Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

2. BELEIDSAGENDA

2.1 Beleidsprioriteiten

Inleiding

BZK staat voor een sterke en levende democratie en een slagvaardig openbaar bestuur waar inwoners uit het hele Koninkrijk op kunnen vertrouwen. Nu en in de toekomst. Als één overheid zorgen we samen met medeoverheden dat mensen in hun dagelijks leven ervaren dat het beter gaat. Dat zij prettig samen kunnen wonen in betaalbare, veilige en energiezuinige woningen in een buurt waar iedereen meetelt en meedoet. We willen dat alle mensen het gevoel hebben dat de overheid er voor hen is.

We zorgen dat mensen samen initiatieven kunnen nemen en dat problemen dicht bij mensen aangepakt worden. Daarbij hebben we oog voor regionale verschillen en kijken over grenzen heen, ook over bestuurlijke grenzen. De grote opgaven van deze tijd pakken we slagvaardig en in samenhang aan, resultaatgericht en met ruimte om te experimenteren. We zoeken de verbinding tussen de lokale democratie en de opgaven in het ruimtelijk-fysieke domein waaronder de woningbouw, energietransitie, bereikbaarheid en natuur en waterveiligheid. Op die manier dragen we bij aan een evenwichtige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De overkomst van de omgevingswet en ruimtelijke ordening naar BZK maakt het mogelijk de regionale ontwikkeling en de bouwopgave integraal aan te sturen.

De afgelopen jaren heeft BZK belangrijke stappen gezet om onze democratie en bestuur aan te passen aan deze tijd. De veranderende rol en inrichting van de overheid vraagt continue aandacht. De informatiesamenleving brengt nieuwe vraagstukken, uitdagingen en kansen voor onze democratie en ons openbaar bestuur. Die handschoen pakken we op, met een ambitieuze digitaliseringsagenda die oog heeft voor de kernwaarden van onze democratie. Tegelijkertijd hebben we aandacht voor de schaduwzijde van de technologie; voor mensen die niet mee kunnen komen, voor cybercrime en voor heimelijke beïnvloeding met valse informatie door statelijke actoren. Waarborgen van de publieke waarden en grondrechten staat aan de basis van het vertrouwen van mensen in de overheid en de democratie. Voor die opgave staat BZK.

Samen meer bereiken als één overheid

De start van het interbestuurlijk programma (IBP) betekent een nieuwe start in de gezamenlijke aanpak van maatschappelijke vraagstukken van nu. Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen werken samen aan de duurzame toekomst van Nederland. Samen pakken we problemen aan die mensen dagelijks ervaren, zoals eenzaamheid en problematische schulden. Het IBP markeert tevens de rol die BZK deze kabinetsperiode op zich neemt: zoeken naar samenhang, verbinding en onbenutte kansen. Het IBP biedt het platform om samen te werken en raakvlakken tussen de grote maatschappelijke opgaven te benutten.

Door de handen ineen te slaan en als één overheid te werken voor mensen in Nederland bereiken we meer. Op die manier moeten mensen weer ervaren dat de overheid er voor hen is. Voor mensen maakt het immers niet uit door welke overheid zij worden geholpen. We putten uit ervaringen die we hebben opgedaan met de decentralisaties in het sociaal domein.

Het idee dat we als één overheid meer kunnen bereiken, passen we ook toe in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), waarin we de langetermijnvisie op de evenwichtige ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland vastleggen. In de NOVI werken we met medeoverheden uit hoe maatschappelijke opgaven de leefomgeving in Nederland veranderen en geven we richting aan de aanpak. We zoeken samenhang tussen ruimtelijke prioriteiten en beschermen en ontwikkelen wat we belangrijk vinden in het landschap.

In het IBP en de NOVI pakken we opgaven gebiedsgericht aan, want we zien regionaal en lokaal grote verschillen in opgaven, problemen en kansen. De woningmarkt in Amsterdam vraagt om andere oplossingen dan de woningmarkt in de Achterhoek. Tegelijkertijd beperken uitdagingen zich niet tot de grenzen van een gemeente of de regio. Zo vraagt de energietransitie aanpassing van landgebruik en van de gebouwde omgeving over grenzen van gemeenten en regio’s heen.

Verbindingen gaan we aan in partnerschap. Met coalities van overheden, zoals gemeenten en provincies, kennis- en onderwijsinstellingen en private partijen organiseren we de aanpak van prioritaire onderwerpen. Gezamenlijk stellen we omgevingsagenda’s op, waarin we de nationale doelen uit de NOVI en de regionale doelen uit provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies concreet op elkaar laten aansluiten. Daarmee hebben we een unieke kans om omgevingsvisies in co-creatie op te stellen en verbindingen tussen maatschappelijke opgaven te verzilveren.

In 2018 zijn Regio Deals gesloten die de regionale economische structuur en leefbaarheid van de BES-eilanden, Zeeland, Rotterdam-Zuid en Brainport Eindhoven en rondom ESTEC versterken. In 2019 voeren we deze deals uit en sluiten we nieuwe Regio Deals. De besluitvorming over de Regionale middelen uit het regeerakkoord wordt gecoördineerd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in overleg met de Minister van BZK. Ook starten we in 2019 een aantal nieuwe City Deals, waarin steden ruimte krijgen om te experimenteren en te vernieuwen. Zo geven we een impuls aan de economische groei, leefbaarheid en innovatie in de steden.

In coalities van rijkspartijen, medeoverheden, marktpartijen en andere organisaties zetten we rijksvastgoed in om maatschappelijke opgaven te realiseren. Met dit Regionaal Ontwikkelprogramma werken we aan optimaal financieel én maatschappelijk rendement. Dit is ondersteunend aan de strategische opgaven van het regeerakkoord van dit kabinet. Als start hebben we zeven projecten in verschillende regio’s geselecteerd rondom de thema’s duurzaamheid, woningbouwproductie en sociaaleconomische kansen. De lijst met projecten is niet limitatief, maar dient als inspiratie en kan groeien. Op die manier zorgen we voor een brede verankering van de inzet van rijksvastgoed voor rijksdoelen in de regio en dat is goed voor de regio, voor de gebruikers en voor de waarde van het rijksvastgoed.

We stimuleren samenwerking over de landsgrenzen heen om economische groei en sociale en fysieke leefbaarheid te versterken, vooral in grensregio’s. Langs vier samenhangende lijnen doorbreken we barrières, creëren we randvoorwaarden en ondersteunen we kansen en initiatieven. We zorgen dat alle overheden aan beide kanten van de grens beter gebruik maken van de mogelijkheden die internationale organisaties bieden om de samenwerking te verbeteren. Met medeoverheden, koepels en kennisinstellingen én met onze buurlanden werken we aan nieuwe oplossingen. Daarbij hebben we oog voor culturele, economische en bestuurlijke overeenkomsten en verschillen.

Groningen heeft de bijzondere aandacht. Er komt een nieuwe versterkingsaanpak, zodat mensen veilig kunnen wonen in Groningen. Met de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de (waarnemend) Nationaal Coördinator Groningen en de regio werken we deze aanpak uit. We willen de regio een nieuw toekomstperspectief bieden, zodat mensen ervaren dat het beter gaat. Daarom zetten we een ambitieuze meerjarige aanpak van Rijk en regio op met passende investeringen gericht op ruimtelijke-economische structuurversterking en verbetering van de sociale en fysieke leefbaarheid. Daarbij hebben we aandacht voor de energietransitie en de demografische en economische ontwikkelingen.

Vernieuwing van de democratie en openbaar bestuur

Samen meer bereiken, heeft ook gevolgen voor de lokale democratie. De lokale politiek maakt steeds vaker belangrijke keuzes op het gebied van wonen, zorg, energie en leefomgeving. Die keuzes grijpen direct in op het dagelijks leven van de inwoners. In deze tijd willen mensen daarbij betrokken zijn, meepraten, en vooral ook mee doen.

We willen mensen meer mogelijkheden geven om mee te doen in de lokale democratie. We zijn gestart met het Plan van Aanpak Versterking Lokale Democratie en Bestuur (Kamerstukken II 2017–2018, 34 775 VII, nr. 69). Het bouwen van aardgasvrije woningen is de eerste nationale proeftuin waarbij inwoners kunnen meebesluiten over hoe dit vorm krijgt in hun wijk. Ook wil het kabinet het aantal gemeenten dat met Right to Challenge werkt verdubbelen. Bewoners kunnen dan taken van gemeenten overnemen als zij denken dat het anders, beter, slimmer of goedkoper kan. Nog in 2018 starten 10 experimenten waarbij inwoners de exploitatie en het beheer van vastgoed overnemen. We geven meer ruimte voor lokale keuzes en maatwerk in de Gemeentewet en mogelijk ook in aanvullende wet- en regelgeving.

We brengen overheid en het bestuur dichter bij mensen door te zoeken naar nieuwe verbindingen tussen inwoners en hun bestuur. Nu verantwoordelijkheden verschuiven naar het lokale niveau, verschuiven ook de verwachtingen van mensen over lokale politici en bestuurders. Zij vervullen een sleutelrol in de lokale democratie en verdienen goede ondersteuning. Daarom verbeteren we met het actieplan de ondersteuning van lokale politieke ambtsdragers, onder andere met een beter opleidingsaanbod. Met het actieplan vergroten we ook de weerbaarheid van het lokaal bestuur.

Het vertrouwen in de Nederlandse democratie is groot. Dat vertrouwen is geen gegeven. Daar moeten we hard aan blijven werken. De evaluatie van de verkiezingen in 2017 liet zien dat er ruimte voor verbetering is. Daarom voeren we vanaf 2019 een aantal vernieuwingen in het verkiezingsproces door (Kamerstuk 31 142, nr. 83, 33 829, nr. 83). Met deze vernieuwingen vergroten we de transparantie. Iedereen kan voortaan controleren hoe de verkiezingsuitslag is berekend. We maken het stemmen en het stembiljet toegankelijker. We kijken bovendien hoe we onze democratie kunnen aanpassen aan de eisen van deze tijd. We onderzoeken de impact van digitalisering op de nationale en lokale democratie. De Staatscommissie Parlementair Stelsel buigt zich over de vraag of het parlementaire stelsel nog beantwoordt aan de eisen van de tijd. Eind 2018 komt zij met haar rapport. In 2019 gaat het kabinet aan de slag met de uitkomsten van dit onderzoek.

Met een ambitieuze, brede agenda pakken we overheidsbreed onbenutte kansen op die de informatiesamenleving biedt voor vernieuwing van het openbaar bestuur en voor de aanpak van belangrijke maatschappelijke vraagstukken. Deze agenda digitale overheid, genaamd NL DIGIbeter, is onderdeel van de bredere digitaliseringsstrategie van dit kabinet. In NL DIGIbeter staan we een aanpak voor waarin technologische en sociale innovatie hand in hand gaan, met oog voor de kernwaarden van onze democratie. Zo is een belangrijk uitgangspunt dat iedereen mee kan doen. We voeren nationale en internationale dialogen en smeden coalities met medeoverheden, uitvoeringsorganisaties, bedrijven, kennisinstellingen en klankbordgroepen met inwoners en bedrijven. Omdat digitalisering zich niet aan landsgrenzen houdt, werken we nauw samen met andere Europese landen en organisaties.

We investeren in de mogelijkheden van nieuwe technologieën om overheidsdienstverlening en de inrichting van het openbaar bestuur te vernieuwen. We maken de dienstverlening persoonlijker en experimenteren samen met de markt, wetenschap en startups met creatieve oplossingen. Om innovatie te stimuleren, stellen we budget beschikbaar aan overheden en bedrijven voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken die meer dan één overheidsinstantie raken. Daarnaast stimuleren we het gebruik van open data, opensource toepassingen, standaarden en duurzame toegankelijkheid. Verder gaan we het gesprek aan met de initiatiefnemers van het wetsvoorstel Open Overheid om te onderzoeken hoe de verruiming van openheid gestalte kan krijgen zonder hoge kosten voor de organisatie en uitvoering.

We hebben een breed pakket aan digitale voorzieningen, standaarden en afspraken die veilig en betrouwbaar zijn, zoals DigiD en de basisregistraties. Hier zijn we trots op. Dit vormt de solide basis waarop we verder bouwen. Veel voorzieningen vergen een moderniseringsslag, zoals de voorzieningen voor digitaal machtigen en MijnOverheid. We gaan MijnOverheid verbeteren. Mensen en bedrijven moeten op MijnOverheid regie op hun eigen gegevens kunnen voeren, digitale identiteitsmiddelen en machtigingen kunnen regelen en berichten kunnen ontvangen van de overheid én ook kunnen sturen naar de overheid.

Overheden krijgen door de stelselherziening van het omgevingsrecht meer afwegingsruimte om doelen in de leefomgeving te bereiken. Hierdoor wordt de leefomgeving centraal gesteld in beleid, besluitvorming en regelgeving. Regels worden eenvoudiger en inzichtelijker voor mensen en bedrijven en besluitvorming over projecten in de leefomgeving versnelt en verbetert. Daarmee versterken we bovendien de verbinding tussen mensen en overheden. Samen met de Unie van Waterschappen (UvW), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) implementeren we de Omgevingswet. Het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) maakt het contact tussen mensen of bedrijven met overheden eenvoudiger en eenduidiger. Uitgangspunt is toegankelijkheid van informatie voor iedereen. Inwoners, bedrijven en professionals kunnen met hun vragen over omgevingsrecht bij het Informatiepunt terecht. We bereiden alle overheden voor om aan de slag te gaan met het nieuwe stelsel door uitgebreide invoeringsondersteuning.

Het gebruik van bodem- en ondergrondgegevens bij de overheid en particuliere organisaties is de laatste decennia sterk toegenomen, zowel kwalitatief als kwantitatief. Deze gegevens spelen een cruciale rol op uitvoerend niveau, maar zijn ook van belang bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Zo zijn deze gegevens nodig om de gevolgen van klimaatverandering te bepalen. BZK is verantwoordelijk voor de grote basisregistraties op dit terrein. De nationale geo-informatieinfrastractuur (NGII) brengen we verder met de realisatie van de Basisregistratie Ondergrond (BRO) en met meer integratie van de geografische (basis)registraties (zoals Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), Basisregistratie Waardering Onroerende Zaken (WOZ)). Dit vormt een complexe operatie waarbij de inzet van de uitvoeringsorganisaties, zoals het Kadaster, essentieel is.

In 2017 is de operatie Basisregistratie Personen (BRP) gestopt. Het huidige technische systeem (GBA-V) blijft daardoor langer in gebruik dan voorzien. Gezamenlijk met de stakeholders, gemeenten en andere gebruikers ontwikkelen we een visie op het BRP-stelsel in de toekomst. De eerste beelden zijn hiervoor opgehaald. Volgende stap is het vastleggen van richtinggevende principes op het toekomstige model van de BRP. Deze visiebrief zal in 2020 naar de Tweede Kamer worden gestuurd, waarna we een gezamenlijke ontwikkelagenda formuleren om de visie technisch te realiseren. Daarbij houden we rekening met het BIT-advies en de lessen van de Commissie BRP (Kamerstukken II 2017–2018, 27 859 nr. 124).

Bescherming van de democratie en grondrechten

Onze democratie verdient bescherming tegen ondermijnende invloeden, dreigingen van buitenaf en tegen onbedoelde gevolgen van de informatiesamenleving. De dreiging voor de democratie en nationale veiligheid zal, onder meer door het ontstaan en voortduren van wereldwijde conflicten, de komende jaren niet afnemen. Met de digitalisering nemen ook dreigingen en kwetsbaarheden toe. De cyberdreiging is meervoudig, er is namelijk sprake van digitale spionage, sabotage en van ongewenste buitenlandse inmenging.

Daarnaast blijft de jihadistische-terroristische dreiging aanhouden, die wel van aard verandert en voorlopig niet minder wordt. Vanaf 2019 wordt de nieuwe Geïntegreerde Aanwijzing Inlichtingen en Veiligheid (GA I&V) van kracht. In de nieuwe GA I&V geeft het kabinet aan wat noodzakelijk wordt geacht voor een veilig Nederland, voor een goed geïnformeerde regering en voor de internationale veiligheid. Daarin worden deze en andere relevante dreigingen geadresseerd en bepalen daarmee de inhoudelijke taakuitvoering van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). De GA I&V wordt ieder jaar geëvalueerd.

Cyberdreiging is de dreiging van vandaag en morgen. We constateren dat steeds meer landen heimelijke offensieve digitale operaties uitvoeren. De complexiteit van dergelijke operaties neemt toe. Deze operaties zijn onder andere gericht op het volgen en intimideren van diasporagemeenschappen in Nederland («de lange arm»), de aantasting en ondermijning van politiek-bestuurlijke en democratische besluitvorming en ontvreemding van strategische bedrijfsinformatie of hoogwaardige (technologische) kennis. Met name dit laatste tast het economisch verdienvermogen van Nederland aan. De toename van waargenomen digitale aanvallen op vitale infrastructuur in West-Europa om digitale sabotage mogelijk te maken, is een zorgelijke ontwikkeling. De AIVD werkt nauw samen met de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) om de rijksoverheid en publieke en private organisaties inzicht te kunnen verstrekken over het cyberdreigingsbeeld en (mogelijke) concrete digitale aanvallen. Ook wordt advies verstrekt op het gebied van informatiebeveiliging en schadeherstel.

Om de dreiging van ondermijning en ondemocratische beïnvloeding van het democratisch proces tegen te gaan en om te zorgen voor de veiligheid en integriteit van politieke ambtsdragers, werken we in een gezamenlijke aanpak aan bewustwording, versterking van de informatiepositie en het handelingsperspectief van het lokaal bestuur. Dat doen we onder andere met het Netwerk Weerbaar Bestuur (Kamerstukken II 2017–2018, 28 684, nr. 536), het programma Versterking Lokale Democratie en Bestuur (Kamerstukken II 2017–2018, 34 775 VII, nr. 69) en het Strategisch beraad Ondermijning (Kamerstukken II 2017–2018, 29 911, nr. 207).

Het is vanzelfsprekend dat ook in het digitale tijdperk waarden en grondrechten als veiligheid, privacybescherming, zelfbeschikking en solidariteit voorop staan. Daarom willen we de rechten van mensen en ondernemers beschermen én versterken als die onder druk komen te staan door nieuwe ontwikkelingen, zoals Artificial Intelligence (AI) en toepassing van algoritmen. Hiertoe voeren we het maatschappelijk debat over rechten in de informatiesamenleving en maken we een nationale data agenda waarin staat wat de overheid in zijn geheel gaat doen om (nog) beter om te gaan met persoonsgegevens, open data en big data.

Een samenleving waarin iedereen mee kan doen

BZK staat voor een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Dat geldt voor mensen met een beperking, voor mensen die digitaal minder vaardig zijn en mensen die moeite hebben om berichten van diensten van de overheid te begrijpen. Voor die mensen willen we samen met andere betrokken departementen een merkbare verbetering realiseren met het actieprogramma «Onbeperkt meedoen! Implementatie VN-Verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap». Zo maken we bijvoorbeeld het verkiezingsproces toegankelijker. Vanaf volgend jaar moeten alle stemlokalen toegankelijk zijn voor kiezers met een lichamelijke beperking. En we voeren gesprekken met relevante organisaties om te kijken of hulp in het stemhokje is toe te staan aan kiezers met een verstandelijke beperking.

We stimuleren overheidswerkgevers een maximale inspanning te leveren om meer mensen met een arbeidsbeperking bij de overheid te behouden en in te laten stromen en zo het ingestelde wettelijk quotum te halen. Alle ministeries hebben een meerjarig plan van aanpak opgesteld om meer banen voor mensen met een arbeidsbeperking te realiseren. We werken samen om de instroom van mensen met een arbeidsbeperking op hbo- of wo-niveau bij het Rijk te versnellen en efficiënter te maken. De Rijkdienst kan haar inkoopkracht benutten om, bijvoorbeeld via Social Return eisen voor leveranciers, de bedrijven waar het mee samenwerkt aan te zetten om mee te doen.

Om mee te kunnen doen, moeten publieke gebouwen goed toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. In de praktijk is dat nu niet altijd het geval. Het Rijksvastgoedbedrijf neemt daarom maatregelen in een aantal grote rijkskantoren (ministeriegebouwen) in Den Haag. Andere maatregelen worden de komende tijd bij regulier onderhoud, verbouwingen of grote renovaties meegenomen. Het Rijksvastgoedbedrijf onderzoekt ook of maatregelen in de rest van de vastgoedportefeuille van het Rijk nodig zijn.

Maar de verantwoordelijkheid van BZK gaat verder dan alleen publieke gebouwen. In 2019 voeren we het actieplan uit dat gezamenlijk met de bouwsector, cliëntorganisaties en mensen met een beperking is opgezet om de toegankelijkheid van gebouwen (waaronder woningen) voor mensen met een beperking te verbeteren. Er komen eenduidige richtlijnen voor toegankelijk (ver)bouwen, met het doel om partijen concrete handvatten te bieden voor de vraag wanneer gebouwen voldoende toegankelijk zijn en welke maatregelen zij daartoe kunnen nemen. Ook onderzoeken we of knelpunten in de praktijk moeten leiden tot aanvullende eisen in het Bouwbesluit. We volgen nadrukkelijk de afgesproken acties en de effecten daarvan en sturen waar nodig en mogelijk bij.

Op die manier bevorderen we de rechten van mensen met een beperking die volgen uit het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap. BZK is als hoeder van de Grondwet breder verantwoordelijk voor mensenrechten. Eind 2019 brengt BZK een Nationaal Actieplan Mensenrechten uit, waarin het kabinet aangeeft hoe het de mensenrechten in Nederland wil beschermen en bevorderen.

Via cursussen en ondersteuning helpen we mensen die moeite hebben met digitalisering. Inwoners en ondernemers krijgen meer mogelijkheden om anderen digitaal te machtigen, zodat anderen namens hen bepaalde zaken met de overheid kunnen regelen. Diensten en communicatie van de overheid moeten zo goed mogelijk aansluiten bij de wensen, verwachtingen en situatie van inwoners en ondernemers. Daarom worden zij actief betrokken bij het verbeteren en ontwikkelen van de overheidsdienstverlening.

Wonen in energiezuinige woningen en in een prettige leefomgeving

De tijd van de dip in de woningmarkt ligt inmiddels achter ons. Sinds het einde van de crisis is het verschil tussen de vraag naar en het aanbod van woningen enorm toegenomen. De woningmarkt wordt steeds krapper, al zijn regionale verschillen nog steeds groot. Tegelijkertijd worden meer bouwvergunningen afgegeven en worden weer meer woningen opgeleverd. Maar het is nog niet genoeg: tot 2025 moeten jaarlijks zo’n 75 duizend woningen van de juiste kwaliteit en passend bij de behoefte worden bijgebouwd.

In Nederland is het altijd passen en meten geweest om ruimte te vinden om te wonen, werken, bewegen en recreëren. De kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwopgave is dan ook een belangrijk onderdeel van de NOVI waarin we evenwicht zoeken met ruimtelijke prioriteiten rond energie, mobiliteit, natuur en water. We houden rekening met duurzame landbouw en beschermen open ruimten zoals het Groene Hart, de Waddenzee en de Veluwe. Bovendien verankeren we in de NOVI het ruimtelijk perspectief op vitaal en leefbaar houden van krimpregio’s inclusief het Groninger aardbevingsgebied.

We zijn in gesprek met de regio’s over woningbouw, doorstroming op de woningmarkt, mobiliteit, de leefbaarheid van wijken en vraagstukken gerelateerd aan krimp. Met de regio’s stellen we een ruimtelijk kwaliteitskader op voor woningbouwlocaties. In de Nationale woonagenda hebben we met een breed spectrum aan maatschappelijke partijen afspraken gemaakt om de bouwproductie te versnellen en te vergroten en om de woningvoorraad beter te benutten en betaalbaar te houden (Kamerstukken II 2017–2018, 32 847, nr. 365). Partijen willen deze prioriteiten samen oppakken, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en expertise.

Als rijksoverheid nemen we belemmeringen zoveel mogelijk weg en maken we ruimte om te experimenteren. We kijken hoe we onderbenutte binnenstedelijke locaties versneld kunnen transformeren voor woningbouw. We passen de Crisis- en herstelwet aan om ruimtelijke plannen sneller uit te voeren en geplande bouwprojecten naar voren te halen door bijvoorbeeld kortere (aanvraag)procedures (Kamerstukken II 2017–2018, 33 118 nr. 102). Verder beschermen we mensen tegen risico’s van de spanning op de woningmarkt. We kijken naar de kwaliteit van woningtaxaties en wijzen consumenten nadrukkelijker op de mogelijkheid om een voorbehoud van financiering of bouwkundige keuring op te nemen in de koopovereenkomst.

De opgave om sneller en meer te bouwen en de bestaande woningvoorraad beter te benutten, ligt primair bij medeoverheden en andere regionale partijen. In de meest gespannen regio’s brengen we in kaart wat we kunnen doen om het aantal bouwplannen te vergroten. Aan andere regio’s bieden we ondersteuning met het expertteam woningbouw. In de regio’s moet ook de vraag beantwoord worden of de woningvoorraad wel past bij de vraag van huishoudens, nu en in de toekomst.

Op het lokale schaalniveau manifesteren problematische situaties en excessen op de woningmarkt zich het eerst. Het gaat dan om discriminatie, malafide verhuurders, excessen als gevolg van toeristische verhuur of bewoning van vakantieparken. Met de betrokken sectoren kijken we hoe dergelijke excessen aangepakt en voorkomen kunnen worden en of gemeenten voldoende sturingsmogelijkheden hebben.

Er zijn nog steeds te weinig huurwoningen in het middensegment. Het is aan de lokale partijen om gezamenlijk afspraken te maken om middenhuur te bouwen, te bestemmen en te behouden. Ook hier ondersteunen we de lokale samenwerkingstafels via het Expertteam Woningbouw. Waar nodig halen we belemmeringen weg. Zo komt er een wetsvoorstel Maatregelen middenhuur met daarin de vereenvoudiging van de markttoets en verduidelijken we de Huisvestingswet. Met lokaal maatwerk kunnen gemeenten specifieke oplossingen voor knelpunten uitwerken.

Sommige huishoudens op de woningmarkt hebben een extra steuntje nodig om geschikte woonruimte te vinden. Binnen het Platform hypotheken bespreken we met de sector knelpunten en oplossingen in de hypotheekverstrekking voor senioren en koopstarters. Met maatschappelijke partners hebben we het Pact voor de Ouderenzorg ondertekend, om ervoor te zorgen dat ouderen en mensen met een beperking in de juiste woning op de juiste plaats wonen (Kamerstukken II 2017–2018, 31 765, nr. 299). Daarnaast willen we de doorstroming vanuit beschermd wonen en maatschappelijke opvang richting zelfstandig(er) wonen bevorderen.

We verbeteren de veiligheid van woningen door de kwaliteit van werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties te verbeteren en versterken de positie van de consument als opdrachtgever in de bouw. In het wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen (Kamerstukken II 2015–2016, 34 453, nr. 2) vergroten we de aansprakelijkheid van de aannemer na de oplevering van bouwwerken. Belangrijk onderdeel van de wet is dat de gemeente niet langer de kwaliteit van het bouwwerk toetst. Hiervoor komt een onafhankelijke private kwaliteitsborger. Naar aanleiding van de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer bezien we hoe we aan nog levende zorgpunten over het wetsvoorstel tegemoet kunnen komen.

De woningopgave is niet los te zien van de noodzakelijke energie- en klimaattransitie en vraagt een integrale aanpak. Woningcorporaties hebben een belangrijke rol in het verwezenlijken van de ambities voor een betaalbare woningmarkt en de energietransitie. Voor de gereguleerde huursector hebben we aan partijen gevraagd om per 1 oktober 2018 een nieuw akkoord af te sluiten. Hierbij betrekken we ook de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed, Nederland (IVBN) en Vastgoed Belang. Om huurwoningen in de sociale sector te verduurzamen kunnen woningcorporaties gebruik maken van de vermindering van de verhuurderheffing, waarvoor het kabinet structureel € 100 mln. heeft vrijgemaakt. Daarnaast krijgen woningcorporaties een tegemoetkoming in het kader van de toegenomen fiscale lasten van woningcorporaties en de woningmarktambities van dit kabinet. Vanaf 2019 verlagen we de verhuurderheffing structureel met € 100 mln., door het tarief te verlagen.

De klimaat- en energietransitie is één van de grootste opgaven voor de ruimtelijke ordening van de komende decennia. Duurzame energie heeft veelal een groter ruimtelijk beslag dan fossiele energie. De transitie heeft daarom een ruimtelijke impact, zowel op land als op zee, boven en onder de grond. Voor het Klimaatakkoord zetten we daarom ruimtelijke expertise in om de ruimtelijke impact van de transitie vroegtijdig in beeld te krijgen en deze mee te wegen in de te nemen beslissingen. De uitkomsten hiervan dienen ook als onderbouwing voor de te maken keuzes in de NOVI. Aansluitend werken medeoverheden en Rijk samen aan Regionale Energiestrategieën, waarin we middels een programmatische aanpak samenwerken om de klimaat- en energietransitie regionaal vorm te geven.

In het regeerakkoord is de ambitie opgenomen om broeikasgassen met 49% te verminderen in 2030 ten opzichte van 1990. Het kabinet heeft dit vertaald naar indicatieve opgaven voor de vijf sectoren: gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en landgebruik, elektriciteit en industrie. De gebouwde omgeving is goed voor ruim 30% van het totale energieverbruik in Nederland en gebruikt hiervoor circa 90% aardgas. De indicatieve reductieopgave voor 2030 die door de gebouwde omgeving ingevuld moet worden, bedraagt 3,4 megaton koolstofdioxide (CO2). Onze ambitie is om 30.000 – 50.000 woningen per jaar aardgasvrij of aardgasvrij-ready te maken voor het einde van de kabinetsperiode. In het Klimaatakkoord worden in 2018 nadere afspraken gemaakt over de maatregelen die hiervoor nodig zijn. Onderdeel hiervan is een wijkgerichte aanpak die in 2018 reeds gestart is met grootschalige proeftuinen gericht op opschaling en het opdoen van kennis en ervaring. Goede betrokkenheid van bewoners en gebouweigenaren is van groot belang.

Ook woningeigenaren stimuleren we om maatregelen te nemen. Zij kunnen gebruik maken van laagrentende leningen voor energiebesparing uit Het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF). Het Rijk zet extra middelen in om geld van banken aan te trekken en aantrekkelijke leningen aan te bieden met name gericht op Verenigingen van Eigenaren (VvE’s). We onderzoeken de mogelijkheden om het NEF verder te verbeteren, onder meer met langere looptijden voor leningen aan VvE’s om zo grote energiezuinige renovaties mogelijk te maken.

In 2019 zetten we verder in om kantoren, scholen, zorginstellingen, sporthallen en andere utiliteitsgebouwen te verduurzamen. Vanaf 2023 mogen kantoren met een oppervlakte van 100m2 of meer, met uitzondering van monumentale panden en enkele andere categorieën, alleen nog gebruikt worden als zij minstens energielabel C hebben (Kamerstukken II, 2016–2017, 30 196, nr. 485). Verdere maatregelen werken we uit in het Klimaatakkoord. We verkennen hoe toekomstig beleid voor de utiliteitsbouw succesvol is in te richten, hoe expertise is op te bouwen en proefprojecten zijn uit te voeren.

Samen met medeoverheden en maatschappelijke partners versnellen we de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed inclusief gebouwen in bezit van het Rijk. Een voorbeeld hiervan is het Innovatieprogramma aardgasvrije en frisse basisscholen. In circa tien pilots worden energie-onzuinige schoolgebouwen verduurzaamd tot aardgasvrije scholen met een goed binnenklimaat. Daarmee doen we ervaring op om de verduurzaming van schoolgebouwen verder op te schalen. We maken het voor aanbieders, scholen en gemeenten makkelijker om te kiezen voor verduurzaming via eenvoudig toe te passen verduurzamingsconcepten. Ook investeren we de komende jaren in de duurzaamheid van het rijksvastgoed. In het project EnergieRijk Den Haag verduurzamen we samen met de gemeente, provincie en marktpartijen de overheidsgebouwen in het centrumgebied van Den Haag.

Een aardgasvrije gebouwde omgeving is een grote opgave en voldoende tempo is nodig om deze doelstelling tijdig te halen. Beschikbare oplossingen zijn vaak nog duur en passen onvoldoende bij de verschillende gebouwtypen en de wensen van de bewoners. Om oplossingen te verbeteren is in 2018 gestart met een innovatieprogramma in samenwerking met het Topconsortium voor Kennis en Innovatie Urban Energy en de Bouwagenda. Naast een innovatieprogramma gericht op onderzoek en ontwikkeling is er ook ruimte voor pilots met eerste prototypes, als voorbereiding op bredere opschaling via de aardgasvrije wijken aanpak.

Een Rijksdienst die met de tijd meegaat vraagt continue aandacht

De opgaven van deze tijd vragen om een sterke Rijksdienst die meegaat met de tijd. Effectiviteit staat daarbij voorop, niet de departementale grenzen. BZK is zowel kadersteller, opdrachtgever als uitvoerder. We pakken kansen op om de bedrijfsvoering te verbeteren en tegelijkertijd kabinetsambities rond verduurzaming en diversiteit te realiseren.

Moderne cao’s met moderne arbeidsvoorwaarden zijn essentieel voor een goed functionerende, toekomstbestendige arbeidsmarkt in de publieke sector. Dit betekent méér ruimte voor maatwerk en keuzevrijheid in de verdeling tussen primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden en investeren in duurzame inzetbaarheid. Onderdeel van de modernisering is de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren. Voor het Rijk als werkgever staat 2019 in het teken van de implementatie van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) en de eerste privaatrechtelijke Rijkscao. De implementatie van de Wnra geeft een impuls om binnen de Rijksdienst de samenwerking over departementsgrenzen heen te versterken.

We stimuleren integriteit door in te zetten op een veilige werkcultuur. Daarvoor versterken we de positie van vertrouwenspersonen en doen we onderzoek naar ongewenste omgangsvormen. De samenwerking met andere overheidswerkgevers en relevante partners wordt hierbij voortgezet. De Gedragscode Integriteit Rijk wordt onder andere aangepast aan de invoering van de Wet normalisering ambtelijke rechtspositie.

Voor ons werk is kennis van ICT onmisbaar geworden. Daarom richten we een academie op waar ambtenaren hun kennis en kunde op het terrein van ICT kunnen vergroten. De nieuwe RijksAcademie voor Digitalisering en Informatisering Overheid (RADIO) is begin 2018 begonnen met het eerste aanbod voor beleidsambtenaren. De komende jaren zetten we de organisatie op en breiden we het aanbod uit voor de doelgroepen beleid, uitvoering, toezicht en bedrijfsvoering voor het Rijk en medeoverheden. De Algemene Bestuursdienst (ABD) heeft het voortouw genomen met scholing aan onze topambtenaren. Vanaf 2019 komen daar ook de midden-managers bij.

Maar we werken niet alleen aan moderne arbeidsvoorwaarden. Bij vrijwel alle betrokken partijen groeit het besef dat het huidige overlegmodel van het bovensectorale overleg in de publieke sector aan vernieuwing toe is. Het gesprek over onderwerpen als een krapper wordende arbeidsmarkt en banen voor mensen met een arbeidsbeperking wordt gemist. Aan de Sociaal Economische Raad is gevraagd te verkennen hoe decentrale overheidswerkgevers en onderwijswerkgevers beter zijn te betrekken bij besluitvorming over wetgeving. In 2019 zet het kabinet de gesprekken over de bovensectorale arbeidsverhoudingen met de betrokken sociale partners voort.

Meegaan met deze tijd betekent dat de informatiehuishouding en informatiebeveiliging op orde zijn. Met het programma Rijk aan Informatie (RAI) brengen we de basis voor vindbare en duurzaam toegankelijke overheidsinformatie op orde en maken we overheidsinformatie toekomstbestendig. Waar mogelijk lossen we knelpunten in de informatiehuishouding geautomatiseerd op. In 2019 versterken we de informatiehuishouding en richten we onze aandacht op het overbrengen, bewaren, archiveren of vernietigen van digitale informatie. We verbeteren de samenwerking en het versterken rol van de medewerker in de informatiehuishouding.

De Algemene Rekenkamer heeft rijksbreed een aanzienlijk aantal onvolkomenheden vastgesteld op het gebied van informatiebeveiliging over de laatste jaren. We werken uit hoe we de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer over het versterken van de centrale rol voor BZK/CIO Rijk vorm kunnen geven, als systeemverantwoordelijke en als vormgever van architectuur en infrastructuur op het gebied van informatiebeveiliging. In het najaar van 2018 sturen we een kamerbrief met de nadere uitwerking.

In de afgelopen jaren is gebouwd aan een gemeenschappelijke rijksbrede bedrijfsvoering. De vorming van shared service organisaties (SSO’s) was hiervan onderdeel, vooral ingegeven vanuit kostenbesparingen. Steeds meer springt in het oog dat de bedrijfsvoering op afstand van het primaire proces is geplaatst. Dit heeft consequenties voor de ervaren kwaliteit van dienstverlening. We werken aan het structureel op orde krijgen van de basis per SSO. In dit kader is een quickscan uitgevoerd bij UBR, met SSO-breed toepasbare aanbevelingen, en is opdracht gegeven voor een doorlichting van SSC-ICT. Gelijktijdig gaat het ook om resultaten te halen in onderlinge samenwerking tussen SSO’s, opdrachtgevers en in wisselwerking met beleid. We werken aan meer voorspelbare en transparante tarieven en integrale dienstverlening in klantnabijheid. Waar mogelijk met inzet van bewezen innovatieve technieken en aanpakken.

De eisen die aan het rijksvastgoed worden gesteld zijn de afgelopen jaren flink toegenomen. Dit zal de komende jaren niet minder worden. Er staan investeringen gepland in de kantorenportefeuille in Utrecht, Enschede, Zwolle, Leeuwarden, Rotterdam en Eindhoven en aan de rechtbanken Arnhem, Den Bosch, Den Haag en Amsterdam. Andere grote projecten zijn de nieuwbouw voor het European Medicines Agency (EMA) en de renovatie van het Binnenhof. Naast de reguliere verkoop- en onderhoudsopdracht zetten we rijksvastgoed in voor maatschappelijke opgaven. De verwachting van onze omgeving (opdrachtgevers en beleidsbepalers) is groot. Met het integraal programma brengen we de vraag voor de komende jaren in kaart en brengen we deze meer in balans met de capaciteit van het Rijksvastgoedbedrijf en de toenemende spanning op de bouw- en vastgoedmarkt. Hiervoor maken we meerjarige afspraken met de grote klanten van het Rijksvastgoedbedrijf en ontwikkelen we met marktpartijen tijdig een gezamenlijke aanpak voor de uitvoering.

In 2019 starten we met de uitvoering van de geactualiseerde masterplannen. Bij de actualisatie zijn rijksbrede thema’s, onder meer op het terrein van verduurzaming van de gebouwde omgeving, maatschappelijk gewenste gebiedsontwikkeling, en herbestemming en herontwikkeling van het rijksvastgoed voor maatschappelijke doeleinden meegenomen. Hierbij wordt een optimaal financieel en maatschappelijk rendement in het oog gehouden. De masterplannen worden daarbij meer vanuit een integraal bedrijfsvoeringperspectief ingericht met aandacht voor facilitair management, beveiliging en ICT-voorzieningen.

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (ontvangsten, uitgaven en niet-belastingontvangsten)

Uitgaven

Opbouw uitgaven (bedragen x € 1.000)
 

art. nr.

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018 (inclusief NvW)

 

5.455.381

5.456.705

5.417.979

5.515.872

5.649.652

0

               

Stand ontwerpbegroting 2018 (na ISB)

 

5.550.381

5.456.705

5.417.979

5.515.872

5.649.652

0

               

Mutatie 1e suppletoire begroting 2018

 

224.925

47.104

18.061

22.057

– 36.492

0

               

Belangrijkste mutaties

             

1) Afdracht NHG 2017

3

30.608

0

0

0

0

0

2) Kasschuif STEP

4

– 75.000

– 69.000

144.000

0

0

0

3) Kasschuif SEEH

4

– 13.000

13.000

0

0

0

0

4) Kasschuif NEF

4

0

10.000

– 10.000

0

0

0

5) Kasschuif Energielabel

4

– 3.500

3.500

0

0

0

0

6) Kasschuif BRO

5

– 4.917

1.121

882

1.869

1.045

0

7) Kasschuif projecten BIRK en Nota Ruimte

5

– 9.650

– 1.070

5.789

400

3.360

1.171

8) Kasschuif omgevingswet (bijdrage medeoverheden)

5

– 9.177

9.177

0

0

0

0

9) Bijdrage eID OCW

6

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

10) Klimaatenvelop

8

2.250

0

0

0

0

0

11) Evaluatie FMHaaglanden

11

4.453

4.752

4.943

4.943

4.943

4.943

12) Kasschuif vennootschapsbelasting (VPB)

12

0

– 2.500

2.500

0

0

0

               

Overige mutaties

 

3.723

6.717

238

2.651

4.901

5.769.267

               

Stand ontwerpbegroting 2019

 

5.703.096

5.481.506

5.586.392

5.549.792

5.629.409

5.777.381

Toelichting

1) Afdracht NHG 2017

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) betaalt jaarlijks een achtervangvergoeding voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De jaarlijkse vergoeding wordt gestort in de daarvoor bestemde risicovoorziening NHG. De afdracht over het boekjaar 2017 bedraagt € 30,6 mln.

2) Kasschuif STEP

Eerder is de aanvraagperiode voor subsidie binnen de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP) verlengd tot en met 2018. Een vastgestelde subsidie wordt pas uitbetaald als het energielabel in het register is aangepast. Dit moet uiterlijk binnen twee jaar geschieden. Het kasritme is aangepast naar de verwachte uitbetalingen in de periode 2018–2020.

3) Kasschuif SEEH

Binnen de middelen voor de Subsidie energiebesparing eigen huis (SEEH) wordt het deel voor verenigingen van eigenaren op basis van de meest recente prognoses van het aantal aanvragen doorgeschoven naar 2019.

4) Kasschuif NEF

De geplande bijdrage aan het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF) voor 2020 wordt een jaar eerder beschikbaar gesteld.

5) Kasschuif Energielabel

Op 1 januari 2020 worden de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG) van kracht. In het kader daarvan wordt momenteel gewerkt aan de nieuwe bepalingsmethode energieprestatie. Hierdoor zijn de aanpassingen aan het energielabel in de tijd zijn verschoven en wordt een deel van de beschikbare middelen doorgeschoven naar 2019.

6) Kasschuif BRO

Bij 1e suppletoire begroting 2018 zijn middelen voor Basisregistratie ondergrond (BRO)overgeheveld vanuit het Deltafonds naar de begroting van BZK. Op basis van de vier voorziene tranches in de periode 2018–2022 zijn de beschikbare middelen in het verwachte kasritme gezet.

7) Kasschuif projecten BIRK en Nota Ruimte

De middelen voor de projecten BIRK en Nota Ruimte zijn op basis van recente inzichten in het verwachte kasritme gezet. De voortgang van deze langlopende projecten laat zien dat de volgtijdelijkheid van werkzaamheden, in verband met bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid in het gebied, niet meer binnen de overeengekomen einddatum zullen worden afgerond. De resterende subsidiebedragen komen hiermee ook later tot betaling.

8) Kasschuif omgevingswet (bijdrage medeoverheden)

Bij 1e suppletoire begroting 2018 zijn middelen voor de omgevingswet overgeheveld vanuit het Infrastructuurfonds. Op basis van de verwachte bijdragen aan ontwikkelpartners is een deel van het budget doorgeschoven naar 2019.

9) Bijdrage eID OCW

Dit betreft de structurele bijdrage van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) aan de stelselkosten eID.

10) Klimaatenvelop

Vanuit de klimaatenvelop uit het regeerakkoord is er voor klimaat (CO2-reductie) en de circulaire transitie in 2018 € 2,25 mln. beschikbaar voor de Rijksinkoop. Een deel daarvan wordt nu aangewend voor CO-2 meting en grootschalig onderhoud inkoopcriteria.

11) Evaluatie FMHaaglanden

Dit betreft overboekingen van/naar diverse departementen, als uitvloeisel van de evaluatie centrale bekostiging FMHaaglanden zoals besloten in de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst (ICBR).

12) Kasschuif vennootschapsbelasting (VPB)

Dit betreft een kasschuif die samenhangt met de kasschuif van de veiling van locaties van benzinestations (zie ontvangsten). Door een verschuiving in de ontvangsten uit de veiling van benzinestation locaties, vindt er ook een verschuiving plaats in het kasritme van de verschuldigde VPB.

Ontvangsten

Opbouw ontvangsten (bedragen x € 1.000)
 

art. nr.

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018 (inclusief NvW)

 

668.894

716.513

706.924

655.538

642.538

0

               

Stand ontwerpbegroting 2018 (na ISB)

 

668.894

716.513

706.924

655.538

642.538

0

               

Mutatie 1e suppletoire begroting 2018

 

140.974

– 13.962

– 5.656

17.228

12.936

0

               

Belangrijkste mutaties

             

1) Afdracht NHG 2017

3

30.608

0

0

0

0

0

2) Kasschuif veiling locaties benzinestations

9

0

– 10.000

10.000

0

0

0

3) Desaldering ontvangsten GDI

12

0

– 15.000

– 15.000

– 15.000

– 15.000

0

               

Overige mutaties

 

311

1.886

0

0

0

634.474

               

Stand ontwerpbegroting 2019

 

840.787

679.437

696.268

657.766

640.474

634.474

Toelichting

1) Afdracht NHG 2017

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) betaalt jaarlijks een achtervangvergoeding voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De jaarlijkse vergoeding wordt gestort in de daarvoor bestemde risicovoorziening NHG. De afdracht over het boekjaar 2017 bedraagt € 30,6 mln.

2) Kasschuif veiling locaties benzinestations

De veiling van ieder afzonderlijke locatie voor een benzinestation langs een rijksweg geschiedt één keer per 15 jaar. Vanwege een temporisering in eerdere jaren wordt de ontvangstenraming voor 2019 verlaagd en voor 2020 verhoogd.

3) Desaldering ontvangsten GDI

Bij het samenstellen van de aanvullende post GDI in 2015 is besloten € 15 mln. structureel op de begroting van BZK als ontvangst te boeken. Dit had als doel deze middelen via een doorbelasting op te halen bij belanghebbenden. Inmiddels is de doorbelasting georganiseerd middels facturatie vanuit de uitvoerder. Hiermee is de ontvangstenreeks op de begroting BZK niet meer nodig.

2.3 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x € 1.000)

Art.nr.

Naam artikel (totale uitgaven per artikel)

Juridisch verplichte uitgaven

Niet-Juridisch verplichte uitgaven

Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven

1

Openbaar bestuur en democratie (59.323)

48.939 (82%)

10.384 (18%)

Verbinding inwoner en overheid (5.231)

Bestuur en regio (2.532)

Politieke partijen (891)

Overig (1.730)

4

Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit (209.008)

206.585 (99%)

2.423 (1%)

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit (1.637)

Energietransitie en duurzaamheid (550)

Overig (236)

5

Ruimtelijke ordening en omgevingswet (102.919)

86.638 (84%)

16.281 (16%)

Aan de slag (9.136)

Programma Ruimtelijk Ontwerp (1.189)

Ruimtelijk instrumentarium (933)

Eenvoudig Beter (950)

Basis Registratie Ondergrond (826)

Overig (3.247)

6

Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving (174.479)

83.960 (48%)

90.519 (52%)

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid (56.943)

Overheidsdienstverlening (10.191)

Identiteitsstelsel (8.838)

Informatiebeleid en -samenleving (6.458)

Overig (8.089)

7

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid (33.427)

24.853 (74%)

8.574 (26%)

Betreft contracten Kandidatenprogramma opleidingen, DG-abelen en ABD doelgroepopleidingen, informatiesysteem doelgroepen, professionalisering MD Rijk en kosten profesionalisering Interim-managers (2.284)

Werkgeversbeleid (2.532)

Bedrijfsvoeringsbeleid (2.198)

FMHaaglanden (kwaliteitsverbetering) (1.528)

9

Uitvoering Rijksvastgoedbeleid (117.329)

107.839 (92%)

9.490 (8%)

Een deel van de middelen voor onderhoud- en beheerskosten is juridisch verplicht a.g.v. afspraken met de markt. Het niet verplichte deel zal worden ingezet voor onderhoud en beheer (3.825)

Het overgrote deel van de overige middelen is juridisch verplicht a.g.v. afspraken met de markt. Het restant is niet vrij beschikbaar omdat hiermee wordt bijgedragen aan het apparaat van het Rijksvastgoedbedrijf (o.a. Atelier Rijksbouwmeester) (5.665)

Totaal aan niet verplichte uitgaven

137.671

 

2.4 Meerjarenplanning Beleidsdoorlichtingen

Meerjarenplanning Beleidsdoorlichtingen
   

(realisatie)

(planning)

Geheel artikel-onderdeel?

Artikel

Naam artikel

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

1

Openbaar bestuur en democratie

               

1.1

Bestuur en regio

 

       

Ja

1.2

Democratie

 

       

Nee

2

Nationale veiligheid

             

NVT

3

Woningmarkt

               

3.1

Woningmarkt

         

 

Ja

4

Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

               

4.1

Energietransitie en duurzaamheid

       

   

Ja

4.2

Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

       

   

Ja

5

Ruimtelijke ordening en omgevingswet

               

5.1

Ruimtelijke ordening

     

     

Ja

5.2

Omgevingswet

     

     

Ja

6

Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

               

6.2

Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

     

     

Ja

6.5

Identiteitsstelsel

   

       

Ja

6.6

Investeringspost digitale overheid

       

   

Ja

7

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

               

7.1

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

 

     

Ja

7.2

Pensioenen en uitkeringen

 

         

Nee

9

Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

               

9.1

Doelmatige Rijkshuisvesting

       

   

Nee

9.2

Beheer materiële activa

     

     

Nee

Toelichting:

1.2 Democratie

De Kiesraad en de (subsidie) Politieke partijen worden niet door het ministerie geëvalueerd vanwege hun onafhankelijke positie.

2. Nationale veiligheid

Met ingang van 1 mei 2018 is de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WiV 2017) van kracht geworden. Een beleidsdoorlichting is voor begrotingsartikel 2 (Rijksbegroting, hoofdstuk VII) op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WiV 2017) niet mogelijk. In dit kader wordt ook verwezen naar de artikelen 12, lid 3 en artikel 23 van de WiV 2017.

3.1 Woningmarkt

In dit artikel zitten ook de uitgaven voor onderzoek en kennisoverdracht besloten die niet specifiek gericht zijn op een bepaald beleidsdossier maar die ook betrekking hebben op zowel beleidsartikel 3 als 4

4.1 Energietransitie en duurzaamheid

De beleidsdoorlichting van het onderdeel Energietransitie gebouwde omgeving is gepland in 2021 en zal onder meer betrekking hebben op de realisatie van de doelen voor 2020 van het Energieakkoord. In deze beleidsdoorlichting worden de evaluaties van de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP), het Nationaal Energiebespaarfonds (NEF), de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) en het Revolverend fonds energiebesparing verhuurders (met betrekking tot de leningen en de uitvoeringskosten) meegenomen.

4.2 Bouwregelgeving en bouwkwaliteit

De beleidsdoorlichting van het onderdeel Bouwkwaliteit is gepland in 2021. Hierin zal onder meer gekeken worden naar het proces van de incorporatie van de bouwregelgeving in de Omgevingswet, waarvan inwerkingtreding is voorzien voor 2021.

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen – waarvan het voorstel op 11 juli 2017 op verzoek van de Minister is aangehouden door de Eerste Kamer – zal drie jaar na inwerkingtreding geëvalueerd worden. Deze evaluatie kan niet worden meegenomen in de voorziene beleidsdoorlichting voor Bouwkwaliteit in 2021.

6.6 Investeringspost digitale overheid

Artikel 6.6 betreft de Investeringspost voor doorontwikkeling en innovatie van de digitale overheid. De besluitvorming over besteding van deze middelen is onderdeel van de governance voor de digitale overheid. Het Instellingsbesluit sturing digitale overheid, waaronder de bepaling van de gezamenlijke middelen, wordt na één jaar geëvalueerd. De uitkomsten van deze evaluatie worden meegenomen in de evaluatie in 2020 over de besteding van de middelen. Deze resultaten zijn input voor de beleidsdoorlichting van artikelonderdeel 6.6 op basis waarvan zal worden besloten over continuering van de Investeringspost als apart artikelonderdeel.

7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Vanaf 2019 bestaat artikel 7 uit een aantal onderdelen die in vorige begrotingen nog separaat zijn gepresenteerd. Voor 2018 wordt het onderdeel Overheid als werkgever geëvalueerd. Terwijl voor 2019 het aspect Kwaliteit Rijksdienst wordt doorgelicht. Hierbij worden de subsidies Fysieke Werkomgeving Rijk en het A&O-fonds betrokken. Verder zal ingegaan worden op de budgetten op deze begroting voor de aspecten Bedrijfsvoering Rijk en Arbeidsmarkt Communicatie. Omdat het Bureau ICT Toetsing (BIT) pas sinds 2016 operationeel is, wordt deze pas in 2020 voor het eerst doorgelicht. In 2018 staat voor het BIT een tussenevaluatie gepland die wordt meegenomen in de beleidsdoorlichting in 2019. Een volgende doorlichting zal een integraal beeld geven van dit nieuwe artikel.

7.2 Pensioenen en uitkeringen

Voor beleidsartikel 7.2 geldt dat pensioenen en uitkeringen zich niet laten toetsen op doeltreffendheid en ten dele op doelmatigheid.

9. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid

De instrumenten op dit artikel hebben betrekking op de ondersteuning voor Rijkshuisvesting en het onroerend goed van en voor het Rijk. Voor de moederbijdrage geldt dat dit geen beleidsmatige doelstellingen kent en zich daarom niet leent voor een doorlichting in de zin van doelmatigheid en doeltreffendheid. Verder geldt dat voor artikelonderdelen 9.1 en 9.2 nu verscheidene evaluaties staan gepland in 2018 t/m 2020 welke dienen als basis voor de doorlichtingen die in respectievelijk 2020 en 2021 in de planning zijn opgenomen. Tenslotte is het Kader Overname Rijksvastgoed (KORV) bij verkoop geïntroduceerd in (medio) 2014 en wordt in 2020 doorgelicht. Deze doorlichting stond aanvankelijk in 2019 gepland, maar wordt thans gecombineerd met de doorlichting van artikelonderdeel 9.2

Voor een overzicht van de gerealiseerde beleidsdoorlichtingen en evaluaties wordt verwezen naar de meest recente jaarverslagen en/of de site van het Ministerie van Financiën: http://www.rijksbegroting.nl/beleidsevaluaties.

Voor de meerjarenplanning van de beleidsdoorlichtingen en evaluaties wordt verwezen naar de bijlage bij deze begroting: «Evaluatie- en overig onderzoek». Voor de gerealiseerde beleidsdoorlichtingen en overige evaluaties zijn hyperlinks opgenomen die meteen verwijzen naar de betreffende documenten.

2.5 Overzicht van Risicoregelingen

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2017

Geraamd te verlenen 2018

Geraamd te vervallen 2018

Uitstaande garanties 2018

Geraamd te verlenen 2019

Geraamd te vervallen 2019

Uitstaande garanties 2019

Totaal plafond

Artikel 71

(Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid)

Rijkshypotheekgaranties

29

0

6

23

0

6

17

170

                   

Totaal

 

29

0

6

23

0

6

17

170

Noot 1: Tot en met 2017 viel dit onder artikel 3 van begrotingshoofdstuk 18 – Wonen en Rijksdienst. In 2018 viel dit onder artikel 8 van begrotingshoofdstuk 7 – Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Toelichting

Het betreft de aflopende regeling Rijkshypotheekgaranties. Bij beschikking van 23 augustus 1974, nr. AB74/U1271, van de Minister van Binnenlandse Zaken, is de mogelijkheid gecreëerd om onder bepaalde voorwaarden een hypotheekgarantie te verlenen voor tijdige betaling van rente en aflossing op een hypothecaire geldlening, die in verband met de aankoop van een woning is afgesloten. Er zijn nog 2 garanties geldig. De laatste garantie vervalt in 2024. Het theoretische risico bedraagt € 17.000. Voor deze garantie is geen begrotingsreserve aanwezig en wordt geen premie afgedragen als vergoeding voor de afgegeven garantie.

Overzicht achterborgstellingen

Achterborgstelling Sociale Woningbouw (WSW) (bedragen x € 1 mln.)

Omschrijving

2017

2018

2019

Achterborgstelling

81.000

82.800

85.700

Bufferkapitaal (Fondsvermogen)

407

351

290

Obligo

3,1 mld.

3,1 mld.

3,1 mld.

Stand risicovoorziening

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Bron: WSW

Toelichting

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) staat borg voor de leningen die deelnemende woningcorporaties aantrekken voor de bouw van sociale huurwoningen. Het WSW zorgt er op die manier voor dat deelnemende woningcorporaties toegang hebben tot de kapitaalmarkt tegen zo optimaal mogelijke financieringskosten.

De borgstelling is ingebed in een zekerheidsstructuur waarbij verliezen opgevangen worden door de sector zelf (sanering, obligo of eigen risicovermogen van het WSW). Indien deze zekerheden niet toereikend zijn, dan kan het WSW aanspraak doen op het Rijk en de gemeenten – als achterborg – voor renteloze leningen (ieder voor 50%). Deze situatie heeft zich nog nooit voorgedaan en wordt op basis van de huidige prognose ook niet verwacht. Het WSW betaalt geen achtervangvergoeding aan het Rijk en gemeenten.

Het WSW stuurt op een zekerheidsniveau van 99%. Dit betekent dat het WSW in een bepaald jaar met 99% zekerheid geen beroep hoeft te doen op de achtervang. Uit de prognoses volgt dat het obligo de komende jaren ongeveer op hetzelfde niveau blijft. De achterborgstelling neem iets toe. Voor het bufferkapitaal wordt in 2019 net als in 2018 een daling voorzien. Dit heeft te maken met de uitgaven die WSW voorziet op basis van de verplichtingen die zij is aangegaan voor woningcorporaties die niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen.

De cijfers in de tabel betreffen voorlopige cijfers die (nog) geen onderdeel uitmaken van de jaarrekeningverantwoording van het WSW.

Achterborgstelling Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) (bedragen x € 1 mln.)

Omschrijving

2017

2018

2019

Gegarandeerd vermogen

198.000

202.350*

208.600*

Risicodragend gegarandeerd vermogen

10.300

Geen prognose beschikbaar

Geen prognose beschikbaar

Bufferkapitaal (Fondsvermogen)

1.104

1.248*

1.381*

Obligo

n.v.t.

n.v.t

n.v.t.

Stand risicovoorziening

106,9

137,6*

164,6*

Bron: WEW Jaarverslag 2017, WEW Liquiditeitsprognose 2018–2023 en gegevens WEW en BZK (* = prognose)

Toelichting

Het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) staat borg voor hypothecaire leningen afgesloten met een Nationale Hypotheekgarantie (NHG). Het Rijk is de achtervanger bij het WEW. Dit betekent dat het Rijk zich verplicht heeft gesteld om zodra het fondsvermogen van het WEW onder de grens van 1,5 keer het vijfjaarsgemiddelde van het verliesniveau valt, een achtergestelde renteloze lening te verschaffen. Voor gevallen tot 2011 is het Rijk samen met de gemeenten voor 50% achtervanger, vanaf 1 januari 2011 is alleen het Rijk achtervanger. Een geldnemer betaalt voor een hypothecaire lening met NHG een eenmalige premie aan het WEW, waarvan het WEW een deel afdraagt aan het Rijk als vergoeding voor diens rol als achtervanger. Deze achtervangvergoeding wordt gestort in de in de tabel genoemde risicovoorziening waaruit een eventuele aanspraak op de achtervang allereerst zal worden opgevangen.

Het gegarandeerd vermogen is het bedrag aan hypotheken waarop een NHG-garantie is afgegeven verminderd met het bedrag aan garanties dat is vervallen door volledige aflossing, oversluiting of gedwongen verkoop en verminderd met de annuïtaire daling van de garantie. Het door WEW gegarandeerde vermogen groeit de komende jaren. Deze toename komt door het hoge aantal transacties en de stijgende prijzen op de koopmarkt en de hieruit volgende groei van het aantal nieuwe NHG garanties. Het gegarandeerd vermogen is geen weergave van het risico dat het WEW en de overheid (als achtervang van het fonds) lopen. Tegenover de hypothecaire leningen staat de actuele waarde van de desbetreffende woningen. Ook heeft de borgstelling enkel betrekking op een eventuele restschuld bij gedwongen verkoop. Het risicodragend gegarandeerd vermogen is het vermogen gecorrigeerd voor deze factoren en is daarmee een inschatting van de maximale schadelast voor het WEW als alle lopende hypotheekgaranties uitmonden in een gedwongen verkoop. Eind 2017 bedroeg het risicodragend gegarandeerd vermogen € 10,3 mld.

Het bufferkapitaal van het WEW neemt de komende jaren naar verwachting toe en verbetert zo de solvabiliteit van het fonds. Hierdoor ontstaat een buffer voor toekomstige aanspraken op het waarborgfonds.