Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
Rijksbegroting Overzicht Voorbereiding Uitvoering Verantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

5. Meerjarige ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten

5.1. Ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten 2009–2019

Realisatiecijfers in de zorg ijlen nog enige jaren na. Daardoor vinden er ook na het verschijnen van VWS-jaarverslagen aanpassingen in de cijfers voor het betreffende jaar plaats. In tabel 17 worden de actuele zorguitgaven en -ontvangsten voor de jaren 2009–2019 weergegeven. De cijfers voor de jaren 2009–2014 zijn definitief.

Tabel 17 Ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten 2009–2019 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2009

20101

2011

2012

2013

2014

20152

2016

2017

2018

20193

Zorguitgaven en -ontvangsten actuele VWS-stand

                     

Zorgverzekeringswet (Zvw)

                     

Bruto-uitgaven

33.756

35.474

35.983

36.672

39.210

39.220

41.858

43.872

45.355

47.619

50.360

Ontvangsten

1.364

1.481

1.499

1.932

2.666

3.125

3.218

3.195

3.187

3.208

3.115

Netto-uitgaven

32.392

33.993

34.484

34.739

36.544

36.095

38.640

40.678

42.168

44.411

47.245

Wet langdurige zorg (Wlz)

                     

Bruto-uitgaven

23.221

24.135

25.222

27.865

27.452

27.800

19.545

19.930

20.347

21.564

23.730

Ontvangsten

1.594

1.478

1.620

1.697

1.915

1.971

1.892

1.892

1.833

1.838

1.868

Netto-uitgaven

21.627

22.657

23.603

26.169

25.537

25.829

17.653

18.038

18.514

19.726

21.862

Begrotingsgefinancierde zorguitgaven

                     

Bruto-Wmo (gemeentefonds)

1.533

1.541

1.456

1.511

1.561

1.714

4.943

4.945

4.899

5.111

1.714

Bruto-Jeugdwet (gemeentefonds)

0

0

0

0

0

0

2.034

1.920

1.878

1.971

0

Bruto-overig begrotingsgefinancierd (VWS-begroting)

824

1.327

1.820

1.893

594

577

491

434

500

511

617

Bruto-begrotingsgefinancierde zorguitgaven

2.357

2.868

3.276

3.405

2.155

2.291

7.468

7.299

7.277

7.593

2.331

Ontvangsten

63

73

51

21

0

0

0

0

0

0

0

Netto-begrotingsgefinancierde zorguitgaven

2.294

2.794

3.226

3.384

2.155

2.291

7.468

7.299

7.277

7.593

2.331

Bruto-zorguitgaven

59.335

62.476

64.481

67.942

68.818

69.311

68.871

71.101

72.979

76.777

76.421

Ontvangsten

3.022

3.032

3.170

3.650

4.581

5.096

5.110

5.087

5.020

5.046

4.983

Netto-zorguitgaven

56.313

59.444

61.312

64.292

64.237

64.215

63.761

66.015

67.959

71.731

71.438

Noot 1: Exclusief de eenmalige stimuleringsimpuls voor de bouw uit het aanvullend coalitieakkoord Balkenende IV (€ 320 miljoen) die niet aan het Uitgavenplafond is toegerekend.

Noot 2: Op 1 januari 2015 zijn de Wet langdurige zorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en Jeugdwet in werking getreden.

Noot 3: De middelen voor Wmo- en jeugdzorg die per 2019 onderdeel uitmaken van de algemene uitkering van het gemeentefonds tellen vanaf dat moment niet meer mee als voor het Financieel Beeld Zorg relevante zorguitgaven.

Bron: VWS.

Figuur 7 Bijstellingen van de netto-zorguitgaven Zvw en AWBZ/Wlz na het verschijnen van de VWS-jaarverslagen 2007–2017 Figuur 7 Bijstellingen van de netto-zorguitgaven Zvw en AWBZ/Wlz na het verschijnen van de VWS-jaarverslagen 2007–2017

In figuur 7 zijn de bijstellingen van de netto zorguitgaven van de Zvw en de AWBZ/Wlz na het verschijnen van de VWS-jaarverslagen grafisch weergegeven voor de jaren 2007–2017. Uit de grafiek blijkt dat de bijstellingen na publicatie van het jaarverslag een grillig patroon kennen. Er zijn zowel jaren waarin de zorguitgaven hoger zijn uitgekomen dan vermeld in het jaarverslag als jaren waarin de zorguitgaven neerwaarts zijn bijgesteld. De omvang van de bijstelling blijft in de meeste jaren binnen een bandbreedte van 1%, met een maximale uitschieter van -2,4% in 2015. De forse neerwaartse bijstellingen voor eerdere jaren hangen voor een belangrijk deel samen met de latere verwerking van de realisatiecijfers van de MSZ en ggz. Vanaf 2016 zijn de voorlopige realisatiecijfers van de MSZ en ggz in het jaarverslag van het betreffende jaar verwerkt. De komende bijstellingen voor 2016 en 2017 zullen hierdoor naar verwachting kleiner zijn. Voor 2017 is vooralsnog sprake van een zeer beperkte bijstelling. De bijstelling voor het jaar 2017 wordt in het verdiepingshoofdstuk nader toegelicht.

5.2. Horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven 2017–2021

In deze paragraaf wordt de horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven grafisch weergegeven en toegelicht voor de kabinetsperiode 2017–2021. De horizontale ontwikkeling geeft de jaar op jaar ontwikkeling van de netto zorguitgaven weer.

Hierbij wordt een tweetal ontwikkelingen onderscheiden:

  • •  Nominale ontwikkeling: de groei van de zorguitgaven inclusief de loon- en prijsontwikkeling.
  • •  Reële groeiontwikkeling: de ontwikkeling van de zorguitgaven gecorrigeerd voor de prijsontwikkeling van het bbp.

Totale netto-zorguitgaven

In onderstaande figuur is de horizontale ontwikkeling van de netto-zorguitgaven, gecorrigeerd voor overhevelingen van de Wmo en Jeugdwet naar de algemene uitkering van het gemeentefonds zoals opgenomen in de Startnota (zie nota van wijziging begroting 2018), grafisch weergegeven voor de jaren 2017–2021.

Figuur 8 Horizontale ontwikkeling van de totale zorguitgaven 2017–2021 Figuur 8 Horizontale ontwikkeling van de totale zorguitgaven 2017–2021

Onderstaand wordt de gemiddelde reële groei van de totale netto-zorguitgaven over de periode 1996–2021 weergegeven, onderverdeeld in een aantal tijdvakken:

  • •  1996–2005: De gemiddelde reële groei in de negen jaar vóór de introductie van de Zvw was 3,6%.
  • •  2006–2012: De gemiddelde reële groei vanaf de introductie van de Zvw en vóór de kabinetsperiode Rutte II was 5,0%.
  • •  2012–2017: De geraamde reële groei gedurende de kabinetsperiode Rutte II is 0,5%.
  • •  2017–2021: De geraamde reële groei voor de huidige kabinetsperiode is 3,9%.

Netto-Zvw-uitgaven

In figuur 9 is de horizontale ontwikkeling van de netto-Zvw-uitgaven grafisch weergegeven voor de jaren 2017–2021.

Figuur 9 Horizontale ontwikkeling netto Zvw-uitgaven 2017–2021 Figuur 9 Horizontale ontwikkeling netto Zvw-uitgaven 2017–2021

Onderstaand wordt de gemiddelde reële groei van de netto Zvw-uitgaven over de periode 1996–2021 weergegeven, onderverdeeld in een aantal tijdvakken:

  • •  1996–2005: De gemiddelde reële groei in de negen jaar vóór de introductie van de Zvw was 3,2%.
  • •  2006–2012: De gemiddelde reële groei vanaf de introductie van de Zvw en vóór de kabinetsperiode Rutte II was 4,1%.
  • •  2012–2017: De geraamde reële groei gedurende de kabinetsperiode Rutte II is 0,8%.
  • •  2017–2021: De geraamde reële groei voor de huidige kabinetsperiode is 2,9%.

Netto Wlz-uitgaven

In figuur 10 is de horizontale groei van netto Wlz-uitgaven, gecorrigeerd voor overhevelingen Wmo en Jeugd, grafisch weergegeven voor de jaren 2017–2021.

Figuur 10 Horizontale groei netto Wlz-uitgaven 2017–2021 Figuur 10 Horizontale groei netto Wlz-uitgaven 2017–2021

Onderstaand wordt de gemiddelde reële groei van de netto Wlz-uitgaven over de periode 2006–2021 weergegeven, onderverdeeld in een aantal tijdvakken:

  • •  1996–2005: De gemiddelde reële groei in de negen jaar vóór de introductie van de Zvw was 6,4%.
  • •  2006–2012: De gemiddelde reële groei vanaf de introductie van de Zvw en vóór de kabinetsperiode Rutte II was 5,2%.
  • •  2012–2017: De geraamde reële groei gedurende de kabinetsperiode Rutte II is 0,4%.
  • •  2017–2021: De geraamde reële groei voor de huidige kabinetsperiode is 5,8%.