Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
Rijksbegroting Overzicht Voorbereiding Uitvoering Verantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Beleidsartikel 2 Curatieve zorg

1. Algemene beleidsdoelstelling

Een kwalitatief goed en toegankelijk stelsel voor curatieve zorg tegen maatschappelijk verantwoorde kosten.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister voor Medische Zorg is verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor curatieve zorg. De Zorgverzekeringswet vormt samen met de zorgbrede wetten, zoals de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) de wettelijke basis van dit stelsel.

Vanuit deze verantwoordelijkheid vervult de Minister de volgende rollen:

Stimuleren:

  • –  Het bevorderen van de kwaliteit, (patiënt)veiligheid en innovatie in de curatieve zorg.
  • –  Het ondersteunen van initiatieven om de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de curatieve zorg te garanderen en/of te verbeteren. Belangrijk daarin zijn de initiatieven om te komen tot een betrouwbare en veilige informatieuitwisseling. Het ondersteunen van initiatieven om fraude in de zorg zoveel mogelijk te voorkomen.
  • –  Het bevorderen van de werking van het stelsel door het systeem van risicoverevening.
  • –  Het bevorderen dat verzekerden beschikken over de juiste en begrijpelijke informatie om een keuze te kunnen maken voor een zorgverzekering.
  • –  Het stimuleren van regionale samenwerking tussen zorgaanbieders in de eerste en de tweedelijn om antibioticaresistentie aan te pakken.
  • –  Het faciliteren en ondersteunen van gemeenten en regio’s in het realiseren van een sluitende aanpak voor personen met verward gedrag.

Financieren:

  • –  Bevorderen van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door het financieren van de zorguitgaven voor kinderen tot 18 jaar.
  • –  Het bevorderen van kwalitatief goede zorg door medefinanciering van hoogwaardig oncologisch onderzoek.
  • –  Het financieren van onderzoek dat gericht is op een snellere ontwikkeling van waarde toevoegende medische producten en behandelwijzen tegen aanvaardbare prijzen.
  • –  Het financieren van onderzoek dat bijdraagt aan kwalitatief goed gepast gebruik van genees- en hulpmiddelen.
  • –  Het financieren van initiatieven voor het ontwikkelen van alternatieve verdienmodellen voor geneesmiddelenontwikkeling.
  • –  Verbetering van de kwaliteit van de zorg door financiering van de familie- en vertrouwenspersonen in ggz-instellingen.
  • –  Financieren van diverse initiatieven gericht op suïcidepreventie waaronder 24/7 beschikbaarheid van acute anonieme psychische hulp.
  • –  Het (mede)financieren van het digitale communicatiesysteem voor de zwaailichtsector.
  • –  Het financieren van initiatieven die bijdragen aan een zorgvuldige orgaandonorwerving in de ziekenhuizen, het onderhouden van het donorregister en het geven van publieksvoorlichting over orgaandonatie.
  • –  Het financieren van onderzoek ten behoeve van het monitoren van de productveiligheid.
  • –  Bevorderen van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door het (deels) compenseren van de gederfde inkomsten van zorgaanbieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan onverzekerde (verwarde) personen, illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.
  • –  Het compenseren van kostencomponenten die een gelijk speelveld verstoren (risicoverevening).
  • –  Financieren van initiatieven op het gebied van ICT infrastructuur ten behoeve van innovatieve zorgverlening en toegankelijkheid van gegevens voor patiënten.

Regisseren:

  • –  Het onderhouden van wet- en regelgeving op het gebied van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, lichaamsmaterialen en bloedvoorziening.
  • –  Het (door)ontwikkelen van productstructuren op basis waarvan onderhandelingen over bekostiging plaatsvinden.
  • –  Het bepalen van de normen/criteria, waaraan de registers (bijvoorbeeld het BIG-register) die worden bijgehouden om de werking van het stelsel te bevorderen, moeten voldoen.

3. Beleidswijzigingen

Thema Betaalbaarheid van de zorg

Het kabinet wil zich de komende jaren inzetten voor het verder verbeteren van de kwaliteit, doelmatigheid, betaalbaarheid en toegankelijkheid van de zorg. Daarom zijn er voor de periode 2019 – 2022 hoofdlijnenakkoorden gesloten voor de medisch-specialistische zorg, geestelijke gezondheidszorg, huisartsen- en multidisciplinaire zorg en wijkverpleging. Met deze akkoorden hebben betrokken partijen zich gecommitteerd aan een transformatie naar de juiste zorg op de juiste plek. Doel hiervan is om de komende jaren (duurdere) zorg te voorkomen, zorg te verplaatsen, de kwaliteit en doelmatigheid te verbeteren en waar zinvol «traditionele» zorg te vervangen door nieuwe, meer innovatieve vormen van zorg met een gelijkwaardige of betere kwaliteit. Ook over andere inhoudelijke onderwerpen zijn afspraken gemaakt zoals bijvoorbeeld arbeidsmarkt, contractering, regeldruk, kwaliteit en transparantie, wachttijden, e-health en innovatie en zorginfrastructuur.

Hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg

Voor de periode 2019–2022 is een hoofdlijnenakkoord gesloten voor de medisch-specialistische zorg. Om de kwaliteit van zorg nog verder te verbeteren zijn in dit hoofdlijnenakkoord afspraken gemaakt over de beweging naar het leveren van de juiste zorg op de juiste plek, door de juiste professional, op het juiste moment en tegen de juiste prijs. Concreet betekent dit dat de zorg minder zal gaan plaatsvinden in de medisch-specialistische zorg en meer in de eerstelijnszorg door huisartsen en wijkverpleegkundigen. Het maximale landelijke groeipercentage in de medisch-specialistische zorg bouwt gedurende het akkoord af van 0,8% in 2019 naar 0% groei in 2022. Om deze transformatie vorm te geven zijn vanaf 2019 transformatiemiddelen beschikbaar gesteld voor de looptijd van het akkoord. De NZa analyseert de contracten tussen verzekeraars en aanbieders en maakt daarin zichtbaar welke transformatieafspraken zijn gemaakt.

Om de arbeidsmarkt en werkomstandigheden te verbeteren hebben partijen zich in het akkoord gecommitteerd aan het Actieprogramma Werken in de Zorg en de Arbeidsmarktagenda MSZ en is er een aantal concrete afspraken gemaakt. Zo stelt VWS vanaf 2019 € 2 miljoen per jaar beschikbaar voor de versterking van het imago van de verpleegkundigen en verzorgenden, vergroting van de aantrekkelijkheid en kwaliteit van het beroep en het behouden van voldoende zorgverleners in de praktijk. Tevens worden vanaf 2019 middelen vrijgemaakt voor functiedifferentiatie bij verpleegkundigen. Het programma Topzorg en het Citrienfonds zullen gedurende de looptijd van dit akkoord worden voortgezet. Hiervoor is in totaal € 13 miljoen per jaar beschikbaar.

In het akkoord is over de regeldruk afgesproken dat we ons richten op uitkomstregistraties. De ambitie is om het aantal structuur- en procesindicatoren met 25% te reduceren in 2019 en een verdere reductie in de jaren daarna. Verder worden dubbele registraties geschrapt en is afgesproken dat voor 1 maart 2019 een nieuwe werkwijze wordt vastgesteld voor de governance van de uitwerking van medisch inhoudelijke richtlijnen. Verder hebben partijen afgesproken dat datasets binnen de kwaliteitsregistraties worden gestandaardiseerd en partijen in 2019 een plan opstellen ten aanzien van het reduceren van het aantal te registreren items.

Hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg

Voor de periode 2019 – 2022 is er een hoofdlijnenakkoord gesloten voor de huisartsenzorg. Doel van het hoofdlijnenakkoord is om de kwaliteit van zorg in Nederland verder te verbeteren en eraan bij te dragen dat de zorg zowel nu als op de lange termijn fysiek, tijdig als financieel toegankelijk blijft voor iedereen die zorg nodig heeft, met als streven op termijn de totale kosten in de zorg niet sneller te laten stijgen dan de economische groei.

Om dit te bereiken zijn in het hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg afspraken gemaakt over de beweging naar de juiste zorg op de juiste plek. In dit kader zijn onder andere afspraken gemaakt over meer tijd voor en met de patiënt, de zorg in de avond-, nacht- en weekenduren, het versterken van de organisatiegraad van de eerste lijn, de zorg voor kwetsbare groepen en ICT-infrastructuur. Huisartsen(organisaties) en verzekeraars geven hier regionaal invulling aan. Tevens wordt met dit akkoord extra geïnvesteerd in de zorg in achterstandswijken. Het maximaal landelijke groeipercentage in de huisartsenzorg is 2,5% in de jaren 2019 en 2020 en 3% in de jaren 2021 en 2022. Daarnaast wordt in 2019 structureel € 50 miljoen extra aan het kader toegevoegd. Ook wordt voor de zorg in achterstandswijken in 2019 € 11,8 miljoen structureel aan het kader toegevoegd. Daarnaast wordt er gedurende de looptijd van het akkoord in specifieke programma’s geïnvesteerd zoals het versterken van ICT in de huisartsenpraktijk, de digitale uitwisseling van gegevens tussen huisartsen en patiënten en de uitvoering van de nationale onderzoeksagenda huisartsengeneeskunde.

Hoofdlijnenakkoord wijkverpleging

In het hoofdlijnenakkoord wijkverpleging zijn specifieke afspraken gemaakt over het verder verbeteren van de contractering, het verstevigen van de verbinding van het medisch en sociaal domein en het verbeteren van de kwaliteit en transparantie. Partijen werken deze afspraken voor het eind van 2018 uit in een uitvoeringsraamwerk. In de wijkverpleging en bij de ggz loopt het aantal contracten tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars terug. Dit is onwenselijk. Contractering van zorg door zorgverzekeraars is namelijk hèt vehikel om de kwaliteit van de zorg te verbeteren en de betaalbaarheid te vergroten en daarmee in het belang van patiënten en premiebetalers. Daarom heeft het kabinet conform het Regeerakkoord onderzoek gedaan naar de oorzaken van de teruglopende contractering (TK 29 689, nr. 885 en nr. 898). Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken zijn in het hoofdlijnenakkoord (HLA) over de wijkverpleging en het HLA ggz afspraken gemaakt om de contracteergraad te bevorderen. Vanaf het eerste kwartaal in 2019 wordt de ontwikkeling van het aandeel niet-gecontracteerde zorg per kwartaal in beeld gebracht en besproken. Het streven is om in 2019 een daling te realiseren ten opzichte van 2017.

Thema Zorg op de juiste plek

Zorg op de juiste plek

Het voorkomen van (duurdere) zorg, verplaatsen van zorg (dichterbij mensen thuis als het kan, verder weg als het moet) en het vervangen van zorg (door andere zorg zoals e-health) zijn belangrijke elementen van het nog beter laten functioneren en betaalbaar houden van ons zorgstelsel. In het rapport van de Taskforce Juiste zorg op de juiste plek worden deze thema’s benoemd en uitgewerkt (TK 29 689, nr. 896). Het rapport is door veldpartijen goed ontvangen en heeft een prominente plek gekregen in de afgesloten hoofdlijnenakkoorden. De Taskforce beoogt een beweging op gang te brengen in de zorgpraktijk, waarbij partijen beter kijken naar het effect van de zorg op het dagelijks functioneren van de zorggebruiker en de ontwikkeling van zorgvraag en -aanbod in de regio. Zodat partijen gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen om de zorg zo te organiseren dat deze beter aansluit op de (verwachte) behoefte van inwoners om goed te kunnen functioneren. VWS draagt hier graag aan bij en zal de Kamer in het najaar van 2018 informeren over hoe deze bijdrage zal worden ingevuld en welke activiteiten in 2019 zullen worden ondernomen om de veldpartijen te ondersteunen bij het realiseren van de doelen uit het rapport.

Polyfarmacie

Ouderen die meerdere geneesmiddelen gebruiken lopen een relatief groot risico op gezondheidsschade door verkeerd gebruik van deze geneesmiddelen of door bijwerkingen. Om dit risico te beperken is in 2012 door veldpartijen de multidisciplinaire richtlijn «Polyfarmacie bij ouderen» opgesteld. Er is sprake van polyfarmacie als een patiënt minimaal vijf verschillende geneesmiddelen gebruikt. Bij polyfarmacie is het belangrijk dat de patiënt juist geïnformeerd is over het gebruik van deze verschillende geneesmiddelen. Naast de informatie uit de bijsluiters hebben de verschillende zorgverleners van de patiënt een centrale rol in de informatieoverdracht over het gebruik van deze verschillende geneesmiddelen.

De richtlijn «Polyfarmacie bij ouderen» geeft een definitie van een voorstel voor de uitvoering van de periodieke medicatiebeoordeling, waarbij voorschrijver en apotheker in samenspraak met de patiënt periodiek, systematisch en op gestructureerde wijze het medicatiegebruik van de polyfarmaciepatiënt beoordelen. Op basis van ervaringen uit de praktijk en wetenschappelijke evaluaties is door de betrokken veldpartijen geconstateerd dat er behoefte is aan doorontwikkeling van de richtlijn. Gedurende de periode 2018–2020 ondersteunt VWS deze doorontwikkeling, waarmee handvatten beschikbaar komen voor het uitvoeren van een doelmatige medicatiebeoordeling op maat, met aandacht voor het verantwoord afbouwen en stoppen van medicatie.

Dure geneesmiddelen

Het kabinet wil zich de komende jaren inzetten voor een beheerste uitgavenontwikkeling voor genees- en hulpmiddelen. In het Regeerakkoord is hiertoe een taakstelling opgenomen die oploopt tot € 467 miljoen in 2022. Voor de invulling van deze taakstelling wordt gekozen voor een pakket van maatregelen en initiatieven dat niet alleen inzet op aanvaardbare prijzen van genees- en hulpmiddelen maar ook op het toegankelijk en beschikbaar houden van geneesmiddelen en het verminderen van bijbetalingen voor patiënten. Op 15 juni 2018 is hierover een brief naar de Tweede Kamer verzonden (TK 29 477, nr. 489). Er worden prijsdrukkende maatregelen en instrumenten vanuit centraal niveau ingezet, zoals aanpassing van de Wet geneesmiddelenprijzen, de voortzetting en uitbreiding van financiële arrangementen over dure geneesmiddelen en een modernisering van het geneesmiddelenvergoedingssysteem. Op decentraal niveau worden initiatieven op het gebied van scherpere inkoop van genees- en hulpmiddelen gefaciliteerd, zoals overhevelingen van geneesmiddelen van de openbare apotheek naar het ziekenhuis, preferentiebeleid en het platform inkoopkracht. Ook wordt er op internationaal niveau verder gewerkt, door een intensivering van de samenwerking met andere landen. Daarnaast wordt er vanaf 2019 een maximering voor eigen betalingen aan geneesmiddelen van € 250 per verzekerde per jaar geïntroduceerd.

Wettelijke verankering verzekerdeninvloed

Om de invloed van verzekerden op het beleid van hun zorgverzekeraar te borgen, wordt deze wettelijk vastgelegd. Doel is om de betrokkenheid van verzekerden bij het beleid van de zorgverzekeraar te vergroten. Hiertoe is inmiddels een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. Het moment van inwerkingtreding is afhankelijk van de behandeling in beide Kamers. Individuele verzekerden krijgen de mogelijkheid om hun meningen en wensen kenbaar te maken over het zorginkoop- en het klantcommunicatiebeleid van zorgverzekeraars (verzekerdeninspraak). Zorgverzekeraars moeten hiervoor een schriftelijke inspraakregeling vastleggen en een representatieve, deskundige en onafhankelijke verzekerdenvertegenwoordiging organiseren.

Polisaanbod

Het aanbod van zorgverzekeringspolissen is erg groot. Hoewel het goed is om iets te kiezen te hebben, is het huidige aanbod van een dergelijke omvang dat het de keuze juist bemoeilijkt. Bovenal blijkt dat het aanbod vooral bestaat uit polissen die sterk op elkaar lijken of identiek zijn, maar met andere «verpakkingen» worden aangeboden en waarvan de premie wel verschilt. Er worden daarom maatregelen getroffen om het polisaanbod overzichtelijker en inzichtelijker te maken en te verkleinen. Zorgverzekeraars zijn opgeroepen om zich te committeren aan een kleiner en meer onderscheidend polisaanbod. De NZa houdt toezicht op de transparantie van het polisaanbod; het moet verzekerden direct duidelijk zijn met welke «standaardpolis» ze van doen hebben en welke alternatieven er zijn. Daarnaast wordt met ingang van 2020 de korting op collectiviteiten verlaagd naar 5%. Met zorgverzekeraars is besproken dat ze nog een kans krijgen om de korting te legitimeren via zorginhoudelijke elementen. In 2020 zal een nieuwe meting naar de stand van zaken worden uitgevoerd.

Subsidieregeling Veelbelovende Zorg Sneller bij de Patiënt

Het Zorginstituut gaat in samenwerking met ZonMw vanaf 2019 uitvoering geven aan de subsidieregeling Veelbelovende Zorg Sneller bij de Patiënt, die de regeling voor voorwaardelijke pakkettoelating per 2019 gaat vervangen (TK 29 269, nr. 905). Voor lopende voorwaardelijke toelatingstrajecten betekent dit dat deze trajecten onder de huidige regeling blijven lopen tot ze zijn afgerond. Dit geldt ook voor ingediende voorstellen in de rondes van 2017 en 2018 die nog in de procedure zitten.

Het doel van de nieuwe subsidieregeling is het versnellen van de toegang van de patiënt tot potentieel veelbelovende en innovatieve zorg via opname in het basispakket. Tevens is het van belang om met deze regeling kleinere innoverende partijen (zoals MKB, start-ups, algemene ziekenhuizen) beter te kunnen ondersteunen bij deze laatste ontwikkelstap richting het basispakket.

De subsidieregeling kent een aanloopfase van één jaar in verband met de doorlooptijd van de voorbereidingsprocedure van de onderzoekaanvragen die circa één jaar beslaat.

De voor de subsidieregeling beschikbare bedragen worden derhalve vanaf 2020 in de begroting verwerkt. Vanuit de subsidieregeling, de geneesmiddelenregeling en de aanvullende inzet op zorgevaluatie van bestaande zorg zal structureel jaarlijks € 105 miljoen beschikbaar worden gesteld.

Thema GGZ

Agenda GGZ

De Agenda voor de ggz voor gepast gebruik en transparantie is een agenda gepresenteerd door vertegenwoordigers van patiënten, zorgprofessionals en ggz-instellingen in 2015. Inmiddels is het een samenwerkingsverband geworden tussen deze partijen. VWS is betrokken in een toehorende rol. Dit jaar richtte de Agenda een nieuw kwaliteitsinstituut ggz op waarin het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling ggz (NKO) en Stichting Benchmark ggz opgaan, genaamd Akwa. De oprichting van Akwa zal in januari worden afgerond.

Hoofdlijnenakkoord GGZ

Voor de periode 2019–2022 is een hoofdlijnenakkoord gesloten voor de geestelijke gezondheidszorg. Partijen hebben de ambitie zich de komende jaren gezamenlijk in te zetten voor een inclusieve samenleving, zonder stigma voor mensen met ggz-problematiek, waarin er vanuit de maatschappij gekeken wordt welke ondersteuning en zorg iemand nodig heeft om naar eigen vermogen mee te doen (niet het systeem, maar de mens is leidend en beslist mee). Verzekeraars, zorgkantoren, gemeenten en aanbieders maken uiterlijk 1 juli 2019 nadere afspraken over de in- en uitstroom van patiënten in beveiligde zorg.

Verder wordt in 2019 de inzet van diverse (ondersteunende) beroepen, zoals de ervaringsdeskundige medewerker, gefinancierd vanuit de reguliere tarieven. Zorgverzekeraars, zorgaanbieders en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bezien hoe de reeds bestaande financieringsmogelijkheid van max-maxtarieven beter benut kan worden. Partijen verzoeken de NZa in 2019 een bekostigingsexperiment uit te voeren dat ondersteunend is aan de invoering van een nieuwe prestatiestructuur en waarin de beroepen die het meest bijdragen aan het verkorten van de wachttijden declarabel worden.

Om bij te dragen aan het oplossen van het tekort aan regiebehandelaren stelt VWS in 2019 150 extra opleidingsplaatsen voor gz-psychologen beschikbaar bovenop de 610 plekken die al eerder beschikbaar zijn gesteld op basis van het advies van het Capaciteitsorgaan. Ook wordt in 2019 eenmalig maximaal € 20 miljoen, via de rijksbegroting en vooruitlopend op de raming van het capaciteitsorgaan, extra geïnvesteerd in opleidingen die het meest bijdragen aan het oplossen van de wachttijden.

Partijen spreken af om de afspraken waar dat nodig is voor 1 januari 2019 te hebben voorzien van een SMART uitvoeringsraamwerk inclusief het benoemen van trekkers, tijdpaden en mee te nemen reeds lopende projecten en nog te starten projecten, zodat de uitvoering van het akkoord goed kan worden gevolgd. VWS blijft in gesprek met de partijen waarmee het akkoord gesloten is, om zo de voortgang te monitoren en te kijken waar knelpunten in de uitvoering zitten.

Op specifieke onderdelen zal de Kamer worden geïnformeerd over de voortgang. Zo zal het kabinet u met een brief na het zomerreces informeren over aanvullende maatregelen om contractering te bevorderen en de toename van niet-gecontracteerde zorg om te buigen. Ook wordt de Kamer op de hoogte gehouden van de voortgang van het traject rondom wachttijden.

Implementatie Wet verplichte ggz

Op 23 januari 2018 is de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) door de Eerste Kamer aangenomen. De wet zal per 1 januari 2020 in werking treden. De partijen die betrokken zijn bij de Wvggz zijn reeds gestart met de implementatie. In 2019 faciliteert VWS de ketenpartijen hierbij en is verantwoordelijk voor een eenduidige informatievoorziening over de wet in de vorm van handleidingen en andere voorlichtingsmaterialen.

Personen met verward gedrag

In 2018 en 2019 worden pilots uitgevoerd die erop zijn gericht een beter samenhangend aanbod van zorg en begeleiding tot stand te brengen. Deze samenhang komt niet vanzelf tot stand omdat de zorg en begeleiding op het grensvlak liggen van de Wmo en de Zvw. Bijzondere aandacht gaat uit naar het flexibel kunnen op- en afschalen van behandeling en begeleiding, omdat bij psychische problematiek het verloop vaak grillig is. De pilots geven inzicht in de opbrengst en effectiviteit van de flexibele inzet van begeleiding en behandeling en in de randvoorwaarden die nodig zijn om dit te kunnen realiseren. Dit resultaat is uiterlijk aan het einde van de pilotperiode gerealiseerd (TK 25 424, nr. 377).

Om de keten van acute en niet-acute zorgmeldingen te verbeteren worden pilots uitgevoerd naar een modelmeldfunctie. Met deze pilots zal worden getest op welke manier 24/7 bereikbaarheid van de gemeentelijke of regionale advies- en meldpunten doelmatig en doeltreffend georganiseerd kan worden. Aan hand van de pilots zal het definitieve model worden vastgesteld.

Bij een aantal gemeenten is extra inzet nodig om te komen tot een volledig landelijk dekkende aanpak van verwarde personen. Achterblijvende gemeenten worden geholpen door de inzet van deskundigen (Vliegende Brigade).

De inzet moet resulteren in extra lokale en regionale samenwerkingsafspraken in de jaren 2019 en 2020 (TK 25 424, nr. 395).

Thema Preventie

Suïcidepreventie

Uit onderzoek blijkt dat de helft van de lesbische, homo- en biseksuele jongeren wel eens aan zelfmoord denkt en dat lesbische, homo- en biseksuele jongeren bijna 5 keer vaker een suïcidepoging doen dan leeftijdsgenoten (Kuyper, 2016). In het Regeerakkoord is afgesproken dat gedurende deze kabinetsperiode extra zal worden ingezet op het terugdringen van suïcide, en dat daarbij speciale aandacht geschonken zal worden aan lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen.

Hiertoe wordt de hulp en steun die 24 uur per dag laagdrempelig door 113 Zelfmoordpreventie wordt geboden voortgezet. Daarnaast zal worden geïnvesteerd in het bereiken van meer mensen en het verbeteren van de effectiviteit en kwaliteit van het hulpaanbod. Op projecten die reeds lopen, zoals de Landelijke agenda, Supranet Community en Supranet Care, zal gedurende de periode 2018–2021 intensiever worden ingezet.

De proeftuinen die in 2016 door 113 Zelfmoordpreventie zijn gestart om met een lokale aanpak het aantal suïcides omlaag te brengen, zullen worden voortgezet. Binnen deze proeftuinen zal extra aandacht uitgaan naar de eerdergenoemde LHBTi-groep. Verder wordt in samenwerking en afstemming met het Ministerie van OCW een meerjarig project gestart gericht op de LHBTi-jongeren.

Over de voortgang vindt vier keer per jaar overleg plaats en de Kamer zal eveneens geïnformeerd worden over de voortgang en resultaten.

4. Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

3.533.901

3.538.593

3.152.861

3.347.690

3.439.449

3.501.200

3.457.728

                   

Uitgaven

3.735.344

3.493.577

3.177.587

3.257.687

3.295.545

3.387.002

3.458.028

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

98%

       
                   

1. Kwaliteit en veiligheid

149.906

199.147

241.563

236.582

196.664

190.195

140.636

                   
 

Subsidies

138.424

178.347

215.995

193.218

174.318

171.243

122.285

   

IKNL en NKI

53.192

52.466

54.323

54.323

54.323

54.323

54.323

   

Zwangerschap en geboorte

5.504

5.323

3.104

2.604

2.604

2.604

2.604

   

Registratie en uitwisseling zorggegevens (PALGA)

3.401

3.648

3.712

3.712

3.712

3.712

3.712

   

Ontsluiten patiëntgegevens ziekenhuizen

25.289

47.875

28.844

0

0

0

0

   

Stimuleren E health en versterken inzet ICT GGZ

0

10.700

39.074

17.000

0

0

0

   

Nederlandse transplantatie stichting

3.790

3.705

7.500

7.500

7.500

7.500

7.500

   

Orgaandonatie en transplantatie

11.047

6.781

4.413

4.413

4.413

4.413

4.413

   

Expertisefunctie zintuigelijk gehandicapten

22.112

21.967

0

0

0

0

0

   

Antibioticaresistentie

3.257

10.000

15.100

15.100

15.100

15.100

15.100

   

Basisondersteuning Research Prinses Maxima Centrum

0

4.114

4.114

0

0

0

0

   

Digitale landelijke gegevensuitwisseling in de geboortezorg

0

0

4.500

4.500

3.500

2.500

0

   

Hoofdlijnenakkoord MSZ

0

0

13.000

38.000

37.000

35.000

10.000

   

Hoofdlijnenakkoord GGZ

0

0

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

   

Hoofdlijnenakkoord Huisartsenzorg

0

0

18.000

23.000

23.000

23.000

0

   

Hoofdlijnenakkoord Wijkverpleging

0

0

2.800

4.430

4.872

4.938

403

   

Overig

10.832

11.768

12.511

13.636

13.294

13.153

19.230

                   
 

Opdrachten

3.434

11.291

15.020

7.708

6.576

6.486

6.485

   

Publiekscampagne orgaandonatie

1.585

8.200

10.000

3.000

1.700

1.700

1.700

   

Overig

1.849

3.091

5.020

4.708

4.876

4.786

4.785

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

7.705

8.058

8.756

30.943

8.396

6.254

5.654

   

aCBG

2.700

2.700

0

0

0

0

0

   

CIBG: Donorregister

2.759

2.440

3.040

27.640

5.040

3.040

3.040

   

Overig

2.246

2.918

5.716

3.303

3.356

3.214

2.614

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

343

1.451

1.792

1.713

1.374

212

212

   

Overig

343

1.451

1.792

1.713

1.374

212

212

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

3.000

6.000

6.000

6.000

   

Overig

0

0

0

3.000

6.000

6.000

6.000

                   

2. Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

3.457.367

3.245.303

2.858.118

2.961.103

3.051.962

3.161.168

3.278.484

                   
 

Subsidies

22.493

44.046

52.385

44.891

39.518

39.153

39.152

   

Sluitende aanpak personen met verward gedrag

2.206

13.384

17.581

13.858

10.051

9.779

9.779

   

Eerstelijns gezondheidscentra in VINEX-gebieden

2.063

2.000

0

0

0

0

0

   

Stimuleringsprogramma competentieontwikkeling openbaar apothekers

236

1.789

2.888

2.723

0

0

0

   

Vertrouwenspersoon in de ggz

6.528

6.541

6.686

6.686

6.686

6.686

6.686

   

Suïcidepreventie

4.186

4.040

9.056

8.726

7.933

5.933

5.683

   

Subsidieregeling Borstvergroting transgenders

 

2.100

4.200

4.200

2.800

2.800

2.800

   

Overig

7.274

14.192

11.974

8.698

12.048

13.955

14.204

                   
 

Bekostiging

3.429.614

3.185.514

2.787.715

2.906.618

3.000.521

3.108.625

3.225.023

   

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

2.490.500

2.695.900

2.749.100

2.868.000

2.961.900

3.070.000

3.186.400

   

Rijksbijdrage dempen premie ten gevolgen van HLZ

902.000

451.000

0

0

0

0

0

   

Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

37.114

38.614

38.615

38.618

38.621

38.625

38.623

                   
 

Opdrachten

3.544

10.489

14.308

6.497

8.795

8.268

8.268

   

Kwaliteit, veiligheid, doelmatigheid hulpmiddelen

194

3.200

900

900

900

900

900

   

Tolkenvoorziening huisartsen – statushouders

0

2.805

0

0

0

0

0

   

Pilot Inbedding Psychosociale zorg bij somatische aandoeningen

0

4.000

0

0

0

0

0

   

Implementatie wet verplichte GGZ

0

0

5.437

0

0

0

0

   

Overig

3.350

484

7.971

5.597

7.895

7.368

7.368

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

1.716

3.489

2.739

2.739

2.738

2.738

2.738

   

CIBG: WPG/GVS/APG

1.716

3.489

2.739

2.739

2.738

2.738

2.738

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

1.765

971

358

390

2.384

3.303

   

ZonMW: gepast gebruik genees- en hulpmiddelen

0

1.633

0

0

0

0

0

   

Overig

0

132

971

358

390

2.384

3.303

                   

3. Ondersteuning van het stelsel

128.070

49.127

77.906

60.002

46.919

35.639

38.908

                   
 

Subsidies

1.837

2.270

34.272

19.545

10.225

2.225

6.185

   

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

1.171

1.295

1.270

1.270

1.270

1.270

1.270

   

Overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg

80

190

32.727

18.000

8.680

680

4.640

   

Overig

586

785

275

275

275

275

275

                   
 

Bekostiging

3.430

0

0

0

0

0

0

   

Afwikkeling algemene kas ZFW

3.430

0

0

0

0

0

0

                   
 

Inkomensoverdrachten

104.121

22.076

17.696

15.023

11.261

7.981

7.290

   

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

23.056

21.950

17.570

14.897

11.135

7.855

7.164

   

Schadevergoeding Erasmus MC

80.968

0

0

0

0

0

0

   

Overig

97

126

126

126

126

126

126

                   
 

Opdrachten

3.161

5.306

5.006

4.978

4.978

4.978

4.978

   

Risicoverevening

1.699

1.954

1.954

1.954

1.954

1.954

1.954

   

Uitvoering zorgverzekeringstelsel

263

1.215

915

887

887

887

887

   

Overig

1.199

2.137

2.137

2.137

2.137

2.137

2.137

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

15.521

14.284

15.595

15.594

15.593

15.593

15.593

   

CJIB: Onverzekerden en wanbetalers

15.521

14.284

15.595

15.594

15.593

15.593

15.593

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

5.110

5.256

4.781

4.781

4.781

4.781

   

SVB: Onverzekerden

0

3.099

3.781

3.781

3.781

3.781

3.781

   

Overig

0

2.011

1.475

1.000

1.000

1.000

1.000

                   
 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

81

81

81

81

81

81

   

VenJ: Bijdrage C2000

0

81

81

81

81

81

81

                   

Ontvangsten

8.905

1.053

1.053

1.053

1.053

1.053

1.053

   

Overig

8.905

1.053

1.053

1.053

1.053

1.053

1.053

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2019 van € 302,7 miljoen is 78% juridisch verplicht. Het betreft diverse subsidies op het gebied van kwaliteit en (patiënt)veiligheid, subsidies ter bevordering van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en subsidies die de werking van het stelsel bevorderen.

Opdrachten

Van het beschikbare budget voor 2019 van € 34,3 miljoen is 70% juridisch verplicht. Het betreft diverse opdrachten op het gebied van kwaliteit en (patiënt)veiligheid en opdrachten die de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en de werking van het stelsel moeten bevorderen.

Bekostiging

Van het beschikbare budget voor 2019 van € 2,8 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft de rijksbijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds voor de financiering van verzekerden jonger dan 18 jaar en de bekostiging van de compensatie van (een deel van) de gederfde inkomsten van zorgaanbieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget 2019 van € 17,7 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de de overgangsregeling FLO/VUT voor het ambulancepersoneel.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget voor 2019 van € 27,1 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage aan het CJIB voor de actieve opsporing van onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget voor 2019 van € 8 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage aan het Zorginstituut Nederland voor de actieve opsporing van onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet en de middelen aan ZonMW voor het programma goed gebruik hulpmiddelen.

Bijdragen aan ander begrotingshoofdstukken

Van het beschikbare budget 2019 van € 0,1 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage aan C2000.

5. Instrumenten

1.Kwaliteit en veiligheid

Subsidies

Integraal kankercentrum Nederland (IKNL) en Nederlands Kanker Instituut (NKI)

Het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) is een kennis- en kwaliteitsinstituut voor professionals en bestuurders in de oncologische en palliatieve zorg met als doel deze zorg voortdurend te verbeteren. Het IKNL draagt bij aan het verbeteren van de oncologische en palliatieve zorg door het verzamelen van gegevens, het opstellen van richtlijnen, het bewaken van kwaliteit, het faciliteren van samenwerkingsverbanden en bij- en nascholing. In totaal is voor de uitvoering van deze activiteiten in 2019 een bedrag van € 36,8 miljoen beschikbaar.

Het Nederlands Kanker Instituut (NKI) is een internationaal erkend centre of excellence op het gebied van oncologisch onderzoek. VWS financiert het NKI met als doel fundamenteel, translationeel en klinisch kankeronderzoek te bevorderen ten behoeve van verbetering van de overleving van kanker en kwaliteit van leven van de patiënt. In totaal is in 2019 een bedrag van € 17,5 miljoen beschikbaar. Mede naar aanleiding van de beleidsdoorlichting van beleidsartikel 2.1. van de begroting van VWS wordt bezien hoe de subsidieverstrekking aan IKNL toekomstbestendig gemaakt kan worden door te bezien of deze nog effectief, doelmatig, rechtmatig is.

Zwangerschap en geboorte

De recente cijfers over de perinatale sterfte laten zien dat er in Nederland sprake is van een dalende trend. De cijfers uit verschillende andere Europese landen laten zien dat een verdere daling van de perinatale sterfte mogelijk is. De komende jaren zal daarom worden ingezet op het doorvoeren van verdere verbeteringen in de geboortezorg. Met als doel het terugdringen van de perinatale sterfte en het hebben van een goede start van moeder en kind. In 2019 is hiervoor in totaal circa € 3,1 miljoen beschikbaar. Een deel hiervan gaat als subsidie naar het College Perinatale Zorg (CPZ) en Perined. Perined zorgt ervoor dat de afzonderlijke registraties (van de verschillende beroepsgroepen) worden gekoppeld, waardoor een sectorbrede perinatale registratie ontstaat, die mogelijkheden biedt voor onderzoek, vergelijkingen en indicatoren op basis waarvan verbeteringen kunnen worden doorgevoerd. Daarnaast ontvangt Perined middelen voor de perinatale audit. CPZ geeft richting aan de beste geboortezorg voor moeder en kind door visieontwikkeling, verbinden, agenderen, adresseren, faciliteren en regievoeren op het gebied van preventie, kwaliteitsontwikkeling, zwangere centraal en verbeteren integrale geboortezorg op basis van de adviezen van de stuurgroep Zwangerschap en Geboorte «Een goed begin»(2010) en de agenda geboortezorg 2018–2022 (TK 32 279, nr. 119).

Verder is er voor de periode 2017–2021 € 20 miljoen beschikbaar voor de voortzetting van het ZonMw-programma Zwangerschap en geboorte op basis van de nieuwe onderzoeksagenda «Een gezonde start voor moeder en kind; Integrale zorg rondom zwangerschap». Deze middelen zijn overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid.

Registratie en uitwisseling zorggegevens (PALGA)

De Stichting Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA) beheert de landelijke databank met alle pathologie-uitslagen en het computernetwerk voor de gegevensuitwisseling met alle pathologielaboratoria in Nederland. Alle 46 laboratoria voor pathologie in Nederland nemen deel aan het PALGA-netwerk. De pathologielaboratoria zorgen gezamenlijk voor alle uitslagen van pathologieonderzoek: kwaadaardige aandoeningen, goedaardige aandoeningen maar ook de uitslagen van onderzoek waarbij geen afwijkingen zijn aangetroffen. Dankzij het PALGA-netwerk is een optimaal gebruik mogelijk van gegevens die eenmalig worden vastgelegd in het laboratorium. De gegevens in het centrale systeem vormen de basis voor de landelijke kankerregistratie, zijn onmisbaar voor de evaluatie en monitoring van de bevolkingsonderzoeken, ondersteunen de patiëntenzorg en worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Voor de uitvoering van deze activiteiten is in 2019 een bedrag beschikbaar van € 3,7 miljoen.

Ontsluiten patiëntgegevens medisch specialistische zorg

Gedurende de periode 2017–2019 stelt het Ministerie van VWS in totaal € 105 miljoen beschikbaar aan ziekenhuizen en andere instellingen voor medisch-specialistische zorg om hen in staat te stellen hun ICT-infrastructuur patiëntgerichter te maken en gestandaardiseerde gegevensuitwisseling mogelijk te maken (Versnellingsprogramma Informatieuitwisseling Patiënt en Professional (VIPP)). Hiermee krijgt de patiënt op veilige wijze toegang tot zijn gegevens en kan hij deze gebruiken voor regie over zijn gezondheid, bijvoorbeeld door de inzet van apps of delen met andere zorgverleners. Door de standaardisering van gegevensuitwisseling wordt ook een basis gelegd voor de inzet van e-health in de zorg en de ontwikkeling dat zorg steeds meer in netwerken en door meerdere zorgverleners wordt geleverd. In het kader van het onlangs gesloten hoofdlijnenakkoord medisch specialistische zorg is er voor een vervolg op dit programma voor de periode 2020–2022 jaarlijks € 25 miljoen beschikbaar als tijdelijke impuls voor nieuwe ontwikkelingen. In de budgettaire tabel zijn deze middelen geraamd onder de post Hoofdlijnenakkoord medische specialistische zorg.

Stimuleren E health en versterken inzet ICT ggz

In de nieuwe afspraken «aanpak wachttijden ggz (TK 25 424, nr. 369)» is afgesproken om de inzet van e-health in de ggz te stimuleren en te investeren in informatievoorziening zoals een verbeterde uitwisseling tussen zorgverleners en hun patiënten. Dit draagt eraan bij dat de patiënt veilig en gestandaardiseerd over zijn medische gegevens kan beschikken in een persoonlijke gezondheidsomgeving en kan kiezen met welke zorgverleners hij deze wil delen. De inzet van e-health is belangrijk om patiënten meer steun te kunnen bieden als zij op de wachtlijst staan, en ervoor te zorgen dat de patiënt eerder bij de juiste zorgverlener terecht kan. Hierdoor kan er doelmatiger worden behandeld wat op termijn bijdraagt aan kortere wachttijden. Hiervoor is in de periode 2018–2020 in totaal € 50 miljoen beschikbaar.

Nederlandse Transplantatie Stichting

De Nederlandse Transplantatie Stichting krijgt op structurele basis subsidie voor activiteiten op het terrein van voorlichting over orgaandonatie en het ondersteunen en monitoren van de donorwerving in ziekenhuizen. In 2019 wordt een aantal taken en activiteiten op het terrein van weefseldonatie die tot en met 2018 premiegefinancierd waren toegevoegd aan de subsidie. In 2019 wordt in totaal een bedrag van € 7,5 miljoen geraamd.

Orgaandonatie en transplantatie

Twintig ziekenhuizen in regio’s rondom de academische centra van Groningen, Nijmegen, Maastricht, Utrecht, Amsterdam, Leiden en Rotterdam krijgen subsidie voor beleid en organisatie rond orgaandonatie. De bekostiging van de Zelfstandig Uitname Teams (ZUT) wordt met ingang van juli 2018 volledig gefinancierd door een premiegefinancierde beschikbaarheidbijdrage postmortale orgaandonatie. Hierdoor daalt het subsidiebedrag ten opzichte van voorgaande jaren tot € 4,4 miljoen.

Antibioticaresistentie

Zoals aangegeven in de laatste Kamerbrief over de voortgang aanpak antibioticaresistentie (TK 32 620, nr. 201) is op 1 mei 2017 een tweejarige pilot gestart waarin tien regionale zorgnetwerken antibioticaresistentie (ABR) worden opgebouwd tot actieve en effectieve samenwerkingsverbanden. In 2018 is de structurele bekostiging van de zorgnetwerken ABR voorbereid (TK 32 620, nr. 203). De verwachting is dat vanaf 1 mei 2019 de regionale zorgnetwerken ABR volledig operationeel zijn. Voor de aanpak van antibioticaresistentie in de zorg is vanaf 2019 een bedrag van € 15,1 miljoen beschikbaar.

Basisondersteuning research Prinses Maxima Centrum (PMC)

Om overlevingskansen voor kinderen met kanker te verbeteren is wetenschappelijk onderzoek van cruciaal belang. In juni 2018 is daartoe het Prinses Maxima Centrum geopend. Er is een researchorganisatie opgericht die wordt ondergebracht bij het PMC. Hiermee worden de doelmatigheid en opbrengsten van onderzoek van kinderoncologische zorg en hoogwaardig onderzoek verbeterd. Er wordt een subsidie verleend voor het bekostigen van de research infrastructuur in het algemeen (zoals het bekostigen van een deel van de vaste staf), de preklinische research infrastructuur (zoals de aanschaf van specifieke microscopen die gebruikt kunnen worden voor beeldvorming in cellen, tumoren en organen) en de klinische research infrastructuur (zoals het opzetten en uitbouwen van een trialcentrum). Hiervoor is in 2019 een bedrag van € 4,1 miljoen beschikbaar. Vanaf 2020 zal dit worden gefinancierd vanuit de beschikbaarheidbijdrage academische zorg.

Digitale landelijke gegevensuitwisseling in de geboortezorg

Er is in het veld een grote behoefte aan gegevensuitwisseling tussen de verschillende professionals als extra stimulans voor integraal werken. Daarnaast is er de landelijke afspraak gemaakt over het mogelijk maken van het ontsluiten van de gegevens naar de patiënt per 2020.

In de periode 2019–2022 is € 15 miljoen beschikbaar voor het landelijk digitaal uitwisselen van gegevens in de keten geboortezorg (van preconceptiezorg tot aan 6 weken post partum met overdracht naar JGZ) en het ontsluiten van deze gegevens naar de cliënt. Het zal per subsidie verleend gaan worden aan regio’s.

Hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg

Het programma Topzorg en het Citrienfonds zullen gedurende de looptijd van dit akkoord worden voortgezet. Hiervoor is in totaal € 13 miljoen per jaar beschikbaar. Om de randvoorwaarden te realiseren zoals genoemd bij de onderdelen innovatieve zorgvormen/e-health en ICT-zorginfrastructuur in dit akkoord zal, in vervolg op het Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional (VIPP), een nieuw programma worden ingericht voor alle instellingen die medisch-specialistische zorg leveren (Universitair Medische Centra, algemene ziekenhuizen, revalidatiecentra, zelfstandige behandelcentra en overige instellingen voor medisch-specialistische zorg), uitgezonderd ggz-instellingen. Dit programma richt zich specifiek op het realiseren van aansluiting bij het afsprakenstelsel van MedMij zodat de patiënt op een veilige manier over zijn medische gegevens kan beschikken in een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO). Voor dit programma is voor de periode 2020–2022 jaarlijks € 25 miljoen beschikbaar als tijdelijke impuls voor nieuwe ontwikkelingen.

De gelden die op dit moment beschikbaar zijn voor de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch-Specialistische zorg (€ 12,5 miljoen per jaar) en voor de Patiëntenfederatie Nederland voor patiëntenparticipatie (€ 3 miljoen per jaar) blijven ook gedurende de looptijd van het onderhavige akkoord beschikbaar. VWS treft in overleg met veldpartijen voorbereidingen om deze gelden vanaf 2019 via ZonMw te financieren. In afwachting van de uitkomsten uit dit overleg zijn deze middelen vooralsnog gereserveerd binnen het uitgavenplafond zorg, terug te vinden in hoofdstuk 6 van deze begroting (Financieel Beeld Zorg).

Hoofdlijnenakkoord geestelijke gezondheidszorg

Voor de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord geestelijke gezondheidszorg is gedurende de looptijd van het akkoord (2019–2022) jaarlijks € 14,4 miljoen beschikbaar. Hiervan is jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar voor het onderzoeksprogramma GGZ via ZonMw en € 2 miljoen voor projecten gericht op destigmatisering en zelfmanagement en herstel. Het reeds beschikbare bedrag van € 5 miljoen voor de uitvoering van de agenda voor gepast gebruik en transparantie blijft beschikbaar en is opgehoogd naar een bedrag van € 7,4 miljoen. VWS treft in overleg met veldpartijen voorbereidingen om deze gelden vanaf 2019 via ZonMw te financieren. In afwachting van de uitkomsten uit dit overleg zijn deze middelen vooralsnog gereserveerd binnen het uitgavenplafond zorg, terug te vinden in hoofdstuk 6 van deze begroting (Financieel Beeld Zorg).

Hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg

Voor de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord huisartsen is in 2019 € 18 miljoen en in de periode 2020–2022 € 23 miljoen beschikbaar. Voor de uitvoering van het programma OPEN is in 2019 € 15 miljoen en in de periode 2020–2022 jaarlijks € 20 miljoen beschikbaar. Voor de uitvoering van de Nationale Onderzoeksagenda Huisartsgeneeskunde van de NHG is voor de looptijd van dit akkoord jaarlijks € 2 miljoen beschikbaar gesteld. De uitvoering van deze agenda zal verlopen via ZonMw.

Voor de uitvoering van landelijke projecten die ondersteunend zijn aan de afspraken in dit akkoord is voor de looptijd van dit akkoord jaarlijks een bedrag van € 1 miljoen beschikbaar.

De middelen die het NHG jaarlijks reeds ontvangt voor richtlijnontwikkeling in de huisartsenzorg (jaarlijks circa € 3 miljoen) worden structureel opgehoogd met € 0,1 miljoen voor patiënteninbreng bij richtlijnontwikkeling. VWS treft voorbereidingen om deze middelen vanaf 2019 via ZonMw te financieren. In afwachting van de uitkomsten uit dit overleg zijn deze middelen vooralsnog gereserveerd binnen het uitgavenplafond zorg, terug te vinden in hoofdstuk 6 van deze begroting (Financieel Beeld Zorg).

Hoofdlijnenakkoord wijkverpleging

Voor de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord wijkverpleging is gedurende de looptijd van het akkoord (2019–2022) jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de activiteiten in de paragraaf over kwaliteit en transparantie in het akkoord. Dit betreft ondermeer de ontwikkeling van kwaliteitsrichtlijnen en uitkomstindicatoren. Een deel van deze middelen is reeds belegd bij ZonMw en derhalve overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid.

Overig

Hieronder vallen ondermeer de subsidies voor het toepassen van innovatieve perfusietechnieken voor donororganen (€ 1,7 miljoen), de werving van stamceldonoren door de stichting Matchis (€ 1 miljoen), kwaliteitsgelden (€ 4 miljoen), expertisecentra zeldzame aandoeningen (€ 0,5 miljoen) en de subsidieregeling Donatie bij leven (€ 0,9 miljoen).

Opdrachten

Publiekscampagne orgaandonatie

Met het oog op de nieuwe Donorwet wordt het publiek door doelgroep gerichte voorlichtingscampagnes zo goed mogelijk geïnformeerd over het Donorbeslissysteem. Hiervoor is in 2019 € 10 miljoen geraamd. In het najaar van 2018 zal de Tweede Kamer het hieraan ten grondslag liggende communicatieplan ontvangen.

Programma Gender en gezondheid

Voor het doen van onderzoek naar genderverschillen in de gezondheidszorg, en het beter verspreiden van kennis voert ZonMw van 2016 tot en met 2022 het programma «Gender en gezondheid» uit. VWS heeft hiervoor in totaal € 12 miljoen ter beschikking gesteld. De middelen hiervoor zijn overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid.

Overig

Hier worden ondermeer de kosten geraamd voor onderzoeken acute zorg (€ 0,4 miljoen) en maatregelen orgaandonatie (€ 0,8 miljoen).

Bijdragen aan agentschappen

aCBG

Het agentschap College ter beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG) ontvangt in de periode 2017 tot en met 2019 jaarlijks € 2,7 miljoen om te investeren in uitbreiding en opleiding van personeel en het coachen en trainen van beoordelaars uit de nieuwere EU-lidstaten. Dit hangt samen met de voorgenomen Britse uittreding uit de EU en het daarmee gepaard gaande vertrek van de European Medicines Agency (EMA) uit Londen. Hierdoor neemt het aantal door het aCBG en elders te beoordelen toelatingsdossiers naar verwachting toe.

CIBG: donorregister

Het agentschap CIBG verzorgt onder meer het Donorregister waarin de keuze omtrent orgaandonatie van burgers wordt vastgelegd. In verband met de nieuwe Donorwet treft het Donorregister voorbereidingen voor het aanschrijven van het publiek in 2020 en het aanpassen van de ICT omgeving. In 2019 is een bedrag van € 3 miljoen voor het Donorregister gereserveerd.

Overig

Hier worden ondermeer kosten geraamd voor maatregelen invoeren Actief Donatie Registratie Systeem (€ 2,5 miljoen), implementatie verordening hulpmiddelen en goed gebruik medische hulpmiddelen (€ 0,5 miljoen), en onderzoeken acute zorg (€ 0,4 miljoen).

2. Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

Subsidies

Sluitende aanpak personen met verward gedrag

Voor een sluitende aanpak voor personen met verward gedrag wordt een samenhangend pakket aan maatregelen genomen waarvoor in 2019 ruim € 36 miljoen, in 2020 bijna € 32 miljoen en vanaf 2021 jaarlijks € 26 miljoen beschikbaar is gesteld.

Van het bedrag van € 36 miljoen dat beschikbaar is in 2019 is € 18 miljoen beschikbaar op artikel 2. Hiervan is € 8 miljoen beschikbaar om ervoor te zorgen dat iedereen in Nederland de zorg krijgt die hij/zij nodig heeft. Hiertoe is een subsidieregeling opgesteld waar zorgaanbieders – onder strikte voorwaarden – de kosten kunnen declareren voor zorg aan mensen die onverzekerd zijn. Daarnaast is er een bedrag van € 2 miljoen beschikbaar voor het stimuleren van pilots met een flexibele inzet van behandeling en begeleiding, een bedrag van € 4,5 miljoen voor het stimuleren van extra ggz expertise in de wijk, een bedrag van € 1,5 miljoen voor pilots met gemeentelijke meldpunten en een bedrag van € 2 miljoen voor het vervolg en de borging van de resultaten van het schakelteam personen met verward gedrag.

Van het bedrag van € 36 miljoen dat beschikbaar is in 2019 is € 15,5 miljoen beschikbaar op artikel 4. Een bedrag van € 12 miljoen is beschikbaar voor een meerjarig ZonMw-programma om projecten en initiatieven te faciliteren die bijdragen aan het realiseren van een regionale sluitende aanpak voor personen met verward gedrag. Voor het vervoer van personen met verward gedrag door regionale ambulancevoorzieningen is jaarlijks € 6 miljoen beschikbaar gesteld. In overleg met Ambulancezorg Nederland en Zorgverzekeraars Nederland is ervoor gekozen vanaf 2018 tijdelijk een deel van deze middelen via ZonMw beschikbaar te stellen voor pilots met vervoer van personen met verward gedrag door regionale ambulancevoorzieningen. Het resterende bedrag van € 2,5 miljoen is beschikbaar binnen het uitgavenplafond zorg.

Stimuleringsprogramma competentieontwikkeling openbare apothekers

Om de huidige generatie openbaar apothekers, net als de nieuwe generatie openbaar apothekers, klaar te stomen voor de veranderingen in het beroep en te borgen dat zij toegerust zijn en blijven in het verlenen van farmaceutische patiëntenzorg wordt via een meerjarige projectsubsidie (2016- 2020) aan de KNMP een stimuleringsprogramma voor competentieontwikkeling van openbaar apothekers op de gewenste gebieden georganiseerd. In 2019 is hier een bedrag van € 2,9 miljoen voor gereserveerd.

Vertrouwenspersonen in de ggz

In de ggz kan een beroep worden gedaan op de patiëntenvertrouwenspersoon (pvp) en de familievertrouwenspersoon (fvp). De werkzaamheden van de pvp hebben een wettelijke basis in de Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) en het besluit Bopz. Met een instellingssubsidie stelt VWS de stichting PVP in staat om de wettelijke taak van de pvp uit te voeren. Met een instellingssubsidie aan de landelijke stichting familievertrouwenspersonen draagt VWS bij aan de financiering van een landelijk dekkend netwerk voor de inzet van familievertrouwenspersonen.

Op 1 januari 2020 treedt de wet verplichte geestelijke gezondheidszorg in werking en hebben de pvp en de fvp beiden een wettelijke verankering. In totaal is voor de vertrouwenspersonen in de ggz in 2019 een bedrag beschikbaar van € 6,7 miljoen.

Suïcidepreventie

Stichting 113 Zelfmoordpreventie (verder te noemen 113) ontvangt een instellingssubsidie voor het verlenen van concrete hulp en interventies alsook ook voor de verspreiding van kennis via voorlichting, bewustwording en advisering over het terugdringen van suicide. Daarnaast ontvangt 113 een projectsubsidie voor de coördinatie en het aanjagen van de uitvoering van de Landelijke agenda suïcidepreventie. De Kamer wordt jaarlijks geïnformeerd over de landelijke suïcidecijfers en de uitvoering van deze agenda. Verder ontvangt 113 een projectsubsidie voor Supranet. Het doel van deze subsidie is het realiseren van een lokale aanpak binnen zeven regio’s om het aantal suïcides terug te dringen. In 2019 is hiervoor € 9,1 miljoen beschikbaar.

Memorabel

Voor het vervolg op het ZonMw-onderzoeksprogramma Memorabel (deel 2) is in totaal € 32 miljoen beschikbaar voor de periode 2017–2020. Met dit programma wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het onderzoek naar de oorzaken, preventie, diagnostiek en behandeling van dementie en de zorg voor mensen met dementie. Voor de curatieve zorg is hier jaarlijks € 3 miljoen voor beschikbaar gesteld, die zijn overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid.

Subsidieregeling borstvergroting transvrouwen

Bij de meerderheid van de man-vrouw transgenders is, ook na hormonale therapie, te weinig borstweefsel aanwezig om een voldoende vrouwelijk profiel te hebben. Transgenders ervaren dit als een ernstige belemmering bij hun transitie. Vergoeding via de Zorgverzekeringswet (Zvw) is niet mogelijk gebleken. Voor deze regeling is in 2019 en 2020 € 4,2 miljoen per jaar gereserveerd. In deze jaren is rekening gehouden met een mogelijke inhaalvraag. In de jaren daarna is een bedrag van € 2,8 miljoen per jaar beschikbaar.

Overig

Hier zijn ondermeer middelen gereserveerd voor subsidies gericht op destigmatisering en zelfmanagement en herstel in de ggz (€ 2 miljoen), toepasbaarheid van e health applicaties (€ 2,8 miljoen), alternatieve verdienmodellen apothekers (€ 1,3 miljoen) en stimulering innovaties bij hulpmiddelen (€ 1,3 miljoen).

Bekostiging

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

Kinderen tot achttien jaar betalen geen nominale premie Zvw. De rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds (circa € 2,7 miljard) voorziet in de financiering van deze premie.

Zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

Zorgaanbieders kunnen een bijdrage vragen aan het CAK als zij medisch noodzakelijke zorg hebben verleend aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen en de kosten daarvan niet of niet volledig verhaalbaar blijken op de patiënt. Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor compensatie uit collectieve middelen onder in de wet (Zvw, art. 122a) gestelde voorwaarden. Voor compensatie aan de zorgaanbieders is in 2019 € 38,6 miljoen beschikbaar. De uitvoeringskosten van deze regeling zijn opgenomen in artikel 4 Zorgbreed beleid.

Opdrachten

Implementatie Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)

Op 23 januari 2018 is de Wet verplichte ggz (Wvggz) door de Eerste Kamer aangenomen. De wet zal per 1 januari 2020 in werking treden. In 2018 zijn de partijen die betrokken zijn bij de Wvggz gestart met de implementatie. Zij spannen zich gezamenlijk in voor een succesvolle implementatie van de Wvggz. Waar in 2018 reeds de nodige voorbereidingen zijn getroffen, komt de nadruk van de implementatie in 2019 te liggen. VWS is verantwoordelijk voor een eenduidige informatievoorziening over de wet in de vorm van handleidingen en andere voorlichtingsmaterialen. Daarnaast faciliteert VWS de ketenpartijen. Voor de implementatie van de wet is in 2019 € 5,4 miljoen beschikbaar.

Pilot inbedding psychosociale zorg bij somatische aandoeningen

Het landelijk overleg psychosociale oncologische zorg heeft samen met de Minister van VWS besloten tot een tweejarige pilot voor het inrichten van zorg voor patiënten die kanker hebben gehad en als gevolg daarvan aanpassingsstoornissen krijgen die niet kunnen worden behandeld door een huisarts. Voor deze pilot is in de jaren 2018 en 2019 € 8 miljoen beschikbaar. Deze pilot wordt uitgevoerd door ZonMw. De middelen voor de uitvoering van de pilot zijn overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid.

Overig

Hieronder zijn ondermeer middelen gereserveerd voor een vervolg op de publiekscampagne depressie (€ 1 miljoen), tolkenondersteuning huisartsen bij consulten nieuwe statushouders (€ 0,5 miljoen), het verzamelen van farmaceutische kentallen (€ 0,8 miljoen), de Europese horizonscan (€ 1 miljoen).

Bijdrage aan agentschappen

CIBG: WPG/GVS/APG

Betreft onder meer de kosten voor het uitvoeren van de Wet geneesmiddelenprijzen, het Geneesmiddelenvergoedingensysteem en de registraties van add-on’s (€ 2,7 miljoen).

3. Ondersteuning van het stelsel

Subsidies

Stichting klachten en geschillen zorgverzekeringen

De Stichting klachten en geschillen zorgverzekeringen (SKGZ) ontvangt voor het project «Zorgverzekeringslijn» een instellingssubsidie. In 2019 gaat het om een bedrag van € 1,3 miljoen. De activiteiten van de Zorgverzekeringslijn voorzien in informatie en advies over de zorgverzekering, de verzekeringsplicht, wat te doen bij betalingsproblemen of onverzekerdheid en biedt zo nodig en gewenst een doorverwijzing naar lokaal welzijnswerk of schuldbemiddeling.

Overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg

Voor vrijgevestigde medisch specialisten is een subsidieregeling ingesteld om de financiële belemmeringen voor een overstap naar loondienst te verminderen. Dit is een uitvloeisel van het hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg 2014–2017 en de invoering van integrale tarieven in de medisch-specialistische zorg. Op aanvraag wordt 80% van het subsidiebedrag van € 100.000 per specialist uitgekeerd, bij de vaststelling vier jaar na aanvraag het restant van 20%. In het Regeerakkoord zijn daarnaast extra middelen vanaf 2019 uitgetrokken ter bevordering van meer gelijkgerichtheid in het ziekenhuis door medisch specialisten te stimuleren de stap te maken naar het participatiemodel of loondienst. In overleg met de betrokken partijen wordt nog onderzocht op welke wijze dit het best kan worden vormgegeven. In het voorjaar van 2019 zal nadere besluitvorming plaatsvinden over de inzet van deze middelen. In 2019 is in totaal een bedrag van € 32,7 miljoen.

Inkomensoverdrachten

Overgangsrecht FLO/VUT ouderenregeling

Bij de afschaffing van de regelingen rond Functioneel Leeftijdsontslag/Vervoegde Uittreding (FLO/VUT) zijn afspraken gemaakt over de vergoeding van het overgangsrecht ouderenregelingen voor de verschillende diensten om de continuïteit van ambulancezorg te garanderen en om een ongelijk speelveld tussen de verschillende soorten ambulancediensten (publiek, B3 en particulier) te voorkomen. De kosten van het overgangsrecht zijn in de tarieven voor de ambulancediensten verwerkt. Met de ambulancediensten is een overeenkomst gesloten, waarin is geregeld dat een groot deel van de kosten bij VWS gedeclareerd kan worden. Om verschillen in de tariefstelling ten gevolge van de ouderenregelingen te voorkomen, is ervoor gekozen de betalingen van alle drie deze regelingen via de begroting van VWS te laten verlopen. In 2019 is hiervoor een bedrag beschikbaar van € 17,6 miljoen.

Opdrachten

Risicoverevening

In 2019 zullen diverse onderzoeken worden uitgevoerd met als doel om de risicoverevening in de toekomst verder te verbeteren. Partijen hebben diverse inhoudelijke verbeteringen aangedragen. Deze inhoudelijke verbeteringen zijn besproken in de Werkgroep Ontwikkeling Risicoverevening (WOR) en leiden tot een onderzoeksprogramma ten behoeve van het risicovereveningsmodel 2020 en een meerjarig onderzoeksprogramma. Het meerjarige onderzoeksprogramma bevat onderzoeken waarvan de resultaten niet direct betrekking hebben op het vereveningsmodel voor komend jaar vanwege een meer fundamentele vraagstelling en langere doorlooptijd. Voor 2019 is voor het gehele onderzoeksprogramma € 2 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan agentschappen

CJIB: onverzekerden en wanbetalers

Het kabinet vindt het ongewenst dat mensen zich aan de solidariteit van de Zorgverzekeringswet onttrekken door zich niet te verzekeren. Op grond van de Wet opsporing en verzekering onverzekerden zorgverzekering (Wet Ovoz) worden onverzekerde verzekeringsplichtigen actief opgespoord. Die opsporing vindt plaats door het CAK in samenwerking met de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Bij niet nakomen van de verzekeringsplicht kan tot twee keer een bestuursrechtelijke boete worden opgelegd. Inning van de bestuurlijke boetes vindt plaats door het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB). De uitvoeringskosten van het CAK (zie artikel 4 Zorgbreed beleid), de SVB en het CJIB worden door VWS betaald. Voor het CJIB is in 2019 € 15,6 miljoen beschikbaar

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

SVB: Onverzekerden

Op grond van de Wet opsporing en verzekering onverzekerden zorgverzekering (Wet Ovoz) worden onverzekerde verzekeringsplichtigen actief opgespoord. Die opsporing vindt plaats door het CAK in samenwerking met de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Bij niet nakomen van de verzekeringsplicht kan tot twee keer een bestuursrechtelijke boete worden opgelegd. Inning van de bestuurlijke boetes vindt plaats door het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) (zie hierboven). De uitvoeringskosten van de SVB worden door VWS betaald. In totaliteit is voor de uitvoeringskosten van de SVB in 2019 een bedrag van € 3,8 miljoen geraamd.

Zorginstituut Nederland: Doorlichten pakket

In het regeerakkoord Rutte-Asscher is afgesproken dat het Zorginstituut Nederland (ZiNL) jaarlijks een deel van het verzekerd pakket zal doorlichten (stringent pakketbeheer/systematische doorlichting pakket). Hiervoor wordt aan het ZiNL aanvullend budget beschikbaar gesteld ten behoeve van de uitbreiding van personele capaciteit en onderzoek. Voor 2019 is een budget van € 9 miljoen beschikbaar. Deze middelen zijn overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid.