Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Artikel 2 Financiële markten

A. Algemene doelstelling

Beleid en regelgeving maken voor een stabiele en integere werking van financiële markten, met betrouwbare dienstverlening van financiële instellingen aan burgers en bedrijven.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Financiën bevordert het goed functioneren van het financiële stelsel en heeft een regisserende rol. Hij is politiek verantwoordelijk voor de goede werking van het betalingsverkeer. De Minister is verder verantwoordelijk voor goed functionerende en integere financiële markten en de Nederlandse wetten en regels ten aanzien van de financiële markten en de institutionele structuur van het toezicht. DNB en de AFM voeren het daadwerkelijke toezicht op de financiële markten uit. Dat wil zeggen dat de Minister verantwoordelijk is voor het functioneren van het toezichtsysteem als geheel en verantwoordelijk voor de uitvoering van het toezicht door DNB en de AFM. De Minister is noch verantwoordelijk noch bevoegd ten aanzien van individuele besluiten van de toezichthouders. Sinds 4 november 2014 voert de Europese Centrale Bank (ECB) ook in belangrijke mate het toezicht op grote en grensoverschrijdende Europese banken uit.

Daarnaast dient de Minister het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en het financieren van terrorisme te voorkomen. De randvoorwaarden die de Minister stelt voor een integer en stabiel systeem hebben hun basis in de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (Wwft). Het gaat hierbij om (het toezicht op nakoming van) regelgeving die financiële instellingen stimuleert en verplicht om op integere en transparante wijze te werk te gaan. Deze regelgeving en dit toezicht draagt eraan bij dat consumenten en bedrijven met voldoende informatie en vertrouwen financiële producten kunnen afnemen.

Tot slot bevordert de Minister het verantwoord financieel gedrag door de burger en is hij verantwoordelijk voor de ongestoorde voorziening van voldoende munten in circulatie.

Verantwoordelijkheden Minister van Financiën op de BES-eilanden

Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES-eilanden) maken deel uit van Nederland. De eilanden zijn openbare lichamen in de zin van de Grondwet. De verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën ten aanzien van de toezichttaken is dezelfde voor de BES-eilanden als voor Europees Nederland, omdat de verhouding tussen de Minister en de toezichthouders dezelfde is. Het toezicht op de BES-eilanden is net als in Nederland op afstand geplaatst bij ZBO’s (die niet ondergeschikt zijn aan de Minister); de Minister van Financiën is systeemverantwoordelijk.

C. Beleidswijzigingen

De beleidsdoorlichting die in december 2017 naar de Tweede Kamer is verzonden26, bestrijkt het gevoerde beleid op artikel 2, waarbij de maatregelen en instrumenten die onder het begrotingsbeleid vallen op hoofdlijnen zijn doorgelicht. Het geëvalueerde beleid richt zich op stabiel en integer werkende financiële markten en op betrouwbare dienstverlening van financiële instellingen. In dat kader streeft de Minister van Financiën naar een goed en transparant aanbod van financiële producten en diensten aan consumenten en bedrijven. In de beleidsdoorlichting wordt toegelicht dat toezicht op het productontwikkelingsproces hieraan bijdraagt. Dit toezicht zal in 2019 worden geëvalueerd. Uit de evaluatie zal blijken of er beleidswijzigingen nodig zijn.

Voor integere financiële markten is het belangrijk om te weten wie de betrokken partijen zijn, ook bij virtuele valuta. Daarom wordt er gewerkt aan regulering van omwisselplatforms in virtuele valuta. Daarnaast worden in navolging van uiteindelijk belanghebbenden van rechtspersonen en ondernemingen, ook uiteindelijk belanghebbenden van juridische constructies zoals trusts in een openbaar register opgenomen.

D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid – artikel 2 Financiële markten (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

151.029

– 41.940

25.023

23.432

23.332

23.322

23.312

 

waarvan garantieverplichtingen:

             
   

Garantie DGS BES

135.000

– 65.000

         
                   

Uitgaven

21.980

23.060

25.023

23.432

23.332

23.322

23.312

waarvan juridisch verplicht

   

82,8%

       
                   
 

Subsidies

437

436

436

436

436

436

436

   

Vakbekwaamheid

437

436

436

436

436

436

436

                   
 

Bekostiging

7.062

10.674

10.602

10.459

10.409

10.416

10.389

   

Accountantskamer

1.102

1.295

1.459

1.409

1.359

1.359

1.359

   

Muntcirculatie

5.960

9.349

8.893

9.000

9.000

9.000

9.000

   

Afname munten in circulatie

0

0

0

0

0

0

0

   

IMVO Convenanten

0

30

150

50

50

57

30

   

Overig

0

0

100

0

0

0

0

                   
 

Garanties

1.000

1.000

1.875

1.875

1.875

1.875

1.875

   

Dotatie begrotingsreserve DGS BES

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

   

Dotatie begrotingsreserve NHT

0

0

875

875

875

875

875

                   
 

Opdrachten

9.600

5.313

6.293

5.182

5.182

5.182

5.182

   

Wijzer in geldzaken

1.910

1.683

1.383

272

272

272

272

   

Vakbekwaamheid

4.289

3.630

4.910

4.910

4.910

4.910

4.910

   

Overig

3.400

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

3.871

5.237

5.417

5.080

5.030

5.023

5.040

   

Bijdrage AFM BES-toezicht

339

405

405

480

505

505

505

   

Bijdrage DNB toezicht & DGS BES

1.800

1.518

1.300

1.300

1.310

1.303

1.320

   

Bijdrage FEC

1.541

2.839

2.927

2.845

2.760

2.760

2.760

   

Bijdrage Toezicht en Handhaving MIF

0

0

260

260

260

260

260

   

Bijdrage PSD II

191

475

525

195

195

195

195

   

Overig

0

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

10

400

400

400

400

390

390

   

Caribean Financial Action Taskforce

10

20

20

20

20

10

10

   

IASB

0

380

380

380

380

380

380

                   

Ontvangsten

27.645

14.167

7.441

9.441

9.441

9.441

9.441

                   
 

Bekostiging

18.896

2.600

2.600

2.600

2.600

2.600

2.600

   

Ontvangsten muntwezen

3.325

2.600

2.600

2.600

2.600

2.600

2.600

   

Toename munten in circulatie

15.571

0

0

0

0

0

0

                   
 

Overig

8.748

11.567

4.841

6.841

6.841

6.841

6.841

Budgetflexibiliteit

Van de uitgaven op artikel 2 is in 2019 82,8% juridisch verplicht. Deze verplichte uitgaven (€ 20,7 mln.) bestaan voor het grootste deel uit uitgaven voor vakbekwaamheid (€ 4,9 mln.), muntcirculatie (€ 4,9 mln.) en het FEC (€ 2,9 mln.).

De juridisch verplichte uitgaven aan vakbekwaamheid betreffen de kosten van de centrale Wft-examinering. Het inhoudelijk beheer van de Wft-examinering is opgedragen aan het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD), terwijl het functionele en technische beheer is ondergebracht bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Uitgangspunt is dat de uitgaven op een relatief klein bedrag na worden gefinancierd uit de examengelden (leges) die worden afgedragen aan het ministerie (zie ontvangsten overig). De daaromtrent gemaakte afspraken zijn vastgelegd in de subsidieovereenkomst met het CDFD en een dienstverleningsovereenkomst met de DUO.

De juridisch verplichte uitgaven vanwege de muntcirculatie komen voort uit de Muntwet en afspraken die met de KNM en met DNB zijn gemaakt. Deze afspraken betreffen onder meer de te verstrekken vergoedingen vanwege:

  • •  de productie van circulatiemunten (hieronder vallen niet de aanschafkosten van blanco muntplaatjes);
  • •  de productie en distributie van munten die speciaal voor verzamelaars worden geslagen;
  • •  het verzorgen van de geldsomloop voor zover deze uit munten bestaat;
  • •  het fungeren als Nationaal Analysecentrum voor Munten.

De niet-juridisch verplichte uitgaven hebben in hoofdzaak betrekking op de aankoop van rondellen (blanco muntplaatjes) die benodigd zijn voor de productie van nieuwe munten.

E. Toelichting op de instrumenten

Uitgaven

Bekostiging

Accountantskamer

De Accountantskamer beoordeelt klachten over gedragingen van accountants bij hun beroepsmatig handelen. Het gaat daarbij vooral om gedragingen die mogelijk in strijd zijn met de wet of met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep. In een tuchtprocedure staat het belang van een goede beroepsuitoefening voorop. Aldus wordt bijgedragen aan het (herstel van) vertrouwen van het publiek in de beroepsuitoefening van accountants.

Op dit moment vindt een evaluatie plaats van de financiering van de Accountantskamer. Tijdens de evaluatie zal er worden bekeken of financiering door het ministerie nog in de rede ligt of dat er moet worden overgegaan tot gedeeltelijke of gehele overheveling van de kosten naar de sector. Of de sector de kosten zal gaan dragen, is derhalve nu nog niet bekend.

Muntcirculatie

De kosten van muntcirculatie bestaan uit: uitgaven die betrekking hebben op de door de KNM te verzorgen muntproductie, de door de KNM te verzorgen distributie van bijzondere munten en de door DNB te verzorgen munttaken.

Afname munten in circulatie

Het in circulatie brengen van euromunten leidt tot ontvangsten voor de Staat en leidt tegelijkertijd tot een schuld aan het publiek. Zodra munten uit circulatie terugkeren, dient de Staat de nominale waarde van deze munten via DNB terug te geven. Op voorhand is niet te voorspellen of de nominale waarde van de in circulatie zijnde munten in enig jaar zal toe- of afnemen. Vandaar dat in de begroting een stelpost van nul is opgenomen.

IMVO-convenanten

De uitvoering van het internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO)-convenant banken en het IMVO-convenant verzekeraars wordt met een bijdrage ondersteund. Voorts wordt er onderhandeld over een bijdrage aan het IMVO-convenant pensioenfondsen. De verwachting is dat dit convenant op zijn vroegst begin 2019 kan worden geïmplementeerd.

Overig

De Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-NL) maakt deel uit van de Egmont Groep, een internationaal samenwerkingsverband dat gericht is op het verbeteren van de internationale gegevensuitwisseling tussen FIU’s wereldwijd. De directeur van de FIU-NL is voor de periode 2017–2019 benoemd tot voorzitter van de Egmont Groep. De Egmont Groep houdt jaarlijks een plenaire vergadering, waar niet alleen de betrokken FIU’s bijeenkomen maar ook vele andere internationale spelers op het gebied van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. In het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Egmont Groep zal Nederland in 2019 deze plenaire vergadering organiseren. Het Ministerie van Financiën zal, gelet op zijn medeverantwoordelijkheid voor de FIU-NL vanwege de wettelijke taak die de FIU-NL toebedeeld heeft gekregen in de Wwft, een financiële bijdrage leveren ten behoeve van de organisatie van deze plenaire vergadering.

Garanties

Dotatie begrotingsreserve DGS BES

Als garantie voor een DGS voor de BES-eilanden is bij eerste suppletoire wet 2017 een begrotingsreserve ingesteld. Jaarlijks wordt € 1 mln. toegevoegd aan de begrotingsreserve. Met het DGS BES wordt de financiële stabiliteit op de BES-eilanden geborgd.

Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve DGS BES-eilanden (bedragen x € 1 mln.)

Stand per 1/1/2018

Onttrekkingen 2018

Toevoegingen 2018

Stand per 1/1/2019

Onttrekkingen 2019

Toevoegingen 2019

Stand per 31/12/2019

1

0

1

2

0

1

3

Dotatie begrotingsreserve NHT-garantie

De Staat heft een jaarlijkse premie (€ 875.000) over het afgegeven garantiebedrag van € 50 mln. Deze middelen worden per 2019 gestort in een nieuw opgerichte begrotingsreserve. De bestaande NHT-garantie loopt eind 2018 af. Na evaluatie is besloten deze voort te zetten. Hierdoor valt de nieuwe NHT-garantie onder het garantiekader voortvloeiend uit de kabinetsreactie op het rapport van de Commissie Risicoregelingen (CRR)27, waarin is voorgeschreven dat premieontvangsten in principe in een risicovoorziening moeten worden gestort. Het ingevulde toetsingskader is als losse bijlage bij deze begroting opgenomen.
Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve NHT-garantie (bedragen x € 1 mln.)

Stand per 1/1/2018

Onttrekkingen 2018

Toevoegingen 2018

Stand per 1/1/2019

Onttrekkingen 2019

Toevoegingen 2019

Stand per 31/12/2019

     

0

0

0,875

0,875

Opdrachten

Wijzer in geldzaken

Het platform Wijzer in geldzaken zet zich in voor het bevorderen van financieel verantwoord gedrag door de burger in Nederland. Het Ministerie van Financiën financiert het platform samen met een aantal partijen uit de sector. Het platform ontwikkelt verschillende typen interventies om verantwoord financieel gedrag te bevorderen en om invulling aan de strategische doelstellingen te geven. Enkele voorbeelden zijn de website www.wijzeringeldzaken.nl, de Week van het geld, de website www.financieelgezondewerknemers.nl en de Pensioen3daagse.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Bijdrage DNB toezicht en DGS BES

Voor het toezicht op de BES-eilanden ontvangt DNB jaarlijks een overheidsbijdrage. In de afgelopen jaren is er door DNB meer capaciteit ingezet op de BES-eilanden, met name als gevolg van interventie, handhaving en toetsingen. Daarnaast is in 2017 het besluit invoering depositogarantiestelsel BES in werking getreden.

Bijdrage FEC

Het ministerie draagt bij aan de financiering van het Financieel Expertise Centrum (FEC). Het FEC is een samenwerkingsverband tussen verschillende autoriteiten binnen de financiële sector op het gebied van toezicht, controle, opsporing en vervolging. Vanaf 2018 wordt structureel € 1,4 mln. extra besteed aan de uitvoering van het Terrorisme Financieringsbeleid door het FEC. Deze gelden zijn afkomstig uit de versterkingsgelden, die eind 2017 door het kabinet zijn toegekend ten behoeve van het Contra Terrorismebeleid.

Bijdrage toezicht en handhaving Multilateral Interchange Fee (MIF)

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) is de toezichthouder op de uitvoering van de MIF-verordening. Vergoed worden de kosten voor het houden van toezicht op de naleving en de handhaving van een aantal bepalingen uit de MIF-verordening. Hieronder vallen onder meer de kosten voor het controleren van de hoogte van de afwikkelingsvergoedingen bij betalingsdienstaanbieders, het behandelen van klachten en de rechtshandhavingskosten.

Bijdrage toezicht en naleving PSD II

In de aangepaste versie van het wetsvoorstel ter implementatie van de PSD II richtlijn (Payment Services Directive) wordt voorgesteld om vier toezichthouders te belasten met het toezicht op de naleving van PSD II, te weten DNB, de AFM, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de ACM. De kosten zijn de geschatte kosten van de AP en de ACM voor de voorbereiding en de uitvoering van het toezicht door de AP en de ACM op de naleving door marktpartijen van PSD II. De kosten van het toezicht van DNB en de AFM op de naleving van PSD II zullen worden doorberekend aan de sector en komen derhalve niet ten laste van de Rijksbegroting. Dit geldt mogelijk ook voor de kosten van het toezicht door de AP aangezien samen met het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de AP zal worden onderzocht in hoeverre deze en andere toezichtkosten kunnen worden doorberekend aan de sector.

Ontvangsten

Bekostiging

Ontvangsten muntwezen

De ontvangsten muntwezen hebben betrekking op de door de KNM af te dragen nominale waarde van de munten die de KNM in opdracht van de Staat speciaal voor verzamelaars heeft geslagen. In een voorkomend geval hebben de ontvangsten muntwezen tevens betrekking op ontwaarde munten en/of rondellen waarvan het residu als metaalschroot is verkocht.

Toename munten in circulatie

Zie «Afname munten in circulatie» bij uitgaven.

Overig

De overige ontvangsten betreffen met name: de ontvangen leges voor de examens inzake het onderdeel vakbekwaamheid, de bijdragen van marktpartijen aan het programma Wijzer in geldzaken, premies voor de NHT- en WAKO-garantie, de door de ACM aan de sector doorberekende kosten in het kader van het toezicht op de naleving van de MIF-verordening en eventuele ontvangen boetegelden van DNB, de AFM en de Accountantskamer. Voor het programma Wijzer in geldzaken draagt de sector de helft van het budget bij. Daarnaast ontvangt Wijzer in geldzaken een structurele bijdrage van DNB en een incidentele bijdrage van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Noot 26: Kamerstukken II 2017–2018, 31 935, nr. 45 en de bijlage hierbij.

Noot 27: Kamerstukken II 2013–2014, 33 750, nr. 13.