Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

5.4 Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)

Inleiding

UBR richt zich op integrale en hoogwaardige advies- en transitiediensten door bedrijfsvoeringbrede en specialistische kennis en kunde te verbinden aan ervaring met interim-, project- en programmamanagement. UBR kent de overheid van binnenuit en zet haar gebundelde expertise in voor de primaire processen en veranderopgaven van haar opdrachtgevers.

UBR focust op het exploitabel maken van technologische ontwikkelingen, innovatieve dienstverleningsconcepten en nieuwe manieren van werken. Daarmee draagt UBR bij aan het invullen van politiek-bestuurlijke ambities en Rijksbrede prioriteiten.

De activiteiten van UBR worden bekostigd uit de omzet gebaseerd op aan afnemers geleverde producten en diensten tegen jaarlijks vastgestelde tarieven (p x q). Het onderdeel Expertise Centrum Organisatie & Personeel van UBR (UBR|EC O&P) heeft een belangrijk deel van haar dienstverlening budget gefinancierd op basis van het doorberekenen van de jaarlijkse kosten naar rato van het aantal individuele arbeidsrelaties (IAR) bij de betreffende departementen.

Staat van baten en lasten

Begroting van baten-lastenagentschap UBR voor het jaar 2019 (bedragen x € 1.000)
 

2017

Stand Slotwet

2018

1e suppletoire begroting

2019

2020

2021

2022

2023

Baten

             

Omzet moederdepartement

62.109

69.046

70.235

72.252

74.110

76.312

76.312

Omzet overige departementen

130.115

143.014

154.556

159.028

163.149

168.030

168.030

Omzet derden

5.898

10.111

10.495

10.800

11.081

11.414

11.414

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

535

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

198.657

222.171

235.286

242.080

248.340

255.756

255.756

               

Lasten

             

Apparaatskosten

199.791

220.615

233.320

240.093

246.335

253.733

253.733

personele kosten

134.026

148.800

152.598

157.842

162.399

168.040

168.040

 

waarvan eigen personeel

109.268

126.825

132.593

137.345

141.522

146.646

146.646

 

waarvan externe inhuur

21.409

15.762

13.756

14.095

14.349

14.699

14.699

 

waarvan overige personele kosten

3.349

6.213

6.249

6.402

6.528

6.695

6.695

materiële kosten

65.765

71.815

80.722

82.251

83.936

85.693

85.693

 

waarvan apparaat ICT

7.263

3.064

2.815

2.860

2.902

2.948

2.948

 

waarvan bijdrage aan SSO's

15.592

15.588

15.931

16.279

16.602

16.981

16.981

 

waarvan overige materiële kosten

42.910

53.163

61.976

63.112

64.432

65.764

65.764

Rentelasten

1

2

2

2

2

0

0

Afschrijvingskosten

1.612

1.496

1.964

1.985

2.003

2.023

2.023

materieel

827

777

797

809

819

830

830

 

waarvan apparaat ICT

8

17

17

17

17

17

17

immaterieel

785

719

1.167

1.176

1.184

1.193

1.193

Overige kosten

180

58

0

0

0

0

0

dotaties voorzieningen

155

58

0

0

0

0

0

bijzondere lasten

25

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

201.584

222.171

235.286

242.080

248.340

255.756

255.756

               

Saldo van baten en lasten

– 2.927

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van UBR is een kostendekkende exploitatie.

Bij het opstellen van de begroting 2019 is uitgegaan van de 2018 tarieven, geïndexeerd met 2,8%. Deze jaarlijkse indexatie is gebaseerd op Centraal Economisch Plan (CEP) 2018 verwachtingen voor loongevoelige kosten voor loonvoetontwikkeling sector overheid en voor niet loongevoelige kosten op overheidsconsumptie (IMOC).

In geval van (momenteel nog onvoorziene) grote structurele prijsstijgingen van toeleveranciers berekent UBR dit door in de betreffende tarieven.

Omzet

De organisatieonderdelen die de grootste bijdrage in 2019 leveren aan de omzet en kosten zijn de Rijksbeveiligingsorganisatie (UBR|RBO) voor circa € 70 mln., UBR|EC O&P voor circa € 75 mln., I-Interim Rijk (UBR|IIR) voor circa € 32,5 mln. en de programma’s bij het Ontwikkelbedrijf (UBR|OW) voor circa € 21 mln.

De groei van de activiteiten van UBR|RBO als gevolg van toegenomen inbesteding van de beveiliging van het Rijk bij UBR, de uitbreiding van de dienstverlening van UBR|IIR en de uitvoering van twee grote programma’s (Rijks-ICT Gilde en Binnenwerk) bij UBR|OW leiden tot de toename van de omzet van UBR in 2019 ten opzichte van 2018.

De meerjarenontwikkeling van de omzet is een resultante van de verwachte toename van de reguliere productieafzet bij meerdere organisatieonderdelen als gevolg van uitbreiding van de interdepartementale klantenkring en/of aanpassing van het producten- en dienstenaanbod op de vraag.

Kosten

De ontwikkeling van de lasten is gerelateerd aan de omzetontwikkelingen bij de organisatieonderdelen van UBR.

Personele kosten

De ontwikkeling van de kosten eigen personeel is voornamelijk het gevolg van gestegen loonkosten door stijgende werkgeverslasten, pensioenpremie als gevolg van CAO ontwikkelingen.

De externe inhuur voor UBR komt naar verwachting uit op € 13,8 mln. in 2019. Om de flexibiliteit in de vraag te kunnen opvangen huurt UBR|EC O&P arbeidsjuristen in en UBR|HIS inkoopdeskundigen. De overige externe inhuur bij UBR|EC O&P hangt samen met het business model bij het onderdeel Workflow en de dienstverlening op gebied van recruitment, waarbij gewerkt wordt met een kleine vaste bezetting en aangevuld met een grote flexibele schil van zzp-ers conform afspraken in de Interdepartementale Commissie Organisatie en Personeel.

Materiële kosten

De ontwikkeling van de materiële kosten is gerelateerd aan de omzetontwikkeling bij de organisatieonderdelen van UBR.

Afschrijvingskosten

De materiële afschrijvingskosten betreffen met name de bedrijfsauto’s van UBR|IPKD en de immateriële afschrijvingskosten betreffen de geactiveerde investeringen in het financiële systeem voor UBR en productiesystemen bij UBR|EC O&P die in nauwe samenwerking met P-Direkt worden ontwikkeld.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht over het jaar 2019 (bedragen x € 1.000)
   

2017

Stand Slotwet

2018

1e suppletoire begroting

2019

2020

2021

2022

2023

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

18.446

4.508

7.404

8.641

9.851

11.113

12.336

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

232.914

222.171

235.286

242.080

248.340

255.756

255.756

 

–/– totaal uitgaven operationele kasstroom

– 252.145

– 220.675

– 233.322

– 240.095

– 246.337

– 253.733

– 253.733

2.

Totaal operationele kasstroom

– 19.231

1.496

1.964

1.985

2.003

2.023

2.023

 

–/– totaal investeringen

– 1.642

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

237

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 1.405

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

– 1.000

 

–/– eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

7.225

2.927

0

0

0

0

0

 

–/– aflossingen op leningen

– 527

– 527

– 727

– 775

– 741

– 800

– 1.000

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

1.000

1.000

1.000

1.000

0

4.

Totaal financieringskasstroom

6.698

2.400

273

225

259

200

– 1.000

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

(noot: maximale roodstand 0,5 mln. euro)

4.508

7.404

8.641

9.851

11.113

12.336

12.359

Toelichting

De investering in de jaren 2019 t/m 2023 betreft voor € 1 mln. overige materiële vaste activa bij organisatieonderdelen van UBR, waaronder reguliere vervanging van bedrijfsmiddelen en vervoersmiddelen voor UBR|IPKD en UBR|EC O&P (bedrijfsmaatschappelijk werk). Voor de financiering van de investeringen zal naar verwachting een beroep worden gedaan op de leenfaciliteit.

Het rekening-courantsaldo ultimo 2019 is een resultante van de ontwikkeling van de operationele kasstroom, de verwachte investeringen en ontvangsten en uitgaven van financieringen.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren

Overzicht doelmatigheidsindicatoren UBR (bedragen x € 1.000)
 

2017

Slotwet

2018

Vastgestelde begroting

2019

2020

2021

2022

2023

Omschrijving Generiek Deel

             

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

107,3

106,8

113,4

116,6

119,5

123,0

126,5

Tarieven/uur (indexcijfer)

105,8

106,8

113,4

116,6

119,5

123,0

126,5

Omzet per FTE

142

135

144

148

152

156

156

               

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

1.391

1.515

1.635

1.636

1.637

1.637

1.637

               

Saldo van baten en lasten (%)

– 1,5%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

               

Kwaliteitsindicator 1 – KTO

nvt

7,1

7,1

7,1

7,1

7,1

7,1

Kwaliteitsindicator 2 – MTO

in 2018

7,5

nvt

7,5

nvt

7,5

nvt

               

Omschrijving Specifiek Deel

             

Tevredenheid dienstverlening:

             

UBR|Bv&F

 

7

7

7

7

7

7

UBR|ECO&P

 

7

7

7

7

7

7

UBR|HIS

 

7

7

7

7

7

7

UBR|ICG

 

8

8

8

8

8

8

UBR|IIR

 

8

8

8

8

8

8

UBR|KOOP

 

7

7

7

7

7

7

UBR|IPKD

 

7

7

7

7

7

7

UBR|RBO

 

7

7

7

7

7

7

Toelichting

UBR levert als shared service organisatie vele producten en diensten. Door de diversiteit van producten en diensten en de tarieven is gekozen voor een tweetal overall indicatoren voor de integrale kostprijzen en de verkooptarieven. Beide zijn door indexcijfers weergegeven (2011 = 100). In 2019 t/m 2023 zijn de UBR tarieven gemiddeld met 2,8% geïndexeerd voor loon- en prijsbijstelling. Het indexcijfer kostprijs en indexcijfer tarieven komen als gevolg hiervan uit op 113,4 in 2019.

De toename van het aantal FTE’s in 2019 ten opzichte van 2018, is vooral een gevolg van de uitbreiding van de dienstverlening bij UBR|IIR.

De toename van de omzet per FTE in 2019 is een gevolg van de relatief grotere toename van fte’s in de hogere loonschalen.