Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Artikel 6 Sport en bewegen

1. Algemene doelstelling

Een sportieve samenleving waarbij plezier in sport en bewegen belangrijk is, waarin voor iedereen passende en veilige sport- en beweegmogelijkheden aanwezig zijn en topsport mensen inspireert en samenbrengt.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor het landelijke sportbeleid. Aan dit sportbeleid ligt vooral de maatschappelijke betekenis van sport ten grondslag. Sport en bewegen dragen in belangrijke mate bij aan een betere gezondheid, aan het verbeteren van leefbaarheid en veiligheid, sociale samenhang en integratie, aan het verbeteren van schoolprestaties en het verminderen van schooluitval. Daarnaast erkent de Minister de intrinsieke waarde van sport en het belang van sportevenementen. Vanuit die verantwoordelijkheid vervult de Minister de volgende rollen:

Stimuleren:

  • –  Het bevorderen van de samenwerking tussen partijen zoals gemeenten, bedrijfsleven, maatschappelijke (sport)organisaties, zodat op lokaal niveau een passende en veilige sport- en beweeginfrastructuur en cultuur tot stand komt en blijft.
  • –  Het bevorderen van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling.

Financieren:

  • –  Het ontwikkelen en (mede)financieren van programma’s die er aan bijdragen dat er voor iedereen passende en veilige sport- en beweeginfrastructuur en cultuur in de buurt aanwezig zijn.
  • –  Het faciliteren en mede financieren van de ambitie om te behoren tot de beste tien sport landen ter wereld. Het scheppen van randvoorwaarden voor talenten en topsporters in Nederland, waardoor zij op een professionele en verantwoorde wijze kunnen uitblinken in sport, ook tijdens topsportevenementen in eigen land.
  • –  Het (mede) financieren van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling.

Regisseren:

  • –  Het tot stand brengen van de omvorming van de Dopingautoriteit van stichting naar zelfstandig bestuursorgaan als gevolg van de in behandeling zijnde Wet uitvoering antidopingbeleid, in nauwe samenwerking met NOC*NSF en de Dopingautoriteit.
  • –  Het versterken van de maatschappelijke impact van sport en bewegen via het organiseren van internationaal aansprekende sportevenementen.
  • –  Het bijeen brengen van gemeenten, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en provincies binnen het sportakkoord om tot een gezamenlijk beleidsagenda te komen.

3. Beleidswijzigingen

Thema Sport

Nationaal Sportakkoord «Sport verenigt Nederland»

Met het onlangs afgesloten sportakkoord wordt samen met de sport, gemeenten, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties de handen ineen geslagen om de kracht van sport de komende jaren nog beter te kunnen benutten: om Nederland te verenigingen via sport en bewegen (TK 30 234, nr. 185).

Het Sportakkoord benoemt zes ambities. Deze zijn erop gericht de komende jaren te komen tot:

  • –  inclusief sporten en bewegen;
  • –  een duurzame sportaccommodatie infrastructuur;
  • –  vitale aanbieders;
  • –  een positieve sportcultuur;
  • –  van jongs af aan vaardig in bewegen.

Voor de eerste vijf ambities bestaan reeds concrete afspraken over de invulling. Ten aanzien van de topsport-ambitie zal in 2019 worden gewerkt aan het formuleren van afspraken waarmee het realiseren van d eambitie moet worden bereikt. Reden hiervoor is dat zo gelijke tred wordt gehouden met de Olympische cyclus. Hierover zal de Kamer in 2019 nader worden geïnformeerd.

Topsport en evenementen

Sport bevordert de gezondheid, brengt plezier, trots en saamhorigheid. Het kabinet stelt in het Regeerakkoord structureel € 10 miljoen voor topsport en € 5 miljoen voor de ondersteuning van de organisatie van topsportevenementen in Nederland beschikbaar. Zo wordt ingezet op meer mogelijkheden voor deelname aan internationale wedstrijden en trainingsstages, betere talentherkenning- en ontwikkeling, meer en betere persoonlijke begeleiding door coaches en experts, extra investering in financiële voorzieningen, een integraal datamanagement- en dossiervergelijkingssysteem, een betere en meer toegankelijke opleiding van Nederlandse topcoaches en de ontwikkeling van nieuwe en kansrijke medaille-onderdelen en sporten. Deze structurele intensivering biedt hiermee meer kansen in de ontwikkeling van onze Olympische en Paralympische talenten en topsporters. Daarnaast geeft het meer ruimte om internationaal aansprekende sportevenementen in Nederland te organiseren (TK 34 888, nr. 2).

Overige beleidswijzigingen

Verruiming BTW-vrijstelling sportclubs

Met ingang van 2019 is de budgettaire verantwoordelijkheid inzake de verruiming van de BTW-vrijstelling voor sportclubs overgedragen van het Ministerie van Financiën naar het Ministerie van VWS (TK 30 234, nr. 184). Hiermee wordt het Ministerie van VWS vanaf 2019 mede verantwoordelijk voor het beleid op het gebied van sportaccommodaties, bijvoorbeeld ten aanzien van bouw en onderhoud, duurzaamheid en de toegankelijkheid van sportaccommodaties. Door de verruiming van de BTW-vrijstelling vervalt in de meeste gevallen ook de mogelijkheid om BTW te verrekenen. Om de gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen hiervoor te compenseren worden middelen gereserveerd voor een specifieke uitkering voor gemeenten en voor een subsidieregeling voor sportverenigingen, stichtingen en andere niet winst beogende investeerders in sportaccommodaties. Binnen het Sportakkoord wordt hieraan uitvoering gegeven onder het thema «een duurzame sportaccommodatie infrastructuur».

Dopingautoriteit

Anticiperend op de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Wet uitvoering antidopingbeleid zijn er voorzieningen getroffen om de organisatie van de Dopingautoriteit voor te bereiden op de status van zelfstandig bestuursorgaan, die het met dit wetsvoorstel zal krijgen. Daarnaast worden er in 2019 diverse maatregelen genomen ter versterking van de aanpak van doping (TK 34 543, nr. 17).

4. Budgettaire gevolgen van beleid

Algemeen

In verband met het sluiten van het Sportakkoord «Sport verenigt Nederland» en het overdragen van de budgettaire verantwoordelijkheid inzake de verruiming BTW-vrijstelling voor sportclubs van het Ministerie van Financiën naar het Ministerie van VWS, is ervoor gekozen de budgetstructuur hierop aan te passen.

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

83.088

69.670

408.968

390.978

399.055

411.255

412.981

                   

Uitgaven

80.357

92.815

409.498

407.213

409.725

411.255

412.981

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

97,9%

       
                   

1. Passend sport- en beweegaanbod

19.010

22.817

1.772

864

400

0

0

                   
 

Subsidies

15.111

17.899

1.772

864

400

0

0

   

Gehandicaptensport

1.534

1.820

0

0

0

0

0

   

Verantwoord sporten en bewegen

784

799

0

0

0

0

0

   

Sport en bewegen in de buurt

4.893

7.334

1.041

596

224

0

0

   

Stimuleren van een veiliger sportklimaat

7.900

7.946

731

268

176

0

0

                   
 

Bekostiging

3.000

2.500

0

0

0

0

0

   

Compensatie van betaalde energiebelasting

0

0

0

0

0

0

0

   

Energiebesparing en duurzame energie

3.000

2.500

0

0

0

0

0

                   
 

Opdrachten

899

942

0

0

0

0

0

   

Sport en bewegen in de buurt

899

942

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

0

1.339

0

0

0

0

0

   

Sport en bewegen in de buurt

0

1.339

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

137

0

0

0

0

0

   

Energiebesparing en verduurzaming

0

137

0

0

0

0

0

                   

2. Uitblinken in sport

54.243

63.084

2.850

1.252

0

0

0

                   
 

Subsidies

41.775

49.450

2.850

1.252

0

0

0

   

Topsportevenementen

9.688

7.642

2.850

1.252

0

0

0

   

Topsportprogramma's

30.569

40.022

0

0

0

0

0

   

Dopingbestrijding

1.518

1.786

0

0

0

0

0

                   
 

Inkomensoverdrachten

12.243

13.404

0

0

0

0

0

   

Stipendiumregeling

12.243

13.404

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

225

230

0

0

0

0

0

   

Dopingbestrijding

225

230

0

0

0

0

0

                   

3. Borgen van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling

7.104

6.914

0

0

0

0

0

                   
 

Subsidies

6.923

6.612

0

0

0

0

0

   

Kennis als fundament

6.923

6.612

0

0

0

0

0

                   
 

Opdrachten

128

239

0

0

0

0

0

   

Kennis als fundament

128

239

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

53

0

0

0

0

0

0

   

Overig

53

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

63

0

0

0

0

0

   

Overig

0

63

0

0

0

0

0

                   

4. Sport verenigt Nederland

0

0

404.876

405.097

409.325

411.255

412.981

                   
 

Subsidies

0

0

169.442

169.713

173.939

175.868

177.595

   

Inclusief sporten

0

0

3.227

3.900

4.550

4.950

5.595

   

Vaardig in bewegen

0

0

5.300

6.000

5.776

6.000

6.000

   

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

0

0

87.000

87.000

87.000

87.000

87.000

   

Positief sportklimaat

0

0

7.016

7.276

7.368

7.544

7.543

   

Vitale sportaanbieders

0

0

8.971

9.075

8.280

6.885

6.882

   

Topsportevenementen

0

0

9.793

8.836

10.089

10.089

10.199

   

Topsportprogramma’s

0

0

39.499

39.553

39.554

39.556

39.555

   

Kennis en innovatie sportbeleid

0

0

8.636

8.073

11.322

13.844

14.821

                   
 

Inkomensoverdrachten

0

0

13.406

13.407

13.408

13.409

13.408

   

Stipendiumregeling

0

0

13.406

13.407

13.408

13.409

13.408

                   
 

Opdrachten

0

0

213

213

213

213

213

   

Kennis en innovatie sportbeleid

0

0

213

213

213

213

213

                   
 

Bijdragen aan ZBO/RWT’s

0

0

1.808

1.757

1.757

1.757

1.757

   

Dopingautoriteit

0

0

1.808

1.757

1.757

1.757

1.757

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

152.000

152.000

152.000

152.000

152.000

   

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

0

0

152.000

152.000

152.000

152.000

152.000

                   
 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

0

230

230

230

230

230

   

Dopingbestrijding

0

0

230

230

230

230

230

                   
 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

67.777

67.777

67.778

67.778

67.778

   

GF: Inclusief sporten

0

0

61.000

61.000

61.000

61.000

61.000

   

EZK: Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

0

0

6.714

6.714

6.715

6.715

6.715

   

BZ: Internationaal

0

0

63

63

63

63

63

                   

Ontvangsten

645

740

740

740

740

740

740

   

Overig

645

740

740

740

740

740

740

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. Het betreft de BTW-vrijstelling voor sportclubs. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regeling en voor de budgettaire middelen. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de Fiscale regelingen».

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2019 van € 174,1 miljoen is 95,1% juridisch verplicht in verband met de financiering van aangegane verplichtingen voor instellingssubsidies en (meerjarige) projectsubsidies. Het betreft onder meer de instellingssubsidies aan NOC*NSF, het Kenniscentrum sport en Mulier Instituut. Bij de projectsubsidies betreft het onder meer de subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties, topsportevenementen en de uitwerking binnen de deelakkoorden van het sportakkoord.

Opdrachten

Van het beschikbare budget voor 2019 van € 0,2 miljoen is 100% juridisch verplicht.

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget voor 2019 van € 13,4 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de Stipendiumregeling voor topsporters.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Van het beschikbare budget voor 2019 van € 1,8 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de bijdrage aan de Dopingautoriteit.

Bijdragen aan medeoverheden

Van het beschikbare budget voor 2019 van € 152 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de Regeling specifieke uitkering stimulering sport.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Van het beschikbare budget voor 2018 van € 0,2 miljoen miljoen is 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Van het beschikbare budget voor 2019 van € 67,8 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de bestuurlijke afspraken met de Vereniging Nederlandse Gemeenten over de inzet van buurtsportcoaches binnen de gemeenten, een expertisecentrum dat aandacht heeft voor alle aspecten rondom de sportaccommodatie zoals normering van accommodaties, bezettingsgraden, toegankelijkheid en kwaliteit en een bijdrage voortvloeiend uit de European Partial Agreement in Sports (EPAS) en de World Anti-Doping Agency (WADA).

5. Instrumenten

In 2017 deed 57% van de personen van 12 jaar en ouder wekelijks aan sport. Dit percentage is sinds 2001 stabiel. Ruim de helft van de Nederlanders van 12 jaar en ouder beweegt voldoende volgens de combinorm, dat wil zeggen voldoet aan de norm gezond bewegen (voor volwassenen is dat minstens een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op minimaal vijf dagen per week en voor jongeren een uur matig intensief bewegen op alle dagen van de week) en/of de fitnorm (minimaal drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve lichamelijke activiteit).

Bron: www.staatvenz.nl/kerncijfers/thematisch/sport-en-bewegen

De medailleklassementen zijn een momentopname, maar geven wel een indicatie van de mate waarin Nederland erin slaagt om te behoren tot de beste tien sportlanden.

Kengetal: Positie Nederland in medailleklassement Olympische en Paralympische Zomerspelen Kengetal: Positie Nederland in medailleklassement Olympische en Paralympische Zomerspelen
Kengetal: Positie Nederland in medailleklassement Olympische en Paralympische Winterspelen Kengetal: Positie Nederland in medailleklassement Olympische en Paralympische Winterspelen

Bron: De medailleklassementen van de Olympische zomer- en winterspelen worden opgesteld door het International Olympic Committee (IOC).

In Turijn 2006 deed Nederland niet mee aan de Paralympische Winterspelen.

Subsidies

Sport en bewegen in de buurt

Er zijn meerjarige projectsubsidies verstrekt aan onder andere NOC*NSF voor de ondersteuning van het project sport en bewegen in de buurt, de Krajicek Foundation voor het organiseren van de Koningsspelen en aan Nationaal Platform Zwembaden voor een duurzaam zwemveilig Nederland in 2020. In 2019 is hiervoor € 1 miljoen beschikbaar.

Inclusief Sporten

Iedere Nederlander een leven lang plezier in sporten en bewegen. Ongehinderd door leeftijd, lichamelijke of geestelijke gezondheid, etnische achtergrond, seksuele geaardheid of sociale positie. Er wordt onder andere ingezet op meer Buurtsportcoaches zodat mensen die belemmeringen ervaren kunnen sporten. Gemeenten wordt gevraagd het aantal soorten hulpmiddelen, waar sporters met een beperking een beroep op kunnen doen, uit te breiden. Daarnaast komt er een Code goed sportbestuur voor sportaanbieders, waardoor clubs gestimuleerd worden te werken aan diversiteit zodat iedereen kan genieten van sport en mee kan helpen met het organiseren ervan. In 2019 is hiervoor € 3,2 miljoen beschikbaar.

Vaardig in Bewegen

Spelen en bewegen is door bijvoorbeeld digitalisering, verstedelijking en te weinig veilige speelplekken minder vanzelfsprekend geworden in het dagelijkse leven van kinderen. De ambitie is dat meer kinderen voldoen aan de beweegnorm en dat de motorische vaardigheden toenemen. Hierbij wordt via een publiekscampagne om de beweegrichtlijn bekend te maken, een beweegprogramma in iedere gemeente voor kinderen onder zes jaar, en daarnaast de inzet van het Jeugdfonds Sport en Cultuur waardoor ouders met een kleine beurs financiële ondersteuning krijgen om hun kinderen te laten sporten, spelen en bewegen, vooral ingezet op kinderen in de leeftijd van 0 tot 12 jaar. In 2019 is hiervoor € 5,3 miljoen beschikbaar.

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

Een goed werkende en duurzame sportinfrastructuur is belangrijk. Overal waar mensen sporten en bewegen moeten de voorzieningen op orde zijn. Het gaat hierbij niet alleen om sportvelden, zwembaden, sporthallen en clubhuizen, maar ook om het stadspark en het trapveldje in de wijk. Met de subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties kunnen sportaanbieders (sportverenigingen, stichtingen en andere niet winst beogende investeerders in sportaccommodaties) een subsidie aanvragen voor de bouw of het onderhoud van sportaccommodaties, of voor de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen. In totaal is in 2019 hiervoor € 87 miljoen beschikbaar.

Positief Sportklimaat

Sporten moet leuk, veilig, eerlijk en zorgeloos zijn. Plezier in sport is het fundament voor een leven lang sporten. Zo moeten alle sportclubs aandacht hebben voor een positieve sportcultuur, dat trainers, leraren en instructeurs het welzijn van het kind belangrijker vinden dan winnen en dat ouders en verzorgers langs de lijn positieve supporters zijn. Zo kunnen sportbestuurders gebruik maken van coaching, wordt geïnvesteerd in het verbeteren van pedagogische kennis en kunnen sportverenigingen ondersteuning krijgen voor het opzetten van integriteitbeleid. In 2019 is hiervoor € 7 miljoen beschikbaar.

Vitale Sportaanbieders

Aanbieders van sport en bewegen moeten toekomstbestendig zijn, zodat sport en bewegen voor iedereen toegankelijk en bereikbaar blijft. Verenigingen kunnen sterker worden door hun sport- en beweegaanbod te verbreden, door zich ondernemender te gedragen. Commerciële sportaanbieders kunnen zich versterken door meer maatschappelijk betrokken te zijn. Hierbij wordt ingezet op het stimuleren van vrijwilligerswerk in de sport, meer samenwerking tussen de buurtsportcoach en sportaanbieders, en scholingsaanbod voor bestuurders van verenigingen. In 2019 is hiervoor € 9 miljoen beschikbaar.

Topsportevenementen

Er zijn middelen beschikbaar voor (sport)organisaties voor het verkrijgen en organiseren van aansprekende topsportevenementen in Nederland (€ 12,6 miljoen). Daarbij ligt de focus meer op strategische evenementen met een grote maatschappelijke meerwaarde.

Topsportprogramma’s

Het topsportbeleid, zoals beschreven in de Sportagenda 2017+ van NOC*NSF en de sportbonden, focust op (potentieel) succesvolle takken van sport en topsporters om zo tot de 10 beste topsportlanden ter wereld te horen. VWS zet vanuit de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de rijksoverheid een aantal herkenbare accenten neer, waaronder: blijvende aandacht voor integriteit in de topsport, het versterken van de positie van topsporters, het vastleggen van afspraken met topsporters over hun maatschappelijke inzet, voldoende aandacht voor paralympische topsport en het stimuleren van een divers topsportlandschap dat uitnodigt om te presteren. Om de top 10 ambitie waar te kunnen maken voeren NOC*NSF en de sportbonden topsportprogramma’s uit. VWS stelt hiervoor € 39,5 miljoen beschikbaar.

Kennis en innovatie sportbeleid

Het Topteam Sport (www.sportinnovator.nl) geeft met het programma Sportinnovator een belangrijke impuls aan een rendabel ecosysteem voor sportonderzoek en innovatie. Regionale centra voor sportinnovatie worden (tijdelijk) gesubsidieerd en er vindt begeleiding plaats via het Topteam. Een belangrijk initiatief is ook de Sport Data Valley, waarin data kunnen worden gedeeld en gezamenlijke projecten tussen sportonderzoekers en sportinnovatoren kunnen worden opgezet.

Om uitvoering te geven aan de Nationale Kennisagenda Sport en Bewegen wordt een onderzoeksprogramma 2018–2020 ontwikkeld. Deze bouwt voort op het onderzoeksprogramma sport en bewegen 2017. Belangrijk doel is dat de Nederlandse sportpraktijk direct kan profiteren van nieuwe wetenschappelijke gegevens en inzichten. Met het programma wordt beoogd een impuls te geven aan een duurzame multidisciplinaire samenwerking tussen onderzoekers. De samenwerking is gericht op meer focus en massa in het sportonderzoek. Er is € 6 miljoen beschikbaar voor de periode tot en met 2020. Deze middelen zijn aanvullend op de huidige inzet op het programma Sportinnovator. Het is de inzet om zo te komen tot een geïntegreerd programma voor sportonderzoek en innovatie.

De VWS-middelen voor het verder brengen van het sportonderzoek worden in partnerschap met Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), ZonMw, NOC*NSF en Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek-Stichting Innovatie Alliantie (NRPO-SIA) ingezet.

Daarnaast wordt ingezet op het valideren van kansrijke sport- en beweeginterventies en op het borgen en verspreiden van beschikbare kennis via het Kenniscentrum en Kennisportal sport.

Het Mulier Instituut, het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) krijgen subsidie om de monitoring van kernindicatoren in de sport uit te voeren.

In totaal is voor kennissubsidies € 8,6 miljoen beschikbaar in 2019.

Inkomensoverdrachten

Stipendiumregeling

Het Fonds voor de Topsporter verzorgt het uitkeren van een stipendium aan A-topsporters en nationale toptalenten met een inkomen dat lager is dan het minimumloon. Zo kunnen zij zich volledig richten op hun sportcarrière. Het Fonds voor de Topsporter zorgt bovendien voor het uitkeren van een kostenvergoedingen aan topsporters. VWS stelt hiervoor € 13,4 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Dopingbestrijding

Voor het tegengaan van dopinggebruik wordt aan de Dopingautoriteit een bijdrage beschikbaar gesteld van € 1,8 miljoen.

Bijdragen aan medeoverheden

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

Onder voorwaarden kunnen gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen tot 2019 de BTW die aan hen in rekening wordt gebracht bij investeringen in sportaccommodaties en sportmaterialen in aftrek brengen. Door een uitspraak van het Hof van Justitie van de EU is de BTW-vrijstelling voor sport verbreed en moet bovenstaande mogelijkheid tot aftrek worden aangepast. Door de verruiming van de BTW-vrijstelling vervalt in de meeste gevallen ook de mogelijkheid om BTW te verrekenen. De Minister wil de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties echter blijven stimuleren. De «Regeling specifieke uitkering stimulering sport» beoogt daarom de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen door gemeenten te stimuleren, waar de mogelijkheid tot BTW-aftrek is vervallen. De regeling is gestoeld op de uitgangswaarden van de mogelijkheden die er tot 1 januari 2019 zijn om de BTW af te trekken. In totaal is in 2019 hiervoor € 152 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Inclusief sporten

Gemeenten stellen professionals aan als buurtsportcoaches en buurtcultuurcoaches. Zij leggen verbindingen tussen sport en sectoren als onderwijs, cultuur, zorg, welzijn en buitenschoolse opvang. Vanuit VWS wordt in 2019 € 61 miljoen via het gemeentefonds in de vorm van een decentralisatie-uitkering beschikbaar gesteld aan de gemeenten. Daarnaast draagt het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hier € 11,5 miljoen aan bij. Per fte ontvangen de deelnemende gemeenten een rijksbijdrage van € 20.000,-. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor cofinanciering van 60% per fte.

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

Er wordt een platform opgericht dat aandacht heeft voor alle aspecten rondom de sportaccommodatie zoals de normering van accommodaties, bezettingsgraden, toegankelijkheid en kwaliteit. Naar verwachting zal de uitvoering hiervan via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) lopen. Het expertisecentrum zal zich daarbij ook richten op:

  • –  het opzetten van een aantal plekken in Nederland waar gemeenten, sport en bedrijfsleven de benodigde innovaties samen (door)ontwikkelen. Deze innovaties leiden tot nieuwe standaarden voor onder meer het aanbestedingsbestek;
  • –  het stimuleren van innovaties voor verduurzaming van sportinfrastructuur door het organiseren van challenges;
  • –  het ontwikkelen en toepassen van financiële modellen voor verduurzaming van accommodaties (bijvoorbeeld fondsen, ESCO constructies, garantstellingen, et cetera) en deze beschikbaar maken voor gemeenten, sportbonden en verenigingen;
  • –  het stimuleren van duurzaamheidinitiatieven, zoals het verlagen van het watergebruik van accommodaties en het recyclen van kunstgrasvelden.

Het beschikbare budget bedraagt in 2019 maximaal € 6,7 miljoen.