Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

1. LEESWIJZER

De leeswijzer gaat in op de volgende onderwerpen:

  • 1.  Begrotingsstructuur;
  • 2.  Prestatiegegevens;
  • 3.  Groeiparagraaf;
  • 4.  Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s.

1. Begrotingsstructuur

Beleidsagenda

De beleidsagenda begint met het onderdeel beleidsprioriteiten. Aansluitend bij de missie van EZK heeft de beleidsagenda de volgende opbouw: Inleiding, Economisch beeld en uitdagingen voor EZK, Duurzaam Nederland, Ondernemend Nederland en Digitalisering. Na het onderdeel beleidsprioriteiten volgen: de belangrijkste begrotingsmutaties voor de uitgaven en de ontvangsten, het overzicht van de niet-juridisch verplichte uitgaven, de meerjarenplanning van de beleidsdoorlichtingen, het overzicht van de risicoregelingen en tenslotte de overzichtstabel bedrijfslevenbeleid en topsectoren.

Beleidsartikelen

Aansluitend op de beleidsagenda volgt de toelichting op de beleidsartikelen. Per beleidsartikel is een algemene doelstelling en een beschrijving van de rol en verantwoordelijkheid van de bewindspersonen opgenomen. Voor elk beleidsartikel zijn de belangrijkste beleidswijzigingen apart opgenomen onder het kopje «beleidswijzigingen». De financiële instrumenten zijn voorzien van een korte toelichting. Waar mogelijk wordt, voor een meer inhoudelijke en gedetailleerde beleidstoelichting, verwezen naar de relevante beleidsnota’s of brieven die al naar de Tweede Kamer zijn gestuurd.

In de budgettaire tabellen van de beleidsartikelen zijn de financiële instrumenten onderverdeeld naar de volgende categorieën: subsidies, opdrachten, garanties, leningen, bekostiging, bijdrage aan agentschappen, bijdrage aan ZBO’s/RWT’s, bijdrage aan (inter)nationale organisaties en bijdragen aan medeoverheden. Deze onderverdeling komt ook terug in de structuur van het beleidsartikel.

In de begroting voorts: (bijlage 2) een toelichting op de mutaties ten opzichte van de stand Voorjaarsnota, (bijlage 4) het subsidieoverzicht met hyperlinks naar de betreffende subsidie, de meeste recent uitgevoerde evaluatie en geprogrameerde eerstvolgende evaluatie en de geplande einddatum van subsidie en (bijlage 5) het overzicht van evaluatie- en overig onderzoek met alle meest recent uitgevoerde en geprogrammeerde beleidsdoorlichten en evaluaties met hyperlinks naar betreffende rapporten.

Begrotingsreserves

Een begrotingsreserve mag met toestemming van de Minister van Financiën ten laste van een begrotingsartikel worden aangehouden (artikel 2.21, lid 1 Comptabiliteitswet 2016). De begrotingsreserves zijn bestemd voor een concreet doel en kunnen alleen voor dat doel worden gebruikt. De begrotingsreserves op de EZK-begroting worden ingezet voor de volgende doelen:

  • •  Als borg voor de afgegeven garantstellingen (Borgstelling MKB-kredieten, Garantie Ondernemingsfinanciering, Groeifaciliteit, MKB financiering, garantieregeling Aardwarmte. Uit deze begrotingsreserves kunnen eventuele mismatches in de tijd tussen (premie-)inkomsten en uitgaven (verliesdeclaraties) worden opgevangen;
  • •  De uitfinanciering (op kasbasis) van reeds aangegane en deels nog aan te gane verplichtingen (reserve voor duurzame energie en lening ECN). Via de reserves blijven de middelen beschikbaar voor het specifieke doel tot het moment van uitbetaling.

Omvang reserves eind 2017 (x € 1 mln)

Totaal

% Juridisch verplicht

Specificatie naar type reserve (x € 1 mln)

Borg garanties

Duurzame energie

Lening ECN

Artikel 2

162,2

100%

162,2

   

Artikel 4

1.803,9

99,6%

22,6

1.774,7

6,6

Totaal

1.966,1

99,7%

184,8

1.774,7

6,6

In de Incidentele Suppletoire Begroting en in de 1e suppletoire begroting 2018 zijn geen mutaties verwerkt bij de begrotingsreserves.

In de betreffende beleidsartikelen (2 en 4) van deze begroting worden de bovengenoemde begrotingsreserves apart toegelicht (conform artikel 2.21, lid 2 Comptabiliteitswet 2016). Naar aanleiding van de toezegging van de Minister van Financiën aan de Algemene Rekenkamer en de aangenomen motie Ronnes c.s. (Kamerstuk 34 475, nr. 20) wordt het percentage juridisch verplicht voor de begrotingsreserves in de beleidsartikelen 2 en 4 toegelicht. Daarnaast zijn conform de motie Van Veldhoven en Koolmees (Kamerstuk 34 475, nr. 12) de eventuele aanvullende afspraken over de begrotingsreserves opgenomen.

Als opvolging van de motie Geurts (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 64) worden de geraamde wijzigingen gedurende het begrotingsjaar in de 1e en 2e suppletoire begroting inzichtelijk gemaakt. Zie ook de passage over de begrotingsreserves in paragraaf 3 van de leeswijzer (groeiparagraaf).

Overzicht maatregelen ten behoeve van het Energieakkoord

Conform de motie Leegte (Kamerstuk 2014–2015, 30 196, nr. 278) is in beleidsartikel 4 (Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering) een totaaloverzicht opgenomen van alle maatregelen van alle ministeries ten behoeve van het energieakkoord.

Overzichtstabel agentschappen

In het hoofdstuk «De agentschappen» is een overzichtstabel agentschappen opgenomen. In deze tabel is de aansluiting te maken tussen de «opbrengst moederdepartement» zoals opgenomen in de agentschapsparagrafen en de «bijdrage aan agentschappen» zoals opgenomen in de begrotingsartikelen. Eventuele resterende verschillen zijn toegelicht.

2. Prestatiegegevens

In de beleidsartikelen wordt onder de algemene doelstelling aangegeven waar de Minister van EZK voor verantwoordelijk is. Indien voor deze doelstellingen een directe relatie gelegd kan worden tussen het gevoerde beleid en de gewenste (maatschappelijke) uitkomst, zijn prestatie-indicatoren opgenomen. De voorwaarde voor het opnemen van een indicator is een (doen) uitvoerende rol van de Minister. Bij de doelstellingen waarbij EZK een belangrijke bijdrage kan leveren door de juiste randvoorwaarden te creëren en het resultaat afhankelijk is van externe factoren, is het niet of beperkt mogelijk om prestatie-indicatoren op te nemen en wordt volstaan met kengetallen over ontwikkelingen op het betreffende beleidsterrein. Daarnaast zijn, waar mogelijk, prestatie-indicatoren en kengetallen opgenomen op instrumentniveau, die inzicht geven in het bereiken van specifieke resultaten.

3. Groeiparagraaf

In 2018 is nog sprake van een EZK-begroting, met naast een begrotingsstaat voor EZK een aparte begrotingsstaat voor LNV. Deze twee begrotingsstaten zijn ook de basis voor de nieuwe zelfstandige begrotingen van LNV en EZK ingaande 2019. De beleidsartikelen 6 en 8 uit de EZK-begroting 2018 zijn met ingang van de begroting 2019 volledig overgeheveld naar de LNV-begroting (XIV). De nummering van deze beleidsartikelen is gewijzigd in respectievelijk artikel 11 en artikel 12. Op begrotingshoofdstuk LNV (XIV) zijn ook twee niet-beleidsartikelen vormgegeven. Het gaat om het apparaatsartikel 50 en artikel 51 Nog onverdeeld. Dit waren de artikelen 42 en 43 op begrotingshoofdstuk XIII van EZK. Als gevolg van de herverkaveling maakt de NVWA met ingang van 2019 onderdeel uit van de agentschapsbegroting van LNV. Dit geldt ook voor het Diergezondheidsfonds.

Vanwege de inzichtelijkheid van de cijfers is er voor gekozen om bij de beleidsartikelen 11 en 12 de ramingen inclusief t-1 en t-2 weer te geven op de LNV begroting, ofschoon voor die jaren de ramingen formeel onderdeel uitmaken van de EZK-begrotingen 2017 en 2018. Dit geldt ook voor de risicoregelingen waar LNV voor verantwoordelijk is. De uitgaven, ontvangsten en verplichtingen van 2017 en 2018 zijn gemaakt op de begroting van EZK (XIII), maar worden vanaf de begroting 2019 daar niet meer op gepresenteerd. Dezelfde benadering is ook gevolgd voor de toelichting op de belangrijkste beleidsmatige mutaties van LNV.

Naar aanleiding van de bij het wetgevingsoverleg over het jaarverslag 2016 (28 juni 2017) aangenomen Motie Weverling c.s. (Kamerstuk 34 725 XIII, nr. 10) is er bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2019 extra aandacht geweest voor het formuleren van de doelen en niet-financiële gegevens in de beleidsartikelen. Ook is er extra aandacht geweest voor de kwaliteit van de toelichtingen vanuit het perspectief van beleidsinformatie. Daarnaast is bij de beleidsartikelen aangegeven waar in de begroting aanvullende informatie te vinden is en welke informatiebronnen buiten de begroting interessant zijn.

In het wetgevingsoverleg over het Jaarverslag van EZ 2017 van 20 juni 2018 werd van de zijde van de Kamer aangedrongen op verdere verbetering van de informatie bij begrotingsreserves. Aan dit verzoek van de Kamer geef ik gehoor door in het vervolg:

  • •  In zowel de begroting als in jaarverslag aan te geven welk deel van de reserves wordt aangehouden voor reeds aangegane verplichtingen. Tot op heden gebeurde dit uitsluitend in de begroting.
  • •  In de begroting de reeds beschikbare informatie aan te vullen met een passage over te verwachten stortingen en onttrekkingen (geduid als «rolling forecast»). Daar waar er sprake is van concrete verwachtingen over stortingen en/of onttrekkingen is dit kwantitatief te specificeren. Zo niet, wordt kwalitatief het perspectief op toekomstige storingen en/of onttrekkingen geschetst. Deze informatie wordt uitsluitend in de begroting opgenomen, omdat het toekomstgerichte karakter hiervan zich minder goed verhoudt tot de functie van het jaarverslag (verantwoording).

Tijdens het wetgevingsoverleg heeft de Tweede Kamer tevens gevraagd naar extra toelichting op de stijgende uitgaven aan externe inhuur. Hier wordt in het apparaatsartikel 40 op ingegaan. Tevens treft u in de agentschapsparagraaf van DICTU en RVO een nadere toelichting aan.

Op basis van Motie Nijboer (Kamerstuk 34 960, nr. 10) presenteert EZK voortaan alle activiteiten betreffende gaswinning, schade, versterken en de toekomst van Groningen op één begrotingsartikel. Zo ontstaat samenhang en overzicht in de activiteiten en de besteding van middelen. Het beleidsartikel 5 «Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen» heet daarom nu beleidsartikel 5 «Een veilig Groningen met perspectief».

In deze begroting is de bijlage Europese geldstromen geschrapt. Het grootste deel van de bijlage Europese geldstromen zoals opgenomen in de begroting van het voormalige Ministerie van EZ heeft betrekking op het instrumentarium dat nu valt onder het Ministerie van LNV en wordt opgenomen in de begroting van het Ministerie van LNV. De Europese geldstromen die betrekking hebben op het Ministerie van EZK worden toegelicht in beleidsartikel 2 (Bedrijvenbeleid: innovatie en duurzaam ondernemen).»

4. Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s.

Motie Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw c.s. ingediend en aangenomen (Kamerstuk 2010–2011, 21 501-20, nr. 537). Deze motie beoogt de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma’s een eigenstandige plaats te geven in de departementale begrotingen. De Europese Commissie heeft een landenspecifieke aanbeveling gedaan omtrent investeringen in onderzoek en innovatie. In het beleidsartikel 2 (Bedrijvenbeleid: innovatie en duurzaam ondernemen) wordt ingegaan op de uitwerking van de aanbeveling.

Motie Hachchi c.s.

Ter uitvoering van de motie Hachchi c.s. (Kamerstuk 33 000 IV, nr. 28) brengen departementen in kaart welke uitgaven zij doen in Caribisch Nederland, uitgesplitst per instrument. Hiervoor geldt een ondergrens van € 1 mln. De totale uitgaven van EZK voor Caribisch Nederland in 2019 bedragen € 4,9 mln. Deze uitgaven zijn verdeeld over de beleidsartikelen 1, 2, en 4. De uitgaven voor het beleidsartikel 1 zijn lager dan de ondergrens van € 1 mln en worden derhalve niet opgenomen in de budgettaire tabel.