Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

3 Uitgaven Budgettair Kader Zorg

3.1 Zorgverzekeringswet (Zvw)

3.1.1 Algemene doelstelling

Een kwalitatief goede en toegankelijke curatieve zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

3.1.2 Rol en verantwoordelijkheid bewindspersonen

De bewindspersonen van VWS zijn verantwoordelijk voor de werking van het stelsel voor curatieve zorg en voor de beheersing van de collectieve zorguitgaven.

Dit omvat het stellen van eisen aan de kwaliteit van zorg en het opstellen en handhaven van de wettelijke kaders waarbinnen het zorgstelsel functioneert. Het wettelijk kader wordt gevormd door de Zorgverzekeringswet, de Wet bijzondere medische verrichtingen, de Wet marktordening gezondheidszorg, de Wet geneesmiddelenprijzen, de Wet toelating zorginstellingen en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

De bewindspersonen worden in deze rol ondersteund door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), het Zorginstituut Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) houdt op basis van de geldende normen toezicht op de kwaliteit van de zorg in Nederland.

Het Zorginstituut en de NZa spelen een belangrijke rol bij de beheersing van de zorguitgaven. Het Zorginstituut adviseert de bewindspersonen over de samenstelling van het verzekerde pakket en beheert het Zorgverzekeringsfonds (ZVF). De NZa behartigt het belang van de zorgconsument door het bewaken van de betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit van zorg en houdt in dat kader toezicht op zorgaanbieders en zorgverzekeraars. De NZa adviseert de bewindspersonen over beleid en regelgeving. De NZa stelt op aanwijzing van de bewindspersonen regels, budgetten en tarieven vast voor dat deel van de zorg dat is gereguleerd en stelt condities voor concurrentie vast in zorgsectoren met vrije prijsvorming.

Verder ziet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toe op de naleving van wetten en regels op het gebied van concurrentie en marktwerking op basis van de Mededingingswet. Ook beoordeelt de ACM fusies in de zorg en controleert de ACM of zorgaanbieders en zorgverzekeraars geen concurrentiebeperkende afspraken maken.

Het Zorginstituut en de NZa brengen de omvang van de gerealiseerde zorguitgaven in kaart. Zij baseren zich daarbij op informatie van zorgverzekeraars en instellingen, die na afloop van het jaar door een externe accountant wordt beoordeeld. Op basis van de rapportages van het Zorginstituut en de NZa leggen de bewindspersonen verantwoording af aan de Tweede Kamer.

De uitvoering van het zorgstelsel is in handen van private partijen. Private zorgverzekeraars sluiten contracten met een veelheid aan private, over het land verspreide zorgaanbieders: ziekenhuizen, zelfstandige behandelcentra, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en vrijgevestigde beroepsbeoefenaren, zoals huisartsen, apothekers, paramedici. Door middel van onderlinge concurrentie proberen verzekeraars een zo goed mogelijke prijs/kwaliteitverhouding en doelmatigheid in de zorg te bereiken.

De zorg die aanbieders verlenen en de uitgaven die daarmee gemoeid zijn vloeien voort uit de aanspraken die zijn vastgelegd in de Zorgverzekeringswet (Zvw). De zorgsector is privaat binnen publieke randvoorwaarden. De bewindspersonen hebben sturingsmogelijkheden door invloed op de samenstelling van het verplicht verzekerde pakket (het basispakket) en de (maximale) hoogte van tarieven in sectoren waar de prijsvorming niet is vrijgegeven. Tevens streven de bewindspersonen naar het bevorderen van doelmatigheid in de zorgsector door bijvoorbeeld het maken van afspraken met het veld en het stimuleren van gepast zorggebruik.

3.1.3 Wijzigingen basispakket Zorgverzekeringswet 2019

Elk jaar vindt er een aantal pakketwijzigingen plaats. Dit jaar is er een drietal wijzigingen in het basispakket van de Zorgverzekeringswet per 1 januari 2019 en is de aanspraak op de Gecombineerde Leefstijlinterventie verduidelijkt.

Gesuperviseerde oefentherapie bij COPD

Vanaf 1 januari 2019 wordt gesuperviseerde oefentherapie bij COPD (vanaf GOLD-stadium II) vanaf de eerste behandeling vergoed voor verzekerden van 18 jaar of ouder. Wel wordt het aantal behandelingen uit het oogpunt van doelmatigheid beperkt tot 70 behandelingen in het eerste jaar en tot maximaal 52 behandelingen in de jaren daarna. Het opnemen van gesuperviseerde oefentherapie bij COPD leidt per saldo niet tot meerkosten in de Zvw. De meerkosten voor deze gesuperviseerde oefentherapie van circa € 5 miljoen worden gecompenseerd door de opbrengst van de maximering van het aantal behandelingen, die leidt tot een doelmatigheidswinst ten opzichte van de huidige praktijk. Van deze doelmatigheidswinst wordt een besparing van eveneens circa € 5 miljoen verwacht.

Ziekenvervoer

Aan de huidige aanspraak voor ziekenvervoer wordt het vervoer ten behoeve van consulten, (na)controles en (bloed)onderzoek toegevoegd, indien deze als onderdeel van de primaire behandeling noodzakelijk zijn. De kosten van deze uitbreiding bedragen naar schatting 10% van het budget van het vervoer voor die groepen (€ 82,2 miljoen), € 8,2 miljoen in 2019.

Verwijdering uit het basispakket van vitaminen, mineralen en paracetamol

Op basis van het advies van het Zorginstituut zullen per 1 januari 2019 vitaminen, mineralen en paracetamol waarvoor een gelijkwaardig of nagenoeg gelijkwaardig alternatief bestaat in de vrije verkoop niet meer worden vergoed vanuit het basispakket. De besparing hiervan bedraagt € 40 miljoen.

Extra budget gecombineerde leefstijlinterventie

Het Zorginstituut heeft in 2009 in een duiding uiteengezet dat de gecombineerde leefstijlinterventie (hierna: GLI) deel uitmaakt van het basispakket. Ondanks de duiding kwam er geen aanbod tot stand, omdat niet duidelijk was wat de inhoud moest zijn van een GLI. Deze duidelijkheid is met behulp van een pilot met de beleidsregel innovatie van de NZa nu ontwikkeld en door het Zorginstituut recentelijk in een addendum op de eerdere duiding nader beschreven. Voor de GLI is een budget gereserveerd van € 9 miljoen structureel vanaf 2020 en in verband met de opstart € 6,5 miljoen in het jaar 2019.

3.1.4 Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht van de budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan sinds de ontwerpbegroting 2018. Hierin worden alleen de mutaties toegelicht die hebben plaatsgevonden na de NvW begroting 2018. Voor een toelichting op de mutaties op basis van de Startnota wordt verwezen naar de NvW begroting 2018 (TK 34 775 XVI, nr. 15).

De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën bijstellingen:

  • •  Autonoom: voornamelijk mutaties als gevolg van de actualisering van de zorguitgaven op basis van de meest recente cijfers van het Zorginstituut en de NZa en de bijstellingen op basis van de actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).
  • •  Beleidsmatig: mutaties als gevolg van politieke prioriteitstelling.
  • •  Technisch: overhevelingen tussen financieringsbronnen/domeinen of tussen sectoren binnen hetzelfde financieringsbron/domein en de zogenaamde financieringsmutaties.

De afzonderlijke posten worden toegelicht als het hiermee gepaard gaande bedrag hoger is dan € 10 miljoen.

Tabel 4 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2018 de verticale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten van de Zvw zien.

Tabel 4 Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Bruto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2018

48.495,3

51.168,7

53.966,1

56.819,0

60.006,2

 

Bijstellingen Startnota

22,0

326,1

41,8

– 547,5

– 264,3

 

Bruto Zvw-uitgaven NvW begroting 2018

48.517,3

51.494,8

54.007,9

56.271,5

59.741,9

 
             

Autonoom

– 986,5

– 1.233,0

– 1.557,0

– 1.758,5

– 2.090,0

 

Actualisering zorguitgaven (zie tabel 4A)

– 886,5

– 940,3

– 940,5

– 940,8

– 940,8

 

Loon- en prijsontwikkeling

 

– 374,7

– 698,5

– 899,7

– 1.231,2

 

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

 

Prijsontwikkeling genees- en hulpmiddelen (intra- en extramuraal)

 

182,0

182,0

182,0

182,0

 
             

Beleidsmatig

104,2

170,7

244,1

241,6

– 580,4

 

Pakketmaatregel vitaminen, mineralen en paracetamol

 

– 40,0

– 40,0

– 40,0

– 40,0

 

Maximering bijbetalingen tot € 250

 

15,0

15,0

15,0

15,0

 

Hulpmiddelen: EU-regelgeving versterken systeem marktordening

   

45,0

45,0

45,0

 

Geneesmiddelen: EU-regelgeving vervalsingen

 

70,0

70,0

70,0

70,0

 

Pakketadvies zittend ziekenvervoer

 

8,2

14,1

14,1

14,1

 

Opleidingen ggz

 

– 20,0

       

Behouden deel onderuitputting

100,0

150,0

150,0

150,0

150,0

 

Effect hoofdlijnenakkoorden 2022

       

– 818,0

 

Overig beleidsmatig

4,2

– 12,5

– 10,0

– 12,5

– 16,5

 
             

Technisch

– 15,8

– 72,7

– 145,2

– 147,2

– 139,9

 

Overheveling subsidie NIPT

   

– 26,0

– 26,0

– 26,0

 

Overheveling van middelen voor toekomstbestendige digitalisering

   

– 25,0

– 25,0

– 25,0

 

Overheveling van middelen voor Ontsluiten van Patiëntengegevens uit de Eerstelijnszorg in Nederland (OPEN)

 

– 15,0

– 20,0

– 20,0

– 20,0

 

Uitwerkingskader meldkamers

   

– 15,0

– 15,0

– 15,0

 

Overig technisch

– 15,8

– 57,7

– 59,2

– 61,2

– 53,9

 
             

Totaal bijstellingen

– 898,2

– 1.135,0

– 1.458,1

– 1.664,1

– 2.810,3

 
             

Bruto Zvw-uitgaven stand ontwerpbegroting 2019

47.619,1

50.359,8

52.549,8

54.607,4

56.931,6

60.337,8

             

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2018

3.308,4

3.492,5

3.676,8

3.863,3

4.053,4

 

Bijstellingen Startnota

– 100,7

– 236,5

– 382,9

– 532,9

– 573,0

 

Zvw-ontvangsten NvW begroting 2018

3.207,7

3.256,0

3.293,9

3.330,4

3.480,4

 
             

Autonoom

 

– 141,1

– 146,0

– 149,1

– 124,4

 

Lagere opbrengst eigen risico

 

– 141,1

– 146,0

– 149,1

– 124,4

 
             

Beleidsmatig

       

– 40,8

 

Effect eigen risico hoofdlijnenakkoorden 2022

     

– 40,8

 
             

Totaal bijstellingen

 

– 141,1

– 146,0

– 149,1

– 165,2

 
             

Zvw-ontvangsten stand ontwerpbegroting 2019

3.207,7

3.114,9

3.147,9

3.181,3

3.315,2

3.498,0

             

Netto Zvw-uitgaven NvW begroting 2018

45.309,6

48.238,7

50.714,0

52.941,1

56.261,5

 

Bijstellingen in de netto-Zvw-uitgaven

– 898,2

– 993,9

– 1.312,1

– 1.515,0

– 2.645,1

 

Netto Zvw-uitgaven stand ontwerpbegroting 2019

44.411,4

47.244,9

49.401,9

51.426,1

53.616,4

56.839,8

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens.

Uitgaven

Autonoom

Actualisering Zvw-uitgaven

Tabel 4A Actualisering Zvw-uitgaven 2018–2023 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Eerstelijnszorg

– 141,0

– 141,0

– 141,0

– 141,0

– 141,0

– 141,0

Tweedelijnszorg

– 38,3

– 38,3

– 38,3

– 38,3

– 38,3

– 38,3

Geneesmiddelen

– 265,9

– 264,7

– 264,8

– 264,8

– 264,8

– 264,8

Hulpmiddelen

– 89,1

– 87,0

– 87,1

– 87,4

– 87,4

– 87,4

Wijkverpleging

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

Geneeskundige ggz

– 243,0

– 300,0

– 300,0

– 300,0

– 300,0

– 300,0

Ziekenvervoer

– 9,2

– 9,2

– 9,2

– 9,2

– 9,2

– 9,2

Stand ontwerpbegroting 2019

– 886,5

– 940,3

– 940,5

– 940,8

– 940,8

– 940,8

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens.

In tabel 4A is het onderdeel «Actualisering Zvw-uitgaven» uit tabel 4 uitgesplitst. De actualisering van de zorguitgaven vindt plaats op basis van voorlopige realisatiegegevens over 2017 van het Zorginstituut en de NZa.

In het verdiepingshoofdstuk wordt de actualisering van de Zvw-uitgaven per sector/deelsector verder toegelicht.

Loon- en prijsontwikkeling

De raming van de loon- en prijsbijstelling van de brutozorguitgaven is op basis van de MEV 2019 van het Centraal Planbureau (CPB) neerwaarts bijgesteld als gevolg van de lagere loon- en prijsontwikkeling.

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

De verwachte uitgaven aan geneesmiddelen zijn op basis van de inschatting van het Zorginstituut lager dan eerder geraamd. Dit is onder andere het gevolg van de prijsdruk op geneesmiddelen.

Prijsontwikkeling genees- en hulpmiddelen (intra- en extramuraal)

In het regeerakkoord is vanaf 2019 een verhoging van het verlaagde BTW-tarief van 6% naar 9% opgenomen. Dit betekent dat de uitgaven aan zowel intramurale als extramurale genees- en hulpmiddelen en de daarmee samenhangende apparaatskosten toenemen. Het effect wordt geraamd op € 182 miljoen.

Beleidsmatig

Pakketmaatregel vitaminen, mineralen en paracetamol

Het Zorginstituut heeft geadviseerd vitaminen, mineralen en paracetamol waarvoor een gelijkwaardig of nagenoeg gelijkwaardig geneesmiddel of voedingssupplement verkrijgbaar is in de vrije verkoop, uit het te verzekeren basispakket te halen. Het kabinet neemt dit advies over. Dit leidt tot een besparing van € 40 miljoen.

Maximering bijbetalingen tot € 250

Op basis van het regeerakkoord worden eigen bijbetalingen voor extramurale geneesmiddelen voor deze kabinetsperiode gemaximeerd op € 250 per jaar per verzekerde. Dit leidt tot € 15 miljoen meeruitgaven vanaf 2019.

Hulpmiddelen: EU-regelgeving versterken systeem marktordening

Medische hulpmiddelen moeten vanaf 2020 voldoen aan de nieuwe regelgeving van de EU omtrent markttoelating. Als gevolg van deze regelgeving moeten fabrikanten onder andere een risicomanagementsysteem opzetten en onderhouden, technische documentatie opstellen en actualiseren en voldoen aan registratieverplichtingen rondom hulpmiddelen. Dit werkt prijsverhogend en leidt tot extra uitgaven van € 45 miljoen.

Geneesmiddelen: EU-regelgeving vervalsingen

Vanaf februari 2019 treedt de Europese gedelegeerde verordening betreffende veiligheidkenmerken als onderdeel van de Europese richtlijn vervalste geneesmiddelen, de zogeheten Falsified Medicines Directive (FMD), in werking. Deze richtlijn heeft als doel om te voorkomen dat vervalste geneesmiddelen in het legale circuit terechtkomen. De uitvoering/implementatie hiervan werkt kostenverhogend en leidt tot extra uitgaven van € 70 miljoen.

Pakketadvies zittend ziekenvervoer

De regeling zittend ziekenvervoer zal gewijzigd worden in een open aanspraak op basis van de aard van een aandoening. Aan de huidige aanspraak voor ziekenvervoer wordt het vervoer ten behoeve van consulten, (na)controles en (bloed)onderzoek toegevoegd, indien deze als onderdeel van de primaire behandeling noodzakelijk zijn. De kosten hiervan bedragen naar schatting € 8,2 miljoen in 2019. Deze extra kosten nemen vanaf 2020 met € 5,9 miljoen toe vanwege een nieuwe groep gebruikers (patiënten met een chronische, progressieve, degeneratieve aandoening, niet- aangeboren hersenletsel of verstandelijke beperking) die afkomstig is vanuit de extramurale behandeling AWBZ/Wlz. Deze regeling wordt per 2020 overgeheveld naar de Zvw.

Opleidingen ggz

In het bestuurlijk akkoord ggz is afgesproken dat in 2019 € 20 miljoen extra wordt geïnvesteerd in opleidingen die het meest bijdragen aan het oplossen van wachttijden.

Behouden deel onderuitputting in de sectoren huisartsenzorg, ggz en wijkverpleging

In de bestuurlijk akkoorden huisartsenzorg, ggz en wijkverpleging is afgesproken de in 2017 geconstateerde onderschrijdingen structureel door te trekken. Daarnaast is in de akkoorden afgesproken dat een deel van deze onderschrijdingen in de betreffende kaders beschikbaar blijft om de afspraken in de betreffende akkoorden te kunnen realiseren. Daarbij gaat het om een bedrag van € 50 miljoen in zowel de huisartsenzorg, de ggz als de wijkverpleging.

Effect hoofdlijnenakkoorden 2022

De voor de jaren 2019–2022 gesloten hoofdlijnenakkoorden leveren een extra besparing op in 2022 ten opzichte van de taakstellende besparing uit het Regeerakkoord. Ook voor het jaar 2022 zijn afspraken gemaakt over beperking van de groei, terwijl de taakstelling in het regeerakkoord na 2021 geen verdere oploop heeft.

Overig beleidsmatig

Deze post is het saldo van verschillende kleine beleidsmatige mutaties.

Technisch

Overheveling subsidie NIPT

Voor de Niet-Invasieve Prenatale Test (NIPT) is eerder structureel geld toegevoegd aan het MSZ-kader vanaf 2017. Voor de jaren 2017, 2018 en 2019 is de NIPT gefinancierd via een subsidieregeling en zijn deze middelen overgeheveld naar de VWS-begroting. Aangezien in het regeerakkoord is opgenomen dat de NIPT niet in het basispakket wordt opgenomen en de subsidie wordt voortgezet, worden nu ook de beschikbare middelen vanaf 2020 overgeheveld van het kader MSZ naar de VWS-begroting.

Overheveling van middelen voor toekomstbestendige digitalisering naar de VWS-begroting

Overheveling naar de VWS-begroting van de bij het bestuurlijk akkoord medisch-specialistische zorg toegekende middelen voor toekomstbestendige digitalisering. Aangezien dit programma vanuit de VWS-begroting worden gefinancierd, worden de middelen daarnaartoe overgeheveld.

Overheveling van middelen voor OPEN naar de VWS-begroting

Voor het gezamenlijk programma OPEN (Ontsluiten van Patiëntengegevens uit de Eerstelijnszorg in Nederland) wordt in de jaren 2019–2022 in totaal € 75 miljoen beschikbaar gesteld.

Uitwerkingskader meldkamers

In het kader van het Transitieakkoord «Meldkamer van de toekomst» is besloten te komen tot één landelijke meldkamerorganisatie (LMO), in beheer bij de politie, met tien meldkamers die werken volgens een gestandaardiseerde werkwijze. Daarbij is ook een verdeelsleutel voor de kosten van de meldkamers afgesproken. Met het oog daarop wordt een structureel bedrag van € 15 miljoen overgeheveld naar de VWS-begroting om van daaruit te worden overgeheveld naar de begroting van J&V.

Overig technisch

Deze post is het saldo van verschillende kleine technische mutaties.

Ontvangsten

Autonoom

Lagere opbrengst eigen risico

Uit nieuwe data blijkt dat de groei van de Zvw-uitgaven meer dan verwacht neerslaat bij mensen die het eigen risico toch al volmaken. Dit leidt tot een lagere opbrengst van het verplichte eigen risico.

Beleidsmatig

Effect eigen risico hoofdlijnenakkoorden 2022

De ten opzichte van het Regeerakkoord extra opbrengst van de hoofdlijnenakkoorden in 2022 van € 818 miljoen leidt ook tot een lagere raming van de ontvangsten eigen risico vanaf 2022.

3.1.5 Zorgakkoorden

In de afgelopen maanden zijn voor verschillende sectoren in de curatieve zorg meerjarenafspraken gemaakt over een inhoudelijke agenda en het beschikbare financiële kader. Daarmee is invulling gegeven aan het voornemen uit het regeerakkoord om opnieuw hoofdlijnenakkoorden te sluiten voor de medisch-specialistische zorg, geestelijke gezondheidszorg, huisartsen- en multidisciplinaire zorg en wijkverpleging.

Met de akkoorden hebben de daarbij betrokken partijen zich gecommitteerd aan de transformatie naar de juiste zorg op de juiste plek. Deze transformatie heeft als doel dat (duurdere) zorg wordt voorkomen en dat zorg wordt verplaatst naar zorg dichter bij mensen thuis als dat kan dan wel verder weg (geconcentreerd) als het omwille van de kwaliteit en doelmatigheid moet. Daarnaast leidt dit tot het vervangen van zorg door andere zorg, zoals e-health, met een gelijkwaardige of betere medisch-inhoudelijke kwaliteit van de zorg. Daarbij zijn in de medisch-specialistische zorg afspraken gemaakt over het ondersteunen van deze transformatie door het beschikbaar stellen van middelen voor initiatieven van zorgaanbieders die meegaan in deze transformatie. Het is vervolgens aan individuele zorgaanbieders en zorgverzekeraars om hier in de lokale onderhandelingen invulling aan te geven om zo goed mogelijk te kunnen voldoen aan de regionale/lokale behoeften aan zorg en ondersteuning.

Behalve de juiste zorg op de juiste plek zijn arbeidsmarkt en regeldruk centrale thema’s in de akkoorden. Andere thema’s die in alle akkoorden terugkomen zijn kwaliteit en transparantie, e-health en innovatie en zorginfrastructuur.

In het bestuurlijk akkoord huisartsen zijn o.a. specifieke afspraken gemaakt over meer tijd voor en met de patiënt, zorg in achterstandswijken, de zorg in de avond-, nacht- en weekenduren, het versterken van de organisatiegraad van de eerste lijn en de zorg voor kwetsbare groepen.

In het bestuurlijk akkoord wijkverpleging zijn specifieke afspraken gemaakt over het verder verbeteren van de contractering, het verstevigen van de verbinding van het medisch en sociaal domein en de toegankelijkheid van het eerstelijnsverblijf.

De bestuurlijke afspraken ggz bevatten specifieke afspraken over onder andere de aanpak wachttijden en contractering. In het kader van de aanpak wachttijden zijn onder andere middelen beschikbaar gesteld voor het extra opleiden van personeel in de ggz.

Invulling van de taakstelling hoofdlijnenakkoorden

Het regeerakkoord heeft aan het sluiten van nieuwe hoofdlijnenakkoorden een taakstellende opbrengst gekoppeld die oploopt tot € 1,9 miljard vanaf 2021. Met de akkoorden is invulling gegeven aan deze ombuigingstaakstelling en is een extra opbrengst gerealiseerd bovenop de € 1,9 miljard aangezien er ook afspraken zijn gemaakt over het jaar 2022. Deze extra opbrengst is berekend op € 0,8 miljard, zodat er in totaal sprake is van een beperking van de uitgavengroei met € 2,7 miljard. Hiermee wordt bijgedragen aan houdbaarheid van de zorguitgaven op de langere termijn en wordt voorkomen dat er na afloop van de kabinetsperiode eventueel een tussenjaar ontstaat.

Hierbij is relevant dat het om een groeibeperking gaat: alle akkoordsectoren mogen de komende jaren opnieuw groeien. De groeiruimte voor de Zvw wordt elke kabinetsperiode bepaald op basis van de middellangetermijnraming van het Centraal Planbureau. Op basis van het regeerakkoord is de taakstelling voor de hoofdlijnenakkoorden in mindering gebracht op de beschikbare groeiruimte. In de hoofdlijnenakkoorden zijn vervolgens afspraken gemaakt over de toegestane maximale groei per sector. Daarbij zijn ook afspraken gemaakt over de handelwijze als onverhoopt het afgesproken kader wordt overschreden, waaronder de mogelijke inzet van het macrobeheersinstrument.

Door de afgesproken groei te vergelijken met de gemiddelde groei op basis van de middellangetermijnraming van het CPB kan een indicatie worden gegeven van de bijdrage die elk van de sectoren heeft geleverd aan de taakstelling van € 1,9 miljard in 2021. In deze benaderingswijze is de bijdrage van de medisch-specialistische zorg grosso modo € 1,5 miljard en van de ggz € 0,2 miljard; de huisartsenzorg en wijkverpleging worden ontzien. Het restant van € 0,2 miljard wordt gedekt doordat de groeiruimte die beschikbaar is voor overige Zvw-sectoren niet volledig nodig is. Dit betreft bijvoorbeeld grensoverschrijdende zorg en middelen die de academische ziekenhuizen krijgen voor onderzoek en toppreferente zorg.

Financiële afspraken

De in de hoofdlijnenakkoorden afgesproken maximale volumegroeipercentages zijn opgenomen in tabel 5A:

Tabel 5A Maximale volumegroei per sector op basis van hoofdlijnenakkoorden 2019–2022
 

2019

2020

2021

2022

Medisch-specialistische zorg

0,8%

0,6%

0,3%

0,0%

Huisartsenzorg

2,5%

2,5%

3,0%

3,0%

Geestelijke gezondheidszorg

1,3%

1,1%

0,9%

0,7%

Wijkverpleging1

2,4%

2,4%

2,4%

2,4%

Noot 1: In het akkoord wijkverpleging is afgesproken dat voor het eerstelijnsverblijf een jaarlijkse groeiruimte van € 20 miljoen (oplopend tot € 80 miljoen in 2022) beschikbaar is.

Naast deze volumegroei zijn er aanvullend middelen beschikbaar gesteld voor onder andere investeringen die bijdragen aan het verbeteren van doelmatigheid van zorg en de beweging naar de juiste zorg op de juiste plek ondersteunen. Hierdoor pakt de effectieve groei van de kaders hoger uit. In tabel 5B zijn voor alle hoofdlijnenakkoorden de in totaal afgesproken kaders opgenomen. De in de tabel genoemde bedragen zijn exclusief de jaarlijkse indexatie voor loon- en prijsontwikkeling.

De afgesproken kaders voor de betreffende sectoren zijn tevens terug te vinden in het verdiepingshoofdstuk van dit Financieel Beeld Zorg (zie de tabellen voor de betreffende sectoren in paragraaf 6.

Tabel 5B Kaders hoofdlijnenakkoorden 2019–2022 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2019

2020

2021

2022

Medisch-specialistische zorg

22.833

22.984

23.095

23.088

Huisartsenzorg

3.047

3.128

3.221

3.312

Multidisciplinaire zorg

630

646

665

685

Geestelijke gezondheidszorg

3.814

3.877

3.912

3.940

Wijkverpleging

3.956

4.060

4.155

4.251

3.2 Wet langdurige zorg (Wlz)

3.2.1 Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en – wanneer dit nodig is – om thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg te krijgen. Daarbij worden ondersteuning en zorg aangeboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag, de kwetsbaarheid van de burger en de mogelijkheden van zijn informele netwerk staan centraal. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

3.2.2 Rol en verantwoordelijkheid bewindspersonen

De bewindspersonen zijn verantwoordelijk voor een goed en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit zoveel mogelijk thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen.

Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) beschikbaar. Zorgkantoren sluiten overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

De bewindspersonen worden ondersteund door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o., het Zorginstituut Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. houdt op basis van de geldende normen toezicht op de kwaliteit van de zorg in Nederland.

Het Zorginstituut en de NZa spelen een belangrijke rol bij de beheersing van de zorguitgaven. Het Zorginstituut adviseert de bewindspersonen over de samenstelling van het verzekerde pakket en beheert het Fonds langdurige zorg (Flz). De NZa behartigt het belang van de zorgconsument door het bewaken van de betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit van zorg en houdt in dat kader toezicht op zorgaanbieders en zorgverzekeraars. De NZa adviseert de bewindspersonen over beleid en regelgeving. De NZa stelt op aanwijzing van de bewindspersonen regels, budgetten en tarieven vast voor dat deel van de zorg dat is gereguleerd en stelt condities voor concurrentie vast in zorgsectoren met vrije prijsvorming.

Verder ziet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toe op de naleving van wetten en regels op het gebied van concurrentie en marktwerking op basis van de Mededingingswet. Ook beoordeelt de ACM fusies in de zorg en controleert de ACM of zorgaanbieders en zorgverzekeraars geen concurrentiebeperkende afspraken maken.

De verantwoordelijkheid voor het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie ligt bij gemeenten. De Wmo 2015 biedt gemeenten hiervoor het wettelijk kader dat op lokaal niveau verder wordt ingevuld en waarover verantwoording wordt afgelegd aan de gemeenteraad. De Wmo 2015 kent verschillende waarborgen om te garanderen dat wie ondersteuning nodig heeft, ook ondersteuning wordt geboden. De bewindspersonen zijn verantwoordelijk voor een stelsel dat optimaal bijdraagt aan het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie en legt over de resultaten van dit stelsel verantwoording af aan de Tweede Kamer. Daarnaast zijn de bewindspersonen verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van voldoende financiële middelen voor de uitvoering van deze taak door gemeenten. Het budget voor de Wmo 2015 – met uitzondering van het budget voor beschermd wonen – ontvangen de gemeenten vanaf 2019 vanuit de algemene uitkering van het gemeentefonds.

Ook de verantwoordelijkheid voor het bieden van passende jeugdhulp aan kinderen ligt vanaf 1 januari 2015 bij gemeenten. De Jeugdwet biedt hiertoe het wettelijk kader. Gemeenten vullen hun verantwoordelijkheden op basis van de Jeugdwet en passend bij de lokale en regionale situatie in. Hiertoe wordt verantwoording afgelegd aan de gemeenteraad. De Jeugdwet kent verschillende waarborgen om te garanderen dat kinderen passende jeugdhulp wordt geboden. Daarnaast zijn de bewindspersonen verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van voldoende financiële middelen voor de uitvoering van deze taak door gemeenten. Het budget voor jeugdhulp wordt – met uitzondering van budget voor voogdij/18+ – vanaf 2019 via de algemene uitkering aan gemeenten uitgekeerd.

3.2.3 Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht van de budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan sinds de ontwerpbegroting 2018. Hierin worden alleen de mutaties toegelicht die hebben plaatsgevonden na de NvW begroting 2018. Voor een toelichting op de mutaties op basis van de Startnota wordt verwezen naar de NvW begroting (TK 34 775 XVI, nr. 15).

De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën bijstellingen:

  • •  Autonoom: voornamelijk mutaties als gevolg van de actualisering van de zorguitgaven op basis van de meest recente cijfers van het Zorginstituut en de NZa en de bijstellingen op basis van de actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).
  • •  Beleidsmatig: mutaties als gevolg van politieke prioriteitstelling.
  • •  Technisch: overhevelingen tussen financieringsbronnen/domeinen of tussen sectoren binnen hetzelfde financieringsbron/domein en de zogenaamde financieringsmutaties.

De afzonderlijke posten worden toegelicht als het hiermee gepaard gaande bedrag hoger is dan € 10 miljoen.

Tabel 6 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2018 de verticale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten van de Wlz zien.

Tabel 6 Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Bruto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2018

21.811,9

23.718,3

25.880,7

28.165,1

30.330,6

 

Bijstellingen Startnota

49,8

609,4

827,9

901,7

958,7

 

Bruto Wlz-uitgaven NvW begroting 2018

21.861,7

24.327,7

26.708,6

29.066,8

31.289,3

 
             

Autonoom

– 137,0

– 436,2

– 537,8

– 661,1

– 846,3

 

Actualisering zorguitgaven (zie tabel 6A)

11,7

11,7

11,7

11,7

11,7

 

Loon- en prijsontwikkeling

– 48,6

– 225,0

– 390,5

– 507,8

– 699,0

 

Ramingsbijstelling Wlz

– 100,0

– 222,9

– 159,0

– 165,0

– 159,0

 
             

Beleidsmatig

155,2

206,0

78,6

23,7

– 10,4

 

Voorziening voor door gemeenten ervaren knelpunten

100,0

         

Actualisatie onderuitputting Zorg in natura (Wlz)

54,0

54,0

54,0

54,0

54,0

 

Ramingsbijstelling NHC in Wlz-tarief

11,0

– 7,7

– 29,9

– 36,1

– 42,7

 

Overgangsproblematiek naar Wlz (zorgval)

10,0

20,0

25,0

30,0

40,0

 

Nominaal en onverdeeld Wlz

– 1,0

32,0

19,0

5,0

– 14,0

 

Ramingsbijstelling groei Wlz

 

– 30,0

– 110,0

– 160,0

– 160,0

 

Openstelling Wlz voor GGZ-cliënten

     

30,0

37,0

 

Kostenonderzoek Wlz

 

127,8

127,8

127,8

127,8

 

Verlaging budget zorginfrastructuur

       

– 15,0

 

Overig beleidsmatig

– 18,8

9,9

– 7,3

– 26,9

– 37,4

 
             

Technisch

– 315,5

– 367,4

– 361,4

– 340,1

– 239,6

 

Overheveling middelen voorziening voor door gemeenten ervaren knelpunten (overboeking naar gemeentefonds)

– 100,0

         

Loon- en prijsbijstelling 2018 Wmo huishoudelijke hulp, Wmo 2015 en Jeugdwet (overboeking naar gemeentefonds)

 

– 154,2

– 154,5

– 156,2

– 156,2

 

Loon- en prijsbijstelling 2018 Wmo huishoudelijke hulp, Wmo 2015 en Jeugdwet

– 144,1

         

Loon- en prijsbijstelling 2018 beschermd wonen

– 44,8

– 45,8

– 45,8

– 45,8

– 45,8

 

Volume indexatie beschermd wonen

 

– 41,7

– 41,7

– 41,7

– 41,7

 

Overboeking middelen Transformatiefonds jeugd

– 18,0

– 18,0

– 18,0

     

Aanpak kindermishandeling

– 6,5

– 10,5

– 10,5

– 10,5

   

Zorginfrastructuur

 

– 90,0

– 90,0

– 90,0

   

Overig technisch

– 2,2

– 7,2

– 0,9

4,1

4,1

 
             

Totaal bijstellingen

– 297,3

– 597,6

– 820,5

– 977,5

– 1.096,3

 
             

Bruto Wlz-uitgaven stand ontwerpbegroting 2019

21.564,4

23.730,1

25.888,0

28.089,4

30.193,0

32.121,6

             

Wlz-ontvangsten ontwerpbegroting 2018

1.879,1

1.938,0

2.012,3

2.093,9

2.179,0

 

Bijstellingen Startnota

– 16,2

– 44,8

– 30,5

– 30,5

– 30,5

 

Wlz-ontvangsten NvW begroting 2018

1.862,9

1.893,1

1.981,7

2.063,3

2.148,4

 
             

Autonoom

– 24,8

– 24,8

– 24,8

– 24,8

– 24,8

 

Actualisering zorguitgaven

– 24,8

– 24,8

– 24,8

– 24,8

– 24,8

 
             

Beleidsmatig

   

– 10,0

– 10,0

– 10,0

 

Overig beleidsmatig

   

– 10,0

– 10,0

– 10,0

 
             

Totaal bijstellingen

– 24,8

– 24,8

– 34,8

– 34,8

– 34,8

 
             

Wlz-ontvangsten stand ontwerpbegroting 2019

1.838,1

1.868,3

1.946,9

2.028,5

2.113,6

2.225,6

             

Netto Wlz-uitgaven NvW begroting 2018

19.998,8

22.434,6

24.726,8

27.003,5

29.140,9

 

Bijstellingen in de netto-Wlz-uitgaven

– 272,5

– 572,8

– 785,7

– 942,7

– 1.061,5

 

Netto Wlz-uitgaven stand ontwerpbegroting 2019

19.726,3

21.861,8

23.941,1

26.060,8

28.079,4

29.896,1

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens.

Uitgaven

Autonoom

Tabel 6A Actualisering Wlz-uitgaven 2018–2023 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Binnen contracteerruimte

247,9

247,9

247,9

247,9

247,9

247,9

Ouderenzorg

80,6

80,6

80,6

80,6

80,6

80,6

Gehandicaptenzorg

144,9

144,9

144,9

144,9

144,9

144,9

Langdurige ggz

– 37,3

– 37,3

– 37,3

– 37,3

– 37,3

– 37,3

Volledig pakket thuis

51,2

51,2

51,2

51,2

51,2

51,2

Extramurale zorg

– 24,8

– 24,8

– 24,8

– 24,8

– 24,8

– 24,8

Overig binnen contracteerruimte

33,3

33,3

33,3

33,3

33,3

33,3

             

Persoonsgebonden budgetten

– 247,9

– 247,9

– 247,9

– 247,9

– 247,9

– 247,9

             

Buiten contracteerruimte

11,7

11,7

11,7

11,7

11,7

11,7

Overige buiten contracteerruimte

11,7

11,7

11,7

11,7

11,7

11,7

Stand ontwerpbegroting 2019

11,7

11,7

11,7

11,7

11,7

11,7

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens.

In tabel 6A is het onderdeel «Actualisering Wlz-uitgaven» uit tabel 6 uitgesplitst. De actualisering van de zorguitgaven vindt plaats op basis van voorlopige realisatiegegevens over 2017 van het Zorginstituut en de NZa. De totale uitgaven binnen het Wlz-kader (contracteerruimte plus pgb) wijzigen niet; wel is er sprake van technische verschuivingen tussen sectoren. Dit weerspiegelt de voorkeuren van cliënten voor de verschillende leveringsvormen (zorg in natura en pgb).

In het verdiepingshoofdstuk wordt de actualisering van de Wlz-uitgaven per deelsector verder toegelicht.

Loon- en prijsontwikkeling

De raming van de loon- en prijsbijstelling van de bruto-zorguitgaven is op basis van de MEV 2019 van het Centraal Planbureau (CPB) neerwaarts bijgesteld als gevolg van de lagere loon- en prijsontwikkeling.

Ramingsbijstelling uitgaven Wlz

Uit de uitvoeringsgegevens blijkt dat er ruimte is tussen het beschikbare Wlz-kader voor zorg in natura en persoonsgebonden budgetten en de benodigde middelen op de begroting. Deze wordt structureel verondersteld. Bij de 1e suppletoire begroting 2018 werd de uitgavenraming in 2018 met € 100 miljoen en vanaf 2019 met € 105 miljoen verlaagd. De raming is vanaf 2019 verder naar beneden bijgesteld.

Beleidsmatig

Voorziening voor door gemeenten ervaren knelpunten

Met het interbestuurlijk programma (IBP) is afgesproken om een tijdelijke voorziening te treffen voor gemeenten, die een stapeling van tekorten ervaren bij de uitvoering van de taken in het sociaal domein. De omvang van de voorziening is € 200 miljoen. De voorziening wordt gevuld met € 100 miljoen in 2018 vanuit VWS en € 100 miljoen in 2018 uit de algemene uitkering. De criteria voor de verdeling van de voorziening voor tekortgemeenten (door VNG omgedoopt tot Fonds Tekortgemeenten) is door de VNG, in samenspraak met gemeenten, opgesteld. In de Algemene Ledenvergadering (ALV) van de VNG op 27 juni 2018 is door gemeenten ingestemd met zowel de criteria, het instellen van een onafhankelijke commissie ter beoordeling van de aanvragen als met een bijdrage van € 100 miljoen vanuit gemeenten ter vulling van de voorziening. Tot 15 september 2018 kunnen door gemeenten aanvragen worden ingediend. Via de decembercirculaire 2018 wordt bekend welke gemeenten compensatie ontvangen.

Actualisatie onderuitputting Zorg in natura (Wlz)

Naar aanleiding van actualisatiecijfers wordt de in de VWS-begroting 2018 veronderstelde onderuitputting van de Wlz-leveringsvorm zorg in natura vanaf 2018 verlaagd van 0,6% naar 0,3%. De in de begroting geraamde uitgaven voor zorg in natura vallen hierdoor € 54 miljoen hoger uit. Het budget dat beschikbaar is voor inkoop van zorg in natura verandert niet.

Ramingsbijstelling NHC in Wlz-tarief

De NZa heeft de indexering van de normatieve huisvestingscomponent (NHC) in het Wlz-tarief voor de periode 2018–2022 vastgesteld op 2,5% per jaar. VWS neemt dit indexeringspercentage over. De raming van de Wlz-uitgaven wordt hierop aangepast.

Overgangsproblematiek naar Wlz (zorgval)

Bij de overgang van zorg en ondersteuning vanuit de Zvw en/of Wmo naar zorg vanuit de Wlz kunnen cliënten in de thuissituatie te maken krijgen met een terugval in uren zorg (omdat de inzet van Wlz-zorg thuis aan financiële grenzen is gebonden). Om de gevolgen van deze zogenaamde «zorgval» te verminderen is besloten om de maatwerkregelingen zoals extra kosten thuis (EKT) en de meerzorgregeling te verruimen. Om dit te kunnen financieren zijn extra middelen nodig oplopend tot € 40 miljoen in 2022.

Nominaal en onverdeeld Wlz

Dit betreft een aanpassing van het kasritme van de middelen op de post nominaal en onverdeeld Wlz.

Ramingsbijstelling groei Wlz

De beschikbare groeiruimte voor de Wlz wordt meer in lijn gebracht met de gerealiseerde uitgaven van de afgelopen jaren 2015–2017. Met deze ramingbijstelling is er voldoende groei beschikbaar om de verwachte uitgavenstijging conform de afgelopen jaren te accommoderen.

Openstelling Wlz voor ggz-clienten

Er zijn middelen beschikbaar gesteld om de instroom van cliënten met een psychische stoornis in te Wlz op te kunnen vangen. De meerkosten die kunnen ontstaan door een gewijzigde aanspraak en een aangepast Wlz-tarief worden geraamd op structureel € 68 miljoen (vanaf 2026). Hiermee kan uitvoering worden gegeven aan het regeerakkoord waarin is opgenomen dat de toegang van ggz met een psychische stoornis in de Wlz nader bezien zal worden.

Kostprijsonderzoek Wlz

De NZa stelt nieuwe tarieven vast voor de gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg en extramurale ouderenzorg per 2019. Voor de gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg leidt dit per saldo tot hogere maximumtarieven. Om te zorgen dat zorgaanbieders de kwaliteit van zorg kunnen blijven leveren wordt het Wlz-kader verhoogd. De hogere tarieven leiden naar verwachting tot hogere zorguitgaven per 2019 van € 128 miljoen structureel.

Verlaging budget zorginfrastructuur

Vanwege het tijdelijke karakter van de regelingen op het terrein van zorginfrastructuur (deze zijn gericht op een transitieproces) wordt het budget van structureel € 90 miljoen voor de jaren 2022 en verder met € 15 miljoen verlaagd.

Overig beleidsmatig

Deze post is het saldo van verschillende beleidsmatige mutaties.

Technisch

Overheveling middelen voorziening voor door gemeenten ervaren knelpunten (overboeking naar gemeentefonds)

Met het interbestuurlijk programma (IBP) is afgesproken om een tijdelijke voorziening te treffen voor gemeenten, die een stapeling van tekorten ervaren bij de uitvoering van de taken in het sociaal domein. De omvang van de voorziening is € 200 miljoen. De voorziening wordt gevuld met € 100 miljoen in 2018 vanuit VWS en € 100 miljoen in 2018 uit de algemene uitkering. De criteria voor de verdeling van de voorziening voor tekortgemeenten (door VNG omgedoopt tot Fonds Tekortgemeenten) is door de VNG, in samenspraak met gemeenten, opgesteld. In de Algemene Ledenvergadering (ALV) van de VNG op 27 juni 2018 is door gemeenten ingestemd met zowel de criteria, het instellen van een onafhankelijke commissie ter beoordeling van de aanvragen als met een bijdrage van € 100 miljoen vanuit gemeenten ter vulling van de voorziening. Tot 15 september 2018 kunnen door gemeenten aanvragen worden ingediend. Via de decembercirculaire 2018 wordt bekend welke gemeenten compensatie ontvangen.

Loon- en prijsbijstelling 2018 Wmo huishoudelijke verzorging, Wmo 2015 en Jeugdwet (overboeking naar gemeentefonds)

Deze mutatie betreft het overboeken van de reservering van de loon- en prijsbijstelling vanaf 2019 naar de integratie-uitkering Sociaal domein (delen Wmo 2015 en Jeugdwet) en de integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging. Vanaf 2019 maken deze budgetten onderdeel uit van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Dit betreft een overboeking van het Uitgavenplafond zorg naar het Uitgavenplafond Rijksbegroting.

Loon- en prijsbijstelling 2018 Wmo huishoudelijke verzorging, Wmo 2015 en Jeugdwet

Deze mutatie betreft het overhevelen van de reservering van de loon- en prijsbijstelling 2018 naar de integratie-uitkering Sociaal domein (delen Wmo 2015 en Jeugdwet) en de integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging voor het jaar 2018.

Loon- en prijsbijstelling 2018 beschermd wonen

Deze mutatie betreft het overhevelen van de reservering van de loon- en prijsbijstelling 2018 naar de integratie-uitkering Sociaal domein, deel beschermd wonen.

Volume- indexatie beschermd wonen

Deze mutatie betreft het overboeken van de reservering voor de volume-indexatie 2019 voor beschermd wonen.

Overboeking middelen Transformatiefonds jeugd

De middelen ten behoeve van het Transformatiefonds jeugd van € 18 miljoen per jaar voor de jaren 2018–2020 worden overgeboekt van het uitgavenplafond voor de zorg naar het gemeentefonds, onder het plafond voor de rijksuitgaven. Totaal zal er € 36 miljoen per jaar beschikbaar zijn voor het Transformatiefonds jeugd in de periode 2018–2020.

Aanpak kindermishandeling

In het regeerakkoord wordt aandacht gegeven aan het verbeteren van de positie van kwetsbare kinderen. Het Nationaal ondersteuningsprogramma kindermishandeling betreft een landelijke aanpak om geweld tegen kinderen tegen te gaan. Voor het VWS-aandeel in het programma wordt € 6,5 miljoen in 2018 en € 10,5 miljoen voor 2019–2021 op de VWS-begroting beschikbaar gesteld. De middelen worden overgeheveld vanuit de Wlz.

Zorginfrastructuur

De zorginfrastructuur voor de langdurige zorg wordt gestimuleerd vanuit drie regelingen. Er wordt ingezet op zorg thuis waarmee de extramurale zorg wordt gestimuleerd en ondersteuning om dit mogelijk te maken vanuit onder meer ICT-systemen.

Overig technisch

Deze post is het saldo van verschillende kleine technische mutaties.

Ontvangsten

Autonoom

Actualisering zorguitgaven

De lagere ontvangsten (eigen bijdragen + overige baten) in 2017 zijn structureel van aard. De realisatie wijkt af van eerdere geraamde effecten van beleidswijzigingen onder meer vanuit het extramuraliseren, de overheveling van eerstelijns verblijf naar de Zvw en de verlaging van de eigen bijdrage bij het Modulair Pakket Thuis (MPT) en nominale bijstellingen.

3.3 Begrotingsgefinancierde zorguitgaven (Wmo 2015 en Jeugdwet en overig begrotingsgefinancierd)

Bij de begrotingsgefinancierde zorguitgaven gaat het met name om middelen die op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet in het gemeentefonds beschikbaar zijn voor de zorg en ondersteuning van jeugdigen, ouderen en mensen met beperkingen. Deze uitgaven staan op de begroting van het gemeentefonds.

Naast de Wmo 2015 en de Jeugdwet vallen enkele andere begrotingsgefinancierde posten onder de brutozorguitgaven. Tot deze categorie horen bepaalde uitgaven voor zorgopleidingen, de uitgaven voor zorg, jeugd en welzijn in Caribisch Nederland, de uitgaven voor de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de subsidie(regelingen) NIPT, abortusklinieken, overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg (MSZ), en kwaliteit, transparantie en patiëntveiligheid. Deze uitgaven worden op de VWS-begroting verantwoord op de artikelen 1, 2, 4 en 8. Ten slotte zijn er bedragen gereserveerd op de aanvullende post van het Ministerie van Financiën die onder het Uitgavenplafond zorg vallen. Dit betreft onder meer de loon- en prijsbijstelling voor de begrotingsgefinancierde zorguitgaven.

In tabel 7 wordt de ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven weergegeven. De uitgaven die onder de Wmo 2015 en Jeugdwet vallen, worden in tabel 8 gespecificeerd.

Tabel 7 Verticale ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Begrotingsgefinancierde zorguitgaven ontwerpbegroting 2018

7.437,0

7.430,2

7.358,9

7.429,9

7.374,0

 

Bijstellingen Startnota

17,0

– 5.208,0

– 5.218,9

– 5.287,8

– 5.289,7

 

Netto begrotingsgefinancierde Zorguitgaven NvW begroting 2018

7.454,0

2.222,2

2.140,0

2.142,1

2.084,3

 
             

Wmo 2015 en Jeugdwet (gemeentefonds)

193,8

87,5

87,4

87,4

87,4

 
             

Overig begrotingsgefinancierd (VWS-begroting en aanvullende post Financiën)

– 54,5

21,5

58,3

49,1

49,2

 

Subsidie abortusklinieken (Art.1)

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

 

Subsidie NIPT (Art.1)

– 7,4

– 1,4

24,4

24,2

24,0

 

Subsidie overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg (Art.2)

– 2,5

5,2

       

Subsidie kwaliteit, transparantie en patiëntveiligheid (Art.2)

– 22,4

6,9

42,0

25,0

25,0

 

Zorgopleidingen (Art.4)

0,9

– 40,3

– 60,3

– 60,3

– 61,4

 

Arbeidsmarktagenda verpleeghuiszorg (Art.4)

5,0

67,5

67,5

67,5

67,5

 

Caribisch Nederland (Art.4)

– 1,7

2,4

2,5

2,6

2,6

 

Wtcg (Art.8)

– 1,8

         

Loon en prijsbijstelling (VWS-begroting en aanvullende post Financiën)

– 24,9

– 19,1

– 18,1

– 10,2

– 8,8

 
             

Totaal bijstellingen

139,4

108,9

145,8

136,6

136,7

 
             

Begrotingsgefinancierde zorguitgaven ontwerpbegroting 2019

7.593,3

2.331,1

2.285,8

2.278,7

2.221,0

2.217,1

Ten opzichte van de stand nota van wijziging begroting 2018 nemen de begrotingsgefinancierde zorguitgaven vanaf 2019 toe met circa € 0,1 miljard. Deze toename wordt voornamelijk veroorzaakt door de stijging van de netto-zorguitgaven Wmo en Jeugdwet.

Tabel 8 Verticale ontwikkeling van de Wmo 2015 en Jeugdwet-uitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)1Alleen de middelen die behoren tot het Uitgavenplafond zorg worden hier verantwoord
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Uitgaven ontwerpbegroting 2018

6.887,8

6.871,6

6.877,0

6.943,3

6.939,9

 

Bijstellingen Startnota

0,8

– 5.244,6

– 5.250,9

– 5.317,2

– 5.313,8

 

Uitgaven NvW begroting 2018

6.888,6

1.627,0

1.626,1

1.626,1

1.626,1

 
             

Technisch

193,8

87,5

87,4

87,4

87,4

 

Loon- en prijsbijstelling 2018 overig Wmo 2015 en Jeugdwet

144,1

         

Loon- en prijsbijstelling 2018 beschermd wonen

44,8

45,8

45,8

45,8

45,8

 

Volume-indexatie beschermd wonen

 

41,7

41,7

41,7

41,7

 

Overige

5,0

         
             

Totaal bijstellingen

193,8

87,5

87,4

87,4

87,4

 
             

Uitgaven ontwerpbegroting 2019

7.082,4

1.714,4

1.713,6

1.713,6

1.713,5

1.713,6

Toelichting

Uitgaven

Technisch

Loon- en prijsbijstelling 2018 Wmo huishoudelijke verzorging, Wmo 2015 en Jeugdwet

Deze mutatie betreft het overhevelen van de reservering van de loon- en prijsbijstelling 2018 naar de integratie-uitkering Sociaal domein (delen Wmo 2015 en Jeugdwet) en de integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging voor het jaar 2018.

Loon- en prijsbijstelling 2018 beschermd wonen

Deze mutatie betreft het overhevelen van de reservering van de loon- en prijsbijstelling 2018 naar de integratie-uitkering Sociaal domein, deel beschermd wonen.

Volume-indexatie beschermd wonen

Deze mutatie betreft het overboeken van de reservering voor de volume-indexatie 2019 voor beschermd wonen.

In tabel 9 wordt de opbouw van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven weergegeven.

Tabel 9 Opbouw van de begrotingsgefinancierde-zorguitgaven en -ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

2018

20191

2020

2021

2022

2023

Wmo 2015 en Jeugdwet (gemeentefonds)

7.082,4

1.714,4

1.713,6

1.713,6

1.713,5

1.713,6

Integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging

1.385,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Integratie-uitkering Sociaal domein deel Wmo 2015 (incl. beschermd wonen)

3.726,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Integratie-uitkering beschermd wonen2

0,0

1.714,4

1.713,6

1.713,6

1.713,5

1.713,6

Jeugdwet

1.971,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

             

Overig begrotingsgefinancierd (VWS-begroting en aanvullende post Financiën)

510,9

616,7

572,2

565,1

507,5

503,5

Subsidie abortusklinieken (Artikel 1)

16,1

16,1

16,1

16,1

16,1

16,1

Subsidie NIPT (Artikel 1)

18,6

24,6

24,4

24,2

24,0

24,0

Subsidie overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg (Artikel 2)

0,2

32,7

18,0

8,7

0,7

4,6

Subsidie kwaliteit, transparantie en patiëntveiligheid (Artikel 2)

51,1

67,9

42,0

25,0

25,0

0,0

Zorgopleidingen (Artikel 4)

303,2

263,8

244,1

244,2

175,7

175,8

Arbeidsmarktagenda verpleeghuiszorg (Artikel 4)

5,0

67,5

67,5

67,5

67,5

67,5

Caribisch Nederland (Artikel 4)

114,7

122,0

125,3

129,3

133,2

137,0

Wtcg (Artikel 8)

0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Loon- en prijsbijstelling (VWS-begroting en aanvullende post Financiën)

1,9

22,1

34,8

50,1

65,4

78,5

Bruto-uitgaven

7.593,3

2.331,1

2.285,8

2.278,7

2.221,0

2.217,1

Overige ontvangsten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Netto-uitgaven

7.593,3

2.331,1

2.285,8

2.278,7

2.221,0

2.217,1

Noot 1: De middelen voor Wmo- en jeugdhulp die per 2019 onderdeel uitmaken van de algemene uitkering van het gemeentefonds tellen vanaf dat moment niet meer mee als voor het Financieel Beeld Zorg relevante zorguitgaven

Noot 2: De middelen voor de integratie-uitkering beschermd wonen maken in 2018 nog onderdeel uit van de middelen integratie-uitkering Sociaal domein deel Wmo 2015.

In figuur 3 is de samenstelling van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven weergegeven voor het jaar 2019.

Figuur 3 Begrotingsgefinancierde zorguitgaven 2019 (in miljarden euro’s) Figuur 3 Begrotingsgefinancierde zorguitgaven 2019 (in miljarden euro’s)