Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2019
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

A. Algemene doelstelling

Een bijdrage leveren aan een financieel gezond en welvarend Europa en een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Nederlandse economie wordt door zijn openheid en relatief beperkte grootte sterk beïnvloed door internationale financieel-economische ontwikkelingen. Dit betreft voor een belangrijk deel ontwikkelingen in de lidstaten van de EU. Verreweg het grootste deel van de Nederlandse export en import gaat naar of komt uit andere Europese landen. Een sterke Europese economie heeft daarmee een direct effect op de Nederlandse economie. Mede om die reden is Nederland gebaat bij een gezonde financieel-economische ontwikkeling en een stabiele budgettaire en monetaire ontwikkeling in de EU en haar lidstaten, waarbij ook de financiële stabiliteit binnen de eurozone gewaarborgd is.

De Minister van Financiën speelt in Nederland op dit gebied een regisserende rol en maakt daarbij gebruik van een aantal instrumenten. Ten behoeve van de bevordering van de financiële stabiliteit neemt de Minister actief deel aan internationale overleggen (onder andere de Ecofinraad en de Eurogroep) ter versterking van de begrotingsdiscipline van lidstaten van de EU en een stabiele macro-economische omgeving in de eurozone. Hieronder valt ook de economische beleidscoördinatie in de EU en de EMU in het kader van het Europees Semester.

Verder neemt de Minister van Financiën besluiten over het Nederlandse standpunt met betrekking tot toetreding van landen tot het Exchange Rate Mechanism (ERM-II) en invoering van de euro. Tevens draagt de Minister van Financiën het Nederlandse standpunt over de EU-begroting uit. De Minister ziet erop toe dat deze EU-begroting volgens de afspraken van het MFK (het huidige MFK loopt van 2014 tot 2020) wordt vormgegeven.

In internationaal verband zijn maatregelen getroffen om de wereldeconomie minder gevoelig te maken voor financieel-economische crises en te zorgen dat de gevolgen, mocht een dergelijke crisis toch plaatsvinden, zo beperkt mogelijk blijven. De Minister van Financiën draagt bij aan het beheer van stabilisatiemechanismen, zoals het EFSF en het ESM ten behoeve van het bewaken van de financiële stabiliteit in de eurozone.

Internationale financiële instellingen (IFI’s), waaronder het IMF, de Wereldbank, de EBRD, de EIB en de AIIB, dragen in belangrijke mate bij aan een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling. Tevens vervullen de IFI’s een belangrijke rol bij het financieel-economisch beleidstoezicht, bevorderen zij de ontwikkeling van lage- en middeninkomenslanden en vormen zij een financieel vangnet in het geval van een crisis. De Minister houdt als aandeelhouder toezicht op deze IFI’s en hun financiële soliditeit en bestuur, met als doel deze instellingen gezond en sterk te houden. Hierbij bewaakt de Minister ook de financiële belangen van de Nederlandse overheid en de Nederlandse burger. Ook ziet de Minister toe op de effectiviteit van de internationale financiële architectuur, waarbij het cruciaal is dat IFI’s hun eigen rol hierbinnen uitvoeren en hun middelen effectief en efficiënt inzetten. In de tabel in onderdeel E wordt ter verduidelijking een overzicht gegeven van het Nederlandse aandeel in deze financiële instellingen.

Daarnaast levert de Minister een bijdrage aan de internationale beleidsdiscussies en beleidsresponses bij internationale fora zoals de Ecofinraad, de Eurogroep, de G20, verschillende OESO-werkgroepen en commissies en discussies bij het IMF, de Wereldbank en andere IFI’s.

C. Beleidswijzigingen

EU/Eurozone

In 2018 zijn de onderhandelingen voor het nieuwe MFK begonnen. Het MFK legt de maximale uitgaven van de EU vast en is daarmee maatgevend voor de omvang van de EU-afdrachten van lidstaten. Het huidige MFK loopt door tot en met 2020. Het nieuwe MFK loopt van 2021 tot en met 2027. Naar verwachting zullen de onderhandelingen in 2019 hoog op de EU-agenda staan. Nederland zet bij de onderhandelingen in op een modern en financieel houdbaar MFK (zie ook 2.1 Beleidsprioriteiten).

De Europese Raad heeft in juni 2018 gesproken over de verdieping van de EMU. De discussie richtte zich vooral op de versterking van het ESM, het plaatsen van een gemeenschappelijke achtervang voor het SRF bij het ESM en de voltooiing van de Bankenunie. Eind december 2018 zal de Europese Raad terugkomen op deze onderwerpen. Mogelijk zullen de conclusies van deze Europese Raad aanleiding geven tot verdere uitwerking van eerder genoemde voorstellen omtrent de verdieping van de EMU in 2019.

Voor de Brexit zou in het najaar van 2018 het terugtrekkingsakkoord met een politieke verklaring over het kader voor de toekomstige relatie moeten worden afgerond om vervolgens de goedkeuringsprocedure te starten, die uiterlijk 29 maart 2019 moet zijn afgerond. Daarna zal de EU met het VK het overeengekomen kader voor de toekomstige relatie verder uitwerken. Daarbij zal Nederland in blijven zetten op een zo diep en breed mogelijke relatie, binnen de randvoorwaarden die wij met de EU-27 overeengekomen zijn.

Internationale Financiële Instellingen

Nederland zal in 2019 verder inzetten op de mobilisatie van private sector-financiering bij IFI-activiteiten en strenger toezien op dat IFI-financiering geen private sector-financiering uit de markt drukt. Daarnaast zal Nederland zich inzetten voor het verbeteren van de transparantie van schulden – om proberen te voorkomen dat lage-inkomenslanden niet meer lenen dan zij kunnen dragen – door onder andere dit onderwerp te bespreken in het IMF en de Club van Parijs.

Om de EIB voldoende gekapitaliseerd te houden na het vertrek van het VK uit de EU stelt de EIB voor om het Britse kapitaal te vervangen. Deze vervanging betreft uitsluitend een verzoek om extra garanties van de overige 27 EU-lidstaten en geen verzoek om een kapitaalstorting. In het voorstel neemt de Nederlandse garantstelling aan de EIB toe met € 1,9 mld. Tegelijk met het hierboven beschreven voorstel voor een vervanging van het Britse kapitaal worden diverse aanpassingen voorgesteld die de governance van de EIB in lijn brengen met de toegenomen omvang en complexiteit van de EIB. Een aantal voorstellen voor de verbetering van de governance vergt wijziging van het statuut van de EIB. Het kabinet is eveneens voornemens met deze wijzigingen in te stemmen.

De aandeelhouders van de Wereldbank hebben in 2018 een politiek besluit genomen over een aanvullende kapitaalinleg voor de Wereldbank, om zo de financiële capaciteit van de Wereldbank te vergroten. Dit betreft de bankonderdelen IBRD (het bankonderdeel voor middeninkomenslanden) en de IFC (de private sectortak van de Wereldbank). Het kabinet beschouwt de Wereldbank als een belangrijke en effectieve partner voor het realiseren van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen voor 2030 (Sustainable Development Goals, SDGs) en van de internationale klimaatagenda. Het kabinet ziet de noodzaak van het vergroten van de financiële capaciteit om deze doelen te bereiken (Kamerstukken II 2017–2018, 26 234, nr. 208 en Kamerstukken II 2017–2018, 26 234, nr. 209) en het Ministerie van Financiën zet hier dus in 2019 stevig op in.

D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid – artikel 4 Internationale financiële betrekkingen (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

11.434.921

91.080

2.274.076

1.610.277

11.241

8.241

931.733

 

waarvan garantieverplichtingen:

             
   

Wereldbank

– 599.648

– 78.906

0

707.000

0

0

0

   

Garantie aan DNB inzake IMF

11.451.012

– 33.617

0

0

0

0

0

   

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

0

50.000

50.000

0

0

0

0

   

EFSM

0

60.000

60.000

0

0

0

0

   

AIIB

– 94.757

– 12.338

0

0

0

0

0

   

EIB

0

0

1.900.425

0

0

0

0

                   

Uitgaven

39.163

355.404

359.220

252.124

185.761

291.423

341.423

waarvan juridisch verplicht

   

99,6%

       
                   
 

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

38.030

249.463

324.509

226.703

174.520

283.182

333.082

   

Wereldbank

3.132

215.676

290.722

226.703

174.520

283.182

333.082

   

AIIB

34.898

33.787

33.787

0

0

0

0

                   
 

Leningen

 

0

104.260

33.030

23.740

9.560

6.560

6.560

   

Teruggave winsten SMP/ANFA

0

104.260

33.030

23.740

9.560

6.560

6.560

                   
 

Opdrachten

 

1.132

1.681

1.681

1.681

1.681

1.681

1.781

   

Technische assistentie kiesgroeplanden

1.132

1.681

1.681

1.681

1.681

1.681

1.781

                   

Ontvangsten

6.101

7.532

15.257

69.751

162.549

204.053

201.753

                   
 

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

3.828

4.655

4.655

4.818

4.698

4.698

4.698

   

Ontvangsten IFI's

3.828

4.655

4.655

4.818

4.698

4.698

4.698

                   
 

Leningen

2.273

2.877

10.602

64.933

157.851

199.355

197.055

   

Renteontvangsten lening Griekenland

2.273

2.877

10.602

22.977

33.155

39.436

37.136

   

Terugbetaling lening Griekenland

0

0

0

41.956

124.696

159.919

159.919

Budgetflexibiliteit

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Dit budget betreft de bijdragen aan de middelenaanvulling van IDA (het financieringsloket van de Wereldbank voor de armste landen), IBRD (het bankonderdeel voor middeninkomenslanden), IFC (de private sectortak van de Wereldbank) en aan de AIIB. Al deze bijdragen zijn volledig juridisch verplicht.

Leningen

Tijdens de Eurogroep van 22 juni is besloten dat SMP/ANFA-inkomsten (Securities Markets Programme en de Agreement on Net Financial Assets) vanaf begrotingsjaar 2017 worden doorgegeven aan Griekenland. Voor Nederland worden de uitkeringen de komende jaren in totaal geraamd op ongeveer € 200 mln. Deze uitkeringen waren reeds opgenomen in de begroting. De betalingen zijn juridisch verplicht, maar kunnen worden stopgezet als Griekenland zich niet aan de afspraken voor het post-programmaraamwerk houdt.

Opdrachten

Technische assistentie aan kiesgroeplanden is in beginsel niet juridisch verplicht. Voor 2019 is voor € 0,4 mln. van de in totaal € 1,7 mln. aan technische assistentie reeds in verplichtingen vastgelegd. Het totaal aan niet-juridisch verplichte uitgaven bedraagt 0,4% van het totaal aan uitgaven.

E. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

Het kapitaal van het VK in de EIB wordt vervangen door een garantieverhoging van de overgebleven 27 EU-lidstaten. Hierdoor nemen de Nederlandse garantieverplichtingen aan de EIB toe met € 1,9 mld. De hoogte van de garanties aan het EFSM en de Kredieten EU-betalingsbalanssteun is gekoppeld aan het Nederlandse aandeel in de EU-begroting. In 2019 wordt een verhoging van dit aandeel verwacht. Daarom zullen beide garanties ook naar boven worden bijgesteld.

Uitgaven

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Nederland draagt via algemene bijdragen aan de Wereldbank bij aan ontwikkelingssamenwerking. Het grootste deel dat hiervan op de begroting van Financiën staat betreft IDA, het onderdeel van de Wereldbankgroep dat concessionele leningen – en in beperkte mate schenkingen – verstrekt aan de armste landen in de wereld. Elke drie jaar worden de middelen voor dit onderdeel van de Wereldbank aangevuld door donoren. Nederland is in 2017 voor de 18e middelenaanvulling van IDA, die loopt van medio 2017 tot en met medio 2020, een nieuwe financiële toezegging aangegaan. Deze bijdrage wordt van 2018 tot en met 2026 in negen delen betaald aan de Wereldbank. Om het kasritme van de Staat te optimaliseren is besloten om een gedeelte van de Nederlandse betalingen aan de Wereldbank voor de 18e middelenaanvullingsronde van IDA, die gepland stonden voor 2021, al in 2019 te betalen.

Daarnaast hebben de aandeelhouders van de Wereldbank in 2018 een politiek besluit genomen over een aanvullende kapitaalinleg voor de Wereldbank, om zo de financiële capaciteit van de Wereldbank te vergroten. Dit betreft de bankonderdelen IBRD en IFC. De totale verhoging van gestort kapitaal bedraagt $ 13 mld. Het Nederlandse aandeel daarin bedraagt $ 257,3 mln., te betalen over een periode van 5 jaar. Nederland zal naar verwachting in 2019 de verplichting voor de deelname aan de kapitaalverhoging formeel aan de bank afgeven en daarbij het betaalritme afspreken. In deze begroting is hiervoor reeds een budgettaire voorziening opgenomen. Daarnaast bedraagt het totale garantiedeel van de kapitaalverhoging voor IBRD $ 52,6 mld. Het Nederlandse aandeel daarin bedraagt $ 863,2 mln. Hiervoor dient het Nederlandse garantieplafond aan IBRD in 2020 met naar verwachting € 0,7 mld. te worden opgehoogd31.

Voor 2019 is wegens de Nederlandse deelname aan de AIIB, een kapitaalstorting geraamd. Op 16 januari 2016 is de AIIB officieel van start gegaan. Deze kapitaalstorting wordt tussen 2015 en 2019 in 5 gelijke tranches van elk $ 41,26 mln. betaald. In 2019 zal de vijfde en tevens laatste tranche worden betaald. De totale toegezegde Nederlandse kapitaalstorting bij de AIIB is $ 206,3 mln. en is voor de begroting afhankelijk van de wisselkoers van de euro.

Leningen

Onderdeel van het tweede leningenprogramma voor Griekenland was dat de inkomsten van de nationale centrale banken uit de Griekse staatsobligaties (SMP en ANFA), die niet zijn meegenomen in de obligatieomruil van februari 2012, werden doorgegeven aan Griekenland. Het tweede leningenprogramma liep op 30 juni 2015 af en daarmee was deze afspraak komen te vervallen. In 2015, 2016 en 2017 hebben er geen uitkeringen plaatsgevonden. Onderdeel van het derde leningenprogramma, waar de Raad van Gouverneurs van het ESM op 19 augustus 2015 definitief mee heeft ingestemd, was wel dat de Eurogroep klaar staat om aanvullende maatregelen te overwegen om de bruto financieringsbehoefte van Griekenland op een houdbaar niveau te houden, waaronder mogelijk het weer doorgeven van de SMP/ANFA-inkomsten. Tijdens de Eurogroep van 22 juni 2018 is besloten dat de SMP/ANFA-inkomsten vanaf begrotingsjaar 2017 weer worden doorgegeven aan Griekenland. Daarmee was in de begroting voor 2018 reeds rekening gehouden.

Opdrachten

Voor de komende jaren is budget gereserveerd voor technische assistentie aan landen in de Nederlandse IMF/Wereldbank/EBRD-kiesgroepen. De technische assistentie is er vooral op gericht om deze kiesgroeplanden te ondersteunen in hun financieel-economische beleid. Daarbij wordt gebruik gemaakt van Nederlandse expertise. Door nieuwe inzichten is technische assistentie sinds 2017 vormgegeven door middel van een arrangement in plaats van een subsidie.

Ontvangsten

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Er wordt een structurele reeks verwacht aan ontvangsten van IFI’s. Het gaat hierbij met name om terugbetalingen van leningen door de EIB en de Wereldbank.

Leningen

Onder het eerste leningenprogramma aan Griekenland, uit 2010, heeft Nederland bilaterale leningen verstrekt. In totaal heeft Nederland voor € 3,2 mld. aan leningen verstrekt. Griekenland betaalt hier per kwartaal rente over. De rente die Griekenland betaalt is de 3-maands Euribor-rente plus een opslag van 50 basispunten. Vanaf 2020 zal Griekenland deze bilaterale leningen gaan aflossen.

Meetbare gegevens

Overzicht internationale financiële instellingen en fondsen (bedragen x € 1 mld.)
 
IFC1
MIGA2
IBRD3
EIB4
AIIB5
EBRD6
IMF7
ESM8
EFSF9

EFSM

BoP

Garantie/oproepbaar bedrag

n.v.t.

0,03

4,2

9,9

0,7

0,6

42,6

35,4

34,2

2,8

2,4

Deelneming in kapitaal

0,05

0,01

0,3

1,0

0,2

0,2

n.v.t.

4,6

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Deelneming in %

2,2

2,2

2,1

4,5

1,1

2,5

1,8

5,7

6,1

4,7

4,7

Financieel profiel instelling of fonds

Uitstaande bedragen

33,2

14,6

147,0

455

0,8

28,7

37,9

92,9

174,6

46,8

1,8

Toegezegd-niet uitgekeerd

9,3

n.v.t.

53,7

112,9

2,7

12,7

91,4

0

0

0

0

Totaal toegezegde bedragen

33,2

14,6

200,7

567,9

3,5

41,4

129,3

92,9

174,6

46,8

1,8

Totale uitleencapaciteit10

n.v.t.

21,1

243,0

719,4

72,7

40,3

720,0

500

240

60

50

Noot 1: Cijfers per 30-6-2018, wisselkoers per 1-3-2018. Bron: IFC Financial Statements Fiscal Year 2017.

Noot 2: Cijfers per 30-6-2018, wisselkoers per 1-3-2018. Bron: MIGA Financial Statements Fiscal Year 2017.

Noot 3: Cijfers per 30-6-2018, wisselkoers per 1-3-2018. Bron: IBRD Financial Statements Fiscal Year 2017.

Noot 4: Cijfers per 31-12-2017. Bron: EIB Financial Statements 2017.

Noot 5: Cijfers per 31-12-2017. Bron: AIIB Financial Statements 2017.

Noot 6: Cijfers per 31-12-2017. Bron: EBRD Financial Report 2017.

Noot 7: Cijfers per 30-4-2018, wisselkoers per 1-3-2018. Bron: IMF Financial Statements, Quarter Ended 30 april 2018.

Noot 8: Cijfers per 6-8-2018. Bron: ESM.

Noot 9: Cijfers EFSF, EFSM en BoP per 31-7-2018. Bron: website Europese Commissie, EFSM en EFSF.

Noot 10: Bedragen zijn indicatief en de exacte bedragen, rekenwijze en wat wordt meegenomen verschilt per IFI of fonds.

De bovenstaande tabel geeft een aantal kengetallen van internationale financiële fondsen en instellingen waarin Nederland deelneemt. Per fonds of instelling is de financiële binding weergeven. Hierbij wordt de omvang van de garantie en het gestorte kapitaal weergeven. Verder wordt door middel van verstrekte bedragen en de maximale capaciteit een financieel profiel gemaakt van het fonds of instelling.

Noot 31: Conform het kader risicoregelingen worden nieuwe garanties getoetst aan de hand van een toetsingskader. In de bijlage bij deze begroting is het ingevulde toetsingskader opgenomen voor de ophoging van het Nederlandse garantieplafond aan IBRD als gevolg van de kapitaalverhoging. Deze bedraagt naar verwachting € 707 mln. (op basis van de CEP-wisselkoersraming van het CPB voor 2019). Hiermee wordt tevens voldaan aan de toezegging door de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking tijdens het AO Wereldbank op 17 april 2018.