Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Deze financiële paragraaf presenteert conform de rijksbegrotingsvoorschriften de belangrijkste budgettaire veranderingen op de OCW-begroting, zowel voor de uitgaven (tabel 1) als de ontvangsten (tabel 2).

Ook bevat deze paragraaf tabellen die een overzicht geven van alle intensiveringen en ombuigingen (tabellen 3 t/m 8).

Tabel 1 Belangrijkste beleidsmatige mutaties (p. 21)
 

Art.

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018

 

40.383,8

40.650,0

40.573,5

40.631,6

40.679,1

 

Belangrijkste mutaties:

             

1) Leerlingen- en studentenontwikkeling

diverse

191,7

211,1

161,4

189,3

212,7

 

2) Specifieke dekking tegenvaller Leerlingen- en studentenontwikkeling

diverse

– 125,3

– 211,1

– 44,6

– 45,7

– 45,9

 

3) Taakstelling OCW-brede problematiek

91

0,0

0,0

– 114,4

– 140,3

– 156,2

 

4) Eindejaarsmarge

91

96,2

0,0

0,0

0,0

0,0

 

5) Kasschuiven

diverse

819,9

138,3

– 417,0

– 432,7

– 224,9

 

6) Loonbijstelling

diverse

703,3

705,9

704,0

703,8

700,7

 

7) Prijsbijstelling

diverse

149,7

155,3

156,5

157,4

156,7

 

8) Regeerakkoordmaatregelen

diverse

356,5

524,7

543,1

509,1

462,1

 

9) Scholingsaftrek

4

0,0

– 218,0

0,0

0,0

0,0

 

10) Niet-kader relevante mutaties

11,12

27,6

67,1

74,7

67,5

59,9

 

11) Daling STER-inkomsten

15

– 28,4

– 36,0

– 39,6

– 54,7

– 53,8

 

13) Overige mutaties

diverse

– 14,2

– 3,1

– 3,0

– 2,9

– 2,8

 

Stand ontwerpbegroting 2019

42.560,8

41.984,2

41.594,6

41.582,4

41.787,6

42.115,0

Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (ontvangsten) (Bedragen x € 1 miljoen)
 

Art.

2018

2019

2020

2021

2022

2023

               

Stand ontwerpbegroting 2018

 

1.380,6

1.414,7

1.487,6

1.554,3

1.633,2

 

Belangrijkste mutaties:

             

1) Leerlingen- en studentenontwikkeling

12,13

0,4

– 1,0

– 0,5

0,2

0,6

 

3) Niet kaderrelevante mutaties

11

– 35,3

– 38,5

– 47,9

– 57,2

– 70,1

 

4) Rente studiefinanciering

11

– 11,1

– 12,4

– 11,8

– 8,5

– 3,5

 

5) Lagere reclame opbrengsten en STER-raming

15

– 28,4

– 36,0

– 39,6

– 54,7

– 53,8

 

6) Overige mutaties

diverse

11,1

2,4

2,4

2,6

9,5

 

Stand ontwerpbegroting 2019

 

1.317,3

1.329,2

1.390,2

1.436,7

1.515,9

1.555,2

Toelichting:

Leerling- en studentenontwikkeling

In de begroting is de actuele raming van de leerlingen- en studentenaantallen, alsmede van de kaderrelevante uitgaven aan de studiefinanciering verwerkt. Uit de ramingen in 2018 blijkt dat zowel de leerlingen- en studentenaantallen als de uitgaven aan de studiefinanciering hoger uitvallen dan de in de OCW-begroting 2018 verwerkte aantallen. Hierachter gaan verschillende bewegingen schuil, zoals bijvoorbeeld een stijging in de omzettingen van prestatiebeurs in gift. Dit hangt samen met het zogenaamde boeggolfeffect van de invoering van het Studievoorschot; studenten die in 2013 vervroegd zijn ingestroomd om nog voor de basisbeurs in aanmerking te komen leiden nu tot extra uitstroom en omzettingen.

Specifieke dekking tegenvaller leerlingen- studentenontwikkeling en raming studiefinanciering

De tegenvaller op de leerlingen en studentontwikkeling en raming studiefinanciering wordt in 2019 gedekt door inzet van loon- en prijsbijstelling tranche 2018 (€ 149 miljoen, deels door middel van een kasschuif), meevallers en bijstellingen (€ 25 miljoen, waaronder € 15 miljoen onderuitputting lerarenbeurs in 2018), een korting op de subsidieregeling praktijkleren (€ 19 miljoen) en een lumpsumkorting hoger onderwijs (€ 19 miljoen).

Taakstelling OCW-brede problematiek

Om de begroting meerjarig sluitend te maken, is er vanaf 2020 een taakstelling op de OCW-begroting geplaatst.

Eindejaarsmarge

In 2017 zijn enkele budgetten niet volledig tot besteding gekomen. De eindejaarsmarge wordt ingezet voor overlopende verplichtingen die alsnog in 2018 tot betaling zijn gekomen en ter dekking van de tegenvaller op de leerlingen- en studentenontwikkeling en de raming van de studiefinanciering.

Kasschuiven

Op diverse budgetten vinden kasschuiven plaats. Conform het Bestuursakkoord mbo 2018-2-22 is het resultaatafhankelijke budget van € 200 miljoen doorgeschoven van 2022 naar 2023. Ter optimalisatie van het kasritme van de staat wordt de verplichting aan de vervoersbedrijven voor de OV-studentenkaart in 2018 vooruitbetaald via een kasschuif.

Loon- en prijsbijstelling

De loon- en prijsbijstelling tranche 2018 is uitgekeerd aan de departementen. Zie het algemene deel van het verdiepingshoofdstuk voor de verdeling over de begrotingsartikelen.

Regeerakkoordmaatregelen

Er zijn diverse Regeerakkoordmiddelen aan de OCW-begroting toegevoegd. Een deel van de Regeerakkoordmiddelen was via nota’s van wijziging al aan de vorige begroting toegevoegd.

Bijdrage scholingsaftrek

Dit betreft een overboeking naar het Ministerie van Financiën. In 2019 blijft namelijk de fiscale scholingsaftrek nog behouden.

Niet kader-relevante mutaties

De raming voor studiefinanciering laat hogere niet-kaderrelevante uitgaven zien voor 2018 en verder, ten opzichte van de raming die in de OCW-begroting 2018 verwerkt is.

Daling STER-inkomsten

Er is sprake van een structureel dalende trend van de reclame-ontvangsten bij de landelijke publieke omroep.

Overige mutaties

Dit betreft desalderingen van uitgaven en ontvangsten en overboekingen van en naar andere departementen.

Rente studiefinanciering

De raming voor studiefinanciering laat lagere renteontvangsten zien dan de in de OCW-begroting 2018 verwerkte raming. Conform de begrotingsregels worden mutaties in de renteontvangsten generaal verwerkt.

Tabel 3 hieronder geeft een overzicht van alle intensiveringen op de OCW-begroting, sinds de start van het kabinet Rutte III en tabel 4 doet dat voor de ombuigingen. Tabel 5 geeft een saldo van tabel 3 en 4 weer.

In tabellen 6 t/m 8 worden de investeringen, ombuigingen en het saldo ervan uitgesplitst per sector weergegeven. Daarbij dient er rekening mee gehouden te worden dat een deel van de middelen per sector op begrotingsartikel 95 (apparaatsuitgaven) belanden.

Tabel 3 Intensiveringen (Bedragen x € 1.000)
 

Art.

2018

2019

2020

2021

2022

2023

G32 Voor- en vroegschoolse educatie

1

40.000

130.000

170.000

170.000

170.000

170.000

G33 Aanpak werkdruk primair onderwijs (incl. € 20 miljoen kleine scholen)

1

108.000

257.000

257.000

257.000

257.000

257.000

G34 Modernisering CAO primair onderwijs

1

270.000

270.000

270.000

270.000

270.000

270.000

G35 Kwaliteit technisch onderwijs vmbo

3

40.000

70.000

120.000

120.000

100.000

100.000

G36 Fundamenteel onderzoek

16

95.000

155.000

200.000

200.000

200.000

200.000

G37 Toegepast onderzoek innovatie

6, 16

25.000

38.000

50.000

50.000

50.000

50.000

G38 Onderzoeksinfrastructuur

16

45.000

55.000

0

0

0

0

G40 Cultuur (en historisch democratisch bewustzijn)

14

25.000

48.270

52.145

52.120

51.120

51.160

G41 Nederlandse scholen in het buitenland

1

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

G42 Media/onderzoeksjournalistiek

15

5.000

0

0

0

0

0

G43 Intensivering erfgoed en monumenten (met name Nationaal Restauratiefonds)

14

98.500

101.400

60.000

25.000

0

0

G44 Aanpak laaggeletterdheid

4

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

G45 Onderwijsachterstandenbeleid en aandacht voor hoogbegaafde kinderen

1, 3

15.000

30.000

30.000

30.000

30.000

30.000

G47 Terugdraaien taakstelling OCW

 

244.000

415.000

410.000

338.000

183.000

183.000

G48 Terugdraaien taakstelling groen onderwijs

diverse

0

9.000

13.000

14.000

13.000

12.000

G49 Halvering collegegeld eerstejaars HO (incl. Pabo voor 2 jaar en intensivering profileringsfondsen)

6, 7

70.000

165.000

165.000

170.000

170.000

175.000

Totaal

 

1.088.500

1.751.670

1.805.145

1.704.120

1.502.120

1.506.160

Tabel 4 Ombuigingen (Bedragen x € 1.000)
 

Art.

2018

2019

2020

2021

2022

2023

G46 Doelmatiger onderwijs

diverse

– 20.000

– 92.000

– 137.000

– 183.000

– 183.000

– 183.000

Korting regeling praktijkleren

4

 

– 19.452

       

Korting lumpsum ho

6, 7

 

– 19.452

       

Subsidieverlaging

diverse

– 34.261

0

0

0

0

0

Totaal

 

– 54.261

– 130.904

– 137.000

– 183.000

– 183.000

– 183.000

Tabel 5 Saldo intensiveringen en ombuigingen (Bedragen x € 1.000)
 

Art.

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Intensiveringen

diverse

1.088.500

1.751.670

1.805.145

1.704.120

1.502.120

1.506.160

Ombuigingen

diverse

– 54.261

– 130.904

– 137.000

– 183.000

– 183.000

– 183.000

Totaal

 

1.034.239

1.620.766

1.668.145

1.521.120

1.319.120

1.323.160

Tabel 6 Intensiveringen per sector (Bedragen x € 1.000)
 

Art.

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Primair onderwijs

1

431.000

676.500

716.500

716.500

716.500

716.500

Voortgezet onderwijs

3

45.000

87.106

138.575

138.826

118.405

118.001

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

4

5.000

6.993

7.834

7.989

7.672

7.387

Hoger beroepsonderwijs

6

65.602

134.188

138.914

141.393

139.868

141.516

Wetenschappelijk onderwijs

7

19.398

54.213

56.177

59.292

60.555

63.596

Cultuur

14

123.500

149.670

112.145

77.120

51.120

51.160

Media

15

5.000

0

0

0

0

0

Onderzoek en wetenschapsbeleid

16

150.000

228.000

225.000

225.000

225.000

225.000

Overig

diverse

244.000

415.000

410.000

338.000

183.000

183.000

Totaal

 

1.088.500

1.751.670

1.805.145

1.704.120

1.502.120

1.506.160

Tabel 7 Ombuigingen per sector (Bedragen x € 1.000)
 

Art.

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Primair onderwijs

1

– 19.916

– 30.664

– 45.663

– 60.996

– 60.996

– 60.996

Voortgezet onderwijs

3

– 10.771

– 23.786

– 35.420

– 47.313

– 47.313

– 47.313

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

4

– 17.065

– 32.118

– 18.862

– 25.195

– 25.195

– 25.195

Hoger beroepsonderwijs

6

– 2.513

– 16.581

– 13.104

– 17.503

– 17.503

– 17.503

Wetenschappelijk onderwijs

7

– 3.354

– 24.800

– 19.551

– 26.116

– 26.116

– 26.116

Onderzoek en wetenschapsbeleid

16

– 642

– 2.955

– 4.400

– 5.877

– 5.877

– 5.877

Totaal

 

– 54.261

– 130.904

– 137.000

– 183.000

– 183.000

– 183.000

Tabel 8 Saldo intensiveringen en ombuigingen per sector (Bedragen x € 1.000)
 

Art.

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Primair onderwijs

1

411.084

645.836

670.837

655.504

655.504

655.504

Voortgezet onderwijs

3

34.229

63.320

103.155

91.513

71.092

70.688

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

4

– 12.065

– 25.125

– 11.028

– 17.206

– 17.523

– 17.808

Hoger beroepsonderwijs

6

63.089

117.604

125.810

123.890

122.365

124.013

Wetenschappelijk onderwijs

7

16.044

29.413

36.626

33.176

34.439

37.480

Cultuur

14

123.500

149.670

112.145

77.120

51.120

51.160

Media

15

5.000

0

0

0

0

0

Onderzoek en wetenschapsbeleid

16

149.358

225.045

220.600

219.123

219.123

219.123

Overig

diverse

244.000

415.000

410.000

338.000

183.000

183.000

Totaal

 

1.034.239

1.620.766

1.668.145

1.521.120

1.319.120

1.323.160