dit de meest doelmatige oplossingen zijn om de voorziene vervoervraag tot 2030 (NMCA van 2017) te accommoderen.

Nazorg gereed gekomen lijnen en halten

Op basis van een inventarisatie van nog uit te voeren werkzaamheden en rekening houdend met de resterende risico’s is het verantwoord om het projectbudget te verlagen met € 6,8 miljoen. Dit bedrag is toegevoegd aan de investeringsruimte Spoor (artikelonderdeel 20.05). Daarnaast is € 0,5 miljoen overgeboekt naar het project Naarden–Bussum op artikelonderdeel 17.10 (zie toelichting daar).

Amsterdam CS Fietsenstalling

Het project is per 1 januari 2018 afgesloten en de subsidie definitief vastgesteld. De resterende werkzaamheden zijn inclusief bijbehorend budget ondergebracht bij het MIRT project Nazorg gereedgekomen lijnen en halten. Het niet benodigde budget onvoorzien (€ 2,3 miljoen) is overgeboekt naar de investeringsruimte Spoor (artikelonderdeel 20.05).

Projectoverzicht behorende bij 13.03.01: Realisatieprogramma Spoorwegen personenvervoer (bedragen x € 1 mln.)
 

Projectbudget

Kasbudget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

                       

Benutten, betrouwbaarheid en capaciteit

                     

Be- en bijsturing toekomst

15

15

5

3

4

4

       

2019

2019

ERTMS pilot Amsterdam–Utrecht en expertisecentrum

9

9

6

2

1

         

2015

2015

Geluidsanering Spoorwegen

600

592

43

34

42

42

49

120

123

147

divers

divers

Programma Behandelen en Opstellen

196

43

1

6

11

14

8

23

40

94

divers

2020

Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen (UPGE)

30

30

12

1

   

3

4

4

5

divers

divers

Verbeteraanpak stations

12

12

2

2

4

4

       

2020

2018

Verbeteraanpak trein

50

50

18

15

3

14

       

2018/2019

2019

Vervolgfase Beter en Meer

44

32

0

3

6

10

10

3

 

12

divers

divers

Stations en stationsaanpassingen

                       

Cameratoezicht op stations

13

13

12

1

1

1

       

2017

2017

Kleine stations

17

17

   

6

9

2

     

divers

divers

Toegankelijkheid stations

493

488

196

38

40

38

35

28

24

93

divers

divers

Overige projecten/lijndelen etc.

                       

Aanleg ATBvv

68

67

 

1

13

15

16

18

5

1

divers

2023

Aanleg ATBvv op A2 corridor en Brabantroute

18

20

16

1

1

         

2017

2017

Booggeluid

4

4

 

1

         

2

divers

divers

Fietsparkeren bij Stations

341

264

86

27

30

33

34

32

28

70

divers

divers

Kleine projecten personenvervoer

28

28

 

8

5

9

2

1

1

2

divers

divers

Nazorg gereedkomen lijnen/halten

14

23

 

6

3

3

2

     

divers

divers

Overwegenaanpak

683

628

378

42

47

64

46

43

30

30

divers

divers

Ontsnippering

80

79

36

11

11

8

7

6

   

divers

divers

Programma aanpak suicidepreventie

15

14

 

3

4

5

2

     

2021

2021

Programma Kleine Functiewijzingen

460

381

178

25

25

24

22

22

22

142

divers

divers

Punctualiteits-/capaciteitsknelpunten

180

179

170

4

3

1

1

     

divers

divers

Projecten Noordwest-Nederland

                       

Stations en stationsaanpassingen

                       

Amsterdam CS, Cuypershal

26

26

17

2

3

2

2

     

2020

2020

OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP)

413

412

375

27

5

4

   

1

 

2016

2016

Overige projecten/lijndelen etc.

                       

Vleuten–Geldermalsen 4/6 sporen (incl. RSS)

911

910

857

27

19

8

       

divers

divers

Projecten Zuidwest-Nederland

                       

Stations en stationsaanpassingen

                       

Den Haag CS perronsporen 11 en 12

39

39

10

1

1

1

1

5

10

11

2023–2025

2022

Overige projecten/lijndelen etc.

                       

Rijswijk–Schiedam incl. spoorcorridor Delft

607

607

588

6

6

6

       

2017

2017

Projecten Oost Nederland

                       

Traject Oost

237

235

93

34

25

26

23

18

10

8

divers

divers

Regionale lijnen Gelderland

15

15

15

             

divers

divers

Zwolle–Herfte

208

205

16

25

42

53

36

16

19

 

2021

2021

Projecten Noord Nederland

                       

Partiële spooruitbreiding Groningen–Leeuwarden

50

49

23

3

 

24

       

2020

divers

Sporendriehoek Noord-Nederland

136

135

60

6

14

23

17

11

6

 

divers

divers

Afrondingen

     

1

3

1

1

– 1

1

     

Totaal ProRail projecten

5.999

5.606

3.213

366

378

446

319

349

324

617

   

Overige (niet ProRail) projecten

                       

NS compensatie

161

160

103

58

               

Totaal overige (niet ProRail) projecten

161

160

103

58

0

0

0

0

0

0

   

Totaal uitvoeringsprogramma

6.160

5.766

3.316

424

378

446

319

349

324

617

   

Realisatieuitgaven op IF 13.03.01 mbt planuitwerking

– 22

– 6

– 23

– 24

– 22

– 18

     

Afrekening voorschotten

     

38

               

Programma Realisatie

6.160

5.766

3.316

440

372

423

295

327

306

617

   

Budget Realisatie (IF 13.03.01)

6.160

5.766

3.316

420

352

423

295

327

326

637

   

Overprogrammering (–)

     

– 20

– 20

     

20

20

   

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

13.03.02 Realisatieprogramma goederenvervoer spoor

Afgesloten projecten

Onderstaand project is afgesloten en de resterende werkzaamheden zijn toegevoegd aan het projectbudget Nazorg gereedgekomen projecten:

  • •  Realisatie 2e fase programma NaNov

Overige wijzigingen

Optimalisering Goederencorridor Rotterdam–Genua

Het programma Rotterdam–Genua bestaat uit een aantal deelprojecten. Bij het deelproject «Zevenaar opheffen systeemeiland» is sprake van een aanbestedingsmeevaller en is het, op basis van een inventarisatie van de nog te verwachten kosten en de nog aanwezige risico’s, verantwoord om het projectbudget te verlagen met € 6,1 miljoen. Dit bedrag is toegevoegd aan de investeringsruimte (artikelonderdeel 20.05). Het deelproject «Kijfhoek: opheffen ATB eiland» is in dienst gesteld en het resterende budget ad € 0,6 miljoen is toegevoegd aan de post Nazorg gereedgekomen projecten.

Geluidsmaatregelen Zeeuwselijn

De geluidsschermen worden momenteel gebouwd en worden eind 2018 opgeleverd, met uitzondering van een scherm in Kapelle (oplevering 2019 mits positieve uitspraak rechtbank) en twee schermen in Goes (oplevering 2021). Hiertoe is de indienststelling gewijzigd van 2018 naar divers.

Uitvoeringsprogramma Goederenroute Elst–Deventer–Twente (NANOV)

De planning is aangepast op de maatregelen bij Borne. Daarmee wijzigt de einddatum van het programma.

Nazorg gereedgekomen projecten

Op basis van een inventarisatie van nog uit te voeren werkzaamheden en rekening houdend met de mogelijke risico’s is het verantwoord om het projectbudget te verlagen met € 1,8 miljoen. Dit bedrag is toegevoegd aan de investeringsruimte Spoor (artikelonderdeel 20.05).

Projectoverzicht behorende bij 13.03.02: Realisatieprogramma Spoorwegen goederenvervoer (bedragen x € 1 mln.)
 

Projectbudget

Kasbudget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

later

huidig

vorig

ProRail Projecten

                       

Projecten Nationaal

                       

Kleine projecten goederenvervoer

1

2

 

1

           

divers

divers

Optimalisering Goederencorridor Rotterdam–Genua

169

169

120

27

2

   

3

9

9

divers

divers

PAGE risico reductie

19

19

8

1

1

2

2

2

2

 

divers

divers

Programma Emplacementen op orde

59

58

1

5

14

7

5

7

4

15

divers

2020

Projecten Zuidwest-Nederland

                       

Calandbrug

160

159

118

     

20

22

   

2020/2021

2020

Geluidmaatregelen Zeeuwselijn

27

27

13

8

3

2

1

     

divers

2018

Spooraansluiting 2e Maasvlakte achterlandverbinding

222

220

72

2

7

12

45

30

15

39

divers

divers

Projecten Oost Nederland

                       

Uitvoeringsprogramma Goederenroute Elst–Deventer–Twente (NANOV)

140

139

81

14

15

11

9

8

1

1

divers

2021

Overige projecten

                       

Nazorg gereedgekomen projecten

1

3

               

divers

divers

Afrondingen

         

1

1

         

Totaal uitvoeringsprgramma

797

796

413

58

42

35

83

72

31

64

   

Planuitwerkingskosten realisatieprogramma t.l.v. IF 13.03.05

– 2

– 1

 

– 20

– 22

       

Afrekening voorschotten

     

1

               

Programma Realisatie

797

796

413

57

41

35

63

50

31

64

   

Budget Realisatie (IF 13.03.02)

797

796

413

57

41

35

63

50

31

64

   

Overprogrammering (–)

                       

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

13.03.04 Planuitwerking personenvervoer spoor

Nieuw opgenomen projecten

Sporen Schiedam–Rotterdam

In het BO MIRT van najaar 2017 is een voorkeur uitgesproken voor de aanpassing van de sporen bij station Schiedam. ProRail heeft daarvoor gekeken naar de mogelijkheden hoe de sporen bij Station Schiedam, na afkoppeling van de Hoekse lijn, kunnen worden ingericht. Een viersporige variant heeft daarbij de voorkeur (plan D). Tevens wordt onderzocht of en met welke maatregelen station Schiedam Centrum een IC-halte kan blijven. In deze begroting wordt vanuit de Investeringsruimte Spoor € 24 miljoen onttrokken.

Studie- en innovatiebudget

Om de komende jaren verdere stappen te kunnen zetten naar een slimmer en duurzamer openbaar vervoer wordt vanuit de investeringsruimte Spoorwegen een meerjarig budget van € 25 miljoen opgenomen in de begroting. Uit deze begrotingspost kunnen onder andere pilots en onderzoeken worden gefinancierd die hier een bijdrage aan leveren, waaronder een verdiepend onderzoek naar 3kV en een eventuele pilot en initiatieven op het vlak van MaaS en verduurzaming van het OV.

Overige wijzigingen

Grensoverschrijdend Spoorvervoer

In het BO MIRT van najaar 2017 is afgesproken dat Rijk en regio beide € 10 miljoen reserveren voor de ontwikkeling van Eindhoven Centraal. Onderdeel hiervan is de verbinding Eindhoven–Düsseldorf. Deze middelen worden overgeboekt vanuit de investeringsruimte Spoorwegen.

Projectoverzicht behorende bij 13.03.04: Verkenningen en planuitwerkingen Spoorwegen personenvervoer (bedragen x € 1 mln.)
 
Budget1

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

Realisatieuitgaven op IF 13.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

0

– 82

   

Projecten Nationaal

       

Beter Benutten Decentraal Spoor (Decentraal Spoor, fase 2 (NMCA))

26

26

 

divers

Grensoverschrijdend Spoorvervoer

60

49

 

divers

Kleine projecten Personenvervoer

4

2

 

divers

Landelijk Verbeterprogramma Overwegen (LVO)

200

196

 

divers

Reizigersfonds

3

3

 

nvt

Geluidsmaatregelen HSL-Zuid

72

71

 

divers

Prestatieverbetering HSL-Zuid

61

60

 

divers

Projecten Zuidwest-Nederland

       

Sporen Schiedam–Rotterdam

25

0

   

Projecten Oost-Nederland

       

Quick scan decentraal spoor Gelderland

20

20

 

divers

Projecten Noordwest-Nederland

       

Multimodale knoop Schiphol

256

253

 

divers

Overige projecten en reserveringen

Studie en innovatiebudget

28

3

   

Projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

Totaal programma planuitwerking en verkenning

755

601

   

Begroting (IF 13.03.04)

755

601

   

Noot 1: Een deel van het budget is reeds juridisch verplicht, onder andere in verband met afgegeven subsidiebeschikkingen aan ProRail voor planuitwerking en contractuele afspraken met NS.

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen.

Legenda:

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

13.03.05 Planuitwerkingsprogramma Goederenvervoer

Projectoverzicht behorende bij 13.03.05: Verkenningen en planuitwerkingen Spoorwegen goederenvervoer (bedragen x € 1 mln.)
 
Budget1

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

Planuitwerkingskosten van realisatieprogramma IF 13.03.02

45

46

   

Projecten Nationaal

       

Kleine projecten Goederenvervoer

17

16

nvt

divers

Overige projecten en reserveringen

       

Projecten in voorbereiding

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde Risico's

       

Totaal programma planuitwerking en verkenning

62

62

   

Begroting (IF 13.03.05)

62

62

   

Noot 1: Een deel van het budget is reeds juridisch verplicht, onder andere in verband met afgegeven subsidiebeschikkingen aan ProRail voor planuitwerking en contractuele afspraken met NS.

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen.

Legenda:

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

De Staat betaalt volgens de contractuele overeenkomst met Infraspeed voor de beschikbaarheid van de HSL-Zuid infrastructuur, zoals deze door het consortium Infraspeed is ontworpen, gebouwd (enkel de bovenbouw) en wordt onderhouden (onder- en bovenbouw) tot en met 2031. Het contractbeheer wordt uitgevoerd door ProRail, onder regie van IenW.

Producten

Projectoverzicht behorende bij 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS Spoorwegennet (bedragen x € 1 mln.)

 

Projectbudget

Kasbudget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

later

huidig

vorig

Beschikbaarheidsvergoeding1

3.632

3.632

1.639

151

153

162

163

164

166

1.034

2007

2007

Rente- en belastingaanpassingen2

– 139

– 139

– 119

– 11

– 12

– 11

– 10

3

3

18

   
Diverse afrekeningen etc.3

91

91

28

19

19

13

12

         

Totaal

3.584

3.584

1.548

159

160

164

165

167

169

1.052

   

Begroting (IF 13.04)

     

159

160

164

165

167

169

1.052

   

Noot 1: De beschikbaarheidsvergoeding is inclusief de verwachte toekomstige indexeringen.

Noot 2: Rente wordt halfjaarlijks verrekend op basis van de werkelijke Euribor-stand; de belastingwijziging is een technische, voor de Staat budgetneutrale, correctie die bij de Belastingdienst leidt tot even grote ontvangsten.

Noot 3: Dit betreft diverse afrekeningen en wijzigingen aan de HSL-Zuid infrastructuur waaronder de aanpassing van het ERTMS-systeem (voor de Intercity Nieuwe Generatie), de uitgevoerde pilot geluidsmaatregelen en de zettingen bij Schuilingervliet.

13.07 Rente en Aflossing

Motivering

Onder deze categorie uitgaven vallen de rente en aflossing van de bij ProRail uitstaande leningen, waarmee in het verleden spoorinfrastructuur gefinancierd is.

Producten

Het uitstaand saldo van de leningen per eind 2017 bedraagt nog € 148 miljoen. Hiervan moet ProRail in 2020 € 75 miljoen aflossen en in 2027 € 73 miljoen. Er is nog niet besloten of tot herfinanciering of schuldreductie wordt overgegaan.

13.08 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2032 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplichtingen zijn aangegaan. Deze ruimte is onder meer beschikbaar voor risico’s en (toekomstige) ambities.

De in de begroting 2018 opgenomen stand van de beschikbare programmaruimte tot en met 2031 bedroeg € 1.050 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de begroting 2019 € 1.772 miljoen tot en met 2032. Dit saldo wordt overgeboekt naar het nieuwe begrotingsartikel 20 onder de modaliteit specifieke investeringsruimte van Spoorwegen (artikelonderdeel 20.05.2).

  • •  In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor een inhaalslag in infrastructuur. Het aandeel van Spoorwegen bedraagt € 1.156 miljoen. Deze middelen worden ingezet voor de in het regeerakkoord genoemde prioriteiten. De extra middelen worden als volgt ingezet: Grensoverschrijdend Spoorvervoer (€ 10,0 miljoen), Fietsparkeren (€ 74,0 miljoen), Programma Behandelen en Opstellen (€ 150,0 miljoen), Programma Kleine Functiewijzigingen (€ 75,0 miljoen), Programma Overwegen (€ 50,0 miljoen), Programma Spoorgoederenvervoer (€ 70 miljoen), studie en innovatiebudget (€ 25,0 miljoen), Vervolgfase Beter en Meer (€ 11,0 miljoen) en vijfde en zesde spoor Amsterdam Zuid (€ 165 miljoen). Om deze nieuwe MIRT-projecten en nieuw te verwachte MIRT-projecten uit het regeerakkoord mogelijk te maken worden middelen beschikbaar gesteld voor apparaatsuitgaven op Hoofdstuk XII (– € 14,0 miljoen). Het restant wordt nog niet direct aangewend en komt ten gunste van de investeringsruimte voor Spoorwegen.
  • •  Verwerking van de vrijval na subsidievaststelling IJ-tram (+ € 7,8 miljoen) en vrijval op de GSM-R subsidieregeling (+ € 12,3 miljoen).
  • •  Extrapolatie van de concessieopbrengsten naar 2032 (+ € 197,6 miljoen).
  • •  Verwerking van het saldo van mee- en tegenvallers binnen het realisatieprogramma (€ 30,5 miljoen).
  • •  Aanvullend budget voor prestatieverbetering HSL-Zuid (– € 60,0 miljoen) en zettingenproblematiek HSL-Zuid (– € 6,4 miljoen).
  • •  Perronaanpassingen Rotterdam Centraal Station in verband met de aanlanding Eurostar (– € 6,5 miljoen) en toegankelijker maken van de Sprinters (– € 5,7 miljoen).
  • •  Bijdrage (verwachte) prijsstijging Beheer, onderhoud en vervanging (– € 63 miljoen)
  • •  Ophoging van het budget voor Programma Hoogfrequent Spoorvervoer voor Amsterdam Centraal (€ 150 miljoen).
  • •  In het BO MIRT van najaar 2017 is afgesproken om extra middelen beschikbaar te stellen voor de aanpassing van de spoorconfiguratie van het emplacement Schiedam (– € 24,2 miljoen).
  • •  De Kustwacht voert een aantal structurele taken uit die voortvloeien uit wet- en regelgeving. Tot op heden heeft IenW haar bijdrage aan deze taken steeds incidenteel gedekt. Om voor luchtsurveillance en de benodigde personele capaciteit structureel te dekken, zijn middelen vrijgemaakt vanuit de investeringsruimte van de modaliteiten. Het aandeel van Spoorwegen bedraagt € 40,2 miljoen.
  • •  Verwerking van de niet specifiek aan projecten toegewezen prijsbijstelling (+ € 54,3 miljoen) en het restantbudget Beter Benutten (+ € 14,2 miljoen).
  • •  Het vorige kabinet heeft bij de verlenging van het Infrastructuurfonds tot en met 2030 besloten een deel van de investeringsruimte apart te zetten voor een volgend kabinet, de zogenoemde beleidsruimte. Met het aantreden van het kabinet-Rutte III kan de beleidsruimte betrokken worden bij de budgettaire besluitvorming. De middelen tot 2030 worden verdeeld over de modaliteiten middels de gebruikelijke verdeelsleutel (conform regeerakkoord kabinet-Rutte III). Het aandeel van Spoorwegen bedraagt € 205,0 miljoen.
  • •  Bijdrage aan programma voor slimme en duurzame mobiliteit (– € 10,3 miljoen).
13.08 Investeringsruimte Spoorwegen (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

(Vervolg) 13.08 Investeringsruimte Spoorwegen (bedragen x € 1.000)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2018–2032

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

13.09 Ontvangsten

Motivering

Dit artikelonderdeel bevat de verantwoording van de bijdragen van derde partijen rechtstreeks aan IenW voor spooruitgaven. ProRail int de gebruiksvergoeding van vervoerders en het grootste deel van de onderhoudsbijdragen van derde partijen, deze zijn daarom gesaldeerd met de uitgaven opgenomen in de begroting onder artikelonderdeel 13.02. Terugbetalingen van subsidievoorschotten door ProRail die betrekking hebben op afgesloten jaren zijn niet gesaldeerd met de uitgaven voor het lopende jaar, maar zijn gedesaldeerd opgenomen in de ontvangsten en uitgaven.

Producten

Concessievergoedingen

Dit betreft de concessieprijs die NS betaalt voor de vervoerconcessie hoofdrailnet (artikel 66 van de Concessie HRN 2015–2025) en de HSL-heffing die NS betaalt ter dekking van de uitgaven voor de aanleg van de HSL-Zuid infrastructuur (Besluit HSL-heffing 2015), alsmede de betaling van de uitgestelde concessievergoeding HSL-Zuid 2009–2014 (Onderhandelakkoord tussen IenW en de NS in 2011).

Prestatieboetes NS en ProRail

Dit betreft de boetes die NS en ProRail moeten betalen wanneer de afgesproken prestaties niet zijn behaald. Deze ontvangsten worden toegevoegd aan het «reizigersfonds» op artikelonderdeel 13.03.

Terugbetaling voorschotten ProRail

Dit betreffen de terugbetalingen van subsidievoorschotten voor aanlegprojecten en beheer, onderhoud en vervanging over afgesloten begrotingsjaren.

Bijdragen van derden

Dit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten en onderhoud.

Ontvangsten (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Concessievergoedingen

191.966

188.334

188.479

194.140

199.706

204.029

Prestatieboetes NS en ProRail

0

0

0

0

0

0

Terugbetaling voorschotten ProRail

55.734

0

0

0

0

0

Bijdragen van derden

8.203

7.054

500

500

500

1.000

Ontvangsten spoor

255.903

195.388

188.979

194.640

200.206

205.029