Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

2.1 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Hieronder treft u een toelichting aan op de belangrijkste mutaties vanaf 2018 en verder ten opzichte van de Memorie van Toelichting 2018. Het merendeel van de mutaties is eerder toegelicht in de eerste suppletoire begroting 2018.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties ten opzichte van vorig jaar:

Bedragen x EUR 1.000

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018

9.538.097

10.364.435

10.558.701

10.435.119

10.726.391

 

1 Versterkte internationale rechtsorde

11.009

14.582

12.532

6.632

6.732

 

2 Veiligheid en stabiliteit

43.166

42.222

40.268

41.668

41.668

 

3 Effectieve Europese samenwerking

– 336.902

– 472.587

417.066

258.775

206.524

 

4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden

12.745

850

– 250

– 1.650

– 1.650

 

5 Geheim

           

6 Nominaal en onvoorzien

– 65.817

– 54.501

– 80.497

– 57.860

– 57.633

 

7 Apparaat

125.599

81.655

87.751

97.469

97.134

 

Stand ontwerpbegroting 2019

9.327.897

9.976.656

11.035.571

10.780.153

11.019.166

11.339.346

Waarvan mutaties die het gevolg zijn van de prioriteiten uit het Regeerakkoord Rutte III:

Artikel

Omschrijving

Mutatie in EUR x 1 miljoen

1

Bescherming en bevordering van mensenrechten

Structureel 9,6 per jaar

2

Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme (deel contraterrorisme)

Structureel 4,1 per jaar

2

Bestrijding internationale criminaliteit en terrorisme (deel cyber security)

Structureel 3,9 per jaar

2

Bevordering van transitie in prioritaire gebieden (MATRA en Shiraka; NFRP)

Structureel 7,0 per jaar

7 (apparaat)

Postennet en uitvoeringskosten BHOS

Oplopend naar 60,0 per jaar

Beleidsartikel 1:

Nederland heeft een internationaal toonaangevende positie als gastland van veel internationale organisaties en internationale hoven en tribunalen. Als gastland heeft Nederland de verantwoordelijkheid de in Nederland gevestigde instellingen te ondersteunen opdat deze onafhankelijk, veilig en efficiënt kunnen functioneren. De huidige inzet wordt verantwoord op beleidsartikel 4.5; Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen; Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland. Beleidsmatig gezien past dit onderdeel beter binnen het artikel «Versterkte internationale rechtsorde» (artikel 1). Het wordt daarom verplaatst en als een apart artikelonderdeel toegevoegd: Gastlandbeleid internationale organisaties. Deze wijziging heeft verder geen budgettaire consequenties. Ten slotte is de raming voor de afdrachten aan de VN naar beneden bijgesteld. Dit wordt onder meer veroorzaakt door de ontwikkeling van de wisselkoers van de dollar ten opzichte van de euro.

Conform de afspraak in het Regeerakkoord, neemt het budget voor Mensenrechten meerjarig toe. Vanaf 2019 is dit structureel EUR 9,6 miljoen. Daarnaast is bij de behandeling van de BZ-begroting 2018 een tweetal moties ingediend (motie 34 775 V nr. 26 Sjoerdsma c.s. en motie 34 775 V nr. 29 Voordewind c.s.) waarin wordt gevraagd middelen vrij te maken binnen het Mensenrechtenfonds voor Nederlandse en buitenlandse journalisten in nood en voor extra inzet op godsdienstvrijheid. Deze uitvoering wordt binnen het verhoogde budget opgenomen.

Beleidsartikel 2:

Conform de beleidsreactie op de BIV-beleidsdoorlichting wordt het Budget Internationale Veiligheid (BIV) ontvlochten en structureel EUR 30 miljoen overgeheveld naar de begroting van BZ.

Conform het Regeerakkoord wordt het budget voor Bestrijding en terugdringing internationaal terrorisme structureel verhoogd. Het betreft een voortzetting van de inzet op het terrein van contraterrorisme-capaciteitsopbouw en gerichte preventie onder andere via (1) grootschaliger projecten en (2) intensivering van de politieke dialoog met andere landen en donoren. Deze extra inzet wordt binnen de BZ-begroting opgevangen.

Voorts wordt binnen de BZ-begroting conform het Regeerakkoord budget vrijgemaakt om in te zetten op cybersecurity. Deze middelen worden onder meer ingezet voor het bevorderen van een normatief internationaal kader voor cyberactiviteiten en versterking van de kennispositie van de medewerkers op het gebied van cyber.

Ten slotte wordt in lijn met het Regeerakkoord en de motie Ten Broeke c.s. het NFRP-budget vanaf 2019 structureel verhoogd met in totaal EUR 7 miljoen per jaar. Het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP) richt zich op rechtsstaatsontwikkeling, goed bestuur en democratisering in de landen in de ring van instabiliteit. Het betreft de programma’s voor Oost-Europa (Matra) en Noordelijk Afrika en Midden-Oosten (Shiraka).

Beleidsartikel 3:

De Spring Forecast 2018 leidt per saldo voor Nederland tot structureel hogere afdrachten. Deze toename is het gevolg van enerzijds een verhoging van de raming van het Nederlandse BNI, die leidt tot hogere BNI-afdrachten en anderzijds een verlaging van de raming van de invoerrechten. Voor 2018 en 2019 wijken de effecten echter af van het structurele effect. Dit komt doordat in 2018 naar verwachting wel de verlaging van de invoerrechtenafdracht plaats zal vinden, maar dat de verhoging van de BNI-afdracht voor 2018 naar verwachting pas 2019 betaald zal worden. Hierdoor is er incidenteel sprake van een EUR 269 miljoen lagere afdracht in 2018 en een met EUR 432 miljoen verhoogde afdracht in 2019. Vanaf 2020 treedt het structurele effect op, oplopend van een EUR 198 miljoen hogere afdracht in 2020 tot EUR 277 miljoen hoger in 2023.

In mei heeft de Europese Commissie de Europese ontwerpbegroting voor 2019 gepresenteerd en hierover heeft de Raad op 11 juli een Raadscompromis bereikt. Deze begroting ligt circa EUR 19 miljard onder het betalingsplafond. Reden hiervoor is dat er in 2019 nog geen sprake is van het inlopen van (een deel van) de vertragingen die eerder in het huidige MFK (2014–2020) waren opgelopen. De grote ruimte onder het betalingenplafond betekent dat de raming van de Nederlandse afdrachten, die normaliter gebaseerd is op het betalingenplafond, neerwaarts wordt bijgesteld. Dit leidt tot een incidentele verlaging van de afdracht met EUR 817 miljoen in 2019. Het beleid wordt op een later moment wel uitgevoerd, maar die betalingen zullen naar verwachting pas in het volgende MFK plaatsvinden als onderdeel van de zogenaamde Reste à liquider (RAL). Dat is een totaalsom van alle overlopende verplichtingen die ingepast moet worden onder het plafond van het nieuwe Meerjarig Financieel Kader. Als gevolg daarvan zijn ze onderdeel van de onderhandelingen voor het volgende MFK, die in het najaar zullen beginnen.

Het CBS heeft in mei en juli de resultaten gepresenteerd van een bronnenrevisie, waardoor het Nederlandse BNI van de jaren 2010–2017 opwaarts is bijgesteld. Een opwaartse bijstelling van het BNI heeft ook gevolgen voor de Nederlandse BNI-afdracht aan de EU. Via de jaarlijkse nacalculatie die de Europese Commissie uitvoert worden de effecten van deze bijstellingen voor de afdracht van de lidstaten jaarlijks verrekend. Dat zal begin 2019 zijn. Vooruitlopend daarop is op de Aanvullende Post een reservering opgenomen van EUR 0,5 miljard voor 2019, EUR 0,15 miljard in 2020 en EUR 0,1 miljard structureel voor het verwachte bruto effect van de revisie op de Nederlandse afdrachten Naast de Nederlandse BNI-cijfers zijn ook de BNI-cijfers van de andere lidstaten van invloed op de omvang van de nacalculatie. Deze cijfers zijn op dit moment nog niet bekend, daarom kan ook nog geen precieze omvang van de nacalculatie worden bepaald.

Verder is de Nederlandse bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) geraamd op EUR 936 miljoen. Omdat er in de afgelopen jaren minder is afgedragen aan het fonds wordt de bijdrage voor de komende jaren opgehoogd om aan de totale verplichting voor het EOF te voldoen. Als onderdeel van het ODA-budget staat tegenover deze hogere bijdrage aan het EOF een verlaging op de begroting van BHOS.

Beleidsartikel 4:

Het budget voor consulaire informatiesystemen stijgt omdat BZ streeft naar een optimale consulaire dienstverlening. De modernisering van de consulaire diplomatie (back-office, digitalisering, vernieuwing) zal vanaf 2019 geleidelijk effect hebben de begroting. Dit traject loopt van 2017–2020. Daarnaast neemt in 2018 het budget voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland toe. Dit wordt onder meer veroorzaakt doordat het Speciaal Tribunaal Libanon (STL) Nederland formeel heeft verzocht om ook na 2017 in het huidige pand te blijven. Ten slotte kent het budget een meerjarig afnemend saldo. Dit wordt veroorzaakt doordat de uitgaven voor gastlandbeleid vanaf 2019 worden ondergebracht op beleidsartikel 1.

Beleidsartikel 6:

Dit is het saldo van bijstellingen op grond van aanpassing van BNI- en BBP-ramingen door het CPB, verwerking van de HGIS-eindejaarsmarge 2017, het verwerken van de loon- en prijs- en koersbijstellingen binnen de HGIS en overboekingen naar diverse begrotingen conform de HGIS besluitvorming. Binnen de HGIS is budget vrijgemaakt voor een aantal uitvoeringsknelpunten en nieuwe initiatieven die met name liggen op het terrein van het gastlandbeleid, water en circulaire economie en de Expo 2020 in Dubai.

Conform het Regeerakkoord wordt het postennet uitgebreid en versterkt. Voor het diplomatieke netwerk is extra geld beschikbaar, oplopend tot EUR 40 miljoen structureel. Deze middelen worden toegevoegd aan het apparaatsartikel. In de Postennetbrief wordt een beleidsmatige toelichting op de inzet van deze middelen gegeven.

Niet-beleidsartikel 7:

Naast de hierboven benoemde effecten van het Regeerakkoord op de apparaatsbegroting als gevolg van de intensiveringsmiddelen voor het postennet, neemt het budget ook toe als gevolg van extra uitvoeringskosten die verband houden met een structurele intensivering van het OS-budget. Bovendien wordt het personeels- en materieelbudget aangepast als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen wereldwijd. De materiële uitgaven stijgen onder meer als gevolg van extra kosten die gemaakt worden voor ICT, huisvesting en beveiliging en doordat een deel van de geplande uitgaven uit 2017 is doorgeschoven naar 2018. Ten slotte wordt het huisvestingsbudget verhoogd. Als onderdeel van de middelenafspraak huisvesting wordt vanuit 2017 een bedrag toegevoegd aan het apparaatsbudget.