Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
Rijksbegroting Overzicht Voorbereiding Uitvoering Verantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Artikel 1 Volksgezondheid

1. Algemene doelstelling

 

1981

2005

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

1. Absolute levensverwachting in jaren:

                   

– mannen

72,7

77,2

78,8

79,2

79,1

79,4

79,9

79,7

79,9

80,11

– vrouwen

79,3

81,6

82,7

82,9

82,8

83,0

83,3

83,1

83,1

83,3

2. Waarvan jaren in goed ervaren gezondheid:

                   

– mannen

59,9

62,5

63,9

63,7

64,7

64,6

64,9

64,6

64,9

65,0

– vrouwen

62,4

61,8

63,0

63,3

62,6

63,5

64,0

63,2

63,3

63,8

Noot 1: Voorlopige cijfers

Bron

1. Staat van Volksgezondheid en Zorg

De levensverwachting van in Nederland geboren vrouwen in 2017 bedroeg 83,3 jaar. Dat is 3,2 jaar hoger dan die van mannen (80,1 jaar). Sinds 1981 is het verschil in levensverwachting tussen de seksen kleiner geworden. Mannen boekten vanaf 1981 een winst van 7,4 jaar, vrouwen zijn gemiddeld 4,0 jaar ouder geworden.

2. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Voor het berekenen van levensverwachting in goed ervaren gezondheid is het aantal «gezonde» jaren bepaald op basis van een vraag naar de ervaren gezondheid. In de loop der jaren is de vraag naar de ervaren gezondheid op twee (vrijwel identieke) manieren gesteld, namelijk:

1. Hoe is het over het algemeen met uw gezondheid?

2. Hoe is over het algemeen de gezondheidstoestand van de onderzochte persoon?

Mensen die deze vraag beantwoorden met «goed» of «zeer goed» worden gezond genoemd.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

Een belangrijke beleidsopgave voor de Minister van VWS is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers. Mensen zijn in eerste instantie echter wel zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid en dienen zichzelf -indien mogelijk- te beschermen tegen gezondheidsrisico’s. De verantwoordelijkheid voor veilig voedsel en veilige producten ligt primair bij het bedrijfsleven. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), een agentschap van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), ziet namens VWS onder meer toe op de naleving van de Warenwet en de Tabakswet. Op het gebied van voedselveiligheid en consumenteninformatie zijn vrijwel uitsluitend Europese Verordeningen rechtstreeks van toepassing.

De Minister vervult de volgende rollen:

Stimuleren:

  • –  Bevorderen dat mensen gezonder leven door gezonde keuzes makkelijker te maken en te zorgen voor betrouwbare informatie over een gezonde leefstijl.
  • –  Inzetten op een gezonder aanbod van voeding (Akkoord Verbetering Productsamenstelling).

Financieren:

  • –  Financieren van doelmatige, kwalitatieve en toegankelijke bevolkingsonderzoeken ter voorkoming en vroegtijdige opsporing van levensbedreigende ziekten, zoals borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker.
  • –  Financiering Nationaal Programma Grieppreventie.
  • –  Financiering van de neonatale hielprikscreening en de prenatale screeningen.
  • –  Vroegtijdige opsporing en bestrijding van infectieziekten. Dit betreft onder andere de financiering van het Rijksvaccinatieprogramma en de bescherming tegen infectieziekten.
  • –  Financiering voor het uitvoeren van wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed door het RIVM. Dit betreft onder andere infectieziektebestrijding en medische milieukunde.
  • –  Financiering van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting.
  • –  Financiering van de abortusklinieken.
  • –  Financiering van de landelijke ondersteuningsstructuur ten behoeve van de kwaliteit en doelmatigheid van zorg.

Regisseren:

  • –  Het opstellen van een wettelijk kader voor bescherming van consumenten tegen onveilige producten en levensmiddelen en het handhaven ervan door de NVWA.
  • –  Het opstellen van een wettelijk kader voor de bescherming van de gezondheid van burgers tegen de risico’s van het gebruik van alcohol en tabak en doen handhaven ervan door gemeenten respectievelijk de NVWA.
  • –  Het opstellen van een wettelijk kader voor de bescherming van proefpersonen bij medisch-wetenschappelijk onderzoek zonder de voortgang van de medische wetenschap onnodig te belemmeren, en het toezicht houden op de toetsing en uitvoering van het onderzoek.
  • –  Aandacht voor een gezonde, beweegvriendelijke en veilige omgeving waarin de gezonde keuze de makkelijke keuze is.
  • –  Het tegengaan van ontstaan en verspreiding van antibioticaresistentie in de gezondheidszorg, voedsel, milieu en binnen de dierhouderij, in nauwe samenwerking met het Ministerie van EZK.
  • –  Opstellen wettelijk kader en doen handhaven van de kwaliteit van de jeugdgezondheidszorg.
  • –  In het geval van A-ziekten (Wet publieke gezondheid) geeft de Minister leiding aan de bestrijding van deze infectieziekten.
  • –  Coördinatie van het interdepartementaal drugsbeleid en zorgen voor het wettelijk kader (Opiumwet) en voor de gezondheidsaspecten van het drugsbeleid.
  • –  Het formuleren van wet- en regelgeving en beleid op het terrein van medisch-ethische vraagstukken.

3. Beleidswijzigingen

Beleidswijzingen Regeerakkoord/ Beleidsagenda bewindspersonen VWS

Thema Jeugd en Familie

Kansrijke start

Ongeveer 14% van de kinderen heeft geen goede start bij de geboorte, dat wil zeggen wordt te vroeg geboren, heeft een te laag geboortegewicht of allebei (Pregnancy and childbirth, Waelput et al. BMC, 2017). Als een kind tijdens de eerste 1.000 dagen van het leven blootstaat aan stress, rook, slechte voeding, mishandeling of andere risicofactoren, dan heeft dat een negatief en vaak blijvend effect op zijn of haar ontwikkeling. Een goede start begint al voor de geboorte van het kind; zelfs nog vóór de conceptie en tijdens de zwangerschap.

Om ervoor te ervoor te zorgen dat meer kinderen een kansrijke start krijgen is in 2018 gestart met een actieprogramma Kansrijke start. Dit programma zet hierbij in op extra ondersteuning voor kwetsbare gezinnen, inclusief gezinnen waar (al dan niet tijdelijk) sprake is van een kwetsbare opvoedsituatie, rondom bewust zwanger worden, een goede zwangerschap en veilig ouderschap. Daarbij is een goede koppeling tussen het medische en sociale domein (inclusief publieke gezondheid) essentieel, zodat meer kinderen een kansrijke start krijgen. Daarbij spelen gemeenten een belangrijke rol. We zetten de komende kabinetsperiode in op:

  • –  Voor de zwangerschap: goed voorbereid zwanger en minder ongeplande zwangerschappen door o.a. landelijke beschikbaarheid van Nu Niet Zwanger.
  • –  Tijdens zwangerschap: eerder signaleren van problemen door o.a. prenatale huisbezoeken.
  • –  Na de zwangerschap: meer ouders zijn toegerust voor opvoedtaken en minder uithuisplaatsingen door o.a. flexibele contactmomenten JGZ en opvoedondersteuning bij kwetsbare ouders.

Lokale coalities van gemeenten, verzekeraars, verloskundigen, jeugdartsen, huisartsen en wijkteams werken een ketenstandaard kansrijke start uit. Daarin worden afspraken over de uitvoering van de maatregelen en de samenwerking tussen partijen opgenomen.

Thema Preventie

Preventie in zorg

Ook in de zorg komt steeds meer aandacht voor het belang van preventie, voorkomen is beter dan genezen. Om dit te bevorderen loopt het traject preventie in het zorgstelsel. De beleidsmaatregelen hebben tot doel gemeenten en zorgverzekeraars te stimuleren gezamenlijk werk te maken van preventie voor risicogroepen zoals mensen met overgewicht en kwetsbare ouderen. Bijvoorbeeld door het stimuleren van de opname van kansrijke, effectieve interventies in het basispakket en van de samenwerking tussen het medische en het sociale domein. Met ingang van 2019 is het mogelijk de «gecombineerde leefstijl interventie» (GLI) voor mensen met overgewicht/obesitas uit de Zorgverzekeringswet te vergoeden (TK 32 793, nr. 300 van 26 april 2018). In 2019 vindt verdere implementatie van de GLI plaats.

Preventieakkoord

Er wordt hard aan gewerkt om het preventieakkoord in oktober 2018 met veel maatschappelijke partijen te sluiten voor de thema’s roken, problematisch alcoholgebruik en overgewicht/obesitas. Het preventieakkoord zal de hele kabinetsperiode doorwerking hebben. Het jaar 2019 is het eerste volledige implementatiejaar waarin naast de uitvoering van de afspraken in het akkoord ook de governance, borging en monitoring vorm krijgen. Uw Kamer wordt jaarlijks (eerste kwartaal 2019) over de voortgang van de uitvoering van de afspraken geïnformeerd.

Zoals eerder aangekondigd zal het nationaal programma preventie ook worden voortgezet (tot en met 2021) met maatregelen om andere – dan de drie thema’s in het preventieakkoord- urgente opgaven zoals depressie, dementie, stress op de werkvloer en dergelijke ook aan te pakken.

Depressiepreventie

Op basis van het meerjarenprogramma depressiepreventie (TK 32 793, nr. 259) is er in 2019 voor alle risicogroepen (tieners, pas bevallen moeders, patiënten bij huisartsen, mantelzorgers en jonge werkende vrouwen) een plan van aanpak in uitvoering. Uw Kamer wordt in het najaar van 2019 geïnformeerd over de stand van zaken van dit meerjarenprogramma en een eventueel vervolg op de «Hey publiekscampagne».

Onbedoelde zwangerschappen

Nederland behoort wereldwijd tot de landen met het laagste geboortecijfer en ook het aantal tienerzwangerschappen is in internationaal perspectief laag. Tegelijkertijd is in Nederland één op de vijf vrouwen ooit onbedoeld zwanger geweest en was 68% van deze zwangerschappen ongewenst (https://fiom.nl/kenniscollectie/ongewenste-zwangerschap/cijfers-en-feiten). Ondanks de in internationaal perspectief gunstige cijfers, is er dus verbetering mogelijk.

Voor het onderwerp onbedoelde (tiener) zwangerschappen is in het Regeerakkoord voor 2019 € 17,2 miljoen beschikbaar gesteld. Veldpartijen hebben in 2018 gezamenlijk een plan van aanpak ingediend waarin ze aangeven wat zij kunnen bijdragen aan het verminderen van onbedoelde (tiener)zwangerschappen en het ondersteunen van vrouwen en hun partner die te maken hebben met een ongewenste zwangerschap door middel van keuzebegeleiding. Thema’s die aan de orde komen zijn bijvoorbeeld: preventie op scholen, keuzehulpgesprekken, campagnes en specifiek beleid op hoogrisicogroepen. Dit najaar ontvangt de Kamer een brief waarin de aanpak nader wordt uitgewerkt. In 2019 zullen de veldpartijen met deze thema’s aan de slag gaan, zoveel mogelijk met gezamenlijke plannen.

De Kamer zal in 2019 over de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak worden geïnformeerd.

Thema gezondheidsbescherming

Antibioticaresistentie

Antibioticaresistentie (ABR) kan de volksgezondheid in gevaar brengen. In toenemende mate worden wereldwijd bacteriën ongevoelig voor antibiotica. Daarom werken we via het programma ABR (2015–2019) aan een integrale aanpak (one health) om resistentie te voorkomen en de gevolgen van resistentie zoveel mogelijk terug te dringen. Dit betekent voor 2019 onder andere het volgende.

  • –  Er is door het nieuwe «samenwerkingsverband richtlijnen infectiepreventie» gestart met de actualisatie van de richtlijnen infectiepreventie.
  • –  De 10 regionale ABR zorgnetwerken zijn volledig operationeel en voorkomen door goede samenwerking en informatie uitwisseling dat resistente bacteriën worden verspreid.
  • –  Uitvoering geven aan het programma «Aanpak antibioticaresistentie in verpleeghuizen» en opschaling tot 500 verpleeghuislocaties (infectiepreventie en bewustwording).
  • –  IGJ zet zowel bij ziekenhuizen als verpleeghuizen onverminderd in op het toezicht op infectiepreventie en zorgvuldig gebruik van antibiotica.
  • –  Inzet op innovatie en onderzoek nieuwe middelen, alternatieven en betere diagnostiek.

Gezien het feit dat het huidige programma in 2019 afloopt, wordt eind 2019 een besluit genomen over het al dan niet geven van een vervolg hieraan. De Kamer wordt jaarlijks via een brief over de voortgang van het programma geïnformeerd.

Veilig voedsel

Met het oog op de voedselveiligheid en het voorkomen van voedselfraude wordt gewerkt aan aanvullende maatregelen op het terrein van voedselveiligheid en voedselfraude. Zo wordt, vooral in Europees verband, gewerkt aan mogelijke maatregelen voor onder andere voedselcontact- materialen, minerale oliën, Campylobacter, Toxoplasma, aangepaste monitoring van residuen van stoffen en maatregelen om aanwezigheid van contaminanten zoals acrylamide en kwik in voedsel te voorkomen.

Het incident fipronil in eieren in 2017 heeft een aantal knelpunten in het systeem van de beheersing van de voedselveiligheid blootgelegd. De Commissie Sorgdrager heeft medio 2018 een aantal aanbevelingen gedaan aan de departementen VWS en LNV, aan de NVWA en de betrokken pluimveesectoren. Ten slotte is goede informatie op het etiket van levensmiddelen nodig om de misleiding van consumenten te voorkomen.

Alle maatregelen moeten bijdragen aan de borging van het hoge niveau van voedselveiligheid in Nederland en het behoud van het vertrouwen van consumenten in voedsel.

Voor 2019 hebben daarom de volgende onderdelen de aandacht:

  • –  de uitwerking van de aanbevelingen van de Commissie Sorgdrager, die zich richten op het versterken van de aandacht voor voedselveiligheid, de evaluatie van het Actieplan etikettering van levensmiddelen.

Thema Medische ethiek

Het doel van dit kabinet is om bij medisch-ethische vraagstukken te komen tot beleid dat kan rekenen op breed draagvlak binnen onze samenleving; dat aansluit bij ons moreel kompas. Het kabinet hanteert daarbij drie vragen: een vraag naar de medisch-wetenschappelijke noodzaak, naar de medisch-ethische dimensie en naar maatschappelijke discussie en politieke bezinning.

In 2019 wordt uitvoering gegeven aan de nota medische ethiek die op 6 juli 2018 aan uw Kamer is aangeboden (TK 34 990, nr.1). Uw Kamer wordt over de voortgang van de in de nota genoemde onderwerpen, geïnformeerd.

In 2019 gaat het met name om:

  • –  De start van een onderzoeksprogramma bij ZonMw om alternatieven voor onderzoek met embryo’s te stimuleren. In het programma wordt onderzocht of, en zo ja hoe met behulp van (geïnduceerde pluripotente) stamcellen ernstige erfelijke ziekten kunnen worden voorkomen. De ambitie is dat Nederland een leidende rol gaat spelen in het internationale wetenschappelijke veld.
  • –  Wijzigingsvoorstel voor de Embryowet om:
    • 1.  geslachtskeuze bij het risico op een ernstige erfelijke aandoening met ongelijke geslachtsincidentie mogelijk te maken;
    • 2.  te voorzien in een expliciete grondslag voor het gebruik van restmateriaal (embryo’s en geslachtscellen) voor kwaliteitsbewaking in fertiliteitsklinieken.
  • –  Een voorstel voor regulering op basis van het advies van de Gezondheidsraad over regulering cybriden en iPS-chimaeren en de voorlichting van de Raad van State.
  • –  Wijzigingsvoorstel voor de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting. Naar aanleiding van de brief over het Actieplan ondersteuning donorkinderen wordt het toezicht op het aantal kinderen per donor versterkt. Daarnaast wordt het met deze wet voor halfbroers en -zussen makkelijker om met elkaar in contact te komen als daar behoefte aan is.
  • –  De evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap. ZonMw heeft in 2018 de opdracht gekregen om de Waz te evalueren.
  • –  Onderzoek naar de omvang en de omstandigheden van de groep mensen voor wie de door de commissie Schnabel genoemde ruime interpretatie en toepassing van de bestaande euthanasiewetgeving onvoldoende soelaas biedt in de ogen van betrokkenen.

Overige beleidswijzigingen

Landelijke nota Gezondheidsbeleid

De Kamer ontvangt eind 2019 de vierjaarlijkse landelijke nota Gezondheidsbeleid. Bij het opstellen van de nota zal onder meer gebruik worden gemaakt van de inzichten die zijn opgedaan uit de in 2018 verschenen Volksgezondheid Toekomst Verkenningen (VTV) (TK 32 793, nr. 286).

4. Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

713.544

693.573

681.398

676.925

673.233

694.988

691.537

                   

Uitgaven

621.682

674.665

730.754

683.879

676.433

694.988

691.537

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

93,70%

       
                   

1. Gezondheidsbescherming

107.563

116.307

125.386

124.870

124.906

140.780

136.774

                   
 

Subsidies

3.980

10.763

20.026

20.842

20.913

16.242

12.242

   

Uitvoering landelijke nota gezondheidsbeleid / Nationaal Programma Preventie

3.703

10.413

19.551

20.367

20.563

15.992

11.992

   

Overig

277

350

475

475

350

250

250

                   
 

Opdrachten

1.894

2.601

1.827

1.816

2.014

1.891

1.891

   

Aanschaf Jodiumtabletten

375

0

0

0

0

0

0

   

Overig

1.519

2.601

1.827

1.816

2.014

1.891

1.891

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

101.464

102.920

103.396

102.075

101.842

102.069

102.064

   

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

81.760

83.602

86.720

85.449

85.449

85.454

85.454

   

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

19.704

18.158

15.831

15.831

15.229

15.229

15.228

   

Overig

0

1.160

845

795

1.164

1.386

1.382

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

207

0

0

0

0

0

0

   

Overig

207

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

18

23

137

137

137

20.578

20.577

   

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

0

12

126

126

126

126

126

   

Lokaal verbinden

0

0

0

0

0

20.000

20.000

   

Overig

18

11

11

11

11

452

451

                   

2. Ziektepreventie

439.051

469.291

521.403

472.598

467.377

470.057

470.738

                   
 

Subsidies

230.853

241.284

262.109

246.645

237.772

238.921

239.527

   

Ziektepreventie

7.586

8.864

26.294

14.529

8.208

6.605

6.605

   

RIVM: Regelingen publieke en seksuele gezondheid

205.337

213.805

211.225

207.675

205.351

208.337

208.943

   

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

17.930

18.615

24.590

24.441

24.213

23.979

23.979

                   
 

Opdrachten

475

417

11.050

11.151

11.151

11.152

11.152

   

(Vaccin)onderzoek

0

0

11.027

11.027

11.027

11.027

11.027

   

Overig

475

417

23

124

124

125

125

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

206.834

226.572

247.226

213.784

217.435

218.965

219.040

   

RIVM: Opdrachtverlening Centra

206.834

226.572

247.226

213.784

217.435

218.965

219.040

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

889

1.018

1.018

1.018

1.019

1.019

1.019

   

Overig

889

1.018

1.018

1.018

1.019

1.019

1.019

                   

3. Gezondheidsbevordering

55.621

69.223

64.571

67.512

65.247

65.254

65.125

                   
 

Subsidies

38.817

48.682

45.217

46.112

44.080

44.085

44.082

   

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

9.361

11.026

10.037

9.207

8.685

8.587

8.587

   

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

15.066

18.149

15.052

15.107

13.591

13.191

13.191

   

Letselpreventie

3.987

4.340

4.151

4.158

4.158

4.158

4.158

   

Bevordering kwaliteit en toegankelijkheid zorg

6.203

5.199

4.598

4.598

4.598

4.598

4.598

   

Bevordering van seksuele gezondheid

2.965

7.783

11.287

12.587

12.587

12.588

12.588

   

Overig

1.235

2.185

92

455

461

963

960

                   
 

Opdrachten

3.227

6.389

4.120

5.181

5.181

5.181

5.181

   

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

2.854

3.100

3.100

3.100

3.100

3.100

3.100

   

Communicatie verhoging leeftijdsgrenzen alcohol en tabak

0

0

0

1.060

1.060

1.060

1.060

   

Overig

373

3.289

1.020

1.021

1.021

1.021

1.021

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

0

381

643

634

480

480

355

   

Overig

0

381

643

634

480

480

355

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

146

191

728

728

728

728

   

Overig

0

146

191

728

728

728

728

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

13.577

13.625

14.400

14.857

14.778

14.780

14.779

   

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

13.577

13.303

13.303

13.303

13.303

13.303

13.302

   

Overig

0

322

1.097

1.554

1.475

1.477

1.477

                   

4. Ethiek

19.447

19.844

19.394

18.899

18.903

18.897

18.900

                   
 

Subsidies

18.363

17.784

17.709

17.214

17.218

17.212

17.215

   

Abortusklinieken

16.543

16.081

16.092

16.106

16.110

16.104

16.107

   

Beleid Medische Ethiek

1.820

1.703

1.617

1.108

1.108

1.108

1.108

                   
 

Opdrachten

83

341

341

341

341

341

341

   

Overig

83

341

341

341

341

341

341

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

1.001

1.719

1.344

1.344

1.344

1.344

1.344

   

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

1.001

1.719

1.344

1.344

1.344

1.344

1.344

                   

Ontvangsten

18.716

8.403

11.903

11.903

11.903

11.903

11.903

   

Bestuurlijke boetes

6.981

5.400

5.400

5.400

5.400

5.400

5.400

   

Overig

11.735

3.003

6.503

6.503

6.503

6.503

6.503

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2019 van € 345,1 miljoen is 94,3% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van de tot en met 2019 aangegane verplichtingen op basis van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS én de Subsidieregelingen publieke gezondheid, Preventiecoalities, NODOK, NIPT en Abortusklinieken.

Opdrachten

Van het budget voor 2019 van € 17,3 miljoen is 75,4% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van verplichtingen die tot en met 2018 zijn aangegaan.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget betreft de financiering van de opdrachtverlening voor 2019 aan het RIVM, de NVWA en het CIBG. Op basis van het offertetraject is het budget 2019 van € 352,6 miljoen voor 97,8% juridisch verplicht.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Dit betreft de Afgifte van Schengenverklaringen via het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Het budget voor 2019 van € 0,2 miljoen is voor 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan medeoverheden

Dit betreft de heroïneverstrekking door gemeenten op medisch voorschrift via een toevoeging aan het gemeentefonds, de bijdrage aan het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de bijdrage aan Caribisch Nederland inzake de Tijdelijke Regeling Publieke Gezondheid. Het budget voor 2019 van € 15,6 miljoen is voor 97,5% juridisch verplicht.

5. Toelichting op de instrumenten

Subsidies

Uitvoering landelijke nota gezondheidsbeleid/Nationaal Programma Preventie

In 2019 zal verdere uitwerking worden gegeven aan de voornemens die zijn opgenomen in landelijke nota gezondheidsbeleid die in december 2015 (TK 32 793, nr. 204) is verschenen.

De uitgaven op dit instrument betreffen onder andere:

  • – 

    Nationaal Programma Preventie (NPP) (€ 3 miljoen)

    Het Nationaal Programma Preventie (NPP) wordt tot 2021 voortgezet (TK 32 793, nr. 245). Via het programmabureau Alles is gezondheid... worden maatschappelijke initiatieven gestimuleerd die bijdragen aan een gezonder Nederland. Maatschappelijke organisaties zijn daar zelf verantwoordelijk voor. Netwerkvorming en kennisdeling worden daarbij benut om het bereik en de impact van deze initiatieven te vergroten.

  • – 

    Preventiecoalities (€ 4,8 miljoen)

    Dit betreft het faciliteren van samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars onder de noemer preventiecoalities. Dit gebeurt door middel van bijdragen in de kosten van de procescoördinatie voor effectieve preventieactiviteiten voor risicogroepen met als doel de gezondheid van deze groep te verbeteren.

  • – 

    Veenkoloniën (€ 1,3 miljoen)

    Het amendement Wolbert (TK 34 000, nr. 43) vraagt om een regionale aanpak van gezondheidsachterstanden in de Veenkoloniën waar meerdere gemeenten en regionale (zorg)organisaties bij betrokken zijn. VWS financiert deze regionale aanpak. Het programma besteedt nadrukkelijk aandacht aan de wensen, behoefte en participatie van bewoners.

  • – 

    Depressiepreventie (€ 0,8 miljoen)

    VWS financiert de uitvoering van een meerjarenprogramma om te komen tot meer aandacht voor depressiepreventie (TK 32 93, nr. 259). In het meerjarenprogramma wordt toegewerkt naar een sluitende keten van «nuldelijn» (wat kunnen mensen zelf doen) tot «tweedelijn» (wat kunnen professionals doen) bij de zes hoogrisicogroepen: jongeren, jonge vrouwen, huisartsenpatiënten, werknemers in stressvolle beroepen, chronisch zieken en mantelzorgers. Daarbij ligt de focus in 2019 bij jongeren en jonge vrouwen.

  • – 

    Effectieve interventies (€ 4 miljoen, waarvan € 3 miljoen uit het Regeerakkoord)

    Financiering van longitudinaal epidemiologisch onderzoek, met daarin ook informatie die beschikbaar is in biobanken. Het doel is waargenomen trends in de volksgezondheid te kunnen verklaren en aangrijpingspunten voor effectieve preventieve interventies te vinden.

Kansrijke start (€ 4,9 miljoen)

Om ervoor te zorgen dat meer kinderen een kansrijke start krijgen is in 2018 gestart met een actieprogramma Kansrijke start. Dit programma zet hierbij in op extra ondersteuning voor kwetsbare gezinnen, inclusief gezinnen waar (al dan niet tijdelijk) sprake is van een kwetsbare opvoedsituatie, rondom bewust zwanger worden, een goede zwangerschap en veilig ouderschap.

Bijdragen aan agentschappen

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

De Minister van VWS is opdrachtgever voor het agentschap Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA heeft een centrale rol bij het bewaken van de veiligheid van voedsel- en consumentenproducten op grond van de wettelijke normen. Hiervoor is in 2019 € 86,7 miljoen beschikbaar. Dit is inclusief een deel van de middelen uit de Regeerakkoord envelop «capaciteit NVWA» naar de begroting van VWS. Deze eerste tranche heeft een totale omvang van € 5 miljoen structureel vanaf 2019. Van deze middelen is 2/3 beschikbaar voor LNV en 1/3 voor VWS. Daarnaast is door het vorige kabinet eenmalig € 25 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de NVWA. Vanuit die extra middelen is € 4 miljoen incidenteel voor 2019 ingezet (idem voor LNV 2/3 en VWS 1/3). De extra middelen worden ingezet voor meer capaciteit voor het toezicht op voedselveiligheid en dierenwelzijn. De intensivering bij de NVWA vindt onder andere plaats door te investeren in digitaal toezicht, het versterken van Inlichtingen en Opsporingsdienst (IOD) en door een pilot te starten met cameratoezicht in slachthuizen.

In onderstaande tabel is weergegeven hoe het aantal verloren levensjaren door voedselinfecties zich ontwikkelt.

Kengetallen voedselveiligheid: Aantal verloren gezonde levensjaren ten gevolge van voedselinfecties door ziekteverwekkende micro-organismen in voedsel in Nederland gegevens 2016 (RIVM Letter Reports disease burden 2012, 2013, 2014 en 2016; M. Bouwknegt et al.)

Micro-organismen

Aantal verloren gezonde levensjaren (DALY=Disability Adjusted Life Year)1
   
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Toxoplasma gondii

1.093

1.068

1.088

1.063

1.062

1.100

Campylobacter spp.

1.951

1.917

1.869

1.691

1.501

1.300

Salmonella spp.

1.486

670

649

643

757

680

S. aureus toxine

194

194

193

192

192

190

C. perfringens toxine

176

176

177

177

177

180

Norovirus

297

286

285

301

375

270

Rotavirus

161

186

78

165

88

140

B. cereus toxine

28

28

28

28

28

29

Listeria monocytogenes

94

68

191

165

310

190

STEC O157

61

61

61

61

61

61

Giardia spp.

29

29

29

29

29

29

Hepatitis-A virus

7

7

6

5

5

6

Cryptosporidium spp.

6

11

11

19

22

14

Hepatitis-E virus

34

30

73

103

102

70

Totaal

5.618

4.732

4.738

4.642

4.708

4.200

Noot 1: DALY=Disability Adjusted Life Year. Maat voor ziektelast in een populatie uitgedrukt in tijd; opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte) en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). In deze maat komen de drie belangrijke aspecten van de volksgezondheid terug: kwantiteit (levensduur), kwaliteit van leven en het aantal personen dat een effect ondervindt.

De getallen zijn gebaseerd op het aantal jaarlijks gerapporteerde gevallen en de daarmee gepaarde ziektelast gecorrigeerd voor: i) de dekkingsgraad (indien van toepassing); ii) onderdiagnose en onderrapportage; en iii) het feit dat niet elke zieke medische zorg nodig heeft. Het berekeningsmodel voor deze getallen kent een schattingselement omdat het gebaseerd is op een aantal aannames. Daarom worden de kengetallen als afgeronde getallen weergegeven.

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

Het RIVM heeft de wettelijke taak periodiek te rapporteren over de toestand en de toekomstige ontwikkeling van de volksgezondheid. Het RIVM vormt voorts samen met een zevental kennisinstellingen een consortium, dat verantwoordelijk is voor de Staat van Volksgezondheid en Zorg (www.staatvenz.nl), kerncijfers voor beleid. Via deze webportal worden actuele en eenduidige cijfers beschikbaar gesteld over de domeinen van het Ministerie van VWS. Verder voert het RIVM opdrachten uit op terrein van Sport, Geneesmiddelen en Medische Technologie en Risicoschatting en -beoordeling voor Beleid. In totaal is voor het RIVM voor deze taken in 2019 € 15,8 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Uitvoering van het preventieprogramma via ZonMw

Betreft de verdere uitvoering van het vijfde Preventieprogramma (PP5). Dit programma levert kennis op die bijdraagt aan de doelstellingen van het Nationaal Programma Preventie (NPP). Verder gaat in 2019 het zesde Preventieprogramma van start. In dit onderzoeksprogramma zal worden aangesloten bij de «Kennisagenda preventie. Nationale wetenschapsroute Gezondheidsonderzoek, preventie en behandeling», de uitkomsten van de onderzoeks- en ontwikkelagenda’s van de VTV-2018 van het RIVM, het onderbouwen van de effectiviteit van interventies en de opbrengsten van de eerdere preventieprogramma’s, zodat kennis die werkt beter ontsloten zal worden.

De hiervoor beschikbare middelen (€ 7 miljoen in 2019) staan verantwoord op artikel 4 Zorgbreed beleid. In de paragraaf «Toelichting op de instrumenten» van artikel 4 is een overzichtstabel opgenomen.

Bijdragen aan medeoverheden

Lokaal verbinden

Financiering van het programma «Gezond in...» (TK 32 793, nr. 267). Het beschikbare budget van jaarlijks € 20 miljoen is voor de periode 2018 tot en met 2021 overgeheveld naar het gemeentefonds en wordt via een decentralisatie-uitkering aan de gemeenten beschikbaar gesteld.

2. Ziektepreventie

Subsidies

Ziektepreventie

De Minister zorgt op het terrein van de ziektepreventie subsidies (€ 26,3 miljoen) voor een goede bescherming tegen infectieziekten, preventie van chronische ziekten en de jeugdgezondheidszorg (JGZ) door onder andere te zorgen voor:

  • –  Een goede landelijke structuur om bekende en onbekende infectieziektedreigingen inclusief zoönosen en vectorgebonden aandoeningen snel te kunnen signaleren en bestrijden.
  • –  Het internationaal uitwisselen van informatie en afstemmen van voorbereidings- en bestrijdingsmaatregelen.
  • –  Subsidiëring van het Nederlands Lymeziekte-expertisecentrum dat zich inzet om de preventie, diagnostiek en behandeling van de ziekte van Lyme te verbeteren, waarbij alle betrokken partijen hun eigen inbreng leveren.
  • –  Subsidiëring van de stichting Q-support om patiënten, die na de Q-koorts-epidemie te maken hebben met langdurige klachten, te ondersteunen, te adviseren en te begeleiden.
  • –  Het ondersteunen van het Kennisplatform Intensieve Veehouderij en Humane Gezondheid dat handvatten kan meegeven aan lokale bestuurders voor de afweging van gezondheid in de bestuurlijke beslissingen bij ontwikkelingen in de veehouderij.
  • –  Het in internationaal verband initiëren en implementeren van doelgerichte acties om antibioticaresistentie te voorkomen en te verminderen. Het opzetten van regionale zorgnetwerken antibioticaresistentie en het verbeteren van de surveillance systemen. Het financieren van onderzoek om de ontwikkeling van nieuwe antibiotica en alternatieven voor antibiotica te stimuleren, zoals verwoord in de Kamerbrief van 24 februari 2017 (TK 32 620 nr. 187).
  • –  Financiering van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) voor activiteiten gericht op het ondersteunen van de JGZ-organisaties en de professionals bij het invoeren van vernieuwingen en verbeteringen in de praktijk.

Verder ontvangen Q-koortspatiënten een vorm van tegemoetkoming als gebaar ter erkenning van de grote gevolgen die zij hebben ondervonden (TK 25 295, nr.43)(voor de totale tegemoetkoming is € 15,5 miljoen beschikbaar, waarvan € 9,6 miljoen in 2019).

Na vaccinatie tegen Mexicaanse griep in 2009 is een aantal personen gediagnostiseerd met narcolepsie. In goed overleg met de betrokkenen wordt momenteel een zorgvuldig proces doorlopen, waarbij onder meer onafhankelijke deskundigen worden geraadpleegd. Het doel van dit traject is om te komen tot een schikking met de betrokken personen. Hiervoor is voor 2019 een bedrag van € 5 miljoen gereserveerd voor de schikkingen.

RIVM: Regelingen publieke en seksuele gezondheid

De Subsidieregeling publieke gezondheid wordt uitgevoerd door het RIVM en bestaat uit:

  • –  Het financieren, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de landelijke bevolkingsonderzoeken naar borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker (€ 126,6 miljoen).
  • –  Het financieren van het Nationaal Programma Grieppreventie. Doel van dit programma is om kwetsbare groepen (alle 60-plussers en mensen onder de 60 jaar met een risico-indicatie, zoals longziekten, hart- of nieraandoeningen en diabetes mellitus) te beschermen tegen (de ernstige gevolgen van) griep (€ 37,4 miljoen).
  • –  Het financieren van soa-onderzoek en aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie (€ 35,1 miljoen).

Verder verstrekt het RIVM, op basis van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, subsidies op het terrein van de seksuele gezondheid (€ 12,1 miljoen) en aan de regionale centra voor prenatale Screening (€ 3,5 miljoen). Inhoudelijk wordt het onderwerp seksuele gezondheid toegelicht onder het artikelonderdeel Gezondheidsbevordering.

Kengetallen Deelname aan vaccinatieprogramma, bevolkingsonderzoeken en screeningen in procenten
 

2005

2010

2015

2016

2017

1. Percentage deelname aan Rijksvaccinatieprogramma

95,8%

95,0%

94,8%

93,1%

91,2%

2. Percentage deelname aan Nationaal Programma Grieppreventie

76,9%

68,9%

50,1%

53,5%

3. Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek borstkanker

81,7%

80,7%

77,6%

4. Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

65,5%

64,3%

64,4%

60,3%

5. Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek darmkanker

73,0%

73,0%

6. Percentage deelname aan hielprik

99,6%

99,7%

99,3%

99,2%

Bron:

1. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Voor het verslagjaar 2016 (betreft alle vaccinaties gegeven t/m 2015) is dit percentage 93,1%. Dit betreft het percentage kinderen geboren in 2014 dat basisimmuun is voor DKTP vóór het bereiken van hun 2-jarige leeftijd. Zie ook mijn brief van 25 juni 2018 (TK 32 793, nr. 315).

2. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage gevaccineerde personen in de groep patiënten die conform het advies van de Gezondheidsraad in aanmerking komen voor vaccinatie tegen influenza. Zie ook mijn brief van 9 oktober 2017 (TK 32 793 nr. 283)

3. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. De populatie van het bevolkingsonderzoek bestaat uit 50–75 jarige vrouwen.

4. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. De populatie van het bevolkingsonderzoek bestaat uit 30–65 jarige vrouwen.

5. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage personen dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek (screening) naar dikkedarmkanker.

6. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage pasgeborenen dat gescreend is.

Deze cijfers geven een goede indicatie van de ontwikkelingen op de beleidsterreinen met dien verstande dat de nadruk op geïnformeerde keuze voor deelname ligt en niet op een zo hoog mogelijk percentage. De beschermingsgraad ligt in de praktijk hoger dan het met het deelnamepercentage weergegeven cijfer in verband met bijvoorbeeld de groepsimmuniteit.

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

Tijdens de zwangerschap kan met de Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT) onderzocht worden of het ongeboren kind mogelijk downsyndroom, edwardssyndroom of patausyndroom heeft. Tot 1 januari 2020 wordt de NIPT als eerste test in onderzoekssetting gefinancierd. Hiervoor is in 2019 € 24,6 miljoen beschikbaar.

In 2019 wordt bekeken hoe de financiering van de NIPT vanaf 2020 plaats zal vinden.

Opdrachten

(Vaccin)onderzoek

Er is in totaal € 7,4 miljoen gereserveerd voor vaccinonderzoek (circa € 5,8 miljoen) en onderzoek naar alternatieven voor dierproeven (circa € 1,7 miljoen). Vanaf 2013 zijn deze taken ondergebracht bij de projectdirectie Antonie van Leeuwenhoekterrein (PdALt). Het voornemen is om het onderdeel (vaccin)onderzoek van PdALt met ingang van 2019 te privatiseren. Voorts is € 3,6 miljoen beschikbaar voor de uitbreiding van vaccinaties en preventieve medicatie.

Bijdragen aan agentschappen

RIVM: Opdrachtverlening Centra

Het RIVM stelt zich tot doel om de gezondheid van de Nederlandse bevolking te beschermen en te bevorderen. Het RIVM doet dit door middel van het (doen) uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek en advisering op het terrein van volksgezondheid en het voeren van de regie op diverse terreinen van de publieke gezondheid. Binnen het RIVM zijn hiertoe verschillende centra actief, zoals:

  • –  Het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) ontvangt financiële middelen voor het vervullen van zijn taken ten aanzien van de preventie en bestrijding van infectieziekten met specifiek ook aandacht voor antimicrobiële resistentie, het bevorderen van seksuele gezondheid door de ondersteuning van professionals bij een goede uitvoering en taken op het gebied van vaccinologie (€ 49,4 miljoen).
  • –  Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CVB) ontvangt financiële middelen voor het uitvoeren van zijn coördinerende taken gericht op de voorlichting over bevolkingsonderzoeken, het Nationaal Programma Grieppreventie en pre- en neonatale screeningen en de kwaliteit van de uitvoering en monitoring ervan. Mensen die tot de betreffende doelgroep behoren, kunnen vrijwillig aan de bevolkingsonderzoeken deelnemen (€ 18,5 miljoen). Ook verzorgt het CVB de uitvoering van de prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (€ 19,2 miljoen), het Nationaal Programma Grieppreventie (€ 10,1 miljoen) en de hielprik (€ 17,3 miljoen).
  • –  Het Centrum Gezondheid en Milieu (CGM) ontvangt financiële middelen om de Minister van VWS en de regio’s bij te staan met gezondheidskundige advisering, advisering over het uitvoeren van gezondheidsonderzoek en risicoanalyses over mogelijke gezondheidseffecten en over psychosociale nazorg. Vragen over gezondheid en veiligheid in relatie tot milieu en het voorkomen van incidenten en rampen komen samen bij het CGM. Het CGM is erop gericht deze kennis waar nodig te ontwikkelen, te borgen en te ontsluiten voor professionals en bestuurders (€ 6 miljoen).
  • –  De Dienst Vaccinatievoorzieningen en Preventieprogramma’s (DVP) zorgt ervoor dat er voldoende goede en betaalbare vaccins, antisera en slecht verkrijgbare medicijnen beschikbaar zijn voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) en calamiteiten (€ 2 miljoen). Voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma is € 118,9 miljoen beschikbaar, inclusief de eenmalige extra vaccinatiecampagne tegen meningokokken type W infectie (TK 32 793, nr. 322).
  • –  Het Centrum Gezond Leven (CGL) ontvangt financiële middelen met als doel samenhangende en effectieve lokale gezondheidsbevordering te faciliteren. Het CGL bevordert het gebruik van erkende leefstijlinterventies, onder meer door beschikbare interventies overzichtelijk te presenteren en te beoordelen op kwaliteit en samenhang en het versterken van gezondheidsbeleid via diverse handreikingen. Daarnaast voert het CGL het programma «Structurele versterking Gezondeschool.nl» uit (€ 3,2 miljoen).

3. Gezondheidsbevordering

Subsidies

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

Organisaties zoals het Trimbos-instituut ontvangen instellings- en projectsubsidies voor het uitvoeren van activiteiten die gericht zijn op preventie van (schadelijk) alcohol-, tabaks- en drugsgebruik en voor andere VWS-beleidsterreinen, zoals de geestelijke gezondheidszorg. Het Trimbos-instituut zet zich in om wetenschappelijk onderbouwde, onafhankelijke informatie te geven aan professionals en burgers. Voorbeelden zijn de uitvoering van de Nationale Drug Monitor (NDM), het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS), het Nationaal Expertisecentrum Tabak (NET) en ondersteuning van de Taskforce Rookvrije Start. Voor 2019 gaat het om projectsubsidies van circa € 3,4 miljoen en bij de instellingssubsidies gaat het in totaal om circa € 6,7 miljoen.

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

De inzet op gezonde leefstijl, gezonde voeding en een gezond gewicht krijgt in 2019 extra aandacht via het Nationaal Preventieakkoord. Hierbij wordt zo veel mogelijk aangesloten bij effectieve en bestaande programmalijnen. Dit zijn onder andere:

  • –  Subsidie aan het Voedingscentrum om te voorzien in de juiste informatie over gezonde voeding voor burgers en professionals.
  • –  Subsidie aan de Stichting Jongeren Op Gezond Gewicht (TK 34 080 A, nr. 1) om in gemeenten een gezonde(re) omgeving te creëren en in te zetten op een stijging van het aantal jongeren op een gezond gewicht in minimaal 75 (JOGG-) gemeenten in 2020. Hierbij werkt de stichting samen met diverse partijen: overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Vanuit Care for Obesity wordt ingezet op de doorontwikkeling en implementatie van het landelijk model voor een sluitende ketenaanpak op obesitas voor kinderen.
  • –  Het brede programma Gezonde School en Gezonde Kinderopvang. Hierin worden in nauwe samenwerking met de Ministeries van OCW, EZK en SZW kinderen in voorschoolse voorzieningen, het basis- en voortgezet onderwijs en mbo gestimuleerd tot een gezonde leefstijl. Onderdeel daarvan is het streven dat alle schoolkantines beschikken over een gezond aanbod volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum.

Letselpreventie

Voor letselpreventie is € 4,2 miljoen beschikbaar. Dit is onder andere voor een instellingssubsidie aan de Stichting VeiligheidNL voor het uitvoeren en monitoren van haar activiteiten die zijn gericht op letselpreventie. Zij doen dit door middel van interventies en programma’s voor bijvoorbeeld jongeren en ouderen.

Bevordering van kwaliteit en toegankelijkheid van zorg

De Stichting Pharos ontvangt als kennis- en adviescentrum subsidie (€ 4,6 miljoen) voor het stimuleren van de toepassing van kennis in de praktijk voor de verbetering van de kwaliteit en effectiviteit van de zorg voor migranten en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden. Het gaat daarbij om mensen die minder vaardig zijn in het verkrijgen, begrijpen en gebruiken van informatie over (hun) gezondheid bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen. Verder worden gemeenten geactiveerd om lokale gezondheidsachterstanden structureel aan te pakken. Het lokale proces wordt ondersteund door het landelijk stimuleringsprogramma waarin kennis van werkzame interventies, goede voorbeelden en ervaringen worden samengebracht, onder regie van Pharos en Platform31 (TK 32 793, nr. 267).

Bevordering van de seksuele gezondheid

Om de seksuele gezondheid te bevorderen verleent VWS rechtstreeks (onder andere FIOM), dan wel via het RIVM/Centrum Infectieziektebestrijding (onder andere Rutgers, Soa-Aids Nederland, Stichting HIV-monitoring en de HIV-vereniging Nederland) subsidie aan diverse instellingen die zich bezighouden met gezondheidsbevordering. De middelen die via het RIVM als subsidie worden verstrekt aan (onder andere) de genoemde organisaties staan geraamd onder het artikelonderdeel Ziektepreventie. Voor onbedoelde zwangerschappen is in 2019 € 17,2 miljoen beschikbaar. Inmiddels is hiervan € 5 miljoen overgeheveld vanaf de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën. Tot slot is voor preventief gebruik van hiv-remmers (PrEP) € 3,4 miljoen beschikbaar (TK 29 477, nr. 511).

Opdrachten

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

De geraamde kosten voor de medicatie voor de medische heroïnebehandeling zijn € 3,1 miljoen; zie verder onder Bijdragen aan medeoverheden.

Bijdragen aan medeoverheden

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

VWS verstrekt een financiële bijdrage (circa € 13,3 miljoen) aan gemeenten voor het binnen een gesloten systeem aanbieden van een behandeling van een beperkte groep langdurige opiaatverslaafden, waarbij naast methadon medicinale heroïne wordt verstrekt.

Kengetallen Gezondheidsbevordering (in procenten)
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Rokers 18 jaar e.o.1

28,6

26,9

27,0

24,5

24,7

25,7

26,3

24,1

23,1

Rokers laatste maand, 12–16 jaar2

   

16,9

     

10,6

   

Alcoholgebruik laatste maand, 12–16 jaar2

   

37,8

     

25,5

   

Cannabisgebruik laatste jaar, 12–16 jaar2

   

6,0

     

9,7

   

Cannabisgebruik laatste jaar 18 jaar e.o.3

6,8

       

7,6

6,7

6,6

7,2

Overgewicht 18 jaar e.o. 4

46,4

47,3

47,3

47,1

47,1

49,4

49,3

49,2

48,7

Overgewicht 4–18 jaar4

13,2

13,3

12,5

12,3

11,7

11,9

11,6

13,6

13,5

Aantal spoedeisende hulpbehandelingen in ziekenhuizen door privéongevallen en sportblessures (x 1.000)5

640

600

600

590

430

519

506

470

577

Bronnen:

1: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM

2: Jeugd en Riskant Gedrag 2015, Trimbos-instituut

3: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM. Door wijziging in meetmethoden na 2009 zijn de cijfers met 2014 en 2015 beperkt vergelijkbaar.

4: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM. Door wijziging in meetmethoden tussen 2009 -2010 en 2013–2015 zijn de cijfers vóór en na deze perioden slechts in beperkte mate te vergelijken.

5: Kerncijfers LIS, VeiligheidNL. De daling in 2013 is toe te schrijven aan een technisch registratieprobleem in dat jaar.

4. Ethiek

Subsidies

Abortusklinieken

Sinds de inwerkingtreding van Wet langdurige zorg vindt de subsidiëring van de abortusklinieken (€ 16,1 miljoen) plaats via een subsidieregeling.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

Het CIBG verzorgt het secretariaat van de stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting (€ 1,3 miljoen).

De secretariaten van de regionale toetsingscommissies euthanasie en de beoordelingscommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen zijn bij een uitvoeringseenheid van het Ministerie van VWS ondergebracht. De daarmee samenhangende middelen staan geraamd op artikel 10 onder Personele uitgaven kerndepartement.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)

CCMO is een bij wet (Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen en de Embryowet) ingestelde commissie en waarborgt de bescherming van proefpersonen betrokken bij medisch-wetenschappelijk onderzoek, via toetsing aan de daarvoor vastgestelde wettelijke bepalingen en met inachtneming van de voortgang van de medische wetenschap. Vanwege de implementatie van EU-verordening 536/2014 voor klinisch geneesmiddelenonderzoek krijgt de CCMO een aantal extra taken en bevoegdheden.

De CCMO ontvangt in 2019 in totaal een bijdrage van € 4,2 miljoen. Deze middelen staan geraamd op artikel 10 bij het onderdeel Personele uitgaven SCP en raden.

Ontvangsten

Bestuurlijke boetes

In het kader van haar handhavingsbeleid schrijft de NVWA bestuurlijke boetes uit. Hieruit vloeien ontvangsten voort. Deze worden voor 2019 geraamd op € 5,4 miljoen.

Overig

Dit betreft geraamde ontvangsten als gevolg van in eerdere jaren te hoog verstrekte (subsidie)voorschotten (€ 6,5 miljoen).