Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Op dit artikel worden de producten op het gebied van rijksvaarwegen verantwoord. Dit betreffen de onderdelen verkeersmanagement, beheer, onderhoud en vervanging, aanleg, geïntegreerde contractvormen/PPS, netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte.

De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de begroting Hoofdstuk XII over 2017 en vinden hun oorsprong in de SVIR en de Nota Mobiliteit (NoMo) (Kamerstukken II 2004–2005, 29 644, nr. 6).

Het artikel Hoofdvaarwegennet op het Infrastructuurfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens op de begroting Hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art.15 Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

1.632.806

864.229

777.657

907.309

775.994

754.158

745.606

Uitgaven

899.296

873.105

1.291.388

1.187.727

1.067.776

862.430

762.574

Waarvan juridisch verplicht:

   

95%

       

15.01 Verkeersmanagement

8.525

8.655

8.655

8.655

8.655

8.655

8.655

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

8.525

8.655

8.655

8.655

8.655

8.655

8.655

15.02 Beheer, onderhoud en vervanging

322.961

349.606

363.039

376.367

329.346

336.183

317.654

15.02.01 Beheer en onderhoud

287.799

272.330

291.313

267.651

189.510

204.677

203.857

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

282.128

266.455

268.426

263.334

185.528

200.703

199.883

15.02.04 Vervanging

35.162

77.276

71.726

108.716

139.836

131.506

113.797

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

0

0

0

0

1

1

1

15.03 Aanleg

218.819

167.772

364.110

356.991

344.833

144.980

75.576

15.03.01 Realisatie

199.287

163.764

305.894

305.557

272.201

106.918

28.220

15.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

19.532

4.008

58.216

51.434

72.632

38.062

47.356

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

1.609

384

336

309

708

1.531

1.531

15.04 Geintegreerde contractvormen/PPS

39.105

34.345

240.431

129.319

75.628

71.244

60.853

15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN

309.886

312.727

315.153

316.395

309.314

301.368

299.836

15.06.01 Apparaatskosten RWS

281.666

284.522

287.004

288.246

280.810

272.638

271.107

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

281.666

284.522

287.004

288.246

280.810

272.638

271.107

15.06.02 Overige netwerkgebonden kosten

28.220

28.205

28.149

28.149

28.504

28.730

28.729

– Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

28.220

28.205

28.149

28.149

28.504

28.730

28.729

15.07 Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

15.09 Ontvangsten

97.115

76.861

105.584

149.711

85.151

14.651

0

Budgetflexibiliteit

Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, zijn de budgetten in 2019 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2019.

Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2032 per jaar gepresenteerd op het niveau van artikelonderdeel. In de verdiepingsbijlage bij de begroting zijn de mutaties op hetzelfde detailniveau toegelicht voor de periode tot en met 2032.

Bedragen x € 1.000
     

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

15

Hoofdvaarwegennet

Uitgaven

873.105

1.291.388

1.187.727

1.067.776

862.430

762.574

722.228

754.866

15.01

Verkeersmanagement

 

8.655

8.655

8.655

8.655

8.655

8.655

8.655

8.655

15.02

Beheer, onderhoud en vervanging

349.606

363.039

376.367

329.346

336.183

317.654

319.074

291.193

15.03

Aanleg

 

167.772

364.110

356.991

344.833

144.980

75.576

58.899

119.887

15.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

34.345

240.431

129.319

75.628

71.244

60.853

35.476

35.984

15.06

Netwerkgebonden kosten HVWN

312.727

315.153

316.395

309.314

301.368

299.836

300.124

299.147

15.07

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

                     

15.09

Ontvangsten

Ontvangsten

76.861

105.584

149.711

85.151

14.651

0

7.976

51.097

(Vervolg) bedragen x € 1.000
     

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2018–2032

15

Hoofdvaarwegennet

Uitgaven

789.325

845.541

678.015

669.237

803.431

597.926

598.136

12.503.705

15.01

Verkeersmanagement

 

8.655

8.655

8.655

8.655

8.655

8.655

8.655

129.825

15.02

Beheer, onderhoud en vervanging

 

216.167

216.128

305.205

276.471

243.940

221.100

221.100

4.382.573

15.03

Aanleg

 

229.301

284.839

22.741

34.993

201.896

4.577

21.694

2.433.089

15.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

 

35.570

35.001

37.938

45.642

45.464

60.118

43.211

986.224

15.06

Netwerkgebonden kosten HVWN

 

299.632

300.918

303.476

303.476

303.476

303.476

303.476

4.571.994

15.07

Investeringsruimte

 

0

0

0

0

0

0

0

0

                     

15.09

Ontvangsten

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

491.031

15.01 Verkeersmanagement

Motivering

De activiteiten binnen verkeersmanagement worden uitgevoerd om een vlot, betrouwbaar en veilig scheepvaartverkeer op het Hoofdvaarwegennet te realiseren.

Producten

15.01.01 Verkeersmanagement

Bij verkeersmanagement gaat het voornamelijk om de volgende activiteiten:

  • •  Verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering;
  • •  Monitoring en informatieverstrekking;
  • •  Vergunningverlening en handhaving;
  • •  Crisisbeheersing en preventie.

In het goederenvervoer over water is een groei voorzien, die deels met verkeersmanagement wordt gefaciliteerd. Daarnaast moet de betrouwbaarheid en reistijd op orde worden gebracht. Beleidsdoelstellingen op het gebied van verkeersmanagement zijn:

  • •  Het zoveel mogelijk beperken van de gemiddelde structurele wachttijd bij sluizen in de hoofdvaarwegen;
  • •  Het afstemmen van de bediening van bruggen en sluizen op de vraag vanuit de markt.

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in bijlage 4 Instandhouding van deze begroting.

Vanaf 2014 wordt in overleg met de sector gewerkt aan het zo goed mogelijk vormgeven van de bediening van sluizen en beweegbare bruggen tegen de achtergrond van taakstellingen. De Kamer is geïnformeerd over de wijze waarop RWS en haar collega vaarwegbeheerders dit vormgeven, via het stuk «vergezicht bediening sluizen en bruggen» (Kamerstukken II 2015–2016, 34 300 A, nr. 56). Dit vergezicht wordt gebruikt om nadere maatwerkafspraken te maken of bestaande afspraken waar nodig en mogelijk te optimaliseren.

Met verschillende partijen zijn afspraken gemaakt over de invoering van vraaggestuurd bedienen of bediening op afstand waarbij samenwerking tussen beheerders of gezamenlijk investeren is overeengekomen. Begin 2016 zijn bijvoorbeeld nadere afspraken gemaakt met de provincie Overijssel om met behulp van bijdragen van de regio te komen tot een verbeterd bedieningsregime van de Twentekanalen. Met Limburg en Noord-Brabant zijn eerder al soortgelijke afspraken gemaakt. Alle gemaakte versoberingsafspraken worden in 2018 gemonitord en waar nodig en mogelijk bijgestuurd.

Waar mogelijk en zinvol wordt samen met de andere overheden naar centrale bediening op vaarroutes overgeschakeld. Vanzelfsprekend wordt getracht om de bediening zodanig in te richten, dat wachttijden en stremmingen zo veel mogelijk worden beperkt. Een goede informatievoorziening hierover aan gebruikers is daarbij van groot belang, waarbij rekening gehouden wordt met de sterk toegenomen beschikbaarheid van AIS (Automatic Identification System). Met het toezicht op het water dat door RWS (onder andere samen met de Politie) wordt uitgevoerd, wordt beoogd de veiligheid voor de gebruikers te borgen. Dit toezicht heeft ook een preventieve werking. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Binnenvaartwet is meer nadruk komen te liggen op bestuursrechtelijke handhaving door IenW (in plaats van strafrechtelijke handhaving door de Politie). In geval van calamiteiten, zoals schade en verontreinigingen, wordt hierover bericht en adequaat opgetreden. Hiervoor is een calamiteitenorganisatie operationeel.

Meetbare gegevens

Specificatie bedieningsareaal

Areaalomschrijving

Eenheid

2017

2018

2019

Begeleide vaarweg

km

592

592

592

Bediende objecten

stuks

245

242

243

Toelichting

Alleen de vaarwegen die vanuit vaste verkeersposten worden begeleid, zijn in het hierboven opgenomen areaal meegeteld. De vaarwegen in beheer bij RWS die met patrouillevaartuigen worden bestreken zijn derhalve niet meegerekend.

Door de aanleg van een derde kolksluis bij de Beatrixsluis neemt in 2019 het aantal bediende objecten met één toe.

De indicator passeertijden sluizen is opgenomen in beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens in de begroting Hoofdstuk XII.

15.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Beheer en onderhoud wordt uitgevoerd om het Hoofdvaarwegennet in een staat te houden, die noodzakelijk is voor het faciliteren van vlot, betrouwbaar, veilig en duurzaam vervoer van goederen.

Producten

Het regulier beheer en onderhoud van rijksvaarwegen omvat maatregelen aan bodems, oevers, kunstwerken zoals sluizen en bruggen, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement, zoals verkeerscentrales.

Vervanging en renovatie (VenR) betreft het tijdig programmeren en nemen van maatregelen aan kunstwerken en vaarwegen waarbij regulier beheer en onderhoud niet meer voldoende is. Voornamelijk in de eerste helft en vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw zijn er kunstwerken gerealiseerd die, mede door het intensieve gebruik, nu of in de komende decennia het moment van einde levensduur naderen. Op basis van onderzoek wordt concreet gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is.

Voor zover de activiteiten centraal vanuit RWS worden ingezet, worden de kosten centraal gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. De verdeling naar onder meer Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud is extracomptabel inzichtelijk gemaakt in bijlage 4 »Instandhouding» bij deze begroting.

15.02.01 Beheer en Onderhoud

Een voorwaarde voor het optimaal gebruiken van het vaarwegennet is de bedrijfszekerheid van de infrastructuur van de vaarwegen.

De activiteiten zijn erop gericht, om de scheepvaart (beroeps- en recreatievaart) zo goed mogelijk te faciliteren. Het betreft maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven. Daarnaast betreft het maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen te laten functioneren. Om verkeersoverlast tot een minimum te beperken, worden de werkzaamheden goed afgestemd; zowel onderling als met de werkzaamheden die voortkomen uit het aanlegprogramma en/of het hoofdwatersysteem. Zowel het preventief als het correctief onderhoud vallen onder Beheer en Onderhoud.

Kustwacht

De Kustwacht Nederland is een organisatie met eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De directeur Kustwacht maakt jaarlijks een Activiteitenplan en Begroting (APB) en legt dit voor aan de raad voor de kustwacht. De ministerraad stelt het APB vervolgens vast. De directeur Kustwacht beschikt over een informatiecentrum, schepen, surveillancevliegtuigen en helikopters.

De Minister van IenW is als coördinerend Minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor totstandkoming van geïntegreerd beleid voor de Noordzee en het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht. De minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht. De overzichtsconstructie Kustwacht is als bijlage 3 aan deze begroting toegevoegd.

Overdracht Brokx-Nat

De nog over te dragen vaarwegen in het kader van Brokx-Nat zijn in beeld gebracht in een eindbalans, op basis waarvan de Tweede Kamer in 2002 is geïnformeerd (Kamerstukken II 2002–2003, 28 600 XII, nr. 17). Op dit artikel wordt de betaling aan provincies en gemeenten voor het onderhoud aan kanalen in Drenthe, haven Oudeschild en wegen en paden Texel verantwoord.

Meetbare gegevens

In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor kunstwerken oevers, bodems en verkeersvoorzieningen. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.

Areaal Beheer en Onderhoud
 

Eenheid

Omvang 2019

Budget x € 1.000

2019

Vaarwegen

km

7.082

291.313

Toelichting

Het totale areaal is een optelling hoofdtransportassen, hoofdvaarwegen en overige vaarwegen van in totaal 3.437 kilometer en van zeecorridors en zeetoegangsgeulen van in totaal 3.646 kilometer, tezamen is dit afgerond 7.082 kilometer. Er worden in 2019 geen veranderingen voorzien.

Indicatoren Beheer en Onderhoud

Indicator

2016

2017

streefwaarde 2018

streefwaarde 2019

Geplande stremmingen (gehele areaal)

0,2%

0,5%

0,8%

0,8%

Ongeplande stremmingen (gehele areaal)

0,1%

0,2%

0,2%

0,2%

Toelichting:

De geplande en ongeplande stremmingen geven een beeld van de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de sluizen en bruggen op de vaarwegen. De percentages zijn berekend door de gestremde uren af te zetten tegen de totale bedientijd van deze objecten. De streefwaarden betreffen de afgesproken maximale waarden.

15.02.04 Vervanging

Het is van belang dat de veiligheid en de beschikbaarheid van het Hoofdvaarwegennet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de jaren ’60 van de vorige eeuw is de vervangingsopgave toegenomen. De projecten behorende bij deze opgave zijn opgenomen in het MIRT Overzicht6. Het totaal van de opgave wordt in de instandhoudingsbijlage toegelicht.

Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid van het Hoofdvaarwegennet. De projecten in het programma Vervanging en Renovatie verlengen de levensduur van de kunstwerken, zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.

Overzicht objectenprogramma Vervangingen en renovaties

Vaarweg

Objecten/maatregel

gereed

Oost-Nederland

Onderhoud vaargeulen NederRijn, IJssel, Twentekanalen/Meppelerdiep en Zwarte Water

2018

Zeeland

Modernisering Object Bediening Zeeland (MOBZ, deel 1)

gereed

Zeeland

Onderhoud damwanden en vaarwegen Zeeland

gereed

Noord-Holland

Aanpassing bodembescherming, sluizen en bruggen en overige kunstwerken

gereed

15.03 Aanleg

Motivering

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de aanleg- en planuitwerking activiteiten bij het hoofdvaarwegen netwerk.

15.03.01 Realisatie

Producten

In 2019 wil IenW de volgende mijlpalen realiseren:

Mijlpaal

Project

Openstelling

– Vaarweg Lemmer–Delfzijl, fase 1

 

– Lekkanaal: derde kolk Beatrixsluis en verbreding kanaalzijde/uitbreiding ligplaatsen

Start realisatie

– Toekomstvisie Waal

– Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden–Lek

De belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • •  Verruiming vaarweg Eemshaven–Noordzee: Er zijn meerkosten gemaakt omdat er meer niet gesprongen explosieven zijn gevonden. Hierdoor neemt het budget toe met € 7 miljoen.
  • •  De Zaan (Wilhelminasluis): de lopende arbitragezaak duurt langer, waardoor de openstelling vertraagt.
Projectoverzicht behorende bij 15.03.01: Realisatieprogramma Hoofdvaarwegennet (bedragen x € mln.)
 

Projectbudget

Kasbudget

Openstelling

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

later

huidig

vorig

Projecten Nationaal

                       

Beter Benutten

18

18

15

0

0

0

     

2

Impuls Dynamisch Verkeersmanagement Vaarwegen

97

97

93

5

           

2018

2018

Quick Wins Binnenhavens

61

61

60

1

           

2009–2017

2009–2017

Walradarsystemen

26

26

22

3

1

1

1

     

2021

2018

Projecten Noordwest-Nederland

                       

De Zaan (Wilhelminasluis)

13

13

10

 

3

         

2020

2019

Projecten Zuidwest-Nederland

                       

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek

13

13

1

6

6

0

       

2019

2019

Nieuwe Sluis Terneuzen

1.025

1.011

76

124

227

177

172

99

28

122

2022

2022

Quick wins Volkeraksluizen

3

3

3

0

           

2017

2017

Projecten Zuid-Nederland

                       

Maasroute, modernisering fase 2

630

629

559

31

20

21

       

2018

2018

Wilhelminakanaal Tilburg

96

96

92

2

1

0

1

     

na 2017

na 2017

Zuid-Willemsvaart; aanleg Maximakanaal en opwaardering tot Veghel

430

430

422

0

         

8

2015

2015

Projecten Oost Nederland

                       

Toekomstvisie Waal

134

132

23

10

16

43

36

6

   

2021

2019–2020

Vaarweg Meppel–Ramspol (keersluis Zwartsluis)

65

65

56

2

   

6

     

2017

2017

Verruiming Twentekanalen fase 2

95

93

5

3

18

42

25

1

   

2019

2019

Projecten Noord-Nederland

                       

Vaarweg Lemmer – Delfzijl fase 1; verbetering tot klasse Va

284

284

277

8

           

2019

2017

Verruiming vaarweg Eemshaven–Noordzee

39

35

35

3

           

2017

2017

Overige projecten

                       

Kleine projecten / Afronding projecten

2

2

 

1

0

0

1

         

Afrondingen

       

– 1

 

– 1

1

 

1

   

Totaal uitvoeringsprogramma

3.031

3.008

1.749

199

291

284

241

107

28

133

   

Realisatieuitgaven op IF 15.03.01 mbt planuitwerking

6

15

12

0

         

Programma Realisatie

     

205

306

296

241

107

28

133

   

Budget Realisatie (IF 15.03.01)

     

164

306

306

272

107

28

133

   

Overprogrammering (–)

     

– 41

 

10

31

         

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Na openstelling vinden er in de regel nog (na)betalingen plaats, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

15.03.02 Verkenningen en planuitwerkingen

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • •  Reservering Life Cycle Costs (LCC): door de extrapolatie naar 2032 en prijsbijstelling over 2018 is de reservering voor LCC met € 25 miljoen toegenomen.
  • •  Capaciteitsuitbreiding overnachtingsplaatsen Merwedes: Via een partieel uitvoeringsbesluit is € 7,9 miljoen naar realisatie gegaan. Daarnaast is de bestemmingsplanprocedure sneller gelopen dan gedacht waardoor het project in plaats van in 2019 in 2018 al in uitvoering zal gaan.
  • •  Verkeerssituatie splitsing Hollandsch Diep–Dordtsche Kil: Voor dit project wordt een maatregelpakket uitgevoerd van € 0,7 miljoen welke in 2020 wordt opgeleverd. Overige nog te nemen maatregelen zijn afhankelijk van de resultaten uit de monitoring van de veiligheid.
  • •  Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen IJssel: Uitwerking van de variant Westlob bleek complexer door natuurregelgeving en vergt nader onderzoek waardoor de projectbeslissing in plaats van in 2018 in 2019 genomen zal worden.
  • •  Vaarweg Lemmer–Delfzijl, fase 2: Binnen het project is eind 2017 een project/uitvoeringsbeslissing genomen voor de Gerrit Krol brug. Voor de resterende bruggen wordt een projectbeslissing in 2019 verwacht.
Projectoverzicht behorende bij 15.03.02: Verkenningen en planuitwerkingen Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 mln.)
 

Budget

 

Planning

 

Projectomschrijving

huidig

vorig

PB of TB

Openstelling

Realisatieuitgaven op IF 15.03.01 mbt planuitwerkingsprojecten

– 36

– 28

nvt

nvt

Projecten Nationaal

       

Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen

8

7

nvt

nvt

Reservering voor LCC

230

205

nvt

nvt

Projecten Noordwest-Nederland

       

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Amsterdam–Lemmer

6

6

 

2025–2027

Lichteren buitenhaven IJmuiden

65

65

nnb

nnb

Vaarweg IJsselmeer–Meppel

36

36

 

2023

Projecten Zuidwest-Nederland

       

Capaciteit Volkeraksluizen

152

152

 

2024–2026

Capaciteitsuitbreiding overnachtingplaatsen Merwedes

20

20

2018

2021

Verkeerssituatie splitsing Hollandsch Diep–Dordtsche Kil

10

10

2016

2025–2027

Projecten Oost-Nederland

       

Bovenloop IJssel (IJsselkop tot Zutphen)

36

36

 

2026–2028

Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen IJssel

28

28

2019

2021–2022

Projecten Noord-Nederland

       

Vaarweg Lemmer–Delfzijl fase 2

102

102

2017

2023–2025

Overige projecten en reserveringen

462

335

   

Projecten in voorbereiding

       

Projecten Zuidwest-Nederland

       

Kreekraksluizen

     

2026–2028

Projecten Oost-Nederland

       

Reservering garantstelling Twentekanalen

     

2018–2020

Verkenning IJssel fase 2

     

2028

Overige projecten in voorbereiding

       

Gesignaleerde risico's

       

Totaal programma planuitwerking en verkenning

1.118

     

Begroting (IF 15.03.02)

1.118

     

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen.

Legenda:

PB = Projectbesluit

TB = Tracébesluit

15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS

Motivering

Bij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen wordt middels een Publiek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM-contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en financiering) aan een private Opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na oplevering van het project; tijdens de bouw dient de DBFM-Opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de private Opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouwfase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsvergoeding), als sprake is van de uitbreiding van een bestaande sluis die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor de scheepvaart. Bij openstelling van de sluis wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting, van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de Opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.

De verplichting aan de DBFM-Opdrachtnemer vervalt aan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze vaarwegdelen en/of objecten terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten gaan vallen onder het reguliere onderhoudsartikel (artikelonderdeel 15.02 Beheer, Onderhoud en Vervanging). Pas aan het einde van de looptijd kan de definitieve meerwaarde van de PPS-contractvorm worden bepaald en geconcludeerd of binnen het meerjarig budget is gebleven.

In de DBFM(O)-Voortgangsrapportage 2016–2017 zijn indicatoren opgenomen om de prestaties van (het contractmanagement van) DBFM te monitoren. Het gaat daarbij om prestatie indicatoren zoals tijdigheid (openstelling van het project), beschikbaarheid, wijzigingen en kortingen. Het kabinet heeft daarbij de ambitie geformuleerd om de KPI’s verder uit te breiden en te ontwikkelen, de komende jaren te monitoren en de trendontwikkeling te analyseren.

In de Voortgangsrapportage is ook aangegeven dat de risicoverdeling in het standaardcontract mogelijk op een aantal punten zal worden bijgesteld ten aanzien van enkele specifieke risico’s, zoals het management van stakeholders, waarmee marktpartijen in het verleden op moeilijkheden stuitten. Eerder was al besloten om niet langer gebruik te maken van lijstrisico’s. Op deze wijze wordt proactief gezocht naar een betere verdeling van de risico’s, waarbij alle betrokkenen hun mogelijkheden inbrengen om risico’s zo veel mogelijk te beperken.

Producten

In 2013 is het DBFM Sluizenprogramma in werking gesteld, waar de volgende projecten in ondergebracht zijn: Sluis Limmel, 3e Kolk Beatrixsluis, Sluis bij Eefde en Zeetoegang IJmond. Het eerste project uit dit programma, de Sluis Limmel is in 2018 opengesteld. De andere projecten verkeren in de bouwfase en kennen een partiële beschikbaarheidsvergoeding. De volledige beschikbaarheidsvergoeding wordt na openstelling betaald. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneer de contracten eindigen.

Na afloop van het DBFM-contract zal het budget voor Beheer en Onderhoud weer worden toegevoegd aan artikelonderdeel 15.02. Beheer, Onderhoud en Vervanging. Bij de jaarlijkse verlenging van het Infrastructuurfonds worden deze budgetten gezien als een doorlopende verplichting.

Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen

  • •  Zeetoegang IJmond: Wegens een noodzakelijke aanpassing van het ontwerp is de opening van het de Zeesluis vertraagd (Kamerstukken II 2017–2018, 34 775 A, nr. 74).
  • •  Voor 2019 vinden er buiten de indexatie van het prijspeil naar 2018 geen wijzigingen plaats in de budgetten van projecten in het projectoverzicht geïntegreerde contractvormen/PPS.
Projectoverzicht behorende bij 15.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 mln.)
 

Projectbudget

Kasbudget

Openstelling

Eind contract

Projectomschrijving

huidig

vorig

t/m 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

later

huidig

vorig

 

Projecten Noordwest-Nederland

                       

Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis en verbreding kanaalzijde/uitbreiding ligplaatsen

415

409

35

9

23

21

15

15

15

283

2019

2019

2046

Zeetoegang IJmond

940

927

69

10

211

80

47

49

38

435

2022

2019

2045

Projecten Zuid-Nederland

                         

Capaciteitsuitbreiding sluis Eefde

155

153

13

5

4

15

11

5

5

97

2020

2020

2047

Keersluis Limmel

91

90

10

11

3

14

2

2

3

47

2018

2018

2048

Afrondingen

   

– 1

– 1

– 1

– 1

1

           

Totaal

1.601

1.579

126

34

240

129

76

71

61

862

     

Begroting (IF 15.04)

   

126

34

240

129

76

71

61

       

Zoals in de leeswijzer beschreven, is voor projecten in bovenstaande tabel waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar de projectbladen in het MIRT Overzicht. Zodra een project is opengesteld, wordt het project in het overzicht «Gerealiseerde projecten» van het MIRT Overzicht opgenomen, waarmee het projectblad komt te vervallen. Bij DBFM-projecten worden na de openstelling de beschikbaarheidsvergoedingen betaald, waardoor het project wel opgenomen blijft in bovenstaande tabel.

15.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdvaarwegennet

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan verkeersmanagement, beheer, onderhoud, vervanging, aanleg en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT-systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.

Rijksrederij

De Rijksbrede Civiele Rijksrederij is een organisatie die nautische diensten levert aan andere overheden zoals het Ministerie van EZK, Financiën (Douane), IenW en de Kustwacht. De Rijksrederij valt onder de verantwoordelijkheid van RWS. De kerntaken van de Rijksrederij zijn:

  • •  Het ter beschikking stellen van vaartuigen voor een bepaalde tijdsduur (al dan niet met nautische bemanning) met een door de opdrachtgever gespecificeerd dienstverleningsniveau;
  • •  Het leveren van kennisintensief advies aan overheidsinstellingen bij beheer, ontwerp en aanbesteding van vaartuigen;
  • •  Het leveren van kennisintensief advies op het gebied van eisen aan bemanningen, veiligheidsmanagement en scheepsuitrustingen.

15.07 Investeringsruimte

Motivering

Op dit artikelonderdeel wordt de voor dit artikel beschikbare investeringsruimte tot en met 2032 verantwoord. De investeringsruimte betreft de budgettaire ruimte waarvoor nog geen bestuurlijke of juridische verplichtingen zijn aangegaan. Deze ruimte is onder meer beschikbaar voor risico’s en (toekomstige) ambities.

De in de begroting 2018 opgenomen stand van de beschikbare investeringsruimte tot en met 2031 bedroeg € 150 miljoen. Door de hieronder vermelde belangrijkste (budgettaire) aanpassingen bedraagt deze ruimte in de begroting 2019 nu € 248 miljoen tot en met 2032. Dit eindsaldo wordt overgeboekt naar het nieuwe begrotingsartikel 20 onder de modaliteit specifieke investeringsruimte Hoofdvaarwegennet (artikelonderdeel 20.05.3).

  • •  In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor een inhaalslag in infrastructuur. Het aandeel van Hoofdvaarwegennet bedraagt € 191,8 miljoen. De extra middelen worden ingezet voor de opwaardering van de Vaarweg Lemmer–Delfzijl en het Wilhelminakanaal en de aanpak van knelpunten op de Maas (€ 141,5 miljoen). Om deze extra impuls uit het Regeerakkoord mogelijk te maken worden ook middelen beschikbaar gesteld voor apparaatsuitgaven op Hoofdstuk XII (– € 4,5 miljoen). Het restant wordt nog niet direct aangewend en komt ten gunste van de investeringsruimte voor Hoofdvaarwegennet.
  • •  Middels het instrument strategisch capaciteitsmanagement (SCM) kijkt Rijkswaterstaat meerjarig naar de productie en de daarbij benodigde capaciteit. Daarbij is op basis van rekenregels de benodigde capaciteit voor de verschillende RWS-producten berekend. Hieruit volgt een hogere capaciteitsbehoefte voor het reguliere onderhoud en voor de onderhoudsfase bij DBFM-projecten (– € 8,2 miljoen).
  • •  Verwerking van het saldo mee- en tegenvallers (o.a. Maasroute en vaargeul Eemshaven–Noordzee) binnen het realisatieprogramma Hoofdvaarwegennet (+ € 8,2 miljoen).
  • •  Periodiek worden prestatieafspraken gemaakt met Rijkswaterstaat over beheer en onderhoud van het hoofdwegen- en Hoofdvaarwegennet, de zogenoemde Service Level Agreement (SLA). Wegens de berging van de Sirena wordt € 3,3 miljoen toegevoegd aan de beheer- en onderhoudbudgetten van Hoofdvaarwegennet.
  • •  Verwerking van de niet specifiek toegewezen prijsbijstelling (+ € 9,6 miljoen) en het restantbudget Beter Benutten (+ € 1,0 miljoen).
  • •  Het vorige kabinet heeft bij de verlenging van het Infrastructuurfonds tot en met 2030 besloten een deel van de investeringsruimte apart te zetten voor een volgend kabinet, de zogenoemde beleidsruimte. Met het aantreden van het kabinet-Rutte III kan de beleidsruimte betrokken worden bij de budgettaire besluitvorming. De middelen tot 2030 worden verdeeld over de modaliteiten middels de gebruikelijke verdeelsleutel (conform regeerakkoord kabinet-Rutte III). Het aandeel van Hoofdvaarwegennet bedraagt € 36,3 miljoen.
  • •  De Kustwacht voert een aantal structurele taken uit die voortvloeien uit wet- en regelgeving. Tot op heden heeft IenW haar bijdrage aan deze taken steeds incidenteel gedekt. Om voor luchtsurveillance en de benodigde personele capaciteit structureel te dekken, zijn middelen vrijgemaakt vanuit de investeringsruimte van de modaliteiten. Het aandeel van Hoofdvaarwegennet bedraagt € 7,1 miljoen.
15.07 Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

(Vervolg) 15.07 Investeringsruimte Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1.000)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2018–2032

Investeringsruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

15.09 Ontvangsten

Motivering

Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden aan de producten op het gebied van Rijksvaarwegen, die rechtstreeks aan IenW worden betaald, verantwoord.

Producten

Bijdragen van derden

Dit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten.

Ontvangsten (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Bijdragen van derden

76.861

105.584

149.711

85.151

14.651

0

Ontvangsten Vaarwegen

76.861

105.584

149.711

85.151

14.651

0

Noot 6: Zie het programma Vervanging en Renovatie Hoofdvaarwegen