Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van regionale/lokale infrastructuur, de impulsen inzake de Regionale Mobiliteitsfondsen en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) toegelicht. De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII 2018 bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 14 Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

107.860

49.884

54.809

19.696

1.606

46.597

1.605

Uitgaven

236.352

199.832

192.762

158.381

69.641

47.282

1.752

Waarvan juridisch verplicht:

   

99%

       

14.01 Grote regionaal/lokale projecten

148.786

166.909

151.807

152.527

68.651

1.605

1.752

14.01.02 Planuitw. Progr. Reg/lok

0

752

1.605

1.606

1.605

1.606

1.605

14.01.03 Realisatieprogr reg/lok

148.786

166.158

150.202

150.920

67.046

0

147

14.02 Regionale Mob. Fondsen

0

0

0

0

0

0

0

14.03 RSP – ZZL: Pakket Bereikbaarheid

87.566

32.923

40.955

5.854

990

45.677

0

14.03.01 RSP – ZZL: RB projecten

5.526

32.923

40.955

930

990

0

0

14.03.02 RSP – ZZL: RB mob fondsen

82.040

0

0

0

0

45.677

0

14.03.03 RSP – ZZL: REP

0

0

0

4.924

0

0

0

14.09 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2019 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2019.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2032 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2032.

Bedragen x € 1.000
     

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

14

Regionaal, lokale infrastructuur

Uitgaven

199.832

192.762

158.381

69.641

47.282

1.752

1.606

9.336

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

 

166.909

151.807

152.527

68.651

1.605

1.752

1.606

9.336

14.02

Regionale mobiliteitsfondsen

 

0

0

0

0

0

0

0

0

14.03

RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid

 

32.923

40.955

5.854

990

45.677

0

0

0

                     

14.09

Ontvangsten

 

0

0

0

0

0

0

0

0

(Vervolg) bedragen x € 1.000
     

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2018–2032

14

Regionaal, lokale infrastructuur

uitgaven

9.335

9.336

10.695

0

0

0

0

709.959

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

 

9.335

9.336

10.695

0

0

0

0

583.560

14.02

Regionale mobiliteitsfondsen

 

0

0

0

0

0

0

0

0

14.03

RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid

 

0

0

0

0

0

0

0

126.399

                     

14.09

Ontvangsten

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

14.01 Grote regionale/lokale projecten

Motivering

Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de aanlegprojecten, waarvoor een aparte projectsubsidie wordt of is verleend. Om in aanmerking te komen voor een aparte projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger zijn dan € 225 miljoen indien dat project geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden, waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente ‘s-Gravenhage is gelegen, of € 112,5 miljoen, indien dat project geheel in een ander gebied wordt gerealiseerd. Het project moet passen binnen de beleidsdoelstellingen voor regionale bereikbaarheid, zoals verwoord in de begroting Hoofdstuk XII 2017 en beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor en de Lange Termijn Spooragenda (LTSa).

Producten

Algemeen

Regionale lokale projecten worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de decentrale overheid. IenW levert een bijdrage in de aanlegkosten van die projecten. Dit betekent ook dat de uitvoeringsperiode van een project niet gelijk hoeft te lopen met de periode waarin de rijksbijdrage beschikbaar komt in het MIRT.

Verkenningen

Voor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart verkenningenprogramma opgenomen in het MIRT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De verkenningen worden onder verantwoordelijkheid van de decentrale overheid uitgevoerd en pas na toetsing en besluitvorming door IenW al dan niet opgenomen in het planuitwerkingsprogramma.

14.01.02 Planuitwerkingsprogramma Regionaal/lokaal

Van een project dat in de planuitwerkingstabel is opgenomen worden de kosten van de meest kosteneffectieve variant als basis voor de rijksbijdrage aangemerkt (onder aftrek van de eigen bijdrage van € 112,5 miljoen respectievelijk € 225 miljoen).

Projectoverzicht behorende bij 14.01.02: Planuitwerkingsprogramma Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x € 1 mln.)
 

Budget

Planning

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Indienststelling

Overige projecten en reserveringen

49

48

 

nvt

Projecten in voorbereiding

       

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

Totaal programma planuitwerking en verkenning

       

Begroting (IF 14.01.02)

       

Legenda:

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

14.01.03 Realisatieprogramma Regionaal/lokaal

Hieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote regionale/lokale infrastructuurprojecten die door regionale overheden worden aangelegd.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

HOV-NET Zuid Holland Noord

Bij de projecten wordt gewerkt met een bandbreedte rondom indienststelling. Conform deze werkwijze is bij project HOV-NET Zuid Holland Noord een bandbreedte toegepast rondom de verwachte indienststelling.

Projectoverzicht behorende bij 14.01.03: Realisatieprogramma Regionaal, lokale infrastructuur (bedragen x € 1 mln.)
 

Projectbudget

Kasbudget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

later

huidig

vorig

Projecten Noordwest-Nederland

                     

Noord/Zuidlijn Noord-WTC

1.187

1.186

1.155

32

0

0

0

0

0

0

2018

2018

Amstelveenlijn

79

78

12

25

25

16

0

0

0

0

2020

2020

Utrecht, tram naar de Uithof

112

111

82

30

0

0

0

0

0

0

2019

2018

Projecten Zuidwest-Nederland

                       

HOV-NET Zuid-Holland Noord

208

205

40

23

34

44

67

0

0

0

2021–2023

2021

Rotterdamsebaan

302

298

64

56

91

91

0

0

0

0

Regio

Regio

Afrondingen

                       

Totaal

1.886

1.878

1.353

166

150

151

67

0

0

0

   

Begroting (IF 14.01.03)

     

166

150

151

67

0

0

0

   

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

14.02 Regionale mobiliteitsfondsen

Motivering

Over heel Nederland worden verschillende Regionale Mobiliteitsfondsen (RMf) gebruikt. Deze fondsen zijn gevoed op basis van de volgende impulsen:

  • •  Bereikbaarheidsoffensief Randstad;
  • •  Amendement Dijsselbloem;
  • •  Amendement Van der Staaij;
  • •  Regionale bereikbaarheid (Kwartje van Kok);
  • •  Amendement Van Hijum;
  • •  Quick Wins NWA eerste en tweede tranche;
  • •  Sluiskiltunnel

Producten

Nu de oplevering van de Sluiskiltunnel heeft plaatsgevonden is er duidelijkheid over de financiële afhandeling van het Mobiliteitsfonds Zeeland. De resterende middelen in het Mobiliteitsfonds Zeeland worden samen met een aanvulling vanuit artikel 14.02 van € 1,3 miljoen beschikbaar gesteld aan de provincie Zeeland. Dit ter invulling van de bestuurlijke afspraak over de financiële bijdrage van het Rijk aan de N62 Sloeweg van in totaal € 5,0 miljoen (BO-MIRT Zuidwest Nederland najaar 2016).

De resterende middelen (€ 7,9 miljoen) die op artikel 14.02 nog voor de Sluiskiltunnel beschikbaar waren, worden overgeheveld naar de investeringsruimte Wegen.

14.03 RSP Zuiderzeelijn, pakket Regionale Bereikbaarheid

Motivering

Op dit artikelonderdeel zijn middelen begroot n.a.v. het convenant Regio Specifiek Pakket Zuiderzeelijn tussenRijk-Regio (Kamerstukken II 2007–2008, 27 658, nr. 43). Het pakket omvat projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid in Noord-Nederland (concrete bereikbaarheidsprojecten en regionaal mobiliteitsfonds) en een Ruimtelijk-economisch programma (REP), tevens ten behoeve van Noord-Nederland. De voorwaarden voor het RSP zijn beschreven in het op 23 juni 2008 ondertekende convenant Rijk-Regio (Kamerstukken II 2008–2009, 21 700 A, nr. 19). Over de voortgang wordt de Tweede Kamer jaarlijks met een voortgangsrapportage (in het najaar) geïnformeerd.

Binnen de projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid gaat het in totaal om vijf concrete bereikbaarheidsprojecten, zie 14.03.01. De rijksbijdrage voor de A7 Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2 en de N50 Ramspol–Ens zijn inmiddels overgeheveld naar artikel 12 Hoofdwegen.

In 2009 is het Regionaal Mobiliteitsfonds (RMf) RSP opgericht voor Noord-Nederland. Het totale budget RMf RSP is € 970 miljoen. Dit bestaat uit € 500 miljoen bijdrage van het Rijk en € 470 miljoen bijdrage van de regio. Binnen het RMf RSP is € 100 miljoen gereserveerd als bijdrage aan de concrete projecten; zie 14.03.02. Deze bijdrage vervalt als na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is en blijft beschikbaar voor het RMf RSP. De inzet van middelen uit het RMf RSP is een decentrale verantwoordelijkheid. Het RMf RSP is beschikbaar voor projecten die kunnen worden gerealiseerd vóór 2020.

Binnen het Ruimtelijk Economisch Programma (REP) wordt onderscheid gemaakt tussen een rijksdeel (€ 150 miljoen) en een regionaal deel (€ 250 miljoen). Het rijksdeel valt onder regie van het Ministerie van EZK. Het betreffende rijksbudget werd tot en met 2012 verantwoord op de EZ-begroting, daarna is in 2012 het resterende deel via het Provinciefonds gedecentraliseerd. Het regionale deel, in totaal € 250 miljoen, valt onder regie van de regio. De rijksbijdrage voor het regionale deel, € 150 miljoen, is opgenomen op de begroting Infrastructuurfonds; zie 14.03.03. Deze bijdrage wordt in jaartranches overgeboekt via het Provinciefonds naar de regio. Van de oorspronkelijke € 150 miljoen vanuit het Rijk is nog € 50 miljoen niet uitgekeerd. Dat zal naar verwachting de komende jaren plaatsvinden. Ook de regio heeft € 100 miljoen beschikbaar gesteld voor het regionale deel van het REP.

Projectoverzicht behorende bij 14.03: Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (bedragen x € 1 mln.)
 

Projectbudget

Kasbudget

Indienststelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

later

huidig

vorig

14.03.01 Concrete bereikbaarheidsprojecten123

121

120

46

33

41

1

1

0

0

0

   

14.03.02 Regionaal Mobiliteitsprojecten

537

536

491

0

0

0

0

46

0

0

   

14.03.03 Ruimtelijke economisch programma

5

5

0

0

0

5

0

0

0

0

   

Afronding

                       

Totaal

663

661

537

33

41

6

1

46

0

0

   

Begroting (IF 14.03)

663

661

537

33

41

6

1

46

0

0

   

Noot 1: Bijdragen regio zijn prijspeil 2007.

Noot 2: Het betreft de volgende projecten: A7 Zuidelijke Ringweg Groningen (ZRG) fase 2; Bereikbaarheid Leeuwarden; Bereikbaarheid Assen; N50 Ramspol–Ens en Openbaar vervoer/spoor. De totale rijksbijdrage is inclusief € 200 miljoen uit het MIRT ten behoeve van de A7 ZRG fase 2.

Noot 3: Uit het regionaal mobiliteitsfonds wordt een bijdrage van € 100 miljoen (prijspeil 2007) geleverd aan de concrete projecten. Deze bijdrage vervalt, indien na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is.