Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Overzichtstabel bedrijfslevenbeleid en topsectoren

De tabel bevat een meerjarig overzicht van de middelen die in 2018–2023 beschikbaar zijn binnen de begrotingen van een aantal departementen voor het bedrijvenbeleid en de topsectoren. De indeling van de tabel geeft inzicht in de samenhang tussen de verschillende onderdelen. Voor een groot deel betreft dit het innovatiebeleid, dat uit een generieke pijler en een specifieke pijler bestaat. Het generieke beleid ondersteunt innovatie voor alle bedrijven, binnen en buiten de topsectoren (tabel A1 en A2). Ook de bijdrage van Buitenlandse Zaken (A3) is generiek van aard. De kern van het specifieke beleid is publiek-private samenwerking (PPS, tabel B1 en B2). Door een intensievere samenwerking tussen de excellente Nederlandse publieke kennisinfrastructuur en de bedrijven vindt de kennis beter zijn weg in innovatieve producten. PPS wordt gestimuleerd met de PPS-toeslag en de MIT. Internationale PPS wordt mogelijk gemaakt dankzij EU-cofinanciering (B2), daarnaast door de Innovatie Attachés en technologiemissies. Via het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds is € 100 mln beschikbaar gesteld voor hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten en (publiek-private samenwerking) op specifieke thema’s. Opbrengsten uit deze investeringen vloeien terug in het fonds. Onderdeel C bevat de instrumenten voor aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt en tot slot bestaat onderdeel D uit verschillende specifieke bijdragen van departementen aan voor hun relevante topsectoren.

In de tabel is ook aangegeven op welk begrotingsartikel de middelen op de departementale begrotingen staan. Daar zijn de hier getoonde reeksen vaak niet één op één terug te vinden, omdat hier alleen de middelen zijn getoond die samenhangen met het bedrijfslevenbeleid en topsectoren. Een afnemend deel van de middelen is reeds belegd met uitgaven voor lopende programma’s. De verantwoording over dit budget vindt plaats via de reguliere begrotingscyclus via de desbetreffende departementale begrotingen.

(kasbedragen x € 1 mln)

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Departement

Artikel

I Generiek

               
                 

A1. Ondernemerschap en innovatie

151

154

175

177

169

152

   

Financieringsinstrumenten Toekomstfonds

151

154

175

177

169

152

EZK

3

                 

A2. Fiscale maatregelen

1.169

1.211

1.211

1.211

1.211

1.211

   

Aftrek speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)

6

6

6

6

6

6

EZK/FIN

2, belastingplan

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)

1.163

1.205

1.205

1.205

1.205

1.205

EZK/FIN

2, belastingplan

                 

A3. Internationaal

217

255

241

241

241

235

   

Internationaal ondernemen en ontwikkelingssamenwerking

144

187

173

173

173

167

BH/OS

1,2,3

Dutch Good Growth Fund (DGGF)

73

68

68

68

68

68

BH/OS

1

                 

II Specifiek voor topsectoren

               
                 

B1. Kennis en innovatie

592

602

621

622

621

621

   

NWO

275

275

275

275

275

275

OCW/

EZK

16

NWO-TTW

26

23

23

24

24

24

EZK

2

KNAW

14

14

14

14

14

14

OCW

16

Toegepast onderzoek (TO2)

233

246

265

265

265

265

   

– TNO, Marin, NLR, Deltares

154

163

174

174

174

174

EZK

2,4

– Wageningen Research1

79

83

91

91

91

91

LNV

11

Profilering kennisinfrastructuur

44

44

44

44

44

44

OCW

16

                 

B2. Innovatie en PPS

265

264

271

278

278

274

   

PPS-toeslag

125

143

162

169

172

172

EZK

2

MKB Innovatiestimuleringsregeling Topsectoren

28

35

39

40

40

40

EZK

2

Cofinanciering EU-innovatieprogramma's en overige2

61

64

61

61

60

59

EZK

2

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek

50

22

9

7

5

3

EZK

3

                 

C. Onderwijs en arbeidsmarkt

41

42

38

33

28

25

   

Centers of Expertise

20

0

0

0

0

0

OCW

6

Regionaal investeringsfonds MBO3

21

42

38

33

28

25

OCW

4

                 

D. Specifieke bijdragen departementen

270

265

231

163

152

151

   

VWS: Life Sciences & Health/zorg

63

68

63

62

61

62

VWS

1, 2, 4, kader Zorg

EZK: Energie-innovatie (excl. ECN)

134

131

129

91

81

79

EZK

4

IenW: Logistiek4

25

22

17

0

0

0

IenW

divers H-XII, IF en DF

IenW: Water

27

23

0

0

0

0

IenW

divers H-XII, IF en DF

OCW: Creatief5

12

12

12

     

OCW

14

Defensie

8

10

10

10

10

10

DEF

6

                 

Totaal

2.705

2.793

2.788

2.725

2.700

2.669

   

Noot 1: In 2018 maakt Wageningen Research nog deel uit van de EZK-begroting. Vanaf 2019 is Wageningen research onderdeel van de LNV-begroting.

Noot 2: Overige betreft Holst, Werkbudgetten topsectoren en TTI-Transitiekosten.

Noot 3: Een deel van het geld van het regionaal investeringsfonds gaat ook naar publiek-private samenwerkingsverbanden buiten de topsectoren.

Noot 4: Voorbehoud voor de bijdrage vanuit IenW is dat deze alleen vrijkomt voor de door IenW goedgekeurde concrete projectvoorstellen vanuit de sector.

Noot 5: De reeksen Creatief liggen vast in de BIS (2017–2020).