Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

3.5 Artikel 5. Ruimtelijke ordening en omgevingswet

A Algemene doelstelling

Een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Gericht op het realiseren van een concurrerend, duurzaam en leefbaar Nederland, waarin sprake is van regionale differentiatie en maatwerk.

B Rol en verantwoordelijkheid

Het huidige Rijksbeleid voor ruimtelijke ordening is beschreven in de in 2012 vastgestelde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) (Kamerstukken II 2011–2012, 32 660, nr. 50). De nieuwe Nationale Omgevingsvisie zal naar verwachting medio 2019 worden vastgesteld. Deze zal het kader vormen voor het omgevingsbeleid en de aanpak kenmerkt zich als integraal en gebiedsgericht. Er wordt gewerkt vanuit een richtinggevende en uitnodigende visie met duidelijke kaders die gebaseerd zijn op nationale belangen en die ruimte laat voor regionale en lokale activiteiten. Deze nieuwe sturingsfilosofie wordt «Ruimtelijke Activering» genoemd en hierin heeft de Minister van BZK zowel een stimulerende als een regisserende rol.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de stelselherziening omgevingsrecht (Omgevingswet), gericht op een samenhangende benadering van de leefomgeving, eenvoudiger regels voor burgers en bedrijven en betere en snellere besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving. De Minister van BZK is ook verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening en het stimuleren van (de kwaliteit van) ruimtelijke investeringen.

Stimuleren

Het ruimtelijk beleid kent een selectieve beleidsinzet op de nationale belangen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), het Regeerakkoord van het kabinet Rutte-III en de Nationale Omgevingsvisie (na vaststelling in 2019). De Minister van BZK is hierbij (mede)verantwoordelijk voor:

  • –  Het zorgdragen voor een gestructureerde afstemming met de regio in de vorm van het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), waarin het Rijk en de regio afspraken kunnen maken over afgestemde acties en investeringsbeslissingen;
  • –  Het – via de gebiedsagenda’s – in kaart brengen van de inhoudelijke samenhang tussen de verschillende onderdelen van het ruimtelijk-fysieke domein (o.a. woningbouw, bereikbaarheid, economie, energie, natuur en waterveiligheid). In het kader van de Nationale Omgevingsvisie worden de gebiedsagenda’s geactualiseerd en verbreed naar omgevingsagenda’s;
  • –  Het ontwikkelen van nationale ruimtelijke visies, zoals een visie op de ruimtelijke vertaling voor duurzame energieopwekking, -opslag en -transport in 2050 en een visie op verstedelijking en krimp;
  • –  De inhoudelijke inbreng vanuit het ruimtelijk beleid, een aspect van de fysieke leefomgeving, in de Nationale Omgevingsvisie;
  • –  De inbreng van ontwerp in ruimtelijke projecten en programma’s bij het Ministerie van BZK en het stimuleren van ontwerp bij projecten en programma’s, zowel interdepartementaal als bij andere overheden.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de stelselherziening omgevingsrecht. Deze omvat:

  • –  De bundeling, vereenvoudiging, stroomlijning en harmonisering van wet- en regelgeving met betrekking tot het fysieke domein;
  • –  De implementatie van het nieuwe stelsel via het implementatieprogramma Aan de slag met de Omgevingswet met een interbestuurlijk opdrachtgeverschap van Rijk, VNG, IPO en UvW;
    • •  Het ondersteunen van burgers, bedrijven en overheden bij de stelselherziening door het vergroten van kennis over het leren werken met de nieuwe wet- en regelgeving;
    • •  Het ontwikkelen van een landelijke voorziening in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) die ondersteunt bij de uitvoeringsprocessen van de Omgevingswet ondersteunen.
  • –  De realisatie en – na vaststelling – uitvoering van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

Regisseren

De Minister van BZK heeft een systeemverantwoordelijkheid voor het goed laten verlopen van processen op het gebied van omgevingsbeleid en de ruimtelijke ordening, ongeacht wie verantwoordelijk is voor het resultaat of welke doelen worden nagestreefd. De Minister van BZK is vanuit deze rolopvatting eerstverantwoordelijk voor:

  • –  De uitvoering van de SVIR en voor het beheer en onderhoud van het stelsel van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
  • –  Het opstellen, onderhouden en coördineren van nationale en Europese kaders en wet- en regelgeving op ruimtelijk gebied en ten aanzien van interbestuurlijke geo-informatie en de bijbehorende informatievoorziening;
  • –  Het vertalen en implementeren van relevante Europese beleidskaders;
  • –  Het samenwerken met het bedrijfsleven en wetenschap in een topteam geo-informatie om de gezamenlijke opgestelde toekomstvisie GeoSamen te realiseren. En het versterken van de samenhang in het geo-informatiebeleid;
  • –  Het zorg dragen voor zorgvuldige ruimtelijke keuzes en de structurele verankering van het ruimtelijk ontwerp in de beleidsprocessen en projecten van de ruimtelijke ontwikkeling van medeoverheden;
  • –  De verdere ontwikkeling van kennis van de fysieke leefomgeving ten behoeve van beleid in relatie tot maatschappelijke opgaven en het faciliteren van de toepassing daarvan door de andere overheden;

Ten slotte is de Minister van BZK verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 4).

C Beleidswijzigingen

Naar aanleiding van het Regeerakkoord van het kabinet Rutte-III wordt gewerkt aan vernieuwing van het beleid ten aanzien van open ruimten. Met de vaststelling van de NOVI in 2019 zal er sprake zijn van een actualisatie van al het beleid ten aanzien van de fysieke leefomgeving.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 5 Ruimtelijke ordening en omgevingswet

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Art.nr.

Verplichtingen:

0

87.924

94.897

91.644

62.186

57.593

51.453

 

Waarvan garantieverplichtingen

             
                 
 

Uitgaven:

0

103.583

102.919

93.875

62.186

57.593

51.453

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

84%

       
                 

5.1

Ruimtelijke ordening

0

55.534

59.745

64.461

54.025

49.964

46.740

 

Subsidies

0

1.895

1.895

1.595

380

380

380

 

Basisregistraties

0

680

680

380

380

380

380

 

Programma Ruimtelijk Ontwerp

0

1.215

1.215

1.215

0

0

0

 

Opdrachten

0

10.677

9.304

7.707

7.594

6.972

6.420

 

Basisregistraties Ondergrond (BRO)

0

2.828

1.651

1.369

777

552

0

 

Gebiedsontwikkeling

0

1.541

1.416

1.461

1.381

1.176

1.176

 

Nationale Omgevingsvisie

0

1.230

1.450

0

0

0

0

 

Programma Ruimtelijk Ontwerp

0

2.553

2.377

2.220

2.919

2.919

2.919

 

Ruimtegebruik bodem (diversen)

0

265

265

265

265

265

265

 

Ruimtelijk instrumentarium (diversen)

0

1.985

1.865

2.112

1.972

1.780

1.780

 

Windenergie op zee

0

275

280

280

280

280

280

 

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

0

31.327

36.945

36.814

34.066

28.117

27.634

 

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

0

8.040

8.900

8.443

6.452

493

0

 

Geo-informatie

0

2.364

2.278

2.578

2.492

2.502

2.512

 

Kadaster (Basisregistraties)

0

20.923

25.767

25.793

25.122

25.122

25.122

 

Bijdragen aan medeoverheden

0

2.700

2.550

9.310

2.950

5.910

3.721

 

Diverse projecten Ruimtelijke Kwaliteit

0

2.700

2.550

9.310

2.950

5.910

3.721

 

Bijdrage aan agentschappen

0

8.935

9.051

9.035

9.035

8.585

8.585

 

RVB

0

2.356

2.356

2.340

2.340

2.340

2.340

 

RWS (Leefomgeving)

0

6.129

6.245

6.245

6.245

6.245

6.245

 

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

0

450

450

450

450

0

0

                 

5.2

Omgevingswet

0

48.049

43.174

29.414

8.161

7.629

4.713

 

Subsidies

0

5.000

4.000

0

0

0

0

 

Eenvoudig Beter

0

5.000

4.000

0

0

0

0

 

Opdrachten

0

5.290

20.172

28.206

6.953

6.421

3.505

 

Eenvoudig Beter

0

1.575

1.900

840

540

1.231

1.231

 

Aan de Slag

0

3.715

18.272

27.366

6.413

5.190

2.274

 

Bijdragen aan agentschappen

0

23.729

8.904

1.208

1.208

1.208

1.208

 

Aan de Slag

0

23.104

8.104

608

608

608

608

 

Eenvoudig Beter

0

625

800

600

600

600

600

 

Bijdragen aan medeoverheden

0

14.030

10.098

0

0

0

0

 

Aan de Slag

0

14.030

10.098

0

0

0

0

                 
 

Ontvangsten

0

8.824

3.824

3.824

3.824

3.824

3.824

D2 Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 5 is 84% juridisch verplicht en dit kent de volgende onderverdeling:

Subsidies

De subsidies zijn voor 98% juridisch verplicht. Het betreft onder andere subsidie voor de Stimuleringsregeling Implementatie Omgevingswet en subsidies aan een aantal lead partners (het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, Architectuur Lokaal, de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam, de TU Delft en de Academies van Bouwkunst) in het kader van het programma ruimtelijk ontwerp. Daarnaast wordt subsidie verstrekt aan Geonovum en aan het Samenwerkingsverband bronhouders voor de basisregistratie grootschalige topografie.

Opdrachten

De opdrachten zijn voor 50% juridisch verplicht. In 2019 worden diverse opdrachten verstrekt op het gebied van het programma ruimtelijk ontwerp, geo-informatie, de Basisregistratie Ondergrond (BRO) en gebiedsontwikkeling. Daarnaast betreft het opdrachten ter bevordering van de implementatie van de Omgevingswet (Aan de Slag).

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

De bijdrage aan ZBO’s/RWT’s is 100% juridisch verplicht. Dit betreft een bijdrage aan het Kadaster voor beheer en ontwikkeling van de landelijke voorzieningen van basisregistraties, beheer en ontwikkeling van de gezamenlijke verstrekkingsvoorziening voor geo-informatie (Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK)) en het Nationaal GeoRegister (NGR).

Bijdragen aan medeoverheden

De bijdragen aan medeoverheden zijn 95% juridisch verplicht. Het betreft onder meer bijdragen aan projecten ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast betreft het diverse bijdragen ten behoeve van de ontwikkeling van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO).

Bijdragen aan agentschappen

De bijdragen aan agentschappen zijn 95% juridisch verplicht. Het betreft bijdragen aan Rijkswaterstaat (RWS) ten behoeve van de Ruimtelijke Inpassingsplannen en de ontwikkeling van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarnaast betreft het een bijdrage aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) voor de Interdepartementale Commissie Rijksvastgoed (ICRV).

E Toelichting op de instrumenten

5.1 Ruimtelijke ordening

Subsidies

Basisregistraties

Met het oog op het uitvoeren van het basisprogramma op het terrein van geo-informatie en de geo-basisregistraties wordt een subsidie verleend aan Geonovum en aan het Samenwerkingsverband bronhouders voor de basisregistratie grootschalige topografie (SVB-BGT).

Programma Ruimtelijk Ontwerp

Het budget van 2017–2021 voor de Actieagenda Ruimtelijke Ontwerp wordt deels als een meerjarige subsidie toegekend aan een aantal van de lead partners (het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, Architectuur Lokaal, de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam, de TU Delft en de Academies van Bouwkunst) om zo goed mogelijk aan te sluiten op ontwikkelingen en concrete activiteiten in de praktijk. De subsidies ondersteunen onderwijsprogramma’s die de rol van ontwerp als onderzoeksinstrument belichten, platforms die innovatieve praktijken en onderzoeken verbinden en ondersteunen, alsmede programma’s die in een actieve kennisoverdracht naar de lokale en regionale praktijk voorzien.

Opdrachten

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

De Basisregistratie Ondergrond (BRO) wordt stapsgewijs ingevoerd. Er zijn vier tranches voorzien in de periode 2018–2022. Per tranche treden verplichtingen in werking waarbij bronhouders conform de BRO-standaarden gegevens moeten aanleveren aan de landelijke voorziening BRO. Daartoe is een aantal generieke voorzieningen gerealiseerd (waaronder Landelijke Voorziening BRO, Bronhouderportaal, ontsluiting naar Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), inrichting servicedesk). De eerste release hiervan is op 1 januari 2018 in gebruik genomen. De opdrachten betreffen de realisatie en doorontwikkeling van de BRO, waaronder het leveren van (monitorings)rapportages, communicatie-uitingen, analyses en de realisatie van diverse proof of concepts die de business case ondersteunen.

Gebiedsontwikkeling

De opdrachten in relatie tot de gebiedsontwikkeling worden uitgevoerd in het kader van Ruimtelijke Economische Ontwikkelstrategie (REOS), Greenports 3.0, de ruimtelijke inbreng in de Nota Luchtvaart 2020–2040 en het MIRT. Het betreft onderbouwend onderzoek, ontwerpend onderzoek en advisering op o.a. (financiële) haalbaarheid.

Het MIRT is het meerjarenprogramma van de opgaven in het ruimtelijk fysieke domein. Onderdeel van het MIRT zijn de landsdelige gebiedsagenda’s. In deze gebiedsagenda’s wordt de samenhang tussen de nationale opgaven en regionale opgaven en initiatieven van bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties inzichtelijk gemaakt. Op basis van de NOVI zullen de gebiedsagenda’s worden vernieuwd. Vooruitlopend daarop vindt de pilot vernieuwing Gebiedsagenda Oost plaats, die naar verwachting in het voorjaar van 2019 bestuurlijk wordt afgerond.

Verder heeft de opdrachtverlening betrekking op uitbesteding van beleidsinhoudelijke onderzoeksopdrachten en evaluaties aan derden op het gebied van: de ruimtelijke inbreng in het Klimaatakkoord en de Regionale Energie- en Klimaatstrategieën (REKS), uitvoering van de Structuurvisie buisleidingen, de Structuurvisie Energievoorziening en de Structuurvisie Wind op land.

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

De opdrachten voor de Nationale Omgevingsvisie hebben betrekking op de inspraakprocedure van de ontwerp NOVI, de planMER en de publicatie van de vastgestelde Nationale Omgevingsvisie.

Programma Ruimtelijk Ontwerp

Ruimtelijk ontwerp richt zich op de goede ontwikkeling en een duurzaam beheer van de fysieke leefomgeving. De Rijksinzet met de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp biedt voor de periode 2017–2020 een programmatisch kader om de rol van ontwerpend onderzoek te versterken. Hierbij staat de inzet van ontwerpkracht bij urgente maatschappelijke opgaven, zoals geagendeerd in de startnota Nationale Omgevingsvisie en bij het opstellen van gebiedsagenda’s en omgevingsplannen en -visies, centraal.

De financiële middelen voor ruimtelijk ontwerp worden deels toegekend in de vorm van subsidies ten behoeve van het stimuleringsprogramma voor specifieke doelgroepen en opgaven. Daarnaast worden de middelen ingezet voor:

  • –  Het College van Rijksadviseurs; ten behoeve van onafhankelijk advies aan het Rijk in zake ruimtelijke aspecten van urgente maatschappelijke opgaven en Rijksbelangen;
  • –  Het programma Atelier X (BZK): ten behoeve van beleidsverkennend ontwerpend (interdepartementaal) onderzoek. Onderzoek onder andere op thema–s zoals energietransitie, klimaatadaptatie, verstedelijking, bereikbaarheid en beleid open ruimten;
  • –  Het O-team; ten behoeve van ontwerpadvies lokale gebiedsontwikkeling.

De uitvoering van deze programma’s gebeurt binnen een samenhangend netwerk van het Rijk met lead partners.

Ruimtegebruik bodem

De uitvoering van de Structuurvisie Buisleidingen (SVB) ziet op het reserveren van ruimte ten behoeve van vervoer van gevaarlijke stoffen. In de Structuurvisie faciliteren we de aanleg van buisleidingen met het vrijhouden van ruimte. Een deel van de tracés is inmiddels vastgelegd in de Structuurvisie Buisleidingen, een deel (de indicatieve tracés) zal nog volgen. De te volgen werkwijze nu is de indicatieve tracés toevoegen aan de SVB en ter inzage leggen voor belanghebbenden, gelegenheid bieden om zienswijzen in te dienen en rekening houdend met deze zienswijzen de tracés vastleggen in wetgeving.

Ruimtelijk instrumentarium

Het vigerend beleid ten aanzien van de ruimtelijke ordening is vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De financiële middelen voor het Ruimtelijk instrumentarium worden in 2019 met name ingezet:

  • –  Om zicht te houden op de realisatie van de SVIR om zorg te dragen voor kennisontwikkeling ten behoeve van de uitvoering van de SVIR;
  • –  Voor het beheer en onderhoud van het stelsel van de Wro;
  • –  Voor de ontwikkeling van een perspectief voor het vitaal en bereikbaar houden van de krimpregio’s en de ondersteuning van provincies en gemeenten in krimp- en anticipeerregio’s door middel van kennis en experimenten;
  • –  Voor de ontwikkeling van een ruimtelijke perspectief voor duurzame verstedelijking;
  • –  Voor het uitwerken van de acties uit het uitvoeringsprogramma Ruimtelijke Economische Ontwikkelstrategie (REOS);
  • –  Voor de voorbereiding van de ruimtelijke inbreng in de NOVI en het klimaatakkoord.

Windenergie op zee

De routekaarten windenergie op zee voor 2023 en 2030 komen tezamen uit op 11,5 GW in de Noordzee in 2030. BZK draagt daaraan bij via haar rol in de energietransitie en verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke ordening van de Noordzee. De beschikbare middelen worden ingezet voor:

  • –  Het proces van de ruimtelijke afstemming van windparken met de belangen op de Noordzee (visserij, scheepvaart, mijnbouw, natuur, etc.);
  • –  De voorbereiding van kavelbesluiten (mede bevoegd gezag) en voorbereidingsbesluiten daarvoor;
  • –  Het mogelijk maken en afstemmen van meervoudig- en multifunctioneel ruimtegebruik op zee (visserij, scheepvaart, mijnbouw, natuur, etc.). In het bijzonder doorvaart en medegebruik in de huidige en toekomstige windparken;
  • –  De inpassing via Rijkscoördinatieregeling van het elektriciteitsnet op zee;
  • –  Bijdragen aan het opstellen van een financieel kader voor de inpassingskosten en waar mogelijk een koppeling met de opbrengsten van nieuwe windparken;
  • –  Bijdragen aan de uitwerking van de Routekaart windenergie op zee 2030;
  • –  Bijdragen aan het opstellen van de Noordzeestrategie 2030.

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

De bijdrage aan Geonovum voor de BRO betreft de ontwikkeling van standaarden. De BRO wordt stapsgewijs ontwikkeld. Er zijn vier tranches met in totaal ca. 30 registratieobjecten (bijv. een sondering of een grondwaterput), die in de periode 2018–2022 per tranche worden opgenomen in de regelgeving. In 2017 en 2018 heeft Geonovum een bijdrage ontvangen om de standaarden voor de 1e en 2e tranche te ontwikkelen. In 2019, 2020 en 2021 zijn bijdragen voorzien voor ontwikkeling van tranches 3 en 4.

Geo-informatie

Geonovum en ICTU ontvangen een bijdrage voor de realisatie en doorontwikkeling van basisregistraties en voorzieningen in het kader van de Nationale Geo-Informatie Infrastructuur. Het betreft onder meer de ontwikkeling van standaarden, inhoudelijke doorontwikkeling en ontwikkeling van informatiemodellen. Naast de bestaande basisregistraties en voorzieningen betreft het investeringen in een integrale doorontwikkeling van de basisregistraties, onder de noemer «doorontwikkeling-in-samenhang».

Kadaster

Dit betreft een structurele bijdrage aan het Kadaster. De bijdrage is bestemd voor beheer en ontwikkeling van de landelijke voorzieningen van basisregistraties en in enkele gevallen ook het actueel houden van de inhoud. Tevens gaat het om beheer en ontwikkeling van de gezamenlijke verstrekkingsvoorziening voor geo-informatie: Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), het Nationaal GeoRegister (NGR) in relatie tot Europese richtlijn INSPIRE en de beheerkosten van het landelijke online portaal voor ruimtelijke plannen.

Bijdragen aan medeoverheden

Diverse projecten Ruimtelijke Kwaliteit

Projecten BIRK

Het Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit (BIRK) is ingezet ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in stedelijke centra of stedelijke gebieden. De projecten Arnhem, Breda, Delft, Dordrecht, Integrale Ontwikkeling Delft-Schiedam (IODS) en Venlo zijn volop in uitvoering. Een vijftal BIRK-projecten ontvangt nog een bijdrage.

Projecten Nota Ruimte

Het budget is een extra impuls voor de versterking van de economische concurrentiepositie, krachtige steden en platteland, borging belangrijke ruimtelijke waarden en borging van veiligheid. De projecten Maastricht, Nijmegen en Rotterdam zijn volop in uitvoering. De slotbetaling aan het laatste project is voorzien in het jaar 2020.

Projecten Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)

De financiële middelen voor BRG zijn een jaarlijkse bijdrage vanuit het Rijk als onderdeel van het Project Mainport Rotterdam om de doelstellingen van het deelproject BRG te kunnen bereiken. BRG bestaat uit een aantal deelprogramma's en projecten dat tot doel heeft de ruimte in de haven beter te benutten en de leefbaarheid van de regio Rijnmond te vergroten.

Bijdragen aan agentschappen

RVB

De Interdepartementale Commissie Rijksvastgoed (ICRV) heeft tot taak om beleidsambities en beleidsagenda’s die consequenties kunnen hebben voor de taakuitvoering van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en tevens (ontwikkel)opdrachten aan het RVB interdepartementaal af te stemmen. De ICRV beschikt over een budget om, naast de bekostiging van het secretariaat, de kennis, expertise en het vastgoed van het RVB in te schakelen bij beleidsprocessen van de leden en bij uitvoeringsvraagstukken bij het RVB en andere vastgoedhoudende Rijksdiensten.

RWS (Leefomgeving)

Rijkswaterstaat (RWS) ontvangt een bijdrage voor het ontwikkelen van Ruimtelijke Inpassingsplannen voor onder andere windparken op land en 230kV tracés. Daarnaast betreft het de jaarlijkse opdracht aan RWS ten behoeve van het beheer en onderhoud van het systeem Omgevingsloket-online (OLO2), dat nodig is ter ondersteuning van de uitvoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en Waterwet.

Basisregistraties Ondergrond (BRO)

Het betreft een bijdrage aan het Bodem Informatiesysteem (BIS) dat in beheer is bij Wageningen Environmental research (WENR). Het BIS is een gegevensbron van de BRO. WENR draagt o.a. bij aan het creëren van meerwaarde (value engineering).

TNO ontvangt via het GIP-programma bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een bijdrage voor de ontwikkeling en het beheer van de BRO. TNO heeft de wettelijke taak om de landelijke voorziening BRO te ontwikkelen en te beheren. Tevens beheert TNO ook de door Geonovum ontwikkelde standaarden.

5.2 Omgevingswet

Subsidies

Eenvoudig Beter

Vanuit het belang de Unie van Waterschappen (UvW) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) te ondersteunen bij het implementeren van de Omgevingswet, is in totaal éénmalig € 18 mln. extra ter beschikking gesteld. Hiervan is € 9 mln. reeds besteed. In 2018 en 2019 worden de overige middelen uitgekeerd.

Opdrachten

Eenvoudig Beter

Deze financiële middelen zijn beschikbaar voor opdrachten aan partijen die bijdragen aan het uitwerken van de uitgangspunten van de Omgevingswet, de uitvoeringsregelgeving, de invoeringswetgeving, toetsing en consultatie.

Aan de slag

Om de implementatiedoelstelling «iedereen kan werken met en naar de bedoeling van de Omgevingswet» te bereiken wordt de invoering van de Omgevingswet ondersteund. Dit vindt plaats door onder andere het organiseren en creëren van bijeenkomsten, workshops, handleidingen en praktijkvoorbeelden. Op basis van onder andere de resultaten uit de Monitor Implementatie Omgevingswet worden specifieke communicatie en invoeringsactiviteiten vormgegeven.

Bijdragen aan agentschappen

Aan de Slag

RWS ontvangt een bijdrage voor de ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Voor burgers en bedrijven is DSO het nieuwe Omgevingsloket dat digitale informatie over de fysieke leefomgeving op een plek ontsluit, inzicht geeft in wat mag op een bepaalde locatie en het proces van vergunningverlening ondersteunt. Daarnaast wordt door RWS in opdracht van BZK het Informatiepunt doorontwikkeld. Dit biedt praktische informatie en inhoudelijke uitleg over de Omgevingswet, regelgeving en kerninstrumenten. Het Informatiepunt ontsluit deze kennis via de website en de helpdesk. Ook is het Informatiepunt de helpdeskfunctie voor het DSO aan het vormgeven.

Eenvoudig Beter

Rijkswaterstaat (RWS) draagt bij aan de invoering van de Omgevingswet door inhoudelijke expertise te leveren op onderwerpen als vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en de Crisis- en herstelwet (Chw). Deze expertise wordt middels een bijdrage aan RWS bekostigd.

Bijdragen aan medeoverheden

Aan de Slag

Dit betreft bijdragen aan ontwikkelpartners van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-Landelijke Voorziening) ter ondersteuning van de nieuwe Omgevingswet

Ontvangsten

Dit betreft de bijdrage van de Unie van Waterschappen voor de basisregistraties.