Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

3.2 Art.nr. 3 Voortgezet onderwijs

A. Algemene doelstelling

Het voortgezet onderwijs zorgt dat leerlingen in deze fase van de doorlopende leerlijn hun talenten maximaal kunnen ontplooien en vervolgonderwijs kunnen volgen dat het beste past bij hun talenten. Het bereidt hen voor op volwaardige deelname aan de samenleving en een bij hun talenten passende (toekomstige) positie op de arbeidsmarkt.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor een voortgezet onderwijsstelsel dat zodanig functioneert, dat het onderwijs aansluit bij de talenten en de ambities van individuele leerlingen en bij de behoeftes van de maatschappij.

Financieren:

De Minister is verantwoordelijk voor de financiering van het voortgezet onderwijs door lumpsumbekostiging van de onderwijsinstellingen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid van het onderwijs gewaarborgd.

Stimuleren:

De Minister stimuleert specifieke onderwerpen door het verstrekken van (aanvullende) bekostiging, subsidies en de inzet van andere instrumenten zoals overleg, voorlichting, (prestatie)afspraken en wet- en regelgeving.

Regisseren:

De Minister vult zijn verantwoordelijkheid voor de onderwijskwaliteit van het onderwijs in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving; de Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving.

Kengetallen

Tabel 3.1 Kengetallen
     

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

1

Aandeel thuiszittende leerlingen dat drie of meer maanden thuis zit zonder passend onderwijsaanbod1

%

0,17%

0,19%

0,19%2
         
   

Aantallen

1.605

1.873

1.853

         

2

Aandeel zittenblijvers3
 

5,5%

5,7%

5,7%

         

3

Aandeel lessen dat gegeven wordt door bevoegde en benoembare leraren4
 

94,8%

95,2%

n.n.b.

         

4

Aandeel startende leraren dat een begeleidingsprogramma heeft gevolgd5
 

85%

         

5

Aandeel leerlingen dat zich veilig voelt6 7
 

95%

         

6

Aantal vsv’ers

 

24.353

22.953

23.793

         

7

Meer studenten volgen vakken op hoger niveau

 

0,96%

0,96%

1,20%

         

Noot 1: Bron: leerplichttellingen

Noot 2: Dit is gemeten over schooljaar 2016–2017

Noot 3: Bron: DUO

Noot 4: Bron: IPTO en CenterData

Noot 5: De cijfers over 2017 worden in het najaar in de loopbaanmonitor bekend gemaakt.

Noot 6: Bron: ITS Monitor naar Sociale Veiligheid

Noot 7: Dit kengetal wordt twee jaarlijks gemeten

Tabel 3.2 Leerlingen voortgezet onderwijs
 
20171

2018

2019

2020

2021

2022

2023

1.

Totaal aantal ingeschreven leerlingen2

Nader te verdelen in:

961.200

976.200

960.000

949.700

943.800

939.100

936.500

 

Vmbo (incl. lwoo)

378.100

393.400

379.900

371.500

367.600

365.500

364.500

 

Havo

261.300

262.200

261.300

260.200

259.000

257.800

257.200

 

Vwo

286.000

285.100

284.100

284.000

283.500

282.400

281.300

 

Pro

29.200

28.800

28.000

27.300

27.000

26.800

27.000

 

Vavo

6.600

6.700

6.700

6.700

6.700

6.600

6.500

2.

Totaal aantal scholen

644

652

652

652

652

652

652

3.

Gemiddeld aantal leerlingen per school

1.492

1.497

1.472

1.457

1.448

1.440

1.436

Noot 1: De cijfers over 2017 zijn gebaseerd op het DJV 2017 (exclusief groen onderwijs).

Noot 2: Ten behoeve van de nadere verdeling in de diverse schoolsoorten zijn de leerlingen uit de brugklassen toebedeeld.

Bron: DUO

Tabel 3.3 Uitgaven per leerling
 
20171

2018

2019

2020

2021

2022

2023

1.

Voortgezet onderwijs2

8.360

8.746

8.791

8.852

8.869

8.859

8.872

2.

Bekostiging3
 

8.609

8.644

8.711

8.726

8.715

8.727

3.

Bekostiging exclusief ondersteuningsmiddelen4
 

7.898

7.929

7.995

8.010

7.995

8.004

Noot 1: Het cijfer over 2017 is gebaseerd op het DJV 2017 (excl. groen onderwijs).

Noot 2: De totale uitgaven uit tabel 3.4, exclusief de bijdragen aan agentschappen (DUO), gedeeld door het aantal ingeschreven leerlingen op 1 oktober van het voorgaand jaar, zoals opgenomen in tabel 3.2.

Noot 3: De bekostiging uit tabel 3.4, gedeeld door het aantal ingeschreven leerlingen op 1 oktober van het voorgaand jaar, zoals opgenomen in tabel 3.2.

Noot 4: De bekostiging uit tabel 3.4, minus de ondersteuningsmiddelen zoals opgenomen in tabel 3.5, gedeeld door het aantal leerlingen van het voorgaand jaar, zoals opgenomen in tabel 3.2.

C. Beleidswijzigingen

De belangrijkste wijzigingen op het terrein van voortgezet onderwijs worden beschreven in de beleidsagenda.

Het sectorakkoord VO is in 2017 geëvalueerd. Daarnaast is in het Regeerakkoord »Vertrouwen in de toekomst» opgenomen dat de afspraken uit het sectorakkoord worden gehandhaafd. Op basis van de evaluatie is het sectorakkoord geactualiseerd. Het akkoord – dat doorloopt tot en met 2020 – bevat doelstellingen voor uitdagend onderwijs voor de leerlingen, de brede vormende taak van het onderwijs, regionale samenwerking, scholen als lerende organisaties, strategisch personeelsbeleid en verantwoording. De Tweede Kamer ontvangt in het voorjaar van 2019 de laatste voortgangsrapportage en in 2020 de evaluatie.

Daarnaast investeren wij vanaf 2022 structureel € 100 miljoen per jaar in een kwalitatief hoogstaand en dekkend aanbod van technisch vmbo. In 2019 is € 70 miljoen beschikbaar, grotendeels voor scholen met de technische profielen PIE (produceren, installeren en energie), BWI (bouwen, wonen en interieur) en M&T (mobiliteit en transport). Daarnaast zijn deze middelen beschikbaar voor verdere professionalisering van vmbo-docenten en voor regionale planvorming voor de jaren erna. Om in 2020 en de jaren erna in aanmerking te blijven komen voor deze middelen, moeten vmbo-scholen samen met het mbo en het bedrijfsleven gezamenlijk plannen maken voor toekomstbestendig technisch vmbo-onderwijs in hun regio.

D. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Tabel 3.4 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 (Bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

8.326.918

8.854.923

8.681.647

8.546.602

8.388.209

8.402.179

8.360.986

Waarvan garantieverplichtingen

45.105

4.322

         

Totale uitgaven

8.143.906

8.713.061

8.611.856

8.526.854

8.450.382

8.388.492

8.359.318

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

99,2%

       
                   

Bekostiging

7.992.965

8.540.590

8.438.702

8.362.976

8.286.664

8.224.908

8.195.564

Hoofdbekostiging

7.545.671

8.056.636

8.123.369

8.037.212

7.959.900

7.898.144

7.868.800

 

Bekostiging voortgezet onderwijs lumpsum

6.890.750

7.333.269

8.108.177

8.022.119

7.944.792

7.883.036

7.853.692

 

Bekostiging lichte ondersteuning lwoo/pro

639.339

705.913

0

0

0

0

0

 

Bekostiging Caribisch Nederland

15.582

17.454

15.192

15.093

15.108

15.108

15.108

Prestatiebox

259.356

290.381

298.233

308.664

309.664

309.664

309.664

 

Regeling prestatiebox voortgezet onderwijs

259.356

290.381

298.233

308.664

309.664

309.664

309.664

Aanvullende bekostiging

187.938

193.573

17.100

17.100

17.100

17.100

17.100

 

Regeling IGVO (Internationaal Georiënteerd Voortgezet Onderwijs)

3.906

4.680

0

0

0

0

0

 

Regeling leerplusarrangement en eerste opvang nieuwkomers

109.922

110.393

0

0

0

0

0

 

Regeling bekostiging kenniscentra voor leerwerktrajecten vmbo

0

0

0

0

0

0

 
 

Regeling functiemix VO Randstadregio’s

61.214

61.400

0

0

0

0

0

 

Resultaatafhankelijke bekostiging

vsv voor vo-scholen

12.896

17.100

17.100

17.100

17.100

17.100

17.100

                   

Subsidies

54.473

72.231

88.783

81.006

82.001

81.866

82.036

 

Stichting Kennisnet (basissubsidie) PO, VO, MBO

12.280

12.240

12.240

12.240

12.240

12.240

12.240

 

ICT-projecten (incl. transparantie)

6.172

4.800

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

 

Pilots zomerscholen

8.276

8.150

9.000

0

0

0

0

 

Overige projecten

27.745

47.041

62.543

63.766

64.761

64.626

64.796

                   

Opdrachten

4.981

7.092

7.425

7.335

7.300

7.300

7.300

 

In- en uitbesteding

4.981

7.092

7.425

7.335

7.300

7.300

7.300

                   

Bijdragen aan agentschappen

32.310

37.476

29.967

28.558

27.353

27.354

27.354

 

Dienst Uitvoering Onderwijs

32.310

37.476

29.967

28.558

27.353

27.354

27.354

                   

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

58.969

55.392

46.784

46.784

46.784

46.784

46.784

 

ZBO: College voor Toetsen en Examens

12.718

11.656

4.546

4.546

4.546

4.546

4.546

 

SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen PO/VO/BVE (incl. examens)

46.251

43.736

42.238

42.238

42.238

42.238

42.238

                   

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

208

280

195

195

280

280

280

 

GRAZ (ECML) en PISA

208

280

195

195

280

280

280

Ontvangsten

9.173

7.391

7.391

7.391

7.391

7.391

7.391

Budgetflexibiliteit

Van het totale budget voor artikel 3 is voor 2019 99,2 procent juridisch verplicht.

Bekostiging

Het beschikbare budget voor 2019 is 100 procent juridisch verplicht. De verplichtingen hebben betrekking op de betalingen aan schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. Hieraan ten grondslag liggen de wet voor voortgezet onderwijs, onderliggende besluiten en uitvoeringsregelingen. Het moment van juridisch verplichten vindt plaats voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

Subsidies

Van het beschikbare budget is in 2019 31,9 procent juridisch verplicht. Dit deel betreft de subsidies die voorafgaand aan het jaar worden vastgesteld. Het resterende deel van het budget is beleidsmatig verplicht. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget juridisch wordt verplicht. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de subsidiebijlage.

Opdrachten

Van het beschikbare budget in 2019 is 23,1 procent juridisch verplicht. Het resterende deel van het budget is beleidsmatig verplicht, bijvoorbeeld voor het toezicht op (zeer) zwakke scholen. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het budget juridisch wordt verplicht.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor 2019 is 100 procent juridisch verplicht. Tussen bestuursdepartement en DUO zijn managementafspraken vastgelegd voor het komende jaar.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Het budget voor 2019 is 100 procent juridisch verplicht. Dit betreft de bijdrage aan het College voor Toetsen en Examens en de onderwijs ondersteunende instellingen (SLOA). Op basis van overeenkomsten worden de middelen voorafgaand aan het komende jaar verplicht.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Het beschikbare budget in 2019 is nog niet juridisch verplicht. Het budget is beleidsmatig verplicht. Ervaringsgegevens laten zien dat dit gedurende het jaar juridisch wordt verplicht. Dit betreft de bijdragen aan de genoemde internationale organisaties.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Bekostiging

Bekostiging voortgezet onderwijs lumpsum

Het voortgezet onderwijs kent een lumpsumbekostiging voor de reguliere uitgaven. De schoolbesturen ontvangen van de rijksoverheid een bedrag voor de personele en materiële kosten. Hiermee worden de schoolbesturen in staat gesteld om (onderwijs)personeel aan te stellen en overige arbeidsvoorwaarden te vervullen en te voorzien in de kosten van de materiële instandhouding van scholen. De lumpsumbekostiging is voornamelijk gebaseerd op het aantal leerlingen en de schoolsoort. Daarnaast zijn vanaf 2019 het leerplusarrangement, de eerste opvang nieuwkomers, de functiemix VO Randstadregio’s en het Internationaal Georiënteerd Voortgezet Onderwijs (IGVO) niet meer onder de aanvullende bekostiging opgenomen, maar onder de hoofdbekostiging. Met het leerplusarrangement is circa € 48 miljoen gemoeid, met de eerste opvang nieuwkomers circa € 46 miljoen, met de functiemix VO Randstadregio’s circa € 61 miljoen en met IGVO circa € 4 miljoen.

Ook de middelen voor de lichte ondersteuning zijn vanaf 2019 onder de hoofdbekostiging opgenomen. In onderstaande tabel zijn de ondersteuningsmiddelen opgenomen die naast de basisbekostiging beschikbaar zijn voor de lichte ondersteuning. Vanaf 1 januari 2016 is de bekostiging van de lichte ondersteuning aan samenwerkingsverbanden geïntegreerd in het kader van passend onderwijs. Deze bekostiging bestaat uit twee delen: een budget voor leerwegondersteuning onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) en een budget voor regionale ondersteuning. De ondersteuningsbekostiging wordt verrekend met het budget voor lwoo en pro van het samenwerkingsverband. In onderstaande tabel zijn de ondersteuningsmiddelen opgenomen die naast de basisbekostiging hiervoor beschikbaar zijn.

Tabel 3.5 Ondersteuningsmiddelen (Bedragen x € 1 miljoen)
 

2019

2020

2021

2022

2023

Lichte ondersteuning lwoo/pro

603

593

585

584

584

Regionale ondersteuning

95

95

95

95

95

Totale ondersteuningsmiddelen art. 3

698

688

680

679

679

Daarnaast is in het Regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst» opgenomen dat het groen onderwijs wordt overgeheveld naar OCW. Met ingang van 2018 wordt het groen (voortgezet) onderwijs via artikel 3 bekostigd.

Bekostiging Caribisch Nederland

Het Rijk verstrekt sinds 10 oktober 2010 bekostiging aan schoolbesturen in Caribisch Nederland. Het betreft de schoolbesturen op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Prestatiebox

Voor het realiseren van de afspraken in het (geactualiseerde) sectorakkoord met de VO-raad ontvangen de schoolbesturen extra middelen via de prestatiebox. Deze middelen zijn bedoeld om een extra impuls te geven aan het realiseren van de doelstellingen op het gebied van uitdagend onderwijs voor de leerlingen, de brede vormende taak van het onderwijs, regionale samenwerking, scholen als lerende organisaties, strategisch personeelsbeleid en verantwoording.

Aanvullende bekostiging

Resultaatafhankelijke bekostiging vroegtijdig schoolverlaters (vsv) voor vo-scholen

Vo-scholen ontvangen resultaatafhankelijke bekostiging voor de schooljaren 2018/2019 en 2019/2020 op basis van de regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv vo. Voor de aanpak van vsv zie artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie.

Subsidies

Voor het stimuleren en realiseren van diverse beleidsdoelstellingen worden subsidies verstrekt (zie voor het totaaloverzicht bijlage: Subsidies). De belangrijkste hiervan zijn de subsidies voor Stichting Kennisnet en kansengelijkheid. Stichting Kennisnet ondersteunt onderwijsinstellingen bij het benutten van ICT. De subsidie voor kansengelijkheid wordt onder andere gebruikt voor doorstroomprogramma’s po-vo en doorstroomprogramma’s vmbo-havo en vmbo-mbo. Daarnaast is er subsidie beschikbaar voor de versterking van het techniekonderwijs op het VMBO en krijgen het Europees Platform en de stichting School en Veiligheid ook een subsidie.

Opdrachten

Onder deze post vallen middelen voor diverse beleidsgerichte activiteiten en onderzoeken. De belangrijkste hiervan is een opdracht voor het ondersteuningsprogramma voor zeer zwakke scholen.

Bijdrage aan agentschappen

Dienst Uitvoering Onderwijs

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

ZBO: College voor Toetsen en Examens

Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) ontvangt middelen voor uitvoerende werkzaamheden met betrekking tot de centrale examens en rekentoetsen in het reguliere voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie. Daarnaast zorgt het CvTE voor de staatsexamens voor het voortgezet onderwijs en voor Nederlands als tweede taal (NT2). Dit geldt ook voor Caribisch Nederland. Het CvTE is verantwoordelijk voor de invoering van de digitale examens. Daarnaast is het CvTE regievoerder over de examenketen en heeft zij een regierol voor de centrale eindtoets po. In die hoedanigheid heeft zij de taak om namens de overheid de kwaliteit van al deze toetsen en examens te waarborgen en te zorgen voor een vlekkeloze (digitale) afname.

SLOA: Onderwijs ondersteunende instellingen primair-, voortgezet- en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Op 1 januari 2014 is de wet SLOA 2013 in werking getreden. De wet biedt de wettelijke grondslag voor subsidiëring van de wettelijke taken van stichting Cito en SLO. Ze ontvangen samen € 42,2 miljoen voor toets- en examenontwikkeling en normering alsmede leerplanontwikkeling.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Onder deze post vallen bijdragen aan de internationale organisaties European Centre for Modern Languages (ECML) en Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) ten behoeve van PISA.

Het ECML geldt in Europa en daarbuiten als hét expertisecentrum voor het talenonderwijs. Door deelname hieraan blijft Nederland op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op dit terrein.

De bijdrage aan OECD is een voorwaarde voor deelname aan het PISA project, waardoor één keer in de drie jaar kan worden gemeten hoe de prestaties van 15-jarigen zich ontwikkelen op het gebied van wiskunde, lezen en «science».